CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-176.4 Bijlage Zienswijzen Begroting 2025 met reactie ODR - Vastgesteld

Gemeenteraad 12 september 2024, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Ingekomen stukken4.307 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactie n.a.v. zienswijzen Programmabegroting 2025 Deelnemer

Inhoud zienswijze

Reactie

Buren.

Zienswijze:

Reactie per punt:

Getekende zienswijze ontvangen

1. In de zienswijze op de kadernota hebben wij u verzocht om bij het opstellen van de begroting 2025 om met realistische ramingen voor loon- en prijsstijgingen te komen en bij voorkeur geen nieuw beleid op te nemen. Inmiddels is duidelijk dat alle loon- en prijsstijgingen niet voor 100% gecompenseerd worden uit het gemeentefonds. En willen wij u nogmaals verzoeken om terughoudend te zijn met uw (nieuwe) uitgaven.

1. De ODR begrijpt de financiële situatie van de deelnemers en denkt hier proactief in mee. Daarom zijn er in de begroting 2025 al besparingen van € 680.000 ingeboekt waardoor de deelnemersbijdragen konden worden verlaagd. Ook in de toekomst zullen we ons hierin proactief opstellen.

2. De focus van de ODR lijkt te liggen op het verhogen van de omzet op het gebied van milieutaken. Daartoe doet de ODR onderzoek naar allerlei diensten die zij zouden kunnen aanbieden op dit gebied. Gewaakt moet worden voor het opzetten van diensten enkel met het doel meer omzet te genereren en die wel personele capaciteit vragen, maar weinig toevoegen aan de dienstverlening. Kijk daarbij vooral naar diensten die een positieve werking hebben op het dienstverlengingspakket.

2. Dit is precies de insteek die ODR bij haar aanpak kiest. Uit een groslijst van ideeën zijn die ideeën geselecteerd die meerwaarde voor de gemeente opleveren. Die meerwaarde kan bestaan uit bundelen van kennis, efficiencywinst door taken voor meerdere gemeenten uit te voeren, integraliteit van aanpak, uitnutten van kennis die slechts beperkt bij gemeenten aanwezig is of oplossen van kwetsbaarheden door beperkte bezetting van taken.

3. Waar de ODR wel de focus legt op de omzetnorm m.b.t. de robuustheidscriteria blijft de communicatie rond de personeelsnorm - die het ministerie stelt in de robuustheidscriteria - al geruime tijd achter. De ODR voldoet al geruime tijd niet aan de norm en dat is in de dagelijkse praktijk eerder merkbaar. Het percentage medewerkers in vaste dienst blijft steken onder de norm van 80% en het verloop is merkbaar, waardoor het gevaar bestaat dat kennis wegvloeit uit de ODR, communicatie hapert en de verwerking van dossiers vertraagt raakt. Hoewel de ODR zelf denkt op korte termijn toch aan de norm te voldoen, geven de huidige arbeidsmarkt en ervaringen met het personeelsverloop afgelopen maanden een ander beeld. Zienswijze:

3. Het verloop in personeel is een bron van zorg, ook voor ODR. Het is een weerbarstig probleem waar alle overheidsinstanties mee worstelen. ODR is op verschillende manieren actief op dit gebied. De inzet van HRM op werving en selectie is geïntensiveerd, er zijn landelijke en Gelderse arbeidsmarktcampagnes ingezet en met een arbeidsmarktimpuls is gewerkt aan de aantrekkelijkheid van het arbeidsvoorwaardenpakket. De inhuurmarkt is aan het wijzigen waardoor deze voor werknemers minder aantrekkelijk is dan voorheen. Wij zien een positieve tendens met een groei in het aantal vaste medewerkers in eerste halfjaar 2024.

1. Allereerst onze complimenten delen ten aanzien van de volledigheid en de leesbaarheid van de stukken. Zowel de ontwerp-jaarstukken 2023 als de ontwerp-programmabegroting 2025 zijn prettig leesbaar, geven transparant inzicht in de gemaakte keuzes en gehanteerde principes en zijn volledig ten aanzien van de inhoud.

