2024-242.2 Bijlage Berenschot Rapport Netwerk
Tekst van het document
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik Een energiesysteem waarin consumenten nettariefprikkels krijgen om hun elektriciteitsverbruik aan te passen
2
2
1
1
GEEN PRIKKEL WEL PRIKKEL
4 weinig netimpact
veel netimpact
veel netimpact
3
Iedereen betaalt evenveel ongeacht het verbruik.
Beperktere toename in elektriciteitshuisjes
Meer nieuwe laadpunten en/of woningen
Beperking van overlast en verbeterde maakbaarheid
Betere balans in kosten t.o.v. netimpact voor consumenten
3
weinig netimpact
Wie meer verbruikt, betaalt meer.
2
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
72205 Vertrouwelijk 21 oktober 2024
Rutger Bianchi Anna Meijering Simon Baks Jort Wolda
Inhoudsopgave 1.
Conclusie en advies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
6.
1.1 Aanleiding.................................................................................................................................................................................................... 4 1.2 Conclusie en advies................................................................................................................................................................... 4 1.3 Aanbevelingen voor vervolg......................................................................................................................................5 2.
6.1 Gekozen variant volgt uit een doorlopen proces met input vanuit stakeholders........................................................................................................................ 45 6.2 Randvoorwaarden, uitgangspunten en criteria bieden een beoordelingskader voor tariefstelsels................................................................................ 46 6.3 Uit de literatuur en praktijkvoorbeelden volgen drie fundamentele sturingsprincipes............................................................................................... 48 6.4 Tijdgebonden kWh-tarief geniet lichte voorkeur ten opzichte van alternatieven........................................................................................................................49 6.5 Inzichten ten aanzien van een (tijdsgebonden) piekvermogentarief...............................................................................................................................................................50 6.6 Overwegingen in detailuitwerking..........................................................................................................52
Waarom een alternatief nettarief? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 2.1 Wat is het probleem van het huidige tariefstelsel?.....................................................7 2.2 Hoe ziet een alternatief nettarief eruit?..............................................................................................7 2.3 Wat levert een alternatief nettarief op?.............................................................................................. 8 2.4 Welke aandachtspunten zijn er?.................................................................................................................... 9 2.5 Hoe is dit onderzoek uitgevoerd?.................................................................................................................. 9
3.
Impact op het elektriciteitsnet . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11 3.1 Concrete ontwerpkeuzes noodzakelijk voor impactanalyse................... 12 3.2 Impactanalyse toont aan dat tijdgebonden kWh-tarief netbelasting reduceert........................................................................................................... 15
4. Impact op kleinverbruikers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
5.
Tijdgebonden kWh-tarief geniet lichte voorkeur ten opzichte van alternatieven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 44
7.
Alternatieve nettarieven in relatie tot de energietransitie . . . . . . . . . . 54 7.1 Alternatieve nettarieven als onderdeel van actieagenda netcongestie laagspanningsnetten.......................................................................................................55 7.2 Alternatieve nettarieven ten behoeve van een robuust systeem.......................................................................................................................................................... 57
4.1 Impact op huishoudens...............................................................................................................................................20 4.2 Impact op de businesscase publieke laadpalen............................................................32 4.3 Impact op niet-huishoudelijke kleinverbruikers............................................................33
Begrippenlijst . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59
Implicaties voor uitvoerders, de toezichthouder en de politiek . . . 38
Bijlage 1 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60
5.1 Leveranciers zullen als mede-uitvoerder additionele kosten maken....................................................................................................................................... 39 5.2 Mogelijk impact op wet- en regelgeving......................................................................................41 5.3 Een tariefstelselwijziging vraagt om investeringen van netbeheerders....................................................................................................................................................................41 5.4 Vervolgstappen..............................................................................................................................................................................42
Bijlage 2 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62 Bijlage 3 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68 Bijlage 4 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 70
3
HOOFDSTUK 1
Conclusie en advies
4
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
1.1
Aanleiding
Door toenemende elektrificatie en opwek in de gebouwde omgeving verwachten netbeheerders richting 2030 op het laagspanningsnet een grote toename in de netinvesteringen en -kosten, een grote ruimtelijke uitdaging voor het inpassen van nieuwe netinfrastructuur en uitdagingen omtrent netcongestie. Deze problematiek kan worden beperkt door belasting van het elektriciteitsnet meer te spreiden in de tijd. Aangezien het huidige tarief voor netwerkkosten een vast bedrag per jaar betreft, loont het niet om minder te verbruiken tijdens piekuren of meer tijdens daluren. Bovendien worden de netkosten gesocialiseerd over alle gebruikers ongeacht hun daadwerkelijke netbelasting. Een alternatief nettarief dat een prijsprikkel introduceert, kan inspelen op de flexibiliteit van vraag, waardoor er meer energie geleverd kan worden via hetzelfde elektriciteitsnet. Onderzoeksvraag. Netbeheer Nederland heeft Berenschot gevraagd om een onderzoek uit te voeren waarbinnen in gezamenlijkheid met stakeholders de mogelijkheid van een alternatief nettariefstelsel wordt verkend. Hierbij is gekeken naar hoe een alternatief nettarief eruit zou kunnen zien en met welke kansen, kosten en risico’s invoering gepaard gaat. In dit proces stond de volgende onderzoeksvraag centraal: wat levert invoering van een alternatief nettarief op in termen van ruimte op het net en verbetering van kostenreflectiviteit?
1.2 Conclusie en advies Op basis van ons onderzoek naar een alternatief nettariefstelsel, waarbij het nettarief per aangeslotene wordt berekend op basis van tijd en volume, komen wij tot de volgende drie conclusies: 1. Efficiënter netgebruik en lagere totale netkosten Een alternatief nettariefstelsel verkleint de investeringsopgave en daarmee de totale netkosten, verhoogt de maakbaarheid van de energietransitieopgave voor netbeheerders en vermindert netcongestieproblematiek, waardoor op hetzelfde net meer kan worden aangesloten. 2. Een kostenverdeling over gebruikers die beter aansluit bij het kostenveroorzakingsprincipe Een alternatief tariefstelsel leidt tot een nieuwe kostenverdeling over gebruikers, waarbij de hoogste kosten terechtkomen bij degenen die het net het zwaarst belasten. Hierbij gaat een ruime meerderheid van de huishoudens minder betalen dan met het huidige tariefstelsel het geval zou zijn. Grote kleinverbruikers gaan meer betalen, maar hebben ook een groter handelingsperspectief om hun netkosten te reduceren. Belangrijk te vermelden is dat in vrijwel alle gevallen, ook met een alternatief tariefstelsel, de netkosten in 2030 hoger zijn dan momenteel het geval is. Alternatieve nettarieven dempen deze stijging slechts. 3. Invoering vereist speciale aandacht voor verhoogde complexiteit energierekening, implementatie en flankerende maatregelen.
Beperken van complexiteit van de energierekening wordt al jaren gezien als een belangrijk aandachtspunt, ook met het huidige relatief eenvoudige tariefstelsel. Nettarieven die een prikkel bieden om gedrag te veranderen, leiden tot een verhoging van de complexiteit en verdienen daarom aandacht bij invoering. Ook vraagt de implementatie, gezien de impact op systemen, verandering van inkomsten en verwachte toename in klantcontact het nodige van leveranciers, netbeheerders en overheid. Daarnaast is bij het voorgestelde tariefmodel ook flankerend beleid vanuit het Rijk nodig om ongewenste effecten, die kunnen optreden voor specifieke situaties, te compenseren.
