2024-294.2 Bijlage Continu-onderzoek Jeugdhulp – Gemeente West Maas en Waal
Tekst van het document
i 1 2 3
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd
MCJO 2024 - gemeente West Maas en Waal
Duur ondersteuning
Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid
Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg Kwaliteit hulpverleners
Aanleiding
Verzending en respons
Gemeenten in Nederland zijn verplicht om jaarlijks een cliëntervaringsonderzoek uit te voeren onder inwoners die gebruikmaken van jeugdhulp. Het staat gemeenten vrij hier een eigen invulling aan te geven. De gemeente West Maas en Waal heeft gekozen voor een kwantitatief continu-onderzoek. Dit houdt in dat cliënten doorlopend worden bevraagd over hun ervaringen. Met dit onderzoek voldoet uw gemeente aan haar wettelijke verplichting.
In verband met de aanlevering zijn er voor de eerste vragenlijst cliënten aangeschreven in de maanden oktober 2023 t/m april 2024 en voor de tweede vragenlijst december 2023 t/m april 2024.
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien Effect - Zelfstandigheid Effect - Zelfredzaamheid Effect - Meedoen
4
Open vragen Wat gaat goed? Wat gaat minder goed?
Onderzoeksmethode
Opmerkingen
Er is gekozen voor een kwantitatief onderzoek, waarbij een vragenlijst is verzonden naar cliënten die jeugdhulp ontvangen. Het onderzoek bestaat uit twee vragenlijsten. De eerste vragenlijst meet de ervaringen van cliënten met de toegangsfase. Cliënten ontvangen deze vragenlijst één tot twee maanden nadat zij een beschikking hebben gekregen. De tweede vragenlijst meet de ervaringen met de kwaliteit en effecten van de voorziening. Deze vragenlijst ontvangen cliënten acht maanden nadat zij een beschikking hebben ontvangen.
Bij het eerste meetmoment zijn er in totaal 389 vragenlijsten verzonden. Hiervan zijn er 61 ingevuld geretourneerd, waarmee een responspercentage is bereikt van 16%. Dit is een afname ten opzichte van de vorige meting (27%). Voor het tweede meetmoment zijn er 357 cliënten aangeschreven. In totaal hebben 74 cliënten de vragenlijst ingevuld geretourneerd. Hiermee is een responspercentage bereikt van 21%. Dit is een flinke toename ten opzichte van de vorige meting (8%). Betrouwbaarheid is afhankelijk van absolute aantallen. Door de kleine populatie zijn de resultaten van dit onderzoek indicatief.
i
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd Duur ondersteuning
Ik ben een …
1 2 3
Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid
In de vragenlijst worden een aantal vragen gesteld die een beeld schetsen van de kenmerken van de respondenten. Allereerst is gevraagd naar het geslacht. Deze vraag is enkel gesteld in de vragenlijst voor jongeren. 61% van de respondenten geeft aan een meisje te zijn en 37% een jongen. 2% heeft de optie ‘anders’ aangekruist.
Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg Kwaliteit hulpverleners
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien Effect - Zelfstandigheid Effect - Zelfredzaamheid Effect - Meedoen
4
Achtergrondgegevens: geslacht en leeftijd
Open vragen Wat gaat goed? Wat gaat minder goed? Opmerkingen
Wat is je leeftijd?
Daarnaast is gevraagd naar de leeftijd van de jongeren. De meerderheid valt in de leeftijdscategorie 12 t/m 17 jaar (91%). Slechts 9% geeft aan 18 jaar of ouder te zijn. In de referentiegroep is deze groep echter nog kleiner (5%).
i
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd Duur ondersteuning
Ik ben de …
1 2 3
Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid
Aan de ouders is gevraagd of zij de moeder of vader zijn van het kind dat jeugdhulp ontvangt. Tevens kon hierbij de antwoordoptie ‘anders’ worden aangekruist. 78% geeft aan de moeder van het kind te zijn. 21% is de vader. Slechts 1% heeft ‘anders’ aangekruist.
Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg Kwaliteit hulpverleners
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien Effect - Zelfstandigheid Effect - Zelfredzaamheid Effect - Meedoen
4
Achtergrondgegevens: ouder en leeftijd
Open vragen Wat gaat goed? Wat gaat minder goed? Opmerkingen
Wat is de leeftijd van uw kind?
In de vragenlijst voor ouders is eveneens de vraag gesteld wat de leeftijd is van het kind met jeugdhulp. 55% valt in de leeftijdscategorie 4 t/m 11 jaar en 29% in de leeftijdscategorie 12 t/m 17 jaar. 17% is 0 t/m 3 jaar oud. Deze groep is flink gestegen ten opzichte van de vorige meting (3%) en is groter dan in de referentiegroep (3%).
i
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd Duur ondersteuning
Hoe lang krijgt u/uw kind al hulp of ondersteuning?
1 2 3 4
Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid
Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg Kwaliteit hulpverleners
Achtergrondgegevens: duur van de hulp of ondersteuning Cliënten konden aangeven hoelang zij/hun kind hulp of ondersteuning ontvangen/ontvangt. Hierbij zijn verschillen te zien met de referentiegroep en de vorige meting. In uw gemeente ontvangen de meeste
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien
mensen langer dan een jaar ondersteuning (35%). Deze groep is wel kleiner dan vorig
Effect - Zelfstandigheid
jaar (42%) en kleiner dan de referentiegroep
Effect - Zelfredzaamheid
(45%). Daarentegen is de groep
Effect - Meedoen
respondenten die tussen de 6 en 12
Open vragen Wat gaat goed?
maanden hulp ontvangt (29%) groter dan de
Wat gaat minder goed? Opmerkingen
vorige meting (19%) en de referentiegroep (20%). Hetzelfde geldt voor de groep respondenten die tussen de 3 en 6 maanden hulp ontvangt (26% t.o.v. 18% vorig jaar en 18% referentiegroep). Relatief weinig respondenten vertellen korter dan 3 maanden hulp te hebben ontvangen (9%).
i 1 2 3
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd Duur ondersteuning
Toegankelijkheid voorzieningen Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid Altijd
Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg Kwaliteit hulpverleners
Ik weet waar ik terechtkan als ik hulp nodig heb
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien Effect - Zelfstandigheid
Ik ben snel geholpen
Effect - Zelfredzaamheid Effect - Meedoen
4
Open vragen Wat gaat goed? Wat gaat minder goed? Opmerkingen
Ik kan de hulp krijgen die ik nodig heb/die mijn kind nodig heeft
Vaak
Soms
Nooit
Ervaringen met toegankelijkheid van voorzieningen Aan de hand van een aantal stellingen is gemeten wat de ervaring van respondenten is met de toegankelijkheid van voorzieningen in uw gemeente. Meer dan de helft van de respondenten (58%) geeft aan vaak of altijd te weten waar zij terechtkunnen als ze hulp nodig hebben. 33% weet dit soms en 8% nooit. Daarnaast vindt 62% van de respondenten dat zij vaak of altijd snel geholpen zijn. 30% vindt dat dit soms het geval is en 8% nooit. Respondenten zijn het het vaakst eens met de stelling ‘ik kan de hulp krijgen die ik nodig heb/die mijn kind nodig heeft’. 67% van de respondenten vindt dat dit vaak of altijd het geval is. Bij 30% is dit soms het geval en bij 3% nooit. Opvallend is dat de tevredenheid met alle drie de stellingen ten opzichte van de vorige meting is gedaald. Ook ten opzichte van de referentiegroep scoort de gemeente West Maas en Waal lager.
