CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-171.1 Bijlage 1. Onderzoeksverslag vragenlijst alcoholgebruik jongeren

Gemeenteraad 26 juni 2025, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Ingekomen stukken6.220 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Resultaten vragenlijst Alcoholgebruik

Beneden-Leeuwen Datum 2 juni 2025

1

Inhoudsopgave 1 Samenvatting ……………………………………………………………………………… 2 2 Inleiding …………………………………………………………………………………….

3

3 Analyse resultaten…………………………………………………………………………. 5 3.1 Doelgroep………………………………………………………………………………….. 5 3.2 Alcohol gebruik……………………………………………………………………………… 7 3.3 Praten over (de gevaren van) alcohol……………………………………………………. 9 3.4 Informatie over alcohol onder jongeren………………………………………………… 12 3.5Toestemmingalcoholgebruik……………………………………………………………… 14 3.6 Initiatief vanuit kind………………………………………………………………………

17

4 Conclusie en aanbevelingen……………………………………………………………… 22 Bijlage 1………………………………………………………………………………………… 24 Bijlage 2………………………………………………………………………………………… 24

2

1 Samenvatting De gemeente West Maas en Waal wil de jeugd letterlijk en figuurlijk ruimte geven. Ruimte om op een verantwoorde, gezonde en veilige manier op te groeien. We vinden het belangrijk om jongeren te betrekken in de samenleving. Een missie uit het coalitieakkoord 2022-2026 is “Integraal jeugdbeleid ontwikkelen gericht op preventie, bewustwording van middelengebruik en stimuleren van activiteit en positie. Hierbij specifiek voorkomen van middelengebruik en ongewenste activiteiten”. Daarnaast heeft de gemeente West Maas en Waal in 2024 een nieuw beleidskader voor het sociaal domein vastgesteld. Hieraan bouwen we aan een krachtige sociale basis. Een van de programma’s in dit kader is “kansrijk opgroeien”. We richten ons in dit programma op het gezond opgroeien van jeugd en het ontwikkelen van hun talenten. Uit de gezondheidsmonitor Jeugd van de GGD uit 2023 komt naar voren dat de jongeren in de gemeente West Maas en Waal vroeg beginnen met drinken van alcohol. Het blijkt dat 42% van de jongeren vóór hun 18e al alcohol heeft gedronken. Dit is hoger dan het gemiddelde in Gelderland-Zuid (10% hoger) en zelfs 12% boven het landelijke gemiddelde. Jongeren drinken vooral thuis, bij vrienden, in een keet of schuur. Opvallend is dat 29% van de ouders dit goed vindt. De gemeente wil het alcoholgebruik onder jongeren terugdringen en heeft daarbij de hulp van ouders nodig.

Samen met de ouders kunnen we ervoor zorgen dat onze jongeren gezond en vitaal opgroeien. Van 17 februari tot 17 maart 2025 hebben ouders van jongeren tussen de 12 en 18 jaar de vragenlijst “alcoholgebruik onder jongeren” in kunnen vullen. In dit document wordt er uitgebreid verslag gedaan van de alle vragen en antwoorden. De meest opvallendste resultaten zijn: ◼ Van de kinderen die volgens hun ouders alcohol hebben gebruikt had 78% hier toestemming voor. Een opvallend resultaat is het feit dat de meisjes die alcohol gebruikt hebben dit relatief vaker met toestemming doen. In andere categorieën zien we geen grote verschillen tussen groepen. ◼ Ouders van jongeren op het VMBO en MBO geven vaker aan groepsdruk te ervaren van andere ouders, en deze jongeren bevinden zich vaak in een leeftijdsfase waarin alcoholgebruik begint. Volgens ouders zijn jongens vaker gevoelig voor groepsdruk dan meisjes. ◼ Ouders die zelf regelmatig drinken: Zij onderschatten mogelijk de invloed van hun eigen gedrag op het alcoholgebruik van hun kind. In de conclusie staat beschreven of de cultuur binnen de gemeente West Maas en Waal invloed op het alcohol gebruik. In de conclusie zijn ook de vervolgestappen te lezen, die de gemeente zet om jongeren in een kansrijke omgeving te laten opgroeien.

3

2 Inleiding Beste lezer, De gemeente West Maas en Waal wil dat jongeren ‘Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO)’. Op basis van cijfers van o.a. de gezondheidsmonitor Jeugd van de GGD over de lokale jeugd wil de gemeente werken aan gezonde en gelukkige jongeren. En te voorkomen dat zij alcohol of drugs gebruiken of roken. De aanpak, gebaseerd op het IJslandse preventiemodel, wordt door de gemeente uitgevoerd. Samen met partners uit de gemeente die betrokken zijn bij opgroeiende jeugd. In de gemeente West Maas en Waal heeft 42% van de jongeren voor hun 18e alcohol gedronken. Dit is een stuk hoger dan het gemiddelde in Gelderland Zuid ( 32%) en landelijk. Jongeren in onze gemeente drinken vooral thuis, bij vrienden of in een keet.1 Deze cijfers zijn onder andere aanleiding geweest om concreet aan de slag te gaan om het alcohol gebruik onder jongeren verminderen. Om die reden heeft de gemeente een vragenlijst ontwikkeld voor ouders. Van 17 februari tot 17 maart 2025 hebben ouders van jongeren tussen de 12 en 18 jaar de vragenlijst “alcoholgebruik onder jongeren” in kunnen vullen. Het doel van deze vragenlijst was om inzicht te krijgen hoe ouders aankijken tegen het alcohol gebruik van hun kind.

