2024-095 1 Concept Begroting 2025 Regio Rivierenland
Tekst van het document
19 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Bron: JVS-Jeugdvolgsysteem/DUO
Bron: JVS-Jeugdvolgsysteem/DUO De in bovenstaande overzichten opgenomen aantallen met betrekking tot absoluut en relatief verzuim sluiten aan op het jaarverslag, dat door Leerplicht is opgesteld. De cijfers geven de inspanningen weer die zijn gedaan op het gebied van verzuimcontrole en -reductie (verzuimpreventie, toezicht & handhaving). Uit de cijfers van het relatief verzuim blijkt, dat t.o.v. het vorige schooljaar 2021-2022 meer verzuim is binnengekomen en opgepakt. De cijfers van het Absoluut verzuim laten een forse stijging zien t.o.v. het vorige schooljaar 2021-2022. Een toename van complexere en intensievere casussen. Dit zien we regionaal en ook landelijk terug in de cijfers.
20 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
De financiën van dit programma Financiële aandachtspunten Onderstaande tabel geeft een totaaloverzicht van de financiën van dit programma. Hieronder volgen de belangrijkste financiële aandachtspunten: De lasten zijn ten opzichte van de begroting 2023 per saldo gedaald met € 688.000. De baten zijn gedaald met € 415.000. Er zijn verschillende oorzaken voor de dalingen: lagere uitvoeringskosten voor Inburgering van € 0,3 miljoen en lagere lasten voor Versis van € 0,5 miljoen. Bij het onderdeel Leerplicht stijgen de lasten met € 0,3 miljoen door hogere personeelslasten als gevolg van de wijziging in de ingrado-norm. Tegenover de bijstelling van de hierboven genoemde lasten staat ook een bijstelling van de inkomsten. De daling van de inkomsten is kleiner dan bij de lasten door de vastgelede bijdragen voor de overhead in de DVO’s van Inburgering en WMO/Jeugd Binnen Contractgestuurde Dienstverlening is ervoor gekozen om de stelposten die altijd in de begroting waren opgenomen eruit te halen. Dit omdat het gezien de toegenomen complexiteit van werkzaamheden niet reëel is om extra werkzaamheden uit te voeren om de stelposten te realiseren. Wel is het aantal productieve uren waarmee per fte is gerekend verhoogd om de tarieven die worden doorbelast aan gemeenten niet te veel te laten stijgen.
De uitvoeringslasten (en de bijdragen die de gemeenten hiervoor betalen) bij de verschillende onderdelen zijn in totaliteit t.o.v. 2024 gestegen als gevolg van de indexering van de salariskosten en de overige kostenbudgetten. Er is geen inzet van reserves meer begroot door de lagere lasten voor kwalificatieplichtgelden bij het Doorstroompunt.
Toelichting bij de tabel: Het begrote resultaat van € 1.625.000 (voordeel) is gelijk aan het bedrag van de overheadkosten, die conform BBV-voorschrift niet meer aan het programma worden toegerekend, maar integraal (bij programma 3) worden verantwoord. Producten Tot dit programma behoren de volgende producten: - Doorstroompunt (voorheen RMC) - Leerplicht - Sociale Recherche - Inkoopondersteuning - Coördineren en beheren van de uitvoering van Basismobiliteit (Versis) - Uitvoeringsondersteuning Wmo/Jeugd - Ambtelijke ondersteuning RW-POA (Regionaal Werkbedrijf en Platform Onderwijs en Arbeidsmarkt) - Wet Inburgering Achtergronden bij dit programma
Meer informatie over Contractgestuurde dienstverlening is te vinden op onze website.
21 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Programma 3 – Algemene baten en lasten In dit programma worden de overheadkosten centraal begroot en verantwoord, die niet meer toegerekend worden aan taken/activiteiten. Alleen de kosten die een directe relatie hebben met het primaire proces worden aan de programma's toegerekend. Naast de overheadkosten worden binnen dit programma ook de resultaten uit Treasury en de centrale budgetten voor onvoorziene uitgaven en vennootschapsbelasting begroot en verantwoord. Resumerend zijn in programma 3 Algemene baten en lasten de volgende onderdelen opgenomen: Programma onderdelen programma 3 Algemene baten en lasten A Overhead Taakveld 0.4 uit de Regeling vaststelling taakvelden en verstrekking informatie voor derden. B Treasury Het renteresultaat zoals opgenomen in taakveld 0.5 uit de Regeling vaststelling taakvelden en verstrekking informatie voor derden. C Onvoorziene uitgaven Het centrale budget voor onvoorziene uitgaven maakt deel uit van taakveld 0.8 'Overige baten en lasten' uit de Regeling vaststelling taakvelden en verstrekking informatie voor derden. D Vennootschapsbelasting Het centraal begrote bedrag voor de heffing van vennootschapsbelasting wordt opgenomen in taakveld 0.9 'Vennootschapsbelasting' uit de Regeling vaststelling taakvelden en verstrekking informatie voor derden.
De financiën van dit programma Financiële aandachtspunten Onderstaande tabel geeft een totaaloverzicht van de financiën van dit programma. Hieronder volgen de belangrijkste financiële aandachtspunten: - De lasten bestaan hoofdzakelijk uit de kosten van overhead. De totale lasten bij programma 3 zijn t.o.v. de begroting 2024 per saldo met € 183.000 gestegen. De baten zijn gedaald met € 25.000. - De overheadkosten zijn gestegen met in totaal € 211.000, verdeeld over de programma’s 1 en 2. Deze wordt grotendeels gedekt uit inkomsten van de DVO Inburgering en DVO Wmo/Jeugd waarin in de DVO bijdragen aan de overhead per fte zijn vastgesteld. - De aan de investeringen toegerekende rente is met € 1.000 gedaald t.o.v. de begroting 2024. In overeenstemming met de uitgangspunten van de Notitie Rente van de BBV-commissie wordt de doorbelasting van rente naar taakvelden als negatieve last op het taakveld Treasury opgenomen. - In het bedrag van de begrote baten van in totaal € 258.000 is een bedrag voor desintegratiekosten van € 133.000 begrepen, dat Avri vanaf de afsplitsing op 1 januari 2016 betaalt als vergoeding voor de niet afbouwbare overhead. - Het begrote resultaat uit Treasury is t.o.v. begroting 2024 licht gedaald, maar blijft positief. Het positieve treasuryresultaat geven we terug aan de gemeenten via de gemeentelijke bijdrage (zie volgende punt).
- Per saldo is de gemeentelijke bijdrage neutraal (€ 0.-). De opbouw is als volgt: budget voor onvoorziene uitgaven: € 10.000 en voordelig resultaat uit treasury: €- 10.000. - De inzet van de reserves is begroot op € 86.000 en bestaat uit de inzet van de reserve Herhuisvesting (€ 33.000) en de inzet van de reserve Desintegratiekosten voor de financiering van de lasten van het ICT-plan, waarmee we de vernieuwing/modernisering van de ICT-Infrastructuur hebben gerealiseerd (€ 53.000). Na de samenvattende cijfertabel is een gedetailleerde specificatie opgenomen van de overheadkosten per onderdeel, waardoor de kosten van onze bedrijfsvoering transparant en inzichtelijk zijn vastgelegd in de begroting. Bovendien wordt daarmee een betere sturing en control gerealiseerd.
