CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-262 1 Kadernota UBR 2025

Gemeenteraad 7 december 2023, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Ingekomen stukken3.599 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)

KADERNOTA 2025

Uitgangspunten voor de exploitatie en de balans plus financiële doorrekeningen periode 2025 -2029

Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland is een samenwerkingsverband (gemeenschappelijke regeling) van 7 gemeenten, te weten Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel.

Tiel, november 2023

1

Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)

Inleiding Deze Kadernota is het document dat door de gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR) aan de gemeenteraden wordt aangeboden en waarin een financiële doorrekening is opgenomen met actuele prognosecijfers van de meerjarenbegroting. Ook in 2024 staat een platformoverleg gepland. Dit platformoverleg heeft tot doel de raadsleden met elkaar in gesprek te brengen over de voorstellen op de agenda van het algemeen bestuur, om zo de wensen en bedenkingen van de verschillende raden te betrekken bij de besluitvorming in het algemeen bestuur. De aanleg van het nieuwe breedbandnetwerk was gepland voor 2020 en 2021. Door verschillende omstandigheden in 2020 waaronder de wereldwijde corona pandemie en de stikstofproblematiek is er pas in april 2020 gestart met de aanleg van het breedbandnetwerk in de buitengebieden van de 7 deelnemende gemeenten. Er wordt in de opdracht onderscheid gemaakt in reguliere, dijkadressen en dijkversterkingsadressen. Voor de reguliere adressen wordt de initiële aanlegplanning (24 maanden) met in acht neming van de vertragingen in Q1 van 2020 niet gehaald. Doordat de capaciteit van de aannemer te verschuiven naar de dijkadressen om deze zoveel mogelijk voor de dijksluitingsperiode per medio oktober civiel gereed te hebben zijn met name de reguliere adressen in West Betuwe nog niet gereed.

Er is door de opdrachtnemer een aangepaste mijlpalenplanning afgegeven voor realisatie van de reguliere en de dijkadressen in 2023. Eind 2023 is ruim 91% van het netwerk gereed en zijn de “restadressen” met name adressen met een bijzonderheid. Deze bijzonderheid kan zijn: 1.

Het adres ligt in een dijkversterkingsgebied (TIWA of GOWA)

2.

Het adres wacht op een toestemmingsverklaring van een eigenaar van een omliggend perceel (privé gronden) of op de uitspraak van de ACM over de gedoogplicht.

3.

Een storing of technische belemmering.

2020 Q4 2021 Q1 2021 Q2 2021 Q3 2021 Q4 2022 Q1 2022 Q2 2022 Q3 2022 Q4 2023 Q1 2023 Q2 2023 Q3 2023 Q4

2024 Q1 2024 Q2 2024 Q3 2024 Q4

Prognose/realisatie aansluitingen HC aan het eind van het kwartaal 232 1.362 1.881 2.348 3.407 3.956 4.500 4.795 5.505 5.875 6.187 6.463 6.757 7.017

Percentage aansluitingen HC

Percentage aansluitingen HA

3% 19% 26% 32% 47% 54% 62% 65% 74% 79% 84% 87% 91% 94%

Prognose/realisatie aansluitingen HA aan het eind van het kwartaal 185 1.068 1.257 1.850 2.623 3.225 3.735 3.969 4.664 5.000 5.328 5.558 5.743 5.894

7.277

98%

6.040

83%

7.377

99%

6.123

83%

7.400

100%

6.142

83%

2

80% 78% 67% 79% 77% 82% 83% 83% 85% 85% 86% 86% 85% 84%

Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)

Vanaf het 4e kwartaal 2020 zijn de eerste aansluitingen operationeel en genereert de UBR inkomsten uit de verhuur van vezelparen. Het aantal deelnemende adressen in het project zijn 8.880 adressen homes passed (HP). Op dit moment heeft de UBR 7.400 aanmeldingen homes connected (HC) waarvan naar verwachting 87% ook een abonnement zal afnemen, homes activated (HA). In 2024 zal naar verwachting de laatste 10% worden aangesloten conform voorgaande tabel . Over geheel 2024 wordt gemiddeld 81,7% actieve gebruikers begroot (6046). Vanaf 2025 komt de UBR van de aanlegfase in de beheerfase voor deze adressen. Alle initiële 8.880 adressen zijn dan minimaal Homes Passed (HP) aangesloten. 7.400 daarvan zijn ook Homes Connected (HC). Voor de resterende circa 1500 adressen die dan nog niet HC zijn aangesloten zal in 2024 een plan worden opgesteld om ook deze adressen op termijn zoveel mogelijk HC aangesloten te krijgen. De investeringsbedragen zijn gebaseerd op de uitkomsten van de aanbesteding. Voor de aanlegfase is in totaal een investeringsbedrag van € 37.300.000 gebudgetteerd. Daarnaast is voor de periode daarna een reservering voor de investeringskosten van na-aansluitingen, inbebouwing en degeneratie opgenomen van € 200.000. Over de hele looptijd is gerekend met een investeringsbudget van in totaal € 37.500.000.

