2023-252 2 Bijlage 2 factsheet Continu-onderzoek Jeugd 2022
Tekst van het document
i 1
2 3
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd Duur ondersteuning
Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid
Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg Kwaliteit hulpverleners
Continu-onderzoek Jeugd over 2022 - Gemeente West Maas en Waal Aanleiding
Verzending en respons
Gemeenten in Nederland zijn verplicht om jaarlijks een cliëntervaringsonderzoek uit te voeren onder inwoners die gebruikmaken van jeugdhulp. Het staat gemeenten vrij hier een eigen invulling aan te geven. De gemeente West Maas en Waal heeft gekozen voor een kwantitatief continu-onderzoek. Dit houdt in dat cliënten doorlopend worden bevraagd over hun ervaringen. Met dit onderzoek voldoet uw gemeente aan haar wettelijke verplichting.
In verband met de aanlevering zijn er voor de eerste vragenlijst cliënten aangeschreven in de maanden januari t/m oktober en voor de tweede vragenlijst in de maanden januari t/m april.
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien Effect - Zelfstandigheid Effect - Zelfredzaamheid Effect - Meedoen
4
Open vragen Wat gaat goed? Wat gaat minder goed? Opmerkingen
Onderzoeksmethode
Er is gekozen voor een kwantitatief onderzoek, waarbij een vragenlijst is verzonden naar cliënten die jeugdhulp ontvangen. Het onderzoek bestaat uit twee vragenlijsten. De eerste vragenlijst meet de ervaringen van cliënten met de toegangsfase. Cliënten ontvangen deze vragenlijst één tot twee maanden nadat zij een beschikking hebben gekregen. De tweede vragenlijst meet de ervaringen met de kwaliteit en effecten van de voorziening. Deze ontvangen cliënten acht maanden nadat zij een beschikking hebben ontvangen. De volgende figuren geven de ervaringen van uw jeugdhulpcliënten weer, afgezet tegen het gemiddelde van vorig jaar en het gemiddelde van alle aan dit onderzoek deelnemende gemeenten, de referentiegroep1. 1 De referentiegroep bestaat uit de gemeenten: Aalten, Apeldoorn, Duiven, Westervoort, Edam-Volendam, Best, Lelystad en Montferland.
Bij het eerste meetmoment zijn er in totaal 338 vragenlijsten verzonden. Hiervan zijn er 91 ingevuld geretourneerd, waarmee een responspercentage is bereikt van 27%. Voor het tweede meetmoment zijn er 254 cliënten aangeschreven. In totaal hebben slechts twintig cliënten de vragenlijst ingevuld geretourneerd. Hiermee is een responspercentage bereikt van 7,9%. Het is belangrijk dit lage aantal in gedachten te houden bij het interpreteren van de resultaten. Betrouwbaarheid is afhankelijk van absolute aantallen. Door de kleine populatie zijn de resultaten van dit onderzoek indicatief.
i
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd Duur ondersteuning
Ik ben een …
1
2 3
Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid
In de vragenlijst worden een aantal vragen gesteld die een beeld schetsen van de kenmerken van de respondenten. Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg
Allereerst is gevraagd naar het geslacht. Deze vraag is enkel gesteld in de vragenlijst voor jongeren. 53% van de respondenten geeft aan een meisje te zijn en 47% een jongen. De antwoordopties ‘anders’ en ‘dat wil ik niet zeggen’ zijn niet aangekruist.
Kwaliteit hulpverleners
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien Effect - Zelfstandigheid Effect - Zelfredzaamheid Effect - Meedoen
4
Achtergrondgegevens: geslacht en leeftijd
Open vragen Wat gaat goed? Wat gaat minder goed? Opmerkingen
Wat is je leeftijd?
Daarnaast is gevraagd naar de leeftijd van de jongeren. De meerderheid valt in de leeftijdscategorie 12 t/m 17 jaar (94%). Slechts 6% geeft aan 18 jaar of ouder te zijn. In de referentiegroep is deze groep groter (19%).
i
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd Duur ondersteuning
Ik ben de …
1
2 3
Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid
Aan de ouders is gevraagd of zij de moeder of vader zijn van het kind dat jeugdhulp ontvangt. Tevens kon hierbij de antwoordoptie ‘anders’ worden aangekruist. 85% geeft aan de moeder van het kind te zijn. 13% is de vader. Slechts 1% heeft ‘anders’ aangekruist.
Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg Kwaliteit hulpverleners
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien Effect - Zelfstandigheid Effect - Zelfredzaamheid Effect - Meedoen
4
Achtergrondgegevens: ouder en leeftijd
Open vragen Wat gaat goed? Wat gaat minder goed? Opmerkingen
Wat is de leeftijd van uw kind?
In de vragenlijst voor ouders is eveneens de vraag gesteld wat de leeftijd is van het kind met jeugdhulp. 63% valt in de leeftijdscategorie 4 t/m 11 jaar en 35% in de leeftijdscategorie 12 t/m 17 jaar. Slechts 3% is 0 t/m 3 jaar oud.
i
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd Duur ondersteuning
Hoe lang krijgt u/uw kind al hulp of ondersteuning?
1
2 3
Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid
Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg Kwaliteit hulpverleners
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien Effect - Zelfstandigheid Effect - Zelfredzaamheid Effect - Meedoen
4
Open vragen Wat gaat goed? Wat gaat minder goed? Opmerkingen
Achtergrondgegevens: duur van de hulp of ondersteuning Cliënten konden aangeven hoe lang zij/hun kind hulp of ondersteuning ontvangen/ ontvangt. Hierbij zijn verschillen te zien met de referentiegroep. In uw gemeente ontvangen respondenten over het algemeen korter ondersteuning dan in de referentiegroep. Zo geeft 42% aan langer dan een jaar ondersteuning te ontvangen, tegenover 52% in de referentiegroep. Daarnaast ontvangt 22% korter dan 3 maanden ondersteuning. In de referentiegroep geldt dit voor 10% van de respondenten. 18% ontvangt tussen de 3 en 6 maanden ondersteuning (in de referentiegroep 13%) en 19% tussen de 6 en 12 maanden (25% in de referentiegroep).
i
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd Duur ondersteuning
Toegankelijkheid voorzieningen
1
2 3
Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid
Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg
Altijd
Ik weet waar ik terechtkan als ik hulp nodig heb
Kwaliteit hulpverleners
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien
Ik ben snel geholpen
Effect - Zelfredzaamheid Effect - Meedoen
4
Wat gaat minder goed? Opmerkingen
Soms
Nooit
Ervaringen met toegankelijkheid van voorzieningen Aan de hand van een aantal stellingen is gemeten wat de ervaring van respondenten is met de toegankelijkheid van voorzieningen in uw gemeente. Meer dan de helft van de respondenten (66%) geeft aan vaak of altijd te weten waar zij terechtkunnen als ze hulp nodig hebben. 30% weet dit soms en 5% nooit.
Effect - Zelfstandigheid
Open vragen Wat gaat goed?
Vaak
Ik kan de hulp krijgen die ik nodig heb/die mijn kind nodig heeft
Daarnaast vindt 68% van de respondenten dat zij vaak of altijd snel geholpen zijn. 24% vindt dat dit soms het geval is en 8% nooit. Respondenten zijn het het vaakst eens met de stelling ‘ik kan de hulp krijgen die ik nodig heb/die mijn kind nodig heeft’. 75% van de respondenten vindt dat dit vaak of altijd het geval is. Bij 21% is dit soms het geval en bij 4% nooit. Uw gemeente scoort op alle stellingen vrijwel gelijk aan de referentiegroep.
i
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd Duur ondersteuning
Uitvoering - kwaliteit van de ondersteuning
1 2 3
Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid
Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg
Altijd
Ik word goed geholpen bij mijn vragen en problemen
Kwaliteit hulpverleners
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien
Ik krijg voldoende informatie over de hulp
Effect - Zelfstandigheid Effect - Zelfredzaamheid Effect - Meedoen
4
Open vragen Wat gaat goed? Wat gaat minder goed?
Beslissingen over de hulp worden samen met mij genomen
Opmerkingen
De verschillende organisaties werken goed samen om mij/en mijn kind te helpen
Vaak
Soms
Nooit
Ervaringen met de kwaliteit van de ondersteuning Aan de cliënten zijn in totaal zeven stellingen voorgelegd die samen de tevredenheid over de kwaliteit van de uitvoering van de zorg meten. Allereerst zijn een aantal stellingen voorgelegd over de kwaliteit van de ondersteuning. Respondenten zijn over het algemeen tevreden over de kwaliteit. Zo is 95% van mening dat zij vaak of altijd goed worden geholpen bij vragen en problemen en dat zij voldoende informatie krijgen over de hulp. 5% vindt dat dit soms het geval is. Daarnaast ervaart 90% dat beslissingen over de hulp samen met hen worden genomen. 10% zegt dat dit soms het geval is. Respondenten zijn het minst tevreden over de samenwerking tussen verschillende organisaties. Zo geeft 69% aan dat de verschillende organisaties goed samenwerken om hen/hun kind te helpen. 19% vindt dat dit soms het geval is en 13% zegt dat dit nooit zo is. De percentages in de referentiegroep zijn vergelijkbaar.
