2024-133.1 Bijlage 1 Wat staat er in het beleid van de gemeenten en provincie
Tekst van het document
Bijlage 1: Wat staat er over lokaal eigendom en/of financiële participatie in de beleidstukken Rivierenland Gemeente Buren
Document Beleidsplan zon en wind 2020
De 50% lokale betrokkenheid in de vorm van lokaal rendement “Om ervoor te zorgen dat minimaal 50% van de opbrengsten van het nieuwe energielandschap ten goede komt aan voorzieningen, inwoners of ondernemers zijn er verschillende mogelijkheden (lokaal rendement) waar aan gedacht kan worden: - Planschade - Gebiedsfonds - Duurzaamheidsfonds - Omgevingsfonds - Financieel deelnemen ‘lokale participatie’ of ‘lokaal eigendom’ - Sociale grondvergoedingen - Regelingen voor omwonenden - Bijdrage aan het verbeteren van natuur De voorkeuren en uitgangspunten voor lokaal rendement van Buren zijn nog in ontwikkeling, maar de gedachten gaan uit naar vergoedingen voor omwonenden/grondeigenaren, lokaal eigendom aan de hand van een coöperatie en een duurzaamheidsfonds. Aan de hand van deze instrumenten wordt lokaal eigendom gecombineerd met draagvlak voor duurzame energie en gemeente breed rendement. Het opwekken van duurzame energie heeft op deze manier meerwaarde voor omwonenden en voor de andere inwoners van Buren. Met het deel dat naar het duurzaamheidsfonds gaat kunnen bijvoorbeeld andere duurzaamheidsprojecten in de gemeente gefinancierd worden.” (pag. 6) Planonderdelen “Inrichting - De initiatiefnemer presenteert een ontwerp inclusief een toelichting. - In het ontwerp en de toelichting laat de initiatiefnemer zien hoe de randvoorwaarden en aanwijzingen zijn verwerkt.
- Een overzichtsplattegrond met doorsnedes is zeer gewenst, waar mogelijk aangevuld met tekeningen, fotobewerkingen of ander beeldmateriaal. 2
Participatie - De initiatiefnemer geeft aan voor welke vorm van participatie met de omgeving zij kiest en hoe belanghebbenden betrokken worden in het proces. - Op basis van de participatieladder beschrijft de initiatiefnemer de mate van betrokkenheid (informeren, consulteren, ad hoc of structureel betrekken, etc.). - De initiatiefnemer stelt het zonneveld voor 50% open voor lokaal rendement. In het plan is beschreven op welke manier dit gebeurt. Beëindiging - De initiatiefnemer geeft aan dat hij aan het einde van de termijn zorgt dat de zonnevelden worden opgeruimd en het gebied bij eventuele schade wordt hersteld. Op basis van het uiteindelijke plan verstrekt de gemeente een vergunning.” (pag. 21) Uitgangspunten “In de klimaatvisie van Buren die in mei dit jaar is vastgesteld, staan een aantal voorwaarden voor het duurzaamheidsbeleid. Het gaat dan om: - Iedereen doet mee! - 50% lokale betrokkenheid in de vorm van lokaal rendement - We zijn actief deelnemer en geven als gemeente het goede voorbeeld” (pag. 25) Participatie en lokaal rendement “Voor het realiseren van projecten zijn draagvlak en een goede communicatie naar omwonenden absolute voorwaarden. Daarvoor wordt ook een actieve inzet van de initiatiefnemer gevraagd en als gemeente zullen we er ook op toezien.
Om het draagvlak te versterken wordt ook gewerkt aan lokaal rendement, daarbij wordt gedacht aan vergoedingen voor omwonenden en grondeigenaren, lokaal eigendom en een duurzaamheidsfonds.” (pag. 26) Samenvatting “Zelfs voordat een duurzaam energieproject start moeten inwoners en anderen bijvoorbeeld mee kunnen denken over de financiële opbrengst van een duurzaam energieproject. Of over de landschappelijke inpassing en het tegengaan van mogelijk negatieve effecten op mens en natuur in de omgeving.´(pag. 3)
3
“Een initiatiefnemer die grootschalig duurzame energie wil gaan opwekken, moet in Buren een participatieplan maken. Omwonenden en anderen worden bij het opstellen van dat plan betrokken. Dat doet de initiatiefnemer voordat een vergunning wordt aangevraagd en voordat de gemeente een ruimtelijke procedure start. Aan de inhoud van het participatieplan verbindt Buren een aantal voorwaarden. (…) Als er duurzame energie wordt opgewekt, dan wordt die verkocht. Daarmee wordt geld verdiend. De samenleving in Buren moet mee kunnen delen in deze financiële ‘lusten’ van duurzame energie. Dit noemen we projectparticipatie of ‘lokaal rendement’. (…) Zo moet een ontwikkelaar van een groot duurzaam energieproject streven naar tenminste 50% lokaal eigenaarschap, vergoedingen regelen voor omwonenden én bijdragen aan een ‘Omgevingsfonds duurzame energie Buren’. Op die manier is de opwekking van duurzame energie ook ‘van en voor’ Buren. (pag. 3) “Naast dit participatiekader en de mogelijkheid van maatwerk gelden uiteraard altijd de wettelijk vastgelegde inspraakprocedures en de Inspraak- en Participatieverordening Buren (2011).” (pag. 4) “Het college kan op onderdelen gemotiveerd - en op basis van draagvlak bij betrokken partijen uit de samenleving - afwijken van de kaders die hierna genoemd zijn.” (pag. 4)
Participatiekader Duurzame Energie mei 2021
Afdwingbaar of niet? ´De vraag hoeveel beleidsruimte er is om te besluiten of (voldoende) procesparticipatie heeft plaatsgevonden is nog niet exact door de rechter in jurisprudentie bepaald. Planologische medewerking kan waarschijnlijk niet worden geweigerd enkel en alleen omdat er bijvoorbeeld geen sprake van 50% lokaal eigendom is. Als het participatiebeleid is vastgesteld, dan is dat wel een goede basis om dit soort eisen te stellen aan een initiatiefnemer.”(pag. 11) Lokaal rendement: financiële participatie “Het college beoordeelt aan de hand van het door een initiatiefnemer ingediend participatieplan, voorafgaand aan de aanvraag van een vergunning, of het proces rondom lokaal eigendom goed verloopt en of de omgeving daarbij voldoende betrokken wordt. Daarvoor wordt de gedragscode-plus uit hoofdstuk 4 gebruikt. Dit sluit aan bij de aankomende Omgevingswet waar een ‘omgevingsdialoog’ onderdeel is van het planproces. Als bij een initiatief het lokaal eigendom onder de 50% blijft, kan bij een aantoonbare inspanning van de initiatiefnemer het college gemotiveerd besluiten toch medewerking te verlenen. In dat geval zal de initiatiefnemer een grotere afdracht doen aan het Omgevingsfonds. Deze extra afdracht is vergelijkbaar met de jaarlijks verwachte opbrengst, die niet wordt uitgekeerd, omdat de participatie beneden de 50% blijft.” (pag. 15)
