2025-248.1 Concept Regionaal Actieplan Dak- en thuisloosheid Gelderland-Zuid 2026-2032
Tekst van het document
Regionaal Actieplan Dak- en Thuisloosheid Gelderland-Zuid 2026-2032 Status: Conceptversie – bedoeld als uitgangspunt voor verdere afstemming en besluitvorming met regiogemeenten en partners. === Over dit plan Dit concept Regionaal Ac eplan is opgesteld door de projectgroep Dak- en Thuisloosheid Gelderland-Zuid, in samenwerking met gemeenten en andere betrokken organisa es. Het vormt de basis voor het Regionaal Uitvoeringsplan Dakloosheid; samen vormt het ac eplan en het uitvoeringsplan het kader voor de lokale uitvoeringsplannen (zie a eelding). Besluitvorming gaat over document 1 en 2. Na vaststelling van het kader zullen gemeenten starten met de ontwikkeling van de lokale uitvoeringsplannen. Dit is document 1; document 2 wordt gedurende de consulta e fase gemaakt.
Het concept Regionaal Ac eplan is gebaseerd op de meest recente cijfers van april 2024. Met dit plan willen we samen de oorzaken en gevolgen van dak- en thuisloosheid aanpakken en terugdringen.
1
Samenva ng Kijk: er zijn steeds meer mensen dak- of thuisloos, en de zorgvraag binnen deze groep neemt sterk toe. Dit zorgt ervoor dat steeds meer mensen en gezinnen moeite hebben om mee te doen in de samenleving. We kampen met een tekort aan professionals, waardoor er lange wachtlijsten zijn voor behandeling en begeleiding. Daarnaast is er een structureel tekort aan budget voor maatschappelijke opvang. De huidige zorgvormgeving biedt een goede basis, maar er is meer nodig om dak- en thuisloosheid effec ef te voorkomen. Want: door het grote tekort aan betaalbare woningen stokt de uitstroom uit maatschappelijke opvang. Dit leidt ertoe dat er onvoldoende maatschappelijke opvangplaatsen beschikbaar zijn. Door dit tekort aan opvangplaatsen s jgt het aantal mensen dat noodgedwongen buiten moet slapen. Doordat mensen steeds langer op straat verblijven, groeit de onbehandelde zorgvraag, waarbij de problema ek zwaarder en complexer wordt. Deze toenemende zorgvraag zorgt op haar beurt voor extra druk op de lee aarheid en veiligheid, zowel voor de betrokken individuen als voor de samenleving als geheel. Het Na onaal ac eplan Dakloosheid – Eerst een thuis biedt een beleidskader met concrete doelen voor preven e, passende huisves ng en betere samenwerking tussen zorg en opvang. Dit plan is van groot belang om de genoemde problemen effec ef aan te pakken.
De Ethos-telling van april 2024 laat zien dat er in onze regio 1.357 dak- en thuislozen zijn, waarvan een groot deel langdurig dakloos is. Deze cijfers maken de urgen e van het probleem duidelijk en onderstrepen het belang van de doelen uit het Na onaal Plan Dus: ze en we in op preven e, het voorkomen van dak- en thuisloosheid, en het vergroten van aanbod van passende huisves ng. Dit is om a) dakloosheid te verminderen, b) escala e van zorg te voorkomen; c) mensen sneller vanuit maatschappelijke opvang te laten doorstromen naar passende vormen van huisves ng met – indien nodig - de juiste zorg, in de juiste vorm en maat, waardoor d) de druk op de lee aarheid en veiligheid van zowel het individu en samenleving afneemt.
2
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
Aanleiding ........................................................................................................................... 4 1.1
Nationaal actieplan Dakloosheid – Eerst een thuis ............................................................... 4
1.2
De regionale vertaling ............................................................................................................ 4
Missie, visie en doelen ........................................................................................................ 5 2.1
Missie ..................................................................................................................................... 5
2.2
Visie omgaan met dak- en thuisloosheid ............................................................................... 5
2.3
Visie op of positionering van Maatschappelijke Opvang ....................................................... 5
2.4
Uitgangspunten...................................................................................................................... 6
2.5
Doelen .................................................................................................................................... 6
De huidige situa e .............................................................................................................. 7 3.1
Belangrijke regionale kansen ................................................................................................. 8
4.