En welke rol speelt alcohol in het leven van de jongeren? En hoe kijken ouders aan tegen NIX 18? De uitslag van de vragenlijst is naast de cijfers van de gezondheidsmonitor Jeugd van de GGD gelegd. Elk vier jaar onderzoekt de GGD hoe het gaat met leerlingen in klas 2 en 4 van het voortgezet onderwijs. In 2023 hebben 235 leerlingen de gezondheidsmonitor Jeugd ingevuld. Dit waren 131 jongens en 107 meisjes. 153 leerlingen zaten in het tweede jaar van het voortgezet onderwijs. 78 leerlingen in het vierde jaar. 84 leerlingen volgen het onderwijs aan de HAVO. 72 leerlingen van het VMBO. 45 leerlingen basis kader en 30 leerlingen van het VWO. De uitkomsten helpt de gemeente West Maas en Waal om een aanpak te bedenken. Die aansluit bij wat er speelt onder ouders en jongeren. In deze terugkoppeling delen wij de belangrijkste uitkomsten van de vragenlijst. En geven we uitkomsten van de gezondheidsmonitor Jeugd van de GGD 2023. Wij willen iedereen bedanken die tijd heeft gemaakt om de vragenlijst in te vullen. Het geeft de gemeente een beter beeld hoe ouders omgaan met alcoholgebruik onder de 18 jaar.

Gezondheidsmonitor Jeugd, Leefstijl: https://gezondheidincijfers.ggdgelderlandzuid.nl/mosaic/dashboard/leefstijl-3, geraadpleegd op 17-042025. 1

4

3 Analyse en resultaten In deze analyse worden de uitkomsten van de vragenlijst besproken die is uitgezet onder de ouders van alle kinderen tussen de 12 – 18 jaar. Ook enkele resultaten uit de gezondheidsmonitor Jeugd van de GGD uit 2023 komen hierin terug. Als dat het geval is wordt dat specifiek aangegeven. In totaal hebben 904 ouders uit de gemeente West Maas en Waal een fysieke uitnodiging ontvangen om deel te nemen aan de vragenlijst. De vragenlijst was ook te vinden op de sociale media van de gemeente West Maas en Waal. Uiteindelijk hebben 131 ouders de vragenlijst ingevuld. 3.1 Doelgroep De eerste vragen gingen over de kinderen. Bijvoorbeeld : wat is je woonplaats, leeftijd, geslacht en waar zit je op school. De eerste vraag was ‘In welk dorp woont u?’. Het valt op dat er uit elk dorp minimaal 1 reactie is. De meeste reacties komen uit Beneden-Leeuwen, gevolgd door Dreumel. Dit is naar verwachting omdat dit de grootste dorpen uit de gemeente zijn. Wat opvalt is dat er minder reacties zijn uit Wamel (derde dorp in de gemeente).

2% 2% 10%

5% 7%

Alphen Altforst Appeltern Beneden-Leeuwen

34%

28%

Boven- Leeuwen Dreumel Maasbommel

12%

Wamel

Figuur 1: In welk dorp woont u? De volgende vraag ging over de leeftijd en het geslacht van het kind. Op enkele uitzonderingen na is de grootste groep kinderen tussen de 12 en - 17 jaar. Deze groepen verschillen van grootte en liggen vrij dicht bij elkaar. Een mogelijke verklaring is dat het thema meer speelt bij ouders van kinderen op de middelbare school. Bij de vraag naar het geslacht valt het op dat ouders van een zoon vaker de vragenlijst hebben ingevuld dan ouders van een dochter. Twee ouders geven aan dat hun kinderen nonbinair zijn.

5

30 25 20 15 10 5 0 <12

12.

13.

14.

15.

16.

17.

18+

Figuur 2:Hoe oud is uw kind?

80 60 40 20 0 Jongen

Meisje

Non-binair

Figuur 3: Uw kind is… 126 ouders geven aan dat hun kind naar school gaat. De 5 ouders waarvan de kinderen niet naar school gaan, vullen de vraag over schoolsoort niet in. Opvallend is dat van de schoolgaande kinderen de grootste groepen HAVO/VWO en VMBO leerlingen zijn, op afstand gevolgd door MBO leerlingen. Dit komt grotendeels overeen met de leeftijden uit figuur 2. Een mogelijke conclusie is dat ouders van kinderen op de middelbare school het meest bezig zijn met het alcoholgebruik van hun kind en daarom ook meer interesse tonen in het invullen van een vragenlijst.

150 100 50 0 Ja

Nee

Figuur 4: Gaat uw kind naar school?

6

HBO MBO HAVO/VWO VMBO Praktijkonderwijs Speciaal basisonderwijs Basisonderwijs 0

10

20

30

40

50

60

70

Figuur 5: Mijn kind zit op… (schoolsoort) 3.2 Alcohol gebruikt? Uit de gezondheidsmonitor Jeugd komt naar voren dat 47 % van de tweedejaarsleerlingen nog nooit alcohol heeft gedronken. 32% geeft aan dat ze wel eens een paar slokjes alcohol hebben gedronken. En 21% een heel glas of meer. Van de leerlingen van het vierde jaar heeft 67% een heel glas of meer gedronken. Tegenover 14% die nog nooit alcohol heeft gedronken. En 19% een paar slokjes. De volgende vraag richtte zich op het alcoholgebruik van de kinderen. Meer dan 70 ouders geven aan dat hun kind geen alcohol heeft gebruikt tegenover 58 ouders die deze vraag met ja beantwoorden. 3 ouders weten het niet zeker. Alleen de ouders die ‘ja’ hebben geantwoord op deze vraag, beantwoorden de volgende vragen over hoe vaak en hoe veel alcohol het kind gebruikte en of dit met toestemming was.