22 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Overzicht van de kosten van overhead Conform wettelijk voorschrift (BBV) nemen we in een apart overzicht de kosten van de overhead op in het programmaplan, zodat via de programmabegroting inzicht wordt gegeven in de kosten van de overhead voor de gehele organisatie. Overhead heeft betrekking op ondersteunende taken die niet direct dienstbaar zijn aan de externe klant of het externe product. De algemene definitie luidt als volgt: overhead heeft betrekking op alle
kosten die samenhangen met de sturing en de ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces.
In onderstaand overzicht is een specificatie opgenomen van de overhead, waarbij voor het onderscheid naar de verschillende kostencomponenten aansluiting is gezocht bij de definitie en opsomming uit de Notitie Overhead van de BBV-commissie. De inrichting van onze administratie sluit hierop aan.
Op basis van de in bovenstaande tabel weergegeven verdeelsleutels bedraagt de overhead voor programma 1 Regionale samenwerking € 1.630.000 en voor programma 2 Contractgestuurde dienstverlening € 1.625.000. Voor de uitvoeringsteams van Contractgestuurde dienstverlening komt dat neer op een gemiddeld bedrag van € 38.700 per fte (dat is nu inclusief de kosten voor het teammanagement).
23 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Overhead en apparaatskosten In onderstaand overzicht zijn de lasten gespecificeerd.
De overhead, uitgedrukt als percentage van het totaal van de begrote lasten, is t.o.v. de begroting 2024 gestegen met 1,0% punten (van 17,8% naar 18,8%). De procentuele stijging in de begroting 2025 heeft te maken met de daling van de lasten binnen programma 2, Contractgestuurde Dienstverlening. Treasury De investeringen en overige activiteiten hebben we met eigen middelen (voornamelijk reserves) gefinancierd. Hierdoor realiseren we in de begroting een positief resultaat uit treasury, dat we via de gemeentelijke bijdrage teruggeven aan de gemeenten. Alle rentelasten en rentebaten worden begroot en verantwoord op het taakveld Treasury. In de paragraaf Financiering is een renteschema opgenomen, dat inzicht geeft in de rentebaten, rentelasten en het begrote renteresultaat. Het saldo en de samenstelling van het resultaat uit treasury is in onderstaand overzicht samengevat.
Per saldo resteert een begroot positief resultaat uit treasury van € 10.000, dat via de gemeentelijke bijdrage wordt teruggegeven aan de gemeenten.
24 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Onvoorziene uitgaven In de begroting 2025 is een centraal budget voor onvoorziene uitgaven opgenomen van € 10.000. Financiering gebeurt via de gemeentelijke bijdrage. Vennootschapsbelasting Regio Rivierenland is vanaf 1 januari 2016 belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Bij de taken die als ondernemersactiviteit worden aangemerkt moet over de behaalde (fiscale) winsten vennootschapsbelasting worden afgedragen, tenzij één van de in de wet opgenomen vrijstellingen van toepassing is. Voor het begrotingsjaar 2025 wordt geen heffing van vennootschapsbelasting verwacht. Producten Tot dit programma behoren de volgende taakvelden/producten: - Overhead - Treasury - Onvoorziene uitgaven - Vennootschapsbelasting
25 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Paragraaf 1 – Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten in 2025 De weerstandscapaciteit van de regio is voldoende om de risico’s die we lopen op te vangen. We zetten het beleid ongewijzigd voort. Toelichting bij de financiële risico’s Onderstaande risico’s zijn relevant voor de begroting 2024: - Bij Contractgestuurde dienstverlening werken we met dienstverleningsovereenkomsten. - Aan het werken met dienstverleningsovereenkomsten zijn financiële risico's verbonden. De financiële risico's en eventuele tekorten bij de uitvoering van taken voor gemeenten kunnen worden opgevangen door inzet van de risicoreserve Contractgestuurde dienstverlening. - Voor de uitvoering van het vervoer zijn overeenkomsten gesloten met een regiecentrale en een aantal vervoerders. Financiële risico's bestaan bij een eventueel faillissement van een van de partijen. Daarnaast bestaan risico's bij onenigheid tussen opdrachtgever en uitvoerende ondernemers, wat uiteindelijke financiële gevolgen kan hebben. Tot slot kunnen er financiële risico's zijn op het gebied van personele verplichtingen, als de uitvoering van Versis door de Regio wordt beëindigd. De gevolgen van financiële risico's en tekorten kunnen worden gefinancierd vanuit de risicoreserve Contractgestuurde dienstverlening.
- In het verleden is een integrale inventarisatie uitgevoerd naar de financiële risico's bij het Regiokantoor van Regio Rivierenland, waarbij tevens een koppeling is gelegd met de saldi van reserves en voorzieningen om de risico's te kunnen dekken. De in de balans opgenomen algemene reserve van € 474.000 wordt voldoende geacht voor het afdekken van de financiële risico's. - Er functioneren voldoende controle- en beheersingsmaatregelen binnen het Regiokantoor van Regio Rivierenland. De frauderisico's worden als 'laag' gekwalificeerd. De uitvoeringsaspecten van risicomanagement en de daarmee samenhangende ontwikkelingen in de organisatie worden hierna in deze paragraaf toegelicht.
26 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Toelichting op het begrip weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen is afhankelijk van de benodigde weerstandscapaciteit – de ingeschatte risico’s – en de beschikbare weerstandscapaciteit – de middelen die beschikbaar zijn om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen. Het weerstandsvermogen wordt gevormd door de aanwezige middelen om de nadelige gevolgen van risico’s op te vangen. Het gaat bij het weerstandsvermogen met name om risico’s die niet via verzekeringen of voorzieningen kunnen worden ondervangen. In onderstaand schema is dit weergegeven: Bekende risico’s
Beschikbare middelen
Benodigde weerstandscapaciteit
Beschikbare weerstandscapaciteit
Weerstandsvermogen
De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door: -
de verwachte impact van de aanwezige risico’s; de gewenste mate van zekerheid dat de risico’s kunnen worden opgevangen; de mate waarin de risico’s al op andere wijze zijn afgedekt.
De beschikbare weerstandscapaciteit is het totaal aan middelen en mogelijkheden waarover de regio kan beschikken om eventueel optredende niet begrote kosten af te dekken, zonder invloed op de uitvoering van taken. De middelen die we tot de beschikbare weerstandscapaciteit rekenen zijn: - de vrije aanwendbare reserves; - de stille reserves; - de post onvoorzien in de begroting. Beleid omtrent weerstandscapaciteit Regio Rivierenland is een gemeenschappelijke regeling die taken uitvoert in opdracht van acht gemeenten. Het weerstandsvermogen van de regio wordt gevormd door het weerstandsvermogen van de afzonderlijke gemeenten. Niettemin zijn er redenen om ook binnen de regio financiële weerstand op te bouwen. Op grond van wettelijke voorschriften is de regio verplicht voorzieningen te vormen voor kwantificeerbare risico’s, verplichtingen en verliezen. Daarnaast is het wenselijk om voor bepaalde activiteiten een reserve te hebben om te voorkomen dat bedrijfsresultaten en onvoorziene omstandigheden grote afwijkingen veroorzaken in de jaarlijks geraamde gemeentelijke bijdragen en tarieven. De afgelopen jaren is de vaste gemeentelijke bijdrage van de gemeenten deels omgezet naar dienstverleningsovereenkomsten. Het leveren van maatwerk en flexibiliteit heeft als nadeel dat er meer (financiële) risico’s in de bedrijfsvoering ontstaan.
