2025-250.1 Bijlage Beleidsplan toezicht en handhaving West Maas en Waal 2024-2027
Tekst van het document
Beleidsplan toezicht en handhaving West Maas en Waal 2024-2027 Algemene Plaatselijke Verordening, Alcoholwet, Wegenverkeerswet, Wet op de kansspelen en overige bijzondere wetten
Vastgesteld door de gemeenteraad September 2024
Alphen - Altforst
- Appeltern
- Beneden-Leeuwen - Boven-Leeuwen - Dreumel
- Maasbommel - Wamel
Inleiding Voor u ligt het beleidsplan toezicht en handhaving Algemene Plaatselijke Verordening, Alcoholwet, Wegenverkeerswet, Wet op de kansspelen en overige bijzondere wetten. In dit hoofdstuk leest u over de aanleiding, de reikwijdte en de rolverdeling van de verschillende bestuursorganen. 1.1 Aanleiding Om veilig te wonen, werken en vrije tijd te besteden zijn regels nodig. Deze regels staan in de Algemene Plaatselijke Verordening West Maas en Waal, de Alcoholwet, de Wegenverkeerswet, de Wet op de Kansspelen, de Omgevingswet en overige bijzondere wetten. Het is onze taak als gemeente om ervoor te zorgen dat deze wettelijke voorschriften en regels worden nageleefd. Er zijn verschillende manieren om dit te doen, bijvoorbeeld preventieve maatregelen, het houden van toezicht en indien nodig door te handhaven. Voor naleving zorgen we samen met onze partners. Omgevingswet Voor de toezicht en handhaving op de Omgevingswet heeft de Omgevingsdienst Rivierenland een regionaal beleidsplan opgesteld; het VTH-beleid Rivierenland. Om deze reden richt deze beleidsnota zich niet op de Omgevingswet. Visie op toezicht- en handhavingstaken In dit beleidsstuk leest u onze visie op toezicht- en handhavingstaken. We stellen onze prioriteiten vast en maken duidelijk hoe we de komende tijd toezicht gaan houden en handhaven.
Dit beleid is daarmee een kader voor alle betrokken partijen om hun werk gericht te doen. Een nadere uitwerking van de uitvoering van dit beleidskader wordt opgenomen in het Uitvoeringsprogramma handhaving wat tweejaarlijks wordt vastgesteld door het college. 1.2 Reikwijdte en relatie met andere plannen Het toezicht- en handhavingsbeleid richt zich op de bovengenoemde onderwerpen en is een nadere uitwerking van het Integraal Veiligheidsplan Tweestromenland 2023-2026 en het Uitvoeringsplan Tweestromenland 20232024 en onderliggende beleidsplannen. 1.2.1 Het Integraal Veiligheidsplan Tweestromenland 2023-2026 (IVP) In het Integraal Veiligheidsplan Tweestromenland 2023-2026 ligt een sterke link met dit (integraal) handhavingsbeleid op het gebied van de Alcoholwet, overlastgevende panden (ondermijning en Wet aanpak woonoverlast), drugshandel op straat, gebiedsontzeggingen, exploitatievergunningen, coffeeshops en prostitutie. Door integraal samen te werken met de partners in het veiligheidsdomein kunnen problemen op deze gebieden effectief worden aangepakt. 1.2.2 Alcoholwet Middels het Preventie- en Handhavingsplan Alcoholwet 2021-2024 geven wij invulling aan een belangrijke wettelijke taak in de uitvoering van de Alcoholwet.
De Alcoholwet is een bijzondere wet die de verstrekking van alcoholhoudende dranken regelt en onze jeugd beschermt tegen de negatieve effecten van alcohol op de gezondheid en veiligheid. Onze gemeente streeft ernaar dat haar jonge inwoners gezond, veilig en kansrijk kunnen opgroeien. Alcohol hoort daar niet bij, in elk gevolg niet tot het 18e jaar. Een sociale en fysieke omgeving die stimuleert tot het gewenste gedrag is ondersteunend aan deze ambitie. De gemeente zet daarom in op een adequate naleving van de Alcoholwet, het versterken van de sociale omgeving rondom jongeren en het faciliteren van een fysieke omgeving die gezond gedrag stimuleert. 1.3 Rolverdeling bestuur De bevoegdheid voor toezicht en handhaving binnen de genoemde onderwerpen ligt afhankelijk van het onderwerp bij de burgemeester dan wel bij het college. 2. Wat is toezicht en handhaving? Door toezicht en handhaving zorgen wij voor naleving van wettelijke voorschriften en regels. Hierna volgt een beschrijving van begrippen, wat we willen bereiken en wat we daarvoor nodig hebben. 2.1 Toezicht Toezicht is het verzamelen van informatie over de vraag of een handeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen, het zich daarna vormen van een oordeel daarover en het eventueel naar aanleiding daarvan ingrijpen. Bij toezicht voeren we controles uit om na te gaan of wettelijke voorschriften worden nageleefd.
Het is een preventieve maatregel. Er zijn verschillende vormen van toezicht. In de ‘klassieke’ vorm zijn inspecties meestal eenrichtingsverkeer.