2% Ja (--> vraag 7)

44%

Nee (--> vraag 10)

54%

Weet ik niet zeker

Figuur 6: Heeft uw kind ooit alcohol gebruikt?

7

De groep ouders die antwoordde dat hun kind ooit alcohol heeft gebruikt, werd daarna gevraagd hoe vaak het kind alcohol had gebruikt en of dit met toestemming was.2 Ouders die ‘nee’ of ‘weet ik niet zeker’ antwoordden, sloegen deze vragen over. De vraag ‘hoe vaak?’ kon vrij beantwoord worden, dus in de analyse zijn de antwoorden ingedeeld in de categorieën ‘vaak’, ‘soms’, ‘af en toe’ en ‘onbekend’. Het is belangrijk om te weten dat deze antwoorden van de ouders komen. Sommige ouders hebben minder zicht op het alcoholgebruik van hun kind. Ook zijn er ouders die antwoordden met ‘te veel/vaak’. Hoewel dit niet precies zegt hoeveel alcohol de kinderen drinken, zijn deze antwoorden in de categorie ‘vaak’ geplaatst. Daarom is het belangrijk om de cijfers te zien als de mening van de ouders en niet als het daadwerkelijke alcoholgebruik van de kinderen. Uit de antwoorden blijkt dat 33% van de ouders vindt dat hun kind te vaak alcohol drinkt (zie figuur 7). Iets meer ouders zeggen dat hun kind ‘soms’ drinkt, en 26% zegt dat hun kind ‘af en toe’ drinkt. Een kleine groep ouders (5%) weet het niet precies.

5% Vaak

33%

26%

Soms Incidenteel onbekend

36%

Figuur 7: Hoe vaak drinkt uw kind alcohol? Van de kinderen die volgens hun ouders alcohol hebben gebruikt had 78% hier toestemming voor (zie figuur 8). Een opvallend resultaat uit dit onderzoek is het feit dat de meisjes die alcohol gebruikt hebben dit relatief vaker met toestemming doen (95% om 66%, zie figuur 9). In andere categorieën zien we geen grote verschillen tussen groepen. De groep non- binaire kinderen is niet groot genoeg. Daarom is deze groep niet meegenomen in de vergelijking.

2 In de vragenlijst is naast ‘hoe vaak’ ook gevraagd hoe veel alcohol het kind drinkt volgens de ouder.

Omdat beide vragen open te beantwoorden zijn en er niet duidelijk is aangegeven waar de vraag precies op doelt, is er voor gekozen de vraag over de hoeveelheid alcohol te laten vervallen. De antwoorden op beide vragen overlapten te veel.

8

22% Ja Nee

78%

Figuur 8: Gedronken: had uw kind hier toestemming voor? Geslacht Jongen

% 65,7%

Meisje 95,5% Figuur 9: Gedronken met toestemming van ouders per geslacht. 3.3 Praten over (de gevaren van) alcoholgebruik Vervolgens is aan de ouders gevraagd of zij op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren van alcoholgebruik. En of en hoe vaak ze hierover met hun kind gesproken hebben. Hierbij is er slechts één respondent die aangeeft hier niet van op de hoogte te zijn (figuur 10). Daarnaast is de groep die met hun kind heeft gesproken met 97% ook groot (figuur 11). Deze groep krijgt vervolgens de vraag hoe vaak zij met hun kind over de gevaren van alcoholgebruik hebben gesproken, de overige groepen slaan deze vraag over. Vier mensen hebben hier ‘nee’ op geantwoord. Het was ook mogelijk aan te geven wel te willen praten over de gevaren van alcoholgebruik, maar nog niet weten hoe of wanneer dit het best zou kunnen. Deze optie is echter niet gebruikt. De vraag hoe vaak ouders met hun kind hebben gesproken over de gevaren van alcoholgebruik is door 127 mensen ingevuld. Hierbij valt op dat de helft antwoordt dat er regelmatig met het kind over de gevaren van alcoholgebruik wordt gesproken (figuur 12). 30% geeft aan hier soms over te praten en 20% doet dit vaak. Na verdere analyse blijkt dat dit ook afhankelijk is van de leeftijd van het kind: Naarmate het kind ouder wordt, wordt er vaker over alcohol gesproken (zie figuur 13).

9

1% Ja Nee

99%

Figuur 10: Bent u op de hoogte van de mogelijke gevaren van alcoholgebruik?

Ja

3%

0%

Nee

Ik wil graag met mijn kind hierover praten, maar weet niet goed hoe ik dat kan doen. Of wanneer dit een geschikt moment is.

97%

Figuur 11: Heeft u met uw kind gesproken over de gevaren van alcohol?

30%

20%

Vaak Regelmatig

50%

Soms

Figuur 12: Hoe vaak heeft u met uw kind gesproken over de gevaren van alcoholgebruik?

10

Leeftijd Soms Regelmatig

<12 100,0% 0,0%

12.

13.

50,0% 40,0%

14.

45,5% 40,9%

15.

33,3% 50,0%

16.

17.

18+

11,1% 51,9%

13,6% 68,2%

30,8% 0,0% 38,5% 66,7%

Vaak 0,0% 10,0% 13,6% 16,7% 37,0% Figuur 13: Praten over gevaren van alcoholgebruik per leeftijd.

