CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-228.1 Bijlage Deelbesluit verzoek Wet open overheid

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Ingekomen stukken3.573 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Dijkstraat

11 Postbus 1 6658 ZG Beneden-Leeuwen

Gemeente

www.westmaasenwaal.nl

West

info@westmaasenwaal.nl Telefoon IBAN

Maas

14 0487

NL44

BNGH

en

Waal 0285 009133

(geanonimiseerd) Datum 2 oktober 2024

Ons kenmerk: Z.106543/D. 303261

Uw brief: 26 januari 2024

Bijlage(n): meerdere

Onderwerp: Besluit op

Woo-verzoek

uw

deelbesluit 3

—

(geanonimiseerd)

men ZE

Op 26 januari 2024 hebben wij van u een verzoek op grond ‘Woo’) ontvangen. In dit Woo-verzoek vraagt u om:

van

de Wet open overheid

(hierna:

communicatie,

WhatsApp-berichten,

e-mails

==

M= mm

“1.

Alle informatie

(stukken,

van

ambtenaren

onderling)

oe

opvang

==

2. In het kader

==

verslagen, over

de

interne

besluitvorming

van

college

en

Wamel.

Oekraïne betreffende de locaties Maasbommel

van

veiligheid, risicoanalyse, overcriteria, die gehanteerd worden door het college van (getraumatiseerde) asielzoekers uit onveilige gebieden.” Verder heeft

inclusief alle

van

u

deze

aangegeven

1.

Eerdere

brieven

Met

brieven

21

van

geïnformeerd

B&W

rondom

de

B&W

het huisvesten

aangaande

de

besluitvorming van

“vanaf 2022”.

Hierna

lichten

behandeling Woo-verzoek maart, 6 mei en 10 juni 2024 hebben wij

wij ons besluit

en

de

over

de

over

Woo-verzoek.

uw

van

stukken rondom

informatie te willen ontvangen

Wij besluiten (hoofdzakelijk) positief op procedure toe.

uitgelegd

het

behandeling

2.

Eerste

Op

30

en

hebben

uw

Woo-verzoek.

In

u

de

(via

onze

brief

van

gemachtigde) 6 mei

2024

is

gefaseerd af te handelen door middel van deelbesluiten. In de brief van 10 juni 2024 is het zienswijzeproces toegelicht, evenals het documentonderzoek (daarover hierna meer). Ook is medegedeeld dat naar verwachting uiterlijk 31 juli 2024 het eerste deelbesluit volgt. waarom

wij gekozen

van uw

verzoek

tweede deelbesluit

juli 2024 heeft u van ons het eerste deelbesluit ontvangen en op 3 september 2024 het deelbesluit. In paragraaf 7 van het tweede deelbesluit hebben wij aangekondigd dat er (in ieder geval) een derde deelbesluit volgt over andere documenten die onder de reikwijdte tweede

van

Alphen

uw

Woo-verzoek

Altforst

-

vallen. Dat derde deelbesluit treft

Appeltern

-

Beneden-Leeuwen

u

hierbij

Boven-Leeuwen

aan.

-

Dreumel

Maasbommel

Wamel

3. Reikwijdte en documentonderzoek Op basis van de tekst van uw Woo-verzoek hebben wij documentonderzoek gedaan. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘de Afdeling’ of ‘ABRvS’) volgt namelijk dat de tekst van een Woo-verzoek leidend is voor het antwoord op de vraag welke documenten onder de reikwijdte van het verzoek vallen. 1 Als bepaalde documenten (grotendeels) onder de reikwijdte van een Woo-verzoek vallen, dan moet openbaarmaking van passages in deze documenten die buiten de reikwijdte van het verzoek vallen worden geweigerd. Die passages moeten in dat geval worden weg- of zwartgelakt. 2 Voor de vaststelling van de reikwijdte is verder van belang, dat uw Woo-verzoek in tijd is afgebakend: uw verzoek omvat de periode van 1 januari 2022 tot en met 26 januari 2024 (de datum van uw Woo-verzoek). Informatie die dateert van na uw Woo-verzoek, valt daar niet onder. 3 Zoals vermeld in bovengenoemde brief van 10 juni 2024, is naar aanleiding van uw Wooverzoek binnen de gemeente een ruime uitvraag naar documenten gedaan bij een omvangrijke groep medewerkers die bij de afdelingen Financiën, Communicatie, Juridische Zaken, ICT, Samenleving en Ruimte van de gemeente werkzaam zijn. Deze uitvraag heeft een zeer grote hoeveelheid documenten opgeleverd.