2.2 Handhaving en instrumenten Met handhaving wordt gedoeld op de activiteiten van de overheid om een bepaalde mate van naleving te bewerkstelligen of af te dwingen. Handhaving is een mogelijk vervolg op toezicht. Het gaat om elke (re)actie die erop gericht is om de overtreding te beëindigen door het opleggen van bestuursrechtelijke maatregelen. De gemeente heeft een aantal informele en formele instrumenten om regels te handhaven: - Het geven van voorlichting en advies; - Het voeren van gesprekken en/of bemiddeling; - Het versturen van waarschuwingsbrieven; - Inzet van het voornemen tot een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang; - Het opleggen van een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang; - Het intrekken van een vergunning dan wel ontheffing; - Het opleggen van een bestuurlijke boete of strafbeschikking. 2.3 Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving Juridisch gezien is het van belang om een onderscheid te maken tussen enerzijds bestuursrechtelijke handhaving en anderzijds strafrechtelijke handhaving. Bestuursrechtelijke handhaving Voor de toezichthouders geldt dat zij door of namens het college of de burgemeester als zelfstandig bestuursorgaan worden aangewezen als toezichthouder conform de Algemene wet bestuursrecht (Awb) (titel 5.2).
In het aanwijzingsbesluit staat beschreven waarvoor de toezichthouder bevoegd is tegen op te treden en krachtens welke wettelijke bepalingen. Strafrechtelijke handhaving De bevoegdheden en vereisten rondom de handhavers zijn vastgelegd in het Wetboek van Strafvordering (art. 142) en de Politiewet. Middels een categoriaal besluit van de minister van Justitie en Veiligheid is voor de gemeente vastgelegd binnen welk domein en op welke artikelen uit de domeinlijst de handhavers strafrechtelijk mogen handhaven en welke middelen zijn daarvoor mogen inzetten. Enkel handhavers die aan de vereiste van buitengewoon opsporingsambtenaar voldoen en hiertoe ook specifiek beëdigd zijn door de korpschef mogen strafrechtelijk handhaven binnen de gemeente. De algemene handhavingsstrategie van de handhavers is dat ze met de meest licht toepasbare maatregel de overtreding doen stoppen of voorkomen. Dat begint met het informeren van de inwoner en het aangaan van een gesprek over de overtreding. Indien nodig wordt een waarschuwing gegeven of een boete uitgedeeld. 2.4 Strategische doelstelling Handhaving is samen met vergunningverlening en toezicht een belangrijk instrument om de gezondheid, veiligheid en leefbaarheid in onze gemeente te borgen. Het college heeft in haar collegeprogramma 2022-2026 de volgende missie benoemt: ‘Bijdragen aan het levensgeluk van onze inwoners’.
Als deelvisie voor het thema veiligheid staat daarin tevens genoemd: ‘West Maas en Waal is een veilige gemeente om in te wonen en te verblijven’. De doelstelling hiervan is: ‘het realiseren van een gemeente waarin iedereen zich thuis en veilig voelt’. 2.5 Indicatoren en maatschappelijk effect Op het dashboard van ‘Waar staat je gemeente’ kan lokale politie-informatie vergeleken worden met de landelijke cijfers. Hieruit kunnen we de volgende conclusies afleiden: - Het aantal diefstal/inbraken in onze gemeente was in 2023 24,92 diefstal/inbraken in woningen per 10.000 inwoners en 7,48 diefstal/inbraken in boxen/garages/schuren. Landelijk lag het cijfer van diefstal/inbraken in woningen in 2023 een stuk lager namelijk 12,78 inbraken per 10.000 inwoners. Het landelijke cijfer voor diefstal/inbraken in boxen/garages/schuren lag in 2023 ook lager namelijk 6,18 inbraken per 10.000 inwoners. - Het aantal drugsdelicten (drugsvervaardiging, -handel en -bezit) lag in 2023 in onze gemeente lager dan het landelijk gemiddelde. In West Maas en Waal waren er in 2023 namelijk 3,99 drugsdelicten per 10.000 inwoners en landelijk was betroffen dit 7,59 drugsdelicten per 10.000 inwoners. - Uit een analyse van de meldingen jeugdoverlast blijkt dat er in de afgelopen tien jaar in onze gemeente structureel minder politieregistraties over jeugdoverlast zijn per 10.000 inwoners dan landelijk.
In 2023 waren er landelijk gezien 46,99 politieregistraties per 10.000 inwoners, in onze gemeente waren dat er in 2023 43,89. Pakkans De ‘gepercipieerde’ pakkans moet zo groot mogelijk zijn. Hierbij gaat het niet om de daadwerkelijke pakkans, maar het gevoel dat men heeft dat de pakkans is. Wisselende diensten, controles op wisselende tijden en meerdere controles op een dag of in een periode in een onregelmatige frequentie dragen bij aan deze perceptie.
