2024-081 2 Reactie zienswijzen Kaderbrief ODR 2025 definitief
Tekst van het document
Reactie n.a.v. zienswijzen Kaderbrief 2025 Deelnemer Gemeente Buren (Buren) (getekende zienswijze ontvangen)
Gemeente Culemborg (Culemborg) (getekende zienswijze ontvangen)
Inhoud zienswijze Zienswijze:
Reactie Reactie per punt:
1. Duidelijke en overzichtelijke kaderbrief: De opzet van de kaderbrief van de ODR is duidelijk en overzichtelijk. De kaderbrief laat goed zien welke ontwikkelingen er zijn rondom vergunningverlening, toezicht en handhaving.
1. Met dank voor het compliment. Geen verdere reactie nodig.
2. Omgevingswet, Wkb en kosten: In de kaderbrief wordt aandacht besteed aan het effect van de Omgevingswet en Wkb op de kosten voor taken door de ODR en Iegesopbrengsten van gemeenten. Buren ziet graag dat de ODR deze ontwikkelingen goed monitort en proactief gemeenten informeert, zodat samen tijdig gekeken kan worden waar en hoe er bijgestuurd kan worden. Een en ander om te voorkomen dat er onverwachte financiële tegenvallers opduiken.
2. Zoals wij de afgelopen jaren gedaan hebben, zullen we dit blijven continueren.
3. Energietransitie en nieuwe programma’s: Het is belangrijk dat er een realistische en onderbouwde inschatting van kosten wordt gegeven voor nieuwe programma’s, om te voorkomen dat gemeenten onverwacht geconfronteerd worden met hogere kosten of programma’s voortijdig beëindigd moeten worden.
3. De ODR ontwikkelt een Programma Energie en Circulaire Economie. Dit programma schetst een beeld van de doelen, instrumenten, inzet, capaciteit en financiering van huidige en toekomstige duurzaamheidstaken. Daarbij houdt de ODR rekening met de veranderende milieuwetgeving en ontwikkelingen, zoals verscherping van de energiebesparingsplicht (categorie C-bedrijven, glastuinbouw), de komst van het Circulair Materialenplan (CMP), netcongestie, enzovoorts. De nieuwe begrotingsprogramma’s hebben geen effect op de gemeentelijke bijdragen. Dit betreft alleen een herverdeling van de lasten en baten van de oude programma’s naar de nieuwe programma’s.
4. Robuustheidscriteria: Buren hecht aan een goede informatieverstrekking. Het is wenselijk dat de ODR, zolang het nog niet voldoet aan het robuustheidscriterium m.b.t. het percentage werknemers dat in dienst is bij de ODR, dit ook vermeldt. Anders kan de indruk ontstaan dat de ODR selectief informatie verstrekt.
4. ODR voldoet eveneens niet aan het criterium dat 80% van het personeel vast in dienst moet zijn. ODR zit heel erg dicht bij het criterium en we voorzien dat we eenvoudig aan dit criterium gaan voldoen. Daarom hebben we dit niet verder uitgewerkt of toegelicht. Maar het punt is juist, we voldoen hier niet aan een tweede criterium. We passen de tekst hierop aan.
5. Communicatie en samenwerking: De toegang voor gemeentemedewerkers tot het programma Open Wave in 2024 is een grote stap naar effectiever samenwerken en betere communicatie en dienstverlening naar inwoners en past in de wens van de ODR voor wat betreft meer “gelijkwaardig” partnerschap met opdrachtgevers. Buren wil in de komende jaren samen met de ODR kijken hoe de communicatie en dienstverlening van de ODR richting inwoners en samenwerking met de gemeente nog verder kan worden verbeterd. Er kan effectiever gewerkt en gecommuniceerd worden. Denk daarbij o.a. aan de aanvraag van vergunningen. Zienswijze:
5. ODR onderschrijft het belang van intensieve samenwerking met haar partners en investeert daar ook in. Zeker gezien het toenemende belang van digitalisering en datagericht werken zal dit de komende jaren alleen maar toenemen.
Reactie per punt:
1. Zoals Culemborg van de ODR gewend is, waarvoor zij ook haar complimenten uit spreekt, is de Kaderbrief 2025 prettig leesbaar, inhoudelijk volledig en transparant in de uitgangspunten. De Kaderbrief bevat alle noodzakelijke informatie op basis waarvan Culemborg tot deze zienswijze is gekomen.