1. Met dank voor de complimenten. Verder geen reactie noodzakelijk.

2. Culemborg staat grotendeels positief ten aanzien van de ontwerp-begroting 2025.

2. Geen reactie noodzakelijk.

3. Op 31 oktober 2023 heeft Culemborg via brief met kenmerk GZDGCB1166566/1186775 haar gedachten meegegeven voor de kaderbrief 2025. In die brief is de volgende (cursief weergegeven) passage opgenomen:

3. Bij de ODR zijn er slechts twee momenten per jaar waarop de begroting wordt gewijzigd: bij de begroting en bij de bestuursrapportage. De ODR heeft als uitgangspunt dat het haar deelnemers altijd zo vroeg mogelijk informeert over financiële afwijkingen, zodat de deelnemers deze ook kunnen meenemen in hun eigen financiële rapportages. Daarbij speelt mee dat in de huidige financieringsvorm alle kosten moeten worden versleuteld in het ODRuurtarief. Op het moment dat veel financiële afwijkingen pas bij de bestuursrapportage worden gerapporteerd, is de kans groter dat het uurtarief gedurende het jaar moet worden gewijzigd. Dat is geen gewenste situatie.

Culemborg Getekende zienswijze ontvangen

Voor de prijsontwikkeling dient aansluiting te worden gezocht bij de door het CPB opgestelde ‘prijsindex nationale bestedingen’ die in de septembercirculaire zijn opgenomen. Alleen indien voor specifieke kostencategorieën andere indexeringspercentages gelden, kan worden afgeweken van het algemene indexeringspercentage en worden de marktconforme kostenstijgingen in de begrotingscijfers verwerkt. Het achteraf met terugwerkende kracht corrigeren van prijsontwikkelingen achten wij daarbij niet opportuun. Eventuele knelpunten die ontstaan, omdat de werkelijke prijsontwikkeling zich gedurende een jaar anders ontwikkelt dan de in de begroting opgenomen ramingen, dienen naar onze mening te worden gemeld via de tussentijdse voortgangsrapportages, met in het geval van een negatieve afwijking ook een dekkingsvoorstel. In de ontwerp-programmabegroting ODR 2025 corrigeert u de loonindexatie voor het jaar 2024 achteraf met een percentage van 0,66 %. Dit is in strijd met de richtlijn die wij in de bewuste brief hebben meegegeven. Om deze reden kan Culemborg niet instemmen met dit onderdeel van de programmabegroting 2025.

Reactie per punt:

4. Culemborg kan verder instemmen met het voorstel van de ODR, maar geeft nog de volgende overwegingen mee:

4.

- De bijdrage die de gemeente Culemborg in 2025 moet betalen stijgt met ca. 6 % t.o.v. 2024. Deze stijging is het gevolg van de gehanteerde loon- en prijsindexaties. Een kostenstijging van 6 % is fors. Deze kostenstijging zal in 2025 voor de gemeente over de volle breedte (gemeente + alle GR-en) met vergelijkbare cijfers gaan ontstaan. Wij kunnen nu nog niet overzien wat dit voor de gemeentelijke begroting van 2025 gaat betekenen. De voorbereidingen voor de gemeentelijke begroting zijn onlangs gestart. We verwachten dat deze stijging geen pas houdt met een stijging van de gemeentelijke inkomsten en dat betekent dat we in de gemeentelijke begroting keuzes zullen moeten gaan maken. Dit kan betekenen dat we bij de invulling van het werkprogramma 2025, dat de basis zal vormen voor het resultaat dat we over 2025 gaan maken, een bepaalde terughoudendheid moeten betrachten. Dit doet overigens nu niets af aan de kwaliteit van en de opbouw van de voorliggende ontwerp-programmabegroting.

