CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

20240124 Bijlage Treasurystatuut 2012

Overige evenementen 16 januari 2024, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Huisvesting Oekraïners (het college praat de gemeenteraad bij)3.270 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Treasurystatuut 2012

Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de Inhoudsopgave gemeente West Maas en Waal op 10 januari 2012

Hoofdstuk 1.

Inleiding

3

Hoofdstuk 2.

Risicomanagement

4

Hoofdstuk 3.

Gemeentefinanciering

6

Hoofdstuk 4.

Kasbeheer

7

Hoofdstuk 5.

Administratieve organisatie en interne controle

8

1.1 Het treasurystatuut 1.2 De paragraaf financiering 1.3 Doelstellingen van de treasuryfunctie 1.4 Leeswijzer

3 3 3 3

2.1 Uitgangspunten risicomanagement 2.2 Renterisicobeheer 2.3 Koersrisicobeheer 2.4 Kredietrisicobeheer 2.5 Intern liquiditeitsrisicobeheer 2.6 Valutarisicobeheer

4 4 4 4 5 5

3.1 Financiering 3.2 Langlopende uitzettingen 3.3 Relatiebeheer

6 6 6

4.1 Geldstromenbeheer 4.2 Saldo- en liquiditeitenbeheer

7 7

5.1 Uitgangspunten 5.2 Verantwoordelijkheden 5.3 Bevoegdheden 5.4 Informatievoorziening

Bijlagen

Bijlage 1. Begrippenkader Bijlage 2. Wettelijk kader

8 8 9 10

11 13

2 van 13

Hoofdstuk 1.

Inleiding

Als gemeente West Maas en Waal onderkennen wij het belang van een verantwoord en adequaat beheer van onze financiële middelen. Om hier structuur in aan te brengen hebben wij eind 2001 het treasurystatuut vastgesteld. Ontwikkelingen van de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) en de ontwikkeling van onze organisatie zijn aanleiding het treasurystatuut te herzien. Met het opstellen van het nieuwe treasurystatuut hebben wij eveneens rekening gehouden met de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo). Deze regeling is mede tot stand gekomen naar aanleiding van de kredietcrisis van de IJslandse banken. Uitgangspunt van deze nota is onze activiteiten op het gebied van treasury op een zo transparant en beheersbaar mogelijke wijze in te richten. In dit kader hanteren wij twee instrumenten: 1.1 Het treasurystatuut Hierin leggen wij de “beleidsmatige infrastructuur” van de treasuryfunctie vast in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. Het treasurystatuut maakt een objectieve en transparante verantwoording vooraf en achteraf mogelijk. Bij het opstellen van dit treasurystatuut hebben wij rekening gehouden met de wettelijke kaders uit de Gemeentewet, de wet financiering decentrale overheden, de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden en de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden.

Uiteraard nemen wij ook de kaders van de Financiële verordening, ex. artikel 212 Gemeentewet, in acht. 1.2 De paragraaf financiering Naast het treasurystatuut nemen wij jaarlijks in zowel de begroting als het jaarverslag een, op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording verplichte, paragraaf financiering op. Hierin presenteren wij de beleidsvoornemens respectievelijk de uitvoering van het beleid op het gebied van onze financiële middelen. 1.3 Doelstellingen van de treasuryfunctie De treasuryfunctie dient tot: 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 2. Regulering van het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma´s binnen de door de raad gestelde kaders te kunnen uitvoeren; 3. Het beschermen van onze gemeente tegen financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s; 4. Het minimaliseren van de interne en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; 5. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido, de Ruddo en de kaders van dit treasurystatuut. 1.4 Leeswijzer In het treasurystatuut presenteren wij in hoofdstuk 2 het risicomanagement. Hier gaan wij in op de verschillende risico’s op het gebied van treasury. Hoofdstuk 3 gaat in op de gemeentefinanciering.

Onderwerpen die hier aan de orde komen zijn: financiering, langlopende uitzettingen en relatiebeheer. In hoofdstuk 5 gaan wij in op het kasbeheer. Daarna komen de administratieve organisatie en interne controle van de treasuryfunctie aan de orde. Daarbij ligt het accent op de verdeling van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden en informatievoorziening. Tot slot hebben wij een tweetal bijlagen opgenomen. Het begrippenkader en het Wettelijke kader.