18,2%

30,8% 33,3%

Ook kregen de ouders de vraag wat volgens hen het beste moment is om met hun kind over alcohol te praten. Hiervoor zijn 3 stellingen/momenten gegeven die met ‘ja’ of ‘nee’ te beantwoorden waren. De stellingen waren: “Als mijn kind het zelf ter sprake brengt”, “Wanneer mijn kind op school leert over het gebruik van alcohol” en “Als mijn kind oud genoeg is om het te begrijpen’’. Bij elke stelling geeft een meerderheid aan deze momenten geschikt te vinden over alcohol te praten (figuur 14). Wat opvalt is dat de meeste voorkeur uit gaat naar wanneer het kind oud genoeg is om het te begrijpen. Meer mensen antwoorden nee indien het kind het zelf ter sprake brengt.

Als mijn kind oud genoeg is om het te begrijpen

Wanneer mijn kind op school leert over het gebruik van alcohol

Als mijn kind het zelf ter sprake brengt

0

20

Nee

Ja

40

60

80

100

120

Figuur 14: Wat is volgens u het beste moment om met uw kind te praten over alcohol? De wet stelt dat kinderen vanaf 18 jaar alcohol mogen drinken. Maar vanaf welke leeftijd praat je met je kind over alcohol. We hebben onderzocht vanaf welke leeftijd ouders hun kind oud genoeg vinden om over alcohol te praten. Of een kind oud genoeg is, is een subjectief gegeven en kan per kind verschillen. Vandaar dat de ouders is gevraagd hoe oud dit volgens henzelf is. Ook hadden ze met betrekking tot dit onderwerp de mogelijkheid om een open aanvullend antwoord te geven. De antwoorden op deze vraag zijn onderverdeeld in verschillende leeftijdscategorieën: ‘<12 jaar’, ’12-14 jaar’, ’14-16 jaar’, ‘16+’ en ‘afhankelijk per kind’. Het was ook mogelijk om deze vraag niet te beantwoorden; een optie waar 16 mensen gebruik van hebben gemaakt. Opvallend is dat de meerderheid vindt dat kinderen voor hun 14e oud genoeg zijn (32% ‘<12’ en 39% ’12-14’; figuur 15). Binnen de groep ’16+’ zijn er twee personen die aangeven dat zij (vanaf) 18 jaar oud genoeg vinden om met hun kind over alcohol te praten. Er zit een groot verschil tussen het toestaan van alcoholgebruik en het praten over de gevaren hiervan.

11

12% 3% 5% 9%

<12 12 tot 14

32%

14 tot 16 16+ Afhankelijk per kind

39%

Geen antwoord

Figuur 15: Oud genoeg om over alcohol te praten, hoe oud is dat? 3.4 Informatie over alcoholgebruik onder jongeren Vervolgens is gevraagd of ouders behoefte hebben aan informatie over alcoholgebruik onder jongeren en zo ja, waarover, op welke manier en voor wie deze ouders informatie zouden willen ontvangen. Het valt op dat de meeste ouders (86%) aangeven geen behoefte te hebben aan meer informatie. 10% beantwoord deze vraag met ‘misschien’ en 4% met ‘ja’ (figuur 16). De groep ouders die ‘nee’ heeft geantwoord, slaan de volgende 3 vragen over. Deze vragen zijn door 18 personen ingevuld.

10% 4% Ja Nee Misschien

86%

Figuur 16: Heeft u als ouder behoefte aan (meer) informatie over alcoholgebruik onder jongeren? (“Ja” en “misschien” beantwoorden volgende vragen, nee gaat door naar vraag ...) Op de vraag waarover men meer informatie zou willen ontvangen, kregen ouders de mogelijkheid om een open antwoord te geven. Er zijn 7 ouders die hier gebruik van hebben gemaakt. 9 ouders hebben deze vraag niet beantwoord. Omdat er overlap zit in de informatiebehoefte van deze ouders, worden deze hier samengevat. De twee belangrijkste onderwerpen waar men meer informatie over zou willen zijn de effecten van alcoholgebruik met name op het brein en het weerstand bieden aan groepsdruk en maatschappelijke druk (bijlage 1).

12

Dezelfde ouders kregen vervolgens de vraag op welke manier zij meer informatie zouden willen ontvangen. Hierbij kregen zij 9 manieren van voorlichting voorgelegd waar ze met ‘ja’ of ‘nee’ op konden antwoorden. Het valt op dat de meeste interesse uitgaat naar folders over middelengebruik, gevolgd door een overzicht van websites (figuur 17). Dit zou er op kunnen wijzen dat de grootste behoefte uitgaat naar laagdrempelige informatievoorziening. Een optie die door alle ouders met ‘nee’ is beantwoord is ‘een thema-avond buiten de gemeente’. 20 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0

Ja

Nee

Figuur 17: Op welke manier zou u graag meer informatie willen ontvangen? Ook is er gevraagd voor wie zij deze informatie willen ontvangen. Hierbij geeft de meerderheid aan dit voor henzelf en hun kind te willen. 4 ouders willen informatie voor hun kind ontvangen en er zijn geen ouders die informatie alleen aan hen gericht zouden willen (figuur 18).

0%

22%

Voor mijzelf als ouder Voor mijn kind Voor mijzelf en mijn kind

78%

Figuur 18: Voor wie zou u graag meer informatie willen ontvangen?

13

3.5 Toestemming alcoholgebruik De volgende vragen gaan over de mening van ouders over alcoholgebruik en het al dan niet verlenen van toestemming om te drinken. Uit de gezondheidsmonitor Jeugd blijkt dat ouders in de gemeente West Maas en Waal het gebruik van alcohol minder vaak verbieden dan het gemiddelde uit Regio Gelderland-Zuid (zie figuur 19). Daarnaast scoren zij ook hoger als het gaat om het goedkeuren van alcoholgebruik. Om de mening van ouders over alcoholgebruik en dat van hun kinderen te onderzoeken, is de respondenten een aantal vragen voorgelegd met betrekking tot het alcoholgebruik van hun kind.

