CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-259 A Raadsinformatienota Aan de slag met KP4

Gemeenteraad 7 december 2023, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Ingekomen stukken2.082 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatienota voor de gemeenteraad

Onderwerp

Aan de slag met KP4

Registratienummer Datum collegebesluit Portefeuillehouder Behandelend ambtenaar Aangeleverd aan de griffie Programma Bijlagen Openbaarheid

Z.094545 /269715 28 november 2023 R.A.N. Reuvers dhr.Hulsen 28 november 2023 Maatschappelijke zaken Opsomming van de bijlagen (naam document(en)) Openbaar

Kennis nemen van: De wijze waarop de gemeenten(n) in Rivierenland en Werkzaak in vulling geven aan de best mogelijke dienstverlening aan inwoners met klantprofiel 4, waarbij recht wordt gedaan aan de lokale bestuurlijke ambities. 1. Aanleiding Bij de behandeling van de bestuurlijke agenda 2020 nam het Algemeen Bestuur van Werkzaak Rivierenland het standpunt in om inwoners in klantprofiel 4 (KP4) over te dragen aan Werkzaak. Vervolgens hebben zich een aantal ontwikkelingen voorgedaan: • De gemeenteraden namen verschillende besluiten; • Gemeente West Maas en Waal startte met een pilot; • Er waren prioriteitswijzigingen binnen gemeenten. Hierdoor ging de overdracht van KP4 niet door en • Conclusies uit het onderzoek All@Work gaven belangrijke inzichten. Deze ontwikkelingen leidden in september 2022 tot het bestuurlijke standpunt binnen Werkzaak Rivierenland om een pas op de plaats te maken en met elkaar verschillende opties voor de begeleiding van mensen in KP4 uit te werken.

Op basis van een op 23 januari 2023 gegeven presentatie over KP4 gaven de AB-leden het volgende kader aan: • Duiding te willen krijgen van de knelpunten in de huidige aanpak; • Verdere uitwerking te willen zien van een drietal opties met voor- en nadelen vanuit klantperspectief, aangevuld met organisatorische en bestuurlijke impact en • te willen streven naar de benodigde dienstverlening voor iedere individuele inwoner door nauwere samenwerking en de inzet van elkaars expertise en instrumentarium te versterken. Daarnaast is in het begin van 2023 gesproken met de Cliëntenraad Werkzaak Rivierenland, waarbij ingezoomd is op 4 opties met al hun voor- en nadelen. Daarbij stond optie 1 voor géén verandering en optie 4 voor algehele overdracht van klantgroep 4 aan Werkzaak. Op 22 mei 2023 is in het Algemeen Bestuur een 1e bestuurlijke verkenning geweest. Tijdens de gesprekken is de focus komen te liggen op de vraag: Hoe zorgen we voor de

Alphen - Altforst

- Appeltern

- Beneden-Leeuwen - Boven-Leeuwen - Dreumel

- Maasbommel - Wamel

beste dienstverlening aan de inwoners in klantprofiel 4? Dit terwijl aanvankelijk de vraag was: Wie gaat de begeleiding bieden aan de inwoners in klantprofiel 4? Het antwoord op de hernieuwd geformuleerde vraagstelling, die meer aansluit bij de ambities van de individuele gemeente(n) en de mogelijkheden van Werkzaak Rivierenland, is op 26 oktober 2023 besproken in het Algemeen Bestuur. Via deze raadsinformatienota brengen wij u daarvan op de hoogte. 2. Beoogd effect Kennisnemen van de wijze waarop de gemeenten(n) in Rivierenland en Werkzaak in vulling geven aan de best mogelijke dienstverlening aan inwoners met klantprofiel 4, waarbij recht wordt gedaan aan de lokale bestuurlijke ambities. 3. Informatie Werkzaak Rivierenland en de deelnemende gemeenten hebben gezamenlijk een voorstel uitgewerkt voor de positionering van de begeleiding van bijstandsgerechtigden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Dit voorstel heeft de titel gekregen “aan de slag met KP4”. Bij de totstandkoming daarvan is het volgende in de overwegingen meegenomen: • Kennis & expertises Het is soms best lastig om te bepalen wat het juiste is voor een inwoner. Er is een ‘grijs gebied’ tussen KP3 en KP4. Werkzaak heeft op sommige onderwerpen veel kennis en expertise. Denk aan zaken rondom inkomen en uiteraard richting werk.