5
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Op basis van de bovenstaande conclusies adviseren wij verdere stappen te zetten voor de invoering van een alternatief nettariefstelsel. Hierbij geniet een tijdgebonden kWh-tarief de voorkeur, omdat het vanwege het tijdsgebonden aspect effectief inspeelt op netefficiëntie en bovendien adaptiever en daarmee toekomstbestendiger is dan alternatieven. Een belangrijk aandachtspunt is dat een alternatief nettarief uitgaat van een prikkel waarop vrijwillig gereageerd kan worden en dus geen garantie biedt op het voorkomen van overbelasting (door vraag dan wel opwek). Daarom blijven naar de toekomst toe, gezien de sterk toenemende elektrificatie en opwek bij huishoudens, aanvullende technische (nood)maatregelen, zoals aftoppen, spanningsregeling of een technisch vangnet noodzakelijk.
1.3 Aanbevelingen voor vervolg Om een nieuw nettariefstelsel te kunnen invoeren, moeten regionale netbeheerders gezamenlijk een voorstel voorleggen aan de ACM. Hierover moeten nog keuzes worden gemaakt ten aanzien van detailuitwerking van het tariefstelsel (Hoofdstuk 5 en Hoofdstuk 6). Daarom adviseren wij enkele aspecten voor de uitwerking van een alternatief nettarief verder te onderzoeken: 1. Verken impact op wet- en regelgeving Wijziging van het tariefstelsel kan impact hebben op de huidige wet- en regelgeving, zoals die ten aanzien van het uitlezen van slimme meters en het delen van verbruiksdata. We adviseren te verkennen of aanpassingen nodig zijn. 2. Onderzoek impact op en borging van inkomstenzekerheid van netbeheerders Inkomstenzekerheid voor netbeheerders verandert sterk bij invoering van een alternatief nettarief. De impact hiervan en borging van inkomstenzekerheid kan middels scenario’s verder worden uitgewerkt.
3. Prioriteer datacollectie niet-huishoudelijke verbruikers Dit onderzoek heeft slechts gedeeltelijk inzicht kunnen bieden in de gevolgen van een alternatief nettarief voor niet-huishoudelijke gebruikers, vanwege beperkte beschikking over data. Het prioriteren van datacollectie op kleinverbruikersniveau om hier beter invulling aan te kunnen geven is daarom aan te bevelen. 4. Verdiep op mogelijke ongewenste effecten voor specifieke groepen Invoering van een alternatief nettarief kan voor minderheidsgroepen ongewenste effecten met zich meebrengen. Door dit van tevoren in beeld te brengen en flankerend beleid te ontwikkelen kan dit risico gemitigeerd worden. Om een maximaal effect te realiseren bij invoering adviseren we bovendien om consumenten voor te bereiden op een aanstaande tariefswijziging. Daarbij raden wij aan een communicatiestrategie te ontwikkelen, te onderzoeken hoe de energierekening van consumenten zo eenvoudig mogelijk kan blijven en randvoorwaarden te faciliteren om consumenten handelingsperspectief te bieden. Leeswijzer In Hoofdstuk 2 wordt in hoofdlijnen de problematiek van het huidige tariefstelsel toegelicht en worden de belangrijkste inzichten uit het onderzoek gepresenteerd. De impact die een alternatief tariefstelsel heeft op het elektriciteitsnet, kleinverbruikers en uitvoerders/de politiek worden in Hoofdstuk 3, Hoofdstuk 4 en Hoofdstuk 5 uitgewerkt.
In Hoofdstuk 6 lichten we toe waarom specifiek deze tariefvariant is uitgewerkt. Hoofdstuk 7 sluit af met een reflectie op de samenhang van een alternatief tariefstelsel met andere ontwikkelingen in het licht van de energietransitie.
6
HOOFDSTUK 2
Waarom een alternatief nettarief?
7
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Door toenemende elektrificatie en opwek in de gebouwde omgeving voorzien netbeheerders op korte termijn uitdagingen omtrent netcongestie op het laagspanningsnet. Deze problematiek kan worden beperkt door pieken op het elektriciteitsnet te verminderen. Aangezien het huidige tarief voor netwerkkosten een vast bedrag per jaar betreft, loont het niet om minder te verbruiken tijdens piekuren. Een alternatief nettarief dat een prijsprikkel introduceert, kan inspelen op de flexibiliteit van vraag en zo mogelijk pieken reduceren.
de netkosten zal leiden1) en extra ruimtebeslag ten behoeve van elektriciteitsinfrastructuur met zich meebrengt. Bovendien is er op dit moment bij netbeheerders een maakbaarheidsgat, waardoor met name door schaarste in personeel en ruimte, het net niet snel genoeg uitgebreid kan worden. Efficiënter netgebruik kan deze problematiek beperken, maar het huidige nettariefstelsel biedt daar geen enkele prikkel toe aangezien iedereen een vast bedrag per jaar betaalt voor zijn aansluiting. Omdat het nettarief richting 2030 relatief een steeds grotere component van de totale elektriciteitsrekening zal bestrijken, wordt de prikkel die er vanuit kan gaan ook steeds sterker.
Huidige stelsel voldoet steeds minder aan kostenveroorzakersprincipe
2.1 Wat is het probleem van het huidige tariefstelsel? Inefficiënt netgebruik leidt tot congestie en hoge netwerkkosten Dankzij de energietransitie wordt er bij kleinverbruikers, zoals huishoudens en bedrijven (klein zakelijk), steeds meer gebruik gemaakt van het elektriciteitsnet door bijvoorbeeld elektrisch vervoer, (hybride) warmtepompen en zonnepanelen. Deze toename in elektriciteitsvraag is niet gelijk over de dag verspreid, maar concentreert zich typisch in de vroege ochtend en avond, daar waar opwek met name gedurende de middag plaatsvindt. Omdat nieuwe apparatuur met een hoger verbruik in korte tijd steeds grotere toepassing vindt, worden de pieken in elektriciteitsvraag vele malen hoger dan ze in het verleden waren. Omdat het elektriciteitsnet zo moet zijn ontworpen dat het ook op de drukste momenten niet overbelast raakt, vraagt deze elektrificatie en opwek aanzienlijke netverzwaringen, terwijl het net grote delen van de tijd nog ruimte heeft. Vanwege de enorme opgave waar netbeheerders voor staan wordt op korte termijn netcongestieproblematiek verwacht op het laagspanningsnet. Dit betekent dat er onvoldoende ruimte is op het elektriciteitsnet om nieuwe woningen of laadpalen aan te sluiten. Het elektriciteitsnet moet dus enorm worden uitgebreid, wat tot sterke stijging van
Het huidige tariefstelsel zorgt in het licht van de energietransitie tevens in toenemende mate voor een verdeling van kosten die niet overeenkomt met het daadwerkelijke gebruik van het net. Voorheen waren de verschillen in netbelasting tussen consumenten relatief klein. Door de intrede van elektrisch vervoer, zonnepanelen en warmtepompen nemen de verschillen tussen huishoudens in netbelasting snel toe. Daarnaast betalen huishoudens op warmtenetten, zowel voor verduurzaming van hun warmtevoorziening via het warmtenet als voor de uitbreiding van elektriciteitsnetten voor warmtepompen van andere gebruikers. Dit leidt tot een kostenverdeling die afwijkt van het gebruik van het net, waarbij sommige huishoudens disproportioneel bijdragen aan infrastructurele kosten. Herziening van het tariefstelsel kan bijdragen aan een rechtvaardigere verdeling van kosten over gebruikers.
2.2 Hoe ziet een alternatief nettarief eruit? Er zijn wat betreft nettarieven vele varianten mogelijk. Om een impactanalyse te kunnen doen is het nodig om concrete ontwerpkeuzes te maken. Daarom is in een proces met stakeholders (zie paragraaf 2.5) toegewerkt naar de selectie van een specifieke variant. Dit tijdgebonden kWh-tarief belast het elektriciteitsverbruik van aangeslotenen met een tarief (€/kWh) dat varieert gedurende de dag: op momenten van hoge netbelasting is het 1)
Netbeheer Nederland, de financiële impact van de energietransitie voor netbeheerders, geactualiseerde prognose 2023.