i
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd Duur ondersteuning
Uitvoering - kwaliteit van de hulpverleners
1 2 3
Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid
Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg Kwaliteit hulpverleners
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien Effect - Zelfstandigheid
Altijd
De hulpverleners weten genoeg om mij/en mijn kind te kunnen helpen
Ik voel mij serieus genomen door de hulpverleners
Effect - Zelfredzaamheid Effect - Meedoen
4
Open vragen Wat gaat goed? Wat gaat minder goed? Opmerkingen
Ik word met respect behandeld door de hulpverleners
Vaak
Soms
Nooit
Mening over de kwaliteit van de hulpverleners De overige drie stellingen hebben betrekking op de kwaliteit van de hulpverleners. 70% van de respondenten is van mening dat de hulpverleners genoeg weten om hen/hun kind te kunnen helpen. 30% vindt dat dit soms zo is. Uw gemeente scoort hiermee lager dan de referentiegroep (81%). Van de respondenten voelt 90% zich serieus genomen door de hulpverleners (10% soms). 95% vindt dat zij met respect worden behandeld (5% soms). Het met respect worden behandeld wordt het hoogst beoordeeld. Uw gemeente scoort op beide stellingen tevens hoger dan de referentiegroep (respectievelijk 86% en 93%).
i
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd Duur ondersteuning
Effect van de hulp bij het opgroeien
1 2
3
Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid
Veel beter
Hetzelfde gebleven
Beetje slechter
Veel slechter
Mening over het effect op het opgroeien De effecten van de hulp op het opgroeien zijn op vier verschillende aspecten gemeten.
Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg
Door de hulp voel(t) ik mij/mijn kind zich beter
Kwaliteit hulpverleners
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien Effect - Zelfstandigheid
Door de hulp gaat het beter met mijn gedrag/het gedrag van mijn kind
Effect - Zelfredzaamheid Effect - Meedoen
4
Beetje beter
Open vragen Wat gaat goed? Wat gaat minder goed?
Door de hulp gaat het thuis beter
Opmerkingen
Door de hulp voel(t) ik mij/mijn kind zich veiliger
In totaal geeft 85% van de respondenten aan dat zij/hun kind zich beter voelen/voelt door de hulp en dat het door de hulp beter gaat met het gedrag. 85% vindt dat het door de hulp thuis beter gaat en 55% geeft aan dat zij/hun kind zich veiliger voelen/voelt door de hulp. Uw gemeente scoort op de eerste stellingen (iets) hoger dan de referentiegroep. Op de laatste stelling scoort uw gemeente lager. In de referentiegroep is 68% van mening dat het kind zich veiliger voelt door de hulp. Het valt op dat geen enkele respondent van mening is dat het door de hulp slechter gaat.
i
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd Duur ondersteuning
Effect van de hulp op de zelfstandigheid
1 2
3
Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid
Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg
Veel beter
Door de hulp weet ik beter wat ik wil/mijn kind wat het wil
Kwaliteit hulpverleners
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien Effect - Zelfstandigheid
Door de hulp zeg ik vaker wat ik nodig heb/zegt mijn kind vaker wat het nodig heeft
Effect - Zelfredzaamheid Effect - Meedoen
4
Open vragen Wat gaat goed? Wat gaat minder goed? Opmerkingen
Door de hulp wordt er beter naar mij geluisterd/voelt mijn kind zich beter gehoord
Beetje beter
Hetzelfde gebleven
Beetje slechter
Veel slechter
Mening over het effect op de zelfstandigheid Naast het effect van de hulp op het opgroeien is gekeken naar het effect op de zelfstandigheid. 72% van de respondenten is van mening dat zij/het kind beter weten/weet wat ze willen door de hulp. Daarnaast zegt 60% vaker wat zij nodig hebben door de hulp en geeft 79% aan dat er beter naar hen wordt geluisterd/het kind zich beter gehoord voelt door de hulp. Bij de tweede stelling (‘door de hulp zeg ik vaker wat ik nodig heb/zegt mijn kind vaker wat het nodig heeft’) zegt 5% dat dit een beetje slechter is geworden door de hulp. Bij deze stelling is tevens het grootste verschil zichtbaar met de referentiegroep, aangezien hier 74% vaker zegt wat zij nodig hebben.