Efficiënte handhaving met beperkte capaciteit De komende jaren sturen we op een nog betere samenwerking tussen politie en boa’s. Maandelijks komen de politie en de boa’s bij elkaar voor afstemming in de werkzaamheden. De operationele inzet wordt op deze manier zoveel mogelijk geborgd. Door het organiseren van een kwartaaloverleg kan worden gestuurd op prioritering van de operationele inzet. Zo kan de beperkte capaciteit zo efficiënt mogelijk worden ingezet. Wat willen we bereiken? Het doel van integrale handhaving is zorgen dat regels worden nageleefd. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid dat de samenleving zo gezond, leefbaar en veilig mogelijk is. Dat kan bereikt worden door op te treden tegen overtredingen, integrale controles uit te voeren, verbinding te leggen tussen de verschillende domeinen en samen te werken in de handhavingsketen. Daarmee kan overlast en misbruik worden voorkomen dan wel worden beëindigd. Uitgangspunten zijn eigen verantwoordelijkheid van inwoners en ondernemers, voorlichten als het kan en handhaven als het moet. We willen een gedragsverandering gericht op goede naleving. Handhaving vindt zodanig plaats dat er zo min mogelijk (administratieve) lasten zijn. De gemeente voert daarbij de regie. Het doel van deze beleidsnota is om inzicht te geven in het beleid.
Ambitie in cijfers Om meer concrete ambitie te kunnen nastreven de komende vier jaar willen we dit vastleggen in streefcijfers. Hierbij gebruiken wij de indicatoren van de politiecijfers die wij zojuist besproken hebben. Ondanks dat de meeste cijfers lager dan het landelijk gemiddelde liggen, is het altijd goed om te streven naar nog betere cijfers ofwel naar nog veiligere gemeente. Onze ambities voor 2027: - Diefstal- en inbraakcijfer van woningen naar 12 diefstal/inbraken in woningen per 10.000 inwoners in 2027. Deze ambities is behoorlijk, aangezien wij inzetten op een halvering van het aantal diefstallen/inbraken in woningen in onze gemeente in 2027. Maar wij vinden dit belangrijk. Diefstal/inbraak in woning raakt de betrokken inwoner enorm in zijn/haar veiligheidsgevoel. Er komt een crimineel in je eigen privédomein. Met deze ambitie richten wij ons op het landelijk gemiddelde. Wij denken dat wij met name door de prioriteit ‘veilig buitengebied’ hier een belangrijke slag in kunnen slaan. Onze prioritering wordt verderop in deze beleidsnotitie verder uitgebreid besproken. -
Aantal drugsdelicten (drugsvervaardiging, -handel en -bezit) naar 3 drugsdelicten per 10.000 inwoners in 2027. Deze ambitie lijkt klein, maar de afgelopen jaren is het cijfer op dit onderwerp gestegen in onze gemeente. Met dit ambitie hopen wij stabiel en onder het landelijk gemiddelde te blijven. Met onze drie gestelde prioriteiten die later in deze beleidsnotitie worden besproken, hopen wij dit cijfer in 2027 te behalen.
-
De indicator jeugdoverlast naar 35 politieregistraties per 10.000 inwoners in 2027. Dit zou betekenen dat er de komende vier jaar gemiddeld per 10.000 inwoners twee meldingen jeugdoverlast per jaar minder worden gemeld. Door een betere samenwerking op het gebied van preventie, zorg en handhaving in het kader van jeugd willen we dit bewerkstelligen. Hiermee blijven we ver onder het landelijk gemiddelde van het aantal politieregistraties jeugdoverlast per 10.000 inwoners.
Wat hebben we daarvoor over? Handhaving en toezicht is nauw verweven met Integrale Veiligheid. Om deze reden is het niet mogelijk om de financiële posten uit de begroting uit te splitsen in deze twee thema’s. In de gemeentelijke begroting van 2024 zijn de volgende posten op het gebied van Integrale Veiligheid terug te vinden: -
Openbare orde / Overige goederen en diensten (61020/4335): € 56.249 Deze post bestaat uit een structurele bijdrage voor het project buurtbemiddeling, de groene BOA/jachtopzichter, projectleider zorgfraude en zorg en veiligheid, Meldpunt Misdaad Anoniem. Daarnaast worden uit deze post incidentele posten betaald zoals de beveiliging voor carnavalsoptochten, het project Hackshield (digitale veiligheid). Het gehele bedrag wordt ieder jaar volledig besteedt.
-
Bijzondere wetten / Overige goederen en diensten (61025/4335): € 13.818 Deze post bestaat uit een structurele bijdrage voor toezicht en handhaving van de Alcoholwet, de ondersteuning van een extern bureau bij het verlenen van Alcoholwetvergunningen voor horecabedrijven. Daarnaast blijft er een klein budget over voor incidentele acties, zoals de actie NIXzonderID.
Op dit moment hebben we als blauwe BOA slechts één BOA in dienst (1 FTE). Dit is erg summier voor zo’n groot werkgebied. In het Uitvoeringsprogramma wordt verder uiteengezet wat de activiteiten van de BOA zijn en wat de wensen daarin zijn qua eventuele uitbreiding van de capaciteit.
