2.1 Tweede tussenrapportage bestrijding Covid-19
Tekst van het document
Tussenrapportage bestrijding COVID 19-virus tot 1 december 2020 Voorwoord In mijn eerste Tussenrapportage heb ik beschreven de stand van zaken van de bestrijding van het coronavirus tot 1 juli 2020. Toen gaf ik aan dat het een heftige tijd was voor iedereen. Normale dingen werden ongewoon, fysieke aanraking van mensen werd afgeraden. Voor Nederlandse begrippen werden zeer strenge beperkende maatregelen genomen die invloed hadden op bewegingsvrijheid van mensen. Het was een onwerkelijke situatie. Zeker voor mensen, die in deze situatie hun dierbaren verloren en geen goed afscheid konden nemen dat recht deed aan hun gevoelens van verdriet en gemis. Na een periode van meer vrijheden in de zomermaanden zijn er opnieuw vergaande beperkende maatregelen door de rijksoverheid ingesteld. Stringente maatregelen die nodig zijn om het virus de kop in te drukken en de druk op het zorgstelsel te verminderen en kwetsbaren te beschermen. Ouderen en jongeren zijn hun vrijheden voor een groot deel kwijt. Dit beperkt hun mogelijkheden voor ontmoeting met andere mensen. Ook een deel van de bedrijven wordt nog steeds getroffen door deze maatregelen. Ondernemers van deze bedrijven worden direct geraakt door overheidsmaatregelen, waar ze geen invloed op hebben. Kortom, het is nog steeds een heftige tijd.
Er is sprake van een crisis, waarin veel wordt gevraagd van de veerkracht en eigen verantwoordelijkheid van mensen. Nog steeds. Bewonderenswaardig is het daarom dat de meeste mensen die veerkracht opnieuw kunnen opbrengen om hun gedrag aan te passen. Maar, ik realiseer me dat diezelfde mensen ook graag perspectief willen zien. Perspectief op een tijd en situatie waarin ze de oude leefgewoonten weer kunnen oppakken in een veilige samenleving. Door vele mensen wordt nog steeds hard gewerkt om weer terug te keren naar die veilige situatie. Ik zie dat ze hun inzet blijven tonen om mensen hulp te bieden en het bestuur te helpen bij het nemen en handhaven van lastige beslissingen om het virus te bestrijden. In de hierboven genoemde eerste Tussenrapportage werd de periode beschreven van eind februari 2020 tot en met 1 juli 2020. Deze tweede Tussenrapportage borduurt daarop voort en gaat over de periode tot 1 december 2020. Op hoofdlijnen wordt beschreven wat in deze periode de bestuurlijke bevoegdheden waren en welke bestuurlijke besluiten zijn genomen in Gelderland-Zuid om het COVID19 virus te bestrijden. Bijgevoegd is een tijdlijn, waarin op hoofdlijnen een overzicht wordt gegeven wat de afgelopen maanden is gebeurd.
Hubert Bruls
1
Grondslag rapportage In artikel 40 van de Wet veiligheidsregio’s (WVr) staat dat de voorzitter van de veiligheidsregio na afloop van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, in overeenstemming met de burgemeesters die deel uitmaakten van het regionaal beleidsteam, schriftelijk verslag uitbrengt aan de raden van de getroffen gemeenten over het verloop van de gebeurtenissen en de besluiten die hij heeft genomen. In de Tijdelijke Wet maatregelen Covid-19 (TWM) die per 1 december jl. in werking is getreden staat in artikel 58s, lid 4 dat de burgemeester aan de gemeenteraad verantwoording schuldig is over het door hem krachtens de TWM gevoerd bestuur. Deze bepaling sluit aan op de bevoegdheden die per 1 december 2020 van de voorzitter naar de burgemeester zijn overgegaan (besluiten ten aanzien van ontheffing, aanwijzing en handhaving Covid-19 maatregelen). Voorts is van belang dat de door de voorzitter van de veiligheidsregio vastgestelde noodverordeningen per 1 december zijn vervangen door de TWM en de daarop gebaseerde ministeriële regelingen en het Tijdelijk besluit afstand. Gezien de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving is afgesproken dat de voorzitter verantwoording aflegt over de gemaakte keuzes. In overeenstemming daarmee treft u hierbij mijn tweede tussenrapportage aan.
