CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-284 4 Samenvatting dekkingsplan VRGZ 20231222

Gemeenteraad 25 januari 2024, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Ingekomen stukken2.435 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samenvatting dekkingsplan Doelstelling regionaal dekkingsplan 2024-2027 De maatschappij verandert en daarmee, nu en in de toekomst, ook de brandweerzorg. Klimaatverandering, energietransitie en een steeds meer verdichtende samenleving zijn voorbeelden van veranderingen die effect hebben op de brandweerzorg. Om toekomstbestendig te werken wordt periodiek, conform art. 145 Wet Veiligheidsregio’s, het dekkingsplan Brandweer herzien als onderdeel van het Regionaal Beleidsplan. Dit moet bevatten: ‘de voor de brandweer geldende opkomsttijden en een beschrijving van de aanwezigheid van brandweerposten in de gemeenten, alsmede de overige voorzieningen en maatregelen, noodzakelijk voor de brandweer om daaraan te voldoen’. Op grond van artikel 14 van de Wet Veiligheidsregio’s stelt het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio vierjaarlijks, of wanneer de situatie binnen de veiligheidsregio significant is gewijzigd, een dekkingsplan vast. Met het voorliggende dekkingsplan wil de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid de mensen en middelen vanuit een regionale gedachte zo optimaal mogelijk inzetten. Met het regionaal Dekkingsplan 2024- 2027 bereikt de brandweer het volgende: • Brandweer Gelderland-Zuid is paraat, levert goede brandweerzorg, investeert in kennis en vakmanschap om de brandweerzorg voor nu evenals de toekomst aan te kunnen.

• De brandweer organiseert zich risicogericht en werkt daarbij informatiegestuurd, waarbij ingespeeld wordt op bestaande en nieuwe ontwikkelingen. • Het nieuwe regionale dekkingsplan (2024-2027) is een belangrijke vervolgstap in het organiseren van kennis, materieel en middelen op de juiste plek, die zowel lokaal als regionaal ingezet kunnen worden. Proces vernieuwing dekkingsplan Het voorgaande dekkingsplan maakte onderdeel uit van het Brandweerzorgplan (2018) en zou daarmee in 2022 herzien moeten zijn. Het Dagelijkse Bestuur is in oktober 2022 geïnformeerd over de redenen om de geldigheidsduur van het voorgaande dekkingsplan te verlengen tot de vaststelling van dit plan. Ook de Inspectie is hierover geïnformeerd. De belangrijkste redenen voor de verlenging zijn dat: •

•

•

Er in de afgelopen jaren een nieuwe landelijke systematiek voor dekkingsplannen werd ontwikkeld. Hiervoor is een nieuwe methodiek gebruikt van gebiedsgerichte opkomsttijden (in plaats van objectgerichte). De minister van Justitie en Veiligheid staat positief tegenover deze systematiek en laat deze aanpassen in het Besluit Veiligheidsregio’s. Daarmee komt er een eind aan het huidige systeem van objectgerichte opkomsttijden en gaan we over op de systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden. Evenals Gelderland-Zuid hebben veel andere regio’s deze nieuwe methodiek direct willen implementeren in het komen tot een nieuw dekkingsplan en om deze reden het opleveren uitgesteld. Door wereldwijde leveringsproblemen van materiaal kon pas eind 2022 de laatste fase van de uitvoering van het Brandweerzorgplan worden afgerond (levering van twee waterwagens). Daarnaast liep de wettelijke termijn voor het Brandweerzorgplan Specialismen, dat nu onderdeel gaat worden van het dekkingsplan, pas af in januari 2023. Het nieuwe dekkingsplan zal de huidige twee afzonderlijke delen van het Brandweerzorgplan (basisbrandweerzorg en specialismen) samenvoegen tot één plan: basisbrandweerzorg én specialismen.