4
Basisuitgangspunten “Dit participatiekader hanteert drie basisuitgangspunten voor ‘lokaal rendement’: 1. Maatwerk per project is mogelijk, draagvlak een vereiste. 2. Een uitvoerbare regeling die duidelijk is voor een breed publiek. 3. Zwaarste lasten, dan ook meeste lusten” (pag. 16) Lokaal rendement “In Buren gaan we daarom uit van drie vormen van lokaal rendement. Per vorm staan de kaders hieronder uitgewerkt. 1. Lokaal eigendom: iedereen in Buren kan profiteren. Initiatiefnemer stelt 50% van de investering open voor lokaal rendement (…) 2. Vergoedingen: meer nadeel, dan meer profijt voor omwonenden en grondeigenaren. (…) 3. Omgevingsfonds duurzame energie Buren: lokale zeggenschap. (…)Initiatiefnemer stort jaarlijks € 1 per MWh in het Omgevingsfonds. (…)”(pag. 16 en 17)
Culemborg
Webpagina duurzame energie
Omgevingsfonds Buren “Het geld in het Omgevingsfonds Buren wordt gebruikt voor projecten die de leefomgeving verbeteren. De (de onafhankelijke) stichting Omgevingsfonds Buren gaat met daarin inwoners uit de gemeente gaat beslissen over besteding van het geld van het Omgevingsfonds. We verwachten dat in 2024 de eerste projecten worden betaald uit het fonds.”
Windvisie Culemborg
Voorwoord “Ook aspecten als participatie in de ontwikkeling en exploitatie van windmolens, het op een rechtvaardige wijze verdelen van de lusten en de lasten en het creëren van waarde voor een gebied zijn thema’s die bij de planvorming voor windmolens een grote rol spelen. Maar om een beleidsmatige visie op windenergie met succes te kunnen implementeren, is het belangrijkste thema het draagvlak dat onder inwoners aanwezig is of kan worden bereikt. Zonder voldoende draagvlak is het implementeren van een beleidsvisie en het bereiken van gestelde doelen niet alleen onhaalbaar maar ook niet gewenst.” (pag. 4) Gedragscode NWEA “Door de diverse (en soms tegenstrijdige) belangen is het helaas nooit mogelijk iedereen 100 % tevreden te stellen. Het gaat om een optimaal evenwicht tussen alle belangen en de wil om samen tot oplossingen te komen. Door te werken aan een sfeer van onderling vertrouwen kunnen verschillen worden overbrugd of 5
geaccepteerd en kunnen afspraken over participatie en/of (financiële) compensatie worden gemaakt. De gemeente Culemborg verlangt van mogelijke initiatiefnemers voor de realisatie van windparken dat de gedragscode wordt gehanteerd.” (pag. 26) Burgerparticipatie “Deelname van inwoners aan windparken vergroot in hoge mate het draagvlak voor een windpark. Dit is ook de reden dat het college burgerparticipatie in de ontwikkeling, realisatie en exploitatie als voorwaarde stelt voor de realisatie van nieuwe windturbines. We hanteren daarbij een ondergrens van 50 %. De ondergrens van 50 % gaat over alle fases van een project, dus ontwikkeling, realisatie en exploitatie en betreft burgers en bedrijven die in Culemborg gevestigd zijn.” (pag. 26) Eerlijk delen van de grondopbrengst in het gebied “Grondeigenaren die aan een ontwikkelaar grond ter beschikking stellen voor de realisatie van windturbines ontvangen hiervoor in de regel een jaarlijkse vergoeding, de grondopbrengst. Dit kan over aanzienlijke bedragen gaan. Bewoners in de buurt van een gepland windpark zonder grondpositie of met percelen waar geen windmolen op geprojecteerd staat, hebben in principe geen onderhandelingspositie. Voor hen betekent de komst van een windpark wel de lasten niet de lusten.
Om de waarde van het gebied (er zijn mogelijkheden om windmolens te realiseren, dit vertegenwoordigt een zekere waarde) ook voor deze groep bewoners tastbaar te maken stelt het college zich op het standpunt dat de grondopbrengst voor een windmolen mede ten goede moet komen aan bewoners in het gebied zonder grondpositie. Deze groep bewoners valt als volgt onder te verdelen: • Landeigenaren met grond waarop geen windmolen gerealiseerd wordt; • Omwonenden (met of zonder grond in het gebied). Uitgangspunt daarbij is dat alle landeigenaren en pachters in een nader te bepalen straal van minimaal 300 meter rondom een windpark samen bepalen hoe de grondopbrengst wordt verdeeld en dat de omwonenden een bedrag per huishouden ontvangen als hun woning binnen dat gebeid ligt. De gemeente gaat er daarbij vanuit dat minimaal 20 % van de grondopbrengst beschikbaar gesteld moet worden voor de omwonenden binnen dat gebied.”(pag. 26-27) Duurzaamheidsfonds “Windmolens zijn in principe winstgevend. Bij veel windprojecten wordt een deel van de opbrengsten in een duurzaamheidsfonds gestort van waaruit nieuwe initiatieven op het gebied van duurzaamheid worden gefinancierd. Een dergelijk fonds moet ook in de Culemborgse situatie worden opgericht. Het fonds kan worden 6
beheerd door een op te richten stichting, gevormd door inwoners van Culemborg, die binnen de nader te bepalen statuten van de stichting kan beslissen over de aanwending van het fonds. Uitgangspunt voor een dergelijk fonds is een richtbedrag, conform de gedragscode van de NWEA, van 50 eurocent per opgewekte MegaWattuur.”(pag. 27) Conclusies maatschappelijk “We hechten sterk aan het maximaal ten goede laten komen aan onze eigen gemeenschap van de (financiële) voordelen van een windproject. De gemeente zal slechts planologische medewerking verlenen aan een ontwikkelingsplan dat voldoet aan de eisen met betrekking tot participatie ‘substantieel eigendom van lokale burgers’, ‘de grondopbrengst wordt gesocialiseerd’ en ‘winsten komen ten goede aan een duurzaamheidsfonds’ en ‘burgers participeren in de ontwikkeling en de exploitatie van de windmolens’, zoals beschreven in hoofdstuk 4. De gemeente borgt deze eisen door voorafgaand aan een bestemmingsplanwijziging de eisen in een (anterieure) overeenkomst met de initiatiefnemer over een te komen. Zonder overeenkomst waarin deze eisen zijn geborgd zal de gemeente geen planologische medewerking verlenen. Aan een initiatief voor een windproject stellen wij een aantal eisen ten aanzien van participatie: 1. De gedragscode van de Nederlandse Windenergie Associatie (NWEA) is van toepassing voor de initiatiefnemers van windenergie. 2.
