2024-272.5 Bijlage UWDH - Review geohydrologisch onderzoek BOOT
Tekst van het document
NOTITIE PROJECT
:
Review: Risicoanalyse en beoordeling notities UWHD
PROJECTNUMMER
:
P21-0597
ONDERWERP
:
Review notitie in kader UWHD, Gemeenten West Maas en Waal en Maasdriel
DATUM
:
19 juli 2021
OPGESTELD DOOR
:
J.L. van der Meij
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Op verzoek van de gemeenten West Maas en Waal en Maasdriel is BOOT gevraagd om een 6-tal notities door te nemen. Deze notities hebben betrekking op het effect en risico’s op de grondwatersituatie veroorzaakt door de waterhuishoudkundige veranderingen in de uiterwaarden ter hoogte van de gemeente West Maas en Waal en de gemeente Maasdriel. De veranderingen zijn het gevolg van ontgraving en herinrichting in het buitendijkse gebied van de Waal met als hoofddoel: de verbetering van de doorstroombaarheid, creëren van waterberging, natuurontwikkeling en zandwinning (plannen en programma’s: Ruimte voor de rivier, Kaderrichtlijn Water, Verbetering riviernatuur, Maatregelen natura 2000, EHS, etc.). Door Fugro/Kragten zijn geohydrologische modelberekeningen uitgevoerd van het DO 2.0 ontwerp voor het project: Uiterwaarden Wamel, Dreumel en Heerewaarden (UWDH). Uit de initiële geohydrologische modelberekeningen blijkt dat het basisontwerp niet voldoet aan de eisen (waterschap en gemeente) en dat maatregelen noodzakelijk zijn om aan de gestelde eisen te kunnen voldoen. De te beoordelen notities gaan in op deze rekenresultaten, op de risicobeoordeling van de potentiele gevolgen en op de generieke oplossingsrichtingen die, uit een selectie van in dit gebied haalbare oplossingen, geohydrologisch zijn doorgerekend.
Tevens is BOOT gevraagd om in de beoordeling ook de notitie mee te nemen die de erosiegevoeligheid van de geuloevers in de stromende nevengeul beschrijft. Dit in relatie tot een eventueel risico van emissies van verontreinigende stof uit het depot (Dekker) zuidelijk van de Vonkerplas. De door BOOT geschreven notitie heeft betrekking op het gedeelte van de Waal grenzend aan de gemeenten West Maas en Waal (deelgebieden Wamel en overstromingsvlakte), de gemeente Maasdriel (deelgebied Heerewaarden) en dan met name het gedeelte binnendijks (scope van de te beoordelen notities).
PROJECT
1 / 20
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Review: Risicoanalyse en beoordeling notities UWHD P21-0597-001 28 juli 2021
1.2
Doel Door BOOT zijn de notities technisch inhoudelijk beoordeeld en zijn bepaalde aspecten uit die notities nader toegelicht en/of verduidelijkt. De door BOOT geschreven notitie (deze notitie onder nummer P21-0597-001) is tevens een samenvatting van de aangeleverde notities. Uiteindelijk doel is de gemeenten West Maas en Waal en Maasdriel te informeren over de wijze waarop Fugro/Kragten komt tot een stelsel van generieke maatregelen om overlast te beperken. Door de gemeenten is de opdracht aan BOOT als volgt geformuleerd (via email d.d. 01 juli 2021):
-
-
1.3
Uitvoering van een review van de stukken door Kragten, per mail toegezonden. Deze mail is gedateerd op 22 juni 2021 Review van de risicoanalyse voor de geohydrologie waarbij de volgende vragen beantwoord worden: o Is het resultaat van de kwelberekening (en diens gevolgen) op een gedegen wijze tot stand gekomen; dat wil zeggen op een wijze waarmee verwacht mag worden dat er geen grotere negatieve gevolgen optreden na uitvoering? o Is het resultaat van de droogteberekening (en diens gevolgen) op een gedegen wijze tot stand gekomen; dat wil zeggen op een wijze waarmee verwacht mag worden dat er geen grotere negatieve gevolgen optreden na uitvoering? o Zijn de daaruit opgemaakte risicobepalingen én beheersmaatregelen volledig en juist verwerkt? o Geeft het resultaat aanleiding tot vervolgonderzoek én zo ja welk vervolgonderzoek? Beoordeling van de notitie over de Bult van Dekker (zoals hierboven reeds vermeld) t.a.v. uitloging en erosie
Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de documenten/notities (in de opdracht: de stukken) in het kort beschreven die voor de gemeente West Maas en Waal en gemeente Maasdriel relevant zijn en op hoofdlijnen en waar nodig toegelicht c.q. verduidelijkt. Hoofdstuk 3 gaat in op de technische uitwerking van de maatregelen en mogelijk gevolgen voor de gemeenten West Maas en Waal en Maasdriel. Ook hier waar nodig extra uitleg van de gebruikte model concepten en resultaten. Met hoofdstuk 4 wordt deze notitie afgesloten, hierin wordt beoordeelt hoe de risico’s en maatregelen te interpreteren. Afgesloten wordt met enkele conclusies en advies aan de gemeenten West Maas en Waal en Maasdriel over hoe nu verder te handelen. Om de leesbaarheid te vergroten van deze notitie is zoveel als mogelijk de beschrijving en analyse uitgesplist naar de gemeenten. Verwezen wordt naar de notities door middel van een verkorte notatie, bijvoorbeeld TN05. Toevoegingen of opmerking van BOOT worden geplaatst tussen rechte haken en de tekst in kleiner font, bijvoorbeeld: [BOOT: voor eis…..]. Voor het gemak is gekozen voor aanduiding Fugro/Kragten als wordt verwezen naar de organisaties die de notities hebben opgesteld c.q. de modelberekeningen hebben uitgevoerd.