MENING VAN OUDERS OVER ALCOHOL Weet niet

Verbieden

REGIO GELDERLAND-ZUID

17,4%

GEMEENTE WEST MAAS EN WAAL

13,7%

Minderen/afraden

24,7%

16,4%

32,1%

Niks over zeggen

Goed

31,4%

18,3%

8,3%

8,2%

29,5%

figuur 19: gezondheidsmonitor Jeugd: “Mening van ouders over alcohol”, Gelderland-Zuid en gemeente West Maas en Waal.3 Eerst is er gevraagd vanaf welke leeftijd ouders hun kinderen toestemming geven om alcohol te drinken. 51 van de 131 ouders geven aan dat ze hun kind vanaf 18 jaar toestemming geven. Dit is net de grootste groep, gevolgd door ouders die hun kinderen vanaf 16 jaar toestemming geven om alcohol te drinken (figuur 20). Een mogelijke verklaring voor de grootte van deze laatste groep is de leeftijdsgrens (waarop alcohol mag worden verkocht) die in 2014 is verhoogd van 16 naar 18 jaar. Veel ouders mochten zelf alcohol drinken toen ze 16 waren. Het kan zijn dat de eigen ervaring hierin een rol speelt.

Gezondheidsmonitor Jeugd, Leefstijl: https://gezondheidincijfers.ggdgelderlandzuid.nl/mosaic/dashboard/leefstijl-3, geraadpleegd op 17-042025. 3

14

Vanaf 18 jaar Vanaf 17 jaar Vanaf 16 jaar Vanaf 15 jaar Vanaf 14 jaar Vanaf 13 jaar Vanaf 12 jaar Jonger dan 12 jaar 0

10

20

30

40

50

60

Figuur 20: Vanaf welke leeftijd krijgt uw kind toestemming om alcohol te drinken? In de GGD Gezondheidsmonitor 2023 is onderzocht waar jongeren drinken (zie figuur 21). Bij elke gelegenheid die is uitgevraagd, ligt het percentage van West Maas en Waal hoger dan het gemiddelde in Regio Gelderland-Zuid. Opvallende uitschieters ten opzichte van de Regio zijn ‘Bij anderen thuis’, ‘Thuis, met anderen’, ‘keet/hok/schuur’ en ‘sportkantine’. Om deze reden is aan de ouders gevraagd wat zij hiervan vinden.

Waar drinken jongeren? SCHOOLFEEST DRINKT ALCOHOL: OP STRAAT RESTAURANT DISCOTHEEK THUIS, ALLEEN CAFÉ SPORTKANTINE

1% 1% 3% 4% 4% 4% 5% 6% 5% 7% 6% 8% 3% 8%

Regio Gelderland-Zuid Gemeente West Maas en Waal

11% 12% 10%

ERGENS ANDERS KEET/HOK/SCHUUR

27%

THUIS, MET ANDEREN

23%

BIJ ANDEREN THUIS

23% 0%

5%

10%

15%

20%

31% 33% 25%

30%

35%

Figuur 21: GGD Monitor: “Waar drinken jongeren?”, Gelderland-Zuid en gemeente West Maas en Waal.4

Gezondheidsmonitor Jeugd, Leefstijl: https://gezondheidincijfers.ggdgelderlandzuid.nl/mosaic/dashboard/leefstijl-3, geraadpleegd op 17-042025. 4

15

Er is daarnaast gevraagd naar de mening van ouders over drinken buiten huis (bij vrienden, keet of schuur, in de sportkantine). Deze vraag had vier antwoordmogelijkheden: “mijn kind drinkt geen alcohol”, “ik wil het niet, maar mijn kind drinkt toch”, “ik vind dat niet goed” en “ik vind dat goed”. Op de vraag wat de ouder ervan vindt als hun kind drinkt bij vrienden antwoorden 49 ouders dat hun kind niet drinkt. 55 ouders vinden dit niet goed, waarvan 14 aangeven dat het kind ‘toch drinkt’. 27 ouders geven aan het goed te vinden. De volgende vraag gaat over het drinken in een keet of schuur. Hierbij zijn dezelfde antwoordopties gegeven als bij de vorige vraag. Het valt op dat meer ouders aangeven het niet goed te vinden. Een deel van deze toename is te verklaren door een verschuiving van drie ouders van ‘niet drinken’ naar ‘ik vind dat niet goed’, maar ook de groep die toestemming geeft, neemt af, waardoor gesteld kan worden dat drinken in een keet of schuur op meer afkeuring kan rekenen dan wanneer dit bij vrienden plaatsvindt. Een nog duidelijker verschil is zichtbaar bij de vraag over het drinken in sportkantines. Hiervan geven nog slechts 11 ouders aan dat ze dit goed vinden. 74 ouders geven aan dit niet goed te vinden, waarvan er 7 zeggen dat het kind toch drinkt.

Wat vindt u van het idee dat uw kind drinkt... 46 7

IN DE SPORTKANTINE

67 11 46 10

IN EEN KEET/SCHUUR

53 22 49 14

BIJ VRIENDEN

41 27 0

10

20

30

40

50

60

70

Mijn kind drinkt geen alcohol

Ik wil het niet, maar mijn kind drinkt toch

Ik vind dat niet goed

Ik vind dat goed

Bovenstaande 3 figuren samen

16

80

3.6 Initiatief vanuit kind Vervolgens is er gevraagd hoe vaak het kind over alcohol praat. De antwoordmogelijkheden waren hier: ‘vaak’, ‘regelmatig’, ‘soms’ en ‘nooit’. De meeste ouders geven aan dat hun kind soms over alcohol praat. De groep die hierna het grootst is, is de groep waarvan de kinderen regelmatig over alcohol praten (figuur 22). De kleinste groepen zijn die waarbij kinderen ‘vaak’ (11 ouders) en ‘nooit’ (10 ouders) over alcohol praten.