Ook deze tweede tussenrapportage is geen evaluatie van de feiten die zich hebben voorgedaan, waarbij wordt bekeken welke succesfactoren en verbeterpunten er waren in het optreden van gemeenten, partners, en de veiligheidsregio op operationeel, tactisch en strategisch nivo en in bestuurlijk opzicht. Dit traject verloopt via het Algemeen Bestuur van de VRGZ. Een definitief oordeel is nog niet te geven, omdat de crisis nog voortduurt. Deze rapportage bevat ook geen uitweiding over de sociaal-economische gevolgen die zijn veroorzaakt door de coronacrisis. In deze bestuurlijke verslaglegging worden ten behoeve van de democratische controle van de gemeenteraden de belangrijkste bestuurlijk relevante gebeurtenissen beschreven tot 1 december 2020. Complementair aan dit verslag verwijs ik u naar de raadsbrieven die periodiek zijn verschenen om bestuursorganen van de betrokken gemeenten op hoofdlijnen tijdig te informeren over het verloop van de crisisbestrijding tot nu toe. Waar de raadsbrieven meer in detail weergeven wat er in een week was gebeurd, beschrijft dit verslag de bestuurlijk relevante hoofdlijnen in de eerdergenoemde periode. Stand van zaken crisisbestrijding In Nederland zijn tot 1 december 2020 541.050 personen besmet geraakt en zijn 9.584 mensen aan het virus overleden.
De daadwerkelijke cijfers zijn wellicht veel hoger, omdat niet iedereen is getest met verschijnselen die op COVID-19 lijken, teneinde testcapaciteit over te houden voor risicogroepen. In Gelderland-Zuid betrof het in diezelfde periode ongeveer 10.230 besmette personen en ongeveer 360 overleden personen. Het aantal positief geteste personen per dag van ongeveer 31 augustus tot en met 30 november ziet u in de grafiek hieronder. Daaruit blijkt dat het aantal positief geteste personen in de maanden na de zomervakantie sterk is gestegen en na enige daling in de eerste 3 weken van november weer enigszins toenam. (Na 7 december is die stijging nog groter dan uit deze grafiek blijkt.)
2
Hieronder vindt u een procentuele weergave van het aantal positieve testen tov. het aantal afgenomen testen.
Percentage positieve COVID-19 testen per week Gelderland-Zuid 20,0%
16,2%
15,0% 10,0% 5,0% 0,0%
Doel landelijke crisisbestrijding In Nederland, werden op 12 maart de eerste beperkende maatregelen afgekondigd om deze crisis het hoofd te bieden. Deze maatregelen waren gericht op; -het aantal besmettingen in te perken en onder controle te krijgen -te voorkomen dat de ziekenhuizen overbelast raakten -kwetsbare personen te beschermen. Zouden we dit niet doen dan zouden continuïteitsproblemen kunnen ontstaan door personeelsuitval bij andere processen die vitaal zijn in ons land, denk in het bijzonder aan politie, onderwijs, verkeer en vervoer, energiebedrijven en drinkwaterbedrijven. De hierboven omschreven doelen gelden ook nu nog. Zeker in de ziekenhuizen is de druk enorm vanwege de verpleging van COVID-19 patiënten. Om de daardoor ontstane personeelsdruk te verminderen - mede veroorzaakt door ziekte onder het ziekenhuispersoneel - is de planbare reguliere zorg afgeschaald.
