2024-073 1 Regionaal Jaarplan laaggeletterdheid 2024 (gezin) en lokaal Plan van Aanpak
Tekst van het document
Integrale Aanpak Laaggeletterdheid in Rivierenland
1. Inleiding en achtergrond Voor de aanpak laaggeletterdheid in Rivierenland hebben de regiogemeenten het plan ‘’Integrale Aanpak Laaggeletterdheid in Rivierenland 2020-2024'’ opgesteld. Hierin zijn cijfers en doelstellingen
voor meerdere jaren opgenomen. Naast dit meerjarenplan dat doelstelling op hoofdlijnen formuleert, werken gemeenten gezamenlijk ieder jaar een jaarplan uit. In het jaarplan staan concrete doelstellingen, acties en handvatten welke gemeenten in staat stellen ook lokaal met de laaggeletterdheidsaanpak aan de slag te gaan. Vorige jaren waren de thema’s van de jaarplannen respectievelijk geld en gezondheid. Het thema voor 2024 is gezin. Laaggeletterdheid heeft namelijk een sterk intergenerationeel karakter: kinderen die opgroeien in een gezin met laaggeletterde ouders lopen een groot risico zelf ook laaggeletterd te worden. Laaggeletterde ouders doen minder aan taalstimulering bij hun kinderen. Ze praten minder vaak met hun kinderen en lezen minder voor. Hierdoor beginnen veel van deze kinderen met een taalachterstand op school en vormen zij de laaggeletterden van de toekomst en lopen vervolgens het risico laaggeletterdheid door te geven aan hun kinderen. We noemen dit de cyclus van laaggeletterdheid. Kinderen van laag opgeleide ouders lopen een groter risico op te groeien in een taalarm gezin en daardoor laaggeletterdheid te ‘erven’. Hoger opgeleide ouders besteden meer aandacht aan leesopvoeding dan lager opgeleide ouders. In de eerste plaats geven zij hun kinderen vaker het goede voorbeeld.
Zij lezen zelf vaker Nederlandstalige en vertaalde literatuur (serieus voorbeeld) en detectives en romantische fictie (populair voorbeeld) – al is de kloof met lager opgeleiden in het laatste geval kleiner. Daarnaast besteden hoger opgeleide ouders meer tijd aan de directe leesbegeleiding. Zij lezen hun kinderen vaker voor en discussiëren vaker met hen over boeken (Notten, 2012). Tot slot halen ze meer leesmaterialen in huis, waaronder prenten- en kinderboeken (Rodriguez, Tamis-LeMonda, Spellman, Pan, Raikes, Lugo-Gil & Luze, 2009). Hoger opgeleide ouders onderscheiden zich ook positief in hun alledaagse taalgebruik. Hun kinderen horen per uur gemiddeld 2.153 woorden. Bij middelbaar opgeleide ouders gaat het om 1.251 woorden; bij lager opgeleide ouders om 616 woorden. Dit vertaalt zich in de woordenschat van hun kroost. Terwijl kinderen van hoger opgeleide ouders op 3-jarige leeftijd 1.100 woorden beheersen, gaat het bij kinderen van middelbaar opgeleide ouders om 750 en bij kinderen van lager opgeleide ouders om 500 woorden (Hart & Risley, 1995). Deze kloof groeit naarmate kinderen ouder worden. Tussen 1,5- en 2-jarige leeftijd leren kinderen van hoger opgeleide ouders 30% méér nieuwe woorden bij dan kinderen van lager opgeleide ouders (Fernald, Marchman & Weisleder, 2012).
Daardoor dreigt een Matteüs-effect: de rijk-geletterde kinderen worden rijker, de arm-geletterde kinderen armer. Toch zijn ook bínnen de opleidingsniveaus de verschillen omvangrijk. Zo varieert het aantal woorden dat lager opgeleide ouders dagelijks gebruiken tussen de 2.000 en 30.000. Het opleidingsniveau blijkt dan ook niet de voornaamste voorspeller van de taalontwikkeling van kinderen. Belangrijker zijn de gevarieerdheid én de kwaliteit van het taalaanbod. Het helpt met name als ouders rechtstreeks de interactie zoeken, bijvoorbeeld over gedeelde symbolen (‘Kijk, een hond!’, ‘Ja, dat is een bus!’) en 1
rituelen (‘Wil je na de fles naar bed?’, ‘Papa gaat nu een verhaaltje vertellen.’). Conversaties tussen ouders, in het bijzijn van de kinderen, hebben geen effect (Weisleder & Fernald, 2013). Het opleidingsniveau is niet het enige gezinskenmerk dat de leesopvoeding beïnvloedt. Ouders die gescheiden zijn en/of veel kinderen hebben, kunnen over het algemeen minder tijd aan hun kinderen besteden. Zij komen daardoor niet alleen zelf minder toe aan het lezen van boeken, maar lezen ook minder vaak voor en praten minder vaak over boeken (Notten, 2013; Notten & Cobussen, 2021). In samengestelde gezinnen zijn meer dan twee ouders betrokken bij de opvoeding van de kinderen. Dit is het gevolg van het aangaan van een nieuwe relatie na een eerdere scheiding. In dergelijke gezinnen staat de leesopvoeding relatief vaak in het teken van het ontwikkelen en verdiepen van zowel de bestaande als de nieuwe familiebanden (Notten & Cobussen, 2021). Laaggeletterdheid is dus een hardnekkig probleem dat vaak, net als armoede, van generatie op generatie wordt doorgegeven. De gezinsaanpak laaggeletterdheid in samenwerking met de Bibliotheek Rivierenland heeft als doel deze cyclus van laaggeletterdheid te doorbreken. Daarom richt de gezinsaanpak zich primair op het ondersteunen van ouders bij het stimuleren van de taal- en geletterdheidsontwikkeling van hun (jonge) kinderen thuis.