1. Met dank voor het compliment. Geen verdere reactie noodzakelijk.
2. Algemene reactie: Allereerst wijst Culemborg op het feit dat zij geconfronteerd wordt met financiële uitdagingen. Culemborg bevindt zich in een situatie waarin cruciale keuzes gemaakt moeten worden. Het is cruciaal dat de ODR Culemborg goed meeneemt en voorstellen doet om zoveel mogelijk binnen eigen bedrijfsvoering op te vangen zonder kwaliteit te verliezen.
2. ODR beseft dat veel gemeenten financiële uitdagingen hebben om de begroting sluitend te krijgen. Daarom wordt continu bekeken of er mogelijkheden zijn voor kostenbesparingen. Zo zijn in de bestuursrapportage 2023 incidentele voordelen ingeboekt in 2023 en 2024, waardoor het uurtarief in die jaren kon worden verlaagd met zo’n € 2,50. Bij het opstellen van de begroting 2025 is bekeken welke mogelijkheden er zijn om ook structurele voordelen in te boeken. Dat bleek mogelijk op de inhuurtarieven, reiskosten, personele regelingen en rentebaten. Dit heeft ertoe geleid dat het uurtarief met ingang van 2025 structureel met € 2,50 (= ca. 2,5%) verlaagd kan worden.
3. Algemene reactie: Aanvullend hierop verzoekt Culemborg de ODR terughoudend te zijn bij het indienen van voorstellen voor nieuwe uitvoeringsmaatregelen, waarbij zij het principe “Nee, tenzij…” hanteert. Eventuele voorstellen voor nieuwe activiteiten dienen goed te zijn onderbouwd op een zodanige wijze dat Culemborg in staat is om nut en noodzaak van deze voorstellen goed te kunnen beoordelen. Nieuwe activiteiten of beleid dat niet in deze Kaderbrief is opgenomen, wordt in principe niet gehonoreerd.
3. Het plan van aanpak is in het AB van 11 maart vastgesteld. Inmiddels zijn plannen gemaakt voor opvolging van dit plan. Deze zullen in eerste instantie bestaan uit gesprekken met het AB-lid en het OGO-lid van iedere deelnemende gemeente en de Provincie. Dit heeft nog een oriënterend karakter waarbij alle verzamelde ideeën worden besproken op niveau van haalbaarheid, meerwaarde en consequenties. Er zijn echter nog geen concrete keuzes gemaakt die in een kaderbrief kunnen worden verwoord.
4. Nieuwe koers na 2025: De ODR kondigt aan zich in 2025 te gaan oriënteren op een nieuwe strategische koers voor de periode 2026 en verder. Culemborg bepleit op deze plek dat de ODR kiest voor een sobere kostenefficiënte aanpak. Behoudt het goede en zet vooral in op resultaten voor de inwoners en ondernemers. Zoals de ODR zelf in de aanbiedingsbrief ook stelt is zij een beleidsarme organisatie. Daar past terughoudendheid bij qua ambities.
4. ODR heeft zich voorgenomen te starten met opstellen van een nieuwe koers voor de komende jaren. Hiervoor zal een proces worden ingericht waarbinnen de deelnemers een stevige rol krijgen om hun visie op de toekomst van ODR, de ruimte en de beperkingen, naar voren te brengen.
5. Omgevingswet en WKB: Door invoering van de WKB verdwijnt een aantal taken bij de ODR. Daardoor dalen ook de uitvoeringslasten. Culemborg verwacht dat dit tot uitdrukking gaat komen in de concept-programmabegroting 2025.
5. Het is nog niet inzichtelijk of de uitvoeringslasten daadwerkelijk zullen dalen. Immers, er gaan niet alleen taken naar de private partij, maar het bevoegd gezag krijgt er ook nieuwe taken bij. We merken nu al dat dit veel tijd kost omdat klanten veel fouten maken bij het melden in het DSO waardoor er relatief veel reparatie moet plaats vinden.
6. Bodemtaken: Met de invoering van de Omgevingswet worden provinciale bodemtaken overgeheveld naar gemeenten. Gemeenten worden voor deze extra taken niet financieel gecompenseerd. Dit is een aansprekend voorbeeld van de situatie waarvoor Culemborg zich geplaatst ziet. Wel meer taken maar niet meer geld. De inzet van de ODR is om deze nieuwe bodemtaken professioneel op te pakken en te doen wat nodig is om de bodem te beschermen. De rekening krijgt de gemeente echter gepresenteerd. Dit soort voorbeelden laat zien dat de systematiek van output-financiering waarmee de ODR wordt gefinancierd niet houdbaar is op de lange(re) termijn. Culemborg vraagt de ODR om in de concept-programmabegroting 2025 een begin van een oplossing voor deze problematiek te presenteren. Culemborg wil hierover het gesprek met elkaar aan gaan.