3. Visie en uitgangspunten Een belangrijk onderdeel van een goed toezicht- en handhavingsbeleid is een visie. De visie maakt duidelijk welke koers we de komende jaren gaan varen. Ook geldt de visie als een leidraad bij het formuleren van de uitgangspunten. 3.1 Visie Onze (deel)visie voor het thema veiligheid uit het collegeprogramma luidt: ‘West Maas en Waal is een veilige gemeente om in te wonen en te verblijven’. Daar zorgen we samen voor. We spreken elkaar aan op ieders rol. Inwoners, bedrijven, organisaties en instellingen worden intensief betrokken. Daar hoort bij dat ze zelf verantwoordelijkheid nemen. Voorlichting en duidelijke communicatie moeten zorgen voor een groter besef van die eigen verantwoordelijkheid. Daarnaast houden we toezicht. Waar deze aanpak niet werkt, treden we handhavend op door bestuurlijke en/of strafrechtelijke maatregelen en/of sancties op te leggen. 3.2 Uitgangspunten Op basis van onze visie komen we tot de onderstaande uitgangspunten: - Inzetten op het voorkomen van overtredingen (preventie): we zetten sterk in op de preventie. Spontane naleving van wettelijke voorschriften en regels door inwoners en ondernemers begint met goede voorlichting en informatie over deze voorschriften en regels en waarom de gemeentelijke bestuursorganen deze stellen. -
Iedereen is zelf verantwoordelijk voor een gezonde, veilige en leefbare leefomgeving: inwoners, bedrijven en organisaties zijn in de eerste instantie zelf verantwoordelijk voor het naleven van de regels. Daar waar zij zelf een rol kunnen vervullen, moeten zij deze pakken en verantwoordelijkheid nemen, door bijvoorbeeld overlastgevers of overtreders eerst zelf aan te spreken op hun gedrag.
-
Belang van veiligheid en gezondheid staat voorop: een veilige en gezonde gemeente is een kernwaarde. Zijn de veiligheid en gezondheid in het geding, dan gaan we sneller over tot het houden van toezicht en het handhaven.
-
Het toezicht- en handhavingsbeleid is eenduidig, helder en transparant: dit betekent dat we duidelijke afspraken en uitgangspunten formuleren en daarmee een houvast bieden aan onze inwoners, bedrijven en organisaties.
-
Toezicht en handhaving als voorbeeld voor de rest van de samenleving: met handhaving wordt niet alleen het gedrag beïnvloed van de overtreder, maar het heeft ook een voorbeeldfunctie richting de samenleving. Zo kan het uitvoeren van toezicht en het handhavend optreden ook een preventieve werking hebben.
-
Toezicht houden en handhaven is maatwerk: omdat geen enkele overtreding hetzelfde is, is het belangrijk om de reactie en de maatregelen af te stemmen op de specifieke situatie.
3.3 Eigen verantwoordelijkheid en buurtbemiddeling Na ontvangst van een melding of een handhavingsverzoek gaan wij eerst na of de klager zelf de vermoedelijke overlastgever/overtreder heeft aangesproken op zijn gedrag. Ook gaan wij na of de klager en de vermoedelijke overtreder de situatie zelf kunnen oplossen of via een vorm van (buurt)bemiddeling een oplossing kunnen vinden. We verwachten dus dat de klager (indien mogelijk) zelf de eerste stap zet (eigen verantwoordelijkheid). Slagen de klager en de vermoedelijke overtreder er niet in om het probleem onderling op te lossen, dan volgt nadere actie. Soms gaat het niet zozeer om de vermoedelijke overtreding, maar heeft het verzoek een achterliggend probleem. Door te praten kunnen wij er wellicht achter komen wat de motivatie van de melder is. Bij sommige problemen (zoals burenruzies) kan buurtbemiddeling een oplossing zijn. Door het (vroegtijdig) inzetten van buurtbemiddeling kunnen langdurige en kostbare juridische toezicht- en handhavingstrajecten mogelijk worden voorkomen. Helpt buurtbemiddeling niet en is er sprake van woonoverlast dan kan de burgemeester optreden in het kader van de Wet aanpak woonoverlast en de daarbij behorende beleidsregel Wet aanpak woonoverlast West Maas en Waal 2018. 4. Prioritering van toezicht- en handhavingstaken De toezicht- en handhavingstaken zijn divers en omvangrijk.
Het is onmogelijk om op alle taken een intensief toezicht te houden en indien nodig handhavend op te treden. Daarnaast is de kans op overtreding van sommige regels groter dan van andere. Het is daarom nodig om prioriteiten te stellen. Zo wordt de beschikbare capaciteit risico gestuurd en effectief ingezet. In onze gemeente richten wij ons op de volgende thema’s: APV Hondenpoep, gevaarlijke honden; Caravans, aanhangers, autowrakken;
-
Uitzichtbelemmerende voertuigen; Afval, zwerfafval en afvaldumpingen; (Exploitatie)vergunningen; Terrassen/uitstallingen; Standplaatsen; Geluidshinder; Reclame; Voorwerpen op of aan de weg; Overige onderwerpen zoals kamperen, winkels, collecteren etc.
