CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-272 A Informatienota UWDH n.a.v. raadsvergadering 10 oktober 2024

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Ingekomen stukken3.846 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatienota voor de gemeenteraad

Onderwerp

Informatienota UWDH n.a.v. raadsvergadering 10 oktober 2024

Registratienummer Datum collegebesluit Portefeuillehouder Behandelend ambtenaar Aangeleverd aan de griffie Programma Bijlagen

Openbaarheid

Z.110950 /308545 3 december 2024 E.J. Slootweg dhr.Timmermans 3 december 2024 Fysieke leefomgeving 1 – Duiding van normen PFAS 2 – Grondwater monitoring UWDH 3 – Grondwaterkwaliteit monitoring slibdepot 4 – Rapportage inwonerparticipatie 5 – Review geohydrologisch onderzoek BOOT 6 – B&O strategie UWDH 7 – Visie initiatiefnemers UWDH 8 – Visie Burgercollectief Dreumel Openbaar

Kennis nemen van: Aanvullende informatie bestemmingsplan UWDH n.a.v. raadsvergadering 10 oktober 2024. 1. Aanleiding 1.1. Inleiding Tijdens de raadvergadering van 10 oktober 2024 heeft de raad het college verzocht om meer informatie te leveren over het bestemmingsplan Uiterwaarden Wamel Dreumel en Heerenwaarden. Zij beoogt daarmee tot een gedegen besluit over project UWDH te komen. De raad geeft daarbij aan dat op de punten uit het amendement die betrekking hebben op de uitloging van het slibdepot en de afhandeling van kwelschade nog onvoldoende vertrouwen heerst dat hiermee afdoende garanties worden gegeven. Ook geeft zij aan dat op gebied van inwonerparticipatie (wat is gedaan met de inbreng?), beheer (is dit voldoende geregeld?) en de meerwaarde voor onze inwoners meer informatie nodig is. Via deze informatienota geeft het college gehoor aan dit verzoek. Voor de volledigheid heeft het college zowel de initiatiefnemers van UWDH als het Burgercollectief Dreumel gevraagd om hun visie op bovengenoemde punten. Deze worden met deze nota aan de raad voorgelegd.

1.2 Proces Bestemmingsplan Uiterwaarden Wamel Dreumel Heerenwaarden Op 20 mei 2021 nam de raad het volgende principebesluit: Het principebesluit te nemen voor het project UWDH op basis van het Stappenplan Grootschalig Grondverzet, om te starten met de voorbereiding van de bestemmingsplanprocedure en er naar te streven om voor de zomervakantie het voorontwerpbestemmingsplan in procedure te brengen. Het bestemmingsplan is aangevuld met de volgende voorwaarden uit een unaniem aangenomen amendement: ▪ Buitendijkse maatregelen mogen niet tot binnendijkse effecten leiden. Als deze effecten toch optreden, dan dienen deze volledig gecompenseerd te worden binnen de financiering van het project UWDH (kwel- en wegzijgingsneutrale uitvoering). De initiatiefnemers zijn niet alleen tijdens

Alphen - Altforst

- Appeltern

- Beneden-Leeuwen - Boven-Leeuwen - Dreumel

- Maasbommel - Wamel

▪

▪

de uitvoering, maar ook na de uitvoering verantwoordelijk voor eventuele negatieve geohydrologische effecten binnendijks. In de planvorming en door de uitvoering van het project UWDH moeten er voldoende waarborgen zijn dat er geen uitloging van schadelijke milieu-hygiënische stoffen kan plaats vinden uit de puntverontreiniging in het plangebied, lokaal bekend als “de bult van Dekker”. Het project UWDH mag geen nadelige gevolgen hebben (o.a. voor stikstof) voor toekomstige nieuwe ontwikkelingen in de gemeente (zowel binnendijks als buitendijks).