Gemeenten hebben juist kennis en expertise die helpend zijn in de begeleiding van mensen richting participatie. Hier kunnen de collega’s binnen Werkzaak ook van leren. De uitwisseling gaat twee kanten op. Bepalend voor een juiste dienstverlening is dat de expertise en het instrumentarium van zowel gemeenten als Werkzaak kan worden benut. Kenmerkend voor de groep KP4 is dat er veelal sprake is van hulpvragen op verschillende domeinen. Dat maakt samenwerken en ontschot werken noodzakelijk. Tegelijkertijd is er, afhankelijk van de persoon en fase waarin iemand zit, een leefgebied dat de meeste aandacht vraagt en dus op de voorgrond staat. Als dat zorg en participatie is, ligt de regie bij gemeenten en als dat re-integratie is, ligt de regie bij Werkzaak. • Lokaal Alle gemeenten willen graag dat de dienstverlening voor inwoners in KP4 lokaal, dichtbij en persoonlijk is. De participatiecoaches hebben gesprekken op locaties in de gemeenten. Zij gebruiken de lokale sociale infrastructuur. Ze maken afspraken met lokale sociale partners om inwoners op maat te begeleiden. Ook de werkcoaches en poortmedewerkers van Werkzaak voeren hun gesprekken al veelvuldig lokaal. • Instrumenten Werkzaak heeft veel instrumenten, denk bijvoorbeeld aan een belastbaarheidsonderzoek. De participatiecoaches (en beleidsadviseurs) zien dat er ook instrumenten zijn die inwoners in KP4 kunnen helpen.

Zij willen hier ook graag gemakkelijk gebruik van maken. • Samenwerking binnen onze regio Er zijn tal van voorbeelden van succesvolle samenwerking tussen gemeenten en Werkzaak voor de inwoners in KP4. Tegelijkertijd zijn tijdens het onderzoek een aantal ideeën aangedragen door de professionals van onze gemeenten en Werkzaak en zijn best practices achterhaald uit andere regio’s die de dienstverlening aan de inwoners in KP4 een verdere impuls kunnen geven. Het voorstel uit “aan de slag met KP4” De inzichten leiden tot de volgende voorstellen 1. Gezamenlijk zetten in op ontschotte dienstverlening als verdere optimalisatie en uitbreiding van de al aanwezige samenwerking tussen gemeenten en Werkzaak.

2.

3.

We geven hierbij ook ruimte aan pilots, zoals de ideeën die zijn aangedragen door professionals van beide organisaties. Praktische voorbeelden hiervan zijn: casuïstiek besprekingen, keuzehulp EVA en samen onze deskundigheid bevorderen. Daarnaast is het mogelijk samen in een pilot te onderzoeken wat intensiever contact bij de aanvraag van een uitkering voor inwoners in KP4 kan betekenen. De regie op de klant ligt bij de organisatie die als corebusiness haar expertise heeft op het meest prominente aandachtsgebied. Concreet komt dat neer op gemeenten in geval van zorg en participatie en Werkzaak in geval van re-integratie. Om duidelijkheid te bieden aan de professionals is het belangrijk te bepalen dat Werkzaak regie voert op de dienstverlening voor mensen met arbeidsperspectief. Nu is dat voor mensen die binnen 2 jaar actief kunnen zijn op de arbeidsmarkt Het los laten van de periode van 2 jaar zal geen grote verschuiving veroorzaken. Op basis van huidige inzichten zal het Werkzaak breed ca. 50 inwoners betreffen. De veranderende definitie geeft de uitvoering wel duidelijkheid. Het is aanleiding om samen het gesprek aan te gaan over de inwoners in het ‘grijze gebied’. Hoe kunnen we hen samen de passende dienstverlening bieden. Ook geeft het de werkcoach van Werkzaak de mogelijkheid langer betrokken te zijn bij een inwoner wanneer er nog perspectief op arbeid is.