Veiligheid Drugspanden en drugsproblematiek; Aanpak woonoverlast; Jaarwisseling en vuurwerk; Jeugdoverlast; Alcohol; Evenementen; Verwarde personen; Gebiedsontzeggingen; Heling; Prostitutie; Verkeersveiligheid. 4.1 Prioriteiten Voor de periode 2024-2027 kiezen we voor de volgende prioriteiten: - Schoon- en veilig buitengebied: in het buitengebied is het goed wonen, ondernemen en recreeren. Helaas komt de veiligheid van het buitengebied steeds meer onder druk te staan door de toename van criminele activiteiten. De uitgestrektheid van ons buitengebied maakt het gebied kwetsbaar voor criminele activiteiten. Naast hennepkwekerijen, xtc-labs en diefstal van bijv. diesel kunnen we hierbij ook denken aan dumping van chemisch afval en drugsafval. Afgelopen jaren hebben wij met het project ‘Veilig Buitengebied’ al grote stappen gemaakt om het buitengebied veiliger te maken. Op donderdag 6 juli 2023 hebben wij het certificaat ‘Veilig Buitengebied’ in ontvangst genomen. Echter stopt de aanpak hier niet mee. De borging van de veiligheid is nu een belangrijke taak. Daarom hebben we dit thema als prioriteit opgenomen in dit beleidsplan. -
Veilige bedrijventerreinen: naast ons buitengebied zijn ook onze bedrijventerreinen kwetsbaar voor criminele activiteiten. Bedrijventerrein zijn afgelegen en ’s avonds vaak verlaten wat dit dé plek maakt voor criminelen om daar hun activiteiten te verrichten. Onze ondernemers hebben baat bij een veilig bedrijventerrein. Het biedt personeel een veilig en fijne werkomgeving en zorgt voor een afname van de bedrijfsschade. Ook verbeter het imago van het bedrijventerrein en dat versterkt de concurrentiepositie. Voor ondernemers is het belangrijk dat zij kunnen rekenen op onze inzet als gemeente en de politie en brandweer bij het veilig maken van het bedrijventerrein. Daarom hebben we dit thema als prioriteit opgenomen in dit beleidsplan.
-
Jeugd: het aantal meldingen jeugdoverlast ligt in West Maas en Waal lager dan het gemiddelde in Nederland en het lager dan het gemiddelde van onze Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. Om aandacht te houden op dit specifieke onderwerp is prioritering van belang. Gezamenlijk met de andere gemeenten in Tweestromenland is er een regionale werkgroep actief die zich bezighoudt met het implementeren van het 7-stappenmodel. Het 7-stappenmodel is een werkproces voor de aanpak van problematische jeugdgroepen en groepsgedrag. Belangrijk bij dit thema is de samenwerking met team Samenleving. Deze prioriteit ziet dan ook niet alleen op de aanpak van de overlast, maar ook op optimalisering van de samenwerking met dit team zodat zowel aan de preventie- (en zorg)kant als aan de handhavingskant.
-
Verkeersveiligheid: doel van deze prioriteit is het terugdringen van het aantal slachtoffers in het verkeer (doden en gewonden) en het stimuleren van verkeersveilig gedrag. Een gezamenlijke aanpak van gemeenten, politie en OM ten behoeve van het verhogen van naleefgedrag van de geldende verkeersregels dient verder te worden beschreven en uitgewerkt, waarbij aandacht is voor effectieve preventieve methodes en nieuwe handhavingsarrangementen. Dit betreft tevens een regionaal geprioriteerde thema waarbij wij als gemeente nauw willen aansluiten om zo de verkeersveiligheid in de dorpen te verhogen; aan te sluiten bij het doel van de Provincie voor nul verkeersdoden en het bewustzijn onder risicogroepen (zoals senioren, schooljeugd en jongeren) te vergroten.
Herkenbare prioriteiten De bovengenoemde prioriteiten sluiten aan bij de prioriteiten die zijn gesteld in het Integraal Veiligheidsplan Tweestromenland 2023-2027 en het bijbehorende lokale uitvoeringsplan. Prioritering van deze thema’s betekent niet dat andere zaken uit het beeld verdwijnen. Bij signalen en meldingen beoordelen we of acuut ingrijpen noodzakelijk is. Is dit niet het geval? Dan informeren we de betrokkene(n) hierover.
4.2 Samenwerkingspartners Toezicht houden en handhaven op onze prioriteiten binnen de APV doen we niet alleen. We werken nauw samen met verschillende partners. Hieronder staat een kort overzicht van deze partijen en hun taken. • De gemeente houdt zich onder andere bezig met de APV, bestuursrechtelijke handhaving en de Wet tijdelijk huisverbod. Daarnaast voert de ‘blauwe’ buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) o.a. controles uit op het gebied van (geluids)overlast, jeugdoverlast en APV-meldingen. • Naast de ‘blauwe’ BOA is er in onze gemeente ook een ‘groene’ BOA ofwel jachtopzichter actief in ons buitengebied. De groene BOA heeft toezichtstaken op het gebied van de wildstand, de aanpak van dumpingen van drugsafval en andere criminaliteit en de overlast van o.a. loslopende honden en motorcrossers. De ‘groene’ BOA werkt nauw samen met de ‘blauwe’ BOA en de politie. • De Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) voert onder andere geluidsmetingen uit tijdens evenementen en controles vanuit de Omgevingswet. • De politie is een samenwerkingspartner van zowel ons als de Omgevingsdienst Rivierenland. De politie vervult zowel een strafrechtelijke als een bestuursrechtelijke rol. De politie is in veel gevallen ook toezichthouder op basis van onder andere de APV.
