17 Raadsvoorstel Bestuurlijke Evaluatie 2020 Werkzaak Rivierenland
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Onderwerp
Bestuurlijke Evaluatie 2020 Werkzaak Rivierenland
Vergadering
Datum
Agendapunt
Rondetafelgesprek Raadsvergadering
11 februari 2021 4 maart 2021
5 17
Registratienummer Datum collegebesluit Datum presidium Portefeuillehouder Behandelend ambtenaar Programma Fatale termijn Openbaarheid Voorstel genodigden rondetafelgesprek:
Z.051073/160173 26-1-2021 26-1-2021 A.P.M. van Swam J. Hulsen Maatschappelijke zaken Ja Openbaar
Rondetafelgesprek Conclusie
Afgedaan
X Naar raad
Extra RTG
Terug naar college
Openstaande vragen Toezeggingen Overige opmerkingen Bijlagen Bijgevoegd
-
Stukken ter inzage
-
Brief DB Werkzaak Rivierenland d.d. 21 januari 2021 inzake toestemming en besluitvorming wijziging GR Werkzaak Bijlagen behorende bij brief DB Werkzaak Concept raadsbesluit
Voorgesteld besluit 1. 2.
Kennisnemen van de het eindrapport en technische bijlagen, inclusief de conclusies, aanbevelingen en technische specificaties in de rapporten; Het college op grond van artikel 51, tweede en derde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen toestemming te verlenen tot het wijzigen van de in de bijlage Concept-aanpassing gemeenschappelijke regeling (memo Berenschot) benoemde artikelen van de gemeenschappelijke regeling Werkzaak Rivierenland.
Onderwerp Bestuurlijke Evaluatie 2020 Werkzaak Rivierenland Toelichting 1. Aanleiding Sinds 1 januari 2016 voert Werkzaak Rivierenland de Participatiewet uit voor o.a. de gemeente West Maas en Waal. Werkzaak is een Gemeenschappelijke Regeling (GR) waar de uitvoering van het basispakket van wettelijke taken en daarbij behorende bevoegdheden is neergelegd. Zoals gebruikelijk zijn de samenstelling van de bestuursorganen en de financiële bepalingen (begroting, jaarrekening e.d.) in de GR opgenomen. In 2019 heeft een gedeeltelijke (vervroegde) evaluatie plaats gevonden van de GR Werkzaak Rivierenland, de uitvoeringsorganisatie voor de Wsw en/of Participatiewet voor de gemeenten in de regio Rivierenland. Daarnaast heeft de gemeente Tiel in 2019 aangegeven het niet eens te zijn met de financiële verdeelsystematiek, en dat aanpassing daarvan noodzakelijk is wil Tiel deel blijven uitmaken van de GR. Om met de aanbevelingen van de gedeeltelijke evaluatie als ook het signaal van Tiel aan de slag te gaan, heeft het Dagelijks Bestuur (DB) van Werkzaak eind 2019 een bestuurlijke agenda 2020 opgesteld. Het Algemeen Bestuur (AB) van Werkzaak Rivierenland heeft daar op 5 december 2019 mee ingestemd. Tevens is toen ingestemd met de inzet van een externe procesbegeleider. De bestuurlijke agenda behelst de volgende thema’s: 1. De verdeelsystematiek; daarbij gaat het om a.
De verdeling van de gemeentelijke financiële bijdrage aan Werkzaak Rivierenland, waarbij de volgende geldstromen onderscheiden worden: o BUIG-budget o SWbudget o Participatiebudget o Prestaties en kosten, waaronder de overhead en Inleenvergoeding b. Deelname gemeenten: de inbreng op doelgroepen SW en Participatiewet voor alle deelnemende gemeenten. 2. Governance; daarbij gaat het om a. De ambtelijke overlegstructuur b. Businesscase-denken c. Stemverhouding in het DB en AB d. Samenstelling en bemensing in het DB en het AB De begeleiding van het proces is gegeven aan Berenschot. Hun rol in dit traject was tweeledig. Enerzijds trad Berenschot op als procesbegeleider voor het traject van de Bestuurlijke Agenda. Anderzijds was Berenschot als inhoudelijk expert op het gebied van (uitvoering van) de Participatiewet en de Wsw. De opdracht aan Berenschot luidde als volgt: “Het met Berenschot te doorlopen traject moet leiden tot een rapportage met daarin een beschrijving van de problematiek, de mogelijke oplossingen, de weging van de mogelijke oplossingen en een advies over de te kiezen oplossing. Er is draagvlak voor het advies bij de deelnemende gemeenten”. Uiteindelijk is de opdracht in vijf sporen uitgewerkt: 1. Financiële verdeling (incl. afspraken over klantgroepen) 2. Governance en aanpassing GR 3. Specificeren kosten uitvoering Wsw 4. Businesscase-denken 5.