Om die reden heeft de gemeente een extern bureau ingeschakeld om alle ontvangen documenten te analyseren (op dubbelingen en ordenen in digitale werkomgeving, zodat behouden blijven. persoonsgegevens) en te een ze In de brief van 10 juni 2024 is ook vermeld dat de digitale werkomgeving circa 3. 000 documenten bevat. Daarbij is vermeld dat nog werd onderzocht in hoeverre al die documenten ook daadwerkelijk (geheel of gedeeltelijk) onder de reikwijdte van uw Woo-verzoek vallen.

4. Zienswijzen Wij hebben drie zienswijzen van derde-belanghebbenden ontvangen. Hierna lichten wij toe hoe wij met deze zienswijzen zijn omgegaan in ons besluit. 5. Besluit Wij besluiten bijna volledig positief op uw Woo-verzoek. Samengevat maken wij bijna alle documenten die onder de reikwijdte van uw Woo-verzoek vallen openbaar, met uitzondering van daarin opgenomen persoonsgegevens en bepaalde financiële gegevens en persoonlijke

1 Zie bijv. ABRvS 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:98, r. o. 3. 1. NB Deze rechtspraak is gewezen onder de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Wob is per 1 mei 2022 opgevolgd door de Woo. De aangehaalde rechtspraak geldt echter ook onder de Woo. Ook onder de Woo vormt het verzoek (en de daaraan in art. 4. 1 lid 1 Woo gestelde eisen) het uitgangspunt voor de beoordeling en het onderzoek door het bestuursorgaan. Hetzelfde geldt voor de rechtspraak die hierna wordt aangehaald. 2 Zie bijv. ABRvS 14 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:774, r. o. 23-23. 1 en ABRvS 23 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3410, r. o. 7-7. 2. 3 Zie bijv. ABRvS 23 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2276, r. o. 16. 1 en ABRvS 8 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:922, r. o. 4. 4. 4-4. 4 5.

2

beleidsopvattingen. Wij verwijzen u naar de bijgevoegde inventarislijst voor een opsomming van de documenten. Bij de informatie die in de documenten is weggelakt, is een code vermeld. Onderaan deze brief vindt u een overzicht van deze codes, met een uitleg over de bijbehorende grondslagen in de Woo. In de volgende

paragraaf lichten wij ons besluit nader toe. Voor zover wij de ontvangen zienswijzen van derde-belanghebbenden niet volledig hebben gevolgd, benoemen wij dat hierna uitdrukkelijk. 6.

Motivering

A. Algemeen Uitgangspunt van de Woo is dat bij de overheid aanwezige publieke informatie in beginsel openbaar is. Er bestaan echter wettelijke uitzonderingen op het beginsel dat publieke informatie openbaar is. Deze wettelijke uitzonderingen kunt u terugvinden in artikel 5. 1 en 5. 2 van de Woo. De volledige tekst van de Woo is te raadplegen via:

https://wetten. overheid. nl/BWBR0045754/2023-04-01. Daarnaast kent de Woo geen beperkte vorm van openbaarmaking. Dit betekent dat openbaarmaking van de gevraagde documenten uitsluitend aan u niet mogelijk is. Wanneer de betreffende documenten aan u worden verstrekt, moeten wij deze ook aan anderen verstrekken als zij daar om verzoeken. Ook mogen wij die documenten en het Woo-besluit (geanonimiseerd) digitaal - voor iedereen openbaar - publiceren. Verder heeft volgens vaste rechtspraak de plicht tot openbaarmaking op grond van de Woo géén betrekking op informatie die al openbaar is. Met andere woorden: informatie die al openbaar is, valt niet onder de werking van de Woo en kan dus niet nogmaals openbaar gemaakt worden. 4 B. Reikwijdte van uw Woo-verzoek In paragraaf 3 hierboven hebben wij uitgelegd hoe de reikwijdte van een Woo-verzoek moet worden vastgesteld en hoe wij de reikwijdte van uw verzoek hebben bepaald. In diverse documenten op de inventarislijst zijn passages die buiten de reikwijdte van uw verzoek vallen weggelakt, onder vermelding van de code T.