PROJECT
2 / 20
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Review: Risicoanalyse en beoordeling notities UWHD P21-0597-001 28 juli 2021
2
Globale beschrijving documenten
2.1
Inleiding Uitgangspunt voor het uiteindelijk ontwerp van het plan is dat dit grondwaterneutraal moet zijn in uitvoering en na realisatie. Dit is dan ook als eis door het waterschap Rivierenland en de gemeenten West Maas en Waal en Maasdriel ‘op tafel gelegd’. Uit de geohydrologische berekeningen blijkt echter dat het basisontwerp niet voldoet aan de eisen en dat maatregelen noodzakelijk zijn om aan de gestelde eisen te kunnen voldoen. Deze maatregelen zijn door Fugro/Kragten uitgewerkt en geïmplementeerd in het basis geohydrologisch model. De wijze waarop dit is gedaan wordt besproken in hoofdstuk 3 van deze notitie. Aangezien elke geohydrologische verandering in de uiterwaarde per definitie niet grondwaterneutraal is en de modelberekeningen per definitie een bepaalde onzekerheid in de resultaten laten zien, heeft Waterschap Rivierenland (WSRL) de richtlijn: Richtlijn toetsing kwel en wegzijging (23 oktober 2003) opgesteld. In de richtlijn worden de volgende eisen met betrekking tot het geohydrologisch effect voorgesteld: 1.
De kwel/wegzijgingsverandering mag maximaal 2% per peilgebied verslechteren ten tijde van een T=10 (herhalingstijd van 10 jaar) hoog- en laagwater situatie en ten tijde van gemiddeld hoog- en laagwater.
2.
De grondwaterstand mag binnendijks niet met meer dan 5 cm veranderen ten tijde van een T=10 hoog- en laagwater situatie en ten tijde van gemiddeld hoogen laagwater.
Deze richtlijn wordt gevolgd vanuit het waterschap Rivierenland. De gemeenten West Maas en Waal en Maasdriel houden vast aan de eis om het project grondwaterneutraal uit te voeren [BOOT: niet alleen bij uitvoering maar ook na realisatie van het plan]. De notities hebben tot doel de risico’s af te wegen die ontstaan als wordt afgeweken van de eis op een volledig grondwaterneutraal plan (uitvoering en na realisatie). Door Fugro/Kragten is een leeswijzer toegevoegd bij de notities met de volgende inhoud:
Notitie: 1120-180419-11-R03-V1.3 Betreft de laatste versie van de rapportage voor het gehele projectgebied, inclusief effecten, risico’s en maatregelen (10 juni 2021). Voor de gemeenten is mogelijk bijlage B (oude notities 1120-180419-11-TN01 en 1120-180419-11-TN02) interessant omdat deze een beeld geven hoe tot de keuze van maatregelen is gekomen (en welke maatregelen overwogen zijn).
Notitie: 1120-180419-11-TN05-V1.3 Betreft de laatste versie van de technische notitie voor het projectgebied gelegen in de gemeente West Maas en Waal. Betreft een update van v1.1. waarbij met name paragraaf 4.1.1 van belang is omtrent de droogteproblematiek. Deze memo is voor de gemeente West Maas en Waal volledig afgeleid van 1120-180419-11-R03. Tevens het verzoek om bijlage A (in ieder geval het onderdeel bebouwing) ook te lezen, omdat hierin de iets uitgebreidere risicobeschrijving aan bod komt.
PROJECT
3 / 20
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Review: Risicoanalyse en beoordeling notities UWHD P21-0597-001 28 juli 2021
Notitie: 1120-180419-11-TN06-V1.0 Betreft een nieuwe technische notitie voor het projectgebied gelegen in de gemeente Maasdriel. Deze memo is voor de gemeente Maasdriel volledig afgeleid van 1120180419-11-R03. Tevens het verzoek om daarin bijlage A (in ieder geval het onderdeel bebouwing) ook te lezen, omdat hierin de iets uitgebreidere risicobeschrijving aan bod komt.
Notitie: Verificatie uitgangspunten geohydrologie project UHDW (2 december 2020) [BOOT: Een opsomming van uitgangspunten die worden gehanteerd voor de geohydrologische berekeningen. Op deze uitgangspunten is akkoord bevonden door het Waterschap Rivierenland en de gemeente West Maas en Waal in een overleg met Fugro op 26 november en (1?) 2 december 2020.]
Memo: Omgekeerde werking Uiterwaarden Wamel, Dreumel en Heerewaarden (Kragten, 6 mei 2021) [BOOT: Een memo met de uitwerking van een analyse van de verandering in de beperking van stikstofdepositie vanuit de nabije omgeving op toekomstige vergunningsprocedures voor activiteiten in die omgeving. De uitwerking voor een 3-tal gebieden in het ooibos van Bato’s Erf, ooibos Vonkerplas en te het ooibos ter hoogte van Wamel]
Memo: Erosiegevoeligheid geuloevers stromende nevengeul Dreumel (Kragten, 10 juni 2021) [BOOT: Betreft een memo met beschrijving en kwalitatieve analyse van de erosiegevoeligheid van de nevengeul. Besproken wordt het risico voor de stabiliteit op het en emissie vanuit het depot.]
Voor de gemeente West Maas en Waal zijn de aanpassingen in deelgebied Wamel relevant en mogelijk dat vanuit het deelgebied Overstromingsvlakte nog enige invloed merkbaar zal/kan zijn. Voor de gemeente Maasdriel zijn dit de aanpassingen in deelgebied Heerewaarden en mogelijk vanuit het deelgebied overstromingsvlakte (ligt in gemeente West Maas en Waal). Doorrekening van het plan door Fugro/Kragten levert een beeld op van verandering van de grondwaterstand en kwel aan maaiveld veroorzaakt door de buitendijkse ingrepen/aanpassingen. De inventarisatie van de risico’s (notitie …R03) in de deelgebieden genereerd oplossingsrichtingen in het plan, die vervolgens modelmatig zijn getoetst (notitie …TN05, TN06) op effect en haalbaarheid. De uitwerking van oplossingsrichtingen op basis van de resultaten van de berekeningen met het geohydrologisch model bestaan hoofdzakelijk uit: het aanbrengen van extra weerstand in de buitendijkse ontgravingen, binnendijks bergen en/of draineren van de kweltoename (bij overlast) en wateraanvoer (bij onderlast). Deze maatregelen resulteren volgens Fugro/Kragten in een acceptabel restrisico.
