2025-078.2 Reactie zienswijzen kaderbrief ODR 2026
Tekst van het document
Reactie Dagelijks Bestuur op zienswijzen Kaderbrief 2026 Deelnemer Buren Getekende zienswijze ontvangen
Inhoud zienswijze
Reactie
Zienswijze:
Reactie per punt:
1. Collectieve zienswijze Naar aanleiding van de kadernota 2026 van uw gemeenschappelijke regeling doen wij u hierbij een inhoudelijke zienswijze toekomen, voortkomend uit de financiële situatie van onze gemeenten. Het betreft een collectieve zienswijze, van alle 8 gemeenten in de regio Rivierenland. De inkomsten die gemeenten vanuit het Rijk ontvangen worden met miljarden structureel verminderd (ca 5%). Dat terwijl de uitdagingen op verschillende beleidsterreinen fors zijn en de prijzen van materiaal en personeel stijgen. Als gemeenten bereiden we daarom ombuigingen voor. Voor deze ombuigingen wordt ook naar taken en middelen van verbonden partijen gekeken. We beseffen daarbij dat vermindering van de middelen niet strookt met de ontwikkeling van de afgelopen jaren waarin er een steeds groter beroep op u is gedaan. We gaan over deze ontwikkeling en de gevolgen graag met u in gesprek, waarbij we oog houden voor een veerkrachtige en toekomstbestendige regio. Daarbij hanteren we als kader een lagere gemeentelijke bijdrage van 1,5% in de begrotingsjaren 2026 en 2027 ten opzichte van de begroting 2025, oplopend naar een 3,0% lagere gemeentelijke bijdrage vanaf 2028. Ons verzoek aan u is: bereid aan de hand van het bovengenoemd kader scenario’s voor, voor te leggen aan uw algemeen bestuur, zodat het algemeen bestuur hier een besluit over kan nemen.
We verzoeken u per scenario ook de beleidsmatige implicaties zichtbaar te maken. We realiseren ons dat vermindering van de middelen gevolgen heeft voor de dienstverlening, zeker nu er steeds meer een beroep wordt gedaan op gemeenten en verbonden partijen. We verzoeken u vóór het afronden van de conceptbegroting 2026 van uw gemeenschappelijke regeling de keuzescenario’s aan het algemeen bestuur voor te leggen om vervolgens te verwerken in de conceptbegroting 2026. Hierover gaan we graag met u in gesprek.
1. Collectieve zienswijze ODR heeft vanzelfsprekend oor voor de financiële opgaven waar gemeenten voor staan de aankomende jaren. Daarom heeft ODR al in de begroting van 2025 ongeveer 2,5% aan ombuigingen opgenomen en gerealiseerd zonder grote gevolgen voor de uitvoering van taken. Aanvullende ombuigingen van 1,5-3% zullen helaas niet meer zonder gevolgen voor de uitvoering van taken zijn. Welke taken wel/niet meer zullen worden uitgevoerd en/of in mindere mate en/of met een lager niveau van dienstverlening, zal in overleg met gemeenten worden bepaald. Een belangrijk instrument daarvoor is het regionaal uitvoeringsbeleid VTH, wat in 2025 voor de aankomende jaren moet worden geactualiseerd en opnieuw vastgesteld moet worden door de Raden. In dit beleid worden juist de ambitieniveaus vastgelegd op het vlak van VTH.
2. Omzetnorm robuustheidscriteria De focus van de ODR lijkt te liggen op het verhogen van de omzet op het gebied van milieutaken. Daartoe is de ODR ook aan het kijken naar allerlei diensten die zij zouden kunnen aanbieden op dit gebied. Gewaakt moet worden voor het opzetten van diensten enkel met het doel meer omzet te genereren en die wel personele capaciteit vragen, maar weinig toevoegen aan de dienstverlening. Het is maar zeer de vraag in hoeverre de omzetnorm in stand blijft (want daar is veel op aan te merken) op termijn. Er moet ook worden nagedacht over scenario’s wat te doen als de omzetnorm niet gehaald wordt.
2. Omzetnorm robuustheidscriteria Het is nooit de bedoeling geweest om producten of diensten te ontwikkelen uitsluitend omwille van de uitbreiding van dienstverlening en het behalen van de robuustheidseisen. Steeds heeft ODR duidelijk gemaakt dat wat ontwikkeld gaat worden meerwaarde moet hebben, moet bijdragen aan een efficiënter, effectiever en/of goedkoper realiseren van de doelen en ambities van de gemeente. Door bundeling van taken kan meer efficiency en/of financieel voordeel voor de gemeente worden behaald. ODR is er van overtuigd dat er voldoende kansen liggen om met taakuitbreiding met deze (financiële) meerwaarde voor gemeenten, de robuustheidseisen te behalen. De omzetnorm is het meest bediscussieerde en discutabele criterium van de robuustheidseisen, maar dit criterium staat wel vast. Hierover is bij Ministerie, ODNL, IPO en VNG geen discussie meer. Dit criterium is inmiddels vastgelegd in samenwerking afspraken tussen deze partijen en zal worden opgenomen in wetgeving.
3. Kosten ODR De ODR zit momenteel qua kosten veel te hoog in de benchmark en ook staat het vertrouwen in de kwaliteit van de dienstverlening onder druk, wat extra taken bij de ODR beleggen niet vanzelfsprekend maakt. De ODR moet met scenario’s komen voor hun toekomstbestendigheid, en niet alleen in de dienstverlening maar door ook te kijken naar hun eigen organisatievorm en de robuustheid. De gemeente Buren heeft onderzoek gedaan en maakt zich zorgen over deze robuustheid. We verzoeken de ODR dan ook om met een onderbouwd plan te komen om de toekomst van de ODR te waarborgen.
3. Kosten ODR De gemeente Buren heeft door de gerenommeerde firma Berenschot een benchmark onderzoek laten uitvoeren naar kosten van de uitvoering van gemeentelijke taken inclusief taken die bij GR-en als ODR zijn belegd. Uit eerste resultaten van deze benchmark lijkt het alsof de ODR relatief duur zou zijn. De onderliggende cijfers zijn echter nog onderwerp van gesprek en blijken vooralsnog niet helemaal juist te zijn en een effect in zich te hebben van het “vergelijken van appels en peren”. Dit voorjaar zal in goede en nauwe samenwerking met de gemeente en Berenschot hier duidelijkheid over komen. Uit meerdere eerdere benchmark onderzoeken waar ODR aan heeft deelgenomen, blijkt overigens juist dat ODR relatief goedkoop is.
De actualisatie van dit beleid kost – vanwege de zorgvuldigheid en besluitvorming binnen gemeenten en provincie – ongeveer een jaar. Dat betekent dat het niet mogelijk is voor de ontwerpbegroting 2026 (maart-april in procedure) al scenario’s hiervoor opgesteld te hebben. De 1,5%-3% is in de ontwerpbegroting dan ook opgenomen als “taakstelling”. Waarbij later deze taakstelling zal worden geconcretiseerd in de nog op te stellen werkprogramma’s 2026 aan de hand van het geactualiseerde regionale uitvoeringsbeleid VTH.
Signalen over het vertrouwen in de kwaliteit van de dienstverlening zijn er. Grotendeels is dit te wijten aan de ingrijpende invoering van de Omgevingswet en Wkb en het landelijke DSO als nieuw digitaal loket hierbij. Dit betreft een landelijk beeld. Daarnaast heeft ODR een moeilijk jaar achter de rug om andere redenen. Ook dit heeft zijn weerslag gehad op de dienstverlening. ODR zal in 2025 sterk inzetten op een verbetering van de dienstverlening, waarbij helaas landelijke ontwikkelingen maar beperkt beïnvloed kunnen worden. ODR zal in overleg met gemeenten en provincie in 2025 komen met een onderbouwd plan hoe – conform huidige wens van gemeenten – ODR in de toekomst kosteneffectief, kwalitatief goed en nabij haar werkzaamheden kan uitvoeren en tegelijk kan voldoen aan de landelijke robuustheidseisen. In dit plan zullen keuzemogelijkheden, scenario’s, worden opgenomen die voorgelegd zullen worden aan de deelnemende gemeenten en provincie. 4. Minder bouwvergunningen, toch hogere kosten Ondanks een werkelijk aantal omgevingsvergunning bouw van 300 minder dan in het werkprogramma opgenomen is er ruim 100 uur meer aan besteed. Er wordt met een overschrijding van 1425 uur fors boven kengetal gewerkt. 5. Communicatie en dienstverlening In de kaderbrief wordt aandacht besteed aan communicatie en dienstverlening.