Reactie op zienswijze derde-belanghebbende 4 Deze derde-belanghebbende heeft kenbaar gemaakt het niet eens te zijn met de voorgenomen gedeeltelijke openbaarmaking van de documenten die op hem betrekking hebben. Concreet gaat het om e-mails waarin alle persoonsgegevens van de derdebelanghebbende zijn weggelakt. Ter onderbouwing heeft de derde-belanghebbende aangevoerd er geen bezwaar tegen te hebben als de correspondentie tussen hem en de

4 Zie bijv. ABRvS 25 mei 2016, ECLI:NLRVS:2016:1387, r. o. 3; ABRvS 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4257, r. o. 4. 1; ABRvS 12 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1002, r. o. 8. 1. 3 en ABRvS 17 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2596, r. o. 8. 4.

3

gemeente West

Maas en Waal inzake opvang van Oekraïners openbaar wordt gemaakt, op voorwaarde dat deze dan compleet/volledig wordt gedeeld en niet een selectie. Voor zover de derde-belanghebbende meent dat wij (bewust) slechts een deel van alle documenten die op hem betrekking hebben openbaar willen maken, volgen wij de zienswijze niet. Zoals gezegd, handelen wij het Woo-verzoek in kwestie gefaseerd af door middel van deelbesluiten. Met dit derde deelbesluit hebben wij nog niet op alle verzamelde documenten een besluit genomen. Indien daartussen meer documenten zitten die van deze derdebelanghebbende afkomstig zijn of op hem betrekking hebben, en die documenten vallen onder de reikwijdte van het Woo-verzoek, dan komen deze documenten in het vervolg van de Wooprocedure aan bod. In dit geval zal deze derde-belanghebbende opnieuw de gelegenheid krijgen om een zienswijze te geven, vóórdat wij een deelbesluit nemen. In paragraaf 9 hierna staat meer informatie over het vervolg van de Woo-procedure.

C. Bescherming van bijzondere persoonsgegevens Op grond van artikel 5. 1 lid 1 onder d van de Woo (code ‘D’) blijft het openbaar maken van informatie achterwege voor zover het gaat om bijzondere persoonsgegevens opgenomen in paragraaf 3. 1 en 3. 2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming. Op deze hoofdregel bestaan twee uitzonderingen: als de betrokkene uitdrukkelijk toestemming deze heeft gegeven voor openbaarmaking van persoonsgegevens of als deze persoonsgegevens kennelijk door de betrokkene openbaar zijn gemaakt. Het gaat in dit geval om een zogeheten absolute uitzonderingsgrond. Dit betekent dat wij geen belangenafweging mogen

maken.

Enkele documenten bevatten gegevens over de gezondheid van concrete personen. Dergelijke bijzondere persoonsgegevens mogen wij in principe niet openbaar maken. Omdat bovenstaande twee uitzonderingen zich in dit geval niet voordoen, zijn wij verplicht om deze gegevens weg te lakken, onder vermelding van de code ‘D’. Bescherming economische of financiële belangen Op grond van artikel 5. 1 lid 2 onder b van de Woo (code ‘G’) blijft verstrekking van informatie achterwege voorzover het belang daarvan niet opweegt tegen het belang dat de economische of financiële belangen van de overheid worden beschermd. D.

Diverse documenten bevatten gegevens die de financiële belangen van de gemeente West Maas en Maal concreet kunnen schaden, indien zij openbaar zouden worden gemaakt. Deze gegevens, vooral geldbedragen, maken deel uit of zijn het resultaat van onderhandelingen en geven inzicht in of zijn herleidbaar tot de strategie van de gemeente. Openbaarmaking van deze gegevens zou de (toekomstige) onderhandelingspositie van de gemeente ernstig benadelen. Andere marktpartijen kunnen hun onderhandelingspositie op deze informatie afstemmen, ten nadele van de gemeente. Dit vinden wij ongewenst. Daarom hebben wij besloten om deze gegevens niet openbaar te maken en weg te lakken, onder vermelding van

de code ‘G’. E.

Eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer

4

Op grond van artikel 5. 1 lid 2 onder e van de Woo (code ’J’) blijft verstrekking van informatie achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het belang dat de persoonlijke levenssfeer wordt geëerbiedigd. Verschillende

documenten bevatten waaronder persoonsgegevens, namen, telefoonnummers, e-mailadressen en handtekeningen van medewerkers. Wij zijn van oordeel dat het belang van de eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer, zwaarder moet wegen dan het belang van openbaarheid. Het weglakken van voornoemde persoonsgegevens (onder vermelding van de code ‘J’) doet in dit geval geen afbreuk aan de bruikbaarheid en leesbaarheid van de documenten. Openbaarmaking van deze informatie kan daarentegen leiden tot aantasting van de persoonlijke levenssfeer van de personen in kwestie, omdat zij daardoor ongewenst kunnen worden benaderd. Daarbij is van belang dat het hier niet gaat om het verstrekken van deze persoonsgegevens aan u, maar om openbaarmaking van die gegevens in de zin van de Woo, oftewel openbaarmaking voor eenieder.

Waar het gaat om namen is nog het volgende van belang. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling dat het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zich verzet tegen openbaarmaking medewerkers van namen van (van zowel overheidsinstanties als ondernemingen) die niet wegens hun functie in de openbaarheid treden, tenzij de indiener van het Wob-/Woo-verzoek aannemelijk heeft gemaakt dat het belang van de openbaarheid in een concreet geval zwaarder weegt. 5 Daar is in dit geval geen sprake van. Wij hebben daarom de namen van ambtenaren en medewerkers van ondernemingen die niet uit hoofde van hun functie in de openbaarheid treden, weggelakt. Tot slot volgt uit rechtspraak van de Afdeling dat naast de namen van dergelijke medewerkers, ook overige functionele informatie die tot identificatie van hen kan leiden, zoals adressen, e-mailadressen, niet openbaar hoeft handtekeningen, functies, telefoonnummers en te worden gemaakt. 6 Reactie op zienswijze derde-belanqhebbende 3 Deze derde-belanghebbende heeft, met een beroep op artikel 5. 1 lid 2 onder e van de Woo, verzocht om aanvullend een drietal woorden weg te lakken in de hem betreffende documenten. Hierbij gaat het om (delen van) de namen van twee organisaties. In afwijking van deze zienswijze hebben wij deze woorden niet weggelakt.

Deze namen zijn namelijk geen persoonsgegevens onder de Woo, want niet direct herleidbaar tot een of meerdere natuurlijke personen. Anders dan natuurlijke personen, kennen rechtspersonen ook geen persoonlijke levenssfeer als bedoeld in artikel 5. 1 lid 2 onder e van de Woo. 7 F.

Bescherming van andere concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens Op grond van artikel 5. 1 lid 2 onder f van de Woo (code ‘K’) blijft verstrekking van informatie achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het belang van de bescherming 5 Zie bijv. ABRvS 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:321, r. o. 3. 2 en ABRvS 17 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1231, r. o. 7. 2. NB Deze uitspraken hebben betrekking op art. 10 lid 2 onder e van de Wob. Onder de Woo is die bepaling voortgezet in art. 5. 1 lid 2 onder e van de Woo. Deze rechtspraak is daarmee nog steeds relevant. 6 Zie bijv. ABRvS 21 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3788, r. o. 11-11. 1, ABRvS 30 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1408, r. o. 10-10. 1. 1 en ABRvS 14 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3745, r. o. 8. 5. 7 Zie bijv. ABRvS 28 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:903, r. o. 8. 2.

5

van andere

bedrijfs-

dan in artikel 5. 1 lid 1 onder c van de Woo genoemde concurrentiegevoelige Denk hierbij aan concurrentiegevoelige gegevens van en fabricagegegevens.

ondernemingen. In diverse documenten zijn concurrentiegevoelige bedrijfsgegevens opgenomen die betrekking hebben op financiële afspraken. Deze gegevens, vooral geldbedragen, maken deel uit of zijn het resultaat van onderhandelingen en geven inzicht in of zijn herleidbaar tot de strategie van de betrokken onderneming. Openbaarmaking van die gegevens kan leiden tot benadeling van de concurrentiepositie/-belangen van de onderneming. Concurrenten kunnen met deze informatie hun voordeel doen, bijvoorbeeld bij (toekomstige) onderhandelingen met de gemeente waarbij zij hun onderhandelingsstrategie op deze informatie kunnen afstemmen ten nadele van de onderhandelingspositie van de betrokken onderneming. Dit vinden wij onwenselijk. Wij zijn dan ook van mening dat het belang van bescherming van deze concurrentiegevoelige gegevens, zwaarder moet wegen dan het belang van openbaarheid. Om die reden hebben wij deze gegevens weggelakt, onder vermelding van de code ‘K’. Voor de duidelijkheid merken wij op dat voor alle gegevens die zijn weggelakt onder vermelding van code ‘K’, óók code ‘G’ geldt (code ‘G’ is hierboven besproken). Technisch bleek het niet mogelijk om bij de bewerking van de documenten beide codes gezamenlijk te