i
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd Duur ondersteuning
Effect van de hulp op de zelfredzaamheid
1 2
3
Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid
Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg Kwaliteit hulpverleners
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien Effect - Zelfstandigheid
Veel beter
Door de hulp kan ik (mijn kind) beter mijn problemen oplossen
Door de hulp kan ik (mijn kind) beter voor mezelf opkomen
Effect - Zelfredzaamheid Effect - Meedoen
4
Open vragen Wat gaat goed? Wat gaat minder goed? Opmerkingen
Door de hulp heb ik (mijn kind) meer vertrouwen in de toekomst
Beetje beter
Hetzelfde gebleven
Beetje slechter
Veel slechter
Mening over het effect op de zelfredzaamheid Ook het effect van de hulp op de zelfredzaamheid is gemeten. Van de respondenten vindt 81% dat zij door de hulp beter problemen kunnen oplossen. Uw gemeente scoort hiermee hoger dan de referentiegroep (71%). Daarnaast vindt 75% dat zij door de hulp beter voor zichzelf kunnen opkomen. Ook dit percentage is hoger dan de referentiegroep (62%). 65% heeft door de hulp meer vertrouwen in de toekomst. Dit aandeel is iets kleiner dan de referentiegroep (69%). Geen enkele respondent is van mening dat het door de hulp slechter gaat met de zelfredzaamheid.
i
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd Duur ondersteuning
Effect van de hulp op meedoen in de eigen omgeving
1 2
3
Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid
Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg
Veel beter
Door de hulp gaat het beter (met mijn kind) op school, werk of dagbesteding
Kwaliteit hulpverleners
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien Effect - Zelfstandigheid
Door de hulp besteed ik mijn/besteedt mijn kind de vrije tijd beter
Effect - Zelfredzaamheid Open vragen Wat gaat goed? Wat gaat minder goed? Opmerkingen
Hetzelfde gebleven
Beetje slechter
Veel slechter
Mening over het effect op meedoen in de omgeving Aan de hand van drie stellingen is gemeten wat de ervaringen zijn met het effect van de hulp op het meedoen in de eigen omgeving. 79% is van mening dat het door de hulp beter gaat op school, werk of dagbesteding. Tevens geeft 53% aan dat zij de vrije tijd door de hulp beter besteden. 6% vindt dat dit slechter is geworden. 56% vindt dat de relatie met vrienden en anderen beter is geworden door de hulp. Deze percentages komen vrijwel overeen met de referentiegroep.
Effect - Meedoen
4
Beetje beter
Door de hulp is mijn relatie/de relatie van mijn kind met vrienden en anderen beter geworden
i
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd Duur ondersteuning
Wat vind je/vindt u goed aan de hulp of begeleiding?
1 2
Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid
Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg Kwaliteit hulpverleners
•
“Dat ze rekening houden met wat ik fijn vind om aan te werken.”
Open vraag: wat gaat goed?
•
“Gewoon dat je geholpen werd.”
•
“Dat er geluisterd wordt naar mij en ze me altijd proberen te helpen.”
•
“Fijn persoon.”
•
“Kundigheid.”
•
“We kunnen altijd communiceren via mail of per telefoon. De reactiesnelheid was relatief snel. We hadden
Aan het einde van de vragenlijst zijn er drie open vragen gesteld. Wegens het beperkte aantal respondenten op de tweede vragenlijst is hier slechts een beperkt aantal reacties op gekomen. Derhalve wordt hiernaast een opsomming gegeven van alle gegeven antwoorden.
direct contact, dus zonder diverse schakels. Dat is fijn.”
3 4
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien
•
“Ik ben heel blij met de hulp van [zorgorganisatie].”
•
“Samen zoeken naar de beste oplossing/hulp.”
Effect - Zelfredzaamheid
•
“De rustige en onderzoekende houding.”
Effect - Meedoen
Effect - Zelfstandigheid
•
“Er is oog voor het kind en het gezin en op school.”
Open vragen Wat gaat goed?
•
“Het helpt ons kind. We zijn er nog niet, maar dat er vooruitgang is, is al zoveel waard!”
Wat gaat minder goed?
•
“De begeleiding denkt mee voor mijn kind.”
Opmerkingen
•
“Goed geholpen.”