• De brandweer/Veiligheidsregio verricht werkzaamheden zoals het toetsen van vergunningsaanvragen en het controleren op brandveiligheid in opdracht van de gemeente. 4.3 Trends en ontwikkelingen Op het gebied van handhaving zijn de nodige ontwikkelingen: • Datagericht werken: de inzet van data en nieuwe technologieën voor toezicht en handhaving neemt alleen maar toe. Er komen nieuwe methoden van toezicht waarin de analyse van data en signalen centraal staat. • Beleid: de Omgevingswet heeft 26 bestaande wetten over de fysieke leefomgeving vervangen. Toezicht en handhaving krijgt mogelijk een grotere rol. Doordat in het nieuwe stelsel minder vergunningen zijn, meer zorgplichten en meer algemene regels van toepassing zijn, vind in het nieuwe stelsel vaker een toets achteraf plaats. De toezicht en handhaving van de Omgevingswet ligt bij ons in handen van de ODR. • Zorg en veiligheid: de werelden van zorg en veiligheid krijgen steeds meer met elkaar te maken. In allerlei overleggen worden bewoners met zogenaamde multiproblematiek besproken. Zonder hulp leidt dit tot meer onveiligheid en overlast. We verwachten een stijging van situaties van woonoverlast en een grote vraag naar handhaving. • Samenwerking politie: door een herprioritering van de politie op het gebied van handhaving en de groter wordende rol van boa’s verschuiven sommige taken meer naar de gemeente.
Hierbij kan gedacht worden aan de aanpak van overlastfeiten. Daarnaast kan ook gedacht worden aan nieuwere onderwerpen zoals ondermijning of de verplichting van het digitaal opkopersloket en -register (DOL en DOR). Het is belangrijk dat de politie en de boa effectief met elkaar samenwerken en de beperkte capaciteit (van beide kanten) zo efficiënt mogelijk wordt ingezet. • APV ondermijningsproof: landelijke ontwikkelingen bieden steeds meer handvatten om ondermijning tegen te gaan. Veel van deze handvatten zijn preventief van aard en ontmoedigen de vermenging van de onder- en bovenwereld. Onze gemeente volgt en implementeert deze ontwikkelingen ook. In 2022 is de APV ‘ondermijningsproof’ gemaakt, waardoor een nieuw handhavingskader toegevoegd is aan de instrumenten die onze gemeente kan toepassen. Deze ontwikkelingen brengen nieuwe uitdagingen met zich mee en leveren waar nodig ook het nodige aan werkdruk op voor de gemeente en haar partners. • Nieuwe taken vanuit ‘Den Haag’: door de vele ontwikkelingen op het veiligheidsgebied en de nieuwe taken die vanuit ‘Den Haag’ bij de gemeente worden neergelegd, neemt de druk op de huidige veiligheidsambtenaren steeds meer toe. 5. Nalevingsstrategieën Dit hoofdstuk beschrijft hoe de gestelde prioriteiten vertaald worden naar een nalevingstrategie.
Onze nalevingstrategie laat zien op welke wijze en met welke instrumenten we naleving van regels willen bereiken. De nalevingstrategie bestaat uit vier delen: de preventieve strategie, de toezichtstrategie, de handhavingsstrategie en de gedoogstrategie. Bij de verschillende strategieën zijn verschillende instrumenten te gebruiken. De instrumenten kunnen niet los van elkaar gezien worden, maar zijn complementair aan elkaar oftewel de instrumenten vullen elkaar aan en versterken elkaar. 5.1 Preventieve strategie Met de preventieve strategie willen we naleving van wettelijke voorschriften vergroten, zonder dat er repressieve middelen (straffen) aan te pas komen. Manieren om preventief op te treden zijn: deregulering, handhaafbaarheid van regels, communicatie, voorlichting en buurtpreventie. Voorkomen is beter dan genezen; de preventieve strategie speelt een belangrijke rol.
5.1.1 Deregulering Deregulering betekent het schrappen van wettelijke voorschriften. Het gaat om regels/voorschriften waarvan de betekenis verloren is gegaan of die conflicteren met andere wettelijke voorschriften. Het is de bedoeling dat alleen regels overblijven die nut en noodzaak hebben. In de afgelopen jaren is in onze APV deregulering regelmatig toegepast. Ook in de toekomst zullen we jaarlijks de APV beoordelen of te bezien of er artikelen geschrapt kunnen worden. Hierbij wel de kanttekeningen dat we moeten uitkijken niet te veel te schrappen; indien een artikel eenmaal geschrapt is, kan immers op dat onderwerp niet meer gehandhaafd worden. Ook niet indien dit wel nodig blijkt.
5.1.2 Handhaafbaarheid van wettelijke voorschriften Wettelijke voorschriften moeten afdwingbaar en handhaafbaar zijn. Om de handhaafbaarheid van wettelijke voorschriften te vergroten is het van belang dat er goede interne afstemming plaatsvindt tussen de opstellers van deze voorschriften en de toezichthouders/handhavers hiervan. 5.1.3 Communicatie en voorlichting Vaak zijn onwetendheid en onbekendheid de grootste oorzaken van het niet naleven van de gestelde wettelijke voorschriften. Door goede communicatie en voorlichting creëren we bewustwording. De communicatie moet begrijpelijk en laagdrempelig zijn, op de juiste manieren plaatsvinden en via de juiste kanalen worden verspreid. Dit is met name van belang bij nieuwe wettelijke voorschriften. De geldende wettelijke voorschriften zoals de APV, de Alcoholwet, de Wet op de kansspelen, als ook de Wet aanpak woonoverlast en de bijbehorende gemeentelijke beleidsregels zijn te vinden op onze gemeentelijke website en op www.overheid.nl. 5.1.4 Buurtpreventie Ook inwoners spelen een belangrijke rol in de naleving van wettelijke voorschriften. Zo draagt sociale controle in een dorp niet alleen positief bij aan het veiligheidsgevoel, het bevordert ook de naleving van de regels. Onze dorpen kennen WhatsApp buurtpreventieapps, waarvan wij als gemeente een bijdrage leveren aan het hosten van de bijbehorende website.