8
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
tarief hoger dan op momenten van lage netbelasting. Hierbij zal een verschillend zomer- en winterschema worden toegepast. Door een tarief dat varieert in de tijd ontstaat een prikkel om verbruik te verplaatsen naar momenten van lage netbelasting. Om voldoende effectief te zijn, wordt de hoogte van de prijsprikkel zo gekozen dat deze opweegt tegen de gemiddelde variaties die op een dag in de day-aheadprijzen voorkomen. Dit nettarief zou alleen gaan gelden voor kleinverbruikers (alle aansluitingen tot 3x80 ampère) en geldt bovendien alleen voor afname en dus niet voor invoeding (van zonnestroom). In paragraaf 3.1 wordt dit tijdgebonden kWh-tarief verder toegelicht en in Hoofdstuk 6 wordt beschreven waarom deze variant de voorkeur geniet.
2.3 Wat levert een alternatief nettarief op? Efficiënter netgebruik levert extra ruimte op laagspanningsnetten en drukt op lange termijn de benodigde netinvesteringen Het onderzochte alternatief levert een aanzienlijke reductie van de afnamepiek. Op basis van een door Berenschot ontwikkeld algemeen model van vraagverschuiving, hebben de netbeheerders voor verschillende laagspanningsnetten doorgerekend dat een alternatief nettarief de piekbelasting per trafo voor levering met 3% tot 12% reduceert afhankelijk van het type wijk2). Hierdoor ontstaat op korte termijn extra ruimte op het net die nodig zal zijn voor bijvoorbeeld nieuwbouwwoningen en laadpunten. Zo schatten netbeheerders, op basis van een door Berenschot aangeleverd model van vraagverschuiving, dat er in Nederland richting 2030 zo’n 700.000 woningen of 500.000 laadpunten extra gerealiseerd zouden kunnen worden3). Op de langere termijn betekent efficiënter netgebruik een reductie van de benodigde netinvesteringen. Dit remt de stijging van netkosten, maar biedt bijvoorbeeld ook verlichting van de ruimtelijke opgave omdat er in een gemiddelde buurt maar drie in plaats 2) 3)
Het effect van de afnametarieven op de opwekpiek lijkt op de laagspanningsnetten beperkter met zo’n 2%. Alliander heeft voor een aantal typische uiteenlopende wijken voor 2030 doorgerekend wat het effect is van een tijdsafhankelijk tarief op de piekreductie, vervolgens is het vermogen dat vrijkomt als gevolg van tijdsafhankelijke tarieven voor de verschillende wijken gemiddeld toegekend aan equivalente laadpunten of huizen voor een net. Hiervoor is per laadpunt 2,87 kW aan gehouden en voor een gemiddelde woning 2,1 kW. Deze vermogens houden rekening met een beperkte gelijktijdigheid van laadpunten en huizen. Deze aantallen zijn vervolgens vertaald naar de verzorgingsgebieden van ook de andere netbeheerders op basis van een schatting.
van vier nieuwe transformatorhuisjes nodig zijn. In Hoofdstuk 3 worden de effecten op het elektriciteitsnet verder uitgewerkt en toegelicht.
Kostenverdeling die aansluit bij gebruik van het net Een alternatief nettarief verbetert de kostenreflectiviteit. Huishoudens met een relatief laag verbruik gaan bij een alternatief nettarief minder betalen dan het geval zou zijn bij voortzetting van het huidige nettarief. In 2030 gaat dat naar schatting om ongeveer tweederde van het aantal huishoudens. Grote kleinverbruikers en huishoudens met sterke elektrificatie gaan juist meer betalen. Zij hebben echter ook een groter handelingsperspectief om hun kosten te beperken: wanneer zij acteren op de tariefprikkel door bijvoorbeeld slimme sturing van apparatuur en inzet van HEMS systemen (home energy management systems), kunnen zij hun netkosten aanzienlijk terugbrengen soms zelfs tot onder het oorspronkelijke nettarief. In hoeverre groepen huishoudens erop vooruit en achteruit gaan, is afhankelijk van de snelheid van elektrificatie in de gebouwde omgeving en van de mate waarin er op de tariefprikkel gereageerd wordt. Door de hoogte van de tariefprikkel aan te passen kan hierin gestuurd worden.
Hoge pieken veroorzaakt door thuisbatterijen kunnen mogelijk grotendeels worden voorkomen door een alternatief nettarief Mogelijk zal het aandeel thuisbatterijen in de komende jaren sterk groeien. Ook het aandeel elektrische voertuigen met de mogelijkheid de accu als batterij in te zetten (vehicle-togrid) zal toenemen. Er zijn vooralsnog geen tot weinig regels over de inzet van batterijen en zodoende sturen momenteel veel batterijen op de onbalansmarkten. Richting 2030 zal dit naar verwachting steeds meer verschuiven naar de day-aheadmarkten vanwege verzadiging van de onbalansmarkt. Uit de analyse blijkt dat toename van batterijen acterend op de day-aheadmarkt leidt tot een toename in de jaarlijkse vraag- en afnamepieken.4) Een analyse op geaggregeerd landelijk niveau toont ook aan dat prijsprikkels vanuit een tijdgebonden kWh-tarief deze toename kunnen dempen. Wanneer day-aheadprijzen volatieler worden of wanneer batterijen gaan acteren op andere markten die grotere prijsfluctuaties kennen, 4)
Hierin wordt al wordt veronderstelt dat deze batterijen op day-ahead markten sturen, in plaats van de onbalansmarkt (wat nog nadeligere effecten heeft voor het net). Zie paragraaf 3.2 en Figuur 3 voor verdere toelichting op de analyse.
9
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
neemt het dempende effect van een alternatief nettarief af. Een tijdgebonden kWh-tarief biedt dus mogelijk een stimulans om hoge terugleveringspieken door batterijen te voorkomen. Het is echter geen garantie op het voorkomen van overbelasting als gevolg van sterk fluctuerende marktprijzen.
2.4 Welke aandachtspunten zijn er? Geen garantie op het voorkomen van overbelasting; (technische) achtervang blijft belangrijk Alternatieve nettarieven bieden prijsprikkels, waarop op vrijwillige basis verbruik gereduceerd of verplaatst kan worden naar andere momenten. Ook kunnen andere marktprikkels (zoals van dynamische leveringstarieven) de prijsprikkel overstijgen, waardoor het effect wordt gedempt. Alternatieve nettarieven bieden daarmee geen garantie op het voorkomen van overbelasting. Ook heeft een alternatief nettarief nauwelijks invloed op hoge leveringspieken als gevolg van zonnepanelen. Dat komt door gebrek aan flexibele vragen tijdens de zonnige uren. Dit kan in de toekomst veranderen, bijvoorbeeld door de toename van airco’s en opslag. Het is daarom belangrijk om ook naar andere typen (technische) maatregelen te kijken, zoals het aftoppen van zonnepanelen en slimme sturing op vermogen (bijvoorbeeld netbewust laden). Dit soort maatregelen, in combinatie met een tijdsafhankelijk nettarief, kunnen het aantal benodigde netverzwaringen verder verminderen.
Communicatie cruciaal om begrip voor complexere nota te bewerkstelligen Begrijpelijkheid van de energierekening voor consumenten is ook met het huidige stelsel een aandachtspunt. Met invoering van een nettarief variërend in de tijd neemt de complexiteit van de elektriciteitsrekening toe. Voor de effectiviteit van het alternatieve tariefstelsel en om consumenten grip te geven op hun energierekening, is het dus van groot belang voldoende aandacht te geven aan communicatie en informatievoorziening. Ook automatisering en de ontwikkeling van toegankelijke apps helpt voor het begrip van de consument. In het buitenland worden tijdsafhankelijke nettarieven al regelmatig toegepast. Uit deze voorbeelden kan lering worden getrokken. Paragraaf 4.1.3 geeft hier een uitgebreidere toelichting op.