vermelden. G. Persoonlijke beleidsopvattingen bestemd voor intern beraad Op grond van artikel 5. 2 lid 1 van de Woo (code ‘R’) wordt geen informatie verstrekt over persoonlijke beleidsopvattingen opgenomen in documenten die zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad. Onder persoonlijke beleidsopvattingen worden verstaan ambtelijke standpunten overwegingen ten behoeve adviezen, visies, en van intern beraad, niet zijnde feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen van een bepaald beleidsalternatief of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling dat een bestuursorgaan in een document bestemd voor intern beraad, per zelfstandig onderdeel van dat document (zoals alinea’s) moet beoordelen of dat onderdeel persoonlijke beleidsopvattingen bevat. Als dat het geval is, dan moet het bestuursorgaan vervolgens beoordelen of dat onderdeel (a) ook feitelijke gegevens bevat en (b) of die feitelijke gegevens zodanig zijn verweven met de persoonlijke beleidsopvattingen, dat ze niet van elkaar zijn te scheiden. Bij verwevenheid mag het bestuursorgaan het gehele onderdeel weigeren, dus ook de feitelijke gegevens. Een bestuursorgaan hoeft niet binnen een zelfstandig onderdeel van een document, per zin of zinsdeel te bepalen of verwevenheid een weigering kan rechtvaardigen. 8 Op

de

inventarislijst

staan

verschillende documenten waarin alinea’s/onderdelen zijn weggelakt onder vermelding van de code 'R’. Deze alinea’s/onderdelen bevatten adviezen, visies, standpunten en/of overwegingen ten behoeve van intern beraad afkomstig van ambtenaren. Daar waar deze alinea's ook feitelijke gegevens bevatten, zijn deze gegevens 8 Zie bijv. ABRvS 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:314, r. o. 5. 2, ABRvS 10 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3299, r. o. 3. 2 en 3. 5 en ABRvS 17 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1231, r. o. 8. 1-8. 2. NB Deze uitspraken hebben betrekking op art. 11 lid 1 van Wob. Onder de Woo is die bepaling voortgezet in art. 5. 2 lid 1 van de Woo. Deze rechtspraak is daarmee nog steeds relevant.

6

dermate nauw met voornoemde persoonlijke beleidsopvattingen verweven dat ze niet van elkaar zijn te scheiden. Zoals hierboven toegelicht, mogen die feitelijke gegevens dus worden

weggelakt. Tot slot merken wij op dat wij er in dit geval niet voor hebben gekozen om gebruik te maken van onze bevoegdheid in artikel 5. 2 lid 2 van de Woo, namelijk om in geanonimiseerde vorm over persoonlijke beleidsopvattingen informatie te verstrekken. Dit lichten wij toe. Waar het gaat om persoonlijke beleidsopvattingen van de betrokken ambtenaren, vinden wij het van groot belang dat zij de vrijheid hebben om ongehinderd hun bijdrage te leveren aan de beleidsvoorbereiding of uitvoering. Daarvoor moeten zij volgens ons volstrekt vrij en vertrouwelijk functioneel met elkaar kunnen communiceren. Dit ten behoeve van optimale advisering, besluitvorming en uitvoering in het maatschappelijk belang. Dat doel wordt in dit geval volgens ons niet gediend met het in geanonimiseerde vorm verstrekken van informatie over hun persoonlijke beleidsopvattingen. Daarbij is voor ons van belang dat het om een actuele kwestie gaat, waar een beperkte kring van ambtenaren bij is betrokken. Het risico bestaat dus dat deze ambtenaren bij anonieme openbaarmaking toch achterhaald worden. Relevant is verder dat wij (in dezelfde documenten) veel informatie wél openbaar hebben gemaakt. 7.

