2025-266.1 Bijlage Regionaal programma werklocaties 2025-2029
Tekst van het document
F. Regionale meerwaarde In het verleden is er gekozen om te focussen op het faciliteren van grootschalige logistiek. Dit ziet de regio niet langer meer als wenselijk. Tegelijkertijd erkent de regio wel het economische belang
21
Regionaal Programma Werklocaties 2025-2029
van grootschalige bedrijven. Veel van deze bedrijven zijn al sterk geworteld in de regio en vormen inmiddels een essentieel onderdeel van de economische structuur. Daarom ziet Rivierenland de noodzaak om de ruimtevraag van deze doelgroep – mits ze regionale meerwaarde bieden – te accommoderen. Ook bedrijven van buiten de regio kunnen in aanmerking komen, mits zij een duidelijke bijdrage leveren aan het economisch profiel van de regio. Daarentegen zal er géén ruimte worden gefaciliteerd voor grootschalige bedrijvigheid die onvoldoende aansluiting heeft bij de bestaande bedrijvigheid, het economisch profiel of de regionale meerwaarde. Op deze manier wordt gewerkt aan een robuuste en duurzame regionale economie. We willen alleen ruimte bieden aan bedrijven die bijdragen aan onze regionale meerwaarde. Dat wil zeggen bedrijven die qua bedrijfsactiviteit, verbindingen in de bedrijfsketen, personeel, etc., aan onze regio verbonden zijn. Voor de toetsing van regionale meerwaarde geldt dat in het RPW opgenomen wordt hoe nieuwe plannen op regionale meerwaarde getoetst worden. Vervolgens is het aan de gemeente om criteria voor regionale meerwaarde te borgen bij gronduitgifte. Bij de planontwikkeling zal hiervoor invulling gegeven moeten worden aan aspecten van die regionale meerwaarde in de vorm van (Didam-proof) toetsingscriteria.
Het afweegkader voor regionale meerwaarde dat we in Rivierenland op niveau van planontwikkeling hanteren bestaat uit de volgende elementen: a Bijdrage aan ruimtelijk economische visie (bijdrage van het plan aan de strategische richting en daarmee de economische meerwaarde voor de regio). b Passend binnen vraagprognose (voor het bepalen van nut en noodzaak van het plan). c Bijdrage van het plan aan maatschappelijke opgaven (bv. koppeling met RES, klimaatadaptatie, omgeving, huisvesting arbeidsmigranten). d Verbinding met bestaande bedrijventerreinen (onder andere vanuit zorgvuldig ruimtegebruik, oplossen ruimtelijke knelpunten, vliegwiel voor herstructurering). e Bereikbaarheid en innovatie hieromtrent (bijdrage/opgave van het plan op het vlak van het bereikbaar houden van de plek/regio). f Haalbaarheid van het plan op het vlak van ruimtelijke ordening, financiën en milieu. Invulling van regionale meerwaarde bij gronduitgifte is een lokale aangelegenheid. Hierbij kunnen ook andere criteria een rol spelen per gemeente, afhankelijk van lokale ambities ten aanzien van bijvoorbeeld verplaatsing van bedrijven vanuit het buitengebied of herstructureringsambities. Voor de concrete toepassing van criteria voor (regionale) meerwaarde in de fase van gronduitgifte gaat het om de volgende elementen 3:
3
•
Overzicht van enkele criteria die regionale binding kunnen bepalen: herkomst bedrijf, aantal werknemers (nu al actief) in de regio, (structurele) relatie met lokale/regionale toeleveranciers, afnemers / innovatiepartners, (structurele) relatie met regionale kennisinstellingen, gebruik regionale infrastructuur als haven, spoor, buis, binnenvaart, sterke relatie met in regio aanwezige topsectoren, nieuwe sector/activiteit die sterk aansluit bij de ambities/transities/opgaven van een regio.
•
Overzicht van economische criteria: bijdrage aan werkgelegenheid, bijdrage aan het ‘ecosysteem’, versterking clustervorming in economische zin, mate van inzet op innovatie en versterking van het ‘ecosysteem’.