Er dient een substantieel deel van het windproject in eigendom van lokale partijen en inwoners te komen. Het ideaal is dat het gehele windproject eigendom is van de burgers en lokale bedrijven. Substantieel betekent tenminste 50%. Hierbij wordt gedacht aan Coöperatie Vrijstad Energie, waar alle bewoners en bedrijven in Culemborg lid van kunnen worden. 3. De grondopbrengst dient gesocialiseerd te worden zodat alle eigenaren in het gebied voordeel hebben bij de plaatsing van windmolens en niet alleen eigenaren op wiens grond toevallig een windmolen geplaatst wordt. 4. Een duurzaamheidsfonds dient gevuld te worden met de opbrengsten uit de windturbines. Met de opbrengsten kunnen maatschappelijk verantwoorde projecten ondersteund worden: projecten die maximaal ten goede komen aan de burgers en bedrijven van Culemborg. Gedacht wordt aan nieuwe duurzame energie projecten, of ondersteuning van verenigingen of bepaalde activiteiten. Hiermee vormt het duurzaamheidsfonds een vliegwiel voor de energietransitie. Dit duurzaamheidsfonds zal worden beheerd door een onafhankelijke entiteit, die bestuurd wordt door inwoners van Culemborg. 5. Wij hechten er belang aan om in de ontwikkeling van een windpark samen te werken met een lokale energiecoöperatie zonder winstoogmerk waarvan alle Culemborgers lid kunnen worden.
Een dergelijke coöperatie kan een belangrijke rol spelen bij het verder opzetten van duurzame energie projecten. Daarnaast
7
kan daarmee de lokale economie gestimuleerd worden en heeft een coöperatie ook een sterke sociaal bindende rol.” (pag. 33) Maasdriel
Visie zon en wind Maasdriel
Regels voor initiatiefnemers “Naast wettelijke en beleidskaders, zoals voor geluid, slagschaduw of natuurgebieden, wil de gemeente Maasdriel ook zelf regels stellen aan initiatieven voor zon en wind binnen de gemeente. Het doel hiervan is dat de plannen moeten bijdragen aan de omgeving, denk aan een goed participatieplan of lokaal eigendom. •
• •
De initiatiefnemers stellen een participatieplan op (als onderdeel van hun projectplan) dat als doel heeft: inwoners vanaf de start bij het initiatief betrekken, inwoners meenemen in de planvorming en inwoners laten meedoen in de omslag naar een energieneutraal Maasdriel en hen daarvan te laten profiteren. Deze verplichting wordt ook opgelegd vanuit de Klimaatwet. De initiatiefnemers committeren zich aan de verantwoordelijkheden rondom proces-, project- en financiële participatie en verwerken deze in hun aanpak. Ze maken kenbaar hoe de lokale omgeving gaat profiteren van het project. De initiatiefnemers onderbouwen hoe ze ten minste 50% of meer in coöperatief lokaal eigendom van het voorgestelde project gaan realiseren. Ze motiveren hoe ze zich gaan inzetten voor meer dan 50% in lokaal eigendom van het initiatief. Deze verplichting wordt ook opgelegd vanuit de Klimaatwet” (pag.32)
Een notitie participatie energieprojecten en coöperatieflokaal eigendom wordt uitgewerkt. “Voor toekomstige projecten willen wij graag richtlijnen opstellen voor het door initiatiefnemers op te stellen participatieplan. Het gaat dan naast procesparticipatie, waarbij aansluiting zal worden gezocht bij de regels die daarvoor zullen gaan gelden onder de Omgevingswet, ook om financiële participatie. Hoe kunnen inwoners financieel participeren in zon- en windprojecten. Verschillende soorten initiatieven zullen een verschillende aanpak vergen omdat het ene project een grotere impact zal hebben op de omgeving dat het andere project. Verder willen wij beschrijven wat onder minimaal 50 % coöperatief lokaal eigendom wordt verstaan. Wij bereiden deze notitie voor en leggen deze uiterlijk in 2022 aan u voor ter vaststelling.” (pag. 5)
Raadsvoorstel zon en wind
Na vaststelling van de visie zijn er drie actiepunten welke de komende jaren worden uitgevoerd. Het gaat om de volgende actiepunten : • Een notitie van uitgangspunten voor participatie energieprojecten en coöperatief lokaal eigendom (…) • Eén omgevingsfonds voor energieprojecten in Maasdriel (…) • Tender voor een energieproject voor zonne-energie vanaf 2023 (pag. 6) 8
NederBetuwe
Klimaatnota 20212025
Participatie `Belangrijke voorwaarde bij de realisatie van zonne- en windenergieprojecten is de betrokkenheid van inwoners en bedrijven. Daarbij gaat het zowel om procesparticipatie als om financiële participatie. Vanuit de sector is voor zonneparken de Gedragscode Zon op Land opgesteld (november 2019). Voor windparken is de Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (oktober 2020) van toepassing. Initiatiefnemers die lid zijn van Holland Solar en/of de Nederlandse WindEnergie Associatie hebben zich geconformeerd aan deze gedragscodes. Wij onderschrijven beide gedragscodes. Wij vragen aan alle initiatiefnemers die binnen onze gemeente werken aan de opgave om te komen tot hernieuwbare energie de van toepassing zijnde gedragscode te onderschrijven. Beide gedragscodes bieden een kader voor proces- en financiële participatie.”(pag. 11) Financiële participatie Lokaal eigendom “We streven er naar dat inwoners en bedrijven voor minimaal 50% eigenaar moeten kunnen worden van een zonne- of windpark. Doel van dit streven is het bevorderen van acceptatie en bewustwording van de noodzaak te komen tot hernieuwbare energie. Wij blijven ons inzetten om te komen tot één (of meerdere) energiecorporatie(s). Dit doen wij door inwoners op te roepen een dergelijke corporatie te vormen, het geven van advies en het ter beschikking stellen van ons netwerk.” (pag.