Wij zien dat hier nog steeds een verbeterslag in is te maken door de ODR. De gemeente Buren wil graag samen met de ODR onderzoeken hoe de communicatie en dienstverlening van de ODR richting inwoners nog verder kan worden verbeterd.
Culemborg (getekende zienswijze ontvangen)
6. Open Wave In het kader van optimalisatie van communicatie en dienstverlening aan inwoners is het cruciaal dat de snel toepasbare mogelijkheid om als gemeente en ODR samen te werken in OpenWave eindelijk optimaal benut wordt. Dit zal bijdrage in snellere dienstverlening aan inwoners, minder kans op fouten en misverstanden, beter integraal werken en naar verwachting ook een verlaging van kosten. Inmiddels is duidelijk geworden dat deze samenwerking vrijwel direct gerealiseerd kan worden, er ondersteuning voor geregeld kan worden, dat de samenwerking in OpenWave AVG proof is en dat er nagenoeg geen kosten zijn om dit te realiseren. Als de ODR meewerkt kan dit al in januari 2025 gerealiseerd worden. Zienswijze: 1. Collectieve zienswijze De inkomsten die gemeenten vanuit het Rijk ontvangen worden met miljarden structureel verminderd (ca 5%). Dat terwijl de uitdagingen op verschillende beleidsterreinen fors zijn en de prijzen van materiaal en personeel stijgen. Als gemeenten bereiden we daarom ombuigingen voor. Voor deze ombuigingen wordt ook naar taken en middelen van verbonden partijen gekeken. We beseffen daarbij dat vermindering van de middelen niet strookt met de ontwikkeling van de afgelopen jaren waarin er een steeds groter beroep op u is gedaan.
We gaan over deze ontwikkeling en de gevolgen graag met u in gesprek, waarbij we oog houden voor een veerkrachtige en toekomstbestendige regio. Daarbij hanteren we als kader een lagere gemeentelijke bijdrage van 1,5% in de begrotingsjaren 2026 en 2027 ten opzichte van de begroting 2025, oplopend naar een 3,0% lagere gemeentelijke bijdrage vanaf 2028. Ons verzoek aan u is: bereid aan de hand van het bovengenoemd kader scenario’s voor, voor te leggen aan uw algemeen bestuur, zodat het algemeen bestuur hier een besluit over kan nemen. We verzoeken u per scenario ook de beleidsmatige implicaties zichtbaar te maken. We realiseren ons dat vermindering van de middelen gevolgen heeft voor de dienstverlening, zeker nu er steeds meer een beroep wordt
4. Minder bouwvergunningen, toch hogere kosten In een brief verzonden op 6 februari 2025 heeft ODR uitleg en verklaring gegeven waarom in 2024 sprake is geweest van overschrijding van het kental. Vervolgens is dit ook in een gesprek nader toegelicht. 5. Communicatie en dienstverlening De dienstverlening aan de burger heeft een heel prominente plaats gekregen in het strategieplan ODR 2025-2028. Klantgerichtheid wordt daarin benoemd als een kernwaarde. Verbetering van de dienstverlening naar burgers en ondernemers is opgenomen als strategische ambitie. Deze ambitie is vertaald naar doelen en acties. Meer concreet zijn in 2024, met een geheel andere aanleiding, gesprekken gestart over verbetering van dienstverlening bij de gemeenten West Betuwe. Daar komen veel ideeën uit voort die uitgerold kunnen worden naar andere gemeenten. Dit zijn ideeën die een positief effect moeten hebben op de klantbeleving bij onze dienstverlening. 6. Open Wave ODR ziet zeker mogelijkheden om Open Wave breder toegankelijk te maken voor meer gemeentelijke collega’s dan nu het geval is. Er zijn wel risico’s (qua informatiebeveiliging, privacywetgeving en vooral inhoud) aan verbonden waar goede afspraken over gemaakt moeten worden voor wat betreft verantwoordelijkheden en aansprakelijkheid. Naar verwachting is dit te realiseren in het tweede kwartaal van 2025. Reactie per punt 1.
Collectieve zienswijze ODR heeft vanzelfsprekend oor voor de financiële opgaven waar gemeenten voor staan de aankomende jaren. Daarom heeft ODR al in de begroting van 2025 ongeveer 2,5% aan ombuigingen opgenomen en gerealiseerd zonder grote gevolgen voor de uitvoering van taken. Aanvullende ombuigingen van 1,5-3% zullen helaas niet meer zonder gevolgen voor de uitvoering van taken zijn. Welke taken wel/niet meer zullen worden uitgevoerd en/of in mindere mate en/of met een lager niveau van dienstverlening, zal in overleg met gemeenten worden bepaald. Een belangrijk instrument daarvoor is het regionaal uitvoeringsbeleid VTH, wat in 2025 voor de aankomende jaren moet worden geactualiseerd en opnieuw vastgesteld moet worden door de Raden. In dit beleid worden juist de ambitieniveaus vastgelegd op het vlak van VTH. De actualisatie van dit beleid kost – vanwege de zorgvuldigheid en besluitvorming binnen gemeenten en provincie – ongeveer een jaar. Dat betekent dat het niet mogelijk is voor de ontwerpbegroting 2026 (maart-april in procedure) al scenario’s hiervoor opgesteld te hebben. De 1,5%-3% is in de ontwerpbegroting dan ook opgenomen als “taakstelling”. Waarbij later deze taakstelling zal worden
gedaan op gemeenten en verbonden partijen. We verzoeken u vóór het afronden van de conceptbegroting 2026 van uw gemeenschappelijke regeling de keuzescenario’s aan het algemeen bestuur voor te leggen om vervolgens te verwerken in de conceptbegroting 2026. Hierover gaan we graag met u in gesprek. 2. IBP-VTH Het landschap van Omgevingsdiensten in Nederland is aan veranderingen onderhevig. In het kader van het IBP-VTH worden eisen gesteld aan de robuustheid van Omgevingsdiensten. In het voorjaar van 2024 heeft uw Algemeen Bestuur een plan van aanpak vastgesteld op basis waarvan onderzocht wordt of het mogelijk is om aan de omzeteis van 16,5 miljoen euro op jaarbasis voor milieugerelateerde taken te gaan voldoen. Wij zien het levensgrote spanningsveld tussen enerzijds onze gezamenlijke wens om te komen tot een robuuste organisatie (met bijbehorende toename van de omzet op milieutakengebied) en anderzijds onze wens om invulling te geven aan besparingsmogelijkheden. Omdat de (landelijke maar ook regionale) discussie over de robuustheid van de Omgevingsdiensten naar verwachting het komende jaar beslecht zal worden en de uitkomsten daarvan ook bepalend zullen zijn voor de toekomstige financiële bijdrage van onze gemeente aan uw organisatie, wensen wij u (en onszelf) veel wijsheid toe om de juiste keuzes te kunnen maken.
Onze inwoners en ondernemers verdienen het om een professionele Omgevingsdienst te hebben die via een juiste uitvoering van het omgevingsrecht werkt aan een prettig en veilig woon- en leefklimaat. 3. Loonindexatie Op pagina 15 van de Kaderbrief 2026 staat een loonindexatie van 3,3%. Dit is niet in lijn met de regionale afspraken over de loonindexatie voor gemeenschappelijke regeling in Rivierenland. Hier is een indexering van 2,7 % vastgesteld. 4. Businessintelligence en datagedreven werken In de kaderbrief 2026 geeft u aan dat u extra middelen (400.000 euro) wilt inzetten voor Businessintelligence en datagedreven werken. Vanuit uw wens om te professionaliseren en robuust te zijn snappen wij dit voornemen zeer zeker, maar gegeven de eerder beschreven financiële kaders kunnen wij op dit moment niet instemmen met een extra investering die ten laste wordt gebracht van onze deelnemersbijdrage.