•
Overzicht van maatschappelijke criteria: type werkgelegenheid (o.a. opleidingsniveau, vast vs. flex, arbeidsmigranten), is er sprake van een inclusieve werkgever? Bijdrage aan huisvesting arbeidsmigranten, bereidheid om en commitment voor samenwerking met onderwijsinstellingen, bijdrage aan klimaatopgave, energietransitie, modal shift, en (sociale) innovatieprojecten, beschikbaarheid en potentie uitwisseling reststromen (op terrein en regioniveau) (vanuit transitie naar een circulaire economie), bijdrage aan de Regionale Energie Strategie (op pand, kavel en terreinniveau).
22
Regionaal Programma Werklocaties 2025-2029
a de mate van regionale gebondenheid; b de mate van maatschappelijke en economische meerwaarde; c de wijze van benutten van schaarse ruimte en landschappelijke inpassing. Voorgestelde regionale afspraken: 1 We hanteren het hiervoor genoemde afweegkader regionale meerwaarde bij planontwikkeling. Bij een nieuw plan met kavels groter dan 0,5 hectare hanteren we altijd dit afweegkader via een gronduitgifteprotocol. We willen de schaarse ruimte benutten voor bedrijvigheid van toegevoegde waarde voor de regio. Voor het toetsen van regionale meerwaarde bij gronduitgifte zijn de gemeenten verantwoordelijk. Iedere gemeente kan hier bij het opstellen van een nieuw omgevingsplan verder inkleuring aan geven. Het staat gemeenten vrij om hogere ambities te formuleren. 2 Een te ontwikkelen zacht plan dat in het RAP en het speerpuntberaad of portefeuillehoudersoverleg wordt voorgelegd voor een statusverandering (van oranje naar groen), moet zijn voorzien van een toelichting hoe deze ontwikkeling bijdraagt aan ambities van de regio, regionale meerwaarde en hoe hierop wordt gestuurd via gronduitgifte.
G. Grootschalig logistiek HMC en watergebonden bedrijvigheid Ruimtevraag hoge milieucategorieën in regio Rivierenland De transitie naar een circulaire economie vraagt om locaties met een hoge milieugebruiksruimte. Het gaat om locaties voor opslag, bewerking en verwerking van (retour)stromen. Hoewel niet specifiek onderzocht voor alle bedrijventerreinen in regio Rivierenland, is de inschatting dat een deel van de bedrijfskavels met een hogere milieugebruiksruimte nu niet als zodanig wordt gebruikt. Het betreft circa 20 à 30% van de beschikbare kavels in hogere milieugebruiksruimte. Regio Rivierenland wil daarom bestaande locaties en kavels met een hoge milieugebruiksruimte zo veel als mogelijk behouden en beter benutten. Voor het beter benutten van deze locaties is mogelijk ook verplaatsing nodig van bedrijven met een lagere geur-, geluid en/of milieu-impact, naar een alternatieve locatie (schuifruimte), ten behoeve van bedrijvigheid die een hoge milieugebruiksruimte hebben. In de prognose voor de provincie Gelderland is opgenomen dat ruimtevraag van bedrijven met een hoge milieugebruiksruimte circa twintig tot vijftig hectare bedraagt in Rivierenland tot en met 2040. Een deel van die ruimte komt ook voor rekening van bedrijven met watergebonden activiteiten. Er is dus enige overlap in deze segmenten van de ruimtevraag.
Vanuit het beschikbare planaanbod in de regio (hard en zacht) constateren we dat er vooralsnog maar beperkt extra ruimte voor bedrijven met een hoge milieugebruiksruimte geboden wordt. Het optimaal benutten van de bestaande ruimte is daarmee des te belangrijker. Daarnaast onderzoeken we bij nieuwe planontwikkeling welke mogelijkheden er zijn om hier ook (gedeeltelijk) ruimte te bieden voor bedrijven met een hoge milieugebruiksruimte. In het kader van regionale meerwaarde focust de regio Rivierenland zich specifiek op het bieden van ruimte voor (circulaire) bedrijvigheid die een hoge milieugebruiksruimte nodig hebben: • binnen de regionale bouw- en/of recyclingsector; • bedrijven die bijdragen aan het efficiënt inzamelen, sorteren en verwerken van materiaalstromen.
•
Overzicht van criteria ten aanzien wijze van benutten schaarse ruimte en landschappelijke inpassing: lost vestiging (ruimtelijk) knelpunt op? In welke mate is sprake van multifunctioneel en/of meervoudig ruimtegebruik? Welke verkeersbelasting levert vestiging op (lokaal, regionaal, nationaal)? Bijdrage van het plan aan Brede Welvaart in regio/gemeente.