Ambtelijke overlegstructuren.
Het proces is vorm gegeven door het instellen van een Bestuurlijke commissie (BC). Hierin zaten alle leden van het Algemeen Bestuur van Werkzaak. Daarnaast was een Ambtelijke Commissie (AC) ingesteld die delen van de opdracht uitwerkt en als bestuurlijk adviseur (klankbord) optreedt. Op 7 januari 2021 heeft het DB van Werkzaak het eindrapport met bijlagen van Berenschot ontvangen. Hierin zijn de resultaten van spoor 1 t/m 5 opgenomen. Dit heeft geleid tot een voorstel aan het Algemeen bestuur dat op 21 januari 2021 daarvoor bij elkaar is gekomen. Zij heeft op 21 januari 2021 het voornemen uitgesproken om te komen tot aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling. Deze aanpassingen vloeien voort uit de conclusies en aanbevelingen die zijn vastgesteld op basis van de Bestuurlijke Evaluatie 2020. Het betreft het verankeren van de nieuwe financiële verdeelsystematiek en de overgang van de begeleiding van de doelgroep klantprofiel 4 van gemeenten naar Werkzaak Rivierenland. De tekst van de GR moet hierop worden aangepast. Van de gelegenheid is ook gebruik gemaakt om de tekst van de regeling weer up-to-date te brengen. 2. Beoogd effect Het doel van dit voorstel is tweeledig. Allereerst het kennisnemen van het eindrapport en technische bijlagen, inclusief de conclusies, aanbevelingen en de technische specificaties in de rapporten.
Ten tweede ons college toestemming te verlenen tot het wijzigen van de tekst van de gemeenschappelijke regeling Werkzaak Rivierenland. 3. Argumenten 1.1. Heldere en getrouwe weergave van de uitkomsten van de Bestuurlijke Agenda 2020 De opgeleverde eindrapportage (met bijlagen) geeft op alle onderdelen een juiste (getrouwe) weergave van de vele discussies die bestuurlijk binnen de Bestuurscommissie zijn gevoerd. De belangen van de in de Bestuurscommissie vertegenwoordigde gemeenten zijn zorgvuldig gewogen. Bij de bestuurders is – na uitvoerige discussie – een gezamenlijk draagvlak voor de conclusies en aanbevelingen in het rapport. Veelal is dit vooraf gegaan door bespreking van de tussenrapportages in de college-vergaderingen van de aan de GR deelnemende gemeenten. Zoals in elk bestuurlijk besluitvormingsproces is er in de rapportage een goede balans bewerkstelligd tussen het gezamenlijk (Werkzaak) belang en het individueel (gemeentelijk) belang. In alles stond (en staat) het realiseren van een actueel fundament voor Werkzaak Rivierenland centraal, waardoor zij voorbereid is op toekomstige ontwikkelingen die de meerwaarde van samenwerking onderstrepen. Verder is nauw gelet op het beperken (of beheersbaar maken) van de financiële risico’s voor de gemeenten binnen het domein “werk en inkomen”.
Ook is kritisch met elkaar gekeken naar de omgevingsfactoren (zoals de overlegstructuren) en bedrijfsvoeringsaspecten (businesscase-denken) van de GR. 2.1 Gemeentelijke uitgaven (en risico’s) zijn beter voorspelbaar De keuze die verwoord is in het voorkeursscenario biedt een aantal voordelen. Dit betekent dat voor het voormalige SW bedrijf het profijtbeginsel van kracht wordt (alleen degene die profiteert van de dienst, betaalt er voor). Voor de uitvoering van de taken van de P-wet wordt het solidariteitsprincipe toegepast. Daarnaast worden de grondslagen voor de gemeentelijke bijdragen zodanig vastgesteld dat alle gemeenten tijdig duidelijkheid hebben over de financiële consequenties van o.a. budget- en klantontwikkelingen en uiteraard de bedrijfsprestaties. Het grootste voordeel is dat de gemeentelijke lasten (en baten) veel meer voorspelbaar zijn (op een eerder moment in het kalenderjaar) waardoor de financiële risico’s van tegenvallers bij de Jaarrekening vele malen kleiner zijn.