PROJECT
4 / 20
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Review: Risicoanalyse en beoordeling notities UWHD P21-0597-001 28 juli 2021
Gemeente West Maas en Waal
Gemeente Maasdriel
Figuur 1: Maatregelen deelgebieden Wamel en Overstromingsvlakte (gemeente West Maas en Waal en Gemeente Maasdriel)
PROJECT
5 / 20
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Review: Risicoanalyse en beoordeling notities UWHD P21-0597-001 28 juli 2021
3
Uitgevoerde modelaanpassingen, toelichting berekeningen en modelresultaten
3.1
Inleiding Basis voor de berekeningen is het modelinstrumentarium: MORIA v.4.5 (2020 versie) in beheer bij het Waterschap Rivierenland. Dit model is geactualiseerd voor de huidige situatie in het gebied waarbij de bodemhoogte is aangepast en enkele watergangen en een zandwinplas zijn/is toegevoegd. Dit model wordt in de notities het referentiemodel genoemd en is dus representatief voor de huidige situatie. De aanpassing van het referentiemodel (BOOT: het planmodel) voor de risicobeoordeling bestaat dan voornamelijk uit het implementeren van het plan in dit model: ontwateringen peilaanpassing in de deklaag in het buitendijkse gebied (in modellagen 1 en 2). Het effect van het plan op de grondwatersituatie wordt bereikt door de berekende grondwaterstand en stijghoogte in planmodel te vergelijken met die in het referentiemodel. Met het planmodel, aangepast aan de specifieke maatregelen in het gebied, zijn de T=10 hoog/laag watersituaties doorgerekend en de resultaten daarvan gepresenteerd in beide notities (paragraaf 3.1 e.v. in …TN05).
3.2
Modelaanpassingen en rekenresultaten Modelaanpassingen In het geohydrologisch model MORIA zijn in de modellagen 1 en 2 aanpassing aangebracht voor de schematisatie van de watergangen (bestaande en te realiseren). In de gebruikte programmatuur, iMOD /MODFLOW, is dit voornamelijk een aanpassing van de drainageweerstand in het modelgedeelte dat verantwoordelijk is voor de peil- en drainageweerstand-afhankelijke in- of uitstroming naar de watergang (de zgn. riverpackage). Sterk geschematiseerd is dit weergegeven in figuur 2.
Figuur 2: Schematisatie watergang in iMOD/MODFLOW
PROJECT
6 / 20
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Review: Risicoanalyse en beoordeling notities UWHD P21-0597-001 28 juli 2021
Per toegevoegde of aangepaste watergang is het nodig een keuze te maken voor zowel het waterpeil in de watergang als de weerstand die water ‘voelt’ om in of uit te stromen. In het model, zie ook figuur 2, is dit de zogenaamde conductance: Cond en wordt dus de omvang van de in- of uitstroom in de watergang: Q het product van Con en het verschil tussen het peil en de berekende grondwaterstand (Q=Cond*(peil-gwst)). Omdat een aantal van de aanpassingen in het ontwerp vrij smal zijn, is door Fugro in overleg met het waterschap gekozen om de schematiseringswijze van de verbeterde deelmodellen te hanteren. Hiervoor is in het bestaande model MORIA V.4.5. (2020 versie) een nieuwe rivierlaag toegevoegd die verbinding maakt met modellaag 2. De conductance (= 1/weerstand) voor deze rivierlaag is (conform de werkwijze van de verbeterde deelmodellen) gelijk aan: 𝐶𝑜𝑛𝑑𝑢𝑐𝑡𝑎𝑛𝑐𝑒_𝐿2= 𝐴𝑛𝑎𝑡 / (𝐶𝑖/𝑑+(𝐷𝑑∗100) ) Waarbij: o
Anat = natoppervlak binnen de cel [m2]
o
𝐶𝑖/𝑑= drainage/infiltratieweerstand [dagen] = 0.5 * drainage/infiltratieweerstand in laag 1.
o
Dd = resterende dikte van de deklaag [m] Voor de resterende kleilaag is een weerstand van 100 dagen per meter klei aangehouden.
[BOOT: Deze aanpak is gebruikelijk in de praktijk. De keuze is essentieel voor het resultaat van de modeluitkomsten (lees: verandering grondwaterstand en kwel) die in hoofdstuk 3 van notitie ..TN05 en TN06 zijn bepaald door Fugro/Kragten. Maar, uit de notities is niet af te leiden in hoeverre het referentiemodel betrouwbaarder is geworden door deze aanpassingen. Daarnaast is uit deze documenten niet duidelijk met welke betrouwbaarheid de grondwaterstand of kwel/wegzijging zijn berekend. In de tekst wordt 0,05 m als presentatiegrens aangehouden voor het verschil van de grondwaterstand en stijghoogte en voor kwel/wegzijgging 2%. Het zou een en ander verduidelijken als Fugro hieraan in de tekst aandacht geeft. Zie verder pagina 11 van deze notitie.]
[BOOT: onderstaande tekst uit ..TN05/06, pagina 5, is onduidelijk en in het licht van de keuze van de conductance niet helder en ‘vreemd’ geformuleerd in het licht van te berekenen kwelfluxen. Ik verwacht dat bedoeld is dat de toegevoegde modellaag 1 een deel van de drainage uit modellaag 2 krijgt toegekend, maar zie toch liever een eenduidige herformulering. Voor de resterende kleilaag is een weerstand van 100 dagen per meter klei aangehouden. Deze weerstand van 100 dagen per meter is gekozen op basis van eerder onderzoek uitgevoerd door Witteveen en Bos (geohydrologisch onderzoek uiterwaarden Wamel, Dreumel en Heerewaarden, 2016) en is op basis van ervaring gebruikelijk voor klei. Daarnaast is de infiltratie/drainageweerstand in modellaag 2 de helft van de infiltratie/drainageweerstand in modellaag 1. Deze halvering is noodzakelijk om een overschatting van het infiltratie en drainagedebiet te voorkomen. De halvering is gelijk aan de werkwijze die is toegepast in het opstellen van de verbeterde deelmodellen in MORIA.]