3 van 13

Hoofdstuk 2.

Risicomanagement

In dit hoofdstuk gaan we in op de verschillende risico´s waar wij op het gebied van treasury tegen aan lopen en de kaders die wij stellen om deze risico´s te beheersen. 2.1 Uitgangspunten risicomanagement Met betrekking tot risicomanagement gelden voor onze gemeente de volgende algemene uitgangspunten: 1. Leningen of garanties mogen wij uit hoofde van de “publieke taak” uitsluitend verstrekken aan door de gemeenteraad goedgekeurde derde partijen; Voor wij overgaan tot het verstrekken van leningen of garanties onderzoeken wij de financiële positie en kredietwaardigheid van de betreffende partij. De lening of garantie verstrekken wij uitsluitend als dit dient tot een doel dat ondersteuning door onze gemeente rechtvaardigt. 2. Middelen kunnen wij uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie, indien deze uitzettingen goed en verstandig overwogen zijn en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico; 3. Het gebruik van derivaten is niet toegestaan. 2.2 Renterisicobeheer 1. De kasgeldlimiet, conform de Wet fido, wordt niet overschreden; 2. De renterisiconorm, conform de Wet fido, wordt niet overschreden; 3. Nieuwe leningen/uitzettingen stemmen wij af op onze financiële positie en de planning van onze liquide middelen; 4.

De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting stemmen wij af op de actuele rentestand en de rentevisie; 5. Wij streven naar spreiding in de rentetypische looptijden van uitzettingen; 6. Jaarlijks nemen wij in de paragraaf financiering van de begroting onze rentevisie op. 2.3 Koersrisicobeheer 1. Wij beperken de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van treasury, door uitsluitend de volgende producten te hanteren: vastrentende waarden, dan wel producten waarbij de hoofdsom aan het einde van de looptijd gegarandeerd is; 2. Tevens beperken wij de koersrisico’s door de looptijd van de uitzettingen af te stemmen op onze liquiditeitenplanning en door spreiding van de uitgezette gelden; 3. Wij aan- en verkopen aandelen uitsluitend in het kader van de uitoefening van de publieke taak. 2.4 Kredietrisicobeheer 1. Uitzetten uit hoofde van treasury doen wij uitsluitend binnen de kaders van de wet financiering decentrale overheden (Fido) en de regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo); Overtollige middelen mogen uitsluitend worden uitgezet: - bij financiële ondernemingen gevestigd in landen die behoren tot de Europese Economische Ruimte (EER).

Ze moeten bij een looptijd van langer dan drie maanden beschikken over een AAA-rating, bij een looptijd korter of gelijk aan drie maanden een AA-rating, toegekend door minimaal twee van de erkende ratingbureaus. Dit zijn Moody’s Investors Service, Fitch International Bank Credit Analyses en Standard & Poors; - bij (niet-financiële) ondernemingen waarvan het waardepapier een solvabiliteitsratio van 0% heeft of bij beleggingen in waardepapieren waaraan een overheidsgarantie is verbonden; - bij de centrale overheid, dit is het zogenaamde schatkistbankieren. 2. Indien de rating na het afsluiten van een contract daalt onder het wettelijke niveau worden wij per direct middels een voorstel op de hoogte gebracht; 3. Ingeval van het verstrekken van een lening of garantie eisen wij zekerheden of garanties;

4 van 13

4. Wij beperken onze kredietrisico’s door maximaal € 2.500.000 bij één onderneming uit te zetten. Voor dit artikel geldt, ingevolge artikel 2a van de Wet fido, de uitzondering dat tijdelijk overtollige geleende gelden voor projectfinanciering bij de financiële onderneming uitgezet dienen te worden waar de lening is aangegaan. 2.5 Intern liquiditeitsrisicobeheer Wij beperken de interne liquiditeitsrisico’s door onze treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar) en een zo volledig mogelijke meerjarige planning van onze liquiditeiten. 2.6 Valutarisicobeheer Valutarisico’s sluiten wij uit door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro’s.

5 van 13

Hoofdstuk 3.