Een specifieke groep voor wie dit helpend kan zijn is de groep statushouders. Zij hebben vaak meer tijd nodig om deel te kunnen nemen op de Nederlandse arbeidsmarkt.

Wat verandert er? Als de gemeenten in het Werkgebied van Werkzaak Rivierenland het voorstel omarmen is dat het startpunt om de samenwerking die er al is te intensiveren en met name de expertise en het instrumentarium ontschot in te zetten. We kijken minder naar ‘wie doet wat’ en meer naar ‘hoe doen we samen het beste voor de inwoner’. De gemeenten én Werkzaak geven dit in de uitvoering samen vorm. Ook geeft dit Werkzaak de mogelijkheid om, waar dat nodig en passend is, een inwoner langer dan 2 jaar te begeleiden. Heeft de inwoner meer baat bij participatie en zorg, dan draagt Werkzaak over aan de gemeenten. Ten behoeve van duidelijkheid in de uitvoering, passen we de huidige definitie van mensen in doelgroep KP3 aan van ‘binnen 2 jaar actief kunnen zijn op de arbeidsmarkt’ naar ‘het hebben van arbeidsperspectief’. Ten opzichte van de huidige situatie gaat het dus om het intensiveren van de samenwerking en bieden van duidelijkheid aan de uitvoering. Evaluatie Uiteraard zal de verandering door Werkzaak worden gemonitord. In de evaluatie zal er aandacht zijn voor o.a.

de volgende vraagpunten: • Hoeveel mensen zijn er overgedragen van Werkzaak naar de gemeente en andersom? • Hoe beoordeelt de inwoner met KP3 en/of KP4 de veranderingen (onderdeel van een klanttevredenheidsonderzoek)? • Zien we allemaal (Cliëntenraad, Werkzaak en gemeenten) verbetering in dienstverlening? • Hoe wordt de (nauwere) samenwerking tussen de professionals (participatiecoaches van de gemeenten en de werkcoaches van Werkzaak) ervaren? • Weten ze elkaar over én weer goed te vinden? • Hoe wordt de samenwerking tussen de beleidsadviseurs en Werkzaak ervaren.

Effecten voor West Maas en Waal De voorstellen binnen “aan de slag met KP4” hebben géén nadelige consequenties voor de dienstverlening aan de inwoners van onze gemeente. De reeds ingezette dienstverlening van Werkzaak aan de inwoners van West Maas en Waal kan zonder wijzigingen worden gecontinueerd. Mogelijk ontstaan er marginale verschillen, met name vanwege enerzijds de ruimere definiëring van inwoners met KP3. Daarnaast kan het bijdragen aan een nog betere ontsluiting van producten en diensten voor onze inwoners en versterking van de reeds al jaren bestaande samenwerking. Uiteraard zullen we hier scherp op blijven letten. 4. Kanttekeningen Het voorstel voor een aan aangepaste definiëring van het begrip van KP3 en de voornemens tot nauwere (ontschotte) samenwerking, komen op een moment dat ook het Meerjarenbeleidsplan 2024-2027 aan ons als gemeente is voorgelegd. Uiteraard hebben we beide documenten met elkaar in verband gebracht en getoetst op mogelijke tegenstrijdigheden. Wij stellen vast dat de voorgestelde aanpak “aan de slag met KP4’ past binnen de strategische doelen voor 2024-2027. Het gaat dan met name om 1. Het versterken van kwetsbare mensen met werk en 2. Kwetsbare mensen versterken door samenwerking. 5. Financiën Wanneer Werkzaak mensen met arbeidsperspectief langer dan 2 jaar gaat begeleiden zou dit kunnen leiden tot een grotere groep aan inwoners in KP3.