Het is de verwachting dat de uitloop van de aanleg (tot Q4 2024) niet zal leiden tot een aanpassing van onderstaande specificatie van het investeringsbudget. De specificatie van het investeringsbudget (afgerond) is als volgt: * * * *

*

Voorbereidingskosten: Kosten van onderzoek en ontwikkeling die in de periode van 2016 t/m 2019 zijn voorgefinancierd door Regio Rivierenland Kosten aanleg Overige kosten in de investeringsfase: Bouwrente + projectkosten Onvoorzien: Stelpost om tegenvallers/meerwerk bij de initiële realisatie van de investeringen op te kunnen vangen Budget investeringsuitgaven in de aanlegfase Voorziening voor na-aansluitingen en dergelijke Totaal investeringsbudget

€ €

1.000.000 34.200.000

€

1.100.000

€ € € €

1.000.000 37.300.000 200.000 37.500.000

Voor de bekostiging van de aanlegkosten van het breedbandnetwerk hebben we een langlopende financieringsovereenkomst met de BNG Bank afgesloten met een totale looptijd van 50 jaar. In 2020 en 2021 vond financiering van de investeringsuitgaven plaats via een krediet in rekeningcourant met een bouwfaciliteit van € 37.500.000. De rekening-courant werd in de eerste 2 jaar ook aangewend voor de financiering van op investeringsfacturen betaalde BTW, die de UBR achteraf (na indiening van de BTW-aangifte) uitbetaald krijgt door de belastingdienst. In januari 2022 vond een omzetting plaats naar financiering door middel van een langlopende lening. Op deze manier heeft de UBR in de aanlegfase optimaal geprofiteerd van de lage rentestand. De langlopende lening bedraagt € 35.000.000 vanaf 2022 en heeft een looptijd van 48 jaar. De lening wordt lineair afgelost. De UBR loopt geen renterisico voor het langlopende deel van de financiering, omdat ze het rentepercentage van de lening voor 30 jaar heeft vastgelegd op 0,835% voor de periode 2022 tot 2052. De UBR houdt een kortlopende kredietfaciliteit ter grootte van € 2.500.000 aan, waarmee de totale financieringsbehoefte van € 37.500.000 is ingevuld. Afhankelijk van de renteontwikkelingen kan de UBR ook dit deel in de toekomst langlopend (her)financieren.

3

Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)

De kosten van onderzoek en ontwikkeling, die door Regio Rivierenland zijn voorgefinancierd vanaf 2016, zijn na de oprichting van gemeenschappelijke regeling UBR overgebracht naar de nieuwe organisatie (UBR). Het betreft voorbereidingskosten die op grond van de wettelijke voorschriften (BBV) in de balans als immateriële vaste activa opgenomen moeten worden en waarvoor een afschrijvingstermijn geldt van maximaal 5 jaar. De overige investeringsuitgaven voor het breedbandnetwerk worden geactiveerd in de balans bij de materiële vaste activa en afgeschreven in 50 jaar, waarbij rekening gehouden wordt met de restwaarde van het breedbandnetwerk. Afgeschreven wordt vanaf het moment van realisatie van het breedbandnetwerk. De afschrijvingen lopen in de aanlegfase geleidelijk op en lopen daarmee in de pas met de gefaseerde oplevering en realisatie van het breedbandnetwerk. Dit is overeenkomstig de wettelijke voorschriften (BBV) en daarmee wordt ook een goede matching bereikt tussen inkomsten en afschrijvingslasten. In de investeringsplanning is voorzien dat in 2031 het volledige investeringsbudget van € 37.500.000 is besteed. De (structurele) afschrijvingslasten bedragen vanaf 2031 € 516.880 per jaar (rekening houdend met de restwaarde van het breedbandnetwerk).