6. ODR zet zich met alle professionaliteit, kennis en kunde in op iedere taak die de gemeente aan haar opdraagt. Dit zal ook het geval zijn met de bodemtaken. Maar ook daar werkt ODR vraagafhankelijk; een vraag om advies, melding of vergunning of een toezichtverplichting zal opgepakt moeten worden. De systematiek van afrekenen op de opgedragen taken doet daaraan niet af en zal voor de gemeente dus ook geen voordeel opleveren. In de begroting 2025 wordt niet specifiek ingegaan op een nieuwe financieringssystematiek. Binnen het Interbestuurlijk Programma wordt momenteel op landelijk niveau nagedacht over een passende financiering voor de omgevingsdiensten. Aanpassing van de systematiek moet in dat licht worden bezien.
7. Energietransitie: Onder dit kopje kondigt de ODR aan dat zij met voorstellen gaat komen om deze transitie programmatisch aan te pakken. Culemborg hecht veel waarde aan de energietransitie. Het streven naar energiebesparing, het vergroten van het aandeel duurzame energie en de warmtetransitie rekent Culemborg tot de belangrijkste prioriteiten. Daar waar de ODR daar een bijdrage aan kan leveren wil Culemborg dit ondersteunt. Echter, kan de gemeente hiervoor geen extra middelen vrijmaken.
7. De ODR wil graag een bijdrage leveren aan de energie- en warmtetransitie van de gemeente Culemborg. Gelijktijdig is het de rol van de ODR om te anticiperen op de landelijke en Europese ontwikkelingen op het gebied van Circulaire Economie (CE) en CO2-reductie. De ambities zijn namelijk aanzienlijk verhoogd (Green Deal en Fit for 55). Dit resulteert in aanscherping van het juridisch instrumentarium via een constante stroom aan veranderende- en nieuwe wetgeving. Denk aan nieuwe normen voor gebouwen, bedrijven en overheden om de CO2-uitstoot te verminderen en circulaire processen te stimuleren (WPM, CMP, EFBD, EED, etc.). De ODR wil deze ontwikkelingen het hoofd bieden via een programmatische aanpak ‘Energie en CE’. Dit vergt een gezonde, flexibele en robuuste omgevingsdienst waar aspecten, zoals kennis, expertise, kwaliteit en ervaring zijn geborgd. Samenwerking en wederzijds begrip zijn hierin belangrijke pijlers.
8. Datagedreven werken en plan van aanpak robuustheid ODR: De ODR suggereert in de paragraaf datagedreven werken dat indien de inzet op dit thema toeneemt dit kan bijdragen aan de robuustheid van de ODR. Dat is echter de verkeerde volgorde. Eerst moet besluitvorming plaatsvinden over het plan van aanpak robuustheid ODR alvorens extra inzet op dit onderwerp kan plaatsvinden. Vanuit de gedachte dat data gedreven werken kan leiden tot kostenbesparingen kan Culemborg zich voorstellen dat de ODR meer op dit thema kan inzetten zonder dat dit leidt tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage aan de ODR. Culemborg ziet hiertoe creatieve oplossingen graag tegemoet in de concept-programmabegroting. Zoals gezegd moet de besluitvorming over het plan van aanpak 'Robuustheid ODR' nog plaatsvinden. De inzet van het college van Culemborg zal daarbij in ieder geval zijn dat de bijdrage van de gemeente aan de ODR niet mag stijgen. Dit geeft de Raad ook mee aan het college voor deze discussie.
8. Het plan van aanpak robuustheid is in het AB van 11 maart vastgesteld. Inmiddels zijn plannen gemaakt voor opvolging van dit plan. Deze zullen in eerste instantie bestaan uit gesprekken met het AB-lid en het OGO-lid van iedere deelnemende gemeente en de Provincie. Dit heeft nog een oriënterend karakter waarbij alle verzamelde ideeën worden besproken op niveau van haalbaarheid, meerwaarde en consequenties. Dit geldt evenzeer voor datagericht werken. Er zijn echter nog geen concrete keuzes gemaakt die in een kaderbrief kunnen worden verwoord.