Elektrificatie wordt iets duurder, maar de energietransitie wordt nauwelijks geremd Door verbruik te tariferen gaan grote kleinverbruikers en huishoudens met vergaande elektrificatie in de regel meer betalen. Hierdoor wordt de overstap naar duurzame warmtetechnologieën zoals een (hybride) warmtepomp iets duurder in het nieuwe stelsel dan in het huidige stelsel. Toch blijven de totale kosten van een hybride warmtepomp voor een gemiddeld huishouden gunstig ten opzichte van de kosten van een cv-ketel en gaat een gemiddeld huishouden met hybride warmtepomp erop vooruit bij invoering van een alternatief tariefstelsel (ten opzichte van netwerkkosten in 2030 onder het huidige stelsel). Een alternatief tariefstelsel zal dus naar verwachting weinig effect hebben op het verloop van de energietransitie in de gebouwde omgeving. In paragraaf 4.1.2 worden verschillende businesscases en casuïstiek van huishoudens uitgewerkt om tot een inschatting te komen van het effect op de energietransitie.
Invoering van alternatief tariefstelsel leidt tot stijging van kosten voor uitvoering en inkomstenonzekerheid Energieleveranciers zijn momenteel verantwoordelijk voor facturatie aan en communicatie met de klant. Bij een wijziging naar een alternatief tariefstelsel met een daarmee gepaard gaande toename van dataverkeer en communicatie, gaan energieleveranciers dus ook hogere kosten maken. Als gevolg van de complexere energierekening verwachten leveranciers tevens een toename in klantcontact, klachten en geschillen met bijbehorend afbreukrisico als gevolg. Daarnaast leidt een alternatief nettarief op basis van verbruik tot een toename in inkomstenonzekerheid voor netbeheerders. Vervolgonderzoek zal zich moeten richten op hoe dit risico gemitigeerd kan worden.
2.5 Hoe is dit onderzoek uitgevoerd? Berenschot is door Netbeheer Nederland gevraagd om in gezamenlijkheid met stakeholders tot een alternatief nettariefstelsel voor kleinverbruikers te komen. Voorafgaand aan dit onderzoek vond een uitvoerige verkenningsfase plaats. Dit onderzoek vormt het begin van de uitvoeringsfase van een alternatief tariefstelsel en zal worden gevolgd door een aantal
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
vervolgstappen, waarin toegewerkt wordt naar een formeel voorstel dat door de gezamenlijke netbeheerders wordt ingediend bij de toezichthouder (ACM). Voor dit onderzoek is een projectgroep opgericht samen met vertegenwoordiging vanuit de regionale netbeheerders. De besluitvorming lag bij een stuurgroep met bestuurders vanuit de netbeheerders. Bij deze stuurgroep nam de ACM deel als toehoorder en KGG gaf beleidsmatige aandachtspunten voor het onderzoek mee. Tot slot bracht een klankbordgroep met brede afvaardiging van belanghebbenden overwegingen en aandachtspunten in. Bijlage 1 geeft uitgebreidere toelichting op het onderzoeksproces. De ACM nam deel als toehoorder. KGG gaf beleidsmatige aandachtspunten voor het onderzoek mee. De uiteindelijke keuze voor de voorgestelde tariefmethodiek is door de netbeheerders gemaakt.
10
11
HOOFDSTUK 3
Impact op het elektriciteitsnet
12
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Een tijdgebonden kWh-tarief leidt tot efficiënter gebruik van het laagspanningsnet. Uit een doorrekening van de netbeheerders, op basis van de door Berenschot verwachte, berekende vraagverschuiving, blijkt dat dit tariefmodel de piekvraag op het laagspanningsnet significant kan reduceren. Dit heeft de potentie om verspreid over heel Nederland ruimte te bieden aan zo’n 700.000 extra woningen of 500.000 laadpunten. Op termijn zijn bovendien minder netinvesteringen nodig; zo hoeven er in een gemiddelde wijk maar drie in plaats van vier nieuwe wijkstations bijgeplaatst te worden. Het tariefstelsel biedt echter geen zekerheid op het voorkomen van overbelasting en heeft in de huidige uitwerking weinig effect op terugleverpieken. Om deze risico’s te ondervangen zijn andere (nood)maatregelen nodig.
3.1 Concrete ontwerpkeuzes noodzakelijk voor impactanalyse Deze rapportage onderzoekt de effecten van een tariefrichting. Om een kwantitatieve impactanalyse te kunnen uitvoeren zijn gedetailleerde ontwerpkeuzes noodzakelijk. De ontwerpkeuzes die voor deze analyse zijn gemaakt worden hier toegelicht. In de verdere uitwerking van en keuze voor een tariefstelsel zijn wellicht overwegingen te maken die leiden tot een op onderdelen andere uitwerking. Verdiepende overwegingen bij de uitgewerkte tariefrichting worden in Hoofdstuk 6 verder toegelicht. Het voorgestelde nettariefstelsel betreft een tijdgebonden kWh-tarief. Dat wil zeggen dat consumenten zullen betalen naar gelang hun elektriciteitsverbruik (kWh). Hierbij varieert het tarief dat zij zullen betalen (in €/kWh) elk uur van de dag om zo verbruik tijdens ochtend- en avondpieken duurder te maken dan in de nacht of rond het middaguur (zie Figuur 1). Zodoende geeft het tariefmodel een prikkel om piekverbruik naar dalmomenten te verplaatsen. Hoewel elke dag hetzelfde profiel volgt (statisch), wordt er wel onderscheid gemaakt tussen een zomer- en een wintertarief. In de huidige uitwerking van het voorstel wordt alleen afname en niet invoeding belast.5) De vorm van het profiel is gebaseerd op het landelijke belastingprofiel minus zon-opwek bij huishoudens.
Daarnaast is er een basisverbruik (van 0,3 kWh/uur) vrijgesteld van dit tijdgebonden tarief (zie Bijlage 2 voor toelichting). Voor alles wat onder dit basisverbruik wordt geconsumeerd betaalt de consument een vast bedrag van € 185,99 per jaar. Hierdoor wordt de consument niet extra belast voor gebruik van basis-huishoudelijke apparaten (zoals licht en koelkast) tijdens de piekuren.
5)
Bij een aantal netbeheerders zorgt juist invoeding voor congestie op laagspanning. In een vervolgtraject kan de wenselijkheid hiervan worden onderzocht. Momenteel onderzoekt de ACM een invoering van een invoedingstarief voor grootverbruikers, voor kleinverbruik is dit vooralsnog niet toegestaan.
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Reflectie op een (tijdsgebonden) piekvermogentarief Naast het tijdsgebonden kWh-tarief zijn de netbeheerders ook geïnteresseerd in de reflectie op een kW-tarief-(piekvermogen)variant. Hierin zijn zij specifiek geïnteresseerd in twee soorten: één zonder en één met een tijdsgebonden element. Zonder tijdsgebonden element spreken wij over een gemiddelde maandpiek. Hierin wordt het hoogste piekvermogen (in kW) van een kleinverbruiker elke maand geregistreerd en vermenigvuldigd met een prijs per kW. Om hoge prijspieken te voorkomen wordt de rekening gemiddeld over een jaar. In Vlaanderen is recentelijk een dergelijk tariefstelsel ingevoerd.6) Met een tijdsgebonden element wordt ook betaald voor de hoogste maandpiek, maar hierin wordt de hoogte van pieken gecorrigeerd met een correctiefactor afhankelijk van het moment op de dag wanneer deze optreden. Hierbij spreken wij over een gewogen gemiddelde maandpiek. Zo wegen pieken in de avond zwaarder mee dan in de middag. De ACM heeft recentelijk een ontwerp codebesluit gepubliceerd om een dergelijk tariefstelsel voor grootverbruiksaansluitingen op het landelijk hoogspanningsnet te introduceren.7)8) In deze rapportage reflecteren wij regelmatig kwalitatief op hoe de analyses bij deze varianten zouden uitpakken. Paragraaf 6.5 toont een conclusie op basis van deze verschillende reflecties.