3
Operationele crisisorganisatie Gezien de gemeentegrensoverschrijdende ernst van de situatie was er behoefte aan multidisciplinaire afstemming en besluitvorming op regionaal niveau. Besloten werd daarom de crisisorganisatie op te schalen naar de zogenaamde Grip 4 situatie. Conform landelijke afspraken functioneren het bestuur en de parate en gemeentelijke diensten dan vanuit de dagelijkse situatie naar één organisatievorm, waarmee een incident gecoördineerd en multidisciplinair wordt bestreden. De ambtelijke crisisorganisatie staat dan onder leiding van een Regionaal Operationeel Team (ROT). Hiervan maken deel uit de algemeen commandanten van bevolkingszorg (gemeenten), politie, crisiscommunicatie, GHOR1 en brandweer, de informatiemanager, secretaris en enkele adviseurs (waaronder defensie). De Operationeel Leider (OL) geeft leiding aan het ROT. Dit ROT wordt ondersteund door diverse teams. Er is een groot beroep gedaan op de inzet van gemeenteambtenaren om naar rato bij te dragen aan de crisisorganisatie. Op het hoogtepunt van de crisis bestond de crisisorganisatie uit ongeveer 100 personen, afkomstig uit (met name) gemeenten, veiligheidsregio, en andere organisaties.
Bestuurlijke organisatie, minister VWS, voorzitter veiligheidsregio en burgemeester tot 1 december 2020 De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op grond van artikel 7 van de Wet publieke gezondheid (WPG) de leiding over de bestrijding van deze infectieziekte en heeft de voorzitter opgedragen om zijn bevoegdheden op het terrein van publieke gezondheid en openbare orde en veiligheid in te zetten voor de bestrijding van het coronavirus. De bevoegdheid op het terrein van de publieke gezondheid staat in artikel 6, lid 4 van de WPG. Daarin staat dat de voorzitter van de veiligheidsregio zorgt voor de bestrijding van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A. Het coronavirus behoort tot deze groep A. De bevoegdheden in het kader van de openbare orde en veiligheid staan beschreven in artikel 39 van de WVr. Daarin is bepaald dat in geval van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, de voorzitter van de veiligheidsregio ten behoeve van de rampenbestrijding en crisisbeheersing in de betrokken gemeenten bij uitsluiting bevoegd is toepassing te geven aan de bevoegdheden op grond van de Gemeentewet, Politiewet, Wet Openbare Manifestaties en Wet veiligheidsregio’s.
Wanneer deze situatie zich voordoet roept de voorzitter een Regionaal Beleidsteam (RBT) bijeen om de voorzitter van de veiligheidsregio te adviseren, het beleid rondom de crisisbeheersing te coördineren en te zorgen voor een eenduidige aansturing van de operationele crisisorganisatie via de Operationeel Leider. Het RBT bestaat uit de 14 burgemeesters van de 14 gemeenten die bij de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid zijn aangesloten. Het RBT wordt aangevuld met adviseurs van de politie, de veiligheidsregio, het OM en een strategisch communicatieadviseur. In normale omstandigheden heeft elke burgemeester wettelijke bevoegdheden om de openbare orde en veiligheid in zijn gemeente te handhaven. Na afkondiging op 12 maart jl. dat sprake is van een Grip 4 situatie zijn de “gebruikelijke” bevoegdheden van de burgemeester overgegaan naar de voorzitter. Zolang de landelijke maatregelen in het kader van de crisisbestrijding van kracht zijn, geldt GRIP-4. Onder leiding van de voorzitter vindt in de regio de crisisbestrijding plaats, de informatievoorziening en de handhaving. De voorzitter is daarmee het bevoegd gezag voor de crisisbestrijding. Voor zover de sturing gerelateerd is aan de Coronacrisis was tot 1 december 2020 uitsluitend de voorzitter van de veiligheidsregio bevoegd.
Dit kwam erop neer dat, indien zich een aangelegenheid voordeed in een gemeente die verband hield met de coronacrisis en bestuurlijke maatregelen nodig waren , met de burgemeesters was afgesproken om als plaatselijke burgemeester meteen in overleg te treden met de voorzitter van de Veiligheidsregio over het gebruiken van bevoegdheden.
1
De Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) leidt en coördineert de geneeskundige hulpverlening bij rampen en crises.
4
Nadrukkelijk heeft het RBT er voor gekozen de voorzitter zijn formele rol in te laten vullen ten aanzien van de handhaving van de noodverordening, maar de burgemeesters stevig te positioneren in hun burgervaderrol bij vraagstukken van lokale aard die voortkomen uit de crisisaanpak.