-

- Net als veel andere gemeenten in Nederland hebben wij te maken met een negatief financieel perspectief. De belangrijkste reden van ons negatief financieel perspectief zijn de verminderde inkomsten vanuit het gemeentefonds. Wij worden hiermee geconfronteerd en zijn dan ook helaas genoodzaakt om scherpe keuzes te maken. Hierbij moeten we ook bekijken welke gevolgen dit heeft voor onze GR’en. Wij vinden dit een vervelende boodschap, maar het kan niet zo zijn dat degemeenten fors moeten bezuinigen en de GR’en op een ‘normale’ wijze doorgaan. De GR’en zijn wij, in goede en in slechte dagen. In de komende periode willen we onderzoeken welke mogelijkheden er zijn en vragen wij u om met scenario’s te komen. Hierbij vragen we om te kijken naar mogelijkheden op het gebied van overhead, bedrijfsvoering en de niet wettelijke taken. Daarnaast kunnen wij alleen die kosten doorberekenen waarvoor wij vanuit het rijk worden vergoed. Wij willen dit gesprek uiteraard graag samen met u en de andere gemeenten uit de regio Rivierenland voeren. Het is van belang om dit gesprek binnenkort te starten. Het is van belang om dit gesprek binnenkort te starten zodat (eventuele) maatregelen meegenomen worden bij de kadernota 2026 en verwerkt in de begroting 2026.

- De ODR begrijpt de financiële situatie van de deelnemers en denkt hier proactief in mee. Daarom zijn er in de begroting 2025 al besparingen van € 680.000 ingeboekt waardoor de deelnemersbijdragen konden worden verlaagd. Op het gebied van overhead/bedrijfsvoering zien we verder geen financiële ruimte.

- Het voorgaande heeft ook invloed op het vastgestelde plan van aanpak Robuustheid. Via uitvoering van het plan van aanpak Robuustheid zullen de mogelijkheden worden onderzocht om de omzet van de milieugerelateerde taken te verhogen. Dat lijkt in eerste instantie op gespannen voet te staan met onze wens om de gemeentelijke bijdrage aan de GR ODR te beheersen. Extra bijdragen vanuit de gemeente aan taken voor de ODR (om te gaan voldoen aan de omzeteis van 16,5 miljoen euro) kunnen alleen maar worden gevonden als daar voor de gemeente minimaal een even grote besparing tegenover staat. Met deze randvoorwaarde zullen wij ons inzetten voor het plan van aanpak Robuustheid.

-

Maasdriel

Zienswijze:

Reactie per punt:

Getekende zienswijze ontvangen

1. De ingezette kostenbesparing in 2025 is grotendeels structureel gebleken en verwerkt in de voorliggende begroting. De bijdrage voor Maasdriel wordt hoofdzakelijk op uurbasis in rekening gebracht op basis van de werkelijk verrichte prestaties. De begroting 2025 is gebaseerd op het overeengekomen werkprogramma 2024. Daarin is een lagere inzet van ODR voor Maasdriel voorzien. Daardoor valt de gevraagde bijdrage lager uit, Ondanks een gewogen indexering van 6,1%. De realisatiecijfers over het 1e kwartaal van 2024 lijken dat beeld niet te bevestigen, maar te wijzen op een hogere inzet. Het risico bestaat dat de nu opgenomen bijdrage dus te laag zal zijn wanneer het werkprogramma 2025 moet worden

1. Elke maand levert de ODR een cijfermatige rapportage aan richting elke deelnemer, die de realisatie weergeeft ten opzichte van hetgeen begroot is in het werkprogramma. Daarnaast wordt er 3 maal per jaar een uitgebreidere verklarende managementrapportage opgesteld. Op deze wijze kan de ontwikkeling periodiek gemonitord worden. Bij het opstellen van het (concept-)werkprogramma 2025 in dit najaar, nemen we de realisatie over de eerste 8 maanden van 2024 als basis mee voor de raming van 2025.