Ouders hebben grote invloed op de taalontwikkeling van hun kinderen, maar veel laaggeletterde ouders hebben niet de vaardigheden om die ontwikkeling op een goede manier te stimuleren. Hierdoor groeit een groep kinderen op in een thuisomgeving waarin hun taalvermogen onvoldoende tot ontwikkeling komt en beginnen ze hun schoolcarrière met een achterstand. Zo een achterstand is moeilijk in te halen, waardoor uiteindelijk een forse groep tieners het onderwijs verlaat zonder voldoende taalvaardig te zijn. Wanneer zij later zelf kinderen krijgen, is de kans groot dat ook deze nieuwe generatie opgroeit in een taalarme omgeving.
2
3
2. Doelstellingen 2024 Met dit regionaal jaarplan willen we de cyclus van laaggeletterdheid bij zoveel mogelijk laaggeletterde gezinnen in Rivierenland doorbreken. We richten ons hierbij met name op NT1’ers. De doelstellingen bereikt de gemeente niet alleen: er wordt nadrukkelijk samengewerkt en samenwerking gezocht met de Bibliotheek Rivierenland, ROC Rivor, welzijnsorganisaties, het onderwijs en de vroeg en voorschoolse educatie (VVE) in het bijzonder. We hebben doelstellingen en indicatoren geformuleerd aan de hand van de zes speerpunten van de regionale aanpak laaggeletterdheid: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Bewustwording beleidsmatig en in de uitvoering bij partners Signaleren en doorverwijzen Borging/structurele screening Vergroten, afstemmen en verbinden van aanbod Toename van deelname aan camouflage activiteiten en aanbod basisvaardigheden Toegankelijke en eenvoudige communicatie
De doelstellingen geven handvatten en inspiratie voor gemeente om een lokale vertaling te maken. Voor iedere gemeente geldt dat zijzelf een keuze kunnen maken welke speerpunten en doelstellingen de meeste aandacht en inzet vragen. Dit kan afhankelijk zijn van de grootte van de gemeente, de huidige infrastructuur en aanbod, en waar er kansen en energie liggen. Naast de mogelijkheid voor lokale concretisering geven de speerpunten ook de mogelijkheid voor regiogemeenten om onderling ervaringen en kennis uit te wisselen. Doelstellingen en de bijbehorende indicatoren per speerpunt 1. Bewustwording • Laaggeletterden, ouders, professionals en de gemeente zijn zich ervan bewust dat laaggeletterdheid gemakkelijk wordt doorgegeven van generatie op generatie.
(beleid en uitvoering) o Inwoners worden breed geïnformeerd (via diverse kanalen) over laaggeletterdheid en zien het belang van taalontwikkeling bij kinderen in, bijvoorbeeld door berichten in lokale kranten o Ouders worden ondersteund bij het stimuleren van de taal- en geletterdheidsontwikkeling van hun (jonge) kinderen thuis door inzet van Boekstart; o Er worden diverse activiteiten in de maand van lezen en schrijven (september 2024) georganiseerd voor de doelgroep ouders en (jonge) kinderen o Partners die betrokken zijn bij het gezin, zoals verloskundigen, verpleegkundigen, pedagogische medewerkers, leerkrachten en IB’ers, worden via diverse kanalen geïnformeerd o Er zijn bijeenkomsten georganiseerd voor professionals actief in het jeugd- en gezinsdomein om bewustwording rondom het thema laaggeletterdheid aan te wakkeren o Camouflagecursussen worden aangeboden om moeilijker bereikbare doelgroepen te benaderen en bewust te maken van het belang van taalopvoeding o Binnen de gemeente wordt voorgelicht middels presentaties en verdiepende gesprekken bij onder meer de gemeenteraad, beleidsambtenaren en het sociaal (wijk)team.
4
2. Signaleren en doorverwijzen • Gemeenten, jeugdprofessionals en (voorschoolse) onderwijsprofessionals herkennen (beginnende) laaggeletterdheid bij leerlingen en ouders. (uitvoering) o Organisaties actief in het jeugd- en onderwijsdomein erkennen dat zij een belangrijke vindplaats zijn voor laaggeletterden. o Organisaties actief in het jeugd- en onderwijsdomein stimuleren en faciliteren hun professionals om laaggeletterdheid te signaleren en bespreekbaar te maken. o Er is/zijn training(en) herkennen, signaleren en doorverwijzen georganiseerd. • Gemeenten, sociaal professionals en (voorschoolse) onderwijsprofessionals weten waar ze hen naar toe kunnen verwijzen om de basisvaardigheden te verbeteren en doen dit ook. (uitvoering) o Een overzicht van het lokale en regionale aanbod voor basisvaardigheden is verspreid en bekend bij de relevante professionals. o Er zijn goede contacten tussen lokale taalhuizen of leerpunten en doorverwijzers in het jeugd- en onderwijsdomein om laaggeletterdheid onder de aandacht te houden en een warme overdracht mogelijk te maken.