Waar willen we naar toe? ................................................................................................... 9
5.
Monitoring en sturing ....................................................................................................... 11
6.
5.1
Governance: ......................................................................................................................... 12
5.2
Monitoring en effectmeting................................................................................................. 12
Bijlagen: ............................................................................................................................. 12
3
1. Aanleiding 1.1 Na onaal ac eplan Dakloosheid – Eerst een thuis Op 30 november 2022 hebben het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrela es (BZK)het Na onaal Plan Dakloosheid-Eerst een thuis gelanceerd (Rijksoverheid, 2023). Het plan sluit aan op de Verklaring van Lissabon om dakloosheid in 2030 te beëindigen (European Commission, 2023). Het Na onaal Plan vraagt in essen e om op een totaal andere manier te kijken naar het vraagstuk ‘dakloosheid’. Hiervoor zijn zes leidende principes benoemd die als kompas dienen voor de regionale vertalingen van dit landelijke ac eplan.
Op 5 december 2022 zijn de bestuurlijke afspraken tussen zorgaanbieders, gemeenten, woningcorpora es en het Rijk ondertekend. (Rijksoverheid, 2023). Hierin is gezamenlijk afgesproken om integraal samen te werken aan het beëindigen van dakloosheid in 2030, onder de vlag van de Coali e Na onaal Ac eplan Dakloosheid – Eerst een Thuis. 1.2 De regionale vertaling De regionale samenwerking is gebaseerd op twee belangrijke documenten die als vertrekpunt gelden voor ons regionale ac eplan: Samen Dichtbij en Regioplan Beschermd Wonen. Het beleidsplan Samen Dichtbij uit 2017 richt zich op de inkoop en uitvoering van maatschappelijke opvang en beschermd wonen (MO/BW), evenals het bevorderen van openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGZ). Het Regioplan Beschermd Wonen uit 2022 is een regionaal uitvoeringsplan, voortkomend uit Samen Dichtbij. Deze kaders vormen het uitgangspunt voor dit CONCEPT Regionaal Ac eplan Dak- en Thuisloosheid Gelderland-Zuid.
4
2. Missie, visie en doelen 2.1 Missie Ons ul eme doel is het volledig uitbannen van dak- en thuisloosheid en ervoor zorgen dat iedereen die hiermee te maken hee (gehad) weer mee kan doen in de samenleving. 2.2 Visie omgaan met dak- en thuisloosheid We hanteren vier hoofddoelen met bijbehorende resultaten: Wonen eerst: Dakloosheid bestrijden we het beste door meer woonplekken te creëren die bovendien beter aansluiten op individuele behoe es. Maatschappelijke opvang blij daarbij een noodzakelijk vangnet.
Voorkomen is beter dan genezen: Huisuitze ngen ontstaan vaak doordat zowel inwoners als professionals de situa e niet jdig kunnen verbeteren.
Het vergroten van financiële bestaanszekerheid: Armoede is vaak een oorzaak van dakloosheid, daarom is het versterken van financiële bestaanszekerheid essen eel.
Uitvoering versterken: We zorgen dat professionals meer en betere instrumenten krijgen om inwoners passend te ondersteunen.