•
“Snelle hulp, fijne hulpverleners. Je voelt je echt gehoord.”
•
“Kind voelde zich erg gehoord en gezien.”
i
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd Duur ondersteuning
Wat vind je/vindt u minder goed?
1
Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid
•
“Dat er een andere begeleider kwam waar ik niet goed mee samen kon gaan.”
Open vraag: wat gaat minder goed?
•
“Er werd niet goed genoeg geluisterd en degene van [zorgorganisatie] had helaas voor ons niet genoeg
Aan de cliënten is tevens gevraagd wat zij minder goed vinden gaan in de ondersteuning. Hier zijn meer reacties op gekomen dan op de eerste open vraag. Hiernaast wordt een opsomming van citaten weergegeven. Deze citaten illustreren het geheel aan opmerkingen.
verstand van waar ze het over had, waar ons kind nu de dupe van is geworden.”
2
Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg
•
evaluatiemoment gepland staan. Tussendoor vind ik het ook fijn om zo nu en dan een terugkoppeling te
Kwaliteit hulpverleners
krijgen.” •
3 4
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien Effect - Zelfstandigheid Effect - Zelfredzaamheid
“Het is nu nog een beetje een black box hoe het in de sessies gaat. We hebben binnenkort een
“[Zorgorganisatie] mag wel eens meer verdiepen in de mensen die hulp nodig hebben en niet denken dat ze weten wat ouders bedoelen zonder in het dossier gekeken te hebben.”
•
“Drukte bij de hulpverlening. Ze moeten te veel doen met te weinig mensen.”
•
“De werkwijzen onder de pedagogen verschillen iets. Bijvoorbeeld de afhandeling van de diagnose. Deze
Effect - Meedoen
pedagoog heeft samen met de ouders en de school het rapport met de adviezen doorgenomen. Een andere
Open vragen Wat gaat goed?
pedagoog deed dat telefonisch met de leerkracht zonder een ouder erbij. Een ander voorbeeld is dat de ene
Wat gaat minder goed?
pedagoog gebruikmaakte van Teams, een andere pedagoog weer een ander communicatieprogramma.”
Opmerkingen
•
“Het vervelende wat wij mee hebben gemaakt is de hulp van [zorgorganisatie]. Soms ging het goed en nu is het weer hopeloos, omdat er een vervanger zit die zich niet inleest in wat het kind heeft en zelf denkt dat het niet nodig is of er geen actie op zet.”
•
“Bij de start van het traject was er een misverstand over het al dan niet noodzakelijk zijn van een vermoedelijke diagnose i.v.m. vergoeding (bleek niet nodig, wist hulpverlener niet).”
i
Inleiding Geslacht & leeftijd Ouders & leeftijd Duur ondersteuning
Heb je nog opmerkingen?
1 2 3
Hoofdstuk 1 Toegankelijkheid
“Dat ik het fijn vind hoe ik word geholpen.”
Open vraag: opmerkingen
•
“Ja, graag een vaste medewerker en niet steeds een andere.”
•
“De instelling doet er goed aan een uniforme wijze af te spreken en aan te bieden. Ook in het gebruik van
Tot slot is aan de cliënten gevraagd of zij nog opmerkingen hadden. Ook hierop zijn slechts een beperkt aantal reacties gegeven. Derhalve worden alle reacties hiernaast weergegeven.
Hoofdstuk 2 Kwaliteit zorg
communicatiemiddelen. Bij de een werd er Teams gebruikt, bij de ander een ander communicatiemiddel. Het ging ook niet altijd goed daardoor.”
Kwaliteit hulpverleners
•
“Het is goed om de pedagogen een uniforme werkwijze mee te geven.”
•
“Blij dat mijn kind vooruit gaat. Ik hoop dat we ook de onderliggende issues goed op kunnen lossen met zijn
Hoofdstuk 3 Effect - Opgroeien
allen. En ik vind het fijn om ook als ouder een beetje geholpen te worden hoe je thuis de lijn in stand houdt
Effect - Zelfstandigheid
en/of voortzet. Dat is best moeilijk als ouders. Dus tips van de hulpverlening zijn echt goud waard voor
Effect - Zelfredzaamheid
ons.”
Effect - Meedoen
4
•
Open vragen Wat gaat goed? Wat gaat minder goed? Opmerkingen
•
“Luister naar ouders als die met vragen komen.”
•
“Probeer de intakes bij [zorgorganisatie] wat sneller te laten plaatsvinden.”