3. Borging en structurele screening Een integrale aanpak van laaggeletterdheid houdt in dat deze zowel beleidsmatig als in de uitvoering is geborgd. Dit vergt veel tijd en soms zijn de resultaten niet direct duidelijk. Bestuurlijk draagvlak en commitment bij partners vanuit een gemeenschappelijk belang zijn daarbij essentieel. Binnen het thema gezin kan hierbij worden gedacht aan doelstellingen rondom ouderbetrokkenheid, taal- en leesachterstand bij kinderen, en taalontwikkelingsachterstanden bij jonge kinderen. (Jonge kinderen komen relatief laat én met een taalontwikkelingsachterstand op de basisschool.) In de checklist in Bijlage 3 staan de randvoorwaarden om een integrale aanpak te borgen. Als deze voorwaarden aanwezig zijn, dan is de kans het grootst dat een effectieve verbinding ontstaat tussen laaggeletterdheid en gezin. • De aanpak laaggeletterdheid is beleidsmatig en meerjarig geborgd in het gemeentelijk beleid in het sociaal domein. (beleid) o In de beleidsstukken van het sociaal domein zijn de randvoorwaarden voor de aanpak laaggeletterdheid van het thema gezinsaanpak opgenomen. o De wethouder die verantwoordelijk is voor jeugd, kansrijke start en onderwijsachterstanden beleid heeft aandacht voor de rol van laaggeletterdheid binnen zijn/haar beleidsterrein. Vanaf 2025 heeft de gemeente de regierol binnen de gezinsaanpak.
o Beleidsambtenaren die verantwoordelijk zijn voor kansrijke start, onderwijsachterstandenbeleid hebben aandacht voor laaggeletterdheid binnen dit specifieke beleidsterrein. Dit zie je terug in beleidsplannen en uitvoeringsagenda's. o Laaggeletterdheid is expliciet genoemd als concrete doelstelling in plannen binnen de diverse aanverwante beleidsterreinen. o De diverse budgetten worden geïntegreerd ingezet met de middelen voor de aanpak laaggeletterdheid. o Het bereiken van doelstellingen rond laaggeletterdheid binnen het gezondheidsdomein wordt gemonitord door de gemeente. Er vindt bijvoorbeeld periodiek interne afstemming plaats met beleidsmedewerkers en professionals uit beleidsdomein gezondheid. • Het signaleren en doorverwijzen van laaggeletterden is als standaard opgenomen in de werkprocessen van de gemeente en de professionals werkzaam binnen de gezinsaanpak. (uitvoering) 5
o
o o
Er vindt bij organisatie(s) periodiek (half jaar/kwartaal) een evaluatie plaats van de voortgang van het signaleren en doorverwijzen. Kaarten professionals laaggeletterdheid daadwerkelijk aan bij hun cliënten? Worden de screeningsmethode ingezet? Zijn er cliënten doorverwezen? Hoe verloopt het doorverwijzen? Lopen professionals ergens tegenaan? Er is regelmatig (half jaar/kwartaal) contact tussen de (potentiële) partnerorganisatie en het lokale Taal-/Leerhuis over de voortgang van het signaleren en doorverwijzen. De vragenlijst ouderbetrokkenheid van Maurice de Greef wordt door organisaties gebruikt wanneer zij trajecten met een looptijd van 10 weken of langer opzetten om de impact inzichtelijk te kunnen maken.
4. Vergroten, afstemmen en verbinden van aanbod De bibliotheek Rivierenland heeft de doorgaande leeslijn ontwikkeld. Deze houdt in:
Dit aanbod kan door (potentiële) partnerorganisaties goed worden ingezet om de integrale aanpak van laaggeletterdheid in gemeenten te verankeren. De gezinsaanpak bijvoorbeeld draait om het verbeteren van de taal- en leesvaardigheden van kinderen. Als ouders of opvoeders vaardigheden missen, dan kunnen zij hun kinderen hierin niet ondersteunen. Vaak wordt dan ook een gebrek aan ouderbetrokkenheid ervaren. Vooral ouders met Nederlands als moedertaal zijn zich niet bewust van hun beperkte vaardigheden, of zij verbergen het ontbreken ervan. De programma’s en producten kunnen telkens integraal aan organisaties/ (potentiële) partners worden verbonden. • •
Het aanbod binnen thema gezin wordt in elke gemeente in de regio structureel gesubsidieerd; er zijn hiervoor middelen begroot. (bestuur) De financiering van de aanpak van laaggeletterdheid wordt structureel integraal betrokken bij subsidiëring en inkoop van partners binnen het thema gezin. Denk bijvoorbeeld aan OABmiddelen. Enerzijds wordt het aanbod ingezet voor het verbeteren van taalontwikkeling en 6
•
•
•
taal-en leesvaardigheden van kinderen. Anderzijds wordt aanbod ingezet om beperkte basisvaardigheden in het gezin, bij ouders/ opvoeders, te verbeteren. Op die manier wordt de omgeving van het kind taalrijker. Én ontwikkelen ouders/ opvoeders meer vaardigheden op andere levensdomeinen. (bestuur) o Een specifiek percentage van de middelen die passen bij thema gezin wordt ingezet voor aanbod aan ouders en opvoeders van kinderen uit laagtaalvaardige gezinnen. Beleidsambtenaren betrekken de aanpak van laaggeletterdheid integraal in hun beleid De cyclus van laaggeletterdheid wordt door de integrale aanpak van laaggeletterdheid doorbroken. Denk bijvoorbeeld aan programma’s en producten die aansluiten bij Kansrijke Start, VVE- en onderwijsachterstandenbeleid. (beleid) o Op minimaal twee beleidsterreinen wordt per gemeente in het beleid vastgelegd dat het aanbod om taalontwikkeling te stimuleren en taal- en leesvaardigheden bij kinderen te verbeteren, ook aan het aanbod voor de laaggeletterde ouders wordt verbonden. Partners weten naar welk aanbod zij kunnen verwijzen of waar zij gebruik van kunnen maken om de taal- en leesachterstanden van kinderen te kunnen verbeteren. Of de taalontwikkeling te stimuleren. Denk aan producten binnen de doorgaande leeslijn als het inzetten van de boekstartkoffer, de leescoach (thuis en school) of de Voorleesexpress.