Maasdriel (getekende zienswijze ontvangen)
Zienswijze: 1. Collectieve zienswijze De inkomsten die gemeenten vanuit het Rijk ontvangen worden met miljarden structureel verminderd (ca 5%). Dat terwijl de uitdagingen op verschillende beleidsterreinen fors zijn en de prijzen van materiaal en personeel stijgen. Als gemeenten bereiden we daarom ombuigingen voor. Voor deze ombuigingen wordt ook naar taken en middelen van verbonden partijen gekeken. We beseffen daarbij dat vermindering van de middelen niet strookt met de ontwikkeling van de afgelopen jaren waarin er een steeds groter beroep op u is gedaan. We gaan over deze ontwikkeling en de gevolgen graag met u in gesprek, waarbij we oog houden voor een veerkrachtige en toekomstbestendige regio. Daarbij hanteren we als kader een lagere gemeentelijke bijdrage van 1,5% in de begrotingsjaren 2026 en 2027 ten opzichte van de begroting 2025, oplopend naar een 3,0% lagere gemeentelijke bijdrage vanaf 2028. Ons verzoek aan u is: bereid aan de hand van het bovengenoemd kader scenario’s voor, voor te leggen aan uw algemeen bestuur, zodat het algemeen bestuur hier een besluit over kan nemen. We verzoeken u per scenario ook de beleidsmatige
geconcretiseerd in de nog op te stellen werkprogramma’s 2026 aan de hand van het geactualiseerde regionale uitvoeringsbeleid VTH.
2. IBP-VTH ODR herkent en erkent dat de financiële uitdagingen bij gemeenten en de robuustheidseisen met elkaar op gespannen voet staan. Uitbreiding van de taken op gebied van milieu en ombuigingen lijken te botsen. Het is echter steeds de bedoeling geweest om producten of diensten te ontwikkelen die meerwaarde hebben voor de gemeente, bijdragen aan een efficiënter, effectiever of goedkoper realiseren van de doelen en ambities van de gemeente. Door bundeling van taken kan meer efficiency en/of financieel voordeel voor de gemeente worden behaald. ODR is er van overtuigd dat er voldoende kansen liggen om met de taakuitbreiding met deze (financiële) meerwaarde voor gemeenten, de robuustheidseisen te behalen.
3. Loonindexatie Het klopt dat dit percentage 2,7% is. Dit was wel correct in de tabel opgenomen, maar per abuis stond dit niet goed in de tekst. 4. Businessintelligence en datagedreven werken In april 2023 heeft ODR een plan van aanpak robuustheid ingediend bij het Ministerie IenW. Dit plan is door het ministerie getoetst. Het eindoordeel was dat ODR op een aantal thema’s niet voldoet aan de robuustheidscriteria en dat het plan daarin nog onvoldoende voorzag. Een daarvan is het vaker besproken omzetcriterium. Het andere was de mate waarin ODR invulling gaf aan business control met de inzet van data en BI. Daarmee is de ontwikkeling van BI voor ODR een robuustheidscriterium geworden waar aan voldaan moet worden. Daarbij wordt landelijk uitgegaan van de inzet van 3 fte op dit terrein. BI biedt kansen om toezicht effectiever in te zetten door data slim te gebruiken. Dit kan invloed hebben op de toezicht frequenties. BI kan eveneens helpen met grip houden op de inzet van uren en middelen. Beide kunnen helpen om de bijdrage van de gemeente juist ook weer naar beneden te brengen. Gezien de moeilijke financiële situatie van de deelnemers vraagt ODR een bijdrage van 50% (= € 200.000). De andere 50% is binnen de ODR-begroting gezocht. Reactie per punt: 1. Collectieve zienswijze ODR heeft vanzelfsprekend oor voor de financiële opgaven waar gemeenten voor staan de aankomende jaren.
Daarom heeft ODR al in de begroting van 2025 ongeveer 2,5% aan ombuigingen opgenomen en gerealiseerd zonder grote gevolgen voor de uitvoering van taken. Aanvullende ombuigingen van 1,5-3% zullen helaas niet meer zonder gevolgen voor de uitvoering van taken zijn. Welke taken wel/niet meer zullen worden uitgevoerd en/of in mindere mate en/of met een lager niveau van dienstverlening, zal in overleg met gemeenten worden bepaald. Een belangrijk instrument daarvoor is het regionaal uitvoeringsbeleid VTH, wat in 2025 voor de aankomende jaren moet worden geactualiseerd en opnieuw vastgesteld moet worden door de Raden. In dit beleid worden juist de ambitieniveaus vastgelegd op het vlak van VTH. De actualisatie van dit beleid kost – vanwege de zorgvuldigheid en besluitvorming binnen gemeenten en provincie – ongeveer een jaar. Dat betekent dat het niet mogelijk is voor de ontwerpbegroting 2026 (maart-april in procedure) al scenario’s
implicaties zichtbaar te maken. We realiseren ons dat vermindering van de middelen gevolgen heeft voor de dienstverlening, zeker nu er steeds meer een beroep wordt gedaan op gemeenten en verbonden partijen. We verzoeken u vóór het afronden van de conceptbegroting 2026 van uw gemeenschappelijke regeling de keuzescenario's aan het algemeen bestuur voor te leggen om vervolgens te verwerken in de conceptbegroting 2026. Hierover gaan we graag met u in gesprek.
hiervoor opgesteld te hebben. De 1,5%-3% is in de ontwerpbegroting dan ook opgenomen als “taakstelling”. Waarbij later deze taakstelling zal worden geconcretiseerd in de nog op te stellen werkprogramma’s 2026 aan de hand van het geactualiseerde regionale uitvoeringsbeleid VTH.
2. Robuustheid ODR Voor de ontwikkelingen naar een robuuste Omgevingsdienst Rivierenland is een plan van aanpak opgesteld, welke beoogt om per 1 april 2026 een robuuste omgevingsdienst te kunnen zijn. Deze ontwikkelingen staan op gespannen voet met de financiële uitdaging die gemeenten kunnen verwachten met ingang van het jaar 2026. Enerzijds wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om het aantal milieutaken bij de ODR te vergroten, waar anderzijds gezocht wordt naar mogelijkheden om te kunnen bezuinigen. Vanuit de gemeente Maasdriel, als een van de acht deelnemende gemeenten, is momenteel geconcludeerd dat er geen (aanvullende) milieutaken zijn die kunnen worden uitgevoerd door de ODR. Wij willen vanuit de gemeente Maasdriel daarom graag in gesprek gaan om te onderzoeken in hoeverre we (financiële) uitdagingen van gemeenten in een financieel moeilijke tijd kunnen combineren met een omzetvergroting van ODR.
2. Robuustheid ODR ODR herkent en erkent dat de financiële uitdagingen bij gemeenten en de robuustheidseisen met elkaar op gespannen voet staan. Uitbreiding van de taken op gebied van milieu en ombuigingen lijken te botsen. Het is echter steeds de bedoeling geweest om producten of diensten te ontwikkelen die meerwaarde hebben voor de gemeente, bijdragen aan een efficiënter, effectiever of goedkoper realiseren van de doelen en ambities van de gemeente. Door bundeling van taken kan meer efficiency en/of financieel voordeel voor de gemeente worden behaald. ODR is er van overtuigd dat er voldoende kansen liggen om met de taakuitbreiding met deze (financiële) meerwaarde voor gemeenten, de robuustheidseisen te behalen.
3. Dienstverlening Er wordt momenteel in gezamenlijkheid met de deelnemende gemeente gekeken naar de kwaliteit van de dienstverlening van de ODR. De ODR wil samen met de deelnemende gemeenten een methode ontwikkelen om de kwaliteit van diensten te kunnen monitoren en onderzoeken. Wij zien dit als een goede ontwikkeling welke bijdraagt aan het kwalitatief kunnen monitoren van de beoogde ontwikkelingen van de ODR. Wij verzoeken de ODR om voldoende meegenomen te worden in het voortraject van het opzetten van een methode, maar ook om input te kunnen leveren op de kwaliteit van de geleverde diensten van de ODR. Wij verzoeken de ODR om ons te informeren over de wijze waarop zij de gegevens gaan of willen gaan borgen.