11) Vergoedingen “Wij vinden het belangrijk dat zonne- en windenergieprojecten mogelijkheden bieden voor bovenwettelijke financiële vergoedingen. Als indicatie van de financiële ruimte voor deze vergoedingen wordt een richtbedrag van 0,40 tot 0,50 euro/MWh aangehouden. • Omgevingsfonds • Omwonendenregeling (pag. 12) Uitvoeringsprogramma energietransitie “de betrokkenheid van een ieder bij de energietransitie vergroten (participatie). Lokale inbreng en deelname in projecten vinden wij één van de belangrijkste voorwaarden voor onze gemeenschap om te komen tot een gedragen en succesvolle transitie. Indien een duurzame energiecoöperatie gestalte krijgt, willen we hieraan mede vorm geven en zeker in de beginfase, ondersteunen; uitgaande dat bewoners en bedrijven dit zelf trekken.”(pag. 4) Participatie zonne-energie 9
“We streven ernaar om 50% van de duurzame-energieprojecten in eigendom van lokale partijen te brengen. Daarnaast is het belangrijk om bij de voorbereiding en uitwerking van de projecten onze inwoners intensief te betrekken. We geven deze randvoorwaarden nadrukkelijk mee aan de marktpartijen die bezig zijn met uitwerking van plannen.” (pag. 8) Uitvoeringsprogramma Gebiedsfonds Klimaatnota 2021 “We vinden het essentieel dat we uit de opbrengsten van zonneprojecten en windenergieprojecten een 2025 zogenaamd gebiedsfonds vullen. (…) 1) Opstarten en faciliteren van een gebiedsfonds; oprichten van één Stichting; 2) Werving en positionering van bestuursleden; 3) Jaarlijkse bestemming voor fondsmiddelen; meedenken en faciliteren.”(pag. 9) Participatie Windenergie “We streven ernaar om 50% van de duurzame energie projecten in eigendom van lokale partijen te brengen. Daarnaast is het belangrijk om bij de uitwerking en voorbereiding van de projecten de bevolking intensief te betrekken. We geven deze randvoorwaarden nadrukkelijk mee aan de marktpartijen die bezig zijn met uitwerking van plannen.” (pag. 10) Tiel
Memo beleid wind en zon 2023
West Betuwe
Raadsvoorstel beleidskader zon 2020
Uitgangspunten zon- en windbeleid • Helder proces mét participatie: initiatieven lopen een vast proces (Intaketafel –Omgevingstafel), participatie is daar een rode draad in; • Geografisch: alleen in bepaalde gebieden staan we initiatieven voor het opwekken van grootschalige zonneenergie toe. Windenergie alleen verkennen in de zoekgebieden RES. • Landschappelijke inpassing: een initiatief moet altijd goed in het landschap zijn ingepast; • Financiële participatie: de omgeving moet bij grote projecten financieel kunnen meedelen in of profiteren van de opbrengsten van de duurzame energieopwekking. We gaan uit van 50% lokale deelname in het project”(pag. 3) Beslispunten “In te stemmen met beleidskader Zon. 2. In te stemmen met de eis van minimaal 50 % eigenaarschap vanaf de ontwikkelfase. 3. In te stemmen met de opzet van de onafhankelijke beoordelingscommissie. 4. In te stemmen met de te volgen RO-procedure (projectprocedure). 5. In te stemmen met het aanpassen van besluit van de raad van 28 mei 2019, waarbij 10
grondgebonden zonneparken worden toegevoegd aan de categorieën waarvoor een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist (= schrappen uit Besluit onder A 7.). 6. In te stemmen met het principe van de tender van 300 TJ (overeenkomend met ca. 100 ha). 7. In te stemmen met het feit dat alleen de nu bekende initiatieven mee mogen doen met de uitgeschreven tender. 8. In te stemmen met het uitsluiten van zonneparken op bruikbare landbouwgrond.” (pag. 1) Argumenten bij In te stemmen met de eis van minimaal 50 % eigenaarschap vanaf de ontwikkelfase “2.1 Hieronder wordt verstaan het financieel risicodragend deelnemen in de ontwikkeling. Juist in de ontwikkelfase wordt er al gewerkt aan draagvlak, worden de contouren van het project bepaald en wordt er een flink deel van de profit verdiend. Betrokkenheid van burgers zorgt juist in die fase voor een open relatie met de omgeving. Een voorbeeld hiervan is de 7 windturbines in eigendom van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe. 2.2 50 % eigenaarschap leidt tot een beter proces, meer financiële return voor de omgeving (de winst kan in het gebied worden gestoken) en daarmee voor draagvlak voor de noodzakelijke en ingrijpende energietransitie. Een grove inschatting laat zien dat er per ha per jaar ca. € 25.000 in het gebied ‘blijft’ als het eigendom van de zonneparken voor 50 % in handen komt van bijvoorbeeld een lokale coöperatie.