[BOOT: In de notities van Fugro/Kragten wordt gesproken over de globale bodemopbouw (..R03, pagina 7 e.v.). Voor een duidelijk beeld wordt hieronder in het kort de opbouw van de ondergrond toegelicht op basis van 3-tal verticale doorsneden: een doorsnede zuidwest-noordoost over de overstromingsvlakte naar ten oosten van Wamel (figuur 3), een noord-zuid over Wamel (figuur 4), en een west-oost over het buurtschap Oude Maasdijk met in het westen de overstromingsvlakte (figuur 5).
PROJECT
7 / 20
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Review: Risicoanalyse en beoordeling notities UWHD P21-0597-001 28 juli 2021
Profielen Wamel (Gemeente West Maas en Waal)
Deelgebied Wamel
overstromingsvlakte
Figuur 3: Doorsnede over de overstromingsvlakte naar deelgebied Wamel
Wamel
Figuur 4: Dwarsprofiel over de kern Wamel
Oude Maasdijk
Figuur 5: Dwarsprofiel overstromingsvlakte hoogte Oude Maasdijk
PROJECT
8 / 20
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Review: Risicoanalyse en beoordeling notities UWHD P21-0597-001 28 juli 2021
Voor de kern Heerewaarden, is de opbouw van de ondergrond toegelicht op basis van 4-tal verticale doorsneden: een doorsnede zuid-noord over Heerewaarde naar het buurtschap Veluw (figuur 6), een west-oost over Heerewaarden (figuur 7), een west-oost over de buurtschappen Veluwe en Voorne (figuur 8) en een noord-zuid over Oude Maasdijk (figuur 9). Profielen Heerewaarde (Gemeente Maasdriel)
Heerewaarden
Veluwe
Figuur 6: Heerewaarde – buurtschap Veluwe
Heerewaarden
Figuur 7: Dwarsprofiel Heerewaarden
PROJECT
9 / 20
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Review: Risicoanalyse en beoordeling notities UWHD P21-0597-001 28 juli 2021
Buurtschap Veluwe
Figuur 8: Dwarsprofiel buurtschappen Veluwe-Voorne
Figuur 9: Dwarsprofiel buurtschap Oude Maasdijk (Gemeente West Maas en Waal) In de doorsneden, die zijn gebaseerd op GeoTop v1.4., is de overstromingsvlakte in figuur 3 en 5 en het deelgebied Wamel in de figuren 3 en 4, het deelgebied Heerewaard weergegeven in de figuren 6 t/m 8 en deelgebied Overstromingsvlakte in figuur 9. In deze figuren is de groene kleur een aanduiding voor klei/klei-zand en de geel-oranje kleur voor zand (fijn tot grof). De afwisseling van klei en zand is kenmerkend voor dit gebied en is ontstaan door de continue verplaatsing van de voorlopers van de Waal en Maas. Hierdoor liggen de, in diverse sedimentaire milieus afgezette, lagen klei en zand over elkaar en is een complex systeem ontstaan. Wat opvalt is de zandige stroomrug waarop de kern Wamel is gelegen en de diepe insnijding van de zandputten in de Maas aan de zuidoostzijde van Heerewaarden. Globaal zal de invloed van de Maas in het zuidelijk deel van de UWHD geohydrologische bezien ‘sterker’ aanwezig zijn dan in het noordelijk deel. In het grondwatermodel MORIA is modellaag 1, het kleiige deel van maaiveld tot aan de 1-ste zandlaag. Hieronder ligt schematisch modellaag 2, het 1-ste watervoerend pakket. In beide modellagen is oppervlakte water geschematiseerd volgens het hiervoor besproken concept.]
PROJECT
10 / 20
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Review: Risicoanalyse en beoordeling notities UWHD P21-0597-001 28 juli 2021
Rekenresultaten De rekenresultaten zijn door Fugro beschreven in notities TN05 en TN06, beide pagina 6 t/m 12. Gepresenteerd in TN05 en TN06, zijn de verschillen tussen de grondwaterstand en stijghoogte in het planmodel en het referentiemodel voor modellaag 1 (grondwaterstand: figuur 4, T=10 hoogwater en 6, T=10 laagwater) en modellaag 2 (stijghoogte: figuur 5, T=10 hoogwater en figuur 7, T=10 laagwater). Tevens is per peilgebied de verandering in de kwel of wegzijgging bepaald (locatie peilgebieden in figuur 8). [BOOT: voor de eis volgens het waterschap, afweging bij T=10 hoog/laagwater, is 2003 als referentiejaar gebruikt met een herhalingstijd van 10 jaar. De vraag is of dit een voldoende klimaatadaptief uitgangspunt is en de herhalingstijd niet 10 jaar is maar << 10 jaar voor de komende decennia. Voor de inschatting van risico’s is die herhalingstijd essentieel, risico = gebeurtenis*kans van optreden. Het zou helpen voor de afweging als Fugro/Kragten hier aandacht aan geeft. Dan nog een opmerking over de begrippen “verandering freatisch grondwater en stijghoogte”. Aangezien de instationaire berekening voor de situaties met T=10 hoog- en laagwater ook voor 2003 wordt uitgewerkt in de notities, doet zich de vraag voor wat Fugro/Kragten precies aangeeft met de begrippen de grondwaterstand en de stijghoogte.
Er zijn immers modeluitkomsten die horen bij de periode begin en eind 2003 en is er dus sprake van een reeks van waarden en geen enkelvoudige waarde (als numerieke waarde(n)) voor de grondwaterstand/stijghoogte. Is bijvoorbeeld gewerkt met een gemiddelde waarde voor die periode of is hier het maxi-/minimum gebruikt?]