Om deze risico’s op te kunnen vangen heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met de vorming van reserves.
27 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Overzicht van weerstandscapaciteit en risico’s bij de programma's Regionale samenwerking en Contractgestuurde dienstverlening Om het inzicht te versterken in de bestaande en toekomstige financiële risico's en de mate waarin deze zijn afgedekt door reserves heeft het Regiokantoor in het verleden een onderzoeksrapport 'Risico's bij Regio Rivierenland' op laten stellen. Mede op basis van de uitkomsten van de risico-inventarisatie en de in het onderzoekrapport opgenomen adviezen is een algemene reserve gevormd van € 474.000 als extra buffer voor het afdekken van (financiële) risico's. In algemene zin kan gesteld worden dat er geen (grote) risico's zijn bij het Regiokantoor die om directe aanpassing in de bedrijfsvoering vragen. Risico bij Contractgestuurde dienstverlening in de afgelopen jaren aanzienlijk gedaald. Onze inspanningen zijn gericht op een reëel en structureel sluitende begroting bij de contractactiviteiten (programma 2) in de (meerjaren)begroting vanaf 2023. De sturing op kosten is geïntensiveerd en verbeterd en streven we naar een financieel sluitende exploitatie. Toelichting bij de risicoreserve Contractgestuurde dienstverlenin4 Voor het opvangen van tekorten (en overige financiële risico's) bij de uitvoering van contractactiviteiten (programma 2 Contractgestuurde dienstverlening) is een risicoreserve gevormd.
Deze reserve is bedoeld om tegenvallende resultaten en/of wegvallende vraag op flexibele taken op te kunnen vangen. Een reserve van maximaal 30% van de totale uitgaven bij Contractgestuurde dienstverlening wordt voldoende geacht om de bedrijfsvoeringrisico’s op te kunnen vangen (Besluit van het Algemeen Bestuur uit april 2011). De flexibele taken van Contractgestuurde dienstverlening bevatten risico’s voor Regio Rivierenland, waarbij te denken valt aan ziekte en inhuur van personeel en fluctuaties in de vraag naar diensten/producten. Ook zijn er risico’s op het gebied van vraag en aanbod. Hiertegenover staat dat de gemeenten betalen voor de gevraagde diensten. In het uiterste geval zijn gemeenten als eigenaar van de Regio Rivierenland verantwoordelijk voor tekorten die niet kunnen worden gedekt uit de gevormde reserves.
Onvoorziene uitgaven
In de Nota reserves en voorzieningen is ten aanzien van de weerstandscapaciteit van de programma's Regionale samenwerking en Contractgestuurde dienstverlening bepaald dat er een post ‘onvoorzien’ in de begroting opgenomen kan worden voor incidentele tegenvallers. In de programmabegroting 2025 is een bedrag van € 10.000 opgenomen voor onvoorziene uitgaven. Maatregelen op het gebied van risicobeheersing en risicomanagement We hebben verzekeringen afgesloten voor onze eigendommen en voor het personeel. We hebben verzekeringen op het gebied van brand/opstal + inventaris/goederen, computerverzekering, aansprakelijkheid, rechtsbijstand en goed werkgeverschap. Eventuele financiële risico's en kosten van schades kunnen veelal via verzekeringspolissen worden gedekt. De werkorganisatie en de werkprocessen zijn zodanig ingericht, dat voldoende (controle-) procedures en beheersmaatregelen functioneren om financiële risico's en frauderisico's te voorkomen of in ieder geval te beperken. We werken met (meerjarige) contracten, bijvoorbeeld op het gebied van huisvesting/onderhoud om de risico's ten aanzien financiële verplichtingen te reduceren. Ook voor de inkomsten geldt, dat we contractafspraken maken met onze klanten (bijvoorbeeld via dienstverleningsovereenkomsten).
Het beheer van subsidiegelden en de bewaking van subsidievoorwaarden en -verplichtingen is voldoende ingebed in de organisatie.
28 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Ten aanzien van de geldmiddelen wordt opgemerkt dat de organisatie geen eigen kas heeft. Alle geldstromen lopen via de bank (BNG), waardoor geen risico's bestaan ten aanzien van vervreemding of verduistering van kasgelden. De banktegoeden zijn ondergebracht bij de schatkist, waardoor ook ten aanzien van het onrechtmatig gebruik van banktegoeden de financiële risico's grotendeels zijn afgedicht, omdat voor het ontvreemden van gelden extra stappen ondernomen moeten worden. Bovendien zijn in het proces van bankbetalingen meerdere controlestappen aangebracht. Voor wat betreft de gemeentelijke bijdrage zijn in de Regeling Regio Rivierenland bepalingen opgenomen, waardoor financiële risico's worden beperkt, in ieder geval voor de korte termijn. Overige getroffen maatregelen betreffen voornamelijk organisatorische maatregelen, passend bij de ontwikkelingen in de bedrijfsvoering en de dynamiek van het werken in een gemeentelijke (politieke) omgeving. Er wordt geïnvesteerd in personeel via training, opleidingen en loopbaanbegeleiding. Daarnaast is er aandacht voor de kwaliteit, betrouwbaarheid en continuïteit van (ICT-)systemen en de hiermee samenhangende activiteiten op het gebied van databeheer en informatiebeveiliging.
Overige financiële risico’s Op grond van de wettelijke voorschriften mogen in de balans geen arbeidskosten gerelateerde verplichtingen worden opgenomen met een jaarlijks gelijkblijvend volume. Dit heeft onder meer betrekking op de verplichting verlofdagen. Als gevolg van de toegenomen werkvoorraad en werkdruk zien we een groei in het verlofsaldo bij medewerkers. De lasten daarvan worden gerealiseerd op het moment dat het verlof wordt opgenomen of uitbetaald. Voor de latente verlofverplichtingen is geen budget in de begroting opgenomen en daarmee vormt de verplichting voor verlofdagen (in de jaarrekening 2023 een bedrag van € 299.000) een belangrijke financiële risicopost.