Belangrijke punten ten aanzien van de begroting en aanvullingen ten opzichte van Kadernota 2024: • Er zijn geen grote afwijkingen ten aanzien van het beoogde eindresultaat van de 8.880 glasvezelaansluitingen eind 2024 waarvan begroot 70% actief (HA) eind 2023. • De tijdige realisatie aanleg van het breedbandnetwerk (gereed binnen 2 jaar na aanvang) is niet gehaald door diverse vertragingen. Voorgaande resulteert in 2023 in een lager aantal gerealiseerde aansluitingen dan begroot. • Eind 2023 is het netwerk voor circa 91% gerealiseerd. • De 9% nog te realiseren aansluitingen in 2024 betreffen adressen die voornamelijk zijn gelegen in dijk versterking gebieden (TIWA en GOWA) en adressen met een technische belemmering/geen toestemming particuliere grondeigenaar of lopende procedure bij de ACM. • Er is sprake van een (tijdelijke) onderbesteding ten opzichte van het begrote investeringsbudget door de achterstand in de realisatie. • Er is voor de aanleg een fixed fee afgesproken per aansluiting. Het aantal aansluitingen is naar verwachting gelijk aan het begrote aantal. Het totale investeringsbudget in de begroting hoeft niet te worden bijgesteld. • Ondanks de vertraging in de aanleg is er geen sprake van een achterstand in de begrote omzet in 2023 en 2024.

De totale kosten zullen in 2023 en 2024 per saldo lager uitvallen dan begroot waardoor het resultaat in deze jaren hoger zal uitvallen. • Er is een post incidentele/algemene kosten opgenomen in 2023. Deze is aangewend voor de bekostiging van de tijdelijke stroomvoorziening van 2 Pop’s middels een aggregaat door capaciteitsproblemen bij Liander. Deze kosten lagen licht hoger (2K) dan begroot. • De projectkosten zullen door de vertraging van de aanleg doorlopen in 2024 als ook de controle op de aanleg van het netwerk door het bedrijf Allinq alsmede betalingen aan de gemeenten die

4

Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)

meer leges en degeneratiekosten hebben gemaakt dan contractueel door de UBR met de opdrachtnemer zijn overeengekomen. De post onvoorzien is nog voldoende om binnen budget te blijven. • In de jaarrekening 2023 wordt verslag gedaan en verantwoording afgelegd over de werkelijke financiële uitkomsten en het gerealiseerde resultaat in 2023. • Op 23 augustus 2022 heeft de ACM haar besluit om de ODF tarieven van KPN/Glaspoort niet te reguleren kenbaar gemaakt. De UBR heeft in de consultatieronde van de ACM haar zienswijze op het te nemen besluit ingezonden aan de ACM. KPN/Glaspoort had daarvoor aangekondigd de ODF tarieven fors te verlagen en voor de komende 8 jaar zeer gematigd te laten stijgen. Doordat de ACM de tarieven niet gaat reguleren is het voor de UBR ook niet noodzakelijk om deze verlaging in haar ODF tarief door te voeren. Immers in de goedkeuring van de Europese Commissie is opgenomen dat de UBR de gereguleerde tarieven zal volgen. Voor de vaststelling van het ODF tarief van de UBR in 2024 wordt in het AB/DB van november 2023 een advies voorgelegd. • De transitie van “koper naar glas” zal zorgdragen voor nog meer gebruikers op het UBRnetwerk. Voorgaande is in de strategie notitie van 2023 aangemerkt als kans in de komende 5 jaar. Naast de 7.400 aanmeldingen tot nu toe is er een potentieel van een kleine 1.500 adressen die nog verglaasd kunnen worden.

Na de afronding van de aansluitingen van de aangemelde adressen in 2024 en het opstellen van een plan voor deze 1.500 adressen zal, na goedkeuring kunnen worden gestart om de laatste 1.500 adressen in het buitengebied ook te voorzien van een werkende glasvezelverbinding tot in de meterkast. • In de begroting van 2025 zal een post degeneratiekosten worden opgenomen voor 2025 en verder. In de eerste 5 jaar van de aanleg waren deze kosten reeds meegenomen in de aanleg begroting. Na afronding van de aanleg in 2024 zal deze post in 2025 moeten worden opgenomen in de begroting.