80 70 60 50 40 30 20 10 0 Vaak

Regelmatig

Soms

Nooit

Figuur 22: Hoe vaak praat uw kind over alcohol? Op de vraag hoe men zou reageren als het kind aangeeft alcohol te willen drinken waren 5 meerkeuzemogelijkheden: “Ik zou het onmiddellijk afkeuren”, “Ik zou het afkeuren, maar de keus bij mijn kind laten”, “Ik zou het toestaan onder bepaalde voorwaarden”, “ik zou het toestaan” en “ik weet het niet”. Ouders die dit afkeuren vormen de tweede groep, met 50 ouders die dit antwoorden (zie figuur 23 en 24). Er zijn 14 ouders die aangeven het af te keuren, maar de keus bij hun kind te laten, 4 die het zonder voorwaarden toestaan en 5 ouders weten niet hoe ze zouden reageren. Het valt op dat de mate van afkeuring afneemt naarmate een kind ouder is, maar de groep ouders die het gebruik van alcohol onvoorwaardelijk toestaat blijft klein, ook bij de hogere leeftijden.

58 50

14 Ik zou het onmiddellijk afkeuren

Ik zou het Ik zou het afkeuren, maar toestaan onder de keus bij mij bepaalde kind laten voorwaarden

4

5

Ik zou het toestaan

Ik weet het niet

Figuur 23: Hoe reageert u als uw kind aangeeft alcohol te willen drinken? 17

Reactie ↓ Leeftijd → <12 12 13 14 15 16 17 18+ Onmiddellijk afkeuren 66,7 80,0 50,0 50,0 44,4 18,2 15,4 0,0% % % % % % % % Afkeuren, maar keus bij het 0,0% 10,0 9,1% 5,6% 3,7% 18,2 15,4 33,3% kind % % % Toestaan onder bepaalde 33,3 0,0% 31,8 27,8 44,4 59,1 69,2 66,7% voorwaarden % % % % % % Toestaan 0,0% 0,0% 0,0% 11,1 3,7% 4,5% 0,0% 0,0% % Ik weet het niet 0,0% 10,0 9,1% 5,6% 3,7% 0,0% 0,0% 0,0% % Figuur 24: Reactie als kind aangeeft alcohol te willen drinken per leeftijd. De volgende vraag gaat over hoe jongeren volgens hun ouders omgaan met groepsdruk rondom alcoholgebruik. De meeste ouders (60%) zeggen dat hun kind goed weerstand biedt tegen groepsdruk. Toch geeft 20% van de ouders aan dat hun kind juist wél gevoelig is voor groepsdruk. Dit is een belangrijke groep om op te letten, want deze jongeren kunnen sneller gaan drinken als anderen dat ook doen. 15% van de ouders weet niet hoe hun kind omgaat met groepsdruk. Dit kan betekenen dat het onderwerp thuis niet vaak besproken wordt. Het valt op dat ouders van jongens iets minder vertrouwen hebben in hun kind wanneer het gaat om groepsdruk, aangezien 25% aangeeft dat hun zoon gevoelig is voor groepsdruk. Bij de ouders van meisjes is dit 12,7%. De groep van ouders met non-binaire kinderen is met 2 deelnemers te klein om hier conclusies uit te trekken.

Weet ik niet

20%

Mijn kind kan goed weerstand bieden aan groepsdruk Mijn kind is gevoelig voor groepsdruk

5% 15%

Anders, namelijk __

60%

Figuur 25: Hoe gaat uw kind om met groepsdruk als het gaat om het gebruik van alcohol?

Mijn kind is gevoelig voor groepsdruk Mijn kind kan goed weestand bieden aan groepsdruk Weet ik niet Anders

Jonge Meisje Nonn binair 25,7% 12,7% 0,0% 51,4%

69,1%

100,0%

16,2%

14,5%

0,0%

6,8%

1,8%

0,0%

18

Figuur 26: Hoe gaat uw kind om met groepsdruk als het gaat om het gebruik van alcohol per geslacht. Vervolgens is gevraagd of ouders zelf groepsdruk ervaren van andere ouders. De antwoordmogelijkheden waren “ja”, “ja en ik weet niet zo goed hoe ik hiermee om moet gaan”, “soms” en “nee”. Het grootste deel (80%) geeft aan geen groepsdruk te ervaren (figuur 27). 13% ervaart soms groepsdruk. De overige 7% ervaart groepsdruk en de helft van deze groep weet niet goed hoe hier mee om te gaan. Het valt op dat de ouders die groepsdruk ervaren, voornamelijk ouder zijn van kinderen op de middelbare school of op het MBO (zie figuur 28). Een mogelijke verklaring hiervoor is dat het hier om leeftijdsgroepen gaat die alcohol aan het ontdekken zijn. Als ouders van mening verschillen over hoe hier mee om te gaan, kan er groepsdruk ontstaan.

120 100 80 60 40 20 0 Ja

Ja en ik weet niet zo goed hoe ik hiermee om moet gaan

Soms

Nee

Figuur 27: Ervaart u zelf groepsdruk van andere ouders?