Grondwaterstand/stijghoogte Uit de vergelijking blijkt dat er grondwaterstands- en stijghoogteverandering optreden, waarmee niet voldaan wordt aan de eisen van de gemeente West Maas en Waal met betrekking tot grondwaterneutraal ontwerpen. Lokaal is de grondwaterstandsverandering tevens groter dan 0,05 meter waardoor ook niet wordt voldaan aan de richtlijnen van het waterschap Rivierenland. [BOOT: Voor de berekeningen met zowel het referentie- als het planmodel is uit de aangeleverde informatie niet op te maken met welke modelnauwkeurigheid wordt of kan worden gerekend. Is het aangepaste MORIA-model, het referentie model, bijvoorbeeld in staat om voor de kernen Wamel en Heerewaarden een representatief grondwaterstandsverloop voldoende nauwkeurig te simuleren? Welke modelonzekerheid speelt hierbij dan een rol? Er is immers een modelberekening gemaakt voor de periode 2000-2003 en daaruit is een modelnauwkeurigheid af te leiden. Het betrouwbaar, binnen de modelonzekerheid, bepalen van de grondwaterstand lijkt een alles bepalende rol te spelen in het afwegingskader. Door de modeluitkomst (grondwaterstand, stijghoogte en kwel/infiltratie) tussen de beide modellen te vergelijken, als verschilwaarden, valt de systematische fout weliswaar uit de vergelijking maar zegt dat vervolgens niets over de modelonzekerheid.
De vraag is dan of er binnen die onzekerheid de verschilwaarde nog betekenis heeft of dat er rekening moet worden gehouden met een marge rondom de gepresenteerde resultaten. Met name zijn dan vanuit de optiek van de gemeenten de bovengrenzen van belang. Het is BOOT niet duidelijk in hoeverre deze informatie beschikbaar is gekomen voorafgaand aan de beoordeling van de notities. Mogelijk dat dit wel al door Fugro/Kragten is uitgewerkt, maar de gemeenten zijn hiervan niet op de hoogte.]
PROJECT
11 / 20
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Review: Risicoanalyse en beoordeling notities UWHD P21-0597-001 28 juli 2021
Waterbalans De toe- of afname van kwel en wegzijgging is bepaald als percentage en volume voor de drie peilgebieden langs het plan: QVU122, -118, -102 en -101 voor de gemeente West Maas en Waal en BOM561, -562 en -563 voor de gemeente Maasdriel. Fugro/Kragten trekt hieruit de conclusie dat niet voldaan wordt aan de eis van het waterschap (< 2% kwelverandering in peilgebied; pagina 12, tabel 2). [BOOT: Dit is tevens conform eis van de gemeente, grondwaterneutraal heeft ook betrekking op kwel/wegzijgging.]
[BOOT: Door de presentatie van de gegevens per peilgebied wordt de intensiteit kwel- en wegzijgging per modelcel van 25*25 m2 onvoldoende belicht en is het effect van maatregelen op kwelafhankelijke entiteiten binnen de peilgebieden niet goed te toetsen. Het effect van kwel/wegzijgging heeft een groter effect binnendijks direct nabij de winterdijk dan op grotere afstand daarvan. Dit is dan met name het gebied van de kern Wamel, maar ook voor de kern Dreumel en het buurtschap Oude Maasdijk, het gebied aan de westzijde van de van Heemstraweg, maar ook voor de kern Heerewaarden, de buurtschappen Veluwe en Oude Maasdijk (gemeente West Maas en Waal) en lokaal verspreide bebouwing.]
Gemeente West Maas en Waal De verandering van de grondwatersituatie is voor de deelgebieden Overstromingsvlakte en Wamel (figuur 3) beschreven in zowel de notitie TN05 als in R03. Het effect op de grondwaterstand en stijghoogte in het deelgebied Wamel is voor T=10 hoogwater vergelijkbaar met dat in het deelgebied Overstromingsvlakte (omvang gebied en verschil). Voor beide deelgebieden is het de omvang van het areaal met een verschil > 0,2 m, voor de stijghoogte groter dan voor de grondwaterstand. Dit is logisch omdat de doorwerking van het effect feitelijk geheel wordt bepaald door de hoge doorlatendheid van het 1-ste watervoerend pakket (modellaag 2). Voor de situatie T=10 laagwater is voor het deelgebied Wamel het effect op de grondwatersituatie veel sterker aanwezig dan in het deelgebied Overstromingsvlakte (TN02, figuren 6 en 7). Verklaring voor de verdroging is de geohydrologische situatie voor Wamel waarbij de kern Wamel gedeeltelijk ligt op een zandige geul en de afsluitende deklaag vrijwel ontbreekt. Hierdoor kan zowel de vernatting als de verdroging sterker doorwerken. Vernatting wordt deels opgevangen door het oppervlaktewater systeem, voor verdroging is dit minder beschikbaar en is de doorwerking, en daarmee het verschil, dus groter.
Voor de waterbalans in de peilgebieden voldoen deze geen van allen aan de gestelde eis van het waterschap en zijn in die gebieden aanvullende maatregelen nodig.
PROJECT
12 / 20
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Review: Risicoanalyse en beoordeling notities UWHD P21-0597-001 28 juli 2021
Figuur 10: Deelgebieden gemeente West Maas en Waal
Gemeente Maasdriel De verandering van de grondwatersituatie is voor de deelgebieden Overstromingsvlakte en Heerewaarden (figuur 3) beschreven in zowel de notitie TN06 als in R03. Het effect op de grondwaterstand en stijghoogte in het deelgebied Overstromingsvlakte is voor hoog- en bij laagwater sterker dan voor het deelgebied Heerenwaarden (omvang gebied en verschil). Het effect in het deelgebied Overstromingsvlakte gaat echter voor een deel ook over de gemeentegrens vanuit de gemeente West Maas en Waal. Voor hoogwater is het effect in de grondwaterstand en stijghoogte groter dan voor laagwater. De gestuurde overstromingsvlakte in het deelgebied Heerewaarden heeft een beperkt effect, alleen peilopzet, en is niet verder meegenomen in de beoordeling.
