2024-272.2 Bijlage UWDH - Grondwater monitoring
Tekst van het document
Monitoringsplan grondwaterstand KRW ON uiterwaarden Wamel Dreumel Heerewaarden VA240001.001.R02.V1.0 28 juni 2024
Monitoringsplan grondwaterstand KRW ON uiterwaarden Wamel Dreumel Heerewaarden Documentnummer VA240001.001.R02.V1.0 28 juni 2024
Opdrachtgever Rijkswaterstaat
31 88 130 06 00 info@geonius.nl Postbus 1097 6160 BB Geleen
Geonius.nl Functie
Naam
Opgesteld door
Geohydroloog
Dave Smulders
Goedgekeurd
Collegiale toets
F. den Daas
VA240001.001.R02.V1.0
Paraaf
Inhoud 1
Projectgegevens.......................................................... 4
1.1
Projectomschrijving
1.2
Projectscope
4
1.3
Locatie
4
2
Werkwijze ..................................................................... 6
2.1
Inleiding
6
2.2
Werkvoorbereiding
6
2.2.1
Terreininspectie .................................................................................................................................... 6
2.2.2
Kabels en leidingen .............................................................................................................................. 6
2.2.3
Overig ........................................................................................................................................................ 6
2.3
Plaatsing peilbuizen
7
2.4
Voorstel peilbuislocaties
7
2.4.1
Heerewaarden ........................................................................................................................................ 9
2.4.2
Dreumel ................................................................................................................................................... 10
2.4.3
Wamel ...................................................................................................................................................... 11
2.5
Meetapparatuur en monitoring
11
2.6
Verwerken en rapportage
13
VA240001.001.R02.V1.0
4
1 Projectgegevens 1.1 Projectomschrijving
Dit plan van aanpak beschrijft de aanpak en werkwijze van Geonius voor de ingenieursdiensten betreffende de grondwatermonitoring ten behoeve van het KRW-ON project Uiterwaarden Wamel-Dreumel-Heerewaarden. Het betreft de technische invulling van het Project Management plan (VA240001.001.R01.1.0) voor de grondwaterkwantiteit. In dit plan wordt, conform 3.5.6 uit de vraagspecificatie, de volgende informatie opgenomen:
Hoeveelheid meetpunten;
Locaties nieuwe peilbuizen (aansluiting op bestaande peilbuizen);
Locatie referentiepeilbuis(zen);
Methode dataverzameling;
Wijze van rapporteren;
Wijze van analyse van data.
1.2 Projectscope De scope van het project betreft de grondwatermonitoring ter voorbereiding op de realisatie van nieuwe natuur (met onder andere de aanleg van 5 nevengeulen en twee overstromingsvlakten) in de uiterwaarden van de drie woonkernen Wamel, Dreumel en Heerewaarden. Het doel van de monitoring is om de stijghoogte voor de nul situatie en situatie na uitvoering in beeld te brengen in deze woonkernen. Zoals beschreven in 3.5.6 uit de vraagspecificatie worden de volgende werkzaamheden voorzien voor monitoring van de grondwaterstand: -
Per woonkern dienen minimaal drie (3) stijghoogtemetingen te zijn.
-
Per woonkern dienen minimaal drie (3) peilbuizen aanwezig te zijn .
-
Bij de buitendijkse gelegen woningen dienen peilbuizen (5) te worden aangebracht
-
Gebruik van minimaal 1 referentie peilbuis
-
Er moet aansluiting worden gezocht met bestaande peilbuizen. Deze dienen ter verificatie van data en analyses.
1.3 Locatie Het gebied waar de herinrichting van UWDH is voorzien, is gelegen aan de zuidzijde van de Waal in de provincie Gelderland op het grondgebied van de gemeente Maasdriel (Kern Heerewaarden) en de gemeente West Maas en Waal (kern Wamel en kern Dreumel) en loopt globaal van Fort Sint Andries in het zuidwesten tot voorbij de Prins Willem-Alexanderbrug (N323) over de Waal bij Beneden-Leeuwen in het noordoosten. Het traject heeft een lengte van circa 15 km en het gebied meet een oppervlakte van circa 665 ha. Het hele gebied tussen de Waal (vanaf de gemeentegrens in het hart van de Waal) en de teen van de winterdijk maakt deel uit van het initiële gebied van het project. De winterdijk zelf behoort niet tot het projectgebied.