5.2 Toezichtstrategie Bij het uitoefenen van toezicht gaan we na in hoeverre regels worden nageleefd. Worden de regels niet nageleefd, dan nemen we maatregelen om de situatie te herstellen. Het actief controleren op het niet naleven van wettelijke voorschriften kan een preventieve werking hebben en daardoor het naleefgedrag bevorderen. 5.2.1 Aanbodgericht toezicht Een toezichthouder heeft onder andere de taak om gericht toezicht te houden op basis van afgegeven vergunningen. Voorbeelden zijn de evenementenvergunningen, Alcoholwetvergunningen en exploitatievergunningen. In deze gevallen verleent de burgemeester of het college een vergunning en controleert de toezichthouder of aan de voorschriften en/of beperkingen uit de vergunning wordt voldaan. Actie op meldingen vormt een andere belangrijke taak van de toezichthouder. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen formele (handhavings)verzoeken en telefonische/schriftelijke meldingen. Gezien de beperkte capaciteit is het hierbij van belang dat de toezichthouder nagaat of de melding binnen de prioriteiten van toezicht en handhaving past en of de melding van dusdanig hoog risico is dat er direct moet worden ingegrepen. 5.2.2 Vrije veldtoezicht (surveillance) Het vrije veldtoezicht is niet gericht op een specifieke locatie, gebouw of melding. Het gaat hierbij om algemeen toezicht in de openbare ruimte.
Hieronder valt bijvoorbeeld overlast door honden of zwerfafval. Deze overtredingen constateren de toezichthouders/boa’s met regelmatige surveillance. 5.2.3 Projectmatig toezicht Als de situatie zich voor doet, kunnen we ervoor kiezen om het toezicht op één of meerdere handhavingsthema’s op een projectmatige wijze uit te voeren. Deze thema’s worden tweejaarlijks vastgesteld in het Uitvoeringsprogramma. Gedacht kan worden aan ondermijningscontroles op bedrijventerrein of controles in het buitengebied. Bij deze projectmatige thema’s kan vaak aangesloten worden bij provinciale of regionale projecten. 5.2.4 Opvoedend karakter Het is belangrijk dat toezicht een opvoedkundig karakter heeft, zodat men zelf alsnog de verantwoordelijkheid kan nemen voor het naleven van een wettelijk voorschrift. De toezichthouder/boa moet informeren, overtuigen en waarschuwen. Daarnaast kan meegedacht worden aan een oplossing in een informeel traject, zoals bijv. buurtpreventie of buurtbemiddeling.
5.3 Handhavingsstrategie Leidt de preventieve en de toezichtstrategie niet tot het gewenste gedrag en is er geen sprake van een oplossing, dan hebben wij een beginselplicht tot handhaving. Dit betekent dat we over moeten gaan tot het nemen van maatregelen/sancties. Er kan dan bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijk worden opgetreden. Dit is afhankelijk van de schade, gevaar en/of hinder die wordt veroorzaakt door de overtreding. 5.3.1 Bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten Bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten zijn, zoals de naam al aangeeft, verankerd in het bestuursrecht. Bestuursrechtelijke sancties zijn de (preventieve) last onder dwangsom, de last onder bestuursdwang, het intrekken of schorsen van een verleende vergunning en de bestuurlijke boete. Ook kan een pand worden gesloten voor (on)bepaalde tijd. Per situatie moet er op basis van de geldende wetten en specifieke beleidsregels een afweging worden gemaakt welke maatregel gepast is en worden de belangen van de overtreder gewogen. Afstemming met de politie, het OM, de ODR en/of andere partijen is hierbij van belang. Het doel van deze vormen van handhaving het beëindigen en voorkomen van herhaling van de overtreding. Het is belangrijk om de te nemen maatregelen/sancties met de portefeuillehouder handhaving af te stemmen. De meeste handhavingsbevoegdheden zijn belegd bij de burgemeester.
Om op te kunnen treden, is het van belang dat een overtreding door de toezichthouder/boa wordt geconstateerd. Is dit niet het geval, dan is het niet mogelijk om handhavend op te treden. 5.3.2 Strafrechtelijke handhavingsinstrumenten Strafrechtelijke handhaving is gericht op het straffen van de overtreder en vooral belegd bij de politie. Binnen de strafrechtelijke handhaving wordt onderscheid gemaakt tussen een proces-verbaal en een bestuurlijke strafbeschikking. Beide kunnen worden opgesteld door een opsporingsambtenaar van de politie. Middels een bestuurlijke rapportage kan de burgemeester op de hoogte worden gesteld van bepaalde feiten waarmee vervolgens bestuursrechtelijk kan worden opgetreden. Deze ‘meersporen’ aanpak versterkt elkaar en vult elkaar aan. 5.4 Gedoogstrategie Gedogen houdt in dat er niet opgetreden wordt tegen een overtreding. Op dit moment zijn we terughoudend met gedogen. Het belang van consequent toepassen van regels staat voorop. De inwoners leven de regels het beste na als zij weten dat wij deze regels ook handhaven. Er kunnen echter omstandigheden zijn waarin gedogen toch gewenst is, namelijk als: - er sprake is van een overmacht- of overgangssituatie; - het is het belang van de norm is om te gedogen; of - er een zwaarwegend belang is welke gedogen rechtvaardigt.