Uitwerking in de praktijk vóór 1 december 2020 Met gebruikmaking van artikel 7 WPG heeft de minister van VWS de voorzitter van de veiligheidsregio via tweeëntwintig2 zogenaamde Aanwijzingen tot nu toe opgedragen hoe de bestrijding ter hand te nemen, waaronder begrepen het opdragen tot het toepassen van de maatregelen. Concreet kwam het hierop neer dat de voorzitter met gebruikmaking van zijn openbare orde bevoegdheden noodverordeningen heeft vastgesteld, waarin de verplichte aanwijzingen van de minister waren verwerkt. Voor het naleven van deze noodverordeningen was de voorzitter van de Veiligheidsregio verantwoordelijk. Aan de voorkant waren de regionale noodverordeningen, beleidsregels en handhavingsprotocollen door de voorzitter met de burgemeesters, die lid zijn van het Regionaal Beleidsteam, afgestemd. In de praktijk hadden de burgemeesters en voorzitter afstemming over corona gerelateerde incidenten op (boven) lokaal niveau, hetzij bilateraal, hetzij in het RBT. Voor zover sturing gerelateerd is aan de coronacrisis was uitsluitend de voorzitter van de veiligheidsregio het bevoegd gezag.
Noodverordeningen, handhavingsprotocollen en beleidsregels Noodverordeningen Vanaf 12 maart 2020 bij de afkondiging van de intelligente lockdown zijn twintig noodverordeningen vastgesteld. In deze noodverordeningen zijn bij aanvang diverse verboden beschreven om de spreiding van de infectie zoveel mogelijk te voorkomen, overbelasting van het ziekenhuispersoneel te voorkomen en kwetsbare groepen te beschermen. Toen bleek dat het aantal besmettingen en opnames op de IC’s van ziekenhuizen een positief beeld lieten zien zijn eind april voorzichtig versoepelingen gekomen van de beperkende maatregelen. Na elke versoepeling is een nieuwe verordening vastgesteld. Op 1 juni mochten de cafés, restaurants en concert-, film en theaterzalen weer open. Mensen mochten buiten weer bij elkaar komen mits 1,5 meter afstand werd gehouden. In juli mochten de vakantieparken en campings weer open. Er kwam weer meer ruimte voor lokale bestuurders om hun bevoegdheden in te zetten. Toen bleek dat het aantal besmettingen weer te hoog werd zijn door het kabinet halverwege augustus weer beperkende maatregelen afgekondigd. Eén daarvan was dat het aantal gasten dat je thuis per dag mocht ontvangen maximaal zes was. Gezien het hoge aantal besmettingen werden eerst zes veiligheidsregio’s door de minister aangewezen voor nog scherpere maatregelen.
Daarna werd de regio Gelderland-Zuid, samen met zeven andere regio’s, aangewezen waar ook extra maatregelen werden afgekondigd. Op 29 september werden in alle 25 veiligheidsregio’s opnieuw extra maatregelen genomen. Voor de specifieke maatregelen en wanneer deze zijn doorgevoerd verwijs ik u naar de bijgevoegde tijdlijn.
Handhaving Naar aanleiding van de vastgestelde noodverordeningen is telkens bekeken op welke wijze de verordeningen konden worden gehandhaafd. Op welke wijze de handhaving gebeurde was afhankelijk van de fase waarin de bestrijding van het coronavirus zich bevond. Bij aanvang is er voor gekozen om vanaf het begin stevig in te zetten op handhaving. Eerst kregen de overtreders een waarschuwing. Had dit geen effect werd vervolgens niet geaarzeld te verbaliseren. 2
Twee Aanwijzingen golden niet voor de regio Gelderland-Zuid, omdat ze gericht waren op andere veiligheidsregio’s met een luchthaven en waar stringente maatregelen nodig waren, afwijkend van de rest van het land.