Op 31 augustus 2021 neemt het college het besluit om: 1. In te stemmen met het voorontwerpbestemmingsplan voor het project UWDH en de procedure van inspraak en vooroverleg te starten; 2. De gemeenteraad te informeren over de wijze waarop invulling is gegeven aan het op 20 mei 2021 aangenomen amendement, middels de bijgevoegde informatienota. Op 8 september 2021 is de ter inzage legging van het voorontwerp gepubliceerd. En is de mogelijkheid geboden om van 9 september t/m 20 oktober 2021 het plan in te zien en een reactie te geven. Op 23 augustus 2022 besloot het college om het inspraak- en vooroverlegverslag vast te stellen. En het ontwerpbestemmingsplan vrij te geven voor de gecoördineerde ter inzage legging. In november van 2022 wordt vanuit het project aangegeven dat er voor het vervolg van UWDH een pas op de plaats gemaakt moet worden. Reden daarvoor is de stikstofproblematiek. Door een uitspraak van de Raad van State over de toepassing van de NB-wet, werd het noodzakelijk eerst in beeld te brengen wat de gevolgen zijn voor de vergunningprocedures om het plan UWDH mogelijk te maken. Met ingang van 21 september 2023 heeft het ontwerpbestemmingsplan zes weken ter inzage gelegen. Vervolgens is het plan in routing gebracht en op 10 oktober j.l. ter besluit aan de raad voorgelegd.

De raad heeft tijdens deze vergadering, op advies van de commissie Ruimte, besloten het plan te beschouwen als ‘niet rijp voor besluit’. Voorgenoemde vragen onder de aanleiding zijn in de vergadering aan het college meegegeven. 2. Beoogd effect Met deze informatienota wordt, voor Bestemmingsplan UWDH, invulling gegeven aan de door de raad aangeduide leemtes in informatie op de volgende punten: a) Uitloging uit het slibdepot b) Afhandeling van de kwelschade c) Inwonersparticipatie d) Beheer e) Meerwaarde voor onze inwoners Met het aanreiken van deze informatie wordt beoogd dat de raad voldoende informatie heeft om een gedegen besluit te nemen op het Bestemmingsplan UWDH. Voor de volledigheid wordt vermeld dat alleen de punten a) en b) relatie hebben met de in mei 2021 vastgestelde amendement wat onderdeel uitmaakt van het principebesluit van de raad. De overige punten zijn niet gerelateerd aan het amendement. Het onderdeel beheer maakt wel onderdeel uit van de overeenkomst met de initiatiefnemers. 3. Informatie 3.1 Erosiebestendigheid slibdepot 3.1.1

Algemeen

Langs een van de nieuwe te graven nevengeulen ligt een oud depot waar in het verleden baggerspecie is opgeslagen. Het depot maakt geen onderdeel van het project. De grond is ook niet in bezit van de initiatiefnemers. Een van de risico’s die werden voorzien in het ontwerp was de erosiebestendigheid van het slibdepot door het aanbrengen van een nevengeul nabij het depot. 3.1.2 Beoogde maatregel Gelet op het risico van erosie had UWDH in haar plan opgenomen om een kleilaag aan te brengen in de bodem van de naastliggende nevengeul. Deze maatregel is in 2021 beoordeeld door een onafhankelijk adviesbureau (Ingenieursbureau BOOT uit Veenendaal) in opdracht van de gemeente. Hierin is aangegeven dat de maatregel als effectief kan worden gezien. In de notitie, tevens toegevoegd aan de bijlagen, staat: De beoordeling van het depot van Dekker aan de zuidzijde van de Vonkerplas (Bult van Dekker) is beschreven in hoofdstuk 4, bladzijde 15 e.v.. De betreffende notitie geeft een voldoende helder beeld van de risico’s die ontstaan wanneer de stromende nevengeul Dreumel een feit is. De nevengeul heeft geen negatieve impact op de stabiliteit van het depot. De betrekkelijk grote afstand en de aanwezigheid van een dijkje tussen de geul en het depot heeft eveneens een gunstig effect.