9. Indexering: Culemborg kan niet instemmen met de door het bestuur aangegeven indexeringen, omdat dit niet overeenkomt met de kaders uit de brief “Kaderbrief 2025” van oktober 2023 van Culemborg. In deze brief gaf Culemborg aan dat er bij loonindexeringen aansluiting gezocht kan worden bij de door het CPB 'berekende' stijging van de lonen (de geraamde loonontwikkeling),
9. De gehanteerde indexaties in de begroting zijn bedoeld om de budgetten mee te laten stijgen met de kostenstijgingen/inflatie. Daarom worden de loonkosten geïndexeerd op basis van de meest recente Cao en wordt er voor de prijsontwikkeling aangesloten bij de indexaties in de septembercirculaire 2023. Daarvoor wordt door de regionale GR’en al
Gemeente Maasdriel (Maasdriel) (getekende zienswijze ontvangen)
die in de door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uitgebrachte septembercirculaire is gepubliceerd. Indien de werkelijke salariskostenstijging in het lopende begrotingsjaar (nu: 2023) afwijkt van de ramingen die in de, begroting zijn verwerkt, kunnen de structurele effecten daarvan meegenomen worden in de salarisberekeningen van begroting voor het jaar T+2. Voor de prijsontwikkeling dient aansluiting te worden gezocht bij de door het CPB opgestelde ‘prijsindex nationale bestedingen’ die in de septembercirculaire zijn opgenomen. Het achteraf met terugwerkende kracht corrigeren van prijsontwikkelingen acht Culemborg niet opportuun. Eventuele knelpunten die ontstaan, omdat de werkelijke prijsontwikkeling zich gedurende een jaar anders ontwikkelt dan de in de begroting opgenomen ramingen, dienen naar mening van Culemborg te worden gemeld via de tussentijdse voortgangsrapportages, met in het geval van een negatieve afwijking ook een dekkingsvoorstel. Zienswijze:
Reactie per punt:
1. Versterking VTH-stelsel: In april 2024 moet er een plan van aanpak liggen om te groeien naar robuustheid. Het plan zal consequenties hebben voor taken en personeel, daarom vraagt Maasdriel om dit in beeld te brengen bij de concept-begroting 2025.
1. Het plan van aanpak robuustheid is in het AB van 11 maart vastgesteld. Inmiddels zijn plannen gemaakt voor opvolging van dit plan. Deze zullen in eerste instantie bestaan uit gesprekken met het AB-lid en het OGO-lid van iedere deelnemende gemeente en de Provincie. Dit heeft nog een oriënterend karakter waarbij alle verzamelde ideeën worden besproken op niveau van haalbaarheid, meerwaarde en consequenties. Daarin zijn dus nog geen concrete keuzes gemaakt die in een kaderbrief of begroting kunnen worden verwoord.
2. Omgevingswet en WKB: de impact van deze wetten is niet precies te voorspellen, maar de verwachting is dat er een continue (door)ontwikkeling zal plaatsvinden zowel bij de ODR als bij de gemeente. Maasdriel en de ODR moeten leren werken binnen deze nieuwe kaders. Dit brengt de nodige zorgen met zich mee. Maasdriel vraagt om een goede monitoring van de uitvoering en tijdige evaluaties.
2. Zoals wij de afgelopen jaren gedaan hebben, zullen we dit blijven continueren.
3. Financiële kaders: De kadernota laat een overzichtelijke wijze van het financiële kader, de
3. De gehanteerde indexaties in de begroting zijn bedoeld om de budgetten mee te laten stijgen met de kostenstijgingen/inflatie. Daarom worden de loonkosten geïndexeerd op basis van de meest recente Cao en wordt er voor de prijsontwikkeling aangesloten bij de indexaties in de septembercirculaire 2023. Daarvoor wordt door de regionale GR’en al jaren de prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc), gehanteerd. Voor zowel de loonkostenstijging als de prijsontwikkeling is het noodzakelijk om ook in 2024 een correctie toe te passen om de budgetten op peil te houden. Deze correctie werkt structureel door naar 2025 en verder. De correctie kan in boekjaar 2024 worden opgevangen binnen de huidige begroting 2024, waardoor geen tussentijdse aanpassing van het uurtarief 2024 nodig is.
belangrijkste (financiële) ontwikkelingen en effecten daaraan op de begroting zien. Wel vraagt Maasdriel aandacht voor de wijze waarop diverse jaarschijven worden gebruikt. Dit maakt de kadernota minder goed leesbaar.
4. Financiële kaders: Gemeenten worden geconfronteerd met diverse financiële uitdagingen. De
verwachte kostenstijging is niet vreemd en onvermijdelijk. Wel is van belang dat de ODR zich inzet om zo efficiënt, professioneel en tegen zo laag mogelijke kosten te werken, waarbij er geen afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit en dienstverlening.