23
Regionaal Programma Werklocaties 2025-2029
Ruimte voor watergebonden activiteiten De provinciale omgevingsverordening (artikel 5.71) schrijft voor dat gemeenten bedrijfskavels die door een kade ontsloten zijn, in beginsel beschikbaar gehouden moeten worden voor watergebonden bedrijvigheid. De regio Rivierenland heeft met de Waal, (Afgedamde) Maas, Nederlek en Amsterdam-Rijnkanaal een sterk netwerk van (inter)nationale waterwegen die zich uitstekend lenen voor transport. Deze locaties zijn belangrijk voor de ontwikkeling van de circulaire economie en vragen om goede verbindingen met achterliggende bedrijventerreinen in de regio. In de regio Rivierenland zijn er op dit moment nauwelijks watergebonden kavels beschikbaar. Behoud en waar mogelijk uitbreiding van bestaande watergebonden bedrijventerreinen is nodig voor duurzame logistiek en de circulaire transitie. Hiervoor is het noodzakelijk om regionaal in te zetten op optimaal ruimtegebruik van bestaande locaties en het stimuleren van op- en overslag op deze locaties. De (voormalige) terreinen van steenfabrieken nemen een bijzondere positie in binnen de regionale werklocaties. Regio Rivierenland zet op deze locaties in op behoud van de bestaande functie en waar nodig en wenselijk een (beperkte) uitbreiding. Indien sprake is van het beëindigen van bedrijfsactiviteiten op een solitaire locatie, dan kan transformatie overwogen worden.
Hierbij speelt de toekomstpotentie van de plek voor watergebonden activiteiten een belangrijke rol in de afweging. Provincie Gelderland onderzoekt in 2025 deze potentie. Voor locaties die ook in de toekomst waardevol zijn, is transformatie naar een niet-watergebonden functie onwenselijk, conform de provinciale omgevingsverordening. In het kader van dit RPW is onderzocht waar uitbreidingsplannen zijn voor watergebonden activiteiten. We zijn op de hoogte van in elk geval de volgende initiatieven 5: • De steenfabriek van Wienerberger in de Wolfswaard (gemeente Neder-Betuwe) wil investeren in de haven en 3,4 hectare netto uitbreiden. • Het bedrijf De Beijer wil in de Hiense Waard (gemeente Neder-Betuwe) 1,0 hectare netto uitbreiden. • De verplaatsing van zandoverslagbedrijven naar locatie Hedel (gemeente Maasdriel) en de ontwikkeling van een nieuwe haven van circa 4,3 hectare voor watergebonden bedrijvigheid. Achterblijvende locaties worden getransformeerd. Grootschalige logistiek Logistiek is een belangrijk onderdeel van de regionale economie. De ligging van Rivierenland maakt dat de regio aantrekkelijk is voor logistieke activiteiten. Verder is een deel van de logistieke activiteiten gelieerd aan de regionale economie en speerpuntsectoren. Logistiek is daarmee een noodzakelijke randvoorwaarde voor verdere groei van de regio.
Denk alleen al aan de bevoorrading van winkels of bezorging van medicijnen. Logistiek is ook noodzakelijk bij de transitie naar een circulaire economie (retourstromen, kwaliteitscontroles en reparaties). Ook de logistieke opgave moet deels door herstructurering en intensivering worden opgepakt. De groei van de grootschalige logistiek (veelal distributiecentra) leidt tot discussies over de ‘verdozing’ van het landschap. Bovendien speelt – vooral bij logistiek, maar dit speelt ook bij andere economische sectoren zoals de bouw, landbouw en maakindustrie – de inzet van arbeidsmigranten (en huisvesting van deze medewerkers) een rol in het maatschappelijke debat over het al dan niet bieden van ruimte voor deze doelgroep. 5
In Zaltbommel worden voorbereidingen getroffen voor transformatie (naar woningbouw en voorzieningen) van ‘Buitenstad’. Bedrijvigheid hier verplaatst of wordt beëindigd. Een klein deel van het watergebonden terrein blijft behouden. Aangezien deze planontwikkeling al in vergevorderd stadium is, gelden de afspraken in dit RPW niet voor deze transformatie. Daarnaast is bouwvergunning ingediend voor containeroverslag in Haaften op bedrijventerrein Kerkewaard. Deze ontwikkeling is onderdeel van het bedrijventerrein Kerkewaard, vandaar dat we deze hier niet meetellen.