De inhoud van de door BOOT beoordeelde notitie is volledig en ter zake kundig, de voorgestelde maatregelen zijn realiseerbaar. Ook in de commissie MER is geoordeeld dat met de getroffen maatregel voldoende informatie aanwezig is om een gedegen besluit te laten nemen door de gemeenteraad. 3.1.3 Aanbeveling t.a.v. uitloging Volgens de firma BOOT maakt de notitie wel melding van het feit dat er onvoldoende informatie is over emissie vanuit het depot richting de omgeving. BOOT onderschrijft de aanbeveling om de grondwaterkwaliteit daar te monitoren. UWDH monitort de kwaliteit van het grondwater nabij het depot. Zie hiervoor ook paragraaf 4. 3.2 Uitloging slibdepot In 2021 heeft de gemeenteraad voorwaarden gesteld aan het project. Een van de voorwaarden was het nemen van maatregelen met betrekking tot mogelijke uitloging uit het voormalig slibdepot. Binnen project UWDH zijn onlangs twee grondwater meetsystemen ingericht. Een van deze betreft grondwaterkwaliteit bij het voormalig slibdepot. De andere is gericht op monitoring van grondwater ten behoeve van eventuele schadeclaims door grondwaterproblematiek. Dit is ingericht om zicht te krijgen in de geohydrologische situatie. Mede vanwege het amendement van de gemeenteraad bij het in procedure brengen van het voorontwerp bestemmingsplan. 3.2.1 Monitoring Sinds oktober 2024 wordt grondwater gemeten in en rondom het depot.

Het monitoringssysteem is hieronder nader uitgewerkt. De monitoringsopzet voor zowel de geulen als het slibdepot zijn in de bijlagen toegevoegd. Bij het depot zijn vier peilbuizen geplaatst. Een op het depot, een op locatie waar de nieuwe geul is geprojecteerd, een aan de zijde van de Vonkerplas en een richting Buskuspad. 3.3.2 Eerste resultaten Een onderzoeksbureau heeft in eerste instantie op het standaardpakket NEN5740 onderzocht voor alle peilbuizen. Een peilbuis bij het depot is aanvullend onderzocht op PFAS. Op 9 oktober zijn de eerste analyseresultaten aangeleverd. In deze analyse zijn meegenomen: ▪ 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink); ▪ vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, som-xylenen (som o, m, p), styreen, naftaleen); ▪ vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2-dichlooretheen, cis-1,2-dichlooretheen, som 1,2-dichlooretheen, 1,1-dichloorethaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2-dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2dichloorpropaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, som dichloorpropanen, 1,1,2trichloorethaan, tetrachlooretheen en bromoform) en;

▪

minerale olie

De eerste analyseresultaten laten op géén van de stoffen een overschrijding op de interventiewaarden. De parameter Barium laat een overschrijding van de streefwaarde zien. Voor de overige parameters bevinden de gehalten zicht op of rondom de streefwaarde/detectiegrens. Voor PFAS (alleen geanalyseerd in een peilbuis bij het voormalige depot) is geconstateerd dat bepaalde stoffen verhoogd zijn. In paragraaf 3.3.3 worden de aangetroffen resultaten geduid. Duiding van de analyse: Uit de uitgevoerde analyses van het grondwater komt de, voorheen klassebepalende parameter, Cadmium niet uit boven de streefwaarde. Deze ligt er ruim onder. Deze stof lijkt, zoals verwacht, immobiel vanuit het depot richting het grondwater. Vermoedelijk is het Cadmium aan de onderliggende kleilaag gebonden. Op Barium na overschrijdt geen van de parameters de streefwaarde. Geen enkele stof overschrijdt de interventiewaarde. Daarmee lijkt bevestigd dat er geen uitloging plaatsvindt uit het depot. Het betreft echter vooralsnog een eerste meting. Verdere analyse moet deze aanname verder bevestigen. 3.3.3 Onderzoek naar PFAS In een peilbuis bij het depot is aanvullend op PFAS geanalyseerd. Hier worden totaal PFOA en (toevallig) ook totaal PFOS beide gemeten op 19 nanogram/liter. Bij een losse component (PFBA) wordt maximaal 22 nanogram/liter gemeten. Bij overige PFAS minder.