i 1 2 3
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd Duur ondersteuning
Uitvoering – Kwaliteit van de zorg Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid
Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg
Altijd
Ik word goed geholpen bij mijn vragen en problemen
Kwaliteit hulpverleners
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien Effect - Zelfstandigheid
Ik krijg voldoende informatie over de hulp
Effect - Zelfredzaamheid Effect - Meedoen
4
Open vragen Wat gaat goed? Wat gaat minder goed? Opmerkingen
Beslissingen over de hulp worden samen met mij genomen
De verschillende organisaties werken goed samen om mij/en mijn kind te helpen
Vaak
Soms
Nooit
Ervaringen met de kwaliteit van de ondersteuning Aan de cliënten zijn in totaal zeven stellingen voorgelegd die samen de tevredenheid over de kwaliteit van de uitvoering van de zorg meten. Allereerst is een aantal stellingen voorgelegd over de kwaliteit van de ondersteuning. Respondenten zijn over het algemeen tevreden over de kwaliteit. De meerderheid is van mening dat zij vaak of altijd goed worden geholpen bij vragen en problemen (81%) en dat zij voldoende informatie krijgen over de hulp (81%). De tevredenheid op deze twee stellingen is afgenomen ten opzichte van de vorige meting maar komt overeen met de referentiegroep. Daarnaast ervaart, evenals vorig jaar, 90% dat beslissingen over de hulp samen met hen worden genomen. 79% vindt dat verschillende organisaties goed samenwerken. Dit is een flinke toename ten opzichte van de vorige meting (69%). Op deze twee stellingen scoort uw gemeente iets hoger dan de referentiegroep.
i 1 2 3
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd Duur ondersteuning
Uitvoering – Kwaliteit van de hulpverleners Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid Altijd
Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg Kwaliteit hulpverleners
De hulpverleners weten genoeg om mij/en mijn kind te kunnen helpen
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien Effect - Zelfstandigheid Effect - Zelfredzaamheid Effect - Meedoen
4
Mening over de kwaliteit van de hulpverleners
Ik voel mij serieus genomen door de hulpverleners
Open vragen Wat gaat goed? Wat gaat minder goed? Opmerkingen
Ik word met respect behandeld door de hulpverleners
Vaak
Soms
Nooit
De overige drie stellingen hebben betrekking op de kwaliteit van de hulpverleners. 86% van de respondenten is van mening dat de hulpverleners genoeg weten om hen/hun kind te kunnen helpen. Dit is een flinke toename ten opzichte van de vorige meting (70%). Van de respondenten voelt 88% zich serieus genomen door de hulpverlener. 95% vindt dat zij met respect worden behandeld. Op deze beide stellingen scoort uw gemeente gelijk met de vorige meting en de referentiegroep.
i 1 2 3
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd Duur ondersteuning
Effect van de hulp bij het opgroeien Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid
Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg
Veel beter
Door de hulp voel(t) ik mij/mijn kind zich beter
Kwaliteit hulpverleners
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien Effect - Zelfstandigheid
Door de hulp gaat het beter met mijn gedrag/het gedrag van mijn kind
Effect - Zelfredzaamheid Effect - Meedoen
4
Open vragen Wat gaat goed?
Door de hulp gaat het thuis beter
Wat gaat minder goed? Opmerkingen
Door de hulp voel(t) ik mij/mijn kind zich veiliger
Beetje beter
Hetzelfde gebleven
Beetje slechter
Veel slechter
Mening over het effect op het opgroeien De effecten van de hulp op het opgroeien zijn op vier verschillende aspecten gemeten. Voor een meerderheid van de respondenten geldt dat zij/hun kind zich beter voelen/voelt door de hulp (81%), dat het door de hulp beter gaat met het gedrag (76%) en dat het door de hulp thuis beter gaat (64%). Voor deze drie stellingen geldt dat de effecten van de ondersteuning op deze aspecten in mindere mate worden ervaren dan bij de vorige meting. Ook ten opzichte van de referentiegroep worden de effecten in mindere mate ervaren. 69% van de respondenten geeft aan dat zij/hun kind zich veiliger voelt door de hulp. Hier is wel een flinke toename ten opzichte van de vorige meting zichtbaar (55%). De gemeente scoort hier vergelijkbaar met de referentiegroep.