6) 7) 8)
VREG Nettarieven. ACM Ontwerp codebesluit Tijdgebonden transporttarieven hoogspanningsnetten. ACM Voorstel Netbeheer Nederland tijdsafhankelijke transporttarieven.
13
14
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Uurtarieven nieuw stelsel, voor ‘winter’ en ‘zomer’ Gehanteerd voor doorrekeningen dit onderzoek, o.b.v. gemiddeld verbruik, profiel en netkosten per woning in 2030
Winter
Δ 0,21
Zomer
€ 0,24
€ 0,24
Δ 0,16
€ 0,24
€ 0,20
€ 0,20
€ 0,20
€ 0,16
€ 0,11
€ 0,09
€ 0,12
€ 0,13
€ 0,16
€ 0,12
€ 0,11
€ 0,16
€ 0,12 € 0,07
€ 0,08
€ 0,06
€ 0,08
€ 0,04
€/kWh
€/kWh
€ 0,03 € 0,04 € 0,00 1
2
3
4
5
6
7
8
9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24
Uur van de dag Figuur 1
9)
€ 0,12
Uurtarieven voor een nieuw tariefstelsel, zoals gehanteerd voor de doorrekeningen in dit onderzoek9). Links het tarief voor de ‘winter’-periode (oktober – april) en rechts de ‘zomer’ (april – oktober). Zie voor toelichting op het transporttarief figuur 4. Dit betreft alleen afnametarieven, vooralsnog is er geen invoedingstarief veronderstelt.
Uurtarieven zijn gebaseerd op het gemiddelde verbruik en profiel van woningen volgens het IP2024 ‘Klimaat Ambitie’ scenario, zoals ingevoerd in het Energie Transitie Model.
€ 0,04 €-
€ 0,00 1
2
3
4
5
Uur van de dag
6
7
8
9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24
15
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
3.2 Impactanalyse toont aan dat tijdgebonden kWh-tarief netbelasting reduceert Verschuiving van piekvraag naar goedkope momenten Als gevolg van het tijdgebonden kWh-tarief zal vraagverschuiving plaatsvinden van dure momenten naar goedkopere momenten. Figuur 2 laat een voorbeeld zien van hoe de gemiddelde Nederlandse vraag in 2030 verschuift als gevolg van een tijdgebonden kWh-tarief. Door de verplaatsing van vraag naar goedkopere momenten, neemt de gemiddelde vraagpiek in de avond af, maar neemt de vraag op andere momenten van de dag, zoals in de nacht en rond het middaguur, juist toe. Het totale effect van de vraagverschuiving is een meer gelijkmatige belasting van het elektriciteitsnet. De mate waarin vraagverschuiving plaatsvindt, verschilt per type apparatuur. Zo zal huishoudelijke apparatuur zoals verlichting en keukenapparatuur slechts in zeer beperkte mate verschuiven, terwijl het opladen van elektrische auto’s makkelijker uit te stellen is. Over de breedte van deze analyse, en over die hierop volgen, geldt dat deze berust op aannames en modelleringen (zie Bijlage 2); de daadwerkelijke effecten zijn bijvoorbeeld afhankelijk van wat voor prijsprofielen uiteindelijk worden gekozen en hoe prijssensitief de Nederlandse consument in de praktijk zal zijn.
Een alternatief nettarief verlaagt piekbelasting voor levering wat ruimte vrijspeelt voor een equivalent van 700.000 extra woningen Een alternatief nettarief leidt tot een significante piekreductie voor afname per trafo, afhankelijk van het type wijk. Daarmee geeft een tijdsafhankelijk tarief een juiste prikkel om flexibiliteit in te zetten om de afnamepiek te verlagen. Hierdoor kunnen er meer nieuwbouwwoningen, warmtepompen, elektrische auto’s en kookplaten worden aangesloten op het bestaande net. Als voorbeeld komt er in 2030 in Nederland ruimte vrij voor ongeveer 500.000 extra laadpunten of 700.000 extra woningen. Het effect op de opwekpiek lijkt beperkter (reductie van gemiddeld 2%), waardoor in gebieden waar opwek de bottleneck vormt het tarief minder ruimte vrijspeelt. Dit komt voort uit een analyse van Berenschot
waar op basis van een tijdgebonden kWh-tarief de verwachte effecten op het gedrag van eindgebruikers is bepaald en vertaald naar vraagverschuiving. De netbeheerders hebben de door Berenschot bepaalde vraagverschuiving vervolgens doorgerekend voor diverse laagspanningsnetten.
Op lange termijn leidt een alternatief nettarief tot reductie van netinvesteringen, ruimtelijke impact en het totale werkpakket Efficiënter netgebruik door een alternatief nettarief resulteert in minder of later benodigde investeringen en minder ruimtelijke impact. Bovendien hoeft er minder werk gelijktijdig te worden verricht, wat bijdraagt aan het maakbaar maken van de energietransitie. De netbeheerder gaat aan de slag in iedere buurt. Hoeveel nieuwe wijkstations er moeten komen verschilt per buurt, maar door tijdsafhankelijke nettarieven wordt het totale werkpakket verminderd. In een gemiddelde buurt hoeven maar drie in plaats van vier nieuwe wijkstations gebouwd te worden om het net klaar te maken voor de toekomst.
Naast een tarief ook andere (technische) maatregelen ten behoeve van opwek noodzakelijk Het tijdsafhankelijke tarief heeft beperkt effect op de terugleverpiek vanwege gebrek aan flexibele vraag tijdens de zonnige uren en omdat in de huidige uitwerking geen terugleveringstarief wordt gehanteerd. Hoewel dit in de toekomst kan veranderen door de toename van airco’s en opslag blijft het belangrijk om ook naar andere typen maatregelen te kijken (bijvoorbeeld aftoppen en slimme sturing). Dit soort maatregelen, in combinatie met een tijdsafhankelijk nettarief, kunnen het aantal benodigde netverzwaringen verder verminderen (zie ook hoofdstuk 7).
16
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Vraagverschuiving door tariefstelselwijziging Illustratief, geaggregeerd voor heel Nederland, 2030
14-03-2030
Nieuw tariefstelsel, met gedragsverandering
10.000
10.000
7.500
7.500
5.000
5.000
MW (geagregeerd)
MW (geagregeerd)
Huidige tariefstelsel, zonder gedragsverandering
EV 2.500
0
Warmtepompen Basislast 1
2
3
4
5
6
7
8
9
10 11
12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23
0
Figuur 2
10)
1
2
3
4
5
6
7
8
9
Uur van de dag Overig
WP - ruimte
Hybride WP - ruimte
WP - water
Voorbeeld van vraagverschuiving door tariefstelwijziging. Grafieken lichten het geaggregeerde profiel van alle woningen in Nederland op één dag uit in 2030.10) De blauwe vlakken vertegenwoordigen elektrische voertuigen (EV), de bruine (hybride) warmtepompen en de grijze de overige elektrische apparatuur.
Gebaseerd op het gemiddelde verbruik en profiel van woningen volgens het IP2024 ‘Klimaat Ambitie’ scenario, zoals ingevoerd in het Energie Transitie Model.
Avondpiek reductie
2.500
Uur van de dag Elektrische apparatuur
Verschuiving naar de ochtend en middag
14-03-2030
EV thuis
EV elders
Origineel
10 11
12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23
17
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Hoge pieken veroorzaakt door thuisbatterijen kunnen mogelijk grotendeels worden voorkomen door een alternatief nettarief Voorgenoemde analyses zijn uitgevoerd zonder rekening te houden met toename in thuisbatterijen, omdat de mate van adoptie zeer onzeker is. Mogelijk zal het aandeel thuisbatterijen in de komende jaren sterk groeien. Ook het aandeel elektrische voertuigen met de mogelijkheid de accu als batterij in te zetten (vehicle-to-grid) zal toenemen. Wanneer batterijen niet gestuurd worden op netimpact zullen zij voornamelijk inspelen op markten zoals de day-aheadmarkt, intradaymarkt of onbalansmarkt. Om inzicht te bieden in wat de ingroei van batterijen (uitgaande van een totale opslagcapaciteit bij huishoudens in 2030 van zo’n 6 GWh) betekent voor netbelasting en in hoeverre een tijdgebonden kWh-tarief daar sturing aan kan geven, hebben we een batterijsimulatie uitgevoerd op geaggregeerd Nederlands niveau waarbij batterijen acteren op de day-aheadmarkt. Een achterliggende veronderstelling is dat richting 2030 een groot deel van de batterijen overstapt van sturing op onbalansmarkten naar de day-aheadmarkt, omdat de eerste sneller verzadigd zal zijn. Vooralsnog is het nog erg onduidelijk hoe zich dit in de praktijk zal ontvouwen.