24
Regionaal Programma Werklocaties 2025-2029
Regio Rivierenland is een van de logistieke knooppunten waar grootschalige logistiek kan landen, in lijn met het provinciale Corridorbeleid. De Gelderse Corridor ligt tussen de Rotterdamse haven en Noordrijn-Westfalen, aan de A15, de Betuweroute, de Waal en de Rijn. Knooppunt Tiel/Rivierenland vormt door zijn ligging op het kruispunt van belangrijke nationale en internationale verbindingen een draaischijf in het netwerk van grote logistieke stromen. Dit maakt dat zowel gespecialiseerde logistieke bedrijven als bedrijven voor wie distributie op regionale, nationale en internationale schaal een belangrijk element in het bedrijfsproces vormt zich graag in de gemeente Tiel/regio Rivierenland vestigen. De afgelopen jaren is Bedrijvenpark Medel in Tiel uitgegroeid tot een logistieke toplocatie waar vele op nationale en internationale schaal opererende logistieke bedrijven hun plek hebben gevonden. De aanwezigheid van een containerterminal en een industriehaven zorgt voor kansen voor modal shift van weg naar water. Naast Tiel spelen ook andere nabij gelegen kernen met bedrijventerreinen met een bovengemeentelijke functie als Culemborg, Zaltbommel en Geldermalsen een rol in de logistieke draaischijffunctie van de regio. Knooppunt Tiel vormt het logistieke middelpunt van de regio en bestaat uit twee grote logistieke gebieden: Kellen en Medel.
Kellen ligt aan de westzijde van het Amsterdam-Rijnkanaal, Medel aan de oostzijde. In Kellen is een diverse mix aan bedrijven gevestigd, waarvan een deel watergebonden bedrijven gericht op bulkvervoer. Medel kent relatief veel logistieke activiteit, waaronder XXL-logistiek. De behoefteraming geeft inzicht in de ruimte voor diverse werkmilieus, waaronder logistiek. Logistiek kan vervolgens worden opgedeeld in grootschalige logistiek (waarbij in het RPW kavels groter dan vier hectare zijn aangenomen) en reguliere logistiek. Binnen de prognose van de provincie Gelderland komt een ruimtevraag voor grootschalige logistiek van 40 tot 105 hectare naar voren tot en met 2040. Vanuit de vraagbehoefte spant Rivierenland zich in om een deel van de grootschalige logistieke opgave met regionale meerwaarde te faciliteren, dit betreft twintig à vijftig hectare (voor de periode tot 2040). Het type grootschalige logistiek waarvoor regio Rivierenland wel ruimte biedt: • een bestaande grootschalige logistieke ondernemer in de regio die wil uitbreiden, clusteren of doorgroeien; en/of • een initiatief dat ondersteunend is aan de speerpuntsectoren logistiek, agribusiness en recreatie en toerisme.
Het type grootschalige logistiek waarvoor regio Rivierenland dus geen ruimte biedt: • een grootschalige logistieke ondernemer zonder bestaande locatie in de regio Rivierenland; en die niet ondersteunend is aan de speerpuntsectoren logistiek, agribusiness en recreatie en toerisme.
Huisvesting arbeidsmigranten Arbeidsmigranten hebben een steeds grotere rol in de regionale economie en arbeidsmarkt. Toch zijn er ook uitdagingen, met name waar het gaat over de regionale woonopgave en impact op (sociale) voorzieningen. Een regionale aanpak is nodig om van de nu al woonachtige arbeidsmigranten de huisvesting inzichtelijk te krijgen, dan wel te verbeteren. De opgave bestaat hoofdzakelijk uit short- en midstay (tot een verblijfsduur van drie jaar). Gemeenten kunnen planologische en ruimtelijke instrumenten inzetten als sturingsinstrument. Verder kunnen gemeenten in goede samenspraak met de markt komen tot adequate huisvesting.