5

Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)

Belangrijkste punten voor wat betreft de financiële en operationele inrichting van de UBR ➢ ➢ ➢ ➢

Sturen op een efficiënte bedrijfsvoering met een zo laag mogelijke operationele kosten. Sturen op het binnen het investeringsbudget afronden van de aanleg van het breedbandnetwerk. Sturen op het zo spoedig mogelijk afronden van alle breedbandnetwerk aansluitingen bij de zogenaamde “witte” aansluitingen. Structureel een sluitende (meerjaren)begroting waarbij als uitgangpunt geldt dat er geen beroep wordt gedaan op de gemeentelijke begroting

De financiën van dit programma De gehanteerde uitgangspunten voor de begroting zijn hierna samengevat. • • • • •

•

• •

•

•

• •

• • • •

In totaal worden 8.880 aansluitingen in de buitengebieden van 7 gemeenten gerealiseerd. Inwoners betalen geen kosten voor de aanleg van hun aansluiting. Inwoners in de buitengebieden betalen prijzen die gelijk zijn aan de tarieven die in de kernen worden gehanteerd. Er wordt geen ‘buitengebiedstoeslag’ toegepast. Het deelnamepercentage van de inwoners in de buitengebieden is op basis van de uitkomsten aanmeldcijfers voor 2024 bepaald en ingeschat op 70%. In de financiële doorrekeningen is het deelnamepercentage in meerjarig perspectief gemaximeerd op 70%. Het totale investeringsbudget bedraagt € 37.500.000 en is gebaseerd op de uitkomsten van de aanbesteding. In het budget is ook een bedrag voor onvoorzien opgenomen (€ 1.000.000) en een voorziening voor na-aansluitingen, inbebouwing en toekomstige degeneratie (€ 200.000). De opbrengsten uit de verhuur van vezelparen zijn overeenkomstig de jaarlijks in december vastgestelde tarieven door het AB. De opbrengsten en de operationele kosten worden in de meerjarenbegroting doorgerekend met een jaarlijkse indexering van 1,5%. Voor 2024 is de indexering voor de opbrengsten vastgesteld op 3,75%. Voor 2023 was deze 6,25%. Voor de kosten is de indexering voor 2023 en 2024 5%.

De restwaarde van het breedbandnetwerk aan het eind van de looptijd van de lening bedraagt € 1.200 per aansluiting, in totaal een bedrag van € 10.656.000, waarop niet wordt afgeschreven. De rente van de lening van € 35.000.000 met een looptijd van 48 jaar (looptijd van 2022 tot 2070) is in januari 2020 overeengekomen met de BNG Bank en bedraagt 0,835%. De rente staat voor 30 jaar vast vanaf 2022. In de investeringsfase is een kredietfaciliteit in rekening-courant beschikbaar als bouwdepot tegen gunstige rekening courant condities. Voor de additionele financiering van € 2.500.000 vanaf 2022 houden we vooralsnog vast aan continuering van een faciliteit in rekening-courant, waarbij is gerekend met een rente van 4,5%, overeenkomstig de huidige rentestand. Het is de verwachting dat deze rekening courant pas eind 2024 (deels) zal worden getrokken. Voor de gehele faciliteit geldt een bereidstellingsprovisie van 0,09% over het niet opgenomen deel van het beschikbare bedrag. Gestreefd wordt vermogenstekorten in de eerste jaren van de exploitatie, te voorkomen. Realisatie van een positieve cashflow die voldoende is om de aflossingstermijnen van de lening te kunnen betalen. De liquiditeitspositie moet de UBR in alle jaren in staat stellen om aan de betalingsverplichtingen te voldoen.

In de aanlegfase van het breedbandnetwerk is via een kortlopend bankkrediet een kapitaalbuffer gecreëerd van waaruit de (investerings-) betalingen kunnen worden gedaan.

6

Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)

Meerjarig exploitatie-overzicht van baten en lasten Hierna is een meerjarig overzicht opgenomen van de exploitatie. Er is bewust gekozen voor een tijdspad van 5 jaar, om de gemeenteraden voldoende inzicht te geven in de geraamde exploitatieuitkomsten op middellange termijn. Hierdoor kan worden vastgesteld dat de financiële cijfers in overeenstemming zijn met de geformuleerde uitgangspunten, niet alleen in de eerste jaren, maar ook op de lange(re) termijn.