Het toevoegen van 5,98 GWh aan thuisbatterijen die op de day-aheadmarkt acteren leidt op Nederlands geaggregeerd niveau tot een stijging van de hoogste jaarlijkse vraagpieken met 12,7% en van de terugleveringspieken met 20,1% (zie Figuur 3). Batterijen kunnen dus zonder invoering van een alternatief nettarief tot enorme stijging van de netbelasting leiden. Met een tijdgebonden kWh-tarief dalen deze nieuwe hoogste jaarpieken echter met 8,8% voor levering en met 19,7% teruglevering. Het netto effect van toevoeging van thuisbatterijen in aanwezigheid van een tijdgebonden kWh-tarief, ten opzichte van de situatie zonder batterijen, is dan slechts +2,8% voor leveringspieken en -3,6% voor terugleveringspieken. Een alternatief nettarief zou dus de toename van pieken door thuisbatterijen vrijwel volledig kunnen dempen. Deze uitkomsten zijn in lijn met eerdere thuisbatterijsimulaties11). Wanneer day-aheadprijzen volatieler worden of wanneer batterijen acteren op andere markten die grotere prijsfluctuaties kennen, neemt het dempende effect van een alternatief nettarief af. Richting 2050 zullen extreme situaties, waarbij fluctuaties in de marktprijs die van het nettarief zullen overstijgen, zich vaker voordoen. Het nettarief biedt 11)
Thuisbatterijen in de energietransitie – oktober 2023 (CE Delft).
daarmee een sterke stimulans om hoge (terug)leveringspieken door batterijen te voorkomen, maar geen garantie op het voorkomen van overbelasting. Effect batterijen en nieuw tariefstelsel op jaarpieken Gemiddelde top 10 jaarpieken, geaggregeerd, ETM IP2024 KA, 2030
€ Huidig tariefstelsel Zonder batterijen
MW 12.000
Huidig tariefstelsel Met batterijen
+12,7% 9.088
8.000
10.238
Nieuw tariefstelsel Met batterijen
-8,8% 9.341
+2,8%
van origineel
4.000 Leveringspieken 0 Terugleverpieken -4.000
-5.517
-5.723 -6.873
-8.000 Figuur 3
+20,1%
-19,7%
-3,6%
van origineel
Effect van de opname van batterijen op de hoogste pieken (gemiddelde van de top 10 jaarpieken), en vervolgens het effect van het nieuwe tariefstelsel. De hoogste pieken in (terug)levering nemen toe door de veronderstelde opname van batterijen; dit effect wordt gedempt door het nieuwe tariefstelsel.
18
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Geen garantie op voorkomen van overbelasting, dus technische achtervang blijft belangrijk Alternatieve nettarieven bieden een prijsprikkel waarop vrijwillig gereageerd kan worden. Ze geven daarmee geen zekerheid dat er geen overbelasting meer zal ontstaan of dat er nieuwe pieken op onverwachte tijdstippen zullen plaatsvinden. Een alternatief nettarief moet dus altijd worden bezien in samenhang met andere maatregelen, zoals een technische achtervang in noodsituaties, die gezamenlijk leveringszekerheid waarborgen. Een voorbeeld hiervan is de mogelijkheid om in noodgevallen apparaten met grote vermogens (>3,5kW zoals warmtepompen en laadpalen) te kunnen beperken in hun verbruik, zoals momenteel in Duitsland al is doorgevoerd. Overbelasting ondanks een alternatief nettarief kan bijvoorbeeld ontstaan wanneer er een hoge gelijktijdigheid ontstaat. Dit risico zal gedurende de energietransitie verder stijgen door toenemende elektrificatie en de grotere vermogens van individuele apparaten op het laagspanningsnet. Simulaties voor 2030 zijn daarom ook al uitgevoerd met situaties van extremen die zelden voorkomen. Ook bestaat er een risico dat een alternatief nettarief juist zal leiden tot nieuwe pieken, wanneer er op oorspronkelijke dalmomenten een extra hoge vraag ontstaat.
Verbondenheid van apparatuur en bijkomende automatisering en optimalisering kunnen hier in de toekomst aan bijdragen. Deze automatisering is zeer gewenst, aangezien dit het voor de consument makkelijker maakt om te kunnen acteren. Echter dienen mogelijke nieuwe pieken door hogere synchronisatie en gelijktijdige inzet van apparatuur te worden gemitigeerd.
Reflectie op een (tijdsgebonden) piekvermogentarief Een (tijdsgebonden) piekvermogentarief kan waarschijnlijk in 2030 soortgelijke reducties realiseren. Deze tariefvarianten hebben wel als groot nadeel dat vraag minder ‘verschoven’ zal worden: de vraag op piekmomenten wordt verlaagd en over langere tijd (rondom die piek) uitgesmeerd. Hierdoor verlaagt de piek van het individu, maar verhoogt de gelijktijdigheid tussen gebruikers, met als gevolg even hoge of zelfs hogere pieken dan oorspronkelijk. Anderzijds is er minder risico op het ontstaan van nieuwe pieken op geheel andere momenten, omdat verbruik minder naar een ander moment van de dag wordt verschoven.
GEEN PRIKKEL
WEL PRIKKEL
19
Sturingssignaal Sturingssignaal
2 kW
8 kW
HOOFDSTUK 4
Impact op klein verbruikers
Prijsprikkel
! € € €
18 kW METERKAST
3 kW METERKAST
UIT Sturingssignaal
3-12%
piekreductie
!
20
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Het tijdgebonden kWh-tarief leidt tot een kostenverdeling tussen huishoudens die de verschillen in netgebruik beter weerspiegelt. Kleinverbruikers die het net intensief gebruiken tijdens piekmomenten, worden steviger belast, terwijl kleine kleinverbruikers juist minder gaan betalen. Voor circa twee derde van de huishoudens verbetert de financiële situatie onder het nieuwe stelsel, ten opzichte van wat het in 2030 onder het huidige stelsel zou zijn. Dit betreft ook vaak warmtenetwoningen, waarvoor de elektriciteitsnetkosten kunnen halveren. De kosten van gemiddelde huishoudens met vergaande elektrificatie, zoals EV en (hybride) warmtepompen, nemen toe, maar kunnen aanzienlijk beperkt worden door slimme sturing. Dergelijk handelingsperspectief is van belang voor het draagvlak richting de consument, evenals heldere communicatie. Voor uitzonderingsgroepen is extra aandacht en flankerend beleid benodigd. Voor publieke laadpunten en niet-huishoudelijke aansluitingen is het effect vooralsnog onduidelijker. De businesscase van publieke laadpunten wordt mede-afhankelijk van de mate van gebruik, en slim laden op basis van het nieuwe tariefstelsel kan financieel aantrekkelijk zijn. De voorgestelde tariefrichting pakt zeer verschillend uit voor typen niet-huishoudelijke aansluitingen.
Vooral niet-huishoudelijke klanten met (moeilijk verschuifbare) avondpieken ondervinden negatieve financiële effecten. Ochtend- en middag piekende bedrijven profiteren juist van de daluren.