25
Regionaal Programma Werklocaties 2025-2029
Regio Rivierenland wil gemeenten stimuleren om ruimte te creëren voor tijdelijk verblijf voor arbeidsmigranten die van belang zijn voor onze economie. Hiervoor geldt dat het passend moet zijn bij de schaal en problematiek van de gemeente/regio. De voorzieningen moeten zorgen voor een duurzame humane en sociale huisvesting voor arbeidsmigranten passend bij de aanbevelingen van de commissie Roemer en niet leiden tot overlast voor de samenleving. De realisatie van groepsgebouwen voor de huisvesting van arbeidsmigranten vindt bij voorkeur plaats in de nabijheid van de werklocaties en dagelijkse voorzieningen. Gemeenten kunnen planologische ruimte creëren voor deze voorzieningen, bijvoorbeeld door het opstellen van beleidskaders/-regels en/of aanpassing van het omgevingsplan. De rol van de regio zit vooral op kennisdeling en de toetsing van initiatieven.
Het huidige aanbod voor grootschalige logistiek in de regio Rivierenland bestaat uit (stand maart 25): • Leegstand: op basis van officiële aanbodcijfers constateren we dat op dit moment enkele grootschalige panden aangeboden worden. Een deel van deze panden moet nog gebouwd worden (oa. Glasfabrieklocatie en op Medel Afronding). Daarnaast wordt een aantal bestaande grootschalige panden (>20.000 m² bvo) aangeboden. Het marktpanel dat in het kader van het RPW is geconsulteerd waarschuwt voor aankomende leegstand van grootschalige panden in de nabije toekomst. Van belang is om hier grip op te houden en daar waar nodig met eigenaren afspraken te maken over herinvulling, investeringen in verduurzaming of marktconformiteit en mogelijke eindgebruikers. • Beschikbaar aanbod: een aantal nog uitgeefbare kavels op Medel Afronding zijn in optie uitgegeven. De verwachting is dat deze kavels in 2025 definitief verkocht worden. Op termijn kan hier nog tien hectare bij komen, maar mogelijk ook voor kleinere bedrijven. • Nieuw aanbod: er is op dit moment beperkt planaanbod voor nieuwe grootschalige kavels in Rivierenland. Hondsgemet Noord in West Betuwe zal maximaal 50% van haar omvang beschikbaar stellen voor grootschalige logistiek (=13 ha). Op dit moment is er minimale fysieke ruimte waar grootschalige logistiek kan landen binnen de regio.
Gelet op de ruimtevraag (circa twintig tot vijftig hectare aan regionaal gebonden grootschalige logistiek) en het beperkte aanbod (in principe alleen Hondsgemet Noord en Afronding Medel waar enige ruimte beschikbaar kan komen voor grootschalige logistiek) verkent de regio of het wenselijk is om nabij de bestaande logistieke clusters ruimte is voor uitbreiding voor deze specifieke doelgroep. De regio blijft in overleg met de provincie Gelderland, de gemeenten en andere Gelderse regio’s (met name de Groene Metropoolregio) over de ruimtebehoefte voor grootschalige logistiek en maken daar, op basis van de inzichten van dat moment, zo nodig nieuwe afspraken over. Voorgestelde regionale afspraken: 1 Als bedrijven met een lager milieugebruiksniveau willen verhuizen en daarbij hoge milieugebruiksruimte achterlaten, krijgen deze bedrijven speciale aandacht en begeleiding van de gemeenten. Dit kan – zonder dat sprake is van staatsteun of bevooroordeling – zijn in de vorm van prioritering bij (ambtelijke en/of bestuurlijke) bedrijfsbezoeken of extra punten in een lokaal afweegkader voor gronduitgifte. 2 Bestaande watergebonden bedrijfskavels blijven zoveel mogelijk behouden. Afwijking van deze afspraak is alleen mogelijk met goede onderbouwing.
Sowieso stemmen we alle verzoeken (uitbreiding, transformatie) ook ambtelijk af in het RAP en bestuurlijk in het speerpuntenberaad of portefeuillehoudersoverleg. Per locatie verkennen we wat mogelijkheden zijn om onderbenutting van deze kavels tegen te gaan, een en ander op basis van het onderzoek van de provincie Gelderland dat eind 2025 opgeleverd gaat worden.