5. Financiële kaders: Ook is van belang dat de onwenselijke situatie van kostenstijgingen door
uitbreiding van taken zonder volledige financiële compensatie bespreekbaar wordt gemaakt (voorbeeld: bodemtaken). Deze ontwikkeling vindt Maasdriel ongewenst en hier wil zij met de ODR, maar ook met de regionale gemeenten samen in optrekken. Neder-Betuwe (Neder Betuwe) (getekende brief ontvangen)
jaren de prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc), gehanteerd. Voor zowel de loonkostenstijging als de prijsontwikkeling is het noodzakelijk om ook in 2024 een correctie toe te passen om de budgetten op peil te houden. Deze correctie werkt structureel door naar 2025 en verder. De correctie kan in boekjaar 2024 worden opgevangen binnen de huidige begroting 2024, waardoor geen tussentijdse aanpassing van het uurtarief 2024 nodig is.
Geen zienswijze: gemeenteraad ziet geen reden om een zienswijze in te dienen.
4. ODR is zich volledig bewust van de financiële uitdagingen waar gemeenten de komende jaren voor staan en zal zich in dat licht inspannen om kosten efficiënt te blijven werken. ODR heeft dat dit jaar al laten zien, wat resulteert in een incidenteel en een structureel voordeel in de gemeenschappelijke bijdrage voor de komende jaren. ODR beseft dat veel gemeenten financiële uitdagingen hebben om de begroting sluitend te krijgen. Daarom wordt continu bekeken of er mogelijkheden zijn voor kostenbesparingen. Zo zijn in de bestuursrapportage 2023 incidentele voordelen ingeboekt in 2023 en 2024, waardoor het uurtarief in die jaren kon worden verlaagd met zo’n € 2,50. Bij het opstellen van de begroting 2025 is bekeken welke mogelijkheden er zijn om ook structurele voordelen in te boeken. Dat bleek mogelijk op de inhuurtarieven, reiskosten, personele regelingen en rentebaten. Dit heeft ertoe geleid dat het uurtarief met ingang van 2025 structureel met € 2,50 (= ca. 2,5%) verlaagd kan worden. 5. ODR is zich ten volle bewust van de financiële uitdagingen waar gemeenten voor komen te staan. Indien en voor zover aanleiding of noodzaak ontstaat tot uitbreiding van taken, vanuit welke bron ook, zal daarover altijd nauw overleg met de deelnemers plaats vinden. N.v.t.
Gemeente Tiel (Tiel)
Zienswijze:
Reactie per punt:
Getekende zienswijze ontvangen
1. De Kaderbrief 2025 is prettig leesbaar en Tiel spreekt haar waardering uit over de bedrijfsvoering van het afgelopen jaar.
1. Met dank voor het compliment. Geen verdere reactie nodig.
2. Financiële situatie gemeenten: Naast macro-economische ontwikkelingen als de stijgende rente en de hoge inflatie, staan de financiën van de gemeente onder druk als gevolg van het huidige Rijksbeleid m.b.t. de financiering van gemeenten vanaf 2026. Tiel gaat er van uit dat de ODR streeft naar een kwalitatief goede dienstverlening tegen zo laag mogelijke lasten voor de inwoners van de gemeente. Tiel zal hier bij de P&C-cyclus nadrukkelijk op toezien.
2. Geen reactie nodig
3. Nieuw beleid: Eventuele voorstellen voor nieuw beleid dienen goed te zijn onderbouwd en te worden aangemeld in de kaderbrief, zodanig dat Tiel in staat is om nut en noodzaak van deze voorstellen goed te kunnen beoordelen. Nieuw beleid dat niet is opgenomen in de kaderbrief zal in principe niet gehonoreerd worden. Dit geldt ook voor nieuwe beleidsvoornemens waarvoor dekking gevonden kan worden binnen de begroting en meerjarenraming van de ODR. Deze voornemens dienen duidelijk inzichtelijk te worden gemaakt in de kaderbrief, waarbij een deugdelijke onderbouwing aanwezig moet zijn, ook wat het financieel gaat betekenen voor de deelnemende gemeenten.
3. ODR is in principe beleidsarm en ontwikkelt dus geen nieuw beleid. Wel kunnen nieuwe initiatieven voortvloeien uit de landelijk gestelde robuustheidscriteria. Het plan van aanpak robuustheid is in het AB van 11 maart vastgesteld. Inmiddels zijn plannen gemaakt voor opvolging van dit plan. Deze zullen in eerste instantie bestaan uit gesprekken met het ABlid en het OGO-lid van iedere deelnemende gemeente en de Provincie. Dit heeft nog een oriënterend karakter waarbij alle verzamelde ideeën worden besproken op niveau van haalbaarheid, meerwaarde en consequenties. Daarin zijn dus nog geen concrete keuzes gemaakt die in een kaderbrief of begroting kunnen worden verwoord.