VA240001.001.R02.V1.0
Binnen het gebied ligt tevens de Vonkerplas, een voormalig zandwinlocatie van ca. 56ha. Deze plas valt niet binnen de projectgrens en behoort ook niet tot de scope van UWDH. Benedenstrooms van de Vonkerplas ligt een voormalig slibdepot; ook dit gebied valt buiten de projectgrens, maar monitoring van de grondwaterkwaliteit rondom dit voormalig slibdepot behoort wel tot de projectscope. Staatsbosbeheer heeft, in het kader van het raakvlak project Dreumelsche overlaat, onlangs een grondwatermeetnet uit gezet, zie figuur 1. Dit meetnet wordt in de komende weken aangevuld met een paar extra meetpunten, gelegen buitendijks bovenstrooms van Bato’s Erf. Dit is de locatie waar een overstromingsvlakte is voorzien. Dit meetnet wordt in beschouwing genomen bij het opstellen van het meetnet behorend bij onderhavige opdracht.
Figuur 1: Situering berekende kwel door Fugro en aanwezige peilbuizen (blauw=Staatsbosbeheer, wit=TNO/BRO, paars=gemeente).
VA240001.001.R02.V1.0
2 Werkwijze 2.1 Inleiding De uitvoering van het grondonderzoek kan worden onderverdeeld in de volgende onderdelen:
Werkvoorbereiding van het project (tekeningen, aanvragen KLIC, toegang terrein e.d.) en het treffen van de benodigde maatregelen;
Plaatsing van de peilbuizen en meetapparatuur;
Tussentijdse uitleesrondes;
Levering van de resultaten en rapportage.
2.2 Werkvoorbereiding 2.2.1 Terreininspectie Tijdens het startoverleg en op locatie wordt bepaald hoe de toegang tot het terrein bereikt kan worden. In overleg met de opdrachtgever wordt indien nodig bepaald of aanvullende maatregelen (rijplaten, etc.) dienen te worden getroffen voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Dit wordt op voorhand niet verwacht.
2.2.2 Kabels en leidingen Op basis van de toegankelijkheid en de planning worden vervolgens de onderzoekspunten voorbereid. Hierbij wordt de KLIC aangevraagd en wordt het werk voorbereid middels een situatietekening. Aan de hand de beoogde onderzoekslocatie en de KLIC-melding wordt bekeken of dit een conflict vormt met kabels en leidingen. Indien de beoogde onderzoekslocatie meer dan 2,5 meter buiten de bestaande ondiepe kabels en leidingen blijft voorzien wij geen reden (los van eis-voorzorgsmaatregelen) de sonderingen en eventuele boringen te verplaatsen. In geval van diepe kabels en leidingen (gestuurde boringen) is een grotere afstand tot de sondering benodigd. Indien het geplande onderzoek dichter dan 2,5 meter op de kabels en leidingen ligt:
wordt de locatie voorgeboord (ondiepe kabels/leidingen);
afhankelijk van de betreffende kabel/leiding (diepte), in overleg met de uitvoerder en coördinator datainwinning, worden verplaatst naar een nieuwe locatie.
Bij de uitvoering dient een geldige KLIC aanwezig te zijn. Met behulp van GPS worden de punten in het veld uitgezet. Zodoende kan met voldoende afstand tot eventuele kabels en leidingen worden gewerkt. Indien er in een gebied eis-voorzorgsmaatregelen (EV) gelden communiceren wij de geplande onderzoekslocatie met de kabel- of leidingeigenaren. Eventueel aanvullende maatregelen voor het uitvoeren van het onderzoekt volgen hieruit.
2.2.3 Overig Voor de plaatsing van de buitendijkse peilbuizen wordt uitgegaan van 1 dag OO-begeleiding vanwege het mogelijk voorkomen van NGE. Voor zover bekend is daarbij geen sprake van milieukundige verontreinigingen.
VA240001.001.R02.V1.0
De peilbuislocaties zijn in dit plan zodanig gesitueerd dat deze zo min mogelijk hinder veroorzaken voor aanwezige natuur. De werkzaamheden worden echter wel tijdens het broedseizoen verricht. Daarom dient in overleg met de betreffende instanties (Staatsbosbeheer, gemeente) voorliggend plan te worden besproken. Waar nodig kunnen dan tijdig peilbuizen worden verplaatst of aanvullende maatregelen worden voorzien. Daarbij dienen de peilbuizen buiten boringsvrije zones en/ of beschermingsgebieden te worden gepositioneerd en waar mogelijk op gemeentegrond. Vooralsnog worden geen aanvullende verkeersmaatregelen voorzien. Dit vanwege de plaatsing van peilbuizen langs rustige verkeerswegen in de bebouwde kom. Indien de peilbuizen niet op gemeentegronden kunnen worden geplaatst, zal de betreding en toegang tot de percelen van derden door Geonius worden verzorgd.