Voor PFAS zijn nog geen normen vastgesteld. Het Handelingskader PFAS gaat alleen over grond en baggerspecie (en uitloging naar grondwater). In bijlage 1 geven wij een opsomming wat er op dit moment beschikbaar is over PFAS in drinkwater, grondwater en oppervlaktewater. Een conclusie op basis van normeringen is op dit moment niet te trekken. 3.3.4 Vervolgonderzoek Om meer inzicht te krijgen in het aanwezig zijn van PFAS in het grondwater is door UWDH besloten om aanvullend analyses uit te voeren naar PFAS, ook in de andere 3 peilbuizen. Indien daar aanleiding toe is, plaatst UWDH een 5de verificatie-peilbuis, bovenstrooms van het depot. Op dit moment is het niet helder of PFAS diffuus in het grondwater in de Dreumelse Uiterwaard aanwezig is of dat het voormalig slibdepot een mogelijk bron zou kunnen zijn. Tevens worden aanvullende analyses uitgevoerd op enkele andere stoffen die niet in het standaard pakket zitten om e.e.a. in lijn te brengen met historische onderzoeken. Dit omdat uit historische onderzoeken is gebleken dat onderstaande stoffen in het slib aanwezig zijn in verhoogde concentraties: ▪ 2006/2008: cadmium, kwik, koper, HCB, PCB en bestrijdingsmiddelen (onderzoek op basis toen geldende Bouwstoffenbesluit). Op basis hiervan is destijds het depot als klasse 3 en klasse 4 geclassificeerd ▪ 2018: actualisatie onderzoek, sterk verhoogde waardes voor cadmium en PCB.

Kwaliteit van het depot wordt daarmee ingedeeld in zowel klasse B als klasse NT specie (classificatie cf. Besluit bodemkwaliteit. 3.4 Afhandeling kwelschade 3.4.1 Algemeen Voor de ingrepen in de uiterwaarden is conform de ontwerpuitgangspunten die zowel gemeenten als waterschap hebben neergelegd bij de initiatiefnemers een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoekbureau Fugro heeft de betreffende berekeningen uitgevoerd. Tussentijdse resultaten en interpretaties zijn regelmatig met ambtelijke werkgroep van gemeenten West Maas en Waal en Maasdriel én het waterschap Rivierenland besproken. Over de berekeningen is door ingenieursbureau BOOT een review uitgevoerd. Deze is aan de bijlagen van deze notitie toegevoegd. De berekening hebben betrekking op een hoogwater (i.r.t. kwel) en laagwater (i.r.t. droogte/wegzijging) situatie. Beide zijn hieronder uitgewerkt nader uitgewerkt.

3.4.2

Resultaten geohydrologisch onderzoek tijdens ontwerp

Kwel Uit de analyse van Fugro blijkt dat bij een T=10 hoogwater (zonder maatregelen) de grondwaterstand toeneemt tot meer dan 0,05 m. Daarnaast neemt de stijghoogte in de kernen Wamel en Heerewaarden (zuidzijde binnendijks) toe aangetoond. In de overige deelgebieden blijft dit voor de grondwaterstand onder de 0,05 m verhoging. Voor Wamel betekent dit een verhoogd risico voor bebouwing, infrastructuur en natuur/groen. Volgens BOOT zijn de resultaten van de berekening van kwel met het referentie- en planmodel zijn voldoende helder beschreven en de gemaakte afwegingen zijn transparant. Droogte Alleen in de kern Wamel is een verhoogd risico gelet op de berekende afname van de grondwaterstand en de stijghoogte bij een T=10 laagwater (zonder maatregelen). In de overige deelgebieden blijft de grondwaterstand onder de 0,05 m verlaging en is er geen risico voorzien. Voor Wamel betekent dit voor een T=10 laagwater een verhoogd risico voor bebouwing. Voor infrastructuur in Wamel is de verwachting dat een verlaging geen verhoogd risico of beperkt is. Voor de functie natuur/groen is het risico minimaal. 3.4.3 Maatregelen n.a.v. het geohydrologisch onderzoek Om de voorgenoemde geohydrologische invloed te beperken brengen de initiatiefnemers een kleilaag aan van 50 tot 75 cm dik aan. Dit sluit aan met de aanbevelingen vanuit de review van BOOT.

