2023-12-07 WM&W Raadsverslag Geredigeerd
Tekst van het document
Gemeente West Maas en Waal
verslag besloten deel raadsvergadering 7 december 2023
Datum: Plaats: Aanvang:
Aanwezig: Piet Donkers Ton Hooijmans Ellen Jagtenberg Erik Sweep Riky Schellekens Vince van Ooijen Anita Buil Ronald Orlemans Cees van Dreumel Chris de Leeuw Cees Roffelsen Sjaak Janssen Frans van Echteld Erik Wassink Conny van Coolwijk Erik Peters
7 december 2023 Raadszaal, gemeentehuis Beneden-Leeuwen aansluiten aan de openbare raadvergadering
SMW WD
CDA FD partij Beneden-Leeuwen
FD Maasdorpen FD Wamel
FD Dreumel
Wessel Boerakker
WD (fractievolger)
College:
Wethouders Van den Boom, Slootweg, Reuvers en gemeentesecretaris Arissen Burgemeester van Neerbos Elles Jansen (Griffier) Eliane Jacobs (teammanager Ruimte)
Voorzitter: Ambtelijke dienst:
Verslag:
Verslagbureau More Support (Wamel)
De vergadering wordt hervat.
De VOORZITTER: “Hierbij heropen ik de vergadering. De vergadering gaat verder plaatsvinden met gesloten deuren. Alle informatie die gedurende het besloten deel van de vergadering ge deeld wordt, is van rechtswege geheim en deze geheimhoudingsplicht geldt voor alle aanwezi gen en alle personen die kennis dragen vanuit de behandeling.”
Raadsvergadering Gemeente West Maas en Waal - 7 december 2023
33A. Inwonersavond opvang Wamel
De WETHOUDER: “Op 12 oktober 2023 heeft de raad een besluit genomen om geen Oekraïense vluchtelingen op te vangen op de Raadhuisdijk in Maasbommel. Dat is besloten op basis van de overeenkomst die voorlag, waarin ook staat dat instemming van de raad nodig is voor de opvang. Dit heeft een hoop teweeg gebracht en dit is ook al meerdere malen besproken in de afgelopen maanden. In de afgelopen tijd hebben onderhandelingen plaatsgevonden met H, die de opvang regelt. Dat is alle kanten opgegaan. De laatste vordering zou betekenen dat het de gemeente Maas en Waal ongeveer € 600.000 gaat kosten. Dit is het hoogst haalbare. Het college vindt dit een heel hoog bedrag en daar stemt het college niet mee in. Het kort geding van aankomende dinsdag (12 december 2023) wordt afgewacht. De rechter zal daarover uitspraak doen en deze uitspraak zal worden geaccepteerd en opgevolgd door het college. Bij deze deelt de wethouder dit met de raad. Dit heeft ook wel gevolgen voor het raadsvoorstel dat hier voorligt. In het RTG heeft de raad de wethouder gevraagd om eerst in contact te komen met Wamel, voordat de raad voor Wamel een besluit neemt. Wanneer uit het kort geding blijkt dat de overeenkomst gevolgd moet worden en er uitvoering gegeven moet worden aan de huurovereenkomst, dan zal dat ook voor Wamel gevolgen hebben. Het is ook belangrijk om rust in te bouwen in het traject.