5
In het eerste handhavingsprotocol Covid-19 van 1 april 2020 was dit het uitgangspunt. Door deze handhavingsstrategie ontstond de indruk dat mensen zich daardoor snel aan de nieuwe regels zijn gaan houden. Op grond hiervan is handhaving naarmate de crisisbestrijding voortduurde meer naar de achtergrond geschoven en alleen in beeld gekomen bij ernstige overtredingen. In het handhavingsprotocol ”Handhaving Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Gelderland-Zuid” van 11 mei 2020 werd deze benadering beschreven. Handhaving werd niet meer gezien als sturingsinstrument, maar als ultimum remedium. Alleen bij excessen werd opgetreden. Communicatie was het sleutelwoord, het eerste handelingsperspectief. Dit hield ook verband met het gegeven dat er steeds meer versoepelingen van de maatregelen kwamen. Vanaf 1 juni 2020 zijn verdere versoepelingen gevolgd naar aanleiding van het positieve verloop van het aantal besmettingen met het coronavirus. De samenleving werd aangesproken op haar eigen verantwoordelijkheid. De kernboodschap bij de handhaving was vanaf toen: De samenleving is aan zet met eigen verantwoordelijkheid als algemeen uitgangspunt. Alleen samen krijgen we het coronavirus onder controle. Voor de handhavers betekende deze kernboodschap dat anders werd gehandhaafd.
De kernboodschap was: houd 1,5 meter afstand, vermijd drukke plekken en neem hierin je eigen verantwoordelijkheid. Vanuit handhaving controleerden we niet de versoepelingen, maar gingen we met de mensen in gesprek als we zagen dat sprake was van een verboden samenkomst in de publieke ruimte. De Boa’s zijn meer in waarschuwende zin gaan optreden dan het geven van een bekeuring. Wel zijn we opgetreden bij excessen, waarbij de handhaver de professionele ruimte had om te beoordelen wat een exces was. Het beeld was dat de meeste mensen en bedrijven zich in het algemeen goed hielden aan de maatregelen. In de horeca was het op een aantal plekken te druk en/of niet goed geregeld en zijn de uitbaters gewaarschuwd. In de maand september zijn er veel meldingen bij de politie ontvangen over (geluids)overlast en onvoldoende afstand houden. Regelmatig zijn overtredingen geconstateerd in zowel de horeca als in de thuissituatie. Overtreders werden aangesproken op de corona richtlijnen. Het beeld langs de sportcompetitielijnen was dat de anderhalve meter niet overal werd gehandhaafd, maar er waren geen excessen geconstateerd. In de media was er aandacht voor de brandhaard in een café in Nijmegen en besmettingen op scholen. Doordat het aantal besmettingen hoog was werd de handhaving in de laatste twee maanden geprioriteerd.
Er werd met name gehandhaafd op de verboden ten aanzien van: -groepsvorming van meer dan vier personen -het houden van minimaal 1,5 meter afstand tussen drie of meer personen -verbod van het bij zich hebben of aanbieden van alcohol tussen 22.00 uur en 07.00 uur -het verbod van het gebruik van alcohol in de publieke ruimte en bij zich hebben tussen 22.00 uur en 07.00 uur. De mondkapjesplicht in gebouwen en winkels per 1 december werd in het algemeen goed nageleefd in de regio. Politie assisteerde BOA’s waar nodig bij de handhaving van de coronamaatregelen. Vanwege de hoge besmettingen werd de naleving scherp gemonitord. Voor een cijfermatig overzicht van de processen-verbaal van de politie en BOA’s verwijs ik u naar Bijlage 2. Aanwijzingsbesluiten Naast de drie Aanwijzingsbesluiten die reeds in de eerste tussenrapportage zijn beschreven3, zijn in de periode 1 juli tot 1 december geen nieuwe aanwijzingsbesluiten genomen.
Beleidsregels 3
Vanwege de drukte in het Paasweekend werden in bepaalde tijdgedeelten specifieke weggedeelten gesloten voor motoren en fietsers. Voorts werd toezichthouders aangewezen die belast zijn met naleving van de noodverordeningen COVID-19.