(uitvoering) o Partners maken (in de keten) gebruik van in ieder geval twee opeenvolgende producten (uit de doorgaande leeslijn. Naar behoefte wordt in de regio camouflageaanbod gebruikt of ontwikkeld. Denk bijvoorbeeld aan een training voor jonge ouders in het gebruiken van het digitaal kind dossier bij consultatiebureaus. Of het organiseren van een bijeenkomst met gebruik van De Schoolapp-Het Spel De Schoolapp - Het Spel | Stichting Lezen en Schrijven Signaleren van beperkte basisvaardigheden van ouders/ opvoeders en toeleiding naar het Taalhuis is bij de uitvoering een criterium. (uitvoering)
5. Toename van deelname Toename van deelname is geen doel op zich. De aanpak van laaggeletterdheid is integraal omdat het verbeteren van basisvaardigheden van volwassenen ondersteunend is in het gezin. Denk bijvoorbeeld aan stress in gezinnen, ouderparticipatie, en (toename van) resultaten op scholen. We merken de toeleiding van laaggeletterde inwoners naar voorliggende voorzieningen (taalhuis) vaak geen prioriteit heeft bij partners. Zij zijn verantwoordelijk voor de kinderen (en niet voor de vaardigheden van de ouders). Er zijn andere thema’s met meer urgentie waar zij hun uitvoering op richten. Op welke manier helpt de aanpak van laaggeletterdheid om gemeenschappelijke doelen te verwezenlijken? Als voor potentiële partners duidelijk is dat de aanpak van laaggeletterdheid helpt bij het verwezenlijken van gemeenschappelijke doelen, dan ontstaat er draagvlak om mee te werken aan de toeleiding van laagtaalvaardige ouders/ opvoeders (gezin) naar het Taalhuis. • •
In gemeentelijk beleid wordt toename van deelname integraal vastgelegd. (beleid) o Op minimaal twee beleidsonderwerpen is de toename van deelname van laagtaalvaardige gezinnen integraal opgenomen in beleid van de gemeente Bij uitvoeringspartners wordt toename van deelname (binnen het kader van het thema gezin) integraal geborgd. (uitvoering) o Het aantal toeleidingen door partners naar het taalhuis is toegenomen met een afgesproken percentage of aantal. o Het aantal partners dat deelneemt aan het regionaal Taalakkoord door te werken aan ‘toename van deelname’ is per gemeente, met een bepaald percentage of aantal toegenomen.
7
o Er worden voorwaarden verbonden aan de uitvoering als het gaat om toeleiding naar het taalhuis binnen thema gezin. Bijvoorbeeld: - Het signaleren van laaggeletterdheid in het gezin (de ouders/ verzorgers) is een criterium bij het indiceren van voorzieningen als VVE; - Het bespreken van basisvaardigheden met het gezin (de ouder/ verzorgers) is mogelijkheid om een koppeling te maken met de leescoach thuis; - Er zijn procedures afgesproken in het netwerk of de keten die toeleiding van gesignaleerde laagtaalvaardige ouders/ opvoeders tot gevolg hebben; - Het aantal toeleidingen naar het taalhuis is KPI voor het monitoren van resultaten van de partner. 6. Toegankelijke en eenvoudige communicatie Laaggeletterden vinden het vaak moeilijk om een gesprek te voeren met een zorgverlener. Zorgverleners praten vaak te snel, geven (te) veel informatie of gebruiken te moeilijke woorden. We willen laaggeletterden op hun gemak stellen door middel van een open houding, door makkelijke taal en beelden te gebruiken, door een dialoog aan te gaan in plaats van een monoloog, door beperkte informatie te geven, door adviezen en tips zo concreet mogelijk te maken en door dezelfde woorden te gebruiken die de laaggeletterde gebruikt. •
Gemeenten communiceren op B1-niveau bij publieksberichten en -campagnes rondom de thema’s kind, opvoeding en gezin. (beleid) o Er zijn trainingen ‘Taalniveau B1’ via bijvoorbeeld BureauTaal georganiseerd. Die zijn door meerdere medewerkers van de gemeente gevolgd. ‘ o Het programma ‘Klinkende Taal’ is aangeschaft en wordt actief gebruikt op de werkvloer. o Er zijn testpanels met Taalambassadeurs ingezet om teksten te testen. o De factsheet ‘Eenvoudige taal voor laaggeletterden’ van Stichting Lezen en Schrijven is gedeeld met de medewerkers van de gemeente. o De gemeente heeft campagne(s) rondom opvoeden en gezin op B1-niveau georganiseerd. o De afdeling communicatie van de gemeente is betrokken bij de aanpak laaggeletterdheid. o De e-learnings over laaggeletterdheid zijn gedeeld op het intranet of hebben een plek in de online leeromgeving van de gemeente o De websites van de gemeente kunnen een toegankelijkheidsverklaring overleggen
•
Professionals werkzaam in het jeugd- en gezinsdomein communiceren op B1-niveau met ouders en cliënten. (uitvoering) o Er zijn trainingen ‘Eenvoudige communicatie’ bijvoorbeeld via Stichting Lezen en Schrijven georganiseerd. Die zijn door meerdere professionals gevolgd. o Het programma ‘Klinkende Taal’ is aangeschaft en wordt actief gebruikt op de werkvloer. o Er zijn testpanels met Taalambassadeurs ingezet om teksten, websites en apps te testen. o De factsheet ‘Eenvoudige taal voor laaggeletterden’ van Stichting Lezen en Schrijven is gedeeld met professionals.