Geraamde exploitatiecijfers: (* € 1.000) Baten: Opbrengst verhuur vezelparen

2025

2026

1.549

1.572

2027

2028

2029

1.596

1.619

1.644

Lasten: Afschrijvingen 1) Rentelasten 2) Beheerkosten Incidentele lasten Totaal geraamde lasten

714 272 464

715 264 471

515 256 478

516 248 485

516 240 492

1.450

1.449

1.249

1249

1.248

Resultaat vóór belastingen

99

123

347

371

395

Vennootschapsbelasting

19

15

76

82

88

Resultaat ná belastingen

80

108

271

289

307

Toelichting bij de meerjarenbegroting: 1)

In de eerste jaren wordt afgeschreven vanaf het moment dat de aanleg van het breedbandnetwerk is geoperationaliseerd. De realisatie en oplevering vindt gefaseerd plaats, waardoor de afschrijvingslasten geleidelijk in de begroting worden verantwoord. In de periode van 2024 t/m 2026 blijven de afschrijvingen redelijk constant. Vanaf het begrotingsjaar 2027 dalen de afschrijvingen als gevolg van de relatief korte afschrijvingstermijn van 5 jaar voor de immateriële vaste activa.

2) Zolang de investeringen in het hoofdnetwerk nog niet zijn afgerond betalen we bereidstellingsprovisie van 0,09% over het niet opgenomen deel van de kredietfaciliteit. Vanaf 2022 betalen we 0,835% rente over de langlopende lening van € 35 mljn, waarop jaarlijks € 729.167 wordt afgelost. De rentebesparing als gevolg van de aflossingen bedraagt € 6.000 per jaar.

7

Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)

Incidentele baten en lasten In de begroting 2025 is geen budget opgenomen voor incidentele lasten en baten in het jaar na oplevering van het netwerk aan UBRivierenland. De opbrengsten in 2025 en de jaren daarna zijn (ruim) voldoende voor een structureel overschot van de exploitatie. Na 2026 lopen de positieve resultaten op, omdat de geactiveerde voorbereidingskosten dan volledig zijn afgeschreven en niet meer op de exploitatie drukken. Onvoorziene uitgaven In het investeringsbudget van € 37.500.000 is een bedrag voor onvoorziene uitgaven opgenomen van € 1.000.000. Dit budget wordt voor een groot deel aangewend voor de bekostiging van Leges en Degeneratiekosten die buiten de opdracht van aanbesteding vallen. De exacte hoogte is op het moment van schrijven van deze kadernota nog niet bekend maar worden nu geschat op circa € 500.000. Doordat de eindoplevering is vertraagd lopen ook de projectkosten door in 2022 en 2023 welke samen worden begroot op € 320.000. Daarnaast worden de kosten voor de eenmalige eindoplevering ter grootte van € 150.000 eveneens uit het budget onvoorzien bekostigd. Het saldo van de post onvoorzien begin 2024 derhalve € 30.000. In de operationele kosten is een bedrag voor onvoorziene uitgaven gebudgetteerd van ca. € 2.000. Dit bedrag stijgt elk jaar met de toegepaste indexering (1,5%).

Risico's De gepresenteerde exploitatiecijfers zijn ramingen en uiteraard kan (en zal) de werkelijkheid hiervan afwijken. We verwachten niet dat er tekorten ontstaan. De financiële risico's zijn beperkt en er is voorzichtigheid betracht bij de financiële doorrekeningen. Als voorbeelden hiervan kunnen worden genoemd: •

het deelnamepercentage is in meerjarig perspectief gemaximeerd op 70% (niveau dat bereikt wordt in 2024), terwijl het een reële verwachting is dat het werkelijk deelnamepercentage (op termijn) daarboven zal uitstijgen.

•

bij vertraging in de realisatie van de nieuwe aansluitingen komen de inkomsten later op gang, maar parallel daarmee komen de afschrijvingslasten ook pas later ten laste van de exploitatie. Genoemde posten komen pas ten laste van de exploitatie na realisatie van de aansluitingen, die gefaseerd en getemporiseerd plaatsvindt.

•

in het totale investeringsbudget van € 37.500.000 zijn bedragen opgenomen voor tegenvallers en meerwerk (€ 1.000.000 voor onvoorziene investeringsuitgaven welke nagenoeg is uitgenut) en een voorziening voor de lasten van na-aansluitingen, inbebouwing en toekomstige degeneratie (€ 200.000).