Wanneer er nu al brieven worden verstuurd om een gesprek te plannen en het gesprek te snel plaatsvindt kan het college weinig zeggen. Het voorstel van het college is dan ook om het dorp Wamel nu nog niet te consulteren en om volgende week (week 50) nog niet het besluit te nemen over de Wilhelminastraat, de uitspraak afwachtend.” De VOORZITTER: “Dat roept vragen op bij de raad. Deze vragen zullen een voor een behandeld worden.” De heer WASSINK: “Het versturen van een brief is misschien niet slim. Echter, zou het een optie zijn om een rondje door de wijk te lopen, zodat dit bewust op een bepaalde dag bezorgd kan worden?” De heer VAN ECHTELD: “De wethouder geeft aan dat ze het kort geding wil afwachten. Zal het raadsvoorstel dan ook worden gelaten voor wat het is?” De heer ROEFELSEN: “Ik denk dat er geen andere oplossing is, dan het resultaat van het kort geding afwachten, waarna gehandeld kan worden naar de uitspraak.” De heer VAN DREUMEL: “Tijdens het RTG is ook besproken om in Maasbommel minder men sen te plaatsen, zodat ze overal vanaf kunnen zien. Is dit met besproken?” Mevrouw JACHTENBERG: “Hier kan uren over gepraat worden. Dit is niet wenselijk. Het voor stel van de wethouder is een verstandige beslissing, denk ik. Er moet pas op de plaats gemaakt worden.”
De heer HOOIJMANS: “Als ik het goed begrijp, zullen wij een verlies lijden van € 600.000 wan neer wij dit voorstel accepteren. Dat is te veel en daarom wachten ze het kort geding af. Bestaat er een risico dat er nog meer verlies wordt geleden, naar aanleiding van het kort geding?” De heer JANSSEN: “Het kort geding is reeds een keer besproken. Ik vraag me wel af hoe het tijdspad er verder gaat uitzien en welke acties hieruit gaan voortkomen. Daarnaast vraag ik me af of er tekeningen of plannen zijn gemaakt voor de opvang en of deze uiteindelijk ook echt kunnen worden waargemaakt. | Tot slot: dit gaat een keer allemaal naar buiten komen. Ik vraag me af hoe wij als raad - als een eenheid - hiermee naar buiten treden en dit naar de mensen communiceren en hoe de raad hierin wordt ondersteund.”
2
Mevrouw BULL: “Ik sluit me aan bij de voorgaande spreker. Echter, ik zou graag zien dat de raad sneller geïnformeerd wordt over dit soort zaken.”
De WETHOUDER: “Brieven rondbrengen is nu niet van toepassing, aangezien het voorstel voor nu even aan de kant wordt gelegd. Er heeft een intensief traject plaatsgevonden gedurende de afgelopen maanden. Er hebben verschillende opties de revue gepasseerd. Uiteindelijk zijn ook financiële middelen meegeno men in de overwegingen. Er is niet specifiek gesproken over de optie om minder mensen in de opvang te plaatsen. Ik begrijp de boodschap, maar dit is eigenlijk wel het best haalbare scenario. Op basis daarvan wil het college het kort geding afwachten. In principe zal het bedrag niet nog hoger gaan worden na afloop van het kort geding. Wanneer de uitspraak zal zijn dat het college uitvoering moet geven aan het huurcontract, dan betekent dit dat er Oekraïense vluchtelingen geplaatst gaan worden, waarbij zij de financiële middelen meekrijgen die daarbij horen. Dit zou dus niet nog meer financiële nadelige gevolgen hebben voor de gemeente. De reactie op het kort geding is heel spoedig. De uitspraak zal dus erg snel gedaan worden. De exacte termijn zal ik navragen. Er zijn geen exacte plannen gemaakt specifiek voor de opvang van de Oekraïense vluchtelin gen. Er zijn wel basisregels vastgesteld in bouwbesluiten: er moet minimaal twaalf vierkante meter per persoon beschikbaar worden gesteld, exclusief sanitaire voorzieningen
Er is gevraagd om de raad eerder te informeren. Echter, bijna iedere dag zijn er vorderingen. Ik ben van mening dat er snel wordt geïnformeerd. Wanneer er uitspraken worden gedaan in het kader van het kort geding, dan zal ik u hiervan zeker op de hoogte stellen.”