26
Regionaal Programma Werklocaties 2025-2029
3 Solitaire watergebonden bedrijfskavels behouden we zoveel mogelijk. Afwijking van deze afspraak is alleen mogelijk met goede onderbouwing. Eventuele uitbreidingsplannen wegen we zorgvuldig af met de omgeving. Sowieso stemmen we alle verzoeken (uitbreiding, transformatie) ook ambtelijk af in het RAP en bestuurlijk in het speerpuntenberaad of portefeuillehoudersoverleg. 4 We faciliteren alleen grootschalige logistieke ruimtevraag als deze aantoonbare regionale meerwaarde heeft. Een nieuw plan hanteert hiervoor criteria die sturing hierop mogelijk maakt. Deze worden ambtelijk in het RAP besproken en indien nodig in het speerpuntberaad of portefeuillehoudersoverleg. 5 In de omgevingsplannen van verschillende bestaande bedrijventerreinen is er in potentie ruimte voor grootschalige logistiek door het combineren/samenvoegen van kavels. Gemeenten buiten de logistieke knooppunten moeten bij het aanpassen van de omgevingsplannen voor logistieke kavels nieuwe (her)ontwikkelingen beperken tot maximaal vier hectare. 6 Ten aanzien van de planontwikkeling voor Hondsgemet Noord – en de mogelijke ontwikkeling van grootschalige kavels – stemmen we met de provincie af hoe de infrastructuur verbeterd kan worden zodat de ontwikkeling – deels voor grootschalige gebruikers – gerealiseerd kan worden.
7 Om in de regionale resterende behoefte naar grootschalige kavels te voldoen, gaan we in samenwerking met de provincie op zoek naar geschikte zoekgebieden waar een (regionaal) bedrijventerrein (her)ontwikkeld kan worden voor grootschalige bedrijven met regionale meerwaarde. Hierbij hebben we ook aandacht voor de effecten op de leefbaarheid die grootschalige ontwikkelingen kunnen hebben, denk bijvoorbeeld aan verkeersbewegingen, milieuhinder en huisvesting van arbeidsmigranten. In een volgend RPW kunnen hierover dan nieuwe afspraken gemaakt worden. H. Netcongestie Vanwege netcongestie is er tot minimaal 2029 geen mogelijkheid om bedrijven (nieuw) aan te laten sluiten op het elektriciteitsnet van bedrijventerreinen in Rivierenland. Nieuwe ontwikkelingen van bedrijventerreinen kunnen alleen gerealiseerd worden als gemeenten in onze regio of private partijen een oplossing vinden voor het huidige energienetvraagstuk. Als regio werken we met alle partners aan oplossingen voor netcongestie. Binnen dit RPW doen wij dit door de leidende principes uit het Provinciale Beleidskader Energiesystemen en het Actieplan Netcongestie Gelderland over te nemen. Daarnaast gaan we als regio, samen met de gemeenten, door met het planologisch mogelijk maken van nieuwe ruimte voor ondernemerschap op zowel bestaande als nieuwe bedrijventerreinen.
Tot 2029 moet er gezocht worden naar innovatieve oplossingen binnen de huidige netcapaciteit. Na 2030 is er mogelijk meer ruimte voor grootverbruikers, maar moeten we blijvend bewust en efficiënt omgaan met de beschikbare netcapaciteit. Het slim combineren van gebruikers is daarbij aan te bevelen. Honderd procent leveringszekerheid van energie is in de toekomst niet gegarandeerd voor nieuwe energieafnemers. Daarom is het belangrijk om bij de locatie van nieuwe energie-intensieve industrieën rekening te houden met energieknooppunten en eventuele alternatieven. Binnen dit RPW willen we doorgaan met het planologisch mogelijk maken van nieuwe ruimte voor ondernemerschap op zowel bestaande als nieuwe bedrijventerreinen. In Rivierenland zijn al diverse acties en pilots opgezet met betrekking tot energie, bijvoorbeeld de ontwikkeling van Smart Energy Hub op Bedrijvenpark Medel (Tiel) en op Wildeman (Zaltbommel). Voorgestelde regionale afspraken:
27
Regionaal Programma Werklocaties 2025-2029
1 Integraal programmeren is verankerd in (lokaal) beleid, waarbij energie(infrastructuur) medesturend is voor andere ruimtelijke ontwikkelingen. Er vindt in gezamenlijkheid afstemming plaats met overheden, netbeheerders en andere betrokken partijen over alle plannen en ontwikkelingen binnen de regio, met als resultaat keuzes over de (benodigde) energieinfrastructuur. Hierbij moet nog nadere invulling worden gegeven wie/welke partij verantwoordelijk is voor de borging en welke stappen er nog moeten worden gezet om daadwerkelijk integraal te programmeren. 2 Tot (minimaal) 2029 zullen nieuwe bedrijventerreinen geen aansluiting hebben. Daarom zal op deze nieuwe terreinen nog meer moeten worden ingezet op technische innovaties. Gemeenten zijn vrij om te kiezen voor innovaties en kunnen projectontwikkelaars uitdagen om te komen met innovatieve oplossingen. 3 Op bestaande en nieuwe bedrijventerreinen zal er ruimte gereserveerd moeten worden voor decentrale energievoorzieningen, tenzij het binnen de bestaande bebouwing kan. Voor de invulling van de ruimte voor decentrale energievoorzieningen zijn gemeenten en projectontwikkelaars vrij om hier invulling aan te geven met innovatieve oplossingen. 4 We gaan inventariseren of er vanuit de regio (bijvoorbeeld vanuit de RES of vanuit duurzaamheid) al wordt gewerkt aan het inperken van de netcongestie op de bedrijventerreinen in Rivierenland.