8
9
3. Uitvoering Met wie willen we deze resultaten bereiken?
Laaggeletterden Inwoners Gemeenten Bibliotheek Welzijnsorganisaties Consultatiebureaus (GGD & Sante) VVE organisaties Kinderopvang Leerplichtambtenaren Basisscholen/ vervolgonderwijs Wijkteams Lokale en regionale taalnetwerk Maatschappelijke organisaties die zich inzetten/betrokken zijn bij kansrijke start en het onderwijsachterstandbeleid zoals de Mama's club en Thuis in Taal.
Netwerk ➢ Intern We zoeken proactief contact met andere beleidsvelden die een koppeling hebben met laaggeletterdheid, zoals onderstaande gemeentelijke afdelingen. • Kansrijke start • Voor- en vroegschoolse educatie • Onderwijsachterstanden/onderwijskansenbeleid • Gezondheid • Welzijn • Armoede en schulden • Participatie en werk • Sport ➢ Extern Onderstaande organisaties zijn (potentiële) partners die een bijdrage (kunnen) leveren aan de aanpak van laaggeletterdheid. • Nulde-, eerste- en tweedelijns zorgpartijen • Welzijnsorganisaties • Kerken, moskeeën, andere gebedshuizen • Werkgevers (in het kader van vitaliteit) • Wijkteams • Consultatiebureaus • VVE • Scholen (inclusief ROC Rivor) • Bibliotheek Rivierenland • GGD Gelderland-Zuid 10
• • •
•
Stichting Lezen en Schrijven Werkzaak Rivierenland Sportverenigingen en sportscholen Financiële instellingen
➢ Betrokkenheid bevorderen Om resultaten te behalen, is het nodig dat partnerorganisaties eigenaarschap voelen bij het terugdringen van laaggeletterdheid en de aanpak daarvan. We bevorderen eigenaarschap bij partnerorganisaties. Stimuleren afstemming en samenwerking tussen de verschillende organisaties, lokaal en regionaal. Maken concrete afspraken over hun bijdrage aan de afname van laaggeletterdheid, schetsen een tijdspad en een heldere rolverdeling.
4. Monitoring en evaluatie Hoe meten we wat we bereikt hebben? • We monitoren de doelstellingen die iedere gemeente heeft opgenomen in zijn lokale plan. Dit doen aan de hand van de geformuleerde indicatoren. • We maken hier een overzicht van, om de regionale resultaten in beeld te brengen en zodat we van elkaar kunnen leren. • Aan de hand hiervan kunnen we aan het einde van het jaar met elkaar kijken of onze inzet heeft bijgedragen aan de geformuleerde doelstellingen uit dit plan. • We maken gebruik van de impactmeting van professor Maurice de Greef en voegen hier items aan toe met betrekking tot ouderbetrokkenheid. Daarnaast kan een vragenlijst ouderbetrokkenheid worden ingezet door organisaties die losse trajecten of projecten opzetten. • We monitoren het aantal opgestarte activiteiten per gemeente en het aantal deelnemers, met aparte aandacht voor het aantal NT1-deelnemers. • We wisselen de stand van zaken uit in regionale bijeenkomsten die worden georganiseerd door Stichting Lezen en Schrijven. • Tijdens de bijeenkomsten van het Taalakkoord is er ruimte voor uitwisseling van resultaten naar behoefte. • Het volgsysteem van Match (wordt per 2024 gebruikt bij de taalhuizen) geeft verschillende monitoringsinformatie en effectmetingen
11
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5.
Template uitvoeringsplan Bruikbare bronnen Checklist voor een beleidsmatige koppeling tussen laaggeletterdheid en gezin Stappenplan/procesbeschrijving om laaggeletterdheid en gezin te koppelen Wat is de relatie tussen gezin, armoede en gezondheid?