In het door het AB vast te stellen Productenboek 2025 staat per product aangeven of er een wettelijke basis ligt voor dat product, en zo ja waar die vastligt. In het najaar starten we met het opstellen van het concept werkprogramma 2025 per gemeente. Dat is dan ook het moment waarop de gemeente keuzes kan maken over welke producten zij af wil gaan nemen in het volgende jaar. En hoe ze om wil gaan met niet wettelijke producten. Deze producten zijn vaak opgenomen als maat- en meerwerk. De betreffende werkzaamheden hebben veelal betrekking op advisering bij ruimtelijke plannen, specifieke projecten, complexe dossiers of gemeentelijke ambities op bepaalde beleidsterreinen.

In het door het AB vast te stellen Productenboek 2025 staat per product aangeven of er een wettelijke basis ligt voor dat product, en zo ja waar die vastligt. In het najaar starten we met het opstellen van het concept werkprogramma 2025 per gemeente. Dat is dan ook het moment waarop de gemeente keuzes kan maken over welke producten zij af wil gaan nemen in het volgende jaar. En hoe ze om wil gaan met niet wettelijke producten. Deze producten zijn vaak opgenomen als maat- en meerwerk. De betreffende werkzaamheden hebben veelal betrekking op advisering bij ruimtelijke plannen, specifieke projecten, complexe dossiers of gemeentelijke ambities op bepaalde beleidsterreinen.

De meerwaarde van dienstverlening is precies de insteek die ODR bij haar aanpak kiest. Uit een groslijst van ideeën zijn die ideeën geselecteerd die meerwaarde voor de gemeente opleveren. Die meerwaarde kan bestaan uit bundelen van kennis, efficiencywinst door taken voor meerdere gemeenten uit te voeren, integraliteit van aanpak, uitnutten van kennis die slechts beperkt bij gemeenten aanwezig is of oplossen van kwetsbaarheden door beperkte bezetting van taken. Of en in hoeverre dit algeheel kostenneutraal kan plaatsvinden is nu nog niet te zeggen. Daarbij kunnen de deelnemende gemeenten ook afwegen wat het voortbestaan van een nabije, zelfstandige en gebiedscongruente omgevingsdienst waard is.

opgesteld. Wij verzoeken u deze trend te blijven monitoren en hier rekening mee te houden bij het opstellen van het werkprogramma 2025. Het huidige berekende weerstandsvermogen lijkt voldoende om de gekwantificeerde risico’s op te vangen. Echter zijn er ontwikkelingen die risico/s met zich meebrengen die op dit moment niet in geld vertaald kunnen worden en geen deel uitmaken van het benodigde weerstandsvermogen: 2. Op 1 januari 2024 de Omgevingswet en de Wkb ingegaan Complexe wetgeving die om een lange intensieve voorbereiding hebben gevraagd. Inmiddels geeft de eerste indruk aan dat het best goed gaat en er vooralsnog geen grote problemen zijn. Het is vooralsnog onduidelijk wat deze wetten betekenen op de lange termijn. Belangrijk is om de uitvoering te monitoren en meer inzicht te geven op de financiële impact op lange termijn.