3. Dienstverlening De dienstverlening aan de burger heeft een heel prominente plaats gekregen in het strategieplan ODR 2025-2028. Klantgerichtheid wordt daarin benoemd als een kernwaarde. Verbetering van de dienstverlening naar burgers en ondernemers is opgenomen als strategische ambitie. Deze ambitie is vertaald naar doelen en acties. Meer concreet zijn in 2024, met een geheel andere aanleiding, gesprekken gestart over verbetering van dienstverlening bij de gemeenten West Betuwe. Daar komen veel ideeën uit voort die uitgerold kunnen worden naar andere gemeenten. Dit zijn ideeën die een positief effect moeten hebben op de klantbeleving bij onze dienstverlening. Bij die uitrol zullen de deelnemende gemeenten uiteraard nauw betrokken worden.
4. Omgevingswet en werkprogramma's Ontwikkelingen rondom de Omgevingswet staan op de agenda voor de overheden. Voorheen konden werkprogramma's opgesteld worden op basis van ervaringscijfers, wat het afgelopen jaar niet mogelijk is geweest. In 2025 kunnen we voor het eerst terugkijken op een volledig jaar waarin we onder de Omgevingswet hebben gewerkt. Hoewel het jaar 2024 een hybride jaar is geweest van oude en nieuwe wetgeving, hopen we het komende jaar kritisch te kunnen blijven kijken naar wat de impact van de Omgevingswet is op de werkprogramma's.
4. Omgevingswet en werkprogramma’s De implementatie van de Omgevingswet bij Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) verloopt voorspoedig. Dit betekent niet dat we er al zijn en alles goed gaat, maar we zijn wel op de goede weg. Begin 2025 is met de gemeentelijke partners en de ketenpartners de eerste periode werken onder de Omgevingswet geëvalueerd. In deze sessie zijn per gemeente het aantal zaken, zaaktypen, afhandelstatus, etc. gepresenteerd. De gemeentelijke partners hebben aangegeven behoefte te hebben aan inzicht in het aantal en type binnengekomen zaken/aanvragen. Deze gegevens zijn in 2024 in de regieoverleggen gegeven (elke zes weken). Voor 2025 willen we dit automatiseren zodat de partners op elk moment inzicht in de actuele cijfers kunnen krijgen. Deze monitoring op data bestrijkt twee gebieden. Enerzijds data die gebruikt kan worden voor de interne gemeentelijke organisaties (denk hierbij aan het informeren van de Raad), anderzijds data die gebruikt kan worden voor het invullen van de VNG monitor Omgevingswet.
Neder-Betuwe (getekende zienswijze ontvangen)
Zienswijze:
Reactie per punt:
1. Collectieve zienswijze De inkomsten die gemeenten vanuit het Rijk ontvangen worden met miljarden structureel verminderd (ca 5%). Dat terwijl de uitdagingen op verschillende beleidsterreinen fors zijn en de prijzen van materiaal en personeel stijgen. Als gemeenten bereiden we daarom ombuigingen voor. Voor deze ombuigingen wordt ook naar taken en middelen van verbonden partijen gekeken. We beseffen daarbij dat vermindering van de middelen niet strookt met de ontwikkeling van de afgelopen jaren waarin er een steeds groter beroep op u is gedaan. We gaan over deze ontwikkeling en de gevolgen graag met u in gesprek, waarbij we oog houden voor een veerkrachtige en toekomstbestendige regio. Daarbij hanteren we als kader een lagere gemeentelijke bijdrage van 1,5% in de begrotingsjaren 2026 en 2027 ten opzichte van de begroting 2025, oplopend naar een 3,0% lagere gemeentelijke bijdrage vanaf 2028. Ons verzoek aan u is: bereid aan de hand van het bovengenoemd kader scenario’s voor, voor te leggen aan uw algemeen bestuur, zodat het algemeen bestuur hier een besluit over kan nemen. We verzoeken u per scenario ook de beleidsmatige implicaties zichtbaar te maken. We realiseren ons dat vermindering van de middelen gevolgen heeft voor de dienstverlening, zeker nu er steeds meer een beroep wordt gedaan op gemeenten en verbonden partijen.
We verzoeken u vóór het afronden van de conceptbegroting 2026 van uw gemeenschappelijke regeling de keuzescenario’s aan het algemeen bestuur voor te leggen om vervolgens te verwerken in de conceptbegroting 2026. Hierover gaan we graag met u in gesprek.
1. Collectieve zienswijze ODR heeft vanzelfsprekend oor voor de financiële opgaven waar gemeenten voor staan de aankomende jaren. Daarom heeft ODR al in de begroting van 2025 ongeveer 2,5% aan ombuigingen opgenomen en gerealiseerd zonder grote gevolgen voor de uitvoering van taken. Aanvullende ombuigingen van 1,5-3% zullen helaas niet meer zonder gevolgen voor de uitvoering van taken zijn. Welke taken wel/niet meer zullen worden uitgevoerd en/of in mindere mate en/of met een lager niveau van dienstverlening, zal in overleg met gemeenten worden bepaald. Een belangrijk instrument daarvoor is het regionaal uitvoeringsbeleid VTH, wat in 2025 voor de aankomende jaren moet worden geactualiseerd en opnieuw vastgesteld moet worden door de Raden. In dit beleid worden juist de ambitieniveaus vastgelegd op het vlak van VTH.
2. Focus op prioriteiten: heldere keuzes voor 2026 Op basis van de besproken situatie en uitdagingen van de ODR begrijpen wij dat de kadernota 2026 zich richt op de verdere ontwikkeling van de organisatie en het voorbereiden van een nieuwe strategie. De komende tijd zal daarom vooral gaan over het uitwerken en uitvoeren van deze plannen. Om dit proces te ondersteunen, vragen wij om een duidelijke uitwerking van de strategische agenda. Dit stelt de raden in staat om prioriteiten te stellen bij het samenstellen van de begroting. Wij stellen voor om een overzicht te maken van de nog uit te voeren projecten die bijdragen aan de nieuwe koers, aangevuld met een overzicht van niet-wettelijke taken. Hierbij verzoeken wij om per onderdeel aan te geven wat de financiële impact is (wat kost het?) en een advies te geven over het eventueel schrappen van deze taken. Een compacte en gerichte lijst met scenario’s, inclusief een advies van de ODR, kan helpen om kosten te besparen en de focus te verbeteren. Op basis van deze informatie kunnen de raden hun voorkeurscenario met u delen via de zienswijze op de begroting 2026.
2. Focus op prioriteiten: heldere keuzes voor 2026 Een uitwerking van de geactualiseerde missie en visie van ODR zal ook vorm krijgen in een overzicht van te nemen maatregelen, uit te voeren projecten, enzovoort. Dit voor de looptijd van deze missie en visie (2025-2028). Het is aan het AB van ODR om daar besluiten over te nemen, binnen (financiële) kaders die gemeenten aan het AB meegeven. ODR is een zogenaamde “college GR”, waarbij het aan de Raden is om colleges (financiële) kaders mee te geven voor in dit geval de ODR als “college GR”. Welke taken wel/niet meer zullen worden uitgevoerd en/of in mindere mate en/of met een lager niveau van dienstverlening, zal in overleg met gemeenten worden bepaald of het nu wettelijke of niet-wettelijke taken betreft. Een belangrijk instrument daarvoor is het regionaal uitvoeringsbeleid VTH, wat in 2025 voor de aankomende jaren moet worden geactualiseerd en opnieuw vastgesteld moet worden door de Raden. In dit beleid worden juist de ambitieniveaus vastgelegd op het vlak van VTH.
3. Balans tussen kostenbesparing en robuustheid Het robuustheidsvraagstuk van de omgevingsdiensten in Nederland kan grote gevolgen hebben voor de toekomst van deze diensten. Wij verzoeken u daarom de raden tijdig en volledig te informeren over ontwikkelingen rondom dit vraagstuk en hen actief te betrekken bij belangrijke keuzes die hieruit voortvloeien. Daarnaast zijn wij ons ervan bewust dat er een minimale omzet op de wettelijke taken als robuustheidscriterium is opgelegd aan de omgevingsdiensten. Deze taakstelling kan conflicteren met de gevraagde kostenbesparingen. Wij vragen u hiermee rekening te houden bij de uitwerking van scenario’s en het gesprek hierover voort te zetten met de provincie. Het is belangrijk om samen naar oplossingen te zoeken die de financiële positie van de omgevingsdienst versterken, zonder afbreuk te doen aan de robuustheid.