De heer ROEFELSEN: “Wat is exact de vraag die voorligt bij het kort geding? De WETHOUDER: “Ik durf dit niet met zekerheid te zeggen. Volgens mij, gaat het over het uitvoering geven aan het huurcontract zoals dit is opgesteld.” De heer VAN ECHTELD: “Ik begrijp dat het voorstel van de raad wordt ingetrokken. Echter, er is wel benoemd dat het een voorlichtingsavond in twee delen zou worden. Het is misschien beter om de direct aanwonenden - wanneer het zover mocht komen - op een andere manier te informeren, dan via een brief met een uitnodiging voor een voorlichtingsavond. Dan lopen ze achter de feiten aan, denk ik. Het verzoek is dus om de direct omwonenden persoonlijk en direct te informeren.”
De WETHOUDER: “Dit is helemaal helder en dat lijkt mij ook het beste. Wanneer ze nu even de rust nemen, dan kunnen ze het veel beter uitstippelen en invullen. Dit wordt dus zeker mee genomen.” De heer ORLEMANS: “Ik vraag me af hoeveel tijd we eigenlijk hebben. Eerder moest alles snel gebeuren en was er haast. Ik vind het goed als we nu dus de tijd nemen, maar ik vraag me af hoeveel tijd we dan daadwerkelijk hebben. Op het internet staat dat een uitspraak van een kort gedingrechter gemiddeld zo’n twee weken duurt, maar datje ook een spoeduitspraak kunt krij gen. Dan kan een uitspraak al na een dag liggen. Kerst komt er ook aan.” De WETHOUDER: “Dit is een terechte vraag. We hebben hier nu bewust gezegd dat we tijd kopen en het kort geding afwachten. Wanneer het nodig is, komen wij terug bij de raad voor het besluit. Dat zou pas in de volgende raadsvergadering zijn. Dan hebben we ook tijd om alle mensen te informeren, waar nodig, en de nodige gesprekken te voeren. Voor de mensen in het Veerhuis betekent dit dat er een tijdelijke verlenging verleend moet worden. We laten deze men sen natuurlijk niet op straat staan."
3
Mevrouw JAGTENBERG: “Er moet tijd gekocht worden voor de mensen die in Wamel zitten, geeft de wethouder aan. Dat was ook precies mijn vraag. We hebben daar een huurcontract tot 1 februari. Zijn ondertussen de gesprekken gaande en hoe staan we hierin verder? Hoe kijkt de eigenaar van het pand daar er tegenaan? In hoeverre kunnen we tijd kopen per maand? Het wordt nu kort op de bal. Kerst zit er ook nog tussen en dan staat de tijd even stil. Ik zou dus graag van de wethouder horen welke gesprekken er worden gevoerd en wat daarvan de voor stellen zijn.”
De WETHOUDER: “De gesprekken zijn gestart. We zijn ook in gesprek met de eigenaar en die wil ook best langer verhuren aan ons. Daar zitten geen problemen. We zijn nu ook in gesprek over hoeveel langer dat dan is en wat dit voor gevolgen heeft. Er is vanuit die kant dus geen onwil om afspraken te maken.” De heer DONKERS: “Is het aantal wooneenheden per locatie, zoals Maasbommel en Wamel, wel bekend?”
De WETHOUDER: “De verbouwing is nodig om in Maasbommel dertig personen te kunnen opvangen. In Wamel worden er ongeveer vijftig personen opgevangen. Het is een totaalplaatje waarover afspraken zijn. Het is dus nu moeilijk te zeggen hoeveel wooneenheden erin zitten.” De heer DONKERS: “Hoe zijn op dit moment de contacten met de Dijkgraaf van Maasbommel? Er is laatst een brief binnen gekomen van de Dijkgraaf en hij leek niet blij te zijn met de ontwik kelingen en de plannen.” De WETHOUDER: “Ik beaam dat dit een interessante brief is. Wij hebben meerdere gesprekken gevoerd met eigenaar van de Dijkgraaf. Hij heeft hier een andere beleving bij dan wij. Naar ons idee waren we toe aan het werken naar het maken van goede afspraken en daar zou vandaa ook een afsoraak voor staan. Deze heeft hii uiteindeliik afaezeod.