Uit conclusie van de commissie MER blijkt dat een dikte van 25 cm voldoende beperkend effect geeft. De dikkere laag van 50 tot 75 cm beperkt het negatieve effect nog meer. Uit berekeningen blijkt echter dat het aanbrengen van een nog dikkere kleilaag dan de 50 tot 75 cm dikke laag nihil effect heeft op de wegzijging. Daarnaast is een risicoanalyse uitgevoerd voor de berekende waterover- of onderlast en een afweging gemaakt per type landgebruik: bebouwing, infrastructuur, natuur/groen, agrarisch gebruik en overige aspecten. Na maatregelen (aanbrengen klei) blijft bij Wamel blijft een verlaging van de grondwaterstand bij een T=10 laagwater van meer dan 0,05 m. aanwezig. Voor een T=10 hoogwater situatie is hier geen risico voorzien. 3.4.4 Beoordeling van geohydrologisch onderzoek Bij Wamel zijn de invloedbeperkende mogelijkheden beperkt en blijft het aanbrengen van een kleidek in de te graven geul als enige maatregel over. Deze maatregel is echter voor Wamel minder effectief bij een laagwater situatie dan bij hoogwater (vanwege de zandige ondergrond). Voor de laagwater situatie wordt in de kern van Wamel geen maatregel voorgesteld anders dan verhoging van de drainageweerstand in de geulen. De voorgestelde enige maatregel is dan ook het aanbrengen van 0,50 m klei in de geulen. Deze betreffende situatie is in 2021 aan de raad voorgelegd.

Daarin is aangegeven dat meegewogen wordt dat door de extreme droogte in het laatste decennium de eindzetting van de bodem reeds is bereikt. Ook speelt een rol dat in periode van droogte de waterbeschikbaarheid overal beperkt is en daarmee ook door autonome situaties de wegzijging en bijbehorende effecten ontstaan. Aanvullende maatregelen om droogteschade door wegzijging te beperken zijn daarnaast ook niet of nauwelijks aanwezig. 3.4.5 Monitoring grondwater t.b.v aansprakelijkheid Het geohydrologisch systeem van de gemeente West Maas en Waal is complex en fragiel. Een van de meest kwetsbare kernen is Wamel waar zich veel zandbanen bevinden door historische insnijdingen van de Waal. Het uitsluiten van risico’s, door toedoen van een ingreep in de uiterwaarden, is niet mogelijk. In de review is door BOOT mede daarom het volgende aangegeven: Ten aanzien van de situatie bij laagwater in de kern van Wamel en het risico op schade aan gebouwen en infrastructuur is de

uiteenzetting van Fugro/Kragten in TN05 en 06 Appendix A, pagina 23/24 te volgen maar wel toegeschreven naar “minimaal effect”. De geohydrologische opbouw van Wamel is complex en maakt de analyse van Fugro te globaal. Zeker als toekomstige veranderingen in omvang en voorkomen van laagwater toe neemt. De gemeente heeft aangegeven dat er een regeling moet worden getroffen door de initiatiefnemers voor schade binnendijks als gevolg van hydrologische effecten. Mochten er vanuit het project toch negatieve gevolgen optreden dan is er in de anterieure overeenkomst vast gelegd dat de initiatiefnemers hiervoor een monitoringsnetwerk voor grondwatermetingen én een nadeelcompensatiesysteem opzet. Dit alles vindt plaats binnen de financiering van het project UWDH. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor het systeem en de afhandeling van de aansprakelijkheidsclaims. De gemeente is hierin geen partij. De initiatiefnemers worden op basis van de anterieure overeenkomst gehouden aan de afspraken. In geval dat buiten de autonome invloeden van hoog- en laagwater schades ontstaan door kwel of wegzijging en die toe te rekenen zijn aan de ingreep, moet de betreffende initiatiefnemende partij hiervoor aansprakelijk worden gehouden. Deze voorwaarde en de wijze waarop dat moet plaatsvinden is vastgelegd in een anterieure overeenkomst.