Deze doelen worden vertaald naar een uitvoeringsplan. 2.3 Visie op posi onering van Maatschappelijke Opvang Als iemand dreigt de woonplek te verliezen, moet die persoon eerst bij de eigen gemeente terecht kunnen voor hulp en ondersteuning. Wanneer dit lokaal niet voldoende lukt, kan gebruik gemaakt worden van het regionale vangnet van Maatschappelijke Opvang. Dit vangnet (= maatschappelijke opvang) biedt oplossingen voor problemen die lokaal niet op te lossen zijn. Veel mensen in een onzekere woonsitua e zijn voldoende zelfredzaam om met voldoende aandacht en passende ondersteuning weer een eigen woning aan te kunnen. Wanneer iemand echt dakloos raakt en er sprake is van sterk beperkte zelfredzaamheid en onderliggende problema ek, kan er een tussenstap nodig zijn. In bijlage 2 wordt het principe van ‘Wonen Eerst’ uitgelegd; in bijlage 3 de begrippen en defini es. De a eelding op de volgende pagina toont de samenhang. 5
Maatschappelijk Opvang
2.4 Uitgangspunten In het Regionaal Ac eplan Dakloosheid Gelderland-Zuid hanteren wij de volgende 6 uitgangspunten voor de uitwerking van de visie: 1. We richten ons op het vergroten van zelfredzaamheid en samenredzaamheid, ook bij de vormgeving van MO-voorzieningen. 2. Het voorkomen van dakloosheid hee prioriteit boven opvang of herhuisves ng. Is voorkomen niet gelukt, dan richten we ons op herstel (cura e, repara e). 3. Wonen met privacy en autonomie is de norm. 4. Het streven is om onvrijwillig buitenslapen volledig te beëindigen. 5. Er mag geen thuisloosheid zijn onder kinderen en jongeren tot 23 jaar. 6. Wat lokaal kan worden opgelost, doen we lokaal; wat regionaal moet, pakken we regionaal op. 2.5 Doelen Onze missie en visie zijn vertaald naar concrete, haalbare en meetbare doelen. Zo kunnen we volgen of we op koers liggen. Niet elk doel hee dezelfde doorloop jd. Wat sneller kan, pakken we ook sneller op. Per doel lichten we toe hoe we tot de formulering zijn gekomen. 1. In 2030 wordt 25% van de mensen die (dreigend) dak- of thuisloos zijn, opgevangen via het regionale vangnet van de maatschappelijke opvang. 2. 75% van deze groep kan lokaal worden geholpen, met passende ondersteuning. 6
Toelich ng: Deze percentages zijn gebaseerd op de uitkomsten van de ETHOS-telling. De zwaarste categorieën (1, 2 en 3) vormen nu ongeveer 27% van de totale groep. Dat zijn de mensen die op straat, een hutje/tentje of in een daklozenopvang leven. (Zie hoofdstuk 3 voor een toelich ng).Ook voor de overige 3 categorieën geldt dat deze mensen een onzekere en onstabiele woon- en leefsitua e hebben. Door meer in te ze en op preven e en het versterken van de lokale uitvoering, verwachten we dat in 2030 25% regionale opvang voldoende moet zijn. Omdat er lokaal al veel gebeurt, is het realis sch dat 75% van de huisves ngsvraag daar kan worden gerealiseerd. 3. In 2030 zijn de financiële kaders voor de centrumfunctie (aanbod MO) structureel toereikend. Dit is zichtbaar doordat er geen aanvullende financiering meer nodig is uit het overschot van BW-gelden (Beschermd Wonen). Toelich ng: Dit doel vereist twee belangrijke stappen. Door het regionale vangnet goed af te bakenen en een duidelijke voorziening in Rivierenland te ontwikkelen, ontstaat er ruimte om beschermde woonmiddelen lokaal in te ze en. Zo kunnen we investeren in preven e en betere ondersteuning Ac e 1: In 2026 zijn regionale criteria opgesteld voor gebruik van het regionale vangnet. Daarbij sluiten we aan op ontwikkelingen als de sluitende aanpak, het mentaal gezondheidsnetwerk en de sterke sociale basis.
Ac e 2: In 2026 is een Regionale Vangnet voorziening in Rivierenland ontwikkeld. 4. In 2030 vinden huisuitze ngen alleen nog plaats als gevolg van onwil om rekening te houden met de omgeving (bijvoorbeeld bij bewust ondermijnend gedrag) of het weigeren zich houden aan gangbare afspraken (bijvoorbeeld geen huur betalen). Toelich ng Veel huidige gebruikers van Maatschappelijke Opvang behoren tot de lagere inkomensgroepen en missen vaak vaardigheden om hun situa e zelfstandig te verbeteren. De schaarste aan betaalbare huur- en koopwoningen beperkt de doorstroming. Het behouden van de woonsitua e voorkomt veel problemen. Hiervoor is versterking van de uitvoering nodig, met meer inzet op het ac veren van informele netwerken in de directe leefomgeving en op maal gebruik van bestaande we elijke mogelijkheden. Het is hiervoor essen eel om maatwerk te bieden en recht te doen aan individuele verschillen.