We waren dus wel degelijk met hem in gesprek; afgelopen weken hebben we ongeveer drie gesprekken gevoerd.” De heer DONKERS: “Het is fijn om de andere kant van het verhaal te horen.”
De heer JANSSEN: “Ik ga er vanuit dat de twaalf vierkante meter over woonoppervlakte gaan. Ik maak me dan wel zorgen over het buitenterrein. Op een gegeven moment gaat de tempera tuur stijgen en dan gaan deze mensen ook naar buiten. Ik vraag me af hoeveel buitenruimte er dan nodig is om ervoor te zorgen dat de omwonenden hier geen overlast van ervaren. Daar naast denk ik dat er ook een gemeenschappelijke ruimte moet zijn, binnen het gebouw, zodat deze mensen niet alleen maar op hun kamer moeten zitten.” De VOORZITTER: “Ik zou het gesprek graag houden bij de procedure en het verhaal, zoals de wethouder het schetst.” Mevrouw BULL: “Begrijp ik het nu goed dat de besloten vergadering op donderdag 14 december 2023 niet doorgaat?”
De WETHOUDER: “Dat is aan u. Mijn voorstel is om het als raad volgende week niet te behan delen. Als u zegt, dat u daar toch een besluit over wil nemen, dan is dat aan u. Ik zou adviseren om nu rust in te bouwen en dus ook te zeggen dat we volgende week dat besluit niet gaan nemen.”
4
De heer VAN ECHTELD: “Ik denk dat we de gedachten van de wethouder kunnen volgen. De eerste raadsvergadering zal pas op 25 januari 2024 plaatsvinden. We zouden er eventueel voor kunnen kiezen om ongeveer twee weken van tevoren een besloten bijeenkomst in te plannen.”
De VOORZITTER: “Ik denk dat dit een goede tip is.” De WETHOUDER: “Ja, laten we kijken hoe dit nu loopt zodat we hier tijdig met de griffier ook een afspraak over hebben.”
De heer DE LEEUW: “Terugkomend op de Dijkgraaf: kunnen we daaruit concluderen dat de gesprekken met eigenaar van de Dijkgraaf zijn gestopt?” De WETHOUDER: “Ja, wat ons betreft, liepen deze nog. Echter, de Dijkgraaf wil het niet meer. Deze brief kwam vanmiddag pas binnen. Dit was voor het college dus ook nieuw. Ik zal nog even contact opnemen met de Dijkgraaf, om te vragen waar dit vandaan komt. Soms is het ook belangrijk om zaken even te laten rusten.” De VOORZITTER: “Is de overweging van het college in voldoende maten helder en zijn de stappen en de bijbehorende consequenties verduidelijkt?” De heer ROEFELSEN: “Dit is een besloten bijeenkomst. Dat betekent in principe dat alles wat hier is gezegd binnen deze kamer moet blijven. Dat wil dus zeggen dat onze mensen uit Wamel op allerlei manieren monddood worden gemaakt. Die kunnen eigenlijk over dit onderwerp hele maal niet meer praten. Is daar nog een mouw aan te passen?” De WETHOUDER: “Dat sluit eigenlijk een beetje aan bij het raadsvoorstel wat er lag. De vol gende vergadering zou over de opvang in Wamel gaan, in beslotenheid, omdat het dorp nog niets wist. Nu nemen we het besluit niet. We willen hier best in openheid over communiceren, maar we moeten nog wel naar het dorp toe om het gesprek daar ook te voeren.” De heer VAN ECHTELD: “Moeten we daar nu dan nog mee wachten?”