5.4.1 Vormen en voorwaarden Gedogen kan alleen actief, dus op basis van een expliciet (schriftelijk) besluit: een gedoogbeschikking. Stilzwijgend gedogen is niet toegestaan. Een gedoogbeschikking wordt in principe verleend voor een zo kort mogelijk, concrete termijn. Slechts in uitzonderlijke gevallen verlenen we deze voor onbepaalde duur of is een persoonsgeboden gedoogbeschikking mogelijk. Het is van belang dat er snel duidelijkheid komt over of er wel of geen gedoogbeschikking wordt afgegeven. Indien immers er geen gedoogbeschikking afgegeven wordt, zal er gehandhaafd moeten worden. Om zo transparant en open mogelijk te zijn, zal het besluit worden gepubliceerd op overheid.nl. Tegen een gedoogbeschikking is het maken van bezwaar mogelijk. 5.4.2 Landelijke richtlijn ‘gedogen in Nederland’ In een kamernota (vergaderjaar 1996-1997, 25 085) heeft de Tweede Kamer landelijk duidelijkheid geschept over wat gedogen is, of en zo ja in welke gevallen, in welke mate en onder welke voorwaarden gedogen aanvaardbaar kan zijn en welke middelen ingezet worden om de oorzaken van gedoogpraktijken te voorkomen. Wanneer gedogen aan de orde is, zal de landelijke richtlijn in onze gemeente worden gevolgd. Dat betekent dat wij onder gedogen verstaan: het (nog) niet handhavend optreden na constateren van een overtreding door onze toezichthouders.
Met andere woorden: bij ons moet bekend zijn dat er sprake is van een overtreding waarbij wij bewust de keuze maken (nog) niet handhavend op te treden. Wij maken van onze bevoegdheid tot gedogen slechts terughoudend, zorgvuldig en op verantwoorde wijze gebruik. Gedogen is voor ons daarom alleen aanvaardbaar als aan de volgende vier voorwaarden wordt voldaan: 1. Slechts in uitzonderingsgevallen: de afweging die bij het stellen van regels is gemaakt, doen wij niet over. Naleving van de regels is dus het uitgangspunt. In sommige situaties kan gedogen echter rechtvaardig zijn, namelijk wanneer: a. Handhaving duidelijk onrechtvaardig is; b. Het achterliggende belang van de regels beter gediend wordt met gedogen dan met naleven; of c. Wanneer een ander zwaarwegend belang gedogen rechtvaardigt.
2. Mits beperkt in omvang en/of tijd: omdat gedogen alleen in uitzonderingsgevallen aan de orde mag zijn, betekent het ook dat het niet langer of in grotere mate mag plaatsvinden dan door de situatie gerechtvaardigd wordt. Doet de uitzonderingssituatie zich niet meer voor, dan moet alsnog tot handhaving worden overgegaan. Als gedogen omvangrijk wordt of structureel dreigt te worden, moet heroverweging van de regel zelf plaatsvinden. Als dat (nog) niet mogelijk is, moet overwogen worden of legalisering aan de orde kan zijn. Waar (tijdelijk) legalisering van de overtreding mogelijk is, verdient dit altijd de voorkeur boven gedogen. 3. Vindt expliciet en na zorgvuldige kenbare belangenafweging plaats: gedogen is pas aan de orde wanneer dit door ons, expliciet, schriftelijk en na zorgvuldige kenbare belangenafweging is verklaard. De verklaring tot gedogen moet voor betrokkene duidelijk maken waar deze aan toe is en stelt eventuele derdebelanghebbenden in staat daartegen op te komen. Hierom zal de verklaring tot gedogen volstrekt duidelijk moeten zijn over de gedragingen die gedoogd worden, de termijn gedurende welke dat het geval zal zijn en welke voorwaarden daarbij gelden. Dit alles om de afwijking van de wet zo beperkt mogelijk te houden. 4. Is aan controle onderworpen: afhankelijk van de situatie zal regelmatig toezicht moeten plaatsvinden.
Op deze wijze kan worden gecontroleerd of de overwegingen die tot gedogen hebben geleid nog actueel zijn. Ook kan zo worden gecontroleerd of de beperking in tijd, omvang of overige voorwaarden worden nageleefd. Zo niet, na moet alsnog tot handhaving worden overgegaan.
6. Evaluatie Medio 2027 volgt een evaluatie van het beleid. Hierbij bekijken wij natuurlijk of onze ambities (de indicatoren) behaald zijn en waar bijsturing nodig is. De uitkomsten van de evaluatie worden als input gebruikt om het nieuwe beleidsplan voor de jaren daarna op te kunnen stellen.