3. De huidige situa e Tot april 2024 baseerden we onze kennis over het aantal dak- en thuisloze mensen in Gelderland-Zuid vooral op registra es van Bijzondere Zorg, IrisZorg en gespecialiseerde gemeentelijke loke en. Een belangrijk nadeel van deze registra es is dat iemand pas als dak7
of thuisloos wordt meegeteld wanneer de problemen zich al hebben opgestapeld en te groot zijn geworden. Omdat preven e een belangrijke pijler is in ons beleid, vinden we het belangrijk om zo breed mogelijk naar dak- en thuisloosheid te kijken en ook op deze manier te gaan tellen. Op 8 april 2024 hebben 84 organisa es meegeteld aan de Ethos-telling daken thuisloosheid Gelderland-Zuid. Deze telling kijkt breed naar alle vormen van dakloosheid en onderscheidt de volgende groepen: 1. Mensen die verblijven in de openbare ruimte 2. Mensen in de noodopvang voor dakloze mensen 3. Mensen in een jdelijke opvang voor dakloze mensen 4. Mensen die een instelling verlaten zonder vervolghuisves ng en mensen die langer in een instelling verblijven wegens gebrek aan passende vervolghuisves ng 5. Mensen in een niet-conven onele woonruimte, vanwege gebrek aan huisves ng, zoals auto, kraakpand of vakan ewoning 6. Mensen die jdelijk verblijven van familie, vrienden of kennissen. In totaal zijn er in onze regio 1357 dak- en thuisloze personen geteld, waarvan 1.197 volwassen en 160 kinderen. Opvallend is dat 31% langer dan 2 jaar dakloos is. Ook valt op dat er rela ef meer jonge mensen zijn geteld dan in andere regio’s. De Ethos-telling gee ons een beter inzicht in gemeenten het meeste verschil kunnen maken.
Ondanks de grote zorgvuldigheid en inzet waarmee door 84 organisa es is geteld, verwachten we dat het werkelijke aantal dak- en thuisloze mensen waarschijnlijk hoger ligt. Dit komt bijvoorbeeld door semi- of illegale woonvormen die vaak ‘buiten beeld’ blijven. Voor deze doelgroepen is er, naast de kwan ta eve telling, ook een kwalita ef onderzoek gedaan. Samen geven deze twee onderzoeken waardevolle informa e en stuurgegevens voor het Ac eplan Dakloosheid Gelderland-Zuid. 3.1 Belangrijke regionale kansen We beschikken in Gelderland-Zuid over een breed en kwalita ef goed aanbod van maatschappelijke opvang. Tegelijker jd is Gelderland Zuid een enorm uitgestrekte regio waardoor belangrijke voorzieningen niet voor iedereen makkelijk bereikbaar zijn. De bereikbaarheid vraagt om extra aandacht. Aanvullend kunnen we veel impact maken met een sterke focus op preven e, kennisontwikkeling en betere informa evoorziening voor zowel professionals als inwoners. Voorkomen dat mensen instromen in een regionale opvangvoorziening moet een belangrijke doelstelling worden voor regiogemeenten. Juist door lokaal verantwoordelijkheid te nemen, kunnen zij meer verschil maken. In het uitvoeringsplan dakloosheid zullen we daarom op een aantal regionale kansen gericht inze en.
Centrale Toegang maatschappelijke ondersteuning De centrale toegang voor maatschappelijke opvang is belegd bij de GGD Gelderland Zuid. In de samenwerking met Bijzondere Zorg en gemeenten zit ruimte om processen beter aan te 8
laten sluiten op wat lokaal nodig is. Denk aan het flexibeler om te gaan met in- en uitslui ngscriteria. Bredere blik op onderliggende problema ek Veel mensen in de opvang kampen met een (licht) verstandelijke beperking of leven langdurig in armoede. Verder zien we vaak dat er sprake is van verslaving- en psychiatrische problema ek. Als professionals hier beter zicht op krijgen, kunnen we meer bereiken in het voorkomen van dak- en thuisloosheid én in het behouden van huisves ng. Preven e voor jongeren tot 23 jaar Er is steeds meer aandacht voor het voorkomen van dakloosheid onder jongeren. Een goed voorbeeld is de ac e ‘Housing First Jongeren’ in Nijmegen. De lessen die we daar leren, willen we inze en om deze aanpak in de hele regio toe te passen. Gezinsopvang verbeteren Opvang is voor gezinnen een ingrijpende ervaring. Daarom is er een verbeterslag nodig. We ze en in op het verbeteren van de opvang en op uitbreiding van de capaciteit voor deze extra kwetsbare doelgroep. Ondersteuning regiogemeenten Vanuit de centrumtaak willen we gemeenten beter ondersteunen in het herkennen van de vele verschijningsvormen van dakloosheid. Dat helpt hen om lokaal gerichte en effec eve interven es te ontwikkelen. We investeren in kennisontwikkeling, duidelijke handelingsperspec even en het vergroten van eigenaarschap over gezamenlijke verantwoordelijkheden.