De WETHOUDER: “Aankomende dinsdag vindt het kort geding plaats. De overeenkomst die daarbij gesloten is, die zal daar ook ter sprake komen. De Wilhelminastraat is daar onderdeel van. Ik wil niet nu weer als een malle gaan rennen om mensen in het dorp te consulteren. We moeten wel de juiste boodschap brengen bij de mensen in het dorp.” De heer JANSSEN: “Moet er dan een soort persbericht komen of iets dergelijks, zodat wij ook kunnen verwijzen naar iets?” De VOORZITTER: “Het besluit is dus nu dat de gemeente niet instemt met een onderhandse overeenkomst met maar van mening is dat de rechter uitspraak moet doen in deze kwestie. De gemeente zal deze uitspraak accepteren en naar aanleiding daarvan hande len. We weten op voorhand wat het onderwerp is van die afspraak, namelijk opvang van Oekrainers in Maasbommel en Wamel. Er moet een geschikt momentum bepaald worden, waarmee op voorhand bekend wordt gemaakt wat er gaat gebeuren. Zo overvalt het de omgeving niet, maar zo neem je de ruimte om de direct omwonenden te betrekken bij het voornemen. De wet houder heeft wel gelijk in het feit dat de rechter uiteindelijk bepaalt: wanneer de rechter besluit dat het huurcontract uitgevoerd moet worden zoals beschreven, dan zal deze boodschap ook naar de mensen gebracht moeten worden.
Ergens moet er dus een moment afgesproken wor den om hier open over te zijn naar de inwoners en hetgeen wat vertrouwelijk is openbaar te maken.” Mevrouw JAGTENBERG: “Ik vraag me af of er met HHMHH gesproken is om het pand te verkopen. Misschien is dit een hele vreemde suggestie. Ik ben niet thuis in deze wereld.”
5
De WETHOUDER: “Hier is ook over gesproken. zit een heel business model onder.”
staat hier niet positief in. Er
Mevrouw JAGTENBERG: “Jammer en een bijzondere denkwijze.” Mevrouw BULL: “We zien dat ook de publiciteit opzoekt. Ben er goed op voor bereid, hoe de gemeente hierop gaat reageren. Ook voor de mensen uit Wamel: als hij de pu bliciteit op gaat zoeken, zorg dan alsjeblieft voor een goede communicatie naar buiten toe. Dat hebben we de vorige keer ook al mee gegeven. Je weet nooit waar hij mee komt.” De heer VAN ECHTELD: “Daar wil ik op aanhaken. Wanneer dinsdag het kort geding loopt, dan staat het woensdag in de krant. Dan zijn we - denk ik - te laat om nog bij de mensen langs de deuren te gaan. Hoe het ook uitpakt, zullen mensen er iets van vinden en zullen ze erachter komen. Wanneer er daadwerkelijk vijftig Oekraïners opgevangen moeten gaan worden, dan lezen de inwoners dat dus in de krant. Het is daarna niet leuk om nog een rondje te gaan maken door het dorp. Het is daarom beter - denk ik - om hen op voorhand te informeren, om de kou uit de lucht te krijgen.” De WETHOUDER: “Ik hoor uw boodschap en die neem ik ook zeker mee. We moeten goed nadenken over hoe we, wat en op welk moment we gaan communiceren. Het is mogelijk dat we zorgen dat er een brief klaarligt om de inwoners te informeren, al is het maar om te zeggen dat de gemeente hen graag bijpraat. Dit ga ik intern bekijken.”
Mevrouw JAGTENBERG: “Dat lijkt me op zich een prima aanpak. Echter, het is belangrijk om met de direct omwonenden gesprekken te gaan voeren. Ga daarmee zo snel mogelijk aan de slag. Er is nog twee en een halve dag voor het kort geding en in deze dagen kunnen de vijf a zes direct omwonenden bezocht worden, lijkt mij. Schrap je agenda en pak het op. Een brief is echt het slechtste middel wat je kan inzetten, in deze situatie. Mensen hebben vragen en die willen antwoorden en dat lukt niet met een brief.” De heer ROEFELSEN: “Ik denk dat dat inderdaad de beste strategie is. Ik sluit me daarbij aan. In feite zijn er twee uiterste uitkomsten mogelijk in het kort geding. Dit kan in de gesprekken gewoon benoemd worden en alvast besproken worden, zodat zij weten waar ze aan toe zijn. Zodra de rechter heeft gesproken moet de gemeente deze uitspraak volgen.” Mevrouw BULL: “Ik heb hier nog een kleine aanvulling op: door dit te doen, kun je in gesprek gaan en kunnen de omwonenden vragen stellen die wellicht beantwoord kunnen worden. Ik neem aan dat deze mensen veel vragen hebben. Wanneer deze gehoord worden en zoveel mogelijk beantwoord worden, geeft dit hopelijk wat meer geruststelling voor deze mensen.”