Deels kan dat worden gerealiseerd door het laten uitvoeren van werkzaamheden door lokale bedrijven, maar ook door de instelling van het gebiedsfonds. Dus bij 100 ha en 50 % eigendom gaat het per jaar om een bedrag van € 1,25 M. 2.3 In het Klimaatakkoord en het Gelders Energieakkoord is het 50 % lokaal eigendom als streven opgenomen.”(pag. 5) 50 % eigenaarschap van de omgeving vanaf de ontwikkelfase (dus risicodragend); Het initiatief betaalt een bijdrage van minimaal € 0,50/opgewekte MWh aan een Omgevingsfonds; Draagvlak Burgerparticipatie: Om draagvlak te creëren voor de realisatie van windturbines is het noodzakelijk om de burgers in een vroegtijdig stadium bij de besluitvorming omtrent de mogelijke locaties te betrekken. Maar dat niet alleen. Het moet de inwoners van de 3 gemeenten mogelijk worden gemaakt om financieel te participeren in de gerealiseerde windturbines, door bijvoorbeeld het mogelijk te maken dat inwoners ‘winddelen’ kunnen aanschaffen of korting kunnen krijgen bij de afname van stroom van de lokale windturbines. In welke vorm zal met de initiatiefnemers moeten worden onderhandeld. Duurzaam gemeenschapsfonds: dit fonds (als compensatie van de gemeenschap en voor
11
draagkrachtontwikkeling) wordt gevuld door de initiatiefnemers en wordt beheerd door de gemeente. Het geld uit dat gemeenschapsfonds wordt beheerd door een werkgroep waarin inwoners, bedrijven, initiatiefnemers en de gemeente participeren. Als voorwaarde geldt wel dat het geld besteed moet worden aan de 3 P’s (People, Planet, Profit). De werkgroep zal wel duidelijk omschreven criteria moeten worden meegegeven. Beleidskader Zon en Zon als Teeltondersteunende voorziening Windvisie 2013 gemeenten Tiel, Neerijnen en Geldermalsen (geen link beschikbaar)
Draagvlak en participatie 17 . De Ontwikkelaars. zijn verantwoordelijk voor het betrekken van de omgeving in het projecttraject (ontwikkeling, bouw en exploitatie). ln dat kader is ook 5% van de projectrechten om niet overgedragen aan de Burgerwindcoöperatie Geldermalsen-Neerijnen. 18. De ontwikkelaars storten jaarlijks gedurende de periode dat windpark Deil operationeel is, met ingang van het jaar van ingebruikname van het windpark, een bedrag in een op te richten Omgevingsfonds. Ontwikkelaars volgen de huidige bovengrens van de NWEAgedragscode, zijnde 50 eurocent/UMwh. o Ontwikkelaars waarderen dat er vaart met het project wordt gemaakt, waardoor aanvraag van SDE+ in2017 mogelijk lijkt; een latere aanvraag brengt onder meer het risico met zich mee van een lagere of anders vormgegeven SDE+ waardoor de financiering van het project in gevaar zou kunnen komen. Ontwikkelaars zullen, mits uiterlijk één week voor openstelling van de SDE+ 2e ronde in2017 een Omgevingsvergunning voor Deil wordt afgegeven, waardoor SDE+ aanvraag nog dat jaar mogelijk is, een eenmalige extra bijdrage van € 50.000,-in het Omgevingsfonds storten (uit te keren na het 1e exploitatiejaar). De bijdrage aan het Omgevingsfonds wordt dat eersté jaar dan als het ware verdubbeld. o De 50 c/MWh (bovengrens NWEA-gedragscode) geldt voor de periode van de SDE+beschikking (15 jaar).
ln de periode daarna, zolang als de windturbines worden geëxploiteerd, wordt in elk geval de directe bijdrage aan bewoners in de omgeving gecontinueerd (zijnde maximaal de helft van het bedrag dat tijdens de SDE-periode in het Omgevingsfonds wordt gestort). Dit uitgangspunt geldt zowel voor Windpark Deil als Windpark Avri. Mocht de netto-opbrengst voor elektriciteit na de SDE-periode boven de 40 euro/MWh liggen, zal daarbovenop nog een extra bijdrage van 25 c/MWh aan het Omgevingsfonds worden gedaan voor andere activiteiten die vanuit het fonds betaald kunnen worden (zie voor de berekening bijlage 7). o De gemeenten hechten eraan dat het Omgevingsfonds in de eerste exploitatiejaren beschikt over een ruimer budget, zodat investeringen gedaan kunnen worden. Ontwikkelaars halen daarom uitbetaling van een deel van de bedragen die in het Omgevingsfonds worden gestort naar voren: één vierde van de geschatte bijdrage aan het fonds uit de jaren 1 1-15 van de exploitatie van zowel Deil als Avri wordt al in de jaren 2-5 in het
12
Anterieure overeenkomst: (geen link beschikbaar)
Tussenevaluatie beleidskader zon 2022
Omgevingsfonds gestort; in de jaren 11-15 zal dat bij beide windparken worden verrekend op basis van het werkelijk aantal gedraaide MWh (zie bijlage 7). o Gemeenten en Ontwikkelaars maken afspraken over de communicatie rond deze bijdrages. 19. Het Omgevingsfonds zal worden ingezet voor het ondersteunen van projecten op het grondgebied van de gemeenten Geldermalsen en Neerijnen. De projecten dienen een algemeen maatschappelijk belang, komen de leefbaarheid ten goede en hebben lokaal draagvlak. Planschadevergoedingen komen niet ten laste van het Omgevingsfonds. Ook(boven)wettelijke aanpassingen in de bedrijfsvoering van windpark Deil worden niet gefinancierd uit het Omgevingsfonds.
20.Ter uitvoering hiervan werken de ontwikkelaars in een participatieplan voor Deil en Avri in ieder geval de volgende zaken uit: de wijze van organisatie van het Omgevingsfonds; - de aard van doelen waarvoor projecten kunnen worden ingediend; - de wijze waarop de projecten zullen worden beoordeeld; - de financiële aspecten van het Omgevingsfonds waaronder begrepen de verantwoording naar de ontwikkelaars en gemeenten; - concrete uitwerking van voorstellen waaruit duidelijk wordt op welke wijze de omwonenden profijt krijgen van beide windparken Om de betrokkenheid bij en het draagvlak voor het windpark te vergroten, wordt in aanvulling op het gestelde in dit artikel in het participatieplan tevens aangegeven op welke wijze de omgeving in brede zin kan participeren in het project. 21. Het participatieplan zal uiterlijk door de gemeenten moeten zijn ontvangen en zijn beoordeeld, voordat de colleges van B&W een voorstel voor vaststelling van het bestemmingsplan richting de gemeenteraad zullen vrijgeven. 22. Gemeenten en provincie spreken de intentie uit tijdens de ontwikkeling, zich in te spannen medewerking te verlenen aan integrale planvorming in het gebied voortvloeiend uit het participatieplan, met als doel de leefbaarheid in ruime zin te bevorderen.