2. Monitoring en evalueren zijn belangrijke onderdelen bij de implementatie en het werken in de geest van de Omgevingswet. De evaluaties hebben als doel om te bepalen of bijstelling van bijvoorbeeld werkafspraken nodig is. Omdat dit kan gelden voor zowel werkprocessen als financiële zaken, monitoren wij gegevens voor beide componenten. Denk hierbij aan doorlooptijden van aanvragen, inzet per zaaktype. Maar ook gebruiken wij de monitoring om processen zoals het gebruik van de SWF (samenwerkingsfunctionaliteit) te optimaliseren. Elke zes weken hebben wij een overleg met de gemeentelijke projectleiders Omgevingswet waarin monitoringgegevens centraal staan en deze in het overleg geëvalueerd kunnen worden. Zo kunnen we knelpunten of verbeterpunten direct met elkaar afstemmen en doorvoeren/optimaliseren. Ditzelfde doen we, op een gelijke frequentie , met onze ketenpartners. Daarnaast kunnen wij periodiek monitoringgegevens over onder meer het aantal ingekomen zaaktypes, afgehandelde zaken, het gebruik van de SWF over en weer, etc. verstrekken. Bij wijze van proef hebben we deze gegevens gepresenteerd in de door ons georganiseerde raadsinformatiebijeenkomst. In het eerstvolgende gemeentelijke projectleidersoverleg staat dit punt op de agenda om te kijken of deze groep periodiek (bijvoorbeeld maandelijks) deze gegevens van ons wenst te ontvangen.

Het is nog te kort dag om iets te zeggen over de financiële impact. Hiervoor zijn nog niet voldoende zaken afgehandeld. Daarnaast zitten we nog in het continue proces van het optimaliseren van de werkprocessen, zowel intern als met onze partners (die logischerwijs ook nog bezig zijn met de verdere implementatie). Kortom: monitoring en de evaluatie hiervan vormen een centraal onderdeel in de reguliere afstemming met onze gemeentelijke partners en de ketenpartners.

Neder-Betuwe Getekende brief ontvangen

3. Een belangrijk aandachtspunt blijft ook de krappe arbeidsmarkt. Deze heeft invloed op de personeelslasten van de Omgevingsdienst en dus ook op die van onze eigen organisatie.

3. Het verloop in personeel is een bron van zorg, ook voor ODR. Het is een weerbarstig probleem waar alle overheidsinstanties mee worstelen. ODR is op verschillende manieren actief op dit gebied. De inzet van HRM op werving en selectie is geïntensiveerd, er zijn landelijke en Gelderse arbeidsmarktcampagnes ingezet en met een arbeidsmarktimpuls is gewerkt aan de aantrekkelijkheid van het arbeidsvoorwaardenpakket. De inhuurmarkt is aan het wijzigen waardoor deze voor werknemers minder aantrekkelijk is dan voorheen. Wij zien een positieve tendens met een groei in het aantal vaste medewerkers in eerste halfjaar 2024.

4. Het plan van aanpak robuustheid is in het AB van 11 maart vastgesteld. Inmiddels zijn plannen gemaakt voor opvolging van dit plan. Deze zullen in eerste instantie bestaan uit gesprekken met het AB-lid en het OGO-lid van iedere deelnemende gemeente en de Provincie. Dit heeft nog een oriënterend karakter waarbij alle verzamelde ideeën worden besproken op niveau van haalbaarheid, meerwaarde en consequenties. Dit eerste oriënterende gesprek heeft reeds plaatsgevonden met de gemeente Maasdriel. Er vindt nu eerst een inventarisatie plaats van de haalbaarheid van de geopperde ideeën. Er zijn dus nog geen concrete keuzes gemaakt die van invloed zijn op de begroting.

4. De uitvoering van het plan van aanpak vindt in nauwe samenwerking plaats met het Algemeen bestuur, portefeuillehouders in de deelnemende gemeenten en de accounthouders van gemeenten. Langs die weg is monitoring gewaarborgd.

Wij vragen uw blijvende aandacht en monitoring voor deze risico’s en vragen u indien er meer inzicht is in de financiële consequenties van deze ontwikkelingen afstemming te zoeken met de deelnemende gemeenten. Geen zienswijze (brief 13 juni 2024: gemeenteraad ziet geen reden om een zienswijze in te dienen).

Geen reactie noodzakelijk.

Tiel

Zienswijze:

Reactie per punt:

Getekende zienswijze ontvangen

1.