De heer VAN ECHTELD: “De eerste vraag zal zijn: waarom ligt het voor de rechter? Het is wel belangrijk dat daar een goed antwoord op te hebben, voordat deze gesprekken ge voerd worden.” De heer JANSSEN: “Ik dacht daar ook precies aan. Een tweede vraag zou zijn: wie is die rechter om te bepalen dat er in die wijk wel of geen Oekraïners komen?”
De VOORZITTER: “Dat is precies waar het kort geding over gaat.” De heer VAN ECHTELD: “Ik hoor mevrouw Jagtenberg zeggen dat zij dit ondertussen wel we ten, maar ik denk niet dat dat zo is. Ik zou niet weten van wie de inwoners dat gehoord moeten hebben.”
6
Mevrouw JAGTENBERG: “Ik bedoel niet dat de inwoners de inhoud van het kort geding kennen, want die kennen wij ook niet. We weten echter allemaal wat er in Maasbommel is gebeurd. Wanneer er wordt gesproken over een kort geding en het ligt bij de rechter, dan is dat in mijn optiek één bij één optellen. Laten we onze inwoners niet te dom inschatten. De een zal er wat meer mee bezig zijn dan de ander."
De WETHOUDER: “Ik denk dat uw signalen heel helder en terecht zijn. Ik ga daar de komende dagen iets aan doen. Ik ga op de koffie. We hebben het nu alleen over Wamel, maar het is ook belangrijk dat direct omwonenden in Maasbommel voorafgaand aan het kort geding worden geïnformeerd.” De VOORZITTER: “We moeten een besluit nemen. Het voorstel is om het geagendeerde raads voorstel te verdagen. Ook moet er een besluit genomen worden over de raadsvergadering van 14 december 2023, namelijk: of deze komt te vervallen.” Mevrouw VAN COOLWIJK: “Ik denk dat er van alles weggestreept kan worden, maar het is misschien belangrijk om het te laten staan omdat er allerlei dingen aankomen die misschien wel veel onrust gaan veroorzaken. Het lijkt mij slim om deze avond gereserveerd te laten staan, in welke vorm dan ook. We kunnen het op het laatste moment altijd nog wegstrepen.”
De VOORZITTER: “Ik verwoordde het verkeerd. Het besluit wat voorligt, is het voorstel rondom de inwonersavond over opvang Wamel. Daar moet een besluit over genomen worden. Ik con cludeer uit de geluiden vanuit de raad dat u daar niet mee instemt. De vergadering op 14 de cember 2023 blijft staan. De agendering van het voorstel ‘Opvang ontheemde Oekraïners in Wamel’ wat dan besproken zou worden, dat wordt verdaagd.” De heer ORLEMANS: “Wat volgens mij wel duidelijk is, is dat wij volgende week geen raads vergadering hoeven te hebben. Ik voel wel de behoefte om hier nog een keer over te praten, maar misschien is het wel het beste om de raadsvergadering af te lassen. Dan hebben we ook publicitair de vrije hand om dingen te doen die we willen. Voor de 14e moet de avond nog wel gereserveerd worden, denk ik, zodat we er eventueel wel over kunnen praten. Dat zou mijn voorstel zijn.” De VOORZITTER: “Dan kun je dan geen besluiten nemen. Echter, op de 14e ligt ook geen besluit voor. Het is handig om vaste momenten te hebben waarop de wethouder de raad bij praat. De 14e zit vlak na het kort geding. Bovendien zijn we aan het communiceren met de omgeving en daar zult u ook de nodige informatie over willen delen.”