4. Waar willen we naar toe? Om de doelen uit hoofdstuk 2 te bereiken, is een uitvoeringsplan nodig. Daarin staan de ac es en interven es die bijdragen aan het gewenste resultaat. Een deel van deze ac es hoort bij de centrumfunc e; dat is het regionale uitvoeringsplan dat als onderdeel van dit ac eplan vastgesteld gaat worden. Daarnaast zijn er veel lokale ac es nodig, waarbij elke gemeente zelf bepaalt wat ze inzet, wanneer en in welke vorm. Vanuit het Regionaal Ac eplan kunnen lokale gemeenten wel ondersteund worden, bijvoorbeeld door het delen van ‘best prac ces’. Dit Ac eplan biedt een middel om die regionale kennis te ontsluiten. Een aantal ac es is al gestart, omdat deze uit de preven escan naar voren kwamen als ‘quick wins’. Deze worden hieronder kort genoemd en zijn opgenomen in de doelenboom, een bijlage bij dit ac eplan. Meer woningen Dak- en thuisloosheid is vooral een huisves ngsvraagstuk. Niemand hoort op straat te staan. Meer woonplekken en passend aanbod 9
Flexibele capaciteit
Preven e
Versterken uitvoering
vormen de basis van de ‘Wonen Eerst’-aanpak. Dit sluit aan bij de lokale opgave en wordt vertaald in presta eafspraken met woningcorpora es, als onderdeel van de regionale woondeal. Vanuit het regionale uitvoeringsplan willen we goede voorbeelden delen om de bestaande woningvoorraad voor meer mensen te benu en. Hierbij is het van groot belang dat in wijken waar nu al sprake is van stapeling van problema ek niet nog meer druk komt te liggen. Er is nu al sprake van schaarste in sociale huur; toevoegen van extra woonplekken voor deze doelgroep in deze woningen maakt dat schaarste over meer mensen verdeeld moet worden. Draagkracht van wijken en kernen vraagt daarom extra aandacht om de lee aarheid goed te houden. Omdat het realiseren van nieuwe woningen niet makkelijk en snel gaat, is het regionale vangnet voor opvang nu te krap. Daarom zal in het regionale uitvoeringsplan gezocht worden naar mogelijkheden om jdelijke maatschappelijke opvang (MO)-plekken uit te breiden. We kijken daarbij ook naar hoe het bestaande aanbod kan worden aangepast, zodat het vangnet geop maliseerd wordt en voor verschillende doelen kan worden ingezet. Met de ‘Wonen Eerst’aanpak kunnen we toewerken naar het a ouwen van het regionale vangnet.
Goed vindbare informa e, gelijke termen en begrippen, en een eenduidig mensbeeld (om s gma tegen dak- en thuisloze mensen te verminderen) zijn de belangrijkste elementen voor het regionale uitvoeringsplan. De uitkomsten van de preven escan geven daarnaast vooral inzicht in wat lokaal nog kansrijk is om dak- en thuisloosheid te voorkomen. Uniformering van het gebruik van briefadressen, samen met afspraken over in- en uitstroom, zijn belangrijke onderdelen van het regionale uitvoeringsplan. Lokaal ligt de focus vooral op maatwerk, waarbij ondersteuning en begeleiding goed worden vormgegeven. 10
Bestaanszekerheid
Het op maal benu en van de mogelijkheden van de Par cipa ewet is vooral een lokale taak. Voor het regionale uitvoeringsplan bekijken we goede voorbeelden van elders die ons kunnen helpen bij het bereiken van onze doelen.