Kanttekeningen bij In te stemmen met de eis van minimaal 50 % eigenaarschap vanaf de ontwikkelfase “2.1 De ervaring lokaal en landelijk is dat nog lang niet alle commerciële ontwikkelaars de meerwaarde inzien van lokale samenwerking met burgers. Diezelfde ontwikkelaars beweren dan ook dat 50 % lokaal eigendom niet haalbaar is. 2.2 Het kan een keuze zijn van de gemeente om uitzonderingen te maken op die eis van 50 % lokaal eigenaarschap. Het is mogelijk dat projecten op een andere manier aantonen dat er een vergelijkbare 13
maatschappelijke meerwaarde ontstaat. Dat kan bijvoorbeeld bij projecten die door lokale bedrijven worden opgezet waarbij al een sterke verbinding is met de regio. Dat levert een vergelijkbare meerwaarde op als het lokale eigendom. De beoordelingscommissie beoordeelt deze projecten.”(pag. 7) Invulling lokaal 50 % eigendom: “Als standaard verplichting is in beide beleidskaders ook opgenomen dat 50 % van het initiatief in eigendom moet zijn/ komen van de omgeving. Het uitgangspunt is dat dit vanaf de ontwikkelfase, dus risicodragend is, maar ook met medezeggenschap. In het Klimaatakkoord (2019) staat dit als een streven: West Betuwe heeft het als een voorwaarde in het vastgestelde beleid opgenomen. In deze definitie discussie spelen dus 3 elementen een belangrijke rol: 50 % eigenaarschap, de omgeving en de ontwikkelfase. Daar waar de energiecoöperatie initiatiefnemer is, is er geen twijfel over deze invulling, maar wel daar waar dat niet het geval is (geweest). We zien die discussie overal in het land. Er is zelfs jurisprudentie dat deze 50 % lokaal eigenaarschap niet afdwingbaar is. Om toch een nadere duiding te geven aan dit begrip, is een extern bureau opdracht gegeven om ons meer handvatten te geven om dit te kunnen beoordelen.
Dat heeft geresulteerd in de volgende nadere duiding; • 50 % eigenaarschap: in de geest van dit criterium wordt bedoeld dat de omwonenden (en dat is anders dan de grondeigenaar van het initiatief) worden betrokken. Dat kan in de vorm van een coöperatie, maar dan kan ook door het openstellen van 50 % van b.v. het totaal van de aandelen en een evenwichtige stemverdeling in de aandeelhouders vergadering. • De omgeving: in het Klimaatakkoord wordt gesproken over de 'lokale omgeving'. Door deelneming aan het initiatief open te stellen aan een beperkt aantal postcodegebieden wordt aan dit criterium voldaan. • Medezeggenschap: Om te komen tot een volwaardige invulling van zeggenschap en eigenaarschap is met name het winst- en stemrecht (transparantie) belangrijk. Relevant bij dit onderdeel is de invloed van de bank als grootste financierder (vaak 80-90 % van de totaal benodigde financiering). Stemrecht kan dan gaan over het ontwerp van het park (binnen de vergunning voorwaarden), maar ook instemmen met de begroting, toestemming geven over drempeluitgaven, instemming bij (her)investeringen en hoe en wanneer deze instemming te organiseren. Het gaat dus ook over volledige transparantie in relatie tot de communicatie, besluitvorming en de financiële administratie.
Met betrekking tot het winstrecht zouden participanten volwaardig moeten kunnen deelnemen door vooraf concrete afspraken overeen te komen onder welke voorwaarden, hoeveel en aan wie dividend wordt uitgekeerd. Een evenwichtige stemverdeling binnen de aandeelhoudersvergadering tussen initiatiefnemer en bewoners als aandeelhouder is daar een belangrijke randvoorwaarde bij.“(pag. 3)
14
Overige randvoorwaarden uit het beleidskader: “De bijdrage aan het Omgevingsfonds van € 0.50 per opgewekte Megawattuur, het onderschrijven van de 'Gedragscode zon op Land' en de opruimplicht van het park na de productieperiode heeft in geen enkel geval tot discussie geleid.” (pag. 4) West Maas en Waal
Beleidsvisie zon 2021
Participatie “Ondanks dat er mensen zijn die liever geen zonnevelden (en windturbines) in de gemeente willen, wordt de doelstelling om duurzame energie op te wekken breed gedragen. Deze steun is niet vrijblijvend. Een belangrijke voorwaarde is dat de financiële opbrengsten zoveel mogelijk lokaal moeten landen. Dit kan direct bij inwoners, maar bijvoorbeeld ook door investeringen in voorzieningen zoals een sporthal of het dorpshuis, in het landschap en in recreatievoorzieningen.”(pag. 7)
Selectie leidraad zonne-energie West Maas en Waal 2021
Toetsingskader “De initiatiefplannen worden op de volgende aspecten getoetst en beoordeeld: - Levenscyclus- en technisch ontwerpplan - Landschappelijk inpassingsplan - Omgevingsdialoog en procesparticipatie - Financiële participatie” (pag. 7) Financiële participatie “Om ervoor te zorgen dat zonneparken lokaal verbonden zijn, is het wenselijk dat omwonenden financieel kunnen meedoen. Financiële deelname (gedeeld ‘eigenaarschap’) kan de acceptatie van een initiatief verhogen. Daarnaast creëert een project dat in zekere mate als lokaal eigendom is ontwikkeld (gewenst) hogere lokale en regionale opbrengsten, dan wanneer deze volledig in eigendom zijn van bijvoorbeeld buitenlandse (energie)bedrijven. Aan initiatiefnemers wordt gevraagd te onderbouwen op welke wijze zij vorm geven aan financiële participatie en in welke mate. Gedacht kan worden aan: • Het betrekken van de lokale energiecoöperatie, bijvoorbeeld door de mogelijkheid te bieden dat zij kunnen mee investeren en een aandeel in het zonnepark verwerven. • Een omwonendenregeling, waarbij er bijvoorbeeld afspraken worden gemaakt over korting op groene stroom, korting op de energierekening of een andere financiële vergoeding. • Een bijdrage aan een omgevingsfonds (€/kWh) waarmee duurzame, landschappelijke en/of maatschappelijke projecten worden gerealiseerd.