De heer VAN ECHTELD: “Stel, dat de rechter zegt dat het contract uitgevoerd moet worden, dan kunnen wij de 14e ook besluiten dat dat moet gaan gebeuren. Of hoeven wij dat niet te besluiten?”
De VOORZITTER: “De kwestie is dat stelt dat hij een ander contract heeft, dan dat wij ondertekend hebben, namelijk met essentiële voorwaarden daarin onder voorbehoud van in stemming van de gemeenteraad. Wanneer de rechter zegt dat gelijk heeft, wat bete kent dat er geen instemming en goedkeuring van de gemeenteraad nodig is, dan moet het col lege de afspraak nakomen, onafhankelijk van de inwonersavond et cetera. Wanneer dit gebeurt hoeft de raad hier geen besluit meer over te nemen. Beide plannen gaan dan door, zowel in Wamel, als in Maasbommel. In het andere geval zegt de rechter dat de gemeente gelijk heeft, wat betekent dat er twee handtekeningen nodig zijn voor een bindende overeenkomst. Er is samengewerkt en er is mis schien wel vertrouwen gewekt, maar er is nooit iets officieel ondertekend en vastgelegd. De gemeente wijst terecht op het feit dat er instemming van de gemeenteraad nodig is en daar heeft MMM geen rekening mee gehouden. Dan heeft pech. Dan gaan de plannen niet zomaar door. Dan is het voorbehoud aan u als raad om de plannen wel of niet door te laten gaan.
7
Dat is dus de uitspraak die er moet komen. Dat is de kwestie die in het kort geding voorligt. Dat moet op enig moment ook duidelijk gemaakt worden aan de buitenwereld. Het kort geding is nodig omdat iedere beslissing die het college neemt altijd positief uitvalt voor namelijk met de reeds genoemde zes ton. Het college vindt dat een te hoog bedrag, om dat af te kopen. Daarom wil het college dat de rechter hierover een besluit neemt. De uitspraak zal opgevolgd worden. De raadsvergadering hoeft in die zin niet door te gaan, omdat er geen raadsvoorstel ligt om te behandelen aangezien het kort geding eerst afgewacht wordt. Wanneer de gemeente in het gelijk wordt gesteld, zal de raad twee dagen later geen besluit nemen over het voorstel. Eerst zal in gesprek moet worden gegaan met omwonenden et cetera, voordat de raad een afweging kan maken. Er moet tijd genomen worden om dit af te handelen. De raad heeft een duidelijk advies geformuleerd over de communicatie met de inwoners van Wamel en Maasbommel, als het gaat om het betrekken van de omgeving en het moment waarop de gemeente open en helder is over wat er aan de hand is en waar we staan. Dit is dan ook het moment dat u als raadslid open kan spreken over wat hier nu is gezegd.
De vertrouwelijkheid gaat er dan vanaf.” De heer DONKERS: “Wanneer wij de komende dagen met de direct omwonenden in gesprek gaan, dan weet heel Wamel er binnen een paar dagen van af. Dat kost niet veel tijd. Wanneer je plant om morgen met omwonenden te gaan praten, dan zul je denk ik al achter de hand moeten hebben dat er de week daarop een algemene informatieavond voor het dorp georgani seerd wordt.” De VOORZITTER: “Dat zou kunnen. Echter, zoals de wethouder reeds aangaf: laten we dit nu niet met elkaar proberen te bepalen. Laat de wethouder dit intern goed verder afstemmen en zo goed mogelijk regelen. De boodschap van de raad is heel helder geweest, denk ik.” De WETHOUDER: “De boodschap is inderdaad heel helder. De burgemeester (red. voorzitter) verwoordt precies waar ik ook voor sta en waar we dus ook invulling aan gaan geven.” De heer JANSSEN: “Ik hoop dat wij geïnformeerd worden over wanneer die ronde langs de direct omwonenden gaat plaatsvinden. Daarnaast zou ik graag een verzoek indienen voor een versnelde uitspraak van het kort geding, wanneer dit mogelijk is en wanneer dit een toege voegde waarde heeft voor de raad en het college.”