Enige vorm van Geen groepsdruk groepsdruk Basisonderwijs 0,0% 100,0% Speciaal basisonderwijs 0,0% 100,0% Praktijkonderwijs 0,0% 100,0% VMBO 27,3% 72,7% HAVO/VWO 18,6% 81,4% MBO 20,0% 80,0% HBO 0,0% 100,0% Figuur 28: Ervaart u zelf groepsdruk van andere ouders per opleidingsniveau? Ouders die alcohol drinken, hebben vaker kinderen die vroeg beginnen met drinken, binge drinken of een alcoholverslaving ontwikkelen op latere leeftijd. Ook het zien drinken van ouders speelt een rol in het alcoholgebruik van jongeren.5 Om het drinkgedrag van ouders in https://www.trimbos.nl/kennis/alcohol/alcohol-en-jongeren/alcohol-enopvoeding/#:~:text=Ouders%20die%20alcohol%20drinken%2C%20hebben,alcoholgebruik%20van%20jo ngeren%20%5B3%5D, geraadpleegd op 22-04-2025. 5

19

de gemeente West Maas en Waal in kaart te krijgen, is eerst gevraagd of zij thuis drinken in bijzijn van hun kind. 69% van de ouders geeft aan te drinken in het bijzijn van hun kind(eren) en 23% geeft aan dit niet te doen (zie figuur 29). Er was ook de mogelijkheid om een open antwoord te geven. Hier heeft 8% van de ouders gebruik van gemaakt, die voornamelijk aangeven bij hoge uitzondering te drinken (bijlage 2). Deze ouders zijn wel meegenomen in de vraag ‘Hoe vaak drinkt u alcohol?’. De antwoordmogelijkheden waren ‘Ik drink af en toe’, ‘ik drink wekelijks’, ‘ik drink minimaal drie dagen in de week’ en ik ‘drink elke dag’. 69 van de 101 personen antwoordt af en toe te drinken (figuur 30). 25 mensen drinken wekelijks, 6 minimaal drie keer per week en een iemand drinkt dagelijks. Hoewel de meerderheid van de ouders drinkt in het bijzijn van hun kind, geeft het grootste deel van deze groep aan dit af en toe te doen.

8% Ja

23%

Nee Anders, namelijk

69%

Figuur 29: Drinkt u thuis alcohol waar uw kind bij is?

IK DRINK AF EN TOE (INCIDENTEEL)

69

IK DRINK WEKELIJKS

25

IK DRINK MINIMAAL 3 DAGDELEN IN DE WEEK EEN ALCOHOLISCH DRANKJE

6

IK DRINK ELKE DAG EEN ALCOHOLISCH DRANKJE (BV BIJ HET ETEN)

1 0

10

20

30

40

50

60

70

80

Figuur 30: Hoe vaak drinkt u alcohol? Om te onderzoeken waar er winst is te behalen op het gebied van voorlichting, is aan de ouders (die aangeven te drinken) gevraagd welke invloed hun eigen drankgebruik volgens 20

hen heeft op het gedrag van hun kind. De antwoordmogelijkheden waren ‘het heeft geen invloed’, ‘het heeft een negatieve invloed’, ‘het heeft een positieve invloed’ en ‘ik weet het niet’. Het valt op dat de grootste groep aangeeft dat het geen invloed heeft (figuur 31). 26 ouders weten niet welke invloed hun alcoholgebruik heeft op het gedrag van hun kind. 15 ouders denken dat het een negatieve invloed heeft en 13 ouders denken dat het een positieve invloed heeft. Het kan zijn dat het alcoholgebruik in enkele gevallen zo minimaal is dat het geen invloed heeft, of ouders gaan bewust met alcohol om waardoor zij een positieve invloed ervaren. Het is wel duidelijk dat er mogelijkheden zijn om in de voorlichting aandacht te besteden aan het alcoholgebruik van ouders en de invloed hiervan op hun kinderen.

36 26 15

HET HEEFT GEEN INVLOED

HET HEEFT EEN NEGATIEVE INVLOED

13

HET HEEFT EEN POSITIEVE INVLOED

IK WEET HET NIET

Figuur 31: Hoe denkt u dat uw eigen alcoholgebruik het gedrag van uw kind beïnvloed?

21

4 Conclusie ➔ Hoe kijken ouders naar het alcoholgebruik van hun kind? Van de kinderen die volgens hun ouders alcohol hebben gebruikt had 78% hier toestemming voor (zie figuur 8). Een opvallend resultaat is het feit dat de meisjes die alcohol gebruikt hebben dit relatief vaker met toestemming doen (95% om 66%, zie figuur 9). In andere categorieën zien we geen grote verschillen tussen groepen. ➔ Is er behoefte aan meer/andere voorlichting? Wat betreft voorlichting geeft het merendeel van de ouders aan geen extra informatie nodig te hebben. Een kleine groep ouders wil dit wel. Ze vragen vooral om concrete, laagdrempelige informatie over de effecten van alcohol op het brein en over het omgaan met groepsdruk. Dit zijn thema’s die in de gesprekken en antwoorden ook terugkomen. Deze informatie kan richting geven aan een gerichte voorlichtingscampagne voor ouders én jongeren. Het is duidelijk dat er mogelijkheden zijn om in de voorlichting aandacht te besteden aan het alcoholgebruik van ouders en de invloed hiervan op hun kinderen. ➔ Zijn er specifieke aandacht groepen te identificeren? Zo ja welke zijn dit? Er zijn enkele specifieke aandacht groepen te benoemen: •

• •

Jongeren op het VMBO en MBO: Ouders uit deze groepen geven vaker aan groepsdruk te ervaren van andere ouders, en deze jongeren bevinden zich vaak in een leeftijdsfase waarin alcoholgebruik begint. Jongens: Volgens hun ouders zijn zij vaker gevoelig voor groepsdruk dan meisjes. Ouders die zelf regelmatig drinken: Zij onderschatten mogelijk de invloed van hun eigen gedrag op het alcoholgebruik van hun kind.