29 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Paragraaf 2 – Onderhoud kapitaalgoederen
Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten in 2025 We zetten het beleid ongewijzigd voort. Beleidskader Het beleid ligt vast in het meerjarenonderhoudsplan Het beleidskader ligt vast in de beleidsnotitie Onderhoud gebouwen. Uitgangspunt is dat op langere termijn ons bedrijfspand op een adequate wijze wordt onderhouden. Renovaties en nieuwbouw moeten hiervan los worden gezien. Hiervoor dienen afzonderlijk middelen beschikbaar te worden gesteld door het Algemeen Bestuur. Het onderhoudsplan is doorgerekend voor een periode van 16 jaar. Jaarlijks wordt nagegaan of de voorziening een toereikend saldo heeft en of het meerjarenonderhoudsplan bijstelling behoeft. In 2019 hebben we de nieuwe huisvesting gerealiseerd in ons pand aan de Burg. Van Lidth de Jeudelaan. De verbouwingen zijn in 2020 afgerond in combinatie en samenhang met de uitvoering van het meerjarig onderhoudsplan. Het investeringskrediet voor de verbouwingen is inmiddels volledig ingezet. Financiële consequenties en vertaling daarvan in de begroting Onderhoudsvoorziening pand Burg. van Lidth de Jeudelaan Eind 2023 zijn we gestart met het opstellen van een geactualiseerd meerjarenonderhoudsplan die we in 2024 hebben kunnen afronden en dat in overeenstemming is met de huidige huisvestingssituatie van ons gerenoveerde pand.
Het nieuwe meerjarenonderhoudsplan is vastgesteld door het Algemeen Bestuur bij de vaststelling van de Begroting 2025. We hebben in de begroting 2025 de storting in de onderhoudsvoorziening vastgelegd op € 15.546, gelijk aan het geraamde bedrag in de begroting 2024. Het geplande/geraamde verloop van de onderhoudsvoorziening meerjarig is als volgt.
30 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Paragraaf 3 – Bedrijfsvoering
Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten in 2025 Algemeen De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens rond de bedrijfsvoering. Met bedrijfsvoering worden de bedrijfsprocessen bedoeld die nodig zijn om de beleidsdoelstellingen uit de programma's te realiseren. Onze organisatie is voortdurend in verandering door de dynamiek in het openbaar bestuur en de ontwikkelingen in de samenleving. Verandering zal de constante factor zijn voor onze organisatie. Dat vraagt een organisatie die daarmee om kan gaan en kwaliteit blijft leveren. Het Dagelijks Bestuur is verantwoordelijk voor een adequate bedrijfsvoering. Het Algemeen Bestuur heeft hierbij een kaderstellende en controlerende taak. De organisatie van de Gemeenschappelijk Regeling Regio Rivierenland bestaat uit drie onderdelen: 1. Programma's en projecten (programma 1): Dit onderdeel richt zich op de procesmatige facilitering van regionale samenwerking op bijvoorbeeld de thema's wonen, economie (Logistiek & Vestigingsklimaat bedrijven, Agribusiness en Recreatie & Toerisme), energie, arbeidsmigranten en mobiliteit. Daarmee worden de opgaven uit programma 1 van de begroting verwezenlijkt. 2.
Contractgestuurde Dienstverlening (programma 2): Dit onderdeel voert 7 gemeentelijke taken uit: leerplicht, doorstroompunt (RMC), inkoop, wmo-jeugd, inburgering, sociale recherche en versis (leerlingenvervoer). Daarmee worden de opgaven uit programma 2 van de begroting gerealiseerd. 3. Bedrijfsvoering (programma 3): Dit onderdeel bestaat uit P&O, Financiën, Informatievoorziening & Automatisering, Informatieveiligheid en privacy (FG), Facilitair, Juridische Zaken, Archivering, Communicatie en secretariaat. Dit onderdeel is gericht op de bedrijfsvoering van de GR Regio Rivierenland en de interne dienstverlening en bedrijfsprocessen die nodig zijn om de beleidsdoelstellingen uit de programma's 1 en 2 te realiseren. Programma's en projecten (Programma 1) De samenwerking tussen de gemeenten wordt gefaciliteerd door speerpuntondersteuners en meerdere programmamanagers en projectleiders voor diverse beleidsvelden/opgaven. Zij faciliteren de samenwerking tussen de gemeenten (en tussen gemeenten en samenwerkingspartners) op een hoogwaardig procesmatig niveau en anticiperen daarbij op de wensen van de gemeenten en maatschappelijke ontwikkelingen (veranderingen, bedreigingen en kansen voor de gemeenten).
Samen met de gemeenten zetten we in op het transparant maken en houden van de onderwerpen die op regionaal niveau spelen en opgepakt worden, zodat de gemeenten(raden) het overzicht behouden en de inhoudelijke richting kunnen blijven bepalen. Contractgestuurde dienstverlening (Programma 2) Bij de Contractgestuurde Dienstverlening ontzorgen we de gemeenten op maat in de uitvoering van gemeentelijke taken omdat gemeenten meerwaarde zien om die taken op regionaal schaalniveau op te pakken. Die meerwaarde zit in robuustheid (Medewerkers kunnen elkaar vervangen), efficiëntie (werkzaamheden kunnen optimaal verdeeld, niet per definitie per gemeente) en kostenbesparing (gemeenten profiteren van schaalvoordelen). Bedrijfsvoering (Programma 3) De ondersteunende diensten (P&O, Financiën, Informatievoorziening & Automatisering, Informatieveiligheid en privacy (FG), Facilitair, Juridische Zaken, Archivering, Communicatie en secretariaat) staan direct ten dienste van het primair proces van de organisatie, de taken uit programma 1 en 2. Ten behoeve van de instandhouding van de regionale samenwerking zelf, zijn op concernniveau werkzaamheden nodig. De concernondersteuning is gericht op: • Het werkgeverschap (arbeidsvoorwaarden (incl. facilitaire zaken en ICT-faciliteiten), personeelsregelingen, OR). • De planning- en controlcyclus, monitoring en financieel advies.
• Control (interne controle en algemene financiële control). • Organisatie-inrichting (treasury, budgetbeheer, mandatering, organisatieregelingen). • Juridische control (gemeenschappelijke regeling en interne reglementen en verordeningen). • Archief (centrale archiefverantwoording en -wetgeving). • Concerncommunicatie (website, intranet, nieuwsuitingen, folders). • Bestuursondersteuning (faciliteren bestuursvergaderingen, regiomiddagen, regionale agendacommissie en bijeenkomsten).
31 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Doorontwikkeling bedrijfsvoering
In 2025 zullen wij de bedrijfsvoering verder doorontwikkelen. Een belangrijk element in de doorontwikkeling is het in balans brengen van de capaciteit bij bedrijfsvoering met de belegde taken in het primaire proces (programma's 1 en 2). Als gevolg van de stijging van taken en Fte’s in het primaire proces en een daling van capaciteit (Fte’s) bij bedrijfsvoering, is de bedrijfsondersteuning in disbalans met de bij onze GR belegde taken. Het herstellen van een evenwichtige balans is nodig voor de toekomstbestendigheid van de organisatie. In de begroting 2025 is deze balans hersteld middels uitbreiding in capaciteit op specifieke onderdelen binnen bedrijfsvoering. Dit is nodig omdat onze organisatie een grote diversiteit en complexiteit aan dienstverlening kent die vanuit bedrijfsvoering op een aantal vlakken om specifieke kennis/specialismen vraagt. Naast het in balans brengen van de capaciteit bij bedrijfsvoering met de taken in het primaire proces, is het ook nodig om de organisatie verder door te ontwikkelen. Dit enerzijds door te investeren in kennis, competenties en behoud van medewerkers en anderzijds door interne bedrijfsprocessen te automatiseren en te digitaliseren. De complexiteit van de opgaven neemt steeds verder toe.