2.2
Gemeenten dragen bij in de kosten voor de onderdelen waarvoor men participeert binnen de GR. Het financiële verdeelmodel dat in het voorkeursscenario wordt voorgesteld (Sw-bedrijf volgens het profijtbeginsel en de uitvoering van de P-wet volgens het solidariteitsprincipe), maakt een veel striktere verdeling in de kosten en opbrengsten tussen enerzijds het voormalige SW-bedrijf Lander en de uitvoering van de Participatiewet. De deelnemers worden dus uitsluitend geconfronteerd met het resultaat van dat onderdeel waarvoor aan de GR wordt deelgenomen. Dit geldt in het bijzonder voor de Buren en Neder-Betuwe (alleen oud Sw) en West Maas en Waal (alleen P-wet). Verder wordt ingespeeld op effecten die opteren door het afnemend aantal kandidaten dat binnen het SW-bedrijf werkzaam is en gezamenlijk vormgeven van de opdracht (in plaats van een ontbinding en afzonderlijke inrichting). 2.3
Businesscase denken draagt bij aan een bedrijfseconomische benadering van de maatschappelijke opdracht. In toenemende mate wordt in het maatschappelijk verkeer de vraag gesteld of een organisatie wel efficiënt en effectief handelt. Door het invoeren van een businesscasemodel wordt in tegenstelling tot nu de mogelijkheid gecreëerd tot het genereren van kengetallen. Door deze te laten aansluiten bij de landelijke kengetallen (benchmark van o.a. DIVOSA) ligt de focus van de bestuurlijke discussie op die aspecten die bijdragen aan de effectiviteit en de efficiency. Nu wordt de discussie nog sterk beïnvloedt door gevoelens en emoties. 2.4
Bestuurlijke verhoudingen en ambtelijke ondersteuningsstructuur moeten bijdragen aan de kwaliteit van besluitvorming binnen het AB van Werkzaak. In de eindrapportage wordt geconcludeerd dat de stemverhouding binnen de GR géén aanpassing behoeft (en dus blijft: 1 stem per gemeente). Daarbij wordt – zoals ook nu het geval is – het model gehanteerd waarin voor bepaalde onderwerpen sprake moet zijn van unanimiteit of een gekwalificeerde meerderheid. Ook behoeft er geen aanpassing plaats te vinden in de wijze waarop het DB uit het midden van het AB toe stand komt. De huidige ambtelijke ondersteuningsstructuur schiep de nodige onduidelijkheid (wat is hun rol, wat voegt het toe, waarvoor is wie aan zet). In het eindrapport en de bijlagen is hiervoor een helder en werkzaam construct gerealiseerd. Overlegplatformen zijn daarbij in proces verhelderd en zo nodig opgeheven. Het is van belang om te constateren dat de WMW-se invloed op de besluitvorming binnen de GR niet is verminderd.
3.1 De tekst van de GR is weer up-to-date. De instemming met de eindrapportage en de daarin opgenomen conclusies en aanbevelingen leidt er o.a. toe dat de bestaande Gemeenschappelijke Regeling moet worden gewijzigd. Gelijktijdig worden een aantal verouderde bepalingen verwijderd dan wel geactualiseerd. Dit betekent wel dat de colleges aan de gemeenteraden een voorstel moet doen voor het verkrijgen van toestemming. Dit proces begint formeel te lopen nadat het Algemeen Bestuur op 21 januari 2021 tot een besluit is gekomen. Voor een wijziging van de tekst van de GR is wel unanimiteit van alle gemeenten noodzakelijk. 4. Kanttekeningen De Bestuurlijke Commissie heeft zich – bij de start - ten doel gesteld om te komen tot een advies dat door alle deelnemende gemeentebesturen kan worden onderschreven. Deze brede steun draagt bij aan het leggen op de focus die er toe doet. Het efficiënt en effectief uitvoeren van de opdragen taken en realiseren van de ambities (doelstellingen) die zijn geformuleerd in het Meerjarenbeleidsplan 2020-2023. Het ontbreken van een breed draagvlak draagt hier zeker niet aan bij
Risico’s Ja, juridisch / financieel.. 5. Financiën In de volgende tabel is aangegeven welke veranderingen zich gaan voordoen in de berekening van de gemeentelijke bijdragen. Was Wordt Bijstand De vergoedingen voor bijstand Gemeenten brengen hun volledige worden momenteel op basis van bijstandsbudget (BUIG) in voor de realisaties afgerekend met de verdeling van de gemeentelijke deelnemende gemeenten. bijdragen. Dit gebeurt in fases. De eerste stap per 2022 en de laatste op 2025 (ingroei-model). Re-integratie
Gemeenten hevelen 95% van hun re-integratiebudgetten over