4. Nieuwe Koers 2025: Tiel spreekt haar waardering uit omdat de ODR aan de slag gaat met 2026 en verder. Tiel vindt kwalitatief goede dienstverlening dichtbij haar inwoners en bedrijven belangrijk. Tiel denkt graag mee over de nieuwe koers.
4. Met dank voor het compliment.
5. Bodemtaken: door de invoering van de Omgevingswet worden provinciale bodemtaken overgeheveld naar gemeenten. Gemeenten worden voor deze extra taken financieel niet gecompenseerd. Dit is een goed voorbeeld van de situatie waarin gemeenten zich momenteel bevinden. Wel meer taken uitvoeren maar niet meer geld. In de kaderbrief geeft de ODR aan deze taken professioneel op te pakken en te doen wat nodig is om de bodem te beschermen. Echter de rekening hiervan krijgen de gemeenten wel gepresenteerd. Dit laat zien dat de systematiek van output-financiering waarmee de ODR wordt gefinancierd niet houdbaar is op de lange(re) termijn. Tiel vraagt de ODR daarom om in de concept-programmabegroting van 2025 een begin van een oplossing voor deze problematiek te presenteren.
5. ODR zet zich met alle professionaliteit, kennis en kunde in op iedere tak die de gemeente aan haar opdraagt. Dit zal ook het geval zijn met de bodemtaken. Maar ook daar werkt de ODR vraagafhankelijk; een vraag om advies, melding of vergunning of een toezichtverplichting zal opgepakt moeten worden. De systematiek van afrekenen op de afgedragen taken doet daaraan niet af en zal voor de gemeente dus ook geen voordeel opleveren. In de begroting van 2025 wordt niet specifiek ingegaan op een nieuwe financieringssystematiek. Binnen het Interbestuurlijk Programma wordt momenteel op landelijk niveau nagedacht over een passende financiering voor de omgevingsdiensten. Aanpassing van de systematiek moet in dat licht worden bezien.
6. Datagedreven werken en pva robuustheid: Tiel ziet een positieve ontwikkeling in datagedreven werken. Hiermee kan op basis van feiten beleid gemaakt worden en gekeken hoe in gezamenlijkheid dingen verbeterd kunnen worden. Tiel ziet de uitgewerkte voorstellen rondom datagedreven werken en de aanpak van de robuustheid van de ODR graag tegemoet.
6. Het plan van aanpak robuustheid is in het AB van 11 maart vastgesteld. Inmiddels zijn plannen gemaakt voor opvolging van dit plan. Deze zullen in eerste instantie bestaan uit gesprekken met het AB-lid en het OGO-lid van iedere deelnemende gemeente en de Provincie. Dit heeft nog een oriënterend karakter waarbij alle verzamelde ideeën worden besproken op niveau van haalbaarheid, meerwaarde en consequenties. Dit geldt evenzeer voor datagericht werken. Er zijn echter nog geen concrete keuzes gemaakt die in een kaderbrief kunnen worden verwoord.
7. Loon en Prijsindexatie: Bij loonindexeringen moet aansluiting gezocht worden bij de door het CPB 'berekende' stijging van de lonen (de geraamde loonontwikkeling), die in de door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uitgebrachte septembercirculaire is gepubliceerd. Indien de werkelijke salariskostenstijging in het lopende begrotingsjaar (nu: 2023) afwijkt van de ramingen die in de begroting zijn verwerkt, kunnen de structurele effecten daarvan meegenomen worden in de salarisberekeningen van begroting voor het jaar T+2. Voor de prijsontwikkeling dient aansluiting te worden gezocht bij de door het CPB opgestelde ‘prijsindex nationale bestedingen’ die in de septembercirculaire zijn opgenomen. Het achteraf met terugwerkende kracht corrigeren van prijsontwikkelingen acht Tiel niet opportuun. Eventuele knelpunten die ontstaan, omdat de werkelijke prijsontwikkeling zich gedurende een jaar anders ontwikkelt dan de in de begroting opgenomen ramingen, dienen naar mening van Tiel te worden gemeld via de tussentijdse voortgangsrapportages, met in het geval van een negatieve afwijking ook een dekkingsvoorstel.
7. De gehanteerde indexaties in de begroting zijn bedoeld om de budgetten mee te laten stijgen met de kostenstijgingen/inflatie. Daarom worden de loonkosten geïndexeerd op basis van de meest recente Cao en wordt er voor de prijsontwikkeling aangesloten bij de indexaties in de septembercirculaire 2023. Daarvoor wordt door de regionale GR’en al jaren de prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc), gehanteerd. Voor zowel de loonkostenstijging als de prijsontwikkeling is het noodzakelijk om ook in 2024 een correctie toe te passen om de budgetten op peil te houden. Deze correctie werkt structureel door naar 2025 en verder. De correctie kan in boekjaar 2024 worden opgevangen binnen de huidige begroting 2024, waardoor geen tussentijdse aanpassing van het uurtarief 2024 nodig is.