• Compensatieregelingen voor omwonenden of omliggende bedrijven, mede om planschade te voorkomen. 15
De keuze voor een bepaald pakket van maatregelen blijft ook voor dit aspect maatwerk. De gemeente is zich er uiteraard bewust van dat er sprake moet blijven van een gezonde businesscase. Randvoorwaarden en uitgangspunten financiële participatie 3.5a De initiatiefnemer maakt inzichtelijk hoe minimaal 50% van het zonnepark als lokaal eigendom (inwoners, bedrijven, coöperatie) wordt aangeboden. Hier kan op verschillende manieren invulling aan worden gegeven. 3.5b De initiatiefnemer beschrijft de mate en mogelijkheden financiële participatie van omwonenden. 3.5c De initiatiefnemer geeft aan welke bijdrage aan het (nog op te richtten) gebiedsfonds kan worden geleverd (€/kWh). 3.5d Initiatiefnemer geeft inzicht in eventueel te nemen compensatiemaatregelen voor omwonenden.”(pag. 10) Zaltbommel
Zon en windbeleid 2021
Voorwaarden financiële participatie “Het is belangrijk dat de omgeving ook de voordelen ervaart van het initiatief. Dit kan door de gemeenschap te laten delen in de opbrengst en ze zeggenschap te geven over het initiatief. Dit is mogelijk via financiële participatie, wat inhoudt dat de omgeving mee investeert en financieel meeprofiteert van een initiatief.”(pag. 9) MINIMAAL 50% MET EEN STREVEN NAAR 100% LOKAAL EIGENDOM VAN DE OMGEVING “De initiatiefnemer moet voor ten minste 50% lokaal eigendom van de omgeving organiseren, met een gemeentelijk streven naar 100% lokaal eigendom. Hierbij wordt aangesloten op het landelijke Klimaatakkoord waarin 50% lokaal eigendom wordt nagestreefd. Onder lokaal eigendom wordt verstaan dat inwoners van gemeente Zaltbommel mede-eigenaar zijn. Onder lokaal eigendom worden aandelen in een coöperatie of vereniging of andere democratische ondernemingsvorm verstaan. Een uitzondering hierop is dat er ook een klein percentage van de 50% van naastgelegen gemeente afkomstig mag zijn, de gevolgen van een windturbine in gemeente Zaltbommel houdt namelijk niet op bij de gemeentegrens.
De laatste uitzondering zijn aangrenzende percelen aan bedrijventerreinen, deze hoeven geen 50% lokaal eigendom te hebben in de vorm van inwoners voor het realiseren van een zonproject waarvan de energie wordt gebruikt voor eigen gebruik van de bedrijven op het bedrijventerrein. Hierop is het Lokaal Energiebedrijf van gemeente Zaltbommel een uitzondering. Hier is de eigenaar namelijk de gemeente, waardoor de inwoners indirect profiteren. Lokaal eigendom van de omgeving moet geregeld zijn voordat een initiatief in behandeling wordt genomen. Omdat juist in de aanloop van het project waarde wordt gecreëerd en belangrijke beslissingen worden genomen voor de omgeving. Van belang is dat de rechtsvorm van het georganiseerd lokaal eigendom toestaat dat ieder die dat wil toe kan treden. Daarnaast is van belang dat de toegetredenen zeggenschap hebben over het initiatief, 16
delen in de opbrengsten en zeggenschap hebben over de besteding van eventuele winst. Financiële deelneming (bijvoorbeeld obligaties), waarbij het element zeggenschap ontbreekt, tellen niet mee voor het percentage lokaal eigenaarschap van de omgeving. Schijnconstructies, waarbij het lokaal eigendom in werkelijkheid bestaat uit een verband van commerciële ontwikkelaars, grondeigenaren en/of ondernemingen, zijn niet toegestaan. RAADSMEMO – TOELICHTING ZON- EN WINDBELEID NAAR AANLEIDING VAN CARROUSEL 25-022021
OMWONENDEN EN INWONERS DELEN IN DE WINST DOOR MIDDEL VAN OMGEVINGSFONDS Naast lokaal eigendom, is het ook wenselijk dat de winst lokaal wordt ingezet. De initiatiefnemer is verplicht een omgevingsfonds op te zetten dat ten goede komt aan de omgeving van het initiatief. Een minimale bijdrage van de initiatiefnemer van € 0,50 per MWh aan een omgevingsfonds is verplicht SAMENWERKINGEN MET LOKALE BEDRIJVEN De gemeente wil de investeringen zoveel mogelijk ten goede laten komen aan de lokale gemeenschap. Daarom is het wenselijk dat er met bedrijven uit de gemeente wordt samengewerkt.”(pag. 10) Tendermethodiek opwek van duurzame grootschalige windenergie Participatie “1. Knock-out criterium kwaliteit Wanneer het ingediende project en/of het projectplan naar mening van de gemeente niet voldoende kwaliteit bevat kan het onderbouwd afgewezen worden. 2. Knock-out criterium kartel Wanneer naar mening van de gemeente onvoldoende concurrentie mogelijk is door kartelvorming (onderlinge afspraken, grondposities en/of op andere wijze) kan de gemeente de aanbiedingen onderbouwd afwijzen. 3. Knock-out criterium procesparticipatie Iedereen in de ruime omgeving, of het nu bewoners of bedrijven zijn moet actief op de hoogte gebracht worden van de plannen, de ontwikkeling, wat er onderhandelbaar is en hoe, waar en wanneer er bezwaar aangetekend moet worden. 4.
Punten procesparticipatie zijn te scoren op: - inspanningen in / vorm van procesparticipatie. Hoe kunnen mensen uit de omgeving deelnemen, hoe worden mensen die minder snel meepraten actief betrokken, hoe wordt het begrijpelijk gemaakt, in welke mate kan er meegedacht worden. - Middelen die beschikbaar zijn om vervolgens daadwerkelijk iets met de uitkomsten van de participatie te doen. 5. Bijdrage, meestal in financiële zin aan de omgeving, denk hierbij aan een omgevingsfonds, omwonendenvergoeding, bijdrage aan een landschapsfond et cetera. 17
6. Eigendomsparticipatie in de ontwikkelfase. Een eigendomsparticipatie van ten minste 50% met een streven naar 100% wordt gestimuleerd. Medeeigenaarschap garandeert het recht op blijvende grote medezeggenschap en dat zal dan ook meewegen in de puntentelling.” (pag. 3) Tendermethodiek grootschalig windenergie 2021
Inhoud marktconsultatie Tijdens de marktconsulatie geeft de gemeente Zaltbommel toelichting op de voorwaarden voor de maatschappelijke tender en wordt het concept uitnodigingskader uiteengezet. In het concept uitnodigingskader staan de volgende zaken beschreven: - Voor wie is het uitnodigingskader geschreven? - Wat is een initiatiefnemer? - Waar zijn windmolens mogelijk? (specificering zoekgebied(en) (energiekansenkaart). - Waaruit bestaat een principeverzoek? - Kaders voor ruimtelijke inpassing - Kaders voor (financiële) participatie - Kaders voor geluid en slagschaduw - Wijze waarop het uiteindelijke proces doorlopen wordt. Naast deze elementen wordt ook uiteengezet hoeveel Megawatt (MW) de uitvraag betreft en wat de belangrijkste eisen zijn aan de windmolens. Hierbij moet gedacht worden aan ashoogte, rotordiameter en tiphoogte van de windmolens. (pag. 6) Lokaal eigendom Het is belangrijk dat de omgeving ook de voordelen ervaart van het initiatief. Dit kan door de gemeenschap te laten delen in de opbrengst en ze zeggenschap te geven over het initiatief. Dit is 4 Onder directe omgeving wordt verstaan: omwonenden binnen de afstand van vier keer de masthoogte van de windmolen. 13 Tendermethodiek gemeente Zaltbommel / november 2021 mogelijk via lokaal eigendom, wat inhoudt dat de omgeving mee investeert en financieel meeprofiteert van een initiatief en zeggenschap verkrijgt.