Als gevolg hiervan wordt de samenwerking met partners en het gezamenlijk maken van keuzes en bedenken van slimme integrale oplossingen steeds belangrijker. Om gemeenten goed van dienst te blijven én de toekomstige ambities te realiseren, vraagt dit in snel tempo iets van de ontwikkeling van medewerkers, zowel in kennis als in competenties en vaardigheden. Daarbij komt dat de krapte op de arbeidsmarkt sterk toeneemt in vrijwel alle sectoren. Om medewerkers te blijven binden aan de organisatie en om nieuwe medewerkers te werven, zullen wij een aantrekkelijke werkgever moeten blijven. Om goed werkgeverschap meer vorm en inhoud te geven, blijven wij onder andere inzetten op het concept van Great Place To Work. Het door ontwikkelen van de organisatie vraagt naast de verdere ontwikkeling van medewerkers en goed werkgeverschap, ook om automatisering en digitalisering van interne processen. Wanneer de bedrijfsprocessen niet verder geautomatiseerd worden, vergen reguliere interne processen onnodig veel tijd en capaciteit en leidt dit tot een te hoge werkdruk met de daaraan gekoppelde risico’s van verminderde vitaliteit en uitval. Deze doorontwikkeling (efficiëntieslag) is dan ook noodzakelijk om de dienstverlening naar de gemeenten kwalitatief goed te continueren.
Beleidsindicatoren Met de wetswijziging van maart 2016 in het kader van de Vernieuwing van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn een aantal beleidsindicatoren vastgesteld, die verplicht in de programma's en programmaverantwoording opgenomen moeten worden. De wettelijk voorgeschreven beleidsindicatoren binnen programma 3 zijn in het hierna opgenomen overzicht benoemd en toegelicht.
32 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Toelichting bij de beleidsindicatoren Personele formatie en personele bezetting De personele formatie is gebaseerd op het actuele formatieoverzicht , waarin ook de vacatures en formatie gerelateerde begrotingswijzigingen zijn meegenomen. In onderstaand overzicht zijn de besluiten met betrekking tot de personele formatie en aanstellingen tot 1 april 2024 zijn verwerkt.
*)
RW-POA staat voor Regionaal Werkbedrijf en Platform Onderwijs & Arbeidsmarkt. De proces/programmamanager RW-POA is op 1 maart 2020 bij Regio Rivierenland in dienst gekomen.
De personele bezetting is per saldo 3.14 fte lager dan de personele formatie. Het verschil bestaat uit formatieplaatsen die tijdelijk ingevuld zijn met externe inhuur en medewerkers met een tijdelijke aanstelling op basis van projectgelden (geen formatieplaatsen). Externe inhuur De in de salarisbegroting opgenomen budgetten voor externe inhuur komen in de begroting 2025 uit op een bedrag van € 121.000. Dat is 1,5% van het salariskostenbudget in de begroting. De inhuurbudgetten hebben betrekking op de teams Inkoopbureau en Bedrijfsvoering. In het geval we voor (tijdelijke) projecten extern personeel inhuren, worden de lasten hiervan gefinancierd uit de projectopbrengsten. De eventuele inhuurkosten voor projecten zijn niet in de salarisbegroting meegenomen.
33 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Paragraaf 4 – Financiering
Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten in 2025 We zetten het beleid ongewijzigd voort. Beleidskader: het Treasurystatuut van de regio In het Treasurystatuut staan de uitgangspunten en doelstellingen voor het treasurybeleid vermeld. De uitvoering en ontwikkelingen worden in deze paragraaf toegelicht. Onderdelen: - Algemene ontwikkelingen - Treasurybeheer - (Krediet) Risicobeheer - Financiering - Ontwikkeling liquiditeitspositie Algemene ontwikkelingen Dit onderdeel schetst de belangrijkste interne en externe ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de treasuryfunctie, alsmede wijzigingen in de Wet Financiering Decentrale Overheden (wet Fido), de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo), de wet Hof en het Verplicht Schatkistbankieren voor decentrale overheden.
Interne ontwikkelingen
Regio Rivierenland voldoet bij de uitvoering van de treasuryfunctie aan de wet- en regelgeving. Bij wet van 11 december 2013 tot wijziging van de Wet financiering decentrale overheden is het een verplichting geworden om overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist van het Rijk. Gelden tegen gunstige rentetarieven uitzetten op spaarrekeningen of deposito's bij andere financiële instellingen is met de invoering van Schatkistbankieren niet meer toegestaan. Er mag een bedrag ter hoogte van 2,00% (met een ondergrens van € 1.000.000) van het jaarlijkse begrotingstotaal buiten de schatkist gehouden worden voor de uitvoering van dagelijkse taken. Wij hebben de drempelwaarde vastgelegd op € 450.000, omdat bij een banksaldo boven € 500.000 een rentevergoeding aan de BNG betaald moet worden.
Externe ontwikkelingen, rente-ontwikkelingen
De belangrijkste externe ontwikkelingen zijn (internationale) economische indicatoren en de invloed hiervan op de geld- en kapitaalmarkt, alsmede wijzigingen in wet- en regelgeving. Regio Rivierenland kent geen zelf ontwikkelde rentevisie. Zij volgt de marktgegevens en renteontwikkelingen via publicaties van gerenommeerde financiële instellingen. We verwachten dat de rente op de geld- en kapitaalmarkt in de komende periode op het huidige lage niveau zal blijven. Treasurybeheer Het treasurybeheer is de (beleids) uitvoering van de treasuryfunctie, binnen de kaders van het huidige treasurystatuut. De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, financiële geldstromen, de financiële posities en hieraan verbonden risico’s. Met de invoering van schatkistbankieren is de aandacht voor het volgen en bewaken van de banksaldi en de mutaties in 's Rijks schatkist verder geïntensiveerd.
34 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Risicobeheer
Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is een wettelijke limiet en bepaalt de maximale omvang van de externe kortgeldpositie in enig jaar. De zogenaamde netto vlottende schuld mag maximaal 8,2% bedragen van het begrotingstotaal van € 19.173.000. Daarboven moet lang geld worden aangetrokken. De kasgeldlimiet voor Regio Rivierenland bedraagt voor 2025 € 1.572.000
In de meerjarenraming is geen overschrijding van de kasgeldlimiet voorzien
Renterisico
De renterisiconorm is ook een wettelijke limiet en beperkt de vaste schuld die in enig jaar voor aflossing of renteherziening in aanmerking komt tot 20% van het begrotingssaldo Derhalve is er geen renterisico gezien Regiorivierenland geen leningen heeft.
Kredietrisicobeheer
Regio Rivierenland loopt geen risico’s bij het uitzetten van geldmiddelen. De gelden zijn belegd conform de voorwaarden genoemd in het treasurystatuut.