4.1 Impact op huishoudens 4.1.1
Een tijdgebonden kWh-tarief leidt tot een rechtvaardigere kostenverdeling over huishoudens
In het huidige tariefstelsel stijgen de netkosten voor alle huishoudens in gelijke mate, terwijl de netbelasting van de huishoudens vanwege de energietransitie juist steeds meer diversifieert. Op dit moment betalen vrijwel alle huishoudens in Nederland hetzelfde nettarief van ongeveer € 350,-12) wat gemiddeld zo’n 25-30% van de energierekening beslaat13). Richting 2030 zullen de netwerkkosten voor ieder huishouden met zo’n 82% toenemen tot ongeveer € 638,- (zie figuur 4).14) Dit terwijl de mate waarin verschillende huishoudens het net belasten en daarmee kosten bij de netbeheerder veroorzaken juist steeds meer zal verschillen. Mensen die in een appartement wonen zullen gemiddeld een beperktere toename in elektriciteitsverbruik kennen dan grondgebonden woningen waar veel vaker een warmtepomp of eigen laadpaal aanwezig zullen zijn. Door het nettarief variabel te maken en aan verbruik te koppelen, zal er een herverdeling plaatsvinden van de kosten over consumenten. Daarom analyseren we het effect van een alternatief nettarief op de netkostenverdeling over huishoudens.
12) Tariefbesluiten ACM 2024, ter voorbeeld van Alliander. 13) Berenschot, De energierekening in 2023 en 2035 vergeleken. 14) Aangeleverde informatie Netbeheer Nederland
21
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Opbouw elektriciteitsrekening 2030 in relatie tot een alternatief nettarief De elektriciteitsrekening bestaat uit drie componenten: y kosten vanuit de Rijksoverheid zoals energiebelasting, btw en voorheen opslag duurzame energie (ODE) y kosten vanuit de energieleveranciers voor de verbruikte stroom (per kWh) en vastrecht y kosten vanuit de netbeheerder voor het faciliteren van een verbinding met het elektriciteitsnet. De kosten voor de netbeheerder beslaan in 2023 circa een derde van de totale elektriciteitsrekening15). Hiervan bestaat het grootste deel uit transportkosten, die in het huidige tariefstelsel worden ingevuld door het capaciteitstarief. Deze kosten reflecteren het onderhouden en uitbreiden van de elektriciteitsnetten door de netbeheerders. Daarnaast worden er een aansluitvergoeding en een meettarief in rekening gebracht.
In het voorgestelde tijdgebonden kWh-tarief bestaat een deel van de transportkosten uit een vaste basislast. Het overige deel bestaat uit een variabele component die afhangt van het elektriciteitsverbruik in de tijd. Hoewel de transportkosten per huishouden hierdoor veranderen, zullen de gemiddelde transportkosten die netbeheerders in rekening brengen gelijk blijven of – in het geval dat de resulterende gedragsverandering tot een afname van investeringskosten leidt – dalen.
Jaarlijkse elektriciteitskosten 2030, gemiddelde woning Rijksoverheid
Leverancier
In het huidige tariefstelsel voor kleinverbruikers betaalt men een vast bedrag voor de grootte van de fysieke aansluiting. Vrijwel alle huishoudens betalen voor hun aansluiting (3x25 ampère of kleiner) hetzelfde bedrag. Vanwege de toenemende transportkosten die netbeheerders maken ten behoeve van netverzwaringen en -uitbreidingen, stijgt dit capaciteitstarief met 82% richting 2030 tot een bedrag van €638,07.16)
Netbeheerder
Meettarief Aansluitvergoeding
€ 638
Capaciteitstarief transport
50%
Basislast
€558
Tijdsgebonden component
87%
Hoogte kan gevarieerd worden
€186 €372
67%
Figuur 4 Schematische weergave van de jaarlijkse elektriciteitskosten van een gemiddelde woning in 2030.
15) Berenschot, De energierekening in 2023 en 2035 vergeleken. 16) Aangeleverde informatie Netbeheer Nederland.
22
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Netwerkkosten dalen relatief voor ongeveer twee derde van de huishoudens in
Een grote meerderheid van de huishoudens met een laag inkomen
2030 met een nieuw nettarief; grote, geëlektrificeerde woningen betalen meer.
gaat erop vooruit ten opzichte van netwerkkosten 2030 onder huidige
De overstap van een verbruiks- (kW) naar volumetarief (kWh) zorgt in de regel al voor een andere kostenverdeling. Aangeslotenen met een hoog elektriciteitsverbruik gaan meer betalen voor de elektriciteitsnetwerkkosten (zie figuur 4) dan aangeslotenen met een laag verbruik. Dit vertaalt zich in een kostenverdeling naar type woningen: appartementbewoners gaan in het algemeen lagere netwerkkosten betalen dan bewoners van een vrijstaand huis, vanwege het vaak lagere elektriciteitsverbruik van appartementen17). De modellering suggereert dat bij de huidige uitwerking van het nieuwe tariefstelsel gemiddeld 66%18) van de huishoudens minder betaalt dan de €557,98 per jaar die ze onder het huidige stelsel in 2030 zouden betalen. Voor 46% van de huishoudens loopt dit verschil zelfs op tot meer dan € 100,- per jaar. Voor 34% van de huishoudens zullen de netwerkkosten echter stijgen door het nieuwe tariefstelsel. Omdat de totale netwerkkosten ongeveer gelijk zullen blijven, stijgt voor deze groep het nettarief sterk.
stelsel; hoge inkomens gaan er relatief vaker op achteruit.
Dit betreft voornamelijk bewoners van vrijstaande woningen, 2-onder-1-kapwoningen en hoekwoningen. Voor 18% van de huishoudens stijgt de rekening met meer dan € 200,extra per jaar, bovenop het gemiddelde niveau. Aangezien de totale inkomsten voor de netbeheerder constant moeten blijven, compenseren deze grote kleinverbruikers voor de lagere netkosten van de kleine kleinverbruikers. Wanneer huishoudens in heel Nederland meer dan verwacht zullen reageren op de prijsprikkel of wanneer de adoptie van elektrische apparaten versnelt, zal de kostenverdeling een andere spreiding kennen. Naar verwachting blijft de vorm soortgelijk, alleen verandert de mate waarin huishoudens erop voor- en achteruit gaan ten opzichte van het huidige stelsel. Door het reageren van huishoudens kan het gemiddelde tarief voor alle huishoudens dalen, als gevolg van vermeden/uitgestelde netinvesteringen.
17) Dit betreft het algemene beeld over de verdeling van elektriciteitsverbruik per woningtype. Een appartement met een hoog elektriciteitsverbruik (bijvoorbeeld door een warmtepomp, veel elektrische apparatuur) kan meer gaan betalen onder het nieuwe stelsel. 18) Deze cijfers betreffen een eerste inschatting op basis van de aannames, zie Bijlage 2.
Invoering van een alternatief tariefstelsel heeft als voordeel de kostenreflectiviteit te verbeteren, maar het heeft daarmee impact op de vaste lasten van huishoudens. Met name huishoudens met een laag inkomen vormen een kwetsbare groep, omdat zij vaak niet over de buffer beschikken om aan een onverwacht hoge rekening te kunnen voldoen. Daarom is het relevant om in beeld te brengen wat een tijdgebonden kWh-tarief betekent in de herverdeling van de netwerkkosten (lees: transporttarief) ten aanzien van inkomensgroepen, zodat hier zo nodig compenserende maatregelen voor kunnen worden getroffen. Onderstaande analyse is uitgevoerd op basis van een CBS dataset met verbruikscijfers van inkomensgroepen en aannames over de adoptie van elektrische apparatuur (zie Bijlage 2). Hieruit volgt dat de invoering van een alternatief nettarief al snel honderden euro’s op jaarbasis verschil kan maken voor de rekening van huishoudens. Bovendien blijkt dat huishoudens met een laag inkomen (< € 35.000,- per jaar) er het vaakst en het meest op vooruit gaan ten opzichte van de netwerkkosten in 2030 onder het huidige systeem. Naar schatting gaat 79% er relatief op vooruit, waarvan 61% met meer dan € 100,- per jaar19). Toch is er ook nog een groep van 10% die er meer dan € 200,- per jaar op achteruit gaat.