PROJECT
13 / 20
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Review: Risicoanalyse en beoordeling notities UWHD P21-0597-001 28 juli 2021
Figuur 11: Deelgebieden en gestuurde overstromingsvlakte in deelgebied Heerewaarden
PROJECT
14 / 20
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Review: Risicoanalyse en beoordeling notities UWHD P21-0597-001 28 juli 2021
4
Beoordeling uitwerking risico’s en maatregelen De uitwerking door Fugro/Kragten van risico’s is op basis van de berekeningen van de verandering van de grondwaterstand, stijghoogte en kwel/wegzijging voor de uitgewerkte plansituatie zonder maatregelen. De beoordeling heeft betrekking op de risico voor grondgebruik (aan maaiveld: bebouwing, infra, natuur/groen, agrarisch en in de ondergrond: WKO, gw onttrekking en archeologie), veiligheid (dijken) en water aan- en afvoer. De risicoafweging is beschrijvend en algemeen van aard en niet of nauwelijks uitgesplitst binnen de deelgebieden. Het aspect dijkveiligheid is niet getoetst vanwege een gebrek aan informatie. Aanvullend is naar de risico’s voor het depot zuidelijk van de Vonkerplas (depot Dekker) gekeken in relatie tot de erosiegevoeligheid van de geuloevers van de stromende nevengeul (ter hoogte van de plaats Dreumel).
4.1
Risico’s per deelgebied Deelgebied Overstromingsvlakten In dit deelgebied wordt op basis van het model, binnendijks door Fugro geen risico’s voorzien behalve voor een grote toename van het debiet bij wateraanvoer/afvoer. [BOOT: Zoals reeds is opgemerkt is de verdeling van de kwelintensiteit in de peilgebieden niet uniform en zal binnendijks aan de winterdijk (veel) hoger zijn dan meer naar het oosten.]
Deelgebied Wamel In dit deelgebied wordt op basis van het model, binnendijks door Fugro voorzien: een toename van het risico op wateroverlast, gebouw- en infrastructurele schade (zetting, vorstschade), natschade aan natuur/groen bij hoogwater en een toename van het debiet bij wateraanvoer/afvoer. [BOOT: Zie ook voorgaande. Hier speelt het eerder genoemde issue van de verdeling van de kwelintensiteit binnen de deelgebieden. Voor met name de westzijde van de kern Wamel kan dit gevolgen hebben door een verhoogde kwelbijdrage bij hoog water op b.v. het rioolstelsel, drainage en waterlopen en bij laagwater door droogteschade aan fundaties, natuur/groen]
Deelgebied Heerewaarden In dit deelgebied wordt op basis van het model, binnendijks door Fugro voorzien: een lokale toename van het risico op wateroverlast, schade aan de Van Heemstraweg, natschade aan agrarische gewassen bij hoogwater en een beperkte toename van het debiet bij wateraanvoer/afvoer. [BOOT: Zie ook voorgaande. Hier speelt het eerder genoemde issue van de verdeling van de kwelintensiteit binnen de deelgebieden. Voor met name de westzijde van de plaats Heerewaarden kan dit gevolgen hebben door een verhoogde kwelbijdrage op b.v. het rioolstelsel, drainage en waterlopen.]
Depot Dekker Voor het depot Dekker aan de zuidzijde van de Vonkerplas is specifiek gekeken naar de erosiegevoeligheid (van de geuloevers) in de stromende nevengeul ter hoogte van Dreumel. [BOOT: Ten aanzien van de risico inschatting spelen hier 2 aspecten: emissie vanuit het depot (niet 100% uit te sluiten vanwege gebrek aan informatie) en instabiliteit van het depot veroorzaakt door erosie en dus zijdelingse verplaatsing van de geul richting het depot.
PROJECT
15 / 20
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Review: Risicoanalyse en beoordeling notities UWHD P21-0597-001 28 juli 2021
Voor het 1-ste aspect heeft BOOT, na een beperkte inventarisatie, geen aanvullende gegevens gevonden en ondersteund dit de conclusie van Fugro dat gegevens ontbreken en 100% uitsluiten van emissie niet mogelijk is. De afweging van de risico’s wat het 2-de aspect betreft zijn hoofdzakelijk gericht op de erosie en kwalitatief/beschrijvend van aard. De geul ligt op redelijke afstand vanaf het depot met daartussen een dijkje zodat hierdoor voldoende separatie aanwezig is, aantasting door erosie is dan onwaarschijnlijk. De notitie is volledig en na doornemen daarvan heeft BOOT vertrouwen in de conclusies en waarbij de door Kragten voorgestelde maatregelen (inclusief beheer en onderhoud) worden onderschreven. Aanvullend denkt BOOT dat het zinvol is extra aandacht te besteden aan de ontwikkeling van oostzijde van de nevengeul. Hierbij kan worden gedacht aan een vlakkere oever en het versneld vastleggen van de oever door b.v. inzaaien van lage vegetatie of een grindrijke oeverbekleding .] 4.2
Voorgestelde maatregelen per deelgebied Fugro presenteert in notitie R03 (pagina 30 e.v.) en TN5 (pagina 14 e.v.) maatregel die kunnen worden genomen om de besproken risico’s te verlagen c.q. uit te sluiten. De kansrijke maatregelen zijn, zoals Fugro beschrijft, het resultaat van een afwegingsproces met de betrokken partijen. De maatregel die uit dit afwegingsproces als meest kansrijk zijn gekomen zijn beperkt in aantal: aanbrengen klei en bergen van kwel. Deelgebied Wamel Binnen dit deelgebied en met name in de plaats Wamel zijn de mogelijkheden beperkt (Fugro TN05, pagina 14/15) en blijft het aanbrengen van een kleidek in de te graven geul als enige maatregel over. Deze maatregel is echter voor Wamel minder effectief bij een laagwater situatie dan bij hoogwater (vanwege de zandige ondergrond). Voor de laagwater situatie wordt in de kern van Wamel geen maatregel voorgesteld anders dan verhoging van de drainageweerstand in de geulen. In het buitengebied van Wamel biedt wateraanvoer wel mogelijkheden om negatieve effecten te verminderen bij T=10 laagwater. De voorgestelde enige maatregel is dan ook het aanbrengen van 0,50 m klei in de geulen.
[BOOT: De dikte van 0,5 m klei moet worden gezien als een modeluitkomst, in de praktijk zal rekening moeten worden gehouden met de modelnauwkeurigheid (marge in de kleidikte) en de technische haalbaarheid van het aanbrengen van een afdichtende kleilaag na realisatie van de overstromingsvlakte.]