Gemeente West Betuwe (West Betuwe) Getekende zienswijze ontvangen
Gemeente West Maas en Waal (West Maas en Waal) (ambtelijke reactie ontvangen) Gemeente Zaltbommel (Zaltbommel) Getekende zienswijze ontvangen
Zienswijze:
Reactie per punt:
1. In de kaderbrief 2025 wordt ten aanzien van de loon- en prijsindexatie niet gehandeld conform de meegegeven kaders voor gemeenschappelijke regelingen. Over deze kaders en regionale afspraken heeft West Betuwe de ODR ook reeds op 19 oktober 2023 middels een brief geïnformeerd. A. De aangegeven indexering is niet correct. Voor prijzen wordt gebruik gemaakt van Aanpassing Prijsindex Materiele Overheidsconsumptie (IMOC) i.p.v. prijs Nationale Bestedingen (pNB). B. De voorgestelde inhaalindex is niet toegestaan. Tav. de lonen worden nu reeds inhaaleffecten voor 2024 meegenomen, terwijl in de meegegeven kaders wordt uitgegaan van een inhaalindexering over 2023. Daarnaast is het de vraag of het hanteren van een index van 8,3% voor 2025 (incl. inhaal 2,5% voor 2024) en het opnemen van de structurele effecten niet dubbel op is. West Betuwe vraagt de ODR deze prijsindexatie aan te passen conform onze afspraken voor gemeenschappelijke regelingen.
1. De gehanteerde indexaties in de begroting zijn bedoeld om de budgetten mee te laten stijgen met de kostenstijgingen/inflatie. Daarom worden de loonkosten geïndexeerd op basis van de meest recente Cao en wordt er voor de prijsontwikkeling aangesloten bij de indexaties in de septembercirculaire 2023. Daarvoor wordt door de regionale GR’en al jaren de prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc), gehanteerd. Voor zowel de loonkostenstijging als de prijsontwikkeling is het noodzakelijk om ook in 2024 een correctie toe te passen om de budgetten op peil te houden. Deze correctie werkt structureel door naar 2025 en verder. De correctie kan in boekjaar 2024 worden opgevangen binnen de huidige begroting 2024, waardoor geen tussentijdse aanpassing van het uurtarief 2024 nodig is.
2. West Betuwe wijst u nogmaals op de eerder genoemde uitgangspunten rondom nieuw beleid. Indien bij de uitwerking van de kaderbrief 2025 in de uiteindelijke begroting 2025 een financiële uitbreiding noodzakelijk blijkt, moet eerst binnen de eigen begroting ruimte worden gevonden. Als dat niet mogelijk is, dan kan alleen op basis van een goede onderbouwing van nut en noodzaak, een afweging worden gemaakt.
Geen zienswijze
2. ODR is in principe beleidsarm en ontwikkelt dus geen nieuw beleid. Wel kunnen nieuwe initiatieven voortvloeien uit de landelijk gestelde robuustheidscriteria. Het plan van aanpak robuustheid is in het AB van 11 maart vastgesteld. Inmiddels zijn plannen gemaakt voor opvolging van dit plan. Deze zullen in eerste instantie bestaan uit gesprekken met het ABlid en het OGO-lid van iedere deelnemende gemeente en de Provincie. Dit heeft nog een oriënterend karakter waarbij alle verzamelde ideeën worden besproken op niveau van haalbaarheid, meerwaarde en consequenties. Daarin zijn dus nog geen concrete keuzes gemaakt die in een kaderbrief of begroting kunnen worden verwoord. N.v.t.
Zienswijze:
Reactie per punt:
1. Versterking VTH-stelsel: Uit de beoordeling van de robuustheid van omgevingsdiensten voldoet de ODR aan 5 van de 6 robuustheidscriteria. De ODR voldoet net niet aan het criterium m.b.t. de omzet op milieu gerelateerde taken. In april 2024 moet er een plan van aanpak liggen om te groeien naar robuustheid. Het plan zal consequenties hebben voor taken en personeel, daarom vragen we om dit in beeld te brengen bij de concept begroting 2025.
1. Het plan van aanpak robuustheid is in het AB van 11 maart vastgesteld. Inmiddels zijn plannen gemaakt voor opvolging van dit plan. Deze zullen in eerste instantie bestaan uit gesprekken met het AB-lid en het OGO-lid van iedere deelnemende gemeente en de Provincie. Dit heeft nog een oriënterend karakter waarbij alle verzamelde ideeën worden besproken op niveau van haalbaarheid, meerwaarde en consequenties. Daarin zijn dus nog geen concrete keuzes gemaakt die in een kaderbrief of begroting kunnen worden verwoord.
