20211116 antwoord FD aanvullende vragen BP Buitengebied van Heemstraweg 91
Tekst van het document
Raadsvragen Aankruisen welk soort vraag het betreft
Omschrijving
Betreft Agendapunt:
Vragen n.a.v. ingekomen stukken Technische vragen over geagendeerde stukken op RTG Aanvullende (technische) vragen n.a.v. RTG Mondelinge vragen van raadsleden (art. 36 RvO) Vragenkwartiertje Schriftelijke vragen
x
Beantwoording gewenst schriftelijk / mondeling (doorhalen wat niet van toepassing is, zie toelichting)
Onderwerp : Bestemmingsplan Buitengebied (één onderwerp per formulier) Datum indiening
: 16-11-2021
Indiener (Naam en fractie)
: Cees Roffelsen FD West Maas en Waal
Inleiding / Aanleiding (door de indiener in te vullen)
Beantwoording raadsvragen 14-10-2021 en informatieverstrekking d.d. 21-10-2021, met als doel duidelijkheid te krijgen om eventuele schadeclaims te voorkomen. In de beantwoording van de vragen van 14-10-2021 staan 6 voorwaarden, kaders zo u wilt, overgenomen uit het Bestemmingsplan Buitengebied West Maas en Waal van 2013 onder 6.2.6 Nieuwvestiging agrarisch bedrijf, waaraan voldaan moet worden om een nieuw agrarisch bedrijf te vestigen bij een burgerwoning op de oeverwal of in het komgebied. Het gaat m.n. om de volgende 2 punten: 3. De afstand tussen de bouw perceelsgrens van een nieuw agrarisch bedrijf en de meest nabijgelegen woning van derden dient minimaal 100 meter te bedragen om de kans op hinder te minimaliseren. 4. Het bedrijf moet ruimtelijk en milieu hygiënisch inpasbaar zijn. In de informatieverstrekking in deze d.d. 21-10-2021 staat m.b.t. het voorgaande: 2. Er moet voldoende afstand tot de omliggende woningen zijn om de kans op hinder te minimaliseren, waarbij een richtafstand van minimaal 100 meter wordt genoemd. 3. En het bedrijf moet ruimtelijk en milieu hygiënisch inpasbaar zijn
Vraag en Antwoord (De vragen vetgedrukt door indiener weergeven; antwoord door organisatie invullen onder de vraag)
In 2013 heeft de raad bij vaststelling van het bestemmingsplan bepaald, dat de afstand
Format raadsvragen, versie januari 2020
volgens punt 3 minimaal 100 m moet bedragen. In de informatieverstrekking van 21-10-2021 wordt verwezen naar een VNG-publicatie uit 2009, waarbij gesproken wordt over minimale richtafstanden voor wat betreft geur, stof, gevaar en geluid (milieu hygiënische aspecten). 1. Is het juist te constateren dat punt 3 uit de beantwoording van de vragen van 14-10-2021 de juiste formulering is en dat de formulering in 2 van de informatieverstrekking niet is vastgesteld door de raad? Die constatering is juist. Punt 3 uit de beantwoording van de vragen van 14-10-2021 is de letterlijke tekst zoals die in de toelichting van het bestemmingsplan Buitengebied West Maas en Waal van 2013 is opgenomen. De formulering onder 2 van de informatieverstrekking van 21-10-2021 is niet de letterlijke tekst zoals die in de toelichting van het bestemmingsplan staat. 2. Indien ja, is dan formulering 2 niet ter zake doende? De formulering onder 2 van de informatieverstrekking van 21-10-2021 is van belang. Omdat het de interpretatie weergeeft van de exacte formulering zoals die in het bestemmingsplan is opgenomen.
Wanneer uit onderzoek of anderszins blijkt dat binnen de minimaal benoemde afstand van 100 meter (gebaseerd op de maximale geurnorm in de VNG publicatie) de kans op hinder op de omliggende woningen nihil is, is het vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening verdedigbaar om de benoemde afstand van 100 meter als richtafstand te beschouwen. 3. Is het juist te constateren dat de betreffende VNG-publicatie een hulpmiddel is om punt 4 uit de beantwoording van de vragen d.d. 14-10-2021 en punt 3 uit de informatieverstrekking d.d. 21-10-2021 te beoordelen? De VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” uit 2009 is een handreiking voor het toetsen van ruimtelijke ontwikkelingen. Waarin per bedrijfstype minimale richtafstanden worden aangegeven voor wat betreft geur, stof, gevaar en geluid die bij voorkeur dienen te worden aangehouden tot hindergevoelige functies om hinder en schade binnen aanvaardbare normen te houden. Als aan de richtafstanden wordt voldaan, is op die punten sprake van een goede ruimtelijke ordening. De richtafstanden zijn enerzijds gekoppeld aan de milieucategorie van de te beoordelen inrichting en anderzijds de karakterisering van de omgeving waarin de inrichting is gelegen. 4.
Zo ja, worden dan niet absolute en bedrijfsgerelateerde normen door elkaar gebruikt in de informatieverstrekking van 21-10-2021? Het doel van een goede ruimtelijke ordening is dat het bevoegd gezag zorg draagt voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Uit onderzoek en toetsing blijkt dat op basis van de bedrijfsgerelateerde normen dit woon- en leefklimaat binnen een kortere afstand dan de absoluut vastgestelde norm gegarandeerd is. Conclusie: In de ruimtelijke ordening is het gerechtvaardigd om af te wijken van gestelde normen wanneer op basis van onderzoeken is aangetoond dat ondanks de afwijking toch sprake is van een goed woonen leefklimaat. In de praktijk komt dit ook regelmatig voor. Denk bijvoorbeeld aan de gestelde norm die gehanteerd wordt voor een spuitzone. Daarvoor staat ook een norm van 50 meter in het bestemmingsplan. Dagelijkse praktijk is echter dat vaak door onderzoeken en/of door het treffen van maatregelen kan worden aangetoond dat de norm van 50 verkleind kan worden. En dat daarmee dan toch een goed woon- en leefklimaat wordt gegarandeerd. Bij het initiatief voor Van Heemstraweg 91 is uit onderzoek gebleken dat de gestelde afstandsnorm van 100 meter (geurhinder) kan worden teruggebracht tot 50 meter. En dat daarmee voor de omgeving een goed woon- en leefklimaat wordt gegarandeerd.
Voor de milieuvergunning is de Wet geurhinder veehouderij (Wgv) sinds 1 januari 2007 het toetsingskader als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. Deze wet geeft ook normen. Normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. De minimale afstand tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom betreft 50 meter en binnen de bebouwde kom 100 meter. Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van een rundveehouderij voor de opfok van jongvee. Voor jongvee zijn geen geuremissiefactoren vastgelegd. Dit betekent dat voor de gewenste ontwikkeling voor de milieuvergunning de vaste afstanden aangehouden dienen te worden. Dat is in dit geval dus 50 meter.