1

Doorontwikkeling brandweerzorg Het nieuwe dekkingsplan is uitgewerkt op basis van de bestaande taken die binnen de regio worden uitgevoerd. Tegelijkertijd heeft de brandweer met ontwikkelingen te maken die nieuwe effecten en risico’s met zich mee brengen. Denk aan de energietransitie en klimaatverandering, die kunnen leiden tot noodzakelijke innovatie binnen de repressieve brandweerzorg en een andere kijk op de standaardinzet bij repressie. Wij zien het als onze taak om continu te kijken naar de risico's binnen onze regio om vervolgens onze bedrijfsvoering daar zo adequaat als mogelijk op in te richten. Dit doen we door taak- en accentverschuivingen binnen onze brandweerzorg. Door het nog efficiënter inrichten van een aantal taken maken we middelen vrij om deze accentverschuivingen zoveel als mogelijk binnen onze begroting op te lossen. Ook worden er in 2024 business cases en pilots opgepakt om te onderzoeken of en zo ja het nodig is om nieuwe taken toe te voegen aan de brandweerzorg van Gelderland-Zuid. Enkele voorbeelden hiervan zijn: • het uitwerken van de Visie Incidentbestrijding in, op en aan het water en het opstarten van toekomstverkenningen voor bestaande taken, zoals de gaspakinzet en de logistiek, met als doel om deze waar mogelijk verder te optimaliseren en meer toekomstbesteding te maken.

• het starten van business cases om nieuwe taken te onderzoeken, zoals brandbestrijding van rietkappen, gevolgen van extreem weer, specialistische blussing; • het houden van pilots gericht op innovatie, zoals onderwaterdrones. Dit kan betekenen dat er nieuwe taken bij de posten worden belegd. Daarbij zal worden gekeken naar een gewenste spreiding die, waar mogelijk, aansluit op behoeften van posten. Opkomsttijden: van objectgericht naar gebiedsgericht Het nieuwe dekkingsplan is tot stand gekomen op basis van de nieuwe landelijke systematiek; ‘Handreiking Landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen’, versie 3.0, die door de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s (RCDV) in juli 2022 is vastgesteld. Met deze nieuwe systematiek hanteren we in plaats van objectgerichte opkomsttijden, gebiedsgerichte opkomsttijden. Dit betekent dat we kijken naar opkomsttijd binnen een bepaald gebied in plaats opkomsttijd in relatie tot een specifiek object. Een gebied wordt dan gedefinieerd als CBS buurt (zie hieronder). In de handreiking wordt beschreven op welke wijze de dekking beoordeeld dient te worden. Om de stap te maken van objectgerichte beoordeling naar gebiedsgerichte beoordeling is het noodzakelijk om gebieden te definiëren. De handreiking schrijft voor om gebruik te maken van de door het CBS gedefinieerde buurten.

Het beoordelingskader geeft referentiewaarden en bandbreedtes voor de snelheid waarmee de brandweereenheid (tankautospuit) in een bepaald gebied ter plaatse wil zijn. Een gebied wordt ingedeeld in één van in totaal drie categorieën, die het overheersende karakter van een gebied beschrijven. Aan iedere categorie zijn opkomsttijden (referentiewaarden en bandbreedte) gekoppeld. De bandbreedte geeft een marge rondom de referentiewaarde. Uitgangspunt is dat de brandweer haar inspanning richt op het behalen van de referentiewaarde in onderstaande tabel.

2

Hieronder de visualisatie van de risicocategorie per CBS-buurt:

Bij deze gebiedsgerichte benadering worden daarnaast nog alle objecten uit categorie 1 los gewogen en individueel getoetst aan de opkomstnorm van 10 minuten. Voor objecten waar deze norm van 10 minuten wordt overschreden, moeten maatregelen worden beschreven ondanks dat dit object in een categorie 2 of 3 gebied ligt. Stel een ziekenhuis ligt in een agrarisch buitengebied (categorie 3, norm 18 minuten), dan wordt dit object toch gewogen aan de norm van 10 minuten Resultaat: wijziging en toelichting Het regionale Dekkingsplan levert daarmee het volgende op: • Inzicht in de regionale dekking van de basisbrandweerzorg gebaseerd op de nieuwe systematiek met bandbreedten in opkomsttijden. Deze worden beoordeeld vanuit een breder perspectief op brandveiligheid (in lijn met compenserende maatregelen die wij reeds op grond van het Brandweerzorgplan hanteren).