2.3 Plaatsing peilbuizen De peilbuizen worden voor zover praktisch haalbaar geplaatst in het watervoerend pakket (formatie van Kreftenheye). Op basis van regionale gegevens wordt vooralsnog uitgegaan van een boordiepte van maximaal circa 7 à 8 m-mv. De peilbuizen worden afhankelijk van de situatie in het veld machinaal danwel handmatig geplaatst. Uitgangspunt is een filterlengte van 1 meter, waarbij de omstorting boven het filter wordt afgedicht met bentoniet of vergelijkbaar materiaal. Alle peilbuizen worden daarbij aan maaiveld voorzien van een kunststof beschermkoker afgesloten met een slot. De onderzoekspunten worden met behulp van 06-GPS ingemeten t.o.v. het Rijksdriehoekstelsel en NAP (nauwkeurigheid ca. 0,10 m). Alle gegevens van de inmetingen zijn een momentopname en zijn alleen te gebruiken voor voorliggend onderzoek.
2.4 Voorstel peilbuislocaties In navolgde paragrafen en figuren is per woonkern ons voorstel gegeven met peilbuislocaties. Het betreffen per woonkern 3 peilbuizen met in het voorland een aantal peilbuizen bij buitendijkse woningen. Voorgesteld wordt om één van de TNO of gemeentelijke peilbuizen aan de overzijde van de Waal te gebruiken als referentiepeilbuis. Hiervoor dient door de opdrachtgever contact te worden opgenomen met de beheerder van deze peilbuis voor toegang tot deze gegevens. Indien hier geen monitoring plaatsvindt en/ of deze gegevens niet worden gedeeld, dient een andere peilbuis te worden gebruikt voor dit doeleinde. Er zijn hiervoor waarschijnlijk voldoende overige peilbuizen voor handen. In navolgende paragrafen wordt toelichting gegeven per woonkern. Na acceptatie van voorliggend monitoringsplan wordt het monitoringsnetwerk aangelegd.
VA240001.001.R02.V1.0
Figuur 2.1: Situering bestaande en nieuw te plaatsen peilbuizen (rood)
VA240001.001.R02.V1.0
2.4.1 Heerewaarden In de woonkern Heerewaarden zijn een aantal woningen buitendijks gesitueerd in het gebied waar geohydrologische effecten te verwachten zijn (zie figuur 2.2 en tabel 2.1). Hier zijn 3 buitendijkse peilbuizen voor voorzien. In het binnendijks gebied is het effect van zowel de Maas als de Waal (met/ zonder vergraving) merkbaar. Daarnaast zijn er al diverse TNO-peilbuizen en peilbuizen van Staatsbosbeheer aanwezig in het gebied. Om die reden is gekozen om 3 binnendijkse peilbuizen wat dichter tegen de dijk bij de Waal te situeren in het gebied waar de grootste effecten te verwachten zijn.
Figuur 2.2: Situering bestaande en nieuw te plaatsen peilbuizen (rood) bij Heerewaarden
Tabel 2.1: Voorstel te plaatsten peilbuizen Heerewaarden
Peilbuis
Locatie
Filterstelling
1
Buitendijks
WVP1
2
Buitendijks
WVP1
3
Buitendijks
WVP1
11
Binnendijks
WVP1
12
Binnendijks
WVP1
13
Binnendijks
WVP1
VA240001.001.R02.V1.0
2.4.2 Dreumel In Dreumel zijn een aantal woningen buitendijks gesitueerd in het gebied waar geohydrologische effecten te verwachten zijn (zie figuur 2.2 en tabel 2.2). Deze woningen zijn gelegen binnen de beschermingszone van de primaire dijk, waardoor hier geen peilbuizen zijn voorzien. In het gebied zijn diverse TNO-peilbuizen en peilbuizen van de gemeente aanwezig. Daarnaast worden buitendijks bij de Vonkerplas door Geonius 4 peilbuizen geplaatst voor milieukundig onderzoek. In aanvulling hierop worden vier peilbuizen binnendijks geplaatst op verschillende plekken langs de dijk. Gecombineerd met de bestaande peilbuizen kunnen hiermee meerdere raaien worden verkregen.