6
Tijdens de crisis tot nu toe zijn twee beleidsregels vastgesteld. De eerste regel werd opgesteld om als gemeenten binnen de regio een gezamenlijke lijn te hebben om sportactiviteiten voor jeugdigen tot en met 18 jaar aan te bieden om af te wijken van het eerder gesteld landelijk verbod van buitensporten. De tweede beleidsregel werd gemaakt om tegemoet te komen aan de behoefte van horecaondernemers om toch op een alternatieve manier alcohol te mogen verkopen. Afgesproken was dat deze beleidsregel gold tot 1 juli 2020. Na deze datum is niet opnieuw een uitzondering gemaakt vanwege het hoge aantal besmettingen. Waarschuwingen Er zijn drieëndertig schriftelijke waarschuwingen door de voorzitter van de veiligheidsregio gegeven, omdat ondernemingen zich niet hielden aan de regels zoals vastgelegd in de noodverordening. Bestuursdwang. Elf keer hebben overtredingen van de noodverordeningen geleid tot sluiting van sportscholen en horecagelegenheden. Ontheffingen In de noodverordening COVID-19 van 29 september stond in artikel 2.1, tweede lid, dat het verboden is om in een gebouw samenkomsten te houden voor meer dan 30 personen per afzonderlijke ruimte. In artikel 3.1, tweede lid, van de noodverordening stond dat de voorzitter van dat verbod ontheffing kan verlenen voor samenkomsten in gebouwen van groot belang voor de regio.
Er zijn drie ontheffingen gegeven voor gebouwen die van groot belang zijn. De intentie van deze regelgeving was ook om alleen bij hoge uitzondering ontheffingen toe te staan. Negentwintig aanvragen om in aanmerking te komen voor deze ontheffing zijn niet gehonoreerd. In artikel 2.1a, eerste lid, van de noodverordening COVID-19 van 21 augustus stond dat het verboden was een samenkomst in de publieke ruimte of in een besloten plaats, niet zijnde een woning of een daarbij behorend erf, in het kader van de werving en introductie van studenten van het mbo, hbo en wo te organiseren, te laten organiseren, te laten plaatsvinden of te laten ontstaan. In het tweede lid van dit artikel stond dat de voorzitter van de veiligheidsregio hiervoor ontheffing kon verlenen. Deze ontheffing is vier keer verleend.
Nalevingssituatie Op 12 maart kondigde de regering in aanvulling op eerder afgekondigde hygiënemaatregelen een aantal heftige maatregelen af met het doel de verspreiding van het virus in te dammen en de druk op het ziekenhuispersoneel te verminderen. Door deze maatregelen werd de open maatschappij waardoor Nederland wordt gekenmerkt voor een groot deel op “slot gezet”. Men sprak van een “intelligente Lockdown”. Uit monitoring bleek dat in het algemeen de mensen zich houden aan de maatregelen. Ze gedroegen zich over het algemeen gedisciplineerd en hielden zich aan de anderhalve meter. Slechts op enkele momenten en plaatsen is het drukker geweest dan wenselijk was. De toename van de versoepelingen in mei-juni-juli geven wel het beeld dat het lastiger werd de 1,5 meter afstand te bewaren op specifieke plekken (horeca-inrichtingen, winkelstraten, natuur- en recreatiegebieden, hangplekken jeugd, supermarkten en bouwmarkten). Een ander effect dat optrad door de versoepelingen was dat gemeenten veel vragen kregen wat wel en niet mocht. Dit is ook logisch, omdat er steeds meer een “grijs gebied” kwam, waarin aan de hand van casuïstiek bepaald werd wat wel en niet kon. Nu is te zien dat naarmate de crisis voortduurt en wederom beperkende maatregelen zijn getroffen dat een deel van de mensen het lastiger vindt om de beperkende maatregelen op te volgen.
Dit blijkt onder meer uit de drukke winkelstraten, winkels en tuincentra. Het grootste deel van de bevolking staat echter nog steeds achter de door het rijk en in navolging daarvan de veiligheidsregio genomen maatregelen. De roep om een wenkend perspectief werd in deze periode steeds duidelijker. Een deel van de bevolking wil zien wanneer de beperkingen worden opgeheven en wat de versoepelingen zijn.