Frauderisico
We hebben bij het Regiokantoor een inventarisatie van frauderisico's uitgevoerd. Het doel van deze frauderisicoanalyse is vast te stellen hoe het staat met de kwaliteit van beheersing van frauderisico's binnen onze organisatie en welke beheersingsmaatregelen er eventueel nog genomen moeten worden ter voorkoming van eventuele fraude. De belangrijkste frauderisico's hebben betrekking op fraude met bancaire middelen, kantoorvoorraden en onrechtmatig gebruik van subsidiegelden. Er functioneren voldoende controle- en beheersingsmaatregelen binnen het Regiokantoor van Regio Rivierenland en de frauderisico's worden als 'laag' gekwalificeerd. Financiering De aanwezige vaste activa zijn volledig met eigen middelen betaald. Sinds de overname van de BNG leningen door Avri verloopt de financiering enkel nog via eigen reserves. De financiële positie is goed en de financieringsverhoudingen op basis van de geprognosticeerde balans per 1-12025 zijn gezond, zoals in onderstaand overzicht.
Er is een surplus aan langlopende financieringsmiddelen. Dat heeft voor een groot deel te maken met de verkoop eind 2018 van het pand JS de Jongplein. Het overschot aan kortlopende middelen hebben we ondergebracht bij ’s Rijks Schatkist. De financiering van onze eigen bedrijfsactiviteiten en investeringen gebeurt uit eigen middelen (voornamelijk reserves). Een belangrijk voordeel van de financiering met eigen financieringsmiddelen (reserves) is, dat geen rentelasten betaald hoeven te worden.
35 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
De reserves worden de komende jaren afgebouwd en ingezet voor de bekostiging van de herhuisvesting (verbouwingsinvesteringen) en het ICT-plan (modernisering ICT-infrastructuur en vervanging kantoorautomatisering). In meerjarig perspectief wordt de inzet van de bestemmingsreserves jaarlijks afgebouwd, waardoor we ook in de toekomst een reëel en structureel sluitende begroting realiseren. Wettelijke kaders In de Notitie Rente van de BBV-commissie zijn voorschriften opgenomen voor de wijze waarop de rente verwerkt moeten worden in de begroting. Alle rentelasten en rentebaten uit hoofde van financieringen moeten bij Treasury worden verantwoord. Er mag een rentevergoeding over eigen financieringsmiddelen (reserves) worden berekend, maar deze rentevergoeding is gemaximeerd tot het rentepercentage dat is gebaseerd op het gewogen samenstel van de rentelasten over de externe financiering (langlopend én kortlopend). De omslagrente moet op consistente en eenduidige wijze worden toegerekend aan de individuele vaste activa. Het in de begroting voorgecalculeerde omslagpercentage mag binnen een marge van 0,5% worden afgerond. De BBV-commissie doet de aanbeveling om het Renteschema uit de Notitie Rente op te nemen in de paragraaf Financiering van de begroting. In de begroting 2025 hebben we de rentepercentages toegepast die in onderstaand overzicht zijn opgenomen.
Op de volgende pagina is het Renteschema opgenomen uit de Notitie Rente van de BBV-commissie, waarmee inzicht wordt gegeven in de rentelasten, de rentebaten, het renteresultaat en de wijze van toerekening van de rente aan investeringen. Renteschema
Het resultaat uit Treasury (opgenomen in programma 3) komt uit op € 10.000 (voordelig) en is als volgt opgebouwd: o De aan de overige vaste activa toegerekende rente € 10.000
36 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Paragraaf 5 –Verbonden partijen
Visie en beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarmee Regio Rivierenland een bestuurlijke en financiële band heeft. Deelname in samenwerkingsverbanden Regio Rivierenland heeft geen bestuurlijke en/of financiële belangen in andere samenwerkingsverbanden.
37 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Overzicht van baten en lasten en gemeentelijke bijdrage
Totaaloverzicht
De gemeentelijke bijdrage in de begroting 2025 komt uit op een bedrag van € 11,54 per inwoner. De mutaties worden hierna toegelicht.
38 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage De ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage geeft het volgende beeld:
In de gemeentelijke bijdrage is niet de (project)bijdrage begrepen, die gemeenten betalen voor zaken zoals het Regionaal Investeringsfonds (RSF) en voor Mobiliteit. Deze bijdragen worden separaat gefactureerd. De stijging van de gemeentelijke bijdrage in de begroting 2025 is in onderstaand overzicht gespecificeerd.
Gemeentelijke bijdrage begroting 2024 Overzicht besluiten Algemeen Bestuur na vaststelling programmabegroting 2024. Nr. Omschrijving Gemeentelijke bijdrage programmabegroting 2024
Bedrag
x € 1.000
I/S*
Dekking
Datum besluit
2.747
Geen begrotingswijzigingen t/m AB maart 2024 Actueel saldo gemeentelijke bijdrage begroting 2024
2.747
De begrotingswijzigingen vanaf april 2024 worden in de Bestuursrapportage 2024 verwerkt Gemeentelijke bijdrage begroting 2024
2.747
I=Incidenteel; S=Structureel
39 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Verschillenanalyse per programma
40 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
41 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
42 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
43 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Uitgangspunten programmabegroting 2025 De uitgangspunten voor de programmabegroting 2025 zijn vastgesteld in de Kaderbrief Programmabegroting 2025. Algemeen Basis vormt het bestaande beleid zoals geformuleerd en geraamd in de Programmabegroting 2024 inclusief de begrotingswijzigingen tot en met de besluitvorming in het Algemeen Bestuur t/m maart 2024. Nieuwe ontwikkelingen die relevant zijn voor de begroting 2025 worden eveneens meegenomen. Aantallen inwoners Voor de vaststelling van de aantallen inwoners per gemeente worden, conform de in de gemeenschappelijke regeling Regio Rivierenland opgenomen bepalingen, de openbaar gemaakte bevolkingscijfers van het CBS aangehouden naar de stand van 1 januari van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar. Voor 2025 worden de voorlopige inwoneraantallen op 1 januari 2024 gehanteerd. Prijsindexering kostenbudgetten Overeenkomstig kaderbrief passen we een algemene prijsindexering toe van 2,7%. Alleen indien voor specifieke kostencategorieën andere indexeringspercentages gelden, wordt afgeweken van het algemene indexeringspercentage en worden de marktconforme kostenstijgingen in de begrotingscijfers verwerkt.
Meerjarenbegroting In de meerjarenbegroting wordt de actuele bedragen geraamd, waarbij rekening gehouden wordt met de bekende meerjarige aanpassingen, zoals mutaties op het gebied van salarissen, prijsindexeringen, actualisatie van werkbudgetten en kapitaallasten. Salariskosten Algemeen uitgangspunt is, dat de personele formatie en de bijbehorende salariskosten voor de begroting 2025 worden geraamd op basis van de actuele personele formatie in februari/maart 2024. De meest recente CAOafspraken per januari 2024 zijn verwerkt in de salariskosten met daarnaast, conform kaderbrief, een verwachte indexatie voor 5,8% op basis van de door het CPB gepubliceerde cijfers in de septembercirculaire 2023. In de jaarrekening worden de werkelijke salariskosten verantwoord. Rente investeringen en reserves Basis vormt hiervoor de nota “reserves en voorzieningen”. Voor de rentevergoeding over eigen financieringsmiddelen (reserves) hanteren wij in de begroting 2025 een rente van 0%. Omdat er geen sprake is van externe financiering kan er geen interne rente gehanteerd worden. Voor de toerekening aan vaste activa/investeringen hanteren we een omslagrente van 1,5%.