De gemeente Tiel waardeert de inspanningen van de ODR om het uurtarief structureel te verlagen, die hebben geleid tot een verlaging van € 2,50 (ca 2,5%), waardoor de diensten die de ODR levert per uur relatief goedkoper worden. Daarbij vragen we echter blijvend uw aandacht voor het volgende:

1. Geen reactie noodzakelijk.

-

Gemeenten moeten maatregelen nemen om onze begrotingen sluitend te krijgen. Uit de voorjaarsnota van het Rijk blijkt dat we niet vanaf 2026, maar vanaf 2025 structureel minder budget ontvangen. Om te anticiperen op de afname van gemeentelijke middelen vragen wij de Gemeenschappelijke Regelingen om hun aandeel hierin te nemen. Wij vragen u om met verschillende opties te komen: • Welke efficiency maatregelen kunt u doorvoeren; • Welke kosten op overhead en bedrijfsvoering kunnen verlaagd worden; • Welke niet wettelijke taken voert u voor de gemeenten uit; • Welke uitgewerkte keuzescenario’s er op basis van bovenstaande informatie mogelijk zijn. Aan de hand van deze en wellicht andere opties en uw resultaten willen wij samen met u het gesprek voeren.

De ODR begrijpt de financiële situatie van de deelnemers en denkt hier proactief in mee. Daarom zijn er in de begroting 2025 al besparingen van € 680.000 ingeboekt waardoor de deelnemersbijdragen konden worden verlaagd. Op het gebied van overhead/bedrijfsvoering zien we verder geen financiële ruimte. In het door het AB vast te stellen Productenboek 2025 staat per product aangeven of er een wettelijke basis ligt voor dat product, en zo ja waar die vastligt. In het najaar starten we met het opstellen van het concept werkprogramma 2025 per gemeente. Dat is dan ook het moment waarop de gemeente keuzes kan maken over welke producten zij af wil gaan nemen in het volgende jaar. En hoe ze om wil gaan met niet wettelijke producten. Deze producten zijn vaak opgenomen als maat- en meerwerk. De betreffende werkzaamheden hebben veelal betrekking op advisering bij ruimtelijke plannen, specifieke projecten, complexe dossiers of gemeentelijke ambities op bepaalde beleidsterreinen.

West Betuwe

Zienswijze:

Reactie per punt

Getekende zienswijze ontvangen

1. Onze zienswijze op de kaderbrief heeft niet geleid tot aanpassing van de systematiek van indexering. Wij zijn voornemens om voor de kaderbrief 2026 met de gemeenschappelijke regelingen tijdig tot eenduidige afspraken over te hanteren percentages voor loon- en prijsindexatie te komen.

1. Er komt begin oktober een overleg tussen controllers van gemeenten en GR’en om tot afspraken hierover te komen (o.b.v. de septembercirculaire 2024).

West Maas en Waal Getekende zienswijze ontvangen

2. Allereerst zijn we positief over de voorgestelde tariefverlaging van het uurtarief van 2025. Het laat zien dat de ODR actief kijkt naar in te boeken voordelen. Desondanks moeten gemeenten nog steeds maatregelen nemen om onze begrotingen sluitend te krijgen. Uit de voorjaarsnota van het Rijk blijkt dat we niet vanaf 2026, maar vanaf 2025 structureel minder budget ontvangen. Om te anticiperen op de afname van gemeentelijke middelen vragen wij de Gemeenschappelijke Regelingen om hun aandeel hierin te nemen. Wij vragen u om met verschillende opties te komen: • Welke efficiency maatregelen kunt u doorvoeren; • Welke kosten op overhead en bedrijfsvoering kunnen verlaagd worden; • Welke niet wettelijke taken voert u voor de gemeenten uit; • Welke uitgewerkte keuzescenario’s er op basis van bovenstaande informatie mogelijk zijn. Aan de hand van deze en wellicht andere opties en uw resultaten willen wij samen met u het gesprek voeren. Zienswijze.