3

•

• •

Inzicht in de regionale slagkracht (opschaling tankautospuiten = basisbrandweereenheid). Deze is met het huidige netwerk van 36 posten op orde, Vanuit dit netwerk kan er ook worden voldaan aan de prestatie-eisen die gesteld worden aan het Grootschalig Brandweeroptreden (GBO). Dit voor zowel in- als externe bijstand. Voor de specialismen en aanvullende taken worden er optimale spreidingsvarianten voorgesteld die beter aansluiten op de brandweerzorg van nu en van de toekomst. Door toekomstverkenningen, business-cases en innovatiepilots blijven we investeren in de optimale brandweerzorg voor de toekomst. Dit doen wij op basis van gefundeerde data en de daaruit voortkomende inzichten.

Bij de uitwerking van het Dekkingsplan is onder meer gekeken naar wetgeving, landelijke (en regionale) handreikingen en visiedocumenten. Daarnaast is het dekkingsplan uitgewerkt vanuit een risico- en informatiegestuurde benadering. Het ‘Risicoprofiel Brandweer Gelderland-Zuid’ is daarom als een onderlegger gebruikt. Daarmee zijn relevante incidenttypen, potentiële risicolocaties en incidenthistorie zorgvuldig afgewogen. De ‘Onderbouwingsrapportage Dekkingsplan Brandweer’ geeft inzicht in de onderbouwing van de gekozen spreidingsvariant per taak en daarmee betreft het niet het dekkingsplan zelf. Doel van het document is om inzicht te geven in een eenduidige werkwijze die is gehanteerd en waarbij de afwegingen worden gedeeld die gemaakt zijn om te komen tot optimale dekking vanuit regionaal oogpunt. Concreet bevat het Dekkingsplan onderstaande regionale wijzigingen (onderbouwde toelichting volgt onder deze opsomming): 1. De tweede tankautospuit van post Wijchen wordt uit de operationele sterkte gehaald; 2. Redvoertuigen: van 6 naar 5 operationele redvoertuigen; 3. Hulpverleningsvoertuigen: van 4 naar 3 voertuigen; 4. Waterwagens-groot: verschuiving van een eenheid; 5. Eenheden voor schuimblussing: verschuiving van een eenheid; 6. Oppervlaktereddingsteams: van 18 naar 11 teams; 7. Brandweerhulpboten: van 6 naar 5 boten; 8. Verkenningseenheden: van 7 naar 6 eenheden; 9.

25kV-eenheden (t.b.v. veiligheidstesten Betuweroute): van 4 naar 3 eenheden.

1. Tweede tankautospuit op een post (Tiel/Wijchen) Uitkomst: post Tiel behoudt de tweede tankautospuit en bij post Wijchen wordt deze uit de operationele sterkte gehaald (dus geen inzet meer voor incidentbestrijding). Onderbouwing: post Tiel heeft de tweede tankautospuit nodig om de gewenste slagkracht te behouden voor de binnenstad van Tiel (inclusief de historische kern). Vanuit omliggende posten kunnen namelijk geen tankautospuiten binnen 15 minuten daar ter plaatse zijn. Bij het uit de sterkte halen van de tweede tankautospuit van Wijchen kunnen voor dit verzorgingsgebied door omliggende posten zelfs bijna drie tankautospuiten binnen 15 minuten ter plaatse zijn. Dit terwijl uitgangspunt binnen deze tijd maar twee tankautospuiten zijn. Ook is de inzetfrequentie beoordeeld en daarbij is geconcludeerd dat de tweede tankautospuit van Wijchen vanuit repressief oogpunt verantwoord uit de sterkte gehaald kan worden. 2. Redvoertuigen: van 6 naar 5 Uitkomst: het redvoertuig van Groesbeek wordt uit de operationele dienstverlening gehaald (van 6 naar 5 operationele redvoertuigen) en het redvoertuig van Wijchen wordt verplaatst naar de beroepspost Nijmegen-West. Onderbouwing: met deze variant waarbij in het oostelijk deel van de regio beide beroepsposten een redvoertuig paraat hebben ontstaat een betere regionale dekking en worden de hoogbouw-objecten