i 1 2 3
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd Duur ondersteuning
Effect van de hulp op de zelfstandigheid Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid Veel beter
Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg Kwaliteit hulpverleners
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien Effect - Zelfstandigheid Effect - Zelfredzaamheid Effect - Meedoen
4
Door de hulp weet ik beter wat ik wil/mijn kind wat het wil
Door de hulp zeg ik vaker wat ik nodig heb/zegt mijn kind vaker wat het nodig heeft
Open vragen Wat gaat goed? Wat gaat minder goed? Opmerkingen
Door de hulp wordt er beter naar mij geluisterd/voelt mijn kind zich beter gehoord
Beetje beter
Hetzelfde gebleven
Beetje slechter
Veel slechter
Mening over het effect op de zelfstandigheid Naast het effect van de hulp op het opgroeien is gekeken naar het effect op de zelfstandigheid. 58% van de respondenten is van mening dat zij/het kind beter weten/weet wat ze willen door de hulp. Bij de vorige meting was dit 72%. Daarnaast zegt 67% vaker wat zij nodig hebben door de hulp (vorige meting 60%) en geeft 70% aan dat er beter naar hen wordt geluisterd/het kind zich beter gehoord voelt door de hulp (vorige meting 79%). Vergeleken met de referentiegroep scoort uw gemeente bij alle drie de stellingen lager. Het grootste verschil is zichtbaar op de stelling ‘Door de hulp weet ik beter wat ik wil/mijn kind wat het wil.’
i 1 2 3
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd Duur ondersteuning
Effect van de hulp op de zelfredzaamheid Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid Veel beter
Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg Kwaliteit hulpverleners
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien Effect - Zelfstandigheid Effect - Zelfredzaamheid
Door de hulp kan ik (mijn kind) beter mijn problemen oplossen
Door de hulp kan ik (mijn kind) beter voor mezelf opkomen
Effect - Meedoen
4
Open vragen Wat gaat goed? Wat gaat minder goed? Opmerkingen
Door de hulp heb ik (mijn kind) meer vertrouwen in de toekomst
Beetje beter
Hetzelfde gebleven
Beetje slechter
Veel slechter
Mening over het effect op de zelfredzaamheid Ook het effect van de hulp op de zelfredzaamheid is gemeten. Van de respondenten vindt 69% dat zij door de hulp beter problemen kunnen oplossen (76% in referentiegroep). 55% kan door de hulp beter voor zichzelf opkomen (75% in referentiegroep). Op beide stelling wordt lager gescoord dan bij de vorige meting. Dit heeft voornamelijk te maken met een groter aandeel respondenten die vertelt dat dit hetzelfde gebleven is. 68% heeft door de hulp meer vertrouwen in de toekomst. Dit is een stijging ten opzichte van de vorige meting (65%) en komt overeen met de referentiegroep.
i 1 2 3
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd Duur ondersteuning
Effect van de hulp op meedoen in de eigen omgeving Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid
Mening over het effect op meedoen in de omgeving Veel beter
Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg Kwaliteit hulpverleners
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien Effect - Zelfstandigheid Effect - Zelfredzaamheid
Door de hulp gaat het beter (met mijn kind) op school, werk of dagbesteding
Door de hulp besteed ik mijn/besteedt mijn kind de vrije tijd beter
Effect - Meedoen
4
Open vragen Wat gaat goed? Wat gaat minder goed? Opmerkingen
Beetje beter
Door de hulp is mijn relatie/de relatie van mijn kind met vrienden en anderen beter geworden
Hetzelfde gebleven
Beetje slechter
Veel slechter
Aan de hand van drie stellingen is gemeten wat de ervaringen zijn met het effect van de hulp op het meedoen in de eigen omgeving. 72% is van mening dat het door de hulp beter gaat op school, werk of dagbesteding. Tevens geeft 48% aan dat zij de vrije tijd door de hulp beter besteden. 53% vindt dat de relatie met vrienden en anderen beter is geworden door de hulp. Er wordt op de drie stellingen lager gescoord dan in de vorige meting. Vergeleken met de referentiegroep scoort de gemeente West Maas en Waal eveneens iets lager.
i 1 2 3
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd Duur ondersteuning
Wat vind/vond u/je goed aan de hulp of begeleiding? Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid
“Goede begeleiding en er wordt naar je geluisterd.”