3. Balans tussen kostenbesparing en robuustheid ODR herkent en erkent dat de financiële uitdagingen bij gemeenten en de robuustheidseisen met elkaar op gespannen voet staan. Uitbreiding van de taken op gebied van milieu en ombuigingen lijken te botsen. Het is echter steeds de bedoeling geweest om producten of diensten te ontwikkelen die meerwaarde hebben voor de gemeente, bijdragen aan een efficiënter, effectiever of goedkoper realiseren van de doelen en ambities van de gemeente. Door bundeling van taken kan meer efficiency en/of financieel voordeel voor de gemeente worden behaald. ODR is er van overtuigd dat er voldoende kansen liggen om met de taakuitbreiding met deze (financiële) meerwaarde voor gemeenten, de robuustheidseisen te behalen.
4. Datagedreven werken en structurele borging in de begroting Het toenemende gebruik van data is een belangrijke pijler voor toekomstige groei en innovatie. Samen met andere omgevingsdiensten heeft de ODR een gezamenlijke datavoorziening ontwikkeld. Dit vormt ook een onderdeel van de robuustheidscriteria, waarvoor de ODR op korte termijn aanzienlijke
4. Datagedreven werken en structurele borging in de begroting In april 2023 heeft ODR een plan van aanpak robuustheid ingediend bij het Ministerie IenW. Dit plan is door het ministerie getoetst. Het eindoordeel was dat ODR op een aantal thema’s niet voldoet aan de robuustheidscriteria en dat het plan daarin nog onvoldoende in voorzag. Een is het vaker besproken omzetcriterium. Het
De actualisatie van dit beleid kost – vanwege de zorgvuldigheid en besluitvorming binnen gemeenten en provincie – ongeveer een jaar. Dat betekent dat het niet mogelijk is voor de ontwerpbegroting 2026 (maart-april in procedure) al scenario’s hiervoor opgesteld te hebben. De 1,5%-3% is in de ontwerpbegroting dan ook opgenomen als “taakstelling”. Waarbij later deze taakstelling zal worden geconcretiseerd in de nog op te stellen werkprogramma’s 2026 aan de hand van het geactualiseerde regionale uitvoeringsbeleid VTH.
investeringen moet doen. Hoewel deze investeringen op termijn besparingen kunnen opleveren, vereisen ze op korte termijn een forse financiële inspanning om alles op orde te krijgen. Momenteel is er een subsidie beschikbaar die deze kosten deels dekt, maar deze subsidie is tijdelijk en de kosten structureel. Het is daarom belangrijk dat dit onderwerp structureel wordt opgenomen in de begroting van de omgevingsdienst. Wij verzoeken de ODR om in de begroting 2026 een duidelijke onderbouwing te geven van de verwachte kosten en kritisch te kijken naar wat noodzakelijk is op korte termijn en wat eventueel op een later moment kan worden geïmplementeerd. Dit kan helpen om onnodige kosten in de toekomst te voorkomen.
andere was de mate waarin ODR invulling gaf aan business control met de inzet van data en BI. Daarmee is de ontwikkeling van BI voor ODR een robuustheidscriterium geworden waar aan voldaan moet worden. Daarbij wordt landelijk uitgegaan van de inzet van minimaal 3 fte op dit terrein. BI biedt kansen om toezicht effectiever in te zetten door data slim te gebruiken. Dit kan invloed hebben op de toezicht frequenties. BI kan eveneens helpen met grip houden op de inzet van uren en middelen. Beide kunnen helpen om de bijdrage van de gemeente juist ook weer naar beneden te brengen, in gedachte de gewenste structurele bezuinigingen van 3% over een paar jaar. ODR investeert per 2025 in bemensing, architectuur en tooling. Dit doen wij op basis van onze roadmap Business Intelligence. De voornaamste aandachtspunten voor 2025 en 2026 zijn risico gestuurd toezicht en het verder optimaliseren van ons inrichtingenbestand. Hiermee kunnen we de gemeenten kwalitatief goed adviseren en werkzaamheden gerichter uitvoeren. We bouwen in het eerste jaar bewust op met basale inzet van bemensing met verstand van zaken op inhuurbasis, de implementatie van de benodigde tooling en aandacht voor de meest relevante sturingsvraagstukken van dit moment. Op basis hiervan bepalen we de juiste vervolgstappen voor de hierop volgende jaren.
5. Realistische en SMART-planning van werkzaamheden in de begroting Tot slot vragen wij aandacht voor een meetbare begroting. Wij zijn blij met de lay-out van de begroting en jaarrekening van de ODR. Echter, inhoudelijk kunnen wij niet goed zien wat er feitelijk is gerealiseerd. Wij zouden graag een overzicht van de uit te voeren taken verwerkt zien in de begroting, met de resultaten daarvan in de jaarrekening. Zo krijgt de gemeenteraad een duidelijker beeld van de taken die de Omgevingsdienst voor ons uitvoert.
Tiel (getekende zienswijze ontvangen)
Zienswijze: 1. Collectieve zienswijze De inkomsten die gemeenten vanuit het Rijk ontvangen worden met miljarden structureel verminderd (ca 5%). Dat terwijl de uitdagingen op verschillende beleidsterreinen fors zijn en de prijzen van materiaal en personeel stijgen. Als gemeenten bereiden we daarom ombuigingen voor. Voor deze ombuigingen wordt ook naar taken en middelen van verbonden partijen gekeken. We beseffen daarbij dat vermindering van de middelen niet strookt met de ontwikkeling van de afgelopen jaren waarin er een steeds groter beroep op u is gedaan. We gaan over deze ontwikkeling en de gevolgen graag met u in gesprek, waarbij we oog houden voor een veerkrachtige en toekomstbestendige regio. Daarbij hanteren we als kader een lagere gemeentelijke bijdrage van 1,5% in de begrotingsjaren 2026 en 2027 ten opzichte van de begroting 2025, oplopend naar een 3,0% lagere gemeentelijke bijdrage vanaf 2028. In de kaderbrief van de ODR die nu voorligt wordt wel ingegaan op de financiële situatie van gemeenten, en ook dat de ODR wil gaan bezuinigen. Maar hele concrete maatregelen worden nog niet aangekondigd, dit moet verder in de begroting en per individuele gemeente worden uitgewerkt. Ons verzoek aan u is: bereid aan de hand van het bovengenoemd kader scenario’s voor, voor te leggen aan uw algemeen bestuur, zodat het algemeen bestuur hier een besluit over kan nemen.
We verzoeken u per scenario ook de beleidsmatige implicaties zichtbaar te maken. We realiseren ons dat vermindering van de middelen gevolgen kan hebben voor de dienstverlening, zeker nu er steeds meer een beroep wordt gedaan op gemeenten en verbonden partijen. We verzoeken u vóór het afronden van de conceptbegroting
5. Realistische en SMART-planning van werkzaamheden in de begroting Overzichten opnemen in kwalitatieve zin welke taken ODR uitvoert, zijn goed mogelijk. Kwantitatief echter niet. Dit omdat de werkprogramma’s voor 2026 met daarin aantallen, uren, enz. pas in het najaar van 2025 gemaakt worden op basis van de gerealiseerde aantallen en uren in de eerste 8 maanden van 2025 en op basis van wensen en inzichten van gemeenten voor 2026 naar aanleiding van de gegevens over de eerste 8 maanden. Dit sluit qua besluitvormingstermijnen niet aan op de planningen van begrotingen e.d. conform de Wet gemeenschappelijke regelingen. Wel is het zo dat ODR elke maand cijfermatig en elke 4 maanden ook tekstueel rapporteert over de voortgang en over de geleverde prestaties. Deze rapportages kunnen mogelijk voorzien in de informatiebehoefte over wat er feitelijk is gerealiseerd in een bepaald kalenderjaar. Reactie per punt: 1. Collectieve zienswijze ODR heeft vanzelfsprekend oor voor de financiële opgaven waar gemeenten voor staan de aankomende jaren. Daarom heeft ODR al in de begroting van 2025 ongeveer 2,5% aan ombuigingen opgenomen en gerealiseerd zonder grote gevolgen voor de uitvoering van taken. Aanvullende ombuigingen van 1,5-3% zullen helaas niet meer zonder gevolgen voor de uitvoering van taken zijn.