De VOORZITTER: “Dit zou kunnen, maar u moet ook accepteren dat er vanmiddag is besloten om deze koers in te zetten.” De heer VAN ECHTELD: “Wanneer de omwonenden worden geïnformeerd op maandag, het kort geding plaatsvindt op dinsdag en het woensdag in de krant staat, mogen wij als raadslid nog altijd nergens over praten op donderdag. Het is dan nog altijd vertrouwelijk. Hoe gaan we daarmee om?” De VOORZITTER: “Het kan inderdaad dat de vertrouwelijkheid ervoor zorgt dat de raadsleden geen vragen kunnen en mogen beantwoorden. Wanneer zou volgens u een goed moment zijn om de vertrouwelijkheid te laten vervallen?”
De heer VAN ECHTELD: “Wanneer de telefoon gaat op woensdag, dan zou ik wel graag een antwoord kunnen geven.” De VOORZITTER: “Ik denk dat het verstandig is om de vergadering kort te schorsen, om hier een goed advies op te kunnen geven.”
Mevrouw BULL: “Ik wil nog een korte vraag stellen: op welk tijdstip staat het kort geding ge pland?”
8
De VOORZITTER: “Ik herhaal dat de vergadering kort geschorst wordt, zodat wij een goed ad vies kunnen geven over de termijn waarop de vertrouwelijkheid van deze vergadering komt te vervallen.” De vergadering wordt kort geschorst.
De VOORZITTER: “Wij hebben een idee en een voorstel, om met elkaar tot een goed en voor u als raadslid zeer werkbaar besluit te komen. Wij stellen u voor om per direct, na afloop van deze vergadering, om de geheimhouding op te heffen ten aanzien van de informatie die tijdens dit besloten gedeelte met u is gedeeld. Hierbij vraag ik u wel om in het belang van de gemeente en het belang van de wethouder die de inwoners moet gaan informeren niet zelf actief te gaan informeren. U heeft nu wel de handen en de gedachten vrij om de inwoners te woord te staan, wanneer zij u benaderen. Ik benadruk hierbij dat het gaat om de informatie die op deze avond is gedeeld. Wat gezegd is gedurende deze vergadering is na afloop van huidige vergadering niet meer geheim.” De heer ORLEMANS: “Zou het mogelijk zijn om een kort en kernachtig bericht aan alle raadsle den te sturen, zodat we allemaal weten wat we moeten communiceren? Anders zijn er toch weer persoonlijke interpretaties.”
De VOORZITTER: “Ik denk dat de wethouder intern in gesprek gaat over de communicatiestra tegie. De wethouder zal vervolgens een kort bericht naar alle raadsleden verstrekken.” De heer JANSSEN: “Wanneer de pers belt, naar wie moet ik hen dan doorverwijzen.” De VOORZITTER: “Wij weten toch allemaal dat iedereen mag weten wat hier is uitgewisseld. Wanneer de pers of de buurman vraagt wat er precies in het contract staat, dan kunt u vertellen waar verschil van inzicht over bestaat. Verder is het contract vertrouwelijk en mag dat niet ge deeld worden, want dat is niet gedurende deze vergadering besproken. Wanneer het te inge wikkeld wordt, dan stuurt u iemand door naar de gemeente. BESLUITVORMING De Raad besluit: * niet in te stemmen met het voorliggende voorstel. Dit komt te vervallen; ■ Behandeling van het raadsvoorstel ‘Opvang ontheemde Oekraïners in Wamel’ te verdagen tot een later moment; ■ dat alle informatie die tijdens dit besloten deel van de vergadering met u is gedeeld niet langer vertrouwelijk is vanaf hamerslag.”
Sluiting De VOORZITTER: “Ik dank u allen voor uw aanwezigheid. Hierbij sluit ik de vergadering. Dank u wel.
9