Dit zou op termijn kunnen zorgen voor hogere reguliere kosten voor de gemeenten. Gelet op de input vanuit de praktijk (beelden van de participatiecoaches van de gemeenten en werkcoaches van Werkzaak) verwacht Werkzaak hier niet direct een grote verschuiving in. Op basis van de inzichten van de professionals gaat het om maximaal 50 mensen extra in begeleiding bij Werkzaak. Dat leidt bij Werkzaak tot extra inzet van maximaal 1 fte. Het eerste jaar kan Werkzaak dit vanuit de eigen begroting opvangen omdat de toename van de te begeleiden klanten geleidelijk tot stand komt (dat verspreidt zich over het jaar). Na een jaar worden gemeenten geïnformeerd over de voortgang en het daadwerkelijk aantal (extra) inwoners uit het profiel KP4 in begeleiding en de daaraan gekoppelde extra kosten. Als er extra kosten zijn, dan wordt dit meegenomen in de begrotingsvoorstellen. In de lijn van het voorstel worden initiatieven ontplooid om de gezamenlijke dienstverlening aan de klant te verbeteren. Werkzaak maakt hierin - tijdens de pilotfase geen extra kosten. Zij kunnen dit uitvoeren binnen de huidige begroting. Ook is het mogelijk om andere en/of meer extensievere vormen van samenwerking aan te gaan. Dit zal dan veelal gebeuren op basis van een vooraf opgesteld plan van aanpak. Mogelijk extra kosten in het eerste jaar worden door Werkzaak gefinancierd vanuit het innovatiebudget.

Dit heeft dus voor 2024 geen invloed op de huidige begroting van Werkzaak. Na een jaar is er een evaluatie over niet alleen de voortgang maar ook de eventuele (structurele) kosten. Is dit laatste het geval, dan zal binnen het Algemeen Bestuur hierover worden gesproken (wie gaat wat betalen)? Dit is echter pas aan de orde in de begroting 2025 e.v.. Wanneer er deskundigheidsbevordering voor inwoners in KP4 wordt ingezet worden de kosten verdeeld naar afspraak volgens het solidariteitsprincipe. Wanneer er sprake is van deskundigheidsbevordering voor begeleiders, participatiecoaches en/of werkcoaches worden de kosten naar rato van het aantal deelnemers verdeeld.

Binnen de voorgestelde werkwijze wordt het voor gemeenten ook mogelijk om een vorm van samenwerking tot stand te brengen zoals die in onze gemeente is ingericht. Dit dan uiteraard wel tegen de kostprijs daarvan. Ook zullen vormen van detachering (vanuit Werkzaak aan de gemeente) tot de mogelijkheden behoren (uiteraard ook betaald). Effecten voor West Maas en Waal De uitvoering van “Aan de slag met KP4” heeft – voor zover nu kan worden beoordeeld géén financiële consequenties. Mogelijk ontstaan er geringe (voordelige) financiële verschillen vanwege enerzijds de ruimere definiëring van inwoners met KP3 (die wordt bekostigd binnen de basisdienstverlening van Werkzaak Rivierenland) en anderzijds de toerekening van kosten in het kader van deskundigheidsbevordering (van zowel inwoners als de professionals). De kosten worden nl. verdeeld op basis van het solidariteits- of het profijtbeginsel. Uiteraard zullen we hier scherp op blijven letten. De veranderde taaktoedeling, het ontschot werken en de intensievere samenwerking mag niet leiden tot voor West Maas en Waal nadelige financiële consequenties.

Burgemeester en wethouders van West Maas en Waal,

P.G. (Perry) Arissen gemeentesecretaris

V.M. (Vincent) van Neerbos burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13543079/1