Welke taken wel/niet meer zullen worden uitgevoerd en/of in mindere mate en/of met een lager niveau van dienstverlening, zal in overleg met gemeenten worden bepaald. Een belangrijk instrument daarvoor is het regionaal uitvoeringsbeleid VTH, wat in 2025 voor de aankomende jaren moet worden geactualiseerd en opnieuw vastgesteld moet worden door de Raden. In dit beleid worden juist de ambitieniveaus vastgelegd op het vlak van VTH. De actualisatie van dit beleid kost – vanwege de zorgvuldigheid en besluitvorming binnen gemeenten en provincie – ongeveer een jaar. Dat betekent dat het niet mogelijk is voor de ontwerpbegroting 2026 (maart-april in procedure) al scenario’s hiervoor opgesteld te hebben. De 1,5%-3% is in de ontwerpbegroting dan ook opgenomen als “taakstelling”. Waarbij later deze taakstelling zal worden geconcretiseerd in de nog op te stellen werkprogramma’s 2026 aan de hand van het geactualiseerde regionale uitvoeringsbeleid VTH.
2026 van uw gemeenschappelijke regeling de keuzescenario’s aan het algemeen bestuur voor te leggen om vervolgens te verwerken in de conceptbegroting 2026. Hierover gaan we graag met u in gesprek. 2. Kosten besparing wettelijke taken In de zomer van 2024 is landelijk en provinciaal ingezet op een verandering van het stelsel van omgevingsdiensten om de uitvoering van VTH-taken op een hoger kwaliteitsniveau te brengen. Hierbij is ingezet op schaalvergroting, wat o.a. gevolgen heeft voor het principe van “nabijheid” voor burgers, bedrijven en gemeenten. Het is ons onduidelijk hoe de inzet van het voorgenoemde principe van nabijheid, strookt met de mogelijke besparingsoptie van schaalvergroting? Is hier over nagedacht? En zo ja, welke gevolgen heeft dit in de uitvoering?
2. Kosten besparing wettelijke taken ODR heeft in haar plan van aanpak om te voldoen aan de robuustheidseisen primair ingezet op de uitbreiding van taken. Maar schaalvergroting wordt als scenario niet terzijde gelegd. Het is onmiskenbaar zo dat als het scenario uitbreiding dienstverlening niet het gewenste resultaat oplevert en overgegaan moet worden tot schaalvergroting, dit effecten heeft op de nabijheid van dienstverlening door ODR, de positie en invloed van de deelnemende gemeenten en de congruentie tussen ODR als organisatie en de aard van het werkgebied. ODR zal voor de deelnemende gemeenten, de gemeentelijke agenda en voor de burger op grotere afstand komen te staan. De landelijke inzet op schaalvergroting is ook niet noodzakelijkerwijs ingegeven door een behoefte aan kostenbesparing. Achter de inzet op schaalvergroting zit de veronderstelling dat daarmee de professionaliteit, kwaliteit en toekomstbestendigheid toeneemt. Of en in hoeverre een schaalvergroting door bijvoorbeeld een herinrichting van Gelderse gemeenten of een fusie met een andere OD tot kostenbesparing of juist verhoging leidt is nu nog te vroeg om te zeggen. Dat is een onzekere factor, ook voor ODR.
3. Niet wettelijke taken Het is ons duidelijk dat de ODR naast de uitvoering van wettelijke taken, ook nietwettelijke taken uitvoert voor de gemeente Tiel. Het is ons echter onduidelijk wat de ODR concreet bedoelt met dat per gemeente wordt bekeken wat de mogelijkheden zijn om de uitvoering van bepaalde taken in 2026 te verminderen. Wij vragen aan de ODR in beeld te brengen voor de gemeente welke consequenties volstaan op het gebied van financiën en inhoud, op het moment dat niet-wettelijke taken bij andere gemeenten worden geschrapt. Daarnaast ontvangen wij graag van de ODR suggesties van niet-wettelijke taken die kunnen worden geschrapt ten behoeve van de bezuinigingen en een beschrijving te geven van welke consequenties dit met zich meebrengt.
3. Niet wettelijke taken Welke taken wel/niet meer zullen worden uitgevoerd en/of in mindere mate en/of met een lager niveau van dienstverlening, zal in overleg met gemeenten worden bepaald of het nu wettelijke of niet-wettelijke taken betreft. Een belangrijk instrument daarvoor is het regionaal uitvoeringsbeleid VTH, wat in 2025 voor de aankomende jaren moet worden geactualiseerd en opnieuw vastgesteld moet worden door de Raden. In dit beleid worden juist de ambitieniveaus vastgelegd op het vlak van VTH, ook voor taken die gemeenten zelf uitvoeren op dit vlak.
4. Omzetvergroting door uitbreiding van dienstverlening De ODR zoekt in opdracht van het DB in 2025 naar mogelijkheden om samen met deelnemers en Regio Rivierenland ambities van gemeenten in een financieel moeilijke tijd te combineren met een omzetvergroting van de ODR. Het is ons nog niet helder hoe de ODR de specialistische paragrafen wilt vormgeven? Welke risico's brengt dit met zich mee ten opzichte van voorgaande jaren? Heeft de ODR een risico analyse gemaakt? Graag ontvangen wij ook de onderwerpen die vatbaar zijn om op te nemen in de specialistische paragrafen.
4. Omzetvergroting door uitbreiding van dienstverlening ODR en Regio Rivierenland hebben inderdaad plannen om het schrijven van (paragrafen van) omgevingsplannen aan te bieden als vorm van dienstverlening. Daartoe is een notitie aan het DB voorgelegd. In 2025 wordt gewerkt aan een business-case of en in hoeverre deze dienstverlening kan worden aangeboden, welke kansen dit biedt, welke voordelen dit voor gemeenten oplevert en wat de risico’s zijn. Die business-case zal in de loop van 2025 aan de deelnemende gemeenten worden voorgelegd. Ten tijde van het schrijven van deze reactie is dit echter nog onvoldoende uitgewerkt om uitspraken hierover te doen.
5. Dienstverlening De ODR zet ook in 2026 in op verdere verbetering van digitale informatievoorziening met, waar mogelijk, een versnelling in afhandeling van (aan)vragen en verzoeken. Op welke manier zet de ODR hier op in? Hoe staat dit in verhouding met de kwaliteit? En op welke manier wordt dit vormgegeven nu in 2026 moet worden bezuinigd? In hoeverre is deze bezuiniging meegenomen in de inventarisatie. Graag ontvangen wij een concreet voorstel en zien wij dit terug in de begroting.
5. Dienstverlening In het teamplan 2025 is als doel opgenomen dat vergunningen binnen 8 weken worden afgehandeld mits de aanvragen aan bepaalde randvoorwaarden voldoen. Om dit te bewerkstelligen zullen er tweewekelijks gesprekken plaatsvinden met architecten om input te krijgen om de dienstverlening te verbeteren maar ook om aan te geven hoe een aanvraag ontvankelijk kan worden ingediend. De website zal hiervoor nog meer ingezet worden zodat meer informatie digitaal beschikbaar is. Aan de kwaliteit zal niet getornd worden.
6. Omgevingswet en WKB Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (hierna: Ow) ingetreden en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb). Het jaar 2026 zal eveneens in het teken staan van het verder werken aan de uitvoering van de Ow en Wkb. Het effect van deze wetten is deels zichtbaar in de organisaties. Het staat onomstotelijk vast
6. Omgevingswet en Wkb De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) verplaatst o.a. de toetsing aan de bouwtechnische eisen van een bouwwerk van de gemeente/ omgevingsdienst naar een onafhankelijke partij, de zogenoemde kwaliteitsborger. Dit geldt niet direct voor alle bouwwerken, maar gaat in fases.
dat met de inwerkingtreding van deze wetten de (door)ontwikkeling zal plaatsvinden bij zowel de ODR als bij de gemeente. Het is van belang dat we ook in 2026 leren werken binnen dit ‘nieuw’ systeem. Derhalve is de kanttekening dat de uitvoering en tijdige evaluatie goed wordt gemonitord, niet onbelangrijk. Graag vragen wij u om de voortgang van de uitvoering van die wetten tussentijds (SMART) te rapporteren.
