20240911 Antwoorden VVD Kaders Spreidingswet
Tekst van het document
Raadsvragen Aankruisen welk soort vraag het betreft
Omschrijving
Betreft Agendapunt:
Vragen n.a.v. ingekomen stukken Technische vragen over geagendeerde stukken op RTG Aanvullende (technische) vragen n.a.v. RTG Mondelinge vragen van raadsleden (art. 36 RvO) Vragenkwartiertje Schriftelijke vragen
X
Beantwoording gewenst schriftelijk.
Onderwerp
: Kaders Spreidingswet
Datum indiening
: 6 september 2024
Indiener
: Ellen Jagtenberg (VVD)
Inleiding / Aanleiding Tijdens het RTG Ruimte van 27 augustus jl. hebben wij als raad bij agendapunt 7 gesproken over de Kaders Spreidingswet. In navolging op de behandeling van dit onderwerp zijn er nog enkele vragen die wij voor de raadsvergadering van 12 september aanstaande graag beantwoord zien. Vraag en Antwoord 1.
Het college heeft in zowel woord als schrift duidelijk aangegeven dat zij de voorkeur heeft voor een opvanglocatie voor asielzoekers. Liefst van dusdanige grootte (tussen 150-180 personen) dat het COA de verantwoordelijkheid heeft voor de uiteindelijk realisatie en exploitatie van de asielopvangvoorziening. Klopt het dat het COA in een dergelijk scenario zelf altijd een projectleider aanstelt? Het klopt dat het COA zelf een projectleider en locatiemanager aanstelt vanaf het moment dat het gemeentebestuur definitief besluit over een locatie (incl. kaders zoals aantal en duur) en het college daartoe, met instemming van uw raad, een bestuursovereenkomst vaststelt waarin zij voorgenoemde formaliseert.
2.
Zo ja, waarom dan voorsorteren vanuit de gemeente op het aanstellen van een projectleider en hier dan ook nog met terugwerkende kracht budget voor vragen? Z.10833
De inzet van de projectleider en projectondersteuner zien toe op het proces om te komen tot een definitieve locatiekeuze en het vaststellen van de behorende bestuursovereenkomst. Deze voorbereidende stappen vloeien voort uit de Spreidingswet en behoren toe aan de gemeente. 3.
Komen de werkzaamheden van de door ons ingehuurde projectleider en projectondersteuner te vervallen zodra het COA het overneemt? En kunnen de gemaakte kosten in zijn totaal, voor zowel de projectleider als de projectondersteuner ingediend worden in Den Haag? Zie het antwoord op vraag 1 en vraag 2. De voorbereidende kosten kunnen niet worden ingediend in Den Haag en komen voor rekening van de gemeente. De Spreidingswet kent wel een bonussystematiek. Bij realisatie van een locatie van 150 tot 180 asielzoekers regulier ontvangt de gemeente per 2 jaren (cycli Spreidingswet) €2000 per méérplek. Dat betekent concreet dat de gemeente iedere twee jaar €58.000 (150 plekken, 29 méérplekken) tot €118.000 (180 plekken, 59 méérplekken) ontvangt.
4.
Hebben wij voor genoemde datum 1 juli 2025 enkel een inspanningsverplichting of zijn wij verplicht e.e.a. al volledig opgestart en ingericht te hebben op 1 juli 2025? De gemeente moet op 1 juli 2025 daadwerkelijk asielzoekers kunnen opvangen. Mocht dat vanwege onvermogen van het COA niet tijdig mogelijk zijn, is het voldoende dat de gemeente wél alle inspanningen heeft verricht om dat mogelijk te maken.
5.
Wat is de reden dat het college uiteindelijk maar 1 locatie voorlegt aan de raad? Waarom niet in bijv. een aparte bijeenkomst gezamenlijk locaties bekijken aan de hand van vastgelegde kaders? Het uitvoeren van de Spreidingswet is mede ingevolge artikel 160 van de Gemeentewet een bevoegdheid van het college. In lijn met hetgeen het college met uw gemeenteraad communiceerde (raadsinformatiebrief Z.104552/D.292903) volgt het college de bevoegdhedenverdeling zoals blijkt uit de Gemeentewet én het adviesrecht zoals uw gemeenteraad dat vaststelde.
6.
Is dit volgens het college de definitie van “de raad nadrukkelijk betrekken in het proces”? Ja. Aansluitend op de beantwoording zoals staande bij vraag 5 vindt het college betrokkenheid van uw gemeenteraad belangrijk. Dat is de reden dat het college, conform hetgeen wij aan uw raad communiceerden (raadsinformatiebrief Z.104552/D.292903), uw raad zowel voorafgaand aan het locatieonderzoek, als bij de definitieve vaststelling van de locatie en de bestuursovereenkomst nadrukkelijk betrekt.
7.
Hoe denkt het college de inwoners en ondernemers alsnog te betrekken voordat we van start gaan? Het college is zich voldoende bewust van het feit dat de wijze van inwonersparticipatie voorafgaande aan het vaststellen van de kaders door de raad nog onvoldoende is ingericht. Zoals in het raadsvoorstel aangegeven, ontwierp de gemeente een nieuwspagina (https://www.westmaasenwaal.nl/spreidingswet ) en betrekt zij inwoners nadrukkelijk rondom locaties die als ‘mogelijk geschikt’ worden bestempeld door de projectorganisatie en het COA. Het college informeert uw raad over de resultaten van deze inwonersparticipatie.
8.
Waarom is de aangestelde projectleider al in mei van start gegaan terwijl de raad nu pas gevraagd wordt om budget hiervoor? Het budget is gekoppeld aan uitvoering van de Spreidingswet. Als uw gemeenteraad besluit om geen nadere uitvoering te geven aan de Spreidingswet is het gevraagde budget vooralsnog niet nodig. De reeds gedane
uitgaven worden dan opgevangen door de bekostigingsregeling opvang ontheemden uit Oekraïne. In juli bent u geïnformeerd (raadsinformatienota 104552/D.292903) dat bij het voorliggende raadsvoorstel over de kaders u ook gevraagd wordt om een voorbereidingskrediet vast te stellen. 9.
Waarom is er niet eerder bij de Raad aangeklopt, oftewel vooraf aan de uitgave? Zie het antwoord op vraag 8.
10. Hoe kan het dat de projectleider voortijdig (voor akkoord raad voor het budget) begint en inwoners uiteindelijk compleet vergeten worden in de eerste aanzet zoals overduidelijk beschreven in het Raadsvoorstel bij het onderwerp Participatie Fase 1? Het college is zich voldoende bewust van het feit dat de wijze van inwonersparticipatie onvoldoende was ingericht voorafgaande aan het vaststellen van de kaders. Mede vanwege voorgenoemde huurde de gemeente een projectleider in die meer ervaring heeft met inwonersparticipatie rondom asiellocaties. 11. Is de wethouder het met ons eens dat de genoemde reden voor het ontbreken van Fase 1 in de participatie nooit “de vakantieperiode” mag zijn zoals genoemd werd tijdens de behandeling in het RTG van 27-8? Zie ook het antwoord op vraag 10. Het is niet wenselijk dat de participatie in de vakantieperiode stil ligt. Tegelijkertijd is de realiteit dat we een kleine gemeente zijn met beperkte capaciteit en dat er in de vakantieperiode vaak geen achtervang beschikbaar is voor sommige taken.