•

De inkomsten stijgen jaarlijks met een tariefindex (geraamd op 1,5%), terwijl voor de afschrijvingen en rentelasten geen kostenindexering toegepast hoeft te worden. Zo wordt de marge tussen de opbrengsten en de lasten steeds gunstiger. Bovendien nemen de rentelasten jaarlijks af als gevolg van de betaalde aflossingstermijnen van de lening (vanaf 2022).

8

Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)

Geprognosticeerde balansen Hierna zijn in meerjarig perspectief de geprognosticeerde balanscijfers opgenomen vanaf het eerste jaar van de oprichting van de UBR. Balanscijfers 31 december (* € 1.000)

2025

2026

2027

2028

2029

ACTIVA Immateriële vaste activa

1.000

1000

1000

1000

1000

Cum. afschrijvingen

817

1000

1000

1000

1000

Boekwaarde IVA

183

0

0

0

0

36.380

36.400

36.420

36.420

36.460

Materiële vaste activa Cum. afschrijvingen

1.909

2.424

2.939

3.455

3.971

Boekwaarde MVA

34.471

33.976

33.481

32.985

32.489

153

155

157

160

162

0

0

0

0

Debiteuren Omzetbelasting (BTW) Liquide middelen

-92

-1

126

217

327

Vlottende activa

61

154

283

377

489

34.715

34.130

33.764

33.362

32.978

488

568

676

947

1.236

Resultaat

80

108

271

289

307

Eigen vermogen

568

676

947

1.236

1.543

Totaal activa PASSIVA Algemene bedrijfsreserve

Bouwkrediet BNG Bank

1)

Lening BNG (vanaf 3e jaar)

0

0

0

0

32.266

31.537

30.807

30.078

29.349

Kredietfaciliteit BNG Bank 1)

1.807

1.846

1.876

1.907

1.9383

Totaal van de financiering door BNG Bank

34.072

33.382

32.683

31.985

31.287

Omzetbelasting (BTW)

56

57

58

59

60

Vennootschapsbelasting

19

15

76

82

88

Overige vlottende passiva

75

72

134

141

148

34.715

34.130

33.764

33.362

32.978

Totaal passiva

9

Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)

Toelichting ontwikkeling liquiditeitspositie

De cashflow die vanuit de exploitatie van de UBR wordt gegenereerd, is positief. De investeringsuitgaven worden volledig door leningen gefinancierd. Vanaf 2022 worden aflossingsbetalingen gedaan (ruim € 729.000 per jaar), maar als gevolg van de positieve cashflow (netto-resultaat + afschrijvingslasten) blijft het saldo liquide middelen ruim positief. Als het saldo liquide middelen op middellange termijn verder oploopt door de positieve resultaten, komen middelen beschikbaar om de leningen versneld af te lossen. Dan realiseren we ook een extra voordeel bij de rentelasten en een hoger exploitatie-overschot. Toelichting ontwikkeling solvabiliteitspositie

Het eigen vermogen is structureel positief, er is alleen een klein aanloopverlies in 2020 geweest. In de eerste jaren, waarin de aanleg van het breedbandnetwerk word gerealiseerd, wordt een vermogensbuffer opgebouwd die kan worden ingezet om eventuele toekomstige exploitatieverliezen te kunnen dekken. Na een looptijd van de lening van 23 jaar is een vermogenspositie opgebouwd die samen met de (geschatte) marktwaarde van het netwerk gelijk is aan de uitstaande lening van het breedbandnetwerk.

Weerstandsvermogen De 7 gemeenten die deelnemen in de UBR zijn voor hun aandeel aansprakelijk als vermogenstekorten zouden ontstaan of de UBR niet in staat is om aan de aflossingsverplichtingen van de lening te voldoen. Het gemeentelijk aandeel wordt berekend op basis van de stemverhouding, overeenkomstig de bepalingen zoals opgenomen in de gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland. Met de voorliggende ramingen zoals opgenomen in deze Kadernota 2025 is zichtbaar gemaakt dat de UBR nagenoeg vanaf de start van de aanleg van het breedbandnetwerk kapitaal en vermogen opbouwt en aan alle betalingsverplichtingen kan voldoen. Op de langere termijn (na 2026) groeit het eigen vermogen en neemt het saldo liquide middelen verder toe als gevolg van de oplopende exploitatie-overschotten. Het is daarom niet te verwachten dat de deelnemende gemeenten vanuit hun eigenaarschap of garantiestelling voor de lening financiële nadelen zullen ondervinden.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13549288/1