Deze overeenkomst is september/oktober 2022 (vertrouwelijk) ter inzage aangeboden aan de gemeenteraad. Wel kent de gemeente een grondwaterzorgplicht vanuit de Omgevingswet. Hierin is vastgelegd dat zij een loketfunctie heeft voor vragen en advies van haar inwoners. Inwoners kunnen dan ook altijd bij de gemeente terecht met vragen. In gemeente West Maas en Waal worden 9 peilbuizen geplaatst om de grondwaterstand te meten. Het plan van aanpak hiervoor is toegevoegd aan de bijlagen. Zodra de data van de grondwaterstanden worden ingewonnen krijgt de gemeente inzicht in de meetdata. Deze zijn overigens openbaar en voor iedereen in te zien. Gemeente West Maas en Waal beschikt daarnaast zelf over een uitgebreid netwerk van grondwaterpeilbuizen. Zij kan aan de hand van haar historische data ook een afweging maken naar de invloeden van de ingreep indien hierover klachten en claims binnen komen. Dit betekent echter niet dat de gemeente juridisch gezien een rol speelt in de afhandeling van claims; zij behelst daarin haar faciliterende rol vanuit de zorgplicht. 3.5 Inwonerparticipatie Elk initiatief moet rekening houden met inwonerparticipatie. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor de opzet en uitvoering van inwonerparticipatie. De gemeente is daarin geen partij.

Bij het voorleggen van een planologische ontwikkeling voor de raad moet voldoende informatie beschikbaar worden gesteld waarop de raad een afgewogen beslissing kan nemen. Het UWDH heeft hiervoor een rapportage participatieverantwoording opgesteld, waarin alle informatie met betrekking tot het proces is weergegeven. Dit stuk is voor de volledigheid opnieuw aan de bijlagen van deze notitie toegevoegd.

Tijdens het proces, zo blijkt uit informatie van het UWDH zijn ontwerpateliers, persoonlijke gesprekken en informatieavonden gehouden. Ook heeft een veldbezoek plaatsgevonden. De opgedane gebiedskennis is, zo meldt UWDH, gebruikt in het uitwerken van het plan. Participatie betekent niet automatisch dat alle informatie door belanghebbenden worden ingebracht ook gehonoreerd (kunnen) worden. Daarin zit een afweging die in eerste instantie voorligt bij de initiatiefnemers. Daarin bestaat dan ook het onvermijdelijke risico dat een partij zich niet goed gehoord voelt. Voor het verschil in inzicht wordt verwezen naar de informatie op dit thema dat is aangeleverd door zowel het UWDH als het Burgercollectief Dreumel. Ook kan worden verwezen naar de ingediende zienswijzen en de bijbehorende reactienota. Het is nu aan de raad om op basis van de voorliggende stukken een afweging te maken of er voldoende informatie ligt om een gedegen besluit te nemen. Het college heeft hierin alleen een adviserende rol. Op basis van voorliggende stukken is zij van mening dat het proces afdoende is

doorlopen en dat voldoende informatie beschikbaar is om het planologisch voornemen aan de raad voor te leggen. 3.6 Beheer en onderhoud Voor het beheer en onderhoud is een strategie toegevoegd dat onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan. Hierin is aangegeven hoe het beheer in verschillende fasen er uit ziet. De betreffende fasen zijn: - Beheer van de huidige situatie - Beheer tijdens de realisatie - Beheer tijdens de overgangsfase - Beheer in de toekomst Daarmee wordt in elke fase van de ontwikkeling aandacht besteed aan beheer en onderhoud. Het beheer en onderhoudsplan is voor de volledigheid ook aan de bijlagen dan deze notitie toegevoegd. De gronden zijn voor 90% in eigendom van Staatsbosbeheer en 10% van Rijkswaterstaat. Het UWDH geeft aan dat het beheer en onderhoud wordt aanbesteed waarbij ook lokale partijen kunnen inschrijven. Over hoe het beheer nader vorm moet krijgen is zij bereid om in overleg met gebiedspartijen te treden. Uitvoering van beheer en onderhoud maakt onderdeel uit van de anterieure overeenkomst die met initiatiefnemers is gesloten. Via deze overeenkomst kunnen de initiatiefnemers aan deze voorwaarden worden gehouden. Deze overeenkomst is september/oktober 2022 (vertrouwelijk) ter inzage aangeboden aan de gemeenteraad.