Mocht dat nog niet zo zijn, dan brengen we in kaart hoe we kunnen werken naar pragmatische en (financieel) realistische oplossingen voor de netcongestie bij verschillende omvangen van bedrijventerreinontwikkeling.
28
Regionaal Programma Werklocaties 2025-2029
3.3 Solitaire bedrijfslocaties Tot slot behandelen we de afspraken over solitaire bedrijfslocaties in de regio. Dit thema vloeit voort vanuit de strategische keuzes die we hebben gemaakt. We beschrijven waarom we deze regionale afspraken maken en formuleren de daadwerkelijke afspraken.
I. Solitaire bedrijfslocaties I. Solitaire bedrijfslocaties Solitaire bedrijvigheid die volgens de huidige planologische inzichten op een bedrijventerrein thuishoort, hoort volgens de provinciale omgevingsverordening niet significant te groeien in het buitengebied. We constateren daarom ook een ‘natuurlijke’ trek naar bedrijventerreinen van bedrijven die in het buitengebied of in woonomgeving zijn gevestigd. Desondanks willen ook sommige bedrijven, die vaak al van oudsher in het buitengebied zijn gevestigd, vaak op dezelfde plek uitbreiden. Bovendien zijn er steeds meer agrariërs die stoppen en een andere activiteit gaan bedrijven. Verspreid over het buitengebied in Rivierenland liggen verschillende solitaire niet-agrarische bedrijven. Het gaat dan om diverse soorten bedrijven. Kenmerkend voor deze bedrijven is dat ze vaak nauwelijks relatie (meer) hebben met of bijdrage leveren aan het buitengebied. Vaak passen ze qua schaalgrootte, bedrijfsgroei of verkeerstechnisch beter op een bedrijventerrein. Het ruimtelijk effect van bedrijvigheid op het buitengebied kan aanzienlijk zijn. Te denken valt aan onder andere een grote visuele impact op het karakteristieke kleinschalige landschap en de verkeersaantrekkende werking in combinatie met de kleinschalige infrastructuur.
De kunst is om de ruimtelijke ontwikkelingen van deze tijd en de nieuwe opgaven zodanig vorm te geven dat ze aansluiten op de kernkwaliteiten en identiteit van Rivierenland. Om die reden wil de regio maar beperkt meewerken aan (grote) uitbreidingen in het buitengebied. Bovendien bieden bedrijventerreinen een plek waar collectieve voorzieningen georganiseerd kunnen worden en/of netcongestie collectief opgelost kan worden. Voorgestelde regionale afspraken: 1 We spreken af dat solitaire niet-agrarische bedrijven alleen met meer dan 250 m² mogen groeien waarbij bedrijfsbebouwing groter dan 1.000 m² ontstaat wanneer in het omgevingsplan wordt toegelicht dat de uitbreiding qua aard en schaal past bij de omgeving, verplaatsing naar een bedrijventerrein niet wenselijk is en dat de uitbreiding een maatbestemming krijgt. Deze grenzen komen overeen met de regels in artikel 5.72 uit de provinciale verordening. Wanneer er twijfel is over het bedrijf wel of niet agrarisch gerelateerd is wordt advies ingewonnen bij de agrarische beoordelingscommissie, dit advies wordt als bijlage meegestuurd aan het RAP. Afwijking op deze afsprak kan alleen als hierover ambtelijk is afgestemd met het RAP en bestuurlijk in het speerpuntberaad en bij een positief advies.