4

(risiconiveau 1) beter afgedekt. Daarmee vindt er een efficiencyslag plaats, omdat er teruggegaan kan worden naar vijf redvoertuigen. Borgen continuïteit redvoertuigen: De VRGZ beschikt momenteel over een tijdelijk niet-repressief redvoertuig dat ingezet wordt tijdens onderhoud van de operationele redvoertuigen en voor het oefenen en opleiden. In de afgelopen jaren blijkt dit redvoertuig zeer veelvuldig in gebruik; in feite is het onmisbaar geworden, omdat anders telkens een van de operationele redvoertuigen niet inzetbaar is. Daarom blijven de zes redvoertuigen behouden, waarvan één niet-repressief. Dit reservevoertuig wordt ingezet als wisselvoertuig om zo de paraatheid van vijf redvoertuigen te garanderen en ten behoeve van training en vakbekwaamheid. 3. Hulpverleningsvoertuigen (HV) : van 4 naar 3 Uitkomst: de HV van Nijmegen-West wordt verplaatst naar Wijchen en de HV van Geldermalsen wordt uit de operationele dienstverlening gehaald. Onderbouwing: Post Wijchen komt als post met een goede dekking en poststerkte (voldoende menskracht om dit voertuig op de weg te krijgen) in aanmerking voor de HV welke nu geplaatst is in Nijmegen-West. Geldermalsen wordt uit de sterkte gehaald omdat Lienden een betere dekking in het midden biedt en Zaltbommel in het westen. Daarnaast heeft Geldermalsen met het grootwatertransportsysteem een prominent specialisme. 4.

Waterwagens-groot: verschuiving van een eenheid Uitkomst: het verplaatsen van de waterwagen-groot van Ubbergen naar Groesbeek. Onderbouwing: vanuit Groesbeek wordt het bosgebied als natuurgebied met het hoogste risico (vanuit de Risico Index Natuurbrand) het beste bediend door de waterwagen hier te plaatsen. 5. Eenheden voor schuimblussing: verschuiving van een eenheid Uitkomst: de schuimblus-haakarmbak (SBH) als eenheid voor schuimblussing verplaatsen van Nijmegen-West naar Beuningen. De SBH’s Beesd en Ochten zijn gezien de potentiële inzet van schuim op de Betuweroute niet heroverwogen. Onderbouwing: de beroepspost Nijmegen-West krijgt een redvoertuig en post Beuningen komt dan als naastgelegen post met een goede dekking op de risicolocaties in beeld als beste locatie. 6. Oppervlaktereddingsteams: van 18 naar 11 Uitkomst: Nijmegen-Centrum, Beuningen, Overasselt, Malden, Ubbergen, Druten en Waardenburg worden uit de operationele dienstverlening gehaald. Onderbouwing: oppervlakteredding is een specialisme, maar met 18 eenheden is er een te grote hoeveelheid voor het beoogde doel ontstaan. Vooral in en om Nijmegen is de sterkte gereduceerd (van acht naar drie). Posten zijn op basis van risico-inventarisatie uit de sterkte gehaald (weinig tot geen zwemrecreatie). De minimale tot geen uitrukken in de afgelopen zes jaren bevestigen dit beeld.