2. De ODR begrijpt de financiële situatie van de deelnemers en denkt hier proactief in mee. Daarom zijn er in de begroting 2025 al besparingen van € 680.000 ingeboekt waardoor de deelnemersbijdragen konden worden verlaagd. Op het gebied van overhead/bedrijfsvoering zien we verder geen financiële ruimte. In het door het AB vast te stellen Productenboek 2025 staat per product aangeven of er een wettelijke basis ligt voor dat product, en zo ja waar die vastligt. In het najaar starten we met het opstellen van het concept werkprogramma 2025 per gemeente. Dat is dan ook het moment waarop de gemeente keuzes kan maken over welke producten zij af wil gaan nemen in het volgende jaar. En hoe ze om wil gaan met niet wettelijke producten. Deze producten zijn vaak opgenomen als maat- en meerwerk. De betreffende werkzaamheden hebben veelal betrekking op advisering bij ruimtelijke plannen, specifieke projecten, complexe dossiers of gemeentelijke ambities op bepaalde beleidsterreinen.

1. De gemeenteraad is verheugd te constateren dat het in 2023 is gelukt om -binnen de financiële kaders- de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen per 1 januari 2024 goed voor te bereiden. We zijn inmiddels bijna een half jaar onderweg en het lijkt allemaal relatief probleemloos te verlopen tot nu toe.

1. Met dank voor het compliment. Verder geen reactie noodzakelijk.

2. - Wij verzoeken u de ambitie voor de doelstelling van de klanttevredenheid te verhogen van 80 naar 90 procent. - Binnen de budgetten die er nu beschikbaar zijn, een laagdrempeliger klanttevredenheidsonderzoek uit te voeren, zodat het responspercentage in de toekomst minimaal 33% wordt (een-op-de-drie inwoners neemt deel aan het KTO). Dit draagt bij aan een betere representativiteit van het onderzoek, het maakt het voor inwoners aantrekkelijker om het onderzoek in te vullen en dit levert meer informatie op voor de ODR om te werken aan een betere dienstverlening; - In de toekomst nog inzichtelijker te maken, bij voorkeur op basis van een verbeterplan, hoe omgegaan wordt met de feedback van de ontevreden inwoners in

2. De gemeenteraad van WMW roept op tot aanpassing van het klanttevredenheidpercentage en acties in te zetten die moeten leiden tot een betere respons op de klanttevredenheid-uitvraag. Wij zullen onderzoek doen naar de mogelijkheden in deze en streven naar een realistisch en voor de ODR haalbaar ambitieniveau. Dit zowel voor het klanttevredenheidspercentage als het responspercentage. Realistisch en haalbaar omdat onze werkzaamheden per definitie niet tot 100% tevredenheid kunnen leiden. Dit omdat b.v. burgers en bedrijven die met de ODR in contact komen in het kader van handhaving, gedwongen worden dingen te doen die men liever niet wil doen. Toch ontwikkelt ODR ideeën om te werken aan verbetering van de dienstverlening zelf, de redenen achter de cijfers. Er is namelijk altijd ruimte voor verbetering.

Reactie per punt:

het onderzoek. Niet alleen de focus leggen op de tevreden inwoners in het onderzoek, maar juist meer nadruk leggen op de ontevreden respondenten en daarop genomen actie(s). Zaltbommel

Zienswijze:

Reactie per punt

Getekende zienswijze ontvangen

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de WKB ingevoerd. In de programmabegroting 2025 is rekening gehouden met de opgebouwde ervaring in het werken met de omgevingswet en de verandering van taken door de gefaseerde invoering van de WKB. De eerste signalen zijn goed en vooralsnog is er geen sprake van grote problemen. Wel is onduidelijk wat de invoering van deze wetten betekent op de lange termijn. Zowel de gemeente als de ODR moeten leren werken binnen deze nieuwe kaders waarbij er sprake is van continu (door)ontwikkeling en dit brengt de nodige zorgen met zich mee. We vragen dan ook om de uitvoering blijvend te monitoren en het tijdig uitvoeren van evaluaties om zo meer inzicht te geven in de impact op de lange termijn.