44 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Vennootschapsbelastingplicht De invoering van de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsbedrijven per 1 januari 2016 heeft gevolgen voor Regio Rivierenland. Bij de taken die als ondernemersactiviteit worden aangemerkt moet over de behaalde (fiscale) winsten vennootschapsbelasting worden afgedragen, tenzij één van de in de wet opgenomen vrijstellingen van toepassing is. BTW De begroting van de lasten bij de programma’s Regionale samenwerking, Contractgestuurde dienstverlening en Algemene baten en lasten is exclusief de compensabele en de verrekenbare BTW. Meerjarenbegroting In de meerjarenbegroting wordt rekening gehouden met de bekende meerjarige aanpassingen, zoals mutaties op het gebied van salarissen en eventuele prijsontwikkelingen.
45 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Uiteenzetting financiële positie
Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten ten aanzien van de financiële positie zijn: - Een stijging van de salarissen en premies voor pensioenen en werknemersverzekeringen in de begroting 2025 met de vastgestelde CAO voor 2024 met daarnaast, conform kaderbrief, een verwachte indexatie voor 5,8% op basis van de door het CPB gepubliceerde cijfers in de septembercirculaire 2023. - De (bestemmings)reserves voor Herhuisvesting en Desintegratiekosten worden de komende jaren afgebouwd en ingezet voor de dekking van lasten waarvoor ze zijn gevormd. Gevolg hiervan is een geleidelijke verschuiving van financiering met eigen financieringsmiddelen (reserves) naar externe financiering. Indien en voor zover hiervoor additionele bancaire financiering noodzakelijk is, krijgen we te maken met nieuwe (externe) rentelasten. Zolang de marktrente op de huidige lage stand blijft, zal het effect op de gemeentelijke bijdrage beperkt blijven. Personeelskosten Het totaal van de geraamde salarislasten (inclusief sociale lasten) in de begroting 2025 bedraagt € 8.303.000. In dit bedrag zijn ook budgetten voor externe inhuur opgenomen en de salarissen van de proces/programmamanager RW-POA en de trainees die participeren in het project Traineeship Rivierenland.
Hierbij wordt de kanttekening geplaatst, dat de salarislasten van RW-POA niet ten laste van onze eigen begroting komen, maar worden gefinancierd uit de financiële middelen van RW-POA zelf. In het geval we voor (tijdelijke) projecten extern personeel inhuren, worden de lasten hiervan gefinancierd uit de projectopbrengsten. De eventuele inhuurkosten voor projecten zijn niet in de salarisbegroting meegenomen. Investeringen Regiokantoor Via deze begroting worden geen kredieten gevraagd voor nieuwe investeringen in 2025. Eventueel nieuwe investeringskredieten worden via separate bestuursvoorstellen geformaliseerd en in de administratie verwerkt. Reserves en voorzieningen Reserves In het navolgende overzicht is de verwachte stand van de reserves opgenomen de vermeerderingen en verminderingen en de verwachte eindstand op 31 december 2025. De berekening is gebaseerd op de werkelijke standen per 1 januari 2024 en de geraamde mutaties in 2024 en 2025.
Toelichting bij de reserves: Algemene reserves / risicoreserve Contractgestuurde dienstverlening In de begroting 2025 is geen inzet van de risicoreserve Contractgestuurde dienstverlening (CgD) geraamd, omdat we met de gemeenten afspraken hebben gemaakt over de ureninzet en uurtarieven/bekostiging van de uitvoeringstaken en daarmee een sluitende exploitatie hebben gerealiseerd in de begroting. Uitgangspunt voor de begroting is een structureel kostendekkende exploitatie zonder inzet van reserves.
46 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Bestemmingsreserves De actuele verwachting is dat van de bestemmingsreserves in 2025 een bedrag van € 86.000 wordt ingezet. De bestemmingsreserves worden ingezet overeenkomstig de doelstellingen waarvoor de reserves zijn gevormd. Structurele inzet van de (bestemmings)reserves proberen we te beperken om te voorkomen, dat met het afbouwen van deze reserves financiering van een deel van de doorlopende (structurele) lasten binnen onze begrotingskaders niet meer mogelijk is. Voorzieningen
Toelichting bij de voorzieningen: De toevoegingen en onttrekkingen zijn afgeleid uit de geactualiseerde meerjarig onderhoudsplan van ons bedrijfspand in Tiel aan de Burg. van Lidth de Jeudelaan. Deze is door het Algemeen Bestuurd geaccordeerd bij de behandeling van de Begroting 2025. Daarnaast zijn er voorzieningen opgenomen voor het bovenwettelijk verlof en verlofsparen.
Geprognosticeerde balans
Financiële kengetallen Op 15 mei 2015 is een besluit tot wijziging van het BBV vastgesteld. Deze wijziging heeft betrekking op het opnemen van een uniforme set financiële kengetallen in de begroting, waaronder de volgende, die relevant en toepasselijk zijn voor Regio Rivierenland: - netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; - solvabiliteitsratio; - structurele exploitatieruimte. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de (ontwikkeling van de) financiële positie. De uniforme kengetallen bieden de mogelijkheid om onderling cijfers te vergelijken. Daarmee dragen deze kengetallen bij aan de controlerende en kade stellende rol van het bestuur. Hierna nemen wij de kengetallen op, die verplicht in de programmabegroting moeten worden opgenomen.
47 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de baten. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Regio Rivierenland heeft geen leningen verstrekt aan derden. De uitkomst van de gecorrigeerde netto schuldquote is daardoor gelijk aan de netto schuldquote. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserves als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Om de structurele lasten en baten te bepalen worden de incidentele lasten en baten van de totale lasten en baten afgetrokken.
De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Een ruimte van meer dan 1% geeft voldoende ruimte om structurele tegenvallers op te vangen. Tabel met kengetallen:
Toelichting bij de tabel met kengetallen: - De netto schuldquote blijft meerjarig constant op een niveau van ca. -8,5%. Een negatief percentage is gunstig, omdat dit betekent dat we meer vlottende activa (uitzettingen < 1 jaar + liquide middelen) hebben dan schulden. - De solvabiliteitsratio daalt licht door de geraamde inzet van reserves. - De structurele exploitatieruimte komt vanaf 2025 op 0%. De inzet van de reserve van de reserve desintegratiekosten is aangemerkt als incidentele mutatie evenals de bijbehorende incidentele lasten. De structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De ramin voor 2024 komt eenmalig onder de 0% wegens de begrote inzet van de RMC/Doorstroompunt reserve. Deze is afgebouwd vanaf 2025 wat resulteert in een structureel sluitende begroting. We kunnen het (structurele) budget voor onvoorziene uitgaven inzetten voor het opvangen van tegenvallers binnen de exploitatie. Kengetallen zijn momentopnamen. Gewijzigde omstandigheden kunnen een behoorlijk effect hebben op de ratio's met betrekking tot onze liquiditeits- en solvabiliteitspositie en de uitkomsten van de exploitatie. In de paragraaf 'Weerstandvermogen en risicobeheersing' is een opsomming gegeven van een aantal financiële risico's, die hun impact kunnen hebben op onze financiële positie en de uitkomsten van de berekende kengetallen.