Figuur 2.3: Situering bestaande en nieuw te plaatsen peilbuizen (rood) bij Dreumel. Tabel 2.2: Voorstel te plaatsten peilbuizen Dreumel
Peilbuis
Locatie
Filterstelling
21
Binnendijks
WVP1
22
Binnendijks
WVP1
23
Binnendijks
WVP1
24
Binnendijks
WVP1
VA240001.001.R02.V1.0
2.4.3 Wamel In Wamel zijn een aantal woningen buitendijks gesitueerd in het gebied waar geohydrologische effecten te verwachten zijn (zie figuur 2.4 en tabel 2.3). Hier is 1 buitendijkse peilbuis voor voorzien. In het gebied zijn een beperkt aantal peilbuizen van de gemeente aanwezig in het gebied. In aanvulling hierop worden drie peilbuizen binnendijks geplaatst op verschillende plekken langs de dijk. Gecombineerd met de bestaande peilbuizen kunnen hiermee meerdere raaien worden verkregen.
Figuur 2.4: Situering bestaande en nieuw te plaatsen peilbuizen (rood) bij Wamel. Tabel 2.3: Voorstel te plaatsten peilbuizen Wamel
Peilbuis
Locatie
Filterstelling
4
Buitendijks
WVP1
5
Buitendijks
WVP1
31
Binnendijks
WVP1
32
Binnendijks
WVP1
33
Binnendijks
WVP1
2.5 Meetapparatuur en monitoring Voor dit project wordt gebruik gemaakt van Ellitrack D van leverancier Leiderdorp instruments. Deze worden gekoppeld aan een in eigen huis ontwikkeld en geprogrammeerde portal. Waterdruksensor De waterdruk wordt gemeten door een absolute drukopnemer met een membraan in een RVS behuizing. Het membraan is gescheiden van de behuizing door rubber en epoxy, waardoor lichte aantasting van het RVS in zeer corrosieve omgevingen geen invloed heeft op de gemeten druk.
VA240001.001.R02.V1.0
Telemetrie logger De drukopnemer is via een kabel verbonden met de telemetrie logger. Deze meet de luchtdruk en stuurt de water- en luchtdruk, de water- en luchttemperatuur, het meettijdstip en het batterijniveau naar de centrale server via een GPRS verbinding. De data wordt bovendien lokaal op de logger opgeslagen tot er een valide dataverzending heeft plaatsgevonden inclusief een bevestiging van ontvangst van het portal. De logger is voorzien van lokale luchtdrukcompensatie. De luchtdruksensor zit achter een luchtdoorlatend maar waterdicht membraan. Mocht lokale luchtdrukcompensatie niet mogelijk zijn dan wordt de luchtdruk van omliggende meetpunten en/of KNMI luchtdruk gebruikt. De waterdruksensoren worden voor installatie vooraf uitgebreid gekalibreerd met een referentiedrukopnemer op vele punten over het gehele gespecificeerde druk- en temperatuurbereik. Vervolgens worden de sensoren geruime tijd in een waterkolom gehangen om de goede werking te bevestigen. Als gedurende de looptijd een afwijking van een sensor wordt vastgesteld in vergelijking met de handmeting, dan wordt deze sensor meteen vervangen door een recent-gekalibreerde sensor. De afwijkende sensor wordt vervolgens opnieuw door het bovenstaande kalibratie- en testproces gehaald. De sensor wordt alleen opnieuw ingezet als deze stappen goed heeft doorlopen.
Eens per kwartaal worden op locatie controlemetingen uitgevoerd. Onze grondwaterpeilmeters zijn voorzien van een meetlint en zenden een akoestisch en lichtsignaal uit wanneer de punt van de sonde het wateroppervlak raakt. Hiermee wordt een grote mate van nauwkeurigheid gerealiseerd. De invoer van de controlemetingen gebeurd middels een digitale veldmodule. In deze veldmodule krijgt de veldmedewerker de beschikking over de unieke meetpunten waar verplichte velden ingevuld dienen te worden. Doordat de gegevens via de veldmodule worden ingevoerd heeft de databeheerder op kantoor enkele seconde na de controlemeting reeds de beschikking over de gemeten waarde waarna deze dezelfde dag nog kunnen worden vergeleken met de meest recent gemeten waarde uit de meetreeks. Op deze manier realiseren wij dat de veldmedewerker nog dezelfde dag eventueel een hercontrole uit kan voeren indien de handmeting een te grote afwijking heeft. De controlemetingen worden daarnaast ook altijd ter plaatse op de werkbonnen genoteerd. Tevens worden er locatiefoto’s gemaakt. Tijdens onze controlerondes hebben wij daarnaast ook altijd vervangende apparatuur bij ons. Het eerste jaar, de periode september 2024 tot september 2025, zal als een nul-meting aangemerkt worden. De daarop volgende jaren, tot einde project in 2027, zullen aangemerkt worden als de realisatiefase.
De portal de meetdata in tabellen en grafieken. Teven is het een beheersomgeving die functionaliteiten heeft om risico’s te minimaliseren. De volgende risico’s ondervangen we als volgt: Risico: Uitval van meting door lege batterij.