Hierbij wordt onder andere getoetst aan de specifieke binding aan het buitengebied, de verkeersaantrekkende werking, de onmogelijkheid om te verplaatsen naar een bedrijventerrein en de landschappelijke inpassing van het initiatief. Toetsing aan de provinciale Omgevingsverordening is daarnaast ook vereist alvorens meegewerkt kan worden aan verdere planvorming.
29
Regionaal Programma Werklocaties 2025-2029
4. Uitvoering en toetsing Ambtelijk overleg om voortgang te bespreken Ambtelijk overleggen de regiogemeenten elke maand in een EZ-overleg. Grofweg elke twee maanden staat het RPW geagendeerd. Voorstel is om deze frequentie te blijven hanteren en nadrukkelijk ook het RPW tweemaandelijks te bespreken. Dit kan door een thema bij de kop te pakken of door enkele RPW-afspraken met elkaar door te nemen op de voortgang. Voor een aantal thema’s, zoals toekomstbestendigheid, beter benutten of netcongestie, is het ook wenselijk dat best practices besproken worden. Regionale afstemming vereist bij nieuwe initiatieven Regionale afstemming over nieuwe initiatieven – op zowel bestaande als nieuwe bedrijventerreinen – vindt plaats door het Regionaal Acquisitie Punt (RAP) en vervolgens wordt dit advies bestuurlijk overgenomen en/of besproken. Regionale afstemming is van belang/vereist om te voldoen aan de provinciale verordening en de Ladder voor duurzame verstedelijking. Tussentijdse (kleinere) wijzigingen in het RPW/stoplichtmodel (van oranje naar groen, van rood naar oranje, toevoeging nieuwe ontwikkeling, wijziging in omvang, etc.) vragen (vaak) om snelle besluitvorming en gegeven dit feit is het omwille van snelle besluitvorming niet wenselijk om elke wijziging voor te leggen aan alle gemeenteraden. Wel dient regionale als ook provinciale afstemming en besluitvorming plaats te vinden.
De procedure voor het (tussentijds) doorvoeren van wijzigingen in het RPW is als volgt: 1 Aanvragende gemeente is verantwoordelijk voor het aantonen van de behoefte (=vraag minus aanbod) voor de nieuwe ontwikkeling/wijziging. Hierbij dient aangetoond te worden dat de Ladder voor duurzame verstedelijking is toegepast en er geen andere alternatieven voorhanden zijn. De locatie van het plan is bekend en er zijn geen (onoverkomenlijke) RObezwaren. Ook voorziet het plan in een concrete uitwerking van de regionale ambities, regionale meerwaarde en de borging hiervan. 2 Aanvragende gemeente brengt de onderbouwing van de behoefte in bij het Regionaal Acquisitie Punt (RAP). Het RAP geeft een ambtelijk advies over deze aanvraag. De provincie neemt ook deel aan dit overleg en brengt ook een ambtelijk advies uit. 3 Het advies van het RAP (en de provincie) zal op initiatief van de aanvragende gemeente samen met het wijzigingsvoorstel worden ingebracht in het speerpuntberaad. 4 Het speerpuntberaad zal de aanvraag en het advies van het RAP bespreken ten behoeve van een zorgvuldige regionale afstemming, conform provinciale verordening. 5 Dit advies wordt wanneer nodig op basis van regionale afstemming en op initiatief van aanvragende gemeente voorgelegd aan het Algemeen Bestuur (AB) van Regio Rivierenland ter besluitvorming van de statusverandering in het RPW.
6 De aanvragende gemeente doorloopt vervolgens de reguliere procedure voor wijziging omgevings-/bestemmingsplan.
30
Regionaal Programma Werklocaties 2025-2029
Stroomschema’s op basis van dit RPW
31
Regionaal Programma Werklocaties 2025-2029
Colofon Datum: 18 juni 2025 Projectnummer: 24.279 Opdrachtgever: Regio Rivierenland Opdrachtnemer: Stec Groep Adviseurs: Hub Ploem, Anneloes Bouma en Nina Dolsma Stec Groep Onderzoek en advies over wonen, werken en leefomgeving Postbus 217, 6800 AE Arnhem Willemsplein 5, 6811 KA Arnhem 026 - 751 41 00 info@stec.nl www.stec.nl
32