Het betreft in dergelijke gevallen bijvoorbeeld bewoners van slecht-geïsoleerde woningen, die desondanks zijn uitgerust met een warmtepomp. Bij invoering van een alternatief tariefstelsel is het van belang om juist deze kwetsbare groep goed in beeld te hebben en hier passend beleid voor te ontwikkelen.
19) Let op, dit is relatief ten opzichte van het huidige nettariefstelsel in 2030. De netwerkkosten zullen in 2030 gemiddeld aanzienlijk hoger zijn dan momenteel het geval is. Het kan dus nog steeds zo zijn dat deze huishoudens in 2030 meer betalen dan momenteel het geval is.
23
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Reflectie op een (tijdsgebonden) piekvermogentarief
Verdeling van nieuwe netkosten 2030 (€) over huishoudens Verdeling per woningtype, en inkomensgroep
€ 557,98
2030, huidig stelsel
66% 34%
Aantal huishoudens (#)(x 1000)
1.200
Gaat erop vooruit 26%
Gaat erop achteruit
19% 20% 8%
> €200 €100-200 €0-100 €0-100
1.000
9%
18%
€100-200 > €200
Appartementen Tussenwoning Hoekwoning 2-onder-1 kap Vrijstaande woning
800 600 400 200 0 €0
€ 200
€ 400
€ 600
€ 800
€ 1.000
€ 1.200
€ 1.400
Netkosten (€ per huishouden) Lage inkomens
37%
24% 17% 6%
5%
10%
= 100% van de lage inkomens
Midden inkomens
28%
20% 20% 8%
8%
16%
= 100% van de midden inkomens
Hoge inkomens
17%
16% 23% 10%
10%
25%
= 100% van de hoge inkomens
(<35k besteedbaar inkomen/jaar)
(35-52k besteedbaar inkomen/jaar)
(>52k besteedbaar inkomen/jaar)
Figuur 5
Verdeling van de netwerkkosten onder het nieuwe tariefstelsel, ten opzichte van het capaciteitstarief bij een ongewijzigd stelsel (€ 557,98). Uitgelicht per woningtype en per inkomensgroep (laag, midden, hoog).20)
20) De verdeling van energieverbruik per woningtype en corresponderende aantallen huishoudens en inkomens is gebaseerd op openbare CBS-data. Deze dataset geeft een eerste beeld van de impact. Gezien deze data geaggregeerd zijn op buurtniveau zal de spreiding in werkelijkheid groter zijn. Tevens betreft dit een eerste analyse en is het effect afhankelijk van de mate waarin daadwerkelijk gedragsverandering optreedt.
Ook een (tijdsgebonden) piekvermogentarief leidt waarschijnlijk tot een kostenrechtvaardigere en soortgelijke nieuwe kostenverdeling: kleine kleinverbruikers gaan erop vooruit, grote kleinverbruikers erop achteruit (ten opzichte van de netwerkkosten in 2030 onder het huidige systeem). Wellicht zullen er iets minder extreme uitschieters in tarieven voorkomen bij grote kleinverbruikers, aangezien de piekvraag ondanks hoger verbruik niet extreem zal toenemen. Kleine kleinverbruikers zullen er dan dus ook iets minder op vooruit gaan. Wel is er een iets groter risico op incidenteel hoge rekeningen door bijvoorbeeld een moment van zeer hoog verbruik. Dit brengt vooral voor huishoudens met een laag inkomen risico’s met zich mee.
4.1.2
Situatieschets individuele huishoudens
Een wijziging van het tariefstelsel heeft als doel een financiële prikkel te bieden en daarmee gedragsverandering ten behoeve van efficiënt netgebruik te bewerkstelligen voor aangeslotenen. Als zodanig heeft het zowel financiële gevolgen voor alle aangeslotenen als effect op hun verbruikspatronen. Daarnaast moet worden voorkomen dat een kostenverzwaring ten aanzien van elektrificatie resulteert in een rem op de energietransitie. Om deze verschillende effecten van het tijdgebonden kWh-tarief te kunnen adresseren, lichten we op basis van de casuïstiek van verschillende huishoudens toe hoe het tariefstelsel uitwerkt op de elektriciteitsrekening van consumenten en wat de gevolgen zijn voor de businesscase van enkele (duurzame) technologieën. In grote lijnen zien we dat kleine verbruikers er relatief op vooruit gaan ten opzichte van de netwerkkosten in 2030 onder het huidige stelsel. Zij hebben echter ook een beperkt handelingsperspectief om hun netwerkkosten te beïnvloeden. Grote kleinverbruikers en huishoudens met vergaande elektrificatie gaan doorgaans meer betalen, maar hebben ook de mogelijkheid om hun rekening aanzienlijk te beïnvloeden door op de tariefprikkel te reageren. Voor enkele kwetsbare groepen die vanwege bijvoorbeeld medische apparatuur hun elektriciteitsverbruik niet goed kunnen aanpassen, zal moeten worden nagedacht over flankerend beleid.
Wat betreft verduurzaming van de warmtevoorziening, zal het gebruik van een (hybride) warmtepomp in totale kosten over de levensduur iets duurder worden bij een
24
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
alternatief nettarief. Toch blijft het als verduurzamingsoplossing voor een gemiddelde woning nog steeds goedkoper dan een cv-ketel. Bovendien gaat een gemiddeld huishouden na aanschaf van een hybride warmtepomp nog steeds minder betalen aan de netwerkkosten dan ze zouden doen onder het huidige tariefstelsel. Woningen met een warmtenetaansluiting zullen in de regel lagere nettarieven voor elektriciteit gaan betalen en er daarmee op vooruit gaan. Om op de lange termijn echt handelingsperspectief te bieden, is de ontwikkeling van slimme sturingsapparatuur essentieel. Dit kan versneld ontsloten worden door nu duidelijkheid te bieden over een voornemen tot stelselwijziging en aanvullend na te denken over normering of standaardisering ten aanzien van slimme sturingsapparatuur en -software (zie ook hoofdstuk 7). Modale huishoudens gaan er relatief op vooruit; stapeling van elektrificatie hoeft niet te leiden tot hogere netwerkkosten, mits er slim gestuurd wordt
Van huishoudens wordt verwacht en wordt in sommige gevallen verplicht te verduurzamen. Ook komt het voor dat huishoudens geconfronteerd worden met verduurzamingsmaatregelen, bijvoorbeeld vanuit een woningcorporatie. De vraag is hoe dergelijke elektrificerende ingrepen in de woning de netwerkkosten in het geval van een tijdgebonden kWh-tarief zullen beïnvloeden. Daarom beschouwen we de gevolgen voor de netkosten bij een modaal huishouden dat stapsgewijs elektrificeert. Stap 0. Modaal huishouden in 2030. Een gemiddeld huishouden van twee personen (wonend in een rijtjeshuis, bouwjaar 1946-1965, energielabel B*, elektriciteitsverbruik van 2801 kWh/jaar) en zonder elektrificerende maatregelen, zal bij invoering van een tijdgebonden kWh-tarief ongeveer € 285,-/jaar kwijt zijn aan netkosten, wat een daling van € 273 (-49%) inhoudt ten opzichte van het huidige tariefstelsel21). Omdat het elektriciteitsverbruik van een dergelijk huishouden grotendeels voortkomt uit nietverplaatsbaar verbruik (zoals keukenapparatuur en verlichting), zijn de mogelijkheden om de netkosten verder terug te brengen zeer beperkt (ongeveer € 3,-). 21) Het huidige capaciteitstarief voor een woning in 2030 bedraagt € 522,40/ jaar. Dit is dus exclusief de overige componenten van de netwerkkosten, zoals het meettarief en de aansluitvergoeding, zie Tariefvoorstellen ACM 2024.