48 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Meerjarenraming 2025-2028
Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten De belangrijkste ontwikkelingen in de gemeentelijke bijdrage voor de jaren 2025 en verder zijn naar verwachting: - Voor de jaarlijkse stijging van de salarissen, pensioenlasten en indexering van kostenbudgetten zijn indicatieve percentages opgenomen. In de jaarlijkse Kaderbrief bij de Programmabegroting worden de definitieve percentages vastgesteld. - De stijging van de uurtarieven bij Contractgestuurde dienstverlening in de (meerjaren)begroting houdt gelijke tred met de ontwikkeling van de salariskosten en overige mutaties in kostenbudgetten. - De stijging van formatie bij Bedrijfsvoering in programma 3 zijn in 2024 incidenteel verwerkt. Dit is nu structureel verwerkt onder voorbehoud van akkoord van het Algemeen Bestuur op het plan Bedrijfsvoering. Meerjarenraming
49 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Gemeentelijke bijdrage
Toelichting bij de in de meerjarenraming opgenomen gemeentelijke bijdrage: In de begroting 2025 is een eenmalige stijging van 7,43% te zien in de gemeentelijke bijdrage door de indexatie, het cao-effect van 2024 en de verwachte stijging van salariskosten van 5,8% in 2025. De in de meerjarenraming opgenomen stijging van de gemeentelijke bijdrage ná 2026 bedraagt gemiddeld 3% per jaar en is het gevolg van de reguliere kostenstijgingen bij de salarissen en de overige kostenbudgetten en een voortzettende daling van het resultaat uit treasury. Het treasuryresultaat neemt jaarlijks af in verband met de daling van de boekwaarde van de investeringen als gevolg van afschrijvingen. Uit bovenstaande tabel blijkt dat in meerjarig perspectief de jaarlijkse stijging van de gemeentelijke bijdrage redelijk constant blijft en gelijke tred houdt met de ontwikkeling van de salariskosten in de begroting. Uitgangspunten bij de meerjarenraming Algemeen De meerjarenraming geeft een indicatie van de verwachte begrotingssaldi in de periode 2025 t/m 2028. De uitgangspunten komen overeen met de Kaderbrief programmabegroting 2025. Salarissen Voor de meerjarenraming zijn we uitgegaan van een stijging van de salarissen en pensioenpremies ná 2026 van gemiddeld 3,0% per jaar. Dit is slechts een raming. Als de werkelijke salariskostenstijging in enig jaar anders uitvalt, wordt de begroting hierop aangepast.
Dit wordt vastgelegd in de Kaderbrief, die elk jaar opnieuw wordt vastgesteld bij de start van het begrotingsproces. Prijsontwikkelingen In de meerjarenbegroting worden de actuele bedragen geraamd, waarbij rekening gehouden wordt met de bekende meerjarige aanpassingen, zoals mutaties op het gebied van salarislasten, prijsindexeringen, vrijval van kapitaallasten en actualisaties van werkbudgetten en treasuryresultaten. Kapitaallasten In de meerjarenbegroting zijn de kapitaallasten voor 2026 en verder vastgesteld op het niveau van 2025 waarbij rekening is gehouden met de meerjarige mutaties, zoals vrijval van kapitaallasten op het moment dat investeringen volledig zijn afgeschreven. Afbouw reserves/resultaat uit treasury Als gevolg van jaarlijkse afschrijvingen van de investeringen daalt het resultaat uit treasury met een klein bedrag per jaar. Inzet reserves De inzet van bestemmingsreserves bij programma 3 heeft te maken met de financiering van de extra (kapitaal)lasten van de herhuisvesting (inzet reserve Herhuisvesting) en de lasten van de gerealiseerde modernisering ICT-infrastructuur/vervanging kantoorautomatisering (inzet reserve Desintegratiekosten). De inzet van de bestemmingsreserve Herhuisvesting eindigt op het moment, dat de verbouwingsinvesteringen volledig zijn afgeschreven.
De kapitaallasten van de verbouwingsinvesteringen vallen over enige jaren vrij in de begroting, en dat gebeurt op het moment, dat de reserve Herhuisvesting geen saldo meer heeft. Hierdoor behouden we een reëel en structureel sluitende begroting in meerjarig perspectief.
50 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves Op grond van artikel 23 lid c van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn in onderstaand overzicht de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves volgens de (meerjaren)begroting 2025-2028 opgenomen.
Toelichting bij het overzicht van de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves Reserve Herhuisvesting: Deze reserve wordt ook ná 2027 nog jarenlang ingezet voor de financiering van de (kapitaal)lasten van de verbouwingsinvesteringen van de in 2019 gerealiseerde herhuisvesting. De reserve heeft toereikend saldo voor de structurele dekking van deze lasten. Reserve Desintegratiekosten: Deze reserve wordt ingezet voor de financiering van de lasten van de gerealiseerde vernieuwing/modernisering van de ICT-Infrastructuur. De reserve heeft op 31 december 2028 een verwacht saldo van € 109.000. Dit saldo wordt toereikend geacht voor de geraamde inzet ná 2028. Een en ander is mede afhankelijk van de ontwikkeling van de ICT-kosten in de komende jaren.
51 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Incidentele baten en lasten Op grond van artikel 23 lid b van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn in onderstaand overzicht de incidentele baten en lasten in het resultaat per programma gespecificeerd. We beschouwen de inkomsten en uitgaven voor de diverse projecten die we uitvoeren voor de gemeenten niet als incidenteel, ondanks het vaak kortlopende karakter van deze projecten. Het voorbereiden, faciliteren en uitvoeren van projecten is voor Regio Rivierenland een structurele en duurzame activiteit, die niet het karakter heeft van een incidentele werkzaamheid. Aanvullende toelichting bij het overzicht van incidentele baten en lasten Onze begroting is gebaseerd op bestaand beleid, waarbij we in principe alleen posten met een structureel karakter meenemen. Tegenover de inzet van de reserve desintegratiekosten staan echter wel incidentele lasten gezien het incidentele karakter van de reserve desintegratiekosten. Deze incidentele lasten bestaan uit incidentele lasten voor de ICT-voorzieningen voortkomend uit de vernieuwing/modernisering van de ICT-Infrastructuur. In de begroting 2025 zijn er bij programma 3 incidentele lasten en geen incidentele baten vastgelegd. Dat is zichtbaar gemaakt in onderstaande tabel.
52 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
Bijlage Bijlage 1: Overzicht gemeentelijke bijdrage
53 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND
54 BEGROTING 2025 REGIO RIVIERENLAND