2. Omgevingswet en WKB: Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet en later wordt de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen ingevoerd. Het jaar 2025 zal in het teken staan van het verder werken aan de implementatie van de Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen. De impact van deze wetten is niet precies te voorspellen, maar de verwachting is dat er een continue (door)ontwikkeling zal plaatsvinden zowel bij de ODR als bij Zaltbommel. Zaltbommel en de ODR moeten Ieren werken binnen deze nieuwe kaders en dit brengt de nodige zorgen met zich mee, we vragen dan ook om een goede monitoring van de uitvoering en tijdige evaluaties.
2. Wij zullen gehoor geven aan deze wens door regelmatig op ambtelijk niveau de ontwikkelingen te bespreken.
3. Financiële kaders: De kadernota laat een overzichtelijke wijze van het financiële kader, de belangrijkste (financiële) ontwikkelingen en effecten daaraan op de begroting zien. Wel vragen we aandacht voor de wijze waarop diverse jaarschijven worden gebruikt. Dit maakt de kadernota minder goed leesbaar.
3. De gehanteerde indexaties in de begroting zijn bedoeld om de budgetten mee te laten stijgen met de kostenstijgingen/inflatie. Daarom worden de loonkosten geïndexeerd op basis van de meest recente Cao en wordt er voor de prijsontwikkeling aangesloten bij de indexaties in de septembercirculaire 2023. Daarvoor wordt door de regionale GR’en al jaren de prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc), gehanteerd. Voor zowel de loonkostenstijging als de prijsontwikkeling is het noodzakelijk om ook in 2024 een correctie toe te passen om de budgetten op peil te houden. Deze correctie werkt structureel door naar 2025 en verder. De correctie kan in boekjaar 2024 worden opgevangen binnen de huidige begroting 2024, waardoor geen tussentijdse aanpassing van het uurtarief 2024 nodig is.
4. Financiële kaders: Gemeenten worden geconfronteerd met diverse financiële uitdagingen. De verwachtte kostenstijging die de ODR aangeeft is niet vreemd en onvermijdelijk. Wel is het van belang dat de ODR zich continue inzet om zo efficiënt, professioneel en tegen de laagst mogelijk kosten te werken, waarbij er geen afbreuk is aan de kwaliteit en dienstverlening.
4. ODR is zich volledig bewust van de financiële uitdagingen waar gemeenten de komende jaren voor staan en zal zich in dat licht inspannen om kosten efficiënt te blijven werken. ODR heeft dat dit jaar al laten zien, wat resulteert in een incidenteel en een structureel voordeel in de gemeenschappelijke bijdrage voor de komende jaren.
ODR beseft dat veel gemeenten financiële uitdagingen hebben om de begroting sluitend te krijgen. Daarom wordt continue bekeken of er mogelijkheden zijn voor kostenbesparingen. Zo zijn in de bestuursrapportage 2023 incidentele voordelen ingeboekt in 2023 en 2024, waardoor het uurtarief in die jaren kon worden verlaagd met zo’n € 2,50. Bij het opstellen van de begroting 2025 is bekeken welke mogelijkheden er zijn om ook structurele voordelen in te boeken. Dat bleek mogelijk op de inhuurtarieven, reiskosten, personele regelingen, en rentebaten. Dit heeft ertoe geleid dat het uurtarief met ingang van 2025 structureel met € 2,50 (= ca. 2,5%) verlaagd kan worden.
Provincie Gelderland
5. Financiële kaders: Daarnaast is het van belang dat de onwenselijke situatie van de kostenstijgingen door uitbreiding van taken zonder volledige financiële compensatie bespreekbaar wordt gemaakt. De bodemtaken is één van de voorbeelden van extra taken die verschuiven naar de gemeenten waar geen volledige financiële compensatie tegenover staat. Deze ontwikkeling vindt Zaltbommel ongewenst en hier wil Zaltbommel met de ODR, maar ook met de regionale gemeenten samen in optrekken.
5. ODR is zich ten volle bewust van de financiële uitdagingen waar gemeenten voor komen te staan. Indien en voor zover aanleiding of noodzaak ontstaat tot uitbreiding van taken, vanuit welke bron ook, zal daarover altijd nauw overleg met de deelnemers plaats vinden.
Geen zienswijze. Provinciale Staten nemen de Kaderbrief 2025 ter kennisgeving aan.
N.v.t.