12
Bijlage 1. uitvoeringsagenda laaggeletterdheid 2024 Gemeente West Maas en Waal
Doelstelling 1: Toename (toeleiden van) deelnemers met Nederlands als moedertaal vanuit Vraagwijzer/ Sterker Actie Wie Looptijd 1 Beschikbaar stellen van Beleidsadviseur 2024 benodigdheden om tot ALGH ism MDTH signaleren en toeleiden te (inzet komen. Afspraken werkproces bibliotheek) in uitvoering worden gemaakt (DTH – Vraagwijzer/ Sterker 2 Toeleiding naar voorziening Beleidsadviseur Doorlopend Digi-Taalhuis wordt geborgd: ALGH ism Jaarlijks inhoudelijk op beleidsadviseur bestuurlijke agenda (Sterker) Wmo, besproken. (Wat hebben zij teamleider nodig?) Sterker
Middelen Voortgang Q1 Voortgang Q2 Voortgang Q3 Voortgang Q4 … Er is een overleg (afspraken gepland met werkproces zo consulenten, SMW-ers, min mogelijk ten AMW-ers, laste van beleidsadviseur ALGH professionals) en coördinator DTH … (afspraken werkproces zo min mogelijk ten laste van professionals)
13
Doelstelling 2: Borging van gezinsaanpak in nieuw onderwijsbeleid (LEA) en uitvoering bij partijen VVE-convenant VVE Actie
Wie
Looptijd
Middelen
Voortgang Q1
1
Afspraken en maatregelen Gemeente: 2024 tot toeleiding van Beleidsadviseur laaggeletterde ouders naar ALGH, (non) formeel aanbod beleidsadviseur (Digi-Taalhuis) in huidige onderwijs ism OAB (eenvoudig MDTH werkproces) worden (bibliotheek) bestendigd met en door partijen VVE-convenant. Professionals worden hierbij in de uitvoering ondersteund.
OAB (zie convenant)
Er wordt een overleg gepland met partijen VVE-convenant beleidsadviseur ALGH, beleidsadviseur onderwijs, coördinator DTH
2
Beleid aanpak laaggeletterdheid (gezinsaanpak) wordt opgenomen in LEA
Budget onderwijs
Beleidsadviseur onderwijs heeft dit ‘geagendeerd’
Gemeente: 2024 e.v. Beleidsadviseur ALGH, beleidsadviseur onderwijs ism MDTH
Voortgang Q2
Voortgang Q3 Voortgang Q4
14
Doelstelling 3: Aanpak laaggeletterdheid is integraal onderdeel van coalitie Kansrijke start in 2024 Actie 1
Wie
Looptijd
Deelname aan coalitie MDTH (inzet 2024 Kansrijke Start bibliotheek, coördinator DigiTaalhuis, leescoach) GGD gezondheidsmakelaar Beleidsadviseur ALGH gemeente
Middelen
Voortgang Q1
Voortgang Q2
Voortgang Q3
Voortgang Q4
Eind februari inhoudelijke bijdrage aan bijeenkomst met thema laaggeletterdheid. Opzet is om vanuit de behoefte van deelnemers aan te sluiten met (nieuw) aanbod met als uitgangspunt prestatieindicator; toeleiding naar (non) formeel aanbod. Hierbij ook rekening houden met Tel mee met Taal subsidie voor ouders (2025?)
Doelstelling 4: Bedrijvenaanpak is bestendigd Actie
Wie
Looptijd
MDTH (inzet 2024 ROC)
Middelen
1
Bedrijven worden benaderd vanuit hun eigen behoefte en belangen
Subsidie gemeente MDTH
2
Bedrijven (w.o. gemeente zelf) MDTH (inzet Afhankelijk van Subsidie worden regelmatig en ROC en resultaat. gemeente MDTH systematisch ondersteund bij het bibliotheek) Intentie is signaleren van leer- en doorlopend ontwikkelbehoefte medewerkers en toeleiden naar voorziening
Voortgang Q1 Voortgang Q2 Voortgang Q3
Voortgang Q4 Evaluren resultaat en evt. voortzetten bedrijvenaanpak
15
Doelstelling 5 Algemene uitvoering van aanpak laaggeletterdheid Actie
Wie
Looptijd
Middelen
1
Algemene doorverwijskaart ontwikkelen Wie? ter ondersteuning van professionals
Q1 2024
2
Uitvoeren van acties werkgroep Vindplaatsen (w.o. bovenstaande
Doorlopend
Regionale middelen voor lokale aanpak 2022 …
3
Uitvoering programma (inclusief aanpak Bibliotheek laaggeletterdheid) bibliotheek conform beschikking
Doorlopend
4
Bij genoeg (specifieke) belangstelling ROC wordt Tel mee met Taal subsidie Bibliotheek (werkgevers of ouders) aangevraagd en opleidingstraject ontwikkeld. Dit kan ook in regionale samenwerking
2024 en liefst doorlopend
Werkgroep Vindplaatsen
Voortgang Q1
Voortgang Voortgang Q2 Q3
Voortgang Q4
Subsidie bibliotheek
16
Bijlage 3. Bruikbare bronnen • • • • • • • • • • • • • •
Aanhaakkalender gezinsaanpak – Deze kalender geeft inzicht in de momenten waarop je samen met partners het belang van (voor)lezen onder de aandacht brengt. Aanpak Thuis in Taal – Helpt pedagogisch medewerkers en leerkrachten samen met ouders de mondige taalontwikkeling van kinderen te versterken, door middel van zeven geformuleerde stappen. VoorleesExpress – Een interventie waarbij een vrijwilliger thuis ondersteunt met voorlezen en hiermee het plezier met taal en lezen helpt te vergroten. Taal Doet Meer - Stimuleert Utrechters van 0 tot 100 jaar om te leren en maakt onderlinge ontmoeting mogelijk. Boekstart – Gericht op vergroten van leesplezier in gezinnen met kinderen van 0 tot 6 jaar. Zij krijgen bijvoorbeeld het Boekstartkoffertje met leesboekjes voor baby’s en kunnen hun kind gratis lid maken van de bibliotheek. Boekenpret – Een aanvullend programma op Boekstart van de bibliotheek en specifiek gericht op gezinnen waar geen voorleescultuur is. Gezinnen worden ondersteund in het opbouwen van voorleesroutines. Bouwsteen Netwerk & Beleid – handreiking voor gemeenten bij het vormgeven van het lokale netwerk rondom de gezinsaanpak Bibliotheek op School – Samenwerking van onderwijs, bibliotheek en gemeente voor meer leesplezier en mediawijsheid op school én thuis. Samen leren – Een programma voor kinderen met achterblijvende schoolprestaties en hun ouders.