Daarmee wordt naar de mening van het college voldoende inspanning verricht om het beheer en onderhoud op een deugdelijke manier aan te besteden en uit te voeren. 3.7 Meerwaarde voor inwoners Wat een meerwaarde is, kan als subjectief worden aangemerkt. Wat iemand als meerwaarde beleefd kan voor een ander persoon als negatief worden ervaren. Bij een meerwaarde moet ook in overweging worden genomen dat een direct effect op de fysieke omgeving, hoe nadelig deze ook kan worden ervaren, ook een breed maatschappelijk positief effect kan hebben. In dit geval dragen de maatregelen, in een brede perspectief, bij aan verschillende landelijke, regionale en lokale doelen die ook voor onze inwoners positief zijn. Het UWDH noemt hierbij de volgende meerwaarden: ▪ De doelen komen voort uit een maatschappelijk belang om de ecologische waterkwaliteit van het rivierengebied te verbeteren. De afgelopen decennia is de natuur en biodiversiteit hard achteruit gegaan. De algemene maatschappelijke belangen zijn ook positief voor de inwoners van de gemeente; ▪ De bewoners krijgen een uiterwaard met verbeterde natuurwaarden en een afwisselender landschap terug. De uiterwaard is goed toegankelijk, waardoor de bewoners het ook kunnen beleven; ▪ Het gebied wordt als een samenhangend geheel ingericht.

Maatregelen worden genomen om ongewenste activiteiten, zoals motorcrossen, die nu nog in het gebied plaatsvinden, tegen te gaan. Het Burgercollectief zegt hierover: Er is geen meerwaarde voor inwoners, er is alleen meerwaarde voor de initiatiefnemers om aan KWR compensatie taakstellingen (3e tranche) te voldoen: ▪ Door het graven rakelings langs de Bult van Dekker en niet aanpakken van de vissterfte (met mogelijk botulisme als gevolg) in de oostelijke kilsloot worden er onnodige risico’s met de volksgezondheid genomen

▪

▪ ▪

Mensen maken graag een rondje om de plas en genieten van het landschap. Door onnodig rigoureuze ingrepen wordt er veel bijzonder waardevolle natuur vernield en is het gebied voor onbepaalde tijd ontoegankelijk. Niemand ziet de geplande ingrepen bij de Vonkerplas met de kunstgrepen en ingrepen als een verbetering van de landschappelijke kwaliteit. Integendeel. De biodiversiteit van de Vonkerplas komt door de ingrepen (dichtzetten periodieke verbinding Waal en verleggen zomerdijk en wegnemen vegetatie) in het geding met als mogelijk gevolg toch het verondiepen van de Vonkerplas (dat Staatsbosbeheer nog steeds zou willen/ nooit heeft willen uitsluiten).

4. Kanttekeningen ▪

In het amendement van de raad van 20 mei 2021 zijn voorwaarden voor het bestemmingsplan UWDH aan het college meegegeven. De voorwaarden die betrekking hebben op de binnendijkse effecten van kwel en wegzijging én de voorwaarden die betrekking hebben op het slibdepot zijn in de verdere verwerking van het plan meegenomen. De vragen van de raad met betrekking tot beheer, inwonerparticipatie en meerwaarde voor inwoners maakten geen onderdeel uit van het amendement.

5. Financiën Alle plankosten die voortvloeien vanuit deze procedure om te komen tot een vastgesteld bestemmingsplan zijn voor rekening van de initiatiefnemers. Er zijn en worden geen nadere kosten voor de gemeente voorzien. Burgemeester en wethouders van West Maas en Waal,

D. (Didier) Oosterom Gemeentesecretaris a.i.

V.M. (Vincent) van Neerbos burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14900597/2