➔ Hoe is de cultuur binnen de gemeente met betrekking tot alcohol gebruik? (Praten over alcoholgebruik, groepsdruk, maar ook; wordt het genormaliseerd?) Ouders lijken zich bewust van de gevaren van alcoholgebruik. Wanneer ouders zich bewust zijn van de gevaren van het jonge brein, wat is de reden dat ouders hun kinderen op vroege leeftijd laten drinken? Ouders praten naarmate hun kinderen ouder worden meer over de gevaren van alcohol. Toch geven veel ouders tegelijkertijd aan zelf (af en toe) drinken in het bijzijn van hun kind. Hierbij denkt een groot deel van de ouders dat dit geen of zelfs een positieve invloed heeft. Hier lijkt winst te behalen in bewustwording. Wat opvallend is dat ouders met jonge leeftijd kinderen alcohol toestaan onder bepaalde voorwaarden. Wat betreft groepsdruk en de sociale norm: hoewel de meeste ouders zeggen geen druk te ervaren van andere ouders, speelt dit bij een minderheid wel degelijk een rol. Groepsdruk gebeurt vaak onbewust, zonder dat je het doorhebt. Dit wordt ook wel impliciete groepsdruk genoemd. Ook jongeren lijken volgens hun ouders gevoelig voor groepsdruk. Wat betekent dat de sociale context sterk meespeelt in het alcoholgebruik. In een gemeente waar drinken in een keet, sportkantine en bij vrienden veel voorkomt, is het van belang om de norm te doorbreken dat alcohol een vanzelfsprekend onderdeel van opgroeien is.

De resultaten wijzen op een cultuur waarin alcoholgebruik deels wordt genormaliseerd, met name binnen huiselijke kring of bij bekenden thuis. Dit beeld 22

sluit aan bij cijfers uit de GGD-monitor, waarin te zien is dat jongeren in deze gemeente vaker drinken dan het regionaal gemiddelde. Dit vindt vaak plaats in informele gelegenheden, zoals thuis of in een keet. ➔ Wat nemen we mee in de vervolg stappen? 1. Een opvallend resultaat is dat ouders het gebruik van alcohol in de sportkantine het sterkst afkeuren. Het is de moeite waard om hierover in gesprek te gaan met de sportclubs. 2. De meeste ouders die aangeven behoefte te hebben aan voorlichting geven aan dit voor hun kind én henzelf te willen. Door beter aan te sluiten bij de behoefte van ouders (ook betreft thema’s en medium), kan er effectiever worden voorgelicht. 3. We maken een infographic over de meest opvallendste resultaten van de vragenlijst. De infographic wordt gedeeld op de sociale media van de gemeente en samenwerkingspartners. 4. Ouders die aangaven mee te willen praten, zijn uitgenodigd voor een bijeenkomst op dinsdag 13 mei 2025. Op deze bijeenkomst worden de resultaten van dit onderzoek gepresenteerd en volgt er een gesprek waarin de mening en de behoefte van deze betrokken ouders wordt uitgevraagd. Om vervolgens de verdere stappen uit te werken. De ouderbijeenkomst is niet doorgegaan vanwege te weinig aanmeldingen van ouders. Ouders zijn via de mail gevraagd of ze telefonisch in gesprek willen met de beleidsadviseur.

Tot op heden is hier geen reactie uit voortgekomen. 5. In samenwerking met Iris Zorg is besloten om een theatervoorstelling over middelengebruik te geven in de gemeente West Maas en Waal. Dit zal in het najaar plaatsvinden. 6. Tijdens de jaarlijkse puberpraat (oktober 2025) zijn ouders welkom om een workshop te volgen over middelengebruik. Het algemene deel bestaat uit informatie over het puberbrein. 7. Iris Zorg blijft het preventieprogramma “Helder op school” en “Frisse start” geven aan leerlingen op het voortgezet onderwijs. 8. We onderzoeken of we voor de jeugd eind van het jaar een lokale campagne kunnen organiseren op het gebied van middelen gebruik.

23

Bijlage 1 Open antwoorden op de vraag: “Waarover zou u graag (meer) informatie ontvangen?” “De gevolgen in beeld laten zien aan de jongeren. En op welke manier haal je de “druk” eraf dat je moet drinken.” “Gericht aan ouder en kind, praktische uitleg….. wat is nu het gevolg. Misschien in de vorm van illustraties vh brein bijv.” "Gevolgen van teveel op latere leeftijd “ “En bewust wording creëren bij de jeugd" “Groepspraktijk irt gebruik” “Omgaan met alcohol en weerstand bieden aan groepsdynamiek, groepsdruk.”” “Over de effecten van alcohol op de hersenen van een kind. Wil ik graag mijn dochter laten lezen. “Weerstand bieden tegen groepsdruk/ dynamiek” Bijlage 2 Open antwoorden op de vraag: Drinkt u thuis alcohol in het bijzijn van uw kind? Zo goed als geen alcohol Heel zelden Soms met feestje Sporadisch Heel af en toe….. zeker niet wekelijks Soms met feestjes Wij drinken als ouders weinig. Ik misschien een paar keer per jaar en dan hooguit 1 glas. Mijn man wel vaker denk 1 glas per week. Wordt echt sporadisch bij gelegenheid een drankje genuttigd de kinderen zijn erbij. Vaak iets feestelijks of bijzonder moment. Ja, maar zonder dat ik dronken word.

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15668077/1