[BOOT: Ten aanzien van de situatie bij laagwater in de kern van Wamel en het risico op schade aan gebouwen en infrastructuur is de uiteenzetting van Fugro/Kragten in TN05 en 06 Appendix A, pagina 23/24 te volgen maar wel toegeschreven naar “minimaal effect”. De geohydrologische opbouw van Wamel is complex en maakt de analyse van Fugro te globaal. Zeker als toekomstige veranderingen in omvang en voorkomen van laagwater toe neemt.]
Deelgebied Overstromingsvlakten Aanbrengen van 0,25 m klei en bergen van de kweltoename in, als voorstel, percelen die eigendom zijn van Staatsbosbeheer (Bato’s erf). [BOOT: zie hiervoor]
Deelgebied Heerewaarden Binnen dit deelgebied wordt op basis van het model verwacht dat er maatregelen nodig zijn voor infrastructuur, bebouwing en agrarisch landgebruik. Maatregelen zijn ook hier
PROJECT
16 / 20
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Review: Risicoanalyse en beoordeling notities UWHD P21-0597-001 28 juli 2021
het aanbrengen van 0,25 m klei in de zuidelijke geul en berging van de kweltoename in de percelen van Staatsbosbeheer (Bato’s erf). [BOOT: zie hiervoor] 4.3
Conclusies en advies Door BOOT zijn de genoemde notities, opgesteld door Fugro/Kragten, doorgenomen en technisch inhoudelijk beoordeeld. Daarnaast zijn de notities, voor zover dat mogelijk is, samengevat en waar nodig toegelicht. Dit laatste om de gemeenten West Maas en Waal en Maasdriel te ondersteunen bij de uitwerking van bepaalde modelconcepten. De notities zijn i.h.a. verkennend van aard en geven voor een finale afweging van maatregelen te weinig houvast voor de gemeenten West Maas en Waal en Maasdriel. Dit is dan met name het geval voor de kernen Wamel en Heerewaarden. Vooral de wateronderlast situatie bij een T=10 laagwater is te globaal om het effect van de aanleg van de geulen daar goed in te kunnen schatten. Met name waar het gaat om effecten op bebouwing verschillen in notitie TN06 de tabel 1 in de algemene tekst en tabel 7 in Appendix A1 de getalswaarde van het effect. Ook voor de afweging in het agrarisch gebied verschillen de getalswaarden van het effect. Het lijkt er op dat een detaillering van het model met een meer klimaat adaptieve inschatting van het voorkomen van hoog- en laagwater een ander inzicht zal geven.
BOOT adviseert de gemeenten West Maas en Waal en Maasdriel in een overleg met de uitvoerders van het plan de volgende aspecten onder de aandacht te brengen met het verzoek dit door Fugro/Kragten nader uit te laten werken: Model nauwkeurigheid na aanpassing De berekening van effecten met een aangepast grondwatermodel (MORIA met aanpassingen door Fugro/Kragten) noodzaakt een beschrijving van de nauwkeurigheid waarmee de resultaten zijn gepresenteerd. Nu is aangenomen dat < 0,05 m niet meer significant is, is dit correct of is dit hoger en is het model niet meer in staat nauwkeurig te voorspelen. Met andere woorden is de berekende kleidikte van 0,25 m een dikte +/- 0,5 m en moet 0,75 m worden aangebracht? Detailniveau binnen de peilgebieden De berekening van de kwel/wegzijgging als % of m3/dag voor een peilgebied als geheel, is onvoldoende om voor de gemeenten een afweging te kunnen maken voor b.v. de kernen Wamel en Heerewaarden. Kwel is niet alleen een verhoogde grondwaterstand maar ook een grotere belasting op het ontwateringssysteem van de kernen en behoeft bij de uitwerking meet detail. Weliswaar is dit conform afspraak, maar zeker met aanvulling uit de modelresultaten verder te detailleren binnen de kernen waar dit speelt. Vooral voor de laagwater situatie is meer aandacht nodig voor droogte in de kern Wamel.
PROJECT
17 / 20
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Review: Risicoanalyse en beoordeling notities UWHD P21-0597-001 28 juli 2021
5
Beantwoording vragen gemeenten West Maas en Waal en Maasdriel Door de gemeenten is aan BOOT een drietal vragen voorgelegd om te beantwoorden. Hierbij vormen de, in de voorgaande hoofdstukken van deze notitie, bestudeerde notities (de stukken) het uitgangspunt. Hieronder geeft BOOT een beantwoording van die vragen, geeft hierop een korte toelichting en verwijst voor de inhoud naar de relevante delen in deze notitie.
-
Uitvoering van een review van de stukken door Kragten, per mail toegezonden. Deze mail is gedateerd op 22 juni 2021
In de hoofdstukken 2 t/m 4 van deze notitie is een review gegeven op basis van de stukken die door Kragten zijn aangeleverd. De titel en korte inhoud van de stukken staan beschreven op bladzijde 3 en 4 van deze notitie.
-
Review van de risicoanalyse voor de geohydrologie waarbij de volgende vragen beantwoord worden: o Is het resultaat van de kwelberekening (en diens gevolgen) op een gedegen wijze tot stand gekomen; dat wil zeggen op een wijze waarmee verwacht mag worden dat er geen grotere negatieve gevolgen optreden na uitvoering? o Is het resultaat van de droogteberekening (en diens gevolgen) op een gedegen wijze tot stand gekomen; dat wil zeggen op een wijze waarmee verwacht mag worden dat er geen grotere negatieve gevolgen optreden na uitvoering? o Zijn de daaruit opgemaakte risicobepalingen én beheersmaatregelen volledig en juist verwerkt? o Geeft het resultaat aanleiding tot vervolgonderzoek én zo ja welk vervolgonderzoek?