Gemeentefinanciering

3.1 Financiering Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer hanteren wij de volgende uitgangspunten: 1. Financieringen trekken wij enkel aan ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak; 2. Financiering met externe financieringsmiddelen beperken wij zoveel mogelijk door de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken. Dit om het renteresultaat te optimaliseren; 3. De onderhandse lening is de enige toegestane leningsvorm bij het aantrekken van financieringen; 4. Wij vragen offertes op bij minimaal 2 ondernemingen alvorens wij een financiering aantrekken. Het resultaat van de offerte waarvan wij geen gebruik maken vermelden wij bij de uiteindelijke beslissing; 5. Er kunnen zich omstandigheden voordoen die ons noodzaken af te wijken van het bepaalde in lid 4. Wij nemen hiervoor een apart besluit. 3.2 Langlopende uitzettingen Bij het uitzetten van middelen voor een periode van één jaar en langer hanteren wij de volgende uitgangspunten: 1. Uitzettingen doen wij uitsluitend binnen de in het hoofdstuk 2. Risicobeheer genoemde kaders en opgenomen voorwaarden; 2. Wij vragen bij minimaal 2 ondernemingen offertes op alvorens wij een langlopende uitzetting doen. Het resultaat van de offerte waarvan wij geen gebruik maken vermelden wij bij de uiteindelijke beslissing. 3.3 Relatiebeheer Wij beogen gunstige c.q.

marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten te realiseren. Hierbij hanteren wij de volgende uitgangspunten: 1. Bankrelaties en hun bancaire condities beoordelen wij ten minste eens in de 4 jaar; 2. Financiële ondernemingen dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in hoofdstuk 2. 3. Financiële ondernemingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins EER-toezicht (Europees Economische Ruimte) te vallen, zoals De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer; 4. Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben ontvangen.

6 van 13

Hoofdstuk 4.

Kasbeheer

4.1 Geldstromenbeheer Ter beperking van de kosten van het geldstromenbeheer hanteren wij de volgende uitgangspunten: 1. Het liquiditeitsgebruik beperken wij door onze geldstromen op elkaar en onze liquiditeitenplanning af te stemmen; Hierbij zien wij erop toe dat onze liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat wij onze verplichtingen tijdig kunnen nakomen. 2. Het betalingsverkeer voeren wij zoveel mogelijk elektronisch uit; 3. Banksaldo’s van de overige rekeningen boeken wij tijdig over naar de hoofdrekening. 4.2 Saldo- en liquiditeitenbeheer Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer hanteren wij de volgende richtlijnen: 1. Wij streven naar concentratie van onze liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de voor ons meest gunstigste condities; 2. Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kunnen wij, binnen de in paragraaf 2.2 gestelde kaders, kortlopende middelen aantrekken; 3. Toegestane leningsvormen bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn de daggeldlening, kasgeldlening en kredietlimiet op rekening courant; 4. Toegestane varianten voor uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar zijn onze rekening-courant, daggeld, spaarrekeningen en deposito’s; 5. Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar gelden de in paragraaf 2.4 Kredietrisicobeheer opgenomen kaders.

7 van 13

Hoofdstuk 5.

Administratieve organisatie en interne controle

5.1 Uitgangspunten In het kader van de treasuryfunctie hanteren wij de volgende uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle (AO/IC): 1. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten leggen wij op eenduidige wijze schriftelijk vast; 2. Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten voeren wij functiescheiding door met als belangrijkste voorwaarden: a. iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogenprincipe); b. de uitvoering en controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen; c. de uitvoering en registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen. 3. De doorgevoerde administratieve organisatie en interne controle waarborgt dat: a. de uitvoering rechtmatig en doelmatig is; b. de treasuryactiviteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd en bijgestuurd; c. de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd is. 4. Tegenpartijen geven wij opdracht de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties; 5. De transactie wordt direct door de functionaris die de transactie heeft afgesloten vastgelegd; 6.