De initiatiefnemer moet aantonen dat zij zich inspannen om ten minste 50 procent lokaal eigendom te organiseren, met een gemeentelijk streven naar 100 procent lokaal eigendom. Hierbij wordt aangesloten op het landelijke Klimaatakkoord waarin 50 procent lokaal eigendom wordt nagestreefd. (…) Als laatste is initiatiefnemer, overeenkomstig artikel 2.3.2 uit het Zon- en Windbeleid verplicht een omgevingsfonds op te zetten waarbij €0,50 per MWh afgedragen wordt aan dit fonds ten behoeve van de omgeving. Initiatiefnemer dient in overleg met de omwonenden tot een goede invulling van het gebiedsfonds te komen. Dit kan betekenen dat de ontwikkelaar beheerder blijft van het omgevingsfonds of dat middels een 18
coöperatieve invulling het fonds beheerd zal gaan worden. Hierbij is het van belang dat aangegeven wordt hoe het geld dat terugvloeit naar de omgeving zal worden ingezet en hoe dit georganiseerd wordt. (pag. 14 en 15) Wegingsfactor Ten aanzien van lokaal eigendom is gekozen voor een wegingsfactor van 40 procent. Dit is het hoogste percentage binnen het onderdeel maatschappelijke criteria. De reden daarvoor is dat lokaal eigendom van groot belang wordt geacht in het benodigde draagvlak voor het realiseren van een windpark. Daarnaast is het de wens van gemeente Zaltbommel dat er zoveel mogelijk inwoners (financieel) kunnen meeprofiteren van de opbrengsten van het windpark. Om die reden is de wegingsfactor vastgesteld op 40 procent. (pag. 15) Provincie Gelderland
Gelders Klimaatplan 2021-2030
Kaders voor participatie “Het Klimaatakkoord en het Nationaal Programma RES (NP RES) beschrijven de participatie bij de bredere klimaatdoelen en de Regionale Energiestrategie (RES). De Omgevingswet en de Omgevingsvisie geven wetten, regels en kaders mee voor participatie bij en de ruimtelijke inpassing van projecten. We zien dat de regio’s zeer actief zijn op dit punt en kaders ontwikkelen. Ook gemeenten kennen veelal hun eigen participatiekaders. We werken zelf aan een vernieuwde provinciale participatieaanpak, zodat participatie in overeenstemming met de voorgenomen wijziging van de Provinciewet en de daarop gebaseerde participatieregelgeving plaatsvindt. De vernieuwde participatieaanpak biedt houvast en maakt duidelijk wat de samenleving van ons als provincie kan en mag verwachten.”(pag. 22) Draagvlak “hierbij citeren we uit het onlangs verschenen rapport van de Rekenkamer OostGelderland: ‘vertrouwen creëren in het proces door eerlijkheid, transparantie en goede informatievoorziening en goede participatiemogelijkheden voor belanghebbenden’. Bij de energietransitie voegen we ‘rechtvaardigheid in de verdeling van de kosten, baten en risico’s tussen de betrokken partijen’ toe. Draagvlak is niet de afwezigheid van weerstand en participatie is geen middel om weerstand te voorkomen.”(pag. 22)
Beleidslijn Windenergie
50% lokaal eigendom “In het Klimaatakkoord staat het streven dat voor de grootschalige opwek van duurzame energie op land 50% van de productie eigendom is van de lokale omgeving (bewoners en bedrijven). De baten van een project blijven zo in de regio en de omgeving profiteert ervan. Dit is belangrijk om het draagvlak voor de energietransitie te versterken. We onderschrijven dit uitgangspunt en streven actief naar 50% eigendom door het gebied en bij het al dan niet overgaan tot een inpassingsplan is dit één van de criteria.” (pag. 23) 19
Participatie bedrijven “Participatie met en door industrie en bedrijven vindt vooral collectief plaats via de aanpak op bedrijventerreinen en door middel van sectorafspraken met energie-intensieve industrieën. Voor themaoverstijgende onderwerpen, zoals waterstof en biomassa, vindt participatie bij voorkeur plaats tussen partijen in de gehele keten van productie, transport, innovatie en toepassing.”(pag. 24) Maatschappelijke initiatieven “Het aantal initiatieven in Nederland is de laatste 10 jaar enorm gegroeid en groeit nog steeds. Maatschappelijke initiatieven zijn onmisbaar bij het bereiken van klimaatdoelstellingen en wel om 4 redenen: acceptatie en vermaatschappelijking van transities, innovatiekracht, meervoudige waardencreatie en CO₂-reductie. Daar waar we kansen zien, stimuleren we maatschappelijke initiatieven, ondersteunen deze of werken intensief met hen samen.´(pag. 24) Draagvlak en participatie ´Wij hechten er waarde aan dat initiatiefnemers belanghebbende partijen, zoals omwonenden, zowel financieel laten participeren als betrekken bij de afwegingen over nieuwe locaties, aantal, hoogte van de windturbines etc. Dit kan bereikt worden door de belanghebbende partijen in een zo vroeg mogelijk stadium bij de planvorming te betrekken.
Hiervoor kunnen bijvoorbeeld informatieavonden georganiseerd worden waarbij partijen actief mee kunnen denken over de voornoemde te maken afwegingen.´ (pag. 4) “Wij hechten daarnaast waarde aan een evenwichtige verdeling van lusten en lasten van een windpark. Naast participatie in het ruimtelijke proces is het belangrijk dat belanghebbende partijen ook de mogelijkheid hebben om financieel te participeren. Wij zien de volgende mogelijkheden voor participatie: • financiële participatie door het instellen van een (lokaal) beleggingsfonds of het uitbrengen van obligaties; • een coöperatie of burgerinitiatief als (mede) initiatiefnemer; • instellen van een gebiedsfonds; • financiële steun aan (duurzaamheids)initiatieven in een regio; • compensatie door korting op elektriciteit voor omwonenden. Bij het beoordelen van windenergieplannen nemen we ook de inspanningen in relatie tot participatie en het creëren van draagvlak in ogenschouw.”(pag. 4)
20