5. Monitoring en sturing Voor de uitvoering zijn de volgende onderdelen belangrijk: 1. Probleemstructurering en visievorming De gezamenlijke analyse van de opgaven en het vormgeven van een gedeelde visie is vastgelegd in hoofdstuk 2 van het Regionaal Ac eplan. Dit vormt het beleidsma ge fundament voor de gehele regio. Alle deelnemende gemeenten, inclusief de centrumgemeente, kunnen hierbij volgens de spelregels gebruik maken van het regionaal vangnet. 2. Coali evorming en agendering Deze fase krijgt vorm in het regionaal uitvoeringsplan, dat op korte termijn wordt opgesteld. Hierin wordt inzichtelijk wie met wie waar aan werkt, welke resultaten wanneer worden verwacht, en hoe deze worden gemonitord en gedeeld. De uitvoeringsagenda – met duidelijke coali es en concrete ac es – valt onder de verantwoordelijkheid van de projectgroep. 3. Mobiliseren en experimenteren Een werkwijze die aansluit bij het principe van werken in keten- en subwerkgroepen. Hierbij worden mensen gekoppeld aan thema’s waarvoor zij intrinsiek gemo veerd zijn of waarbinnen zij vanuit hun func e meerwaarde kunnen leveren. Experimenteren met innova eve aanpakken, zoals het bouwdepot, is hierbij essen eel. De projectgroep faciliteert de regio bij het delen van lessen en ervaringen, om zo kennisopbouw en versnelling te s muleren. 4.
Evalueren en bijsturen Gegeven de doorloop jd van het Regionaal Ac eplan is structurele monitoring van voortgang en impact noodzakelijk. Wanneer resultaten achterblijven, werkt de projectgroep – samen met professionals uit het veld en de ketenwerkgroepen – aan het herontwerpen of bijstellen van interven es, met als doel blijvende effec viteit en maatwerk.
11
5.1
Governance:
Een heldere en gedragen governance-structuur is belangrijk van de uitvoering van het regionale ac eplan. De verantwoordelijkheden zijn als volgt belegd:
Bestuurlijk kernteam Het bestuurlijk kernteam treedt op als opdrachtgever voor de projectgroep. Het team houdt integraal toezicht op de voortgang en toetst of de gestelde doelen daadwerkelijk binnen bereik komen. Lokale colleges en bestuurders: Deze stellen het Regionale Ac eplan en het Regionale Uitvoeringsplan vast. De lokale colleges zijn ook verantwoordelijk voor de lokale uitvoeringsplannen. Deze plannen vormen een essen eel onderdeel om de gezamenlijke doelstellingen van het regionale ac eplan te realiseren. Lokaal management Het lokale management levert de benodigde ambtelijke capaciteit voor zowel de projectgroep als de ketenwerkgroepen die werken aan het regionale ac e- en uitvoeringsplan. Daarnaast dragen zij zorg voor de bemensing van de lokale uitvoeringsplannen, binnen de gestelde kaders. Gezien de bestaande druk op ambtelijke capaciteit vraagt dit om zorgvuldige afstemming en prioritering. Lokale beleidsadviseurs Zij vervullen een verbindende rol tussen het lokale beleid en het bestuur. Door hun inhoudelijke exper se en posi e binnen de gemeentelijke organisa e zijn zij cruciaal in het vertalen van regionaal beleid naar lokaal uitvoerbare plannen. Centrumgemeente De centrumgemeente neemt een coördinerende rol op zich in overeenstemming met de afspraken in de centrumregeling.
Voor de totstandkoming van het uitvoeringsplan rondom het regionaal vangnet is een projectgroep gevormd onder leiding van een projectleider.
5.2 Monitoring en effectme ng De ETHOS-telling en de preven escan fungeren als nulme ng en vormen daarmee het vertrekpunt van dit ac eplan. In de komende fase wordt verkend welke aanvullende bronnen en indicatoren geschikt zijn om de voortgang en verbeteringen systema sch in beeld te brengen. Zo creëren we een solide basis voor monitoring, evalua e en bijsturing.
6. Bijlagen: 1. Doelenboom 2. Uitwerking kader ‘Wonen Eerst’ 3. Begrippen / defini es
12