7
Ook het economisch belang gaat een grotere rol spelen, waardoor een deel van de bedrijven sterke druk uitoefent op het kabinet om meer versoepelingen toe te staan. Ondanks de toestroom van COVID-19 patiënten in de ziekenhuizen en de werkdruk die dit brengt voor het ziekenhuispersoneel lijkt het alsof voor een klein deel van de maatschappij het gewone leven weer kan worden opgepakt. Tijdens de gehele periode zijn forse inspanningen geleverd op het terrein van communicatie. Via diverse media is telkens aandacht besteed aan de nieuwe coronamaatregelen en is benadrukt het belang van het volgen van de basisgedragsregels. Tevens zijn vele persvragen beantwoord over de gevolgen van de nieuwe maatregelen en zijn Q&A’s opgesteld die mensen konden raadplegen. Deze Q&A’s werden telkens aangepast aan de actuele situatie.
Beschouwende opmerkingen De crisis die deze A-infectieziekte, Covid 19, met zich meebrengt, is er een van ongekend karakter en ongekende omvang. Anders dan bij een zogenaamde “flitsramp”/crisis, waarbij de inzet van de crisisorganisatie erop gericht is het incident zo snel als mogelijk te bestrijden en de normale situatie te herstellen, is deze crisis van langdurige aard en onvoorspelbaar verloop. Van ons allen heeft het veel gevraagd om in saamhorigheid en met begrip voor elkaar om te gaan met de buitengewone bevoegdheidsverdeling en toch in het spoor te blijven van democratisch zorgvuldig, verantwoord en gelegitimeerd handelen. Een onderdeel daarvan was te streven naar eenduidige en goed uitlegbare besluiten ondanks de onbekendheid en onvoorspelbaarheid van de aard en omvang van deze crisis. Dat dit niet altijd makkelijk is bleek uit de vele vragen van het publiek over de regels ten aanzien van diverse beperkende maatregelen en de daarop gebaseerde besluiten. De grootste opdracht was en blijft het nemen van de eigen verantwoordelijkheid van mensen om de beperkende maatregelen na te leven. De regels zorgen niet dat het virus verdwijnt. Dat doet het gedrag van mensen. Juist in de fase, waarin we nu zitten is het noodzakelijk dat we ons gedragen naar de regels.
Hoewel begrijpelijk dat mensen een wenkend perspectief willen zien en licht aan het einde van de tunnel om te zien waar ze het voor doen, is dit nu uiterst lastig te geven.4 De crisis die we nu als samenleving doormaken is onvoorspelbaar en daardoor voor een deel onbekend. Het gedrag van een deel van de mensen is nog steeds niet wat we zouden mogen verwachten, gezien het hoge aantal besmettingen. De druk op het personeel van de ziekenhuizen en het aantal besmettingen van kwetsbare personen die opgenomen zijn in VVT instellingen is nog steeds te hoog. Als gevolg hiervan wordt een deel van de planbare zorg uitgesteld en moeten personen in VVT instellingen in quarantaine. Juist in een levensfase waar je dit niet van oudere of gehandicapte mensen mag verlangen. Vanwege deze situatie is het noodzakelijk dat we als samenleving proberen om met ons gedrag het virus maximaal onder controle te houden.
Hubert Bruls Voorzitter Veiligheidsregio Gelderland Zuid
Bijlage 1 Tijdlijn Bijlage 2 Processen-verbaal politie en BOA’s
4
De rijksoverheid heeft een zogenaamde routekaart gemaakt, waarin per risiconiveau wordt aangegeven welke maatregelen gelden in een regio. De risiconiveaus variëren van waakzaam, zorgelijk, ernstig, zeer ernstig en lockdown. Afhankelijk welk niveau geldt zijn de maatregelen strenger of lichter. Door de onvoorspelbaarheid van de crisis is van tevoren niet duidelijk aan te geven wanneer we teruggaan naar lichtere maatregelen.
8
9