De eerste fase voor de nieuwe bouwwerken in gevolgklasse 1, zoals eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden, is ingegaan vanaf 1 januari 2024. Met als doel de kwaliteitseisen in de bouw nog beter te borgen. Het invoeren van de volgende fase voor verbouw gevolgklasse 1 is nog niet inwerking getreden, omdat er onvoldoende duidelijkheid is of de wet in praktijk goed functioneert. Zie b.v. berichten hierover in onder andere het Binnenlands Bestuur. In 2026 hebben we voor nieuwbouw gevolg klasse 1 voornamelijk nog procedures lopen onder de Wkb en niet meer onder de Wabo en is het proces geheel geoptimaliseerd. Er zal voor het einde 2026 een evaluatie plaatvinden naar de regels voor kwaliteitsborging. Dan zal er ook duidelijkheid komen over de wet en hoe we hierop verder kunnen acteren. Wij zullen dit nauwlettend in de gaten houden. Voor de gemeente Tiel voeren wij geen bouwtaken uit (m.u.v. sloop-/astbesttaken). Dus het Wkb proces zoals wij als ODR deze hebben ingericht, is niet van toepassing op de gemeente Tiel. De implementatie van de Omgevingswet bij Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) verloopt voorspoedig. Dit betekent niet dat we er al zijn en alles goed gaat, maar we zijn wel op de goede weg. Begin 2025 is met de gemeentelijke partners en de ketenpartners de eerste periode werken onder de Omgevingswet geëvalueerd.
In deze sessie zijn per gemeente het aantal zaken, zaaktypen, afhandelstatussen, etc. gepresenteerd. De gemeentelijke partners hebben aangegeven behoefte te hebben aan inzicht in het aantal en type binnengekomen zaken/aanvragen. Deze gegevens zijn in 2024 in de regieoverleggen (elke zes weken) gegeven. Voor 2025 willen we dit automatiseren zodat de partners op elk moment inzicht in de actuele cijfers kunnen krijgen. Deze monitoring op data bestrijkt twee gebieden. Enerzijds data die gebruikt kan worden voor de interne gemeentelijke organisaties (denk hierbij aan het informeren van de Raad), anderzijds data die gebruikt kan worden voor het invullen van de VNG monitor Omgevingswet.
7. Bodemtaken Onder de Omgevingswet is een deel van de bodemtaken overgedragen van de provincie naar de gemeenten, zoals bodemsanering. De ODR voert deze taken uit voor gemeenten. In de beleidsbrief van het Ministerie van I&W van november 2022 staat dat bodem meer sturend wordt bij ruimtelijke keuzes. De vraag die vanzelfsprekend moet worden beantwoord is op welke manier de ODR het samenspel met de gemeenten over de invulling van dit beleid wilt vormgeven. Het is belangrijk dat de ODR hier de gemeente voorziet van concrete suggesties. Verder is niet geheel onbelangrijk de vraag in hoeverre de niet-wettelijke taken niet meer worden uitgevoerd bij bodem taken?
7. Bodemtaken ODR wil met de gemeenten in gesprek over de invulling van water- en bodem sturend in de ruimtelijke ontwikkeling. Bij het vaststellen van omgevingsvisies en plannen onder de Omgevingswet wordt ODR graag in een vroeg stadium betrokken zodat wij gemeenten hierover kunnen adviseren en dit beleid onderdeel wordt van de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Concrete suggesties, voor water- en bodem sturend, zijn: - meedenken over de rol van water en bodem bij bouwprojecten (welke locaties zijn geschikt, welke minder, hoe wordt rekening gehouden met bodemvitaliteit, slimmer omgaan met grondverzet), - bij grondtoepassingen niet alleen kijken naar de chemische kwaliteit maar ook naar grondsoort e.d., - bij toepassingen op agrarische percelen en in natuurgebieden, beleid formuleren ten aanzien van de toepassing van bouwstoffen. Verder zal uiteraard in overleg met de gemeenten moeten worden bepaald wat de gemeenten belangrijk vinden op dit gebied. Het begint dus met overleg. Dit geldt ook voor ruimtelijke plannen, waarbij wij onze advisering verbreden van het enkel beoordelen van de chemische bodemkwaliteit naar de vitaliteit en functies van de bodem. Hierbij kan gedacht worden aan thema’s als klimaatverandering (verdroging/vernatting), bodemecologie, bodemenergie, bodemafdekking en ondergrondse infrastructuur.
De gemeente Tiel is aangesloten bij de werkgroep omgevingswet waarin het omgevingsplan wordt besproken en we verschillende milieuaspecten bespreken.
8. Bijdrage duurzaamheid en energietransitie In de Brief staat dat de ODR een grotere bijdrage kan leveren op het vlak van duurzaamheid en energietransitie. En hiermee kunnen voordelen gelden voor
8. Bijdrage duurzaamheid en energietransitie Een paar voorbeelden, waarbij de rol van de ODR soms klein, soms groot is. - Digitaal & Ondersteunend Toezicht: toezicht met slimme technologie. De ondernemer ontvangt een digitaal systeem waarmee het energieverbruik wordt
burgers, bedrijven en gemeenten en dat dit kostenbesparend is in combinatie met een hogere omzet bij de ODR. Het is echter onduidelijk op welke manier de ODR een bijdrage wilt leveren op het vlak van duurzaamheid en energietransitie? Graag ontvangen wij concrete plannen/voorstellen, waaruit in ieder geval duidelijk wordt wat de ODR hiermee bedoelt. Verder staat in de Brief dat energietransitie één van de grote speerpunten globaal is, maar ook in Gelderland. De provincie heeft als doel gesteld dat we in 2030 minimaal 55% minder CO2-uitsoot produceren en in 2050 geheel klimaatneutraal zijn. De ODR wilt samen met de ondernemers, S-tec en Regionaal Energiestrategie nog gerichter en zo praktisch als mogelijk een bijdrage leveren aan de genoemde doelen. Het is ons echter onduidelijk op welke manier de ODR nog gerichter en zo praktisch mogelijk gaat bijdragen aan de genoemde doelen? Wat wordt dit jaar anders dan voorgaande jaren? Graag ontvangen wij een nadere toelichting op de uitvoering van de speerpunten.
-
-
-
9. Datagedreven werken Toenemend gebruik van data is een belangrijke pijler van onze toekomstige groei en innovatie. Samen met andere omgevingsdiensten heeft de ODR een gezamenlijke datavoorziening ontwikkeld. Door informatie uit meerdere bronnen te ontsluiten, te bundelen en in onderlinge samenhang te analyseren kan slimmer worden gewerkt. Op welke manier kan dit slimmer werken bijdragen aan de uitvoering van de (niet) wettelijke taken? En hoe wordt het slimmer werken nu ingezet bij de bevordering van de uitvoeringstaken? In hoeverre wordt hier rekening mee gehouden in de conceptbegroting 2026?
West Betuwe Getekende zienswijze ontvangen.
gemonitord, ondersteuning wordt verleend bij het doorvoeren van de erkende maatregelen en de resultaten van de maatregelen worden doorgerekend (kosten en opbrengsten in euro’s en CO2-reductie). De Netcongestie Aanpak: de technologie voor digitaal & ondersteunend toezicht bevat een Netcongestie-Indicator. Dit geeft inzicht in het gecontracteerd vermogen van alle bedrijven die meedoen met Digitaal & Ondersteunend Toezicht. Met de data en de nieuwe energiewet, is het mogelijk om overeenkomsten te sluiten tussen netbeheerders en bedrijven. Hiermee wordt ruimte gecreëerd op het energienet. Samenwerking met gemeenten en lokale partners is bij de netcongestie aanpak essentieel. Innovatie Knooppunt Energie & Circulaire Economie: een dienstverlening aan de opdrachtgevers waarbij geanticipeerd wordt op nieuwe uitdagingen, technieken en innovatie. Denk aan de toenemende vraag naar energieopslagsystemen (EOS) en hoe deze veilig en verantwoordelijk toe te passen. Maar, ook de introductie van de circulaire economie binnen vergunningsprocessen. De ODR adviseert, communiceert en begeleidt. Support Punt (nieuwe) wetgeving en beleid: de ODR als partner voor het adresseren van nieuwe regels en beleid. Denk aan de Wet Persoonsgebonden Mobiliteit, het Circulair Materialen Plan, de herziening Richtlijn EnergieEfficiëntie, enzovoorts.