Met begeleiding krijgen ouders vaardigheden waarmee ze kunnen bijdragen aan de (school) ontwikkeling van hun kinderen. School’s cool – Koppelt scholieren aan mentoren die via individuele coaching de schoolcarrière en leerresultaten stimuleert. Taalhuis – Is de plek waar lokale (maatschappelijke) organisaties samenwerken om mensen te helpen met taal, rekenen of digitale vaardigheden. Taalschatten – Een initiatief van Number 5 foundation met onder andere een toolkit met daarin kennis en handvatten. Hierin staan ook praktische tips die je aan ouders kan meegeven. Voor jou en je kind! – Een cursus voor ouders om taalvaardigheid te leren stimuleren (bijvoorbeeld taalspelletjes of vragen). Prentenboek in alle talen – Met audiovertalingen van prentenboeken in 50 talen kunnen kinderen thuis of op school werken aan verhaalbegrip en talenbewustzijn.
17
Bijlage 3. Checklist voor een beleidsmatige koppeling tussen laaggeletterdheid en de gezinsaanpak Randvoorwaarden die aanwezig moeten zijn voor een effectieve integrale aanpak laaggeletterdheidgezin: - Draagvlak bij de gemeente o Strategisch niveau: de wethouder onderwijs en jeugd onderstreept het belang van een koppeling tussen laaggeletterdheid en gezin. o Tactisch niveau: de teamleiding verantwoordelijk voor onderwijs en jeugd onderstreept het belang en biedt ondergeschikte ambtenaren de gelegenheid om samen op te trekken in de aanpak van laaggeletterdheid. o Operationeel niveau: ambtenaren met onderwijs en/of jeugd in de portefeuille zien de meerwaarde van de aanpak van laaggeletterdheid voor eigen gezinsaanpak. Er is voldoende ambtelijke capaciteit om op dit thema samen te werken met de WEBambtenaar. - Draagvlak bij de uitvoering o Strategisch niveau: directie van de uitvoering / een (potentiële) partnerorganisatie is bekend met het thema laaggeletterdheid en onderstreept het belang van basisvaardigheden voor de doelgroep van de organisatie. o Tactisch niveau: manager/leidinggevende van de professionals in het veld biedt de professionals de mogelijkheid om het thema laaggeletterdheid op te pakken en communiceert het belang van de aanpak laaggeletterdheid naar het team.
o Operationeel niveau: professionals die in contact staan met de inwoner zijn intrinsiek gemotiveerd om laaggeletterdheid bespreekbaar te maken met de cliënt en hebben de tijd en ruimte in hun werk om laaggeletterdheid te bespreken met de cliënt. - Slagkracht o Er zijn voldoende middelen beschikbaar voor de inzet van de benodigde voorlichtingsbijeenkomsten, trainingen en materiaal. o Er is voldoende menskracht beschikbaar voor het opzetten, leiden en monitoren van het traject. o Professionals in het veld beschikken over de vaardigheden om laaggeletterden te herkennen, te motiveren en ze door te verwijzen. o Er vindt monitoring plaats van het traject. Dit wordt teruggekoppeld naar de gemeente. - Resultaat o Het traject versterkt (eventueel indirect) de basisvaardigheden van deelnemers. o Het traject leidt tot bewustwording rondom de ‘’cyclus van laaggeletterdheid’’ o Het traject bereikt deelnemers met Nederlands als eerste taal (NT1). o Het traject zorgt voor toegankelijkere communicatie en dienstverlening vanuit de organisatie richting de inwoner.