•
“Alle hulp vind ik goed.”
•
“Ze ziet ons kind en herkent de problemen. Ze helpt ons met de situatie op school.”
Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg
•
“Er wordt echt naar het kind geluisterd.”
Kwaliteit hulpverleners
•
“Super dat ze thuis komen. Ik heb veel tips gekregen.”
•
“Flexibiliteit. De hulp aan huis.”
•
“Een fijne begeleidster.”
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien
•
“Fijne en begripvolle begeleiding die luistert naar het kind.”
Effect - Zelfstandigheid
•
“De communicatie is fijn. Korte lijntjes, daar houden we van.”
•
“Dat alles vlot en soepel ging.”
•
“Ik ben heel blij met de begeleiding.”
•
“Het was ook heel erg leuk.”
•
“Ze hebben alle tijd voor en doen er ook echt wat aan.”
•
“Er wordt wel naar mij geluisterd.”
Effect - Zelfredzaamheid Effect - Meedoen
4
•
Open vragen Wat gaat goed? Wat gaat minder goed? Opmerkingen
Open vraag: wat gaat goed? Aan het einde van de vragenlijst zijn er drie open vragen gesteld. Wegens het beperkt aantal respondenten en dat niet iedereen de open vraag invult is hier slechts een beperkt aantal reacties op gekomen. Derhalve wordt hiernaast een opsomming gegeven van alle gegeven antwoorden.
i 1 2 3
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd Duur ondersteuning
Wat vind/vond u/je minder goed? Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid
“Er mag wel wat vaker contact opgenomen worden en iets meer informatie gegeven worden.”
•
“De wachttijd voordat de hulp op gang komt was 3 maanden.”
•
“Wachttijd was erg lang.”
Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg
•
“Ik zie nog weinig vooruitgang.”
Kwaliteit hulpverleners
•
“De aanmeldingen zijn vaak nog omslachtig.”
•
“Ik krijg niet de hulp die ik nodig heb.”
•
“Soms wordt wat ik zeg iets te serieus genomen.’
•
“Ze praten niet over afspraken.”
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien Effect - Zelfstandigheid Effect - Zelfredzaamheid Effect - Meedoen
4
•
Open vragen Wat gaat goed? Wat gaat minder goed? Opmerkingen
Open vraag: wat gaat minder goed? Aan de cliënten is tevens gevraagd wat zij minder goed vinden gaan in de ondersteuning. Hiernaast wordt een opsomming van alle open antwoorden op deze vraag gegeven. Het is goed om op te merken dat er op deze vraag minder antwoorden kwamen dan op de vraag over wat er wel goed ging met de ondersteuning.
i 1 2 3
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd Duur ondersteuning
Heb je nog opmerkingen? Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid
Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg Kwaliteit hulpverleners
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien Effect - Zelfstandigheid Effect - Zelfredzaamheid Effect - Meedoen
4
Open vragen Wat gaat goed? Wat gaat minder goed? Opmerkingen
•
“Ik heb zelf al bij ze aangegeven dat ik meer van ze verwacht had.”
•
“Ik ben heel blij met de hulp die we mogen ontvangen.”
•
“Dat ze luisterde en meedacht.”
Open vraag: opmerkingen Tot slot is aan de cliënten gevraagd of zij nog opmerkingen hadden. Ook hierop zijn slechts een beperkt aantal reacties gegeven. Derhalve wordt het geheel aan reacties hiernaast weergegeven.