2025-148 Raad van State - Uitspraak beroep bestemmingsplan Lavendelstraat ongenummerd Boven-Leeuwen - geredigeerd
Tekst van het document
Zaak- en documentnummer: 2.095023 / D.326139
Raad vanState
Afdeling bestuursrechtspraak
Pag111a 1 van 1
INGEKOMEN
- 8 MEI 2DZ5
Raad van de gemeente West Maas en Waal Postbus 1 6658 ZG BENEDEN LEEUWEN
Datum
Ons nummer
7 mei 2025
202307084/ 1 / R1
lnlich t111gen
Uw kenmerk
Onderwerp
West Maas en Waal bestemmingsplan Lavendelstraat ongenummerd Boven-Leeuwen Procedure
Beroep
Geachte heer/mevrouw, In bovengenoemde procedure heeft de Afdeling uitspraak gedaan. De procedure is daarmee beëindigd . Een kopie van deze uitspraak treft u hierbij aan. Aangezien dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt, is dit niet ondertekend . Hoogachtend, de griffier
De griffie is op 30 mei gesloten.
431 ➔482(CAO)
Postbus 20019 - 2500 EA Den H aag - T 070 426 44 26 - F 070 365 13 80 - www.raadvanstate.nl füJ correspondenc,e de datum en het nummer van deze brief vermelden
Ontvangstdatum: 8 mei 2025 - Documentdatum: 7 mei 2025
Zaak- en documentnummer: 2.095023 / D.326139
Raad vanState 202307084/ 1 / R1. Datum uitspraak: 7 mei 2025
AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen: , wonend in
, gemeente West Maas en
Waal, appellant, en de raad van de gemeente West Maas en Waal, verweerder.
Zaak- en documentnummer: 2.095023 / D.326139
2
202307084/ 1 / R1
7 mei 2025
Procesverloop Bij besluit van 14 september 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Lavendelstraat ongenummerd, Boven-Leeuwen" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft -
beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend . De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 maart 2025, waar en de raad, vertegenwoordigd door , zijn verschenen. Verder is op de zitting VP Ontwikkeling B.V., vertegenwoordigd d o o r _ , als partij gehoord. Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingsrecht 1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de lnvoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de lnvoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is. 2. Het ontwerpplan is op 1 juni 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Inleiding 3. Het plan voorziet in de bouw van twee vrijstaande woningen aan de westzijde van de Lavendelstraat in Boven-Leeuwen . is eigenaar van een ten noorden daarvan gelegen woonperceel met paardenweide. Hij kan zich niet verenigen met het plan
Toetsingskader 4. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening . De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.
Ontvangstdatum: 8 mei 2025 - Documentdatum: 7 mei 2025
Zaak- en documentnummer: 2.095023 / D.326139
3
202307084/ 1 / R1
7 mei 2025
Beroepsgronden 5. stelt dat het plan onvoldoende waarborgen biedt om wateroverlast op zijn perceel te voorkomen. Zijn perceel ligt lager dan het plangebied en omdat het plangebied zal worden opgehoogd , komt zijn perceel als het ware in een badkuip te liggen. 6. De raad wijst erop dat naar aanleiding van een zienswijze van een voorwaardelijke verplichting in artikel 5.3.2 van de planregels is opgenomen. Daarmee is volgens de raad voldoende verzekerd dat geen wateroverlast zal ontstaan op het perceel van - 7. Op grond van artikel 5.3.2, onder a, van de plan regels is het verharden en bebouwen van de gronden slechts toegestaan als binnen het plangebied is voorzien in de realisatie en instandhouding van een waterberging, waarbij de capaciteit van de waterbergingsvoorzieningen wordt berekend volgens de meest recente voorschriften van het waterschap. Op grond van artikel 5.3.2, onder b, van de planregels moet verder nabij de perceelsgrens in de noordwesthoek van het plangebied binnen het plangebied een voorziening worden gerealiseerd en vervolgens in stand gehouden worden die voorkomt dat overtollig regenwater naar het naastgelegen perceel afstroomt. 8.
Niet in geschil is dat het bestemmingsplan gevolgen kan hebben voor de waterhuishouding op het perceel In wat heeft aangevoerd ziet de Afdeling echter geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de raad met het oog op de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding op het perceel van niet met artikel 5.3.2, onder a en b, van de planregels mocht volstaan. De wijze waarop de voorgeschreven waterhuishoudkundige voorzieningen precies worden uitgevoerd en ingericht hoeft in het plan niet te worden geregeld. Ter zitting is gebleken dat wordt gedacht aan de aanleg van retentiebekken, met een keermuur, waarmee wordt voorkomen dat water van het plangebied naar het perceel van stroomt, en daarnaast in de aanleg van een verzamelput met keerklep waardoor ook het perceel van kan afwateren op het retentiebekken. De Afdeling acht aannemelijk dat daarmee voldoende aan de belangen van kan worden tegemoetgekomen. Het betoog slaagt niet. Conclusie 9.
Het beroep is ongegrond
10.
De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
u mvangstaatum: ö mei Lv:.:::o - uocumemaatum: 1 mei LUL!:>
Zaak- en documentnummer: Z.095023 / D.326139
4
202307084/ 1/ R 1
7 mei 2025
Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het beroep ongegrond. A ldus vastgesteld door mr. H.J.M. Besselink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van A . Sandanam, griffier.
w.g. Besselink lid van de enkelvoudige kamer
De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen
Uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2025
Verzonden: 7 mei 2025
O ntvançistdatum: 8 mei 2025 - Documentdatum: 7 mei 2025