Frequentie/kans: Treedt op na een aantal jaar.
Ernst: Hoog omdat er niet meer wordt gemeten.
Preventie: Het portal stuurt een alarmering bij laag niveau, zodat actie ondernomen wordt voordat de logger uitvalt.
Actie: De batterij wordt op locatie vervangen.
Risico: Uitval van meting door gebrekkige verbinding tussen logger en sensor of defecte sensor.
Frequentie/kans: Laag.
Ernst: Hoog omdat er niet meer wordt gemeten.
VA240001.001.R02.V1.0
Preventie: Het portal detecteert dit soort problemen en stuurt vervolgens een alarmering zodat actie ondernomen wordt voordat de meting geheel uitvalt.
Actie: De locatie wordt onderzocht op schade en zo nodig wordt de logger en/of de sensor vervangen.
Risico: Verlies data bij mislukte verzending naar centrale opslag.
Frequentie/kans: Klein.
Ernst: Hoog.
Preventie: Door 2-weg communicatie zijn we in staat om bij onderbreking van de meetreeks op de centrale server een signaal naar de logger te sturen waardoor we ontbrekende metingen/data alsnog kunnen opvragen. Hiermee blijft de meetreeks compleet.
Actie: Dit wordt automatisch geregeld door het portal.
Risico: Verlies centrale dataopslag
Frequentie/kans: Zeer klein.
Ernst: Hoog.
Preventie: De data wordt opgeslagen in een ISO 27001-gecertificeerd Nederlands datacenter dat beschermd is tegen veel vormen van uitval of beschadiging. Van de server wordt dagelijks een reserve kopie gemaakt voor maximale veiligstelling van de data.
Actie: De serverdata wordt snel teruggezet vanuit de reserve kopie.
De meetfrequentie en zendfrequentie kunnen op afstand ingesteld middels 2-weg communicatie tussen de logger en het portal. Standaard wordt er 1x per uur gemeten en 1x per dag verzonden. Per verzending worden er dus 24 metingen verstuurd. Natuurlijk is zowel de meet- als zendfrequentie aan te passen, mocht de situatie daarom vragen. Niet correct werkende of defecte apparatuur worden binnen 5 werkdagen na uitval vervangen of hersteld. Mocht op locatie vandalisme of diefstal geconstateerd worden dan zullen daar vervangingskosten voor in rekening worden gebracht.
2.6 Verwerken en rapportage Het veldonderzoek en de monitoringsresultaten worden in een rapportage vastgelegd en per kwartaal gerapporteerd/ gedeeld met opdrachtgever. Hierin komen in ieder geval de volgende zaken terug: -
Meetdata van de grondwaterstanden
-
Beoordeling van de kwaliteit van de meetdata middels kalibratie en vergelijking nabijgelegen peilbuizen;
-
Logboek met beschrijving werkzaamheden en veldbezoek.
-
Boorstaten en situatietekeningen (pdf en gis).
-
Peilbuisblad met foto’s.
-
Statistiek van de meetdata (jaarlijks). Dit betekent bepalen maatgevende standen binnen meetperiode (nulsituatie en eindfase);
-
Trendanalyse van de grondwaterstanden middels tijdreeksanalyse (jaarlijks). Bij significante afwijkingen wordt hierover gerapporteerd.
VA240001.001.R02.V1.0
De grondwaterstanden zijn via ons portal te volgen. De opdrachtgever krijgt een login om de gegevens in te zien. In ons portal is via een kaart de ligging van de peilbuizen te zien. Hier zijn ook de grafieken van de grondwaterstanden in te zien en eventuele meetdata kan geëxporteerd worden. De grondwaterstanden dienen ook aan BRO geleverd te worden. De opdrachtgever dient Geonius geotechniek te machtigen (via het BRO portaal) om de gegevens te kunnen aanleveren. Na het plaatsen van de peilbuizen, wordt de data van de peilbuizen aangeleverd. Nadat deze data door Rijkswaterstaat is goedgekeurd en doorgeleverd aan BRO, kan de meetdata van de grondwaterstanden worden geleverd. Het leveren van de grondwaterstanden aan BRO is nog in ontwikkeling en de implementatie hiervan is bij Geonius gepland voor oktober/november 2024. De meetdata van de grondwaterstanden zullen na het meten voorlopig (zonder validatie), op wekelijkse basis, aan BRO geleverd worden. Op kwartaal basis worden gegevens door een geohydroloog gevalideerd en zullen de metingen in BRO worden geactualiseerd, overeenkomstig met de rapportage.
VA240001.001.R02.V1.0
15