In de hoofdstukken 2 t/m 4 van deze notitie is de review beschreven van de risicoanalyse geohydrologie uit de stukken die door Kragten zijn aangeleverd. Uit deze stukken blijkt dat een beoordeling van de modeluitkomsten lastig is zonder zicht te hebben op de modelnauwkeurigheid van het aangepaste MORIA model. Is het aangebrachte detailniveau nu toereikend om de vragen te beantwoorden zoals nu in de stukken is uitgewerkt? Het kan goed zijn dat dit wel het geval is, echter is dit nu niet toetsbaar. Een voorstel zou kunnen zijn om voor een aantal meetreeksen van de grondwaterstand, b.v. uit DINOLoket, langs de UWHD met het model een simulatie te maken en deze voor te leggen aan de gemeenten. De werkmethode, door met een grondwatermodel voorspelling te doen, is volgens BOOT wel voldoende, volledig en juist uitgewerkt. Die uitwerking is dan ook conform de notitie: ‘uitgangspunten geohydrologie project UHDW’ van Fugro en de richtlijnen van het waterschap. De gemeenten hebben ingestemd met deze uitgangspunten. Voor de beoordeling van de berekeningen, de risicoanalyse en de maatregelen wordt nu aangenomen dat het referentie- en planmodel voldoende betrouwbaar zijn. Dit moet echter, zoals gezegd, nog bewezen c.q. aangetoond worden. Uit de hierboven benoemde uitwerking volgt tevens dat veranderingen in kwel/wegzijging alleen wordt gepresenteerd op het niveau van peilgebieden.
Hierdoor laat een toe- of afname van kwel/wegzijging zich
PROJECT
18 / 20
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Review: Risicoanalyse en beoordeling notities UWHD P21-0597-001 28 juli 2021
niet uitsplitsen naar toe- of afname in de kernen Wamel, Dreumel of Heerewaarden of de buurtschappen. Kwelberekeningen De berekende toename bij een T=10 hoogwater van de grondwaterstand (> 0,05 m) en de stijghoogte is voor de kern Wamel en Heerewaarden (zuidzijde binnendijks) aangetoond. In de overige deelgebieden blijft dit voor de grondwaterstand onder de 0,05 m verhoging. De toename kwel (als debiet) is verdisconteerd in de toename in de waterbalans per peilgebied en is hierbinnen niet verder uitgesplitst. Dit is echter wel conform afspraak. Voor Wamel betekent dit een verhoogd risico voor bebouwing, infrastructuur en natuur/groen. Voor Heerewaarden een verhoogd risico voor bebouwing, echter is dit lokaal. De resultaten van de berekening van kwel met het referentie- en planmodel zijn voldoende helder beschreven en de gemaakte afwegingen zijn transparant. Droogteberekeningen De berekende afname van de grondwaterstand (> 0,05 m) en de stijghoogte bij een T=10 laagwater, is alleen voor de kern Wamel aangetoond als verhoogd risico. In de overige deelgebieden blijft de grondwaterstand onder de 0,05 m verlaging en is er geen risico voorzien. Voor Wamel betekent dit voor een T=10 laagwater een verhoogd risico voor bebouwing. Voor infrastructuur in Wamel is de verwachting dat een verlaging geen verhoogd risico of beperkt is. Voor de functie natuur/groen is het risico minimaal.
Risicobepalingen, maatregelen en restrisico Voor de risicoanalyse is de berekende waterover- of onderlast per deelgebied: Wamel, overstromingsvlakte en Heerewaarde, bepaald en een afweging gemaakt per type landgebruik: bebouwing, infrastructuur, natuur/groen, agrarisch gebruik en overige aspecten. Toetsing op dijkveiligheid heeft nog niet plaats gevonden. Na maatregelen (aanbrengen klei, berging en acceptatie/compensatie in de deelgebieden: Overstromingsvlakte en Heerewaarden) blijft een acceptabel restrisico aanwezig voor de deelgebieden Overstromingsvlakte en Heerewaarden. Voor het deelgebied Wamel blijft ook na maatregelen de verlaging van de grondwaterstand bij een T=10 laagwater > 0,05 m. Er blijft hierdoor een restrisico aanwezig voor bebouwing en infrastructuur. Voor een T=10 hoogwater situatie is hier geen risico voorzien. Resume Door Kragten/Fugro zijn modelberekeningen uitgevoerd in het kader van de UWHD. Op basis van deze modelresultaten zijn per deelgebied effecten op de waterover- en onderlast bepaald. Hieruit volgen risico die vervolgens zijn afgewogen. Ter compensatie van negatieve effecten zijn oplossingsrichtingen voorgedragen die concreet bestaan uit een drietal opties: weerstand (in geul) aanbrengen, bergen en wateraanvoer en drainage en wateraanvoer. Deze opties zijn door Fugro/Kragten voorzien van deelopties en nader toegelicht.
Tevens is gekeken naar restrisico’s na het implementatie van de maatregelen. Dit is voldoende zorgvuldig gedaan en levert een palet op van oplossingsrichtingen die verder uitgewerkt moeten worden.
PROJECT
19 / 20
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Review: Risicoanalyse en beoordeling notities UWHD P21-0597-001 28 juli 2021
BOOT verwacht dat, na aanvullend onderzoek en de uitvoering van de UWDH volgens de algemene aanpak voor de verschillende deelgebieden en vervolgstappen, er geen grotere negatieve gevolgen optreden. Aanleiding tot vervolgonderzoek In paragraaf 4.1. van deze notitie doet BOOT een voorstel voor vervolgonderzoek.
-
Beoordeling van de notitie over de Bult van Dekker (zoals hierboven reeds vermeld) t.a.v. uitloging en erosie
De beoordeling van het depot van Dekker aan de zuidzijde van de Vonkerplas (Bult van Dekker) is beschreven in hoofdstuk 4, bladzijde 15 e.v.. De betreffende notitie geeft een voldoende helder beeld van de risico’s die ontstaan wanneer de stromende nevengeul Dreumel een feit is. De nevengeul heeft geen negatieve impact op de stabiliteit van het depot. De betrekkelijk grote afstand en de aanwezigheid van een dijkje tussen de geul en het depot heeft eveneens een gunstig effect. De inhoud van de door BOOT beoordeelde notitie is volledig en ter zake kundig, de voorgestelde maatregelen zijn realiseerbaar. De notitie maakt overigens wel melding van het feit dat er onvoldoende informatie is over emissie vanuit het depot richting de omgeving. Weliswaar buiten scope, maar BOOT onderschrijft de aanbeveling om de grondwaterkwaliteit daar te monitoren.
PROJECT
20 / 20
DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM
Review: Risicoanalyse en beoordeling notities UWHD P21-0597-001 28 juli 2021