De transactie wordt direct na ontvangst van de transactiebevestiging gecontroleerd door de functionaris belast met de interne controle. 5.2 Verantwoordelijkheden De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie zijn: Functie

Verantwoordelijkheden

Gemeenteraad

- Vaststellen van doelstellingen, beleid en kaders; - Vaststellen van de paragraaf financiering in de begroting en het jaarverslag; - Houden van toezicht op het beleid en de uitvoering hiervan; - Evalueren en als gevolg daarvan (eventueel) bijstellen van het beleid College van B&W - Binnen de wettelijke kaders uitvoeren van het door de gemeenteraad geformuleerde beleid; - Bekrachtigen van de afgesloten transacties; - Opstellen van een rentevisie in de begroting; - Rapporteren aan de gemeenteraad over de uitvoering van het beleid Concerncontroller - Opzetten van de administratieve organisatie en interne controle; - Bewaken van de kwaliteit van de processen; - Rapporteren aan B&W over de uitvoering van het treasurybeheer Teamleider Financiële en - Voorbereiden van voorstellen op treasurygebied; Juridische Zaken (FJZ) - Zorg dragen van juiste uitvoering van de treasuryactiviteiten; - Autorisatie werkzaamheden treasurer Senior beleidsmedewerker - Autorisatie werkzaamheden treasurer financiën Financieel consulent - Verstrekken informatie voor liquiditeitenplanning; Manager - Zorg dragen voor goede kwaliteit van informatie voor de liquiditeitenplanning Budgethouder - Verzorgen tijdige aanlevering van informatie voor de liquiditeitenplanning; - Het fiatteren van betalingen en ontvangsten, ten laste c.q. ten gunste van hun budgetten

8 van 13

Treasurer

Kassier

Medewerker AO/IC

Accountant

- Uitvoeren van de treasuryactiviteiten conform dit treasurystatuut; Dit betreft onder meer het risicobeheer en de gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en relatiebeheer). - Opstellen van de rentevisie; - Afleggen verantwoording over de uitvoering van de treasuryactiviteiten aan de concerncontroller en het college van B&W; - Afsluiten en registreren van financiële uitzettingen, leningen en garanties; - Beheren van de geldstromen; - Aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare gegevens aan de financiële administratie; - Onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars en overige financiële ondernemingen; - Opstellen beleidsvoorstellen op treasurygebied - Overboeken van saldi tussen bankrekeningen; - Afhandelen van het contante en girale betalingsverkeer; - Aanleveren van tijdige, volledige en gegevens aan de financiële administratie; - Afleggen verantwoording over de uitvoering van de treasuryactiviteiten aan de concerncontroller en het college van B&W - Controleren of de ontvangen orderbevestiging van derden overeenkomt met de transactie-informatie zoals verstrekt door de treasurer; - Uitvoeren van de interne controle op de uitgevoerde treasurytransacties en hierover rapporteren aan de concerncontroller; - (Laten) Opstellen en vastleggen van alle interne procedures die in acht moeten worden genomen bij financiële handelingen, rechten en verplichtingen; - Tijdig

en met regelmaat, compleet dan wel steekproefsgewijs, controleren van alle treasuryhandelingen; - Overleggen met de externe accountant over de procedures die in acht worden genomen. - Het in het kader van haar reguliere controletaak adviseren en controleren omtrent de feitelijke naleving van het treasurystatuut.

5.3 Bevoegdheden In onderstaande tabel hebben wij de bevoegdheden met betrekking tot treasuryactiviteiten en de daarbij benodigde fiattering opgenomen. Treasuryactiviteit

Bevoegd functionaris

Financiering en uitzetting 1. Afsluiten van kredietfaciliteiten 2. Aantrekken van langlopende middelen via onderhandse leningen en kort geld 3. Uitzetten van middelen 4. Verstrekken van leningen aan derden uit hoofde van de publieke taak 5. Garanderen van middelen uit hoofde van de publieke taak Bankrelatiebeheer 6. Openen, sluiten en wijzigen bankrekeningen 7. Afspreken bankcondities en tarieven

9 van 13

Autorisatie door

(eerste handtekening)

(tweede handtekening)

Treasurer Treasurer

Teamleider FJZ Teamleider FJZ

Treasurer College van B&W

Teamleider FJZ Gemeenteraad

College van B&W

Gemeenteraad

Treasurer Treasurer

Teamleider FJZ Teamleider FJZ

Treasuryactiviteit

Bevoegd functionaris

Geldstromen-, saldo- en liquiditeitenbeheer 8. Aantrekken van kortlopende middelen via daggeld, kasgeld en kredietlimiet rekening-courant 9. Uitzetten van kortlopende middelen via rekeningcourant, daggeld, spaarrekening en deposito 10. Voorbereiden en versturen betalingsopdrachten