1. Monitoring en evalueren zijn belangrijke onderdelen bij de implementatie en het werken in de geest van de Omgevingswet. De evaluaties hebben als doel om te bepalen of bijstelling van bijvoorbeeld werkafspraken nodig is. Omdat dit kan gelden voor zowel werkprocessen als financiële zaken, monitoren wij gegevens voor beide componenten. Denk hierbij aan doorlooptijden van aanvragen, inzet per zaaktype. Maar ook gebruiken wij de monitoring om processen zoals het gebruik van de SWF (samenwerkingsfunctionaliteit) te optimaliseren. Elke zes weken hebben wij een overleg met de gemeentelijke projectleiders Omgevingswet waarin monitoringgegevens centraal staan en deze in het overleg geëvalueerd kunnen worden. Zo kunnen we knelpunten of verbeterpunten direct met elkaar afstemmen en doorvoeren/optimaliseren. Ditzelfde doen we, op een gelijke frequentie , met onze ketenpartners. Daarnaast kunnen wij periodiek monitoringgegevens over onder meer het aantal ingekomen zaaktypes, afgehandelde zaken, het gebruik van de SWF over en weer, etc. verstrekken. Bij wijze van proef hebben we deze gegevens gepresenteerd in de door ons georganiseerde raadsinformatiebijeenkomst. In het eerstvolgende gemeentelijke projectleidersoverleg staat dit punt op de agenda om te kijken of deze groep periodiek (bijvoorbeeld maandelijks) deze gegevens van ons wenst te ontvangen.

Kortom: monitoring en de evaluatie hiervan vormen een centraal onderdeel in de reguliere afstemming met onze gemeentelijke partners en de ketenpartners.

2.

De aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt blijft een punt van zorg. Wel zien we dat de omgevingsdienst zich inzet om vaste collega’s te behouden en samenwerkt met het Gelders Stelsel om potentiële collega’s aan te trekken. Dit is een continue proces en we zien dat de ODR dit goed oppakt.

2. Het verloop in personeel is een bron van zorg, ook voor ODR. Het is een weerbarstig probleem waar alle overheidsinstanties mee worstelen. ODR is op verschillende manieren actief op dit gebied. De inzet van HRM op werving en selectie is geïntensiveerd, er zijn landelijke en Gelderse arbeidsmarktcampagnes ingezet en met een arbeidsmarktimpuls is gewerkt aan de aantrekkelijkheid van het arbeidsvoorwaardenpakket. De inhuurmarkt is aan het wijzigen waardoor deze voor werknemers minder aantrekkelijk is dan voorheen. Wij zien een positieve tendens met een groei in het aantal vaste medewerkers in eerste halfjaar 2024.

Uit de toetsing aan de 6 robuustheidscriteria blijkt dat de ODR vergaand voldoet aan de criteria. De ODR voldoet net niet aan het criterium m.b.t. de omzet op milieu gerelateerde taken. Komend jaar wordt volgens het vastgestelde plan van aanpak onderzocht of de omzet op dit onderdeel verhoogd kan worden. We hechten belang aan het behoud van de ODR als zelfstandige dienst waarbij de dienstverlening in nabijheid in stand wordt gehouden. We worden graag op de hoogte gehouden over de ontwikkelingen op dit vlak en de mogelijke kansen die hieruit voortvloeien. We begrijpen dat de uitvoering van het plan van aanpak mogelijk financiële en personele consequenties heeft. PS dient geen zienswijzen in.

3. De uitvoering van het plan van aanpak vindt in nauwe samenwerking plaat met het Algemeen bestuur, portefeuillehouders in de deelnemende gemeenten en de accounthouders van gemeenten. Langs die weg wordt u op de hoogte gehouden.

3.

Provincie Gelderland

Geen reactie noodzakelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14390328/1