Met de elf posten die de taak behouden is er een goede regionale dekking voor risicolocaties. 7. Brandweerhulpboten: van 6 naar 5 Uitkomst: de brandweerhulpboot van Asperen wordt uit de operationele dienstverlening gehaald. Onderbouwing: met de brandweerhulpboten in Maasbommel, Kerkdriel en Maurik hebben we vaartuigen die snel op de grootste open recreatieplassen ingezet kunnen worden en tevens snel op de rivieren Maas, Neder-Rijn en Lek. Dit aangevuld met Beuningen en de hulpboot van de Reddingsbrigade Culemborg (vanuit een prestatieovereenkomst) is er een goede regionale dekking op de overige waterrecreatiegebieden waar hulpboten van meerwaarde kunnen zijn. 8. Verkenningseenheden: van 7 naar 6 Uitkomst: de verkenningseenheid van Beuningen wordt uit de operationele dienstverlening gehaald en de overige zes posten behouden de taak van verkenningseenheid.

5

Onderbouwing: post Beuningen en Druten hebben beide een verkenningseenheid en liggen naast elkaar. Zonder Beuningen is er met Groesbeek, Druten en Opheusden nog voldoende dekking over in het oostelijk deel van de regio.

9. 25 kilovolt-eenheden (t.b.v. veiligheidstesten Betuweroute): van 4 naar 3 Uitkomst: de 25kV-eenheid van Beesd wordt uit de operationele dienstverlening gehaald en de overige drie posten behouden de taak van 25kV. Onderbouwing: vanuit een prestatieovereenkomst met ProRail moeten wij als brandweer de Betuweroute in basis binnen 15 minuten kunnen afdekken. Bij uitzondering mag dit binnen 20 minuten zijn. Met de spreiding van Buren, Dodewaard en Herwijnen wordt indicatief 95% van de Betuweroute binnen 15 minuten bereikt en de overige 5% binnen 18 minuten. Daarmee voldoen we aan de eisen uit de overeenkomst. Post Beesd zorgt voor de meeste overlap (enerzijds richting Herwijnen en anders richting Buren) en heeft tevens de schuimblus-haakarmbak als specialisme. Impact Met het nieuwe dekkingsplan wordt vanuit een regionaal perspectief optimale dekking voorgesteld. Dit heeft consequenties op postniveau. Ondanks dat de voorstellen inhoudelijk goed te beargumenteren zijn kan dit voor onze vrijwilligers die jarenlang paraat zijn geweest op een specialisme als een verlies worden ervaren. Wij zijn ons bewust van die emotie en hebben daarom geïnvesteerd in het goed uitleggen van de afwegingen aan de teamleiders en groepschefs. Dit mede aan de hand van de onderbouwingsrapportage die inzicht biedt in de afwegingen die gemaakt zijn om tot de optimale spreidingsvarianten te komen.

In de totstandkoming van dit dekkingsplan zijn verschillende gremia geconsulteerd of ingelicht. Dit geldt onder andere voor de interne organisatie, zoals de OR, als ook gemeentelijke ambtenaren, verenigd in de Adviesraad Ambtenaren Crisisbeheersing (AAC). Na voorlopige vaststelling door het AB VRGZ van 21 december zal het Dekkingsplan voor zienswijzen naar gemeenteraden van onze gemeenten worden gezonden. Met inachtneming van deze zienswijzen zal het dekkingsplan voor definitieve besluitvorming worden voorgelegd aan het AB VRGZ van 25 april 2024. Uitvoering Bij positieve definitieve besluitvorming in door het Algemeen bestuur VRGZ op 25 april 2024 zal op basis van een plan van aanpak de implementatie van het dekkingsplan gerealiseerd worden. Het streven is om daar de periode mei t/m december 2024 voor te gebruiken.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13662315/1