De ODR geeft samen met zijn partners richting aan nieuw beleid, adviseert, zorgt voor slimme oplossingen en brengt synergie aan .
9. Datagedreven werken BI biedt kansen om toezicht effectiever in te zetten door data slim te gebruiken. Dit kan invloed hebben op de toezicht frequenties. Door gegevens van meerdere toezichtinstanties en bronnen te bundelen kan een completer beeld ontstaan van een bedrijf waardoor toezicht juist wel, of juist niet bezocht moet worden. Sommige meer administratieve onderdelen van toezicht (certificeringen bijvoorbeeld) kunnen geheel digitaal worden getoetst en waar nodig uitgevraagd. De toezichthandeling in de vorm van een bezoek kan dan veel gerichter ingezet worden daar waar het nodig is. BI kan eveneens helpen met grip houden op de inzet van uren en middelen. Onze systemen bevatten veel gegevens. Met slimme dashboards kunnen deze gegevens omgezet worden in sturingsinformatie voor het management. De grip en de mogelijkheden om tijdig in te grijpen bij afwijkingen wordt daardoor vergroot. Beide kunnen helpen om de bijdrage van de gemeente juist ook weer naar beneden te brengen.
Zienswijze:
Reactie per punt:
1. Collectieve zienswijze De inkomsten die gemeenten vanuit het Rijk ontvangen worden met miljarden structureel verminderd (ca 5%). Dat terwijl de uitdagingen op verschillende beleidsterreinen fors zijn en de prijzen van materiaal en personeel stijgen. Als gemeenten bereiden we daarom ombuigingen voor. Voor deze ombuigingen wordt ook naar taken en middelen van verbonden partijen gekeken. We beseffen daarbij dat vermindering van de middelen niet strookt met de ontwikkeling van de afgelopen jaren waarin er een steeds groter beroep op u is gedaan. We gaan over deze ontwikkeling en de gevolgen graag met u in gesprek, waarbij we oog houden voor een veerkrachtige en toekomstbestendige regio. Daarbij hanteren we als kader een lagere gemeentelijke bijdrage van 1,5% in de begrotingsjaren 2026 en 2027 ten opzichte van de begroting 2025, oplopend naar een 3,0% lagere gemeentelijke bijdrage vanaf 2028. Ons verzoek aan u is: bereid aan de hand van het bovengenoemd kader scenario’s voor, voor te leggen aan uw algemeen bestuur, zodat het algemeen bestuur hier een besluit over kan nemen. We verzoeken u per scenario ook de beleidsmatige implicaties zichtbaar te maken. We realiseren ons dat vermindering van de middelen gevolgen heeft voor de dienstverlening, zeker nu er steeds meer een beroep wordt gedaan op gemeenten en verbonden partijen.
We verzoeken u vóór het afronden van de conceptbegroting
1. Collectieve zienswijze ODR heeft vanzelfsprekend oor voor de financiële opgaven waar gemeenten voor staan de aankomende jaren. Daarom heeft ODR al in de begroting van 2025 ongeveer 2,5% aan ombuigingen opgenomen en gerealiseerd zonder grote gevolgen voor de uitvoering van taken. Aanvullende ombuigingen van 1,5-3% zullen helaas niet meer zonder gevolgen voor de uitvoering van taken zijn. Welke taken wel/niet meer zullen worden uitgevoerd en/of in mindere mate en/of met een lager niveau van dienstverlening, zal in overleg met gemeenten worden bepaald. Een belangrijk instrument daarvoor is het regionaal uitvoeringsbeleid VTH, wat in 2025 voor de aankomende jaren moet worden geactualiseerd en opnieuw vastgesteld moet worden door de Raden. In dit beleid worden juist de ambitieniveaus vastgelegd op het vlak van VTH. De actualisatie van dit beleid kost – vanwege de zorgvuldigheid en besluitvorming binnen gemeenten en provincie – ongeveer een jaar. Dat betekent dat het niet mogelijk is voor de ontwerpbegroting 2026 (maart-april in procedure) al scenario’s hiervoor opgesteld te hebben. De 1,5%-3% is in de ontwerpbegroting dan ook opgenomen als “taakstelling”. Waarbij later deze taakstelling zal worden geconcretiseerd in de nog op te stellen werkprogramma’s 2026 aan de hand van het geactualiseerde regionale uitvoeringsbeleid VTH.
2026 van uw gemeenschappelijke regeling de keuzescenario’s aan het algemeen bestuur voor te leggen om vervolgens te verwerken in de conceptbegroting 2026. Hierover gaan we graag met u in gesprek.
West Maas en Waal (Getekende zienswijze ontvangen)
Zaltbommel (getekende zienswijze ontvangen)
2. Kaderbrief 2026 Op pagina 15 staat een loonindexatie van 3,3%. Dit lijkt een verschrijving. Op pagina 16 wel de indexering van 2.7% zoals in de regionale afspraken over de loonindexatie voor gemeenschappelijke regeling in Rivierenland vastgesteld weergegeven. We zijn ons bewust van het spanningsveld tussen enerzijds de wens om te komen tot een robuuste omgevingsdienst voor milieugerelateerde taken en anderzijds onze gezamenlijke wens invulling te geven aan besparingsmogelijkheden. We vragen u om incidentele projecten (maatwerk) in de begroting apart houden van de structurele werkzaamheden en daarbij behorende begroting.
2. Kaderbrief 2026 Het klopt dat dit percentage 2,7% is. Dit was wel correct in de tabel opgenomen, maar per abuis stond dit niet goed in de tekst.
Zienswijze:
Reactie per punt:
1. Collectieve zienswijze De inkomsten die gemeenten vanuit het Rijk ontvangen worden met miljarden structureel ge verminderd (ca 5%). Dat terwijl de uitdagingen op verschillende beleidsterreinen fors zijn en de prijzen van materiaal en personeel stijgen. Als gemeente bereiden we daarom ombuigingen voor. Voor deze ombuigingen wordt ook naar taken en middelen van verbonden partijen gekeken. We beseffen daarbij dat vermindering van de middelen niet strookt met de ontwikkeling van de afgelopen jaren waarin er een steeds groter beroep op u is gedaan. We gaan over deze ontwikkeling en de gevolgen graag met u in gesprek, waarbij we oog houden voor een veerkrachtige en toekomstbestendige regio. Daarbij hanteren we als kader een lagere gemeentelijke bijdrage van 1,5% in de begrotingsjaren 2026 en 2027 ten opzichte van de begroting 2025, oplopend naar een 3,0% lagere gemeentelijke bijdrage vanaf 2028. Ons verzoek aan u is: bereid aan de hand van het bovengenoemd kader scenario’s voor, voor te leggen aan uw algemeen bestuur, zodat het algemeen bestuur hier een besluit over kan nemen. We verzoeken u per scenario ook de beleidsmatige implicaties zichtbaar te maken. We realiseren ons dat vermindering van de middelen gevolgen kan hebben voor de dienstverlening, zeker nu er steeds meer een beroep wordt gedaan op gemeenten en verbonden partijen.
We verzoeken u vóór het afronden van de conceptbegroting 2026 van uw gemeenschappelijke regeling de keuzescenario’s aan het algemeen bestuur voor te leggen om vervolgens te ven/verken in de conceptbegroting 2026. Zienswijze:
1. Collectieve zienswijze ODR heeft vanzelfsprekend oor voor de financiële opgaven waar gemeenten voor staan de aankomende jaren. Daarom heeft ODR al in de begroting van 2025 ongeveer 2,5% aan ombuigingen opgenomen en gerealiseerd zonder grote gevolgen voor de uitvoering van taken. Aanvullende ombuigingen van 1,5-3% zullen helaas niet meer zonder gevolgen voor de uitvoering van taken zijn. Welke taken wel/niet meer zullen worden uitgevoerd en/of in mindere mate en/of met een lager niveau van dienstverlening, zal in overleg met gemeenten worden bepaald. Een belangrijk instrument daarvoor is het regionaal uitvoeringsbeleid VTH, wat in 2025 voor de aankomende jaren moet worden geactualiseerd en opnieuw vastgesteld moet worden door de Raden. In dit beleid worden juist de ambitieniveaus vastgelegd op het vlak van VTH.