18
Bijlage 4. Stappenplan/procesbeschrijving om laaggeletterdheid en het thema gezin te koppelen Stap 1. Inventariseer als WEB-ambtenaar wie er verantwoordelijk zijn voor het jeugd- en/of onderwijsbeleid in de gemeente, zowel bestuurlijk als ambtelijk. Stap 2. Organiseer een overleg met de wethouder/teamleider/ambtenaar (en vraag hierbij eventueel de hulp van bijvoorbeeld Stichting Lezen en Schrijven). Daarin inventariseer je: - Welke thema’s en prioriteiten liggen er in het jeugd- en onderwijsdomein? - In hoeverre staat (de aanpak van) laaggeletterdheid op het netvlies van deze personen? - In hoeverre is laaggeletterdheid terug te zien bij de doelgroep van het jeugd- en onderwijsbeleid en cliënten/leerlingen/ouders die daarvoor bij de gemeente aankloppen? - Hoe kan de aanpak van laaggeletterdheid een oplossing vormen voor problemen binnen de thema’s en prioriteiten? Wat voor meerwaarde heeft het voor het jeugd- en onderwijsdomein om laaggeletterdheid mee te nemen in het beleid? Wat is de win-win? - Kansen en bedreigingen in beeld krijgen: o Op welke manier zou de aanpak van laaggeletterdheid bijdragen aan de doelen die men wil behalen in het jeugd- en onderwijsdomein? o Welke beren op de weg voorzie je? Stap 3. Kijk op basis van antwoorden op bovenstaande vragen óf en zo ja, waar er energie ligt in het jeugd- en/of onderwijsdomein om laaggeletterdheid aan te pakken.
- Wees pragmatisch. Het kan zijn dat men best het thema wil oppakken binnen het jeugden/of onderwijsdomein, maar dat er de capaciteit niet is. Stel je doelen en verwachtingen dan bij door in beginsel in te zetten op kleine acties en stappen. - Maak de afweging bij wie je de meeste kans van slagen ziet om hiermee aan de slag te gaan. Wie stond er het meest positief tegenover? Mocht iemand met mitsen en maren komen, bedenk dan hoe je eventuele beren op de weg kunt weghalen. - Als er absoluut geen interesse is voor de aanpak van laaggeletterdheid, dram dan niet door. Ga op zoek naar mogelijkheden bij andere domeinen. Stap 4. Als interesse is in een samenwerking tussen de domeinen jeugd en/of onderwijs en laaggeletterdheid, schakel dan de samenwerkingspartners in om samen na te denken over de vervolgstappen.
Mogelijke vervolgstap: - Vraag of je (samen met een samenwerkingspartner) mag aansluiten bij een overleg binnen het jeugd en/of onderwijsdomein (bijvoorbeeld een LEA of bijeenkomst rondom Kansrijke Start) om tekst en uitleg te geven over de aanpak laaggeletterdheid - Organiseer een werksessie met collega’s die betrokken zijn bij het jeugd- en onderwijsbeleid, waarin (a) wordt toegelicht wat de aanpak van laaggeletterdheid inhoudt, (b) op welke manier de aanpak een bijdrage kan leveren aan doelstellingen in het jeugd- en onderwijsbeleid en © hoe je dit in een stapsgewijs proces kan aanvliegen.
Stap 5. Maak gezamenlijk met het jeugd- en/of onderwijsbeleid een procesbeschrijving van het verdere traject. Dit is altijd maatwerk en afhankelijk van de wensen, doelen en mogelijkheden. - Baken het af. Werk stap voor stap en maak de stappen niet te groot. De aanpak is een zaak van de lange adem, dus geef mensen ook de tijd en ruimte om dit eerst kleinschalig op te pakken.
19
Bijlage 5. Wat is de relatie tussen opgroeien met laaggeletterde ouders en armoede en gezondheid? De jaarthema’s van de verschillende jaarplannen zijn inhoudelijk met elkaar verbonden. Zo kunnen kinderen die opgroeien met laaggeletterde ouders een verhoogd risico lopen op armoede en gezondheidsproblemen. Er bestaat een relatie tussen deze factoren, waarbij laaggeletterdheid van ouders een negatieve invloed kan hebben op verschillende aspecten van het leven van het kind. 1. Onderwijskansen: Kinderen van laaggeletterde ouders hebben vaak beperktere educatieve kansen. Ze hebben meer moeite om te profiteren van onderwijs, wat hun toekomstige carrièremogelijkheden kan beïnvloeden. Dit gebrek aan opleiding kan de kans op armoede vergroten. 2. Economische situatie: Laaggeletterde ouders hebben doorgaans beperktere werkgelegenheidsmogelijkheden en verdienen vaak minder dan hun geletterde tegenhangers. Dit kan leiden tot financiële moeilijkheden, waardoor het gezin in armoede kan belanden. Armoede kan op zijn beurt weer leiden tot gezondheidsproblemen vanwege beperkte toegang tot gezondheidszorg, ondervoeding en slechte leefomstandigheden. 3. Gezondheidszorg: Kinderen van laaggeletterde ouders hebben vaak beperkte toegang tot medische zorg en gezondheidsinformatie.
Dit kan leiden tot ongediagnosticeerde of onbehandelde gezondheidsproblemen, wat hun algemene gezondheid en welzijn kan beïnvloeden. 4. Sociale isolatie: Gezinnen met laaggeletterde ouders kunnen sociaal geïsoleerd raken vanwege schaamte of angst voor stigmatisering. Dit gebrek aan sociale steun kan de gezondheid van zowel ouders als kinderen negatief beïnvloeden. 5. Psychosociale stress: Financiële zorgen, beperkte kansen en sociale isolatie kunnen psychosociale stress veroorzaken bij zowel ouders als kinderen. Langdurige stress kan leiden tot diverse gezondheidsproblemen, waaronder psychische stoornissen, slaapproblemen en hartaandoeningen. Het verbeteren van de geletterdheid van ouders kan de basis leggen voor een betere educatieve toekomst voor hun kinderen, wat op zijn beurt de kans op armoede verkleint en de gezondheid en het welzijn van de hele familie verbetert.
20