Wijze van openbaarmaking Zoals gezegd, hebben wij de ontvangen zienswijzen van enkele derde-belanghebbenden over ‘hun’ documenten niet volledig gevolgd. Daarom hebben wij besloten om uitsluitend voor die documenten toepassing te geven aan de uitqestelde verstrekking zoals opgenomen in artikel 4. 4 lid 5 van de Woo. Dit om die specifieke derde-belanghebbenden in de gelegenheid te stellen feitelijke openbaarmaking desgewenst tegen te gaan.

Concreet betekent dit dat u samen met dit besluit bijna alle openbaar gemaakte documenten ontvangt, met uitzondering van de documenten die betrekking hebben op bovengenoemde derde-belanghebbenden. Die laatste documenten ontvangt u in principe na afloop van twee weken na de dagtekening van dit besluit. Deze termijn van twee weken is in artikel 4. 4 lid 5 van de Woo bepaald. Als derde-belanghebbenden de openbaarmaking willen tegengaan, dan moeten zij tijdig - dat wil zeggen binnen twee weken na dagtekening van dit besluit - een bezwaarschrift bij ons indienen én een verzoek om voorlopige voorziening indienen bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland. Mocht er géén verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend, dan worden de documenten na verloop van de termijn van twee weken aan u verstrekt. Mocht er wél bezwaar worden gemaakt en een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend, dan stellen wij u daarvan op de hoogte. Alle documenten worden u digitaal toegezonden, zoals in uw Woo-verzoek verzocht.

8.

Afschrift Woo-besluit aan derde-belanghebbenden 7

Een

afschrift

hebben

van

dit besluit zenden

ingediend.

wij

Vervolg gefaseerde besluitvorming

Net

als het eerste

deel

van

geval)

tweede

en

de documenten vierde

informatie

Mocht

u

deelbesluit,

die onder de

deelbesluit

derde deelbesluit zullen Meer

derde-belanghebbenden

Artikel 4.4 lid 6 van de Woo vereist dit van

9.

een

de

aan

over

heeft dit derde

reikwijdte van

deelbesluit slechts

vragen

> <snaasern wal. |

06

hebben,

betrekking op een

vallen.

Over de aanpak

wij u op een later moment afzonderlijk

aanleiding van deze brief nog (geanonimiseerd) ON naar

zienswijze

een

ons.

uw Woo-verzoek

andere documenten.

die

Er

volgt (in ieder van

dat

opnemen

met

bezwaar te maken

dient

en

planning

informeren.

dan

kunt

u

contact

(geanonimiseerd) NN

(geanonimise rd) Bent u

u

een

uitlegt

het niet eens met dit besluit? Dan bezwaarschrift in waarom

u

het

bij

het

niet

eens

kunt

u

daartegen

bezwaar maken. Om

bestuursorgaan bent met

(https://www.westmaasenwaal.nl/bezwaar/)

dat dit besluit heeft genomen. Dit is een brief waarin u het besluit. U moet uw bezwaarschrift schriftelijk of digitaal binnen

6 weken

na

de

dag

van

verzending

van

dit besluit

indienen. In het bezwaarschrift moet

volgens

artikel 6:5

van

de

Algemene

wet

bestuursrecht

(Awb)

het volgende

staan: -

-

-

__uw naam

en

adres;

de datum

van

uw

van -

bezwaarschrift;

_ omschrijving van het besluit waartegen u bezwaar maakt. Als het mogelijk is stuurt u een kopie het besluit mee; u het niet eens

waarom

-__uw

bent met het besluit,

en

handtekening.

Voorlopige voorziening aanvragen Heeft u bezwaar gemaakt? Dan moet u wachten op de beslissing van het bestuursorgaan. In sommige gevallen kunt u daar niet op wachten. U kunt dan bij de rechter een verzoek om een voorlopige voorziening indienen. Met een voorlopige voorziening vraagt u een voorlopige beslissing van de rechter. U dient uw verzoek in bij de Rechtbank Gelderland, afdeling bestuursrecht (Postbus 9030, 6800 EM Arnhem). Voor het aanvragen van een voorlopige voorziening betaalt u griffierecht. Meer informatie hierover ontvangt u van de rechtbank.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14627860/1