Autorisatie door

(eerste handtekening)

(tweede handtekening)

Treasurer

Teamleider FJZ

Treasurer

Teamleider FJZ

Kassier

Teamleider FJZ of senior beleidsmedewerker financiën

5.4 Informatievoorziening Met betrekking tot de treasuryactiviteiten dient tenminste de in de onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de betreffende functionarissen: Informatie

Frequentie

1. Gegevens m.b.t. toekomstige uitgaven en ontvangsten voor de liquiditeitenplanning en met het oog op de komende begroting of jaarrekening 2. Plannen treasury, financieringsbehoefte, rentevisie en berekening kasgeldlimiet in paragraaf financiering van de begroting 3. Verantwoording treasuryactiviteiten in paragraaf financiering van het jaarverslag 4. Informatie aan derden (toezichthouder en CBS), zoals genoemd in art. 8 Wet fido

10 van 13

Continu

InformatieInformatieverstrekker ontvanger Budgethouder Treasurer Manager Administrateur

Jaarlijks

Treasurer

Gemeenteraad

Jaarlijks

Treasurer

Kwartaal

Treasurer

Gemeenteraad Derden

Bijlage 1. Begrippenkader In dit statuut wordt verstaan onder: Derivaten

Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren.

Financiering

Het inzetten van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen.

Geldstromenbeheer

Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer).

Intern liquiditeitsrisico

De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen.

Kasgeldlimiet

Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal van de gemeente bij aanvang van het jaar.

Koersrisico

Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen.

Kredietrisico

De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit.

Liquiditeitenbeheer

Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar.

Liquiditeitenplanning

Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid;

Paragraaf financiering

Het onderdeel van de begroting c.q. het jaarverslag waarin het beleid voor het komende jaar c.q. waarin verantwoording wordt afgelegd over de realisatie van het voorgenomen beleid.

Rating

De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente en aflossingsbetalingen op schuldpapier.

Relatiebeheer

Het onderhouden van relaties met financiële ondernemingen, waarmee in het kader van de uitvoering van het treasurybeleid contacten worden onderhouden.

Renterisico

Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen.

Renterisiconorm

Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet fido gefixeerd percentage van het begrotingstotaal van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden overschreden.

Rentetypische looptijd

Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding.

Rentevisie

Toekomstverwachting over de renteontwikkeling.

Saldobeheer

Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen.

Schatkistbankieren Ministeries, sociale fondsen e.d. moeten verplicht schatkistbankieren. De (geïntegreerd middelen- geldstromen lopen dan via het Rijk. Voordeel is dat deze instellingen tegen beheer) gunstige voorwaarden kunnen lenen of beleggen. Gemeenten kunnen vrijwillig deelnemen, maar kunnen niet lenen bij de schatkist. Het is wel mogelijkheid overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Deze vorm noemt men partieel schatkistbankieren.

11 van 13

Solvabiliteitsratio van 0%

Status die door een bancaire toezichthouder in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (lidstaten van de Europese Unie uitgebreid met Liechtenstein, Noorwegen en IJsland) aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegekend.

Toezichthouder

De Provincie Gelderland.

Treasurybeheer

De uitvoering van de treasuryfunctie binnen de kaders van het treasurystatuut.

Treasuryfunctie

De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren en crediteurenbeheer.

Treasurystatuut

Het document waarin de beleidsmatige infrastructuur voor de uitvoering van de treasuryfunctie is vastgelegd.

Uitzetting

Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.

12 van 13

Bijlage 2. Wettelijk kader Het wettelijke kader op het gebied van treasury bestaat voor onze gemeente uit de volgende zaken: 1. Wet financiering decentrale overheden (Wet fido); 2. Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden; 3. Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) De genoemde wet- en regelgeving leent zich niet voor opstellen van een samenvatting, kortheidshalve verwijzen wij u naar de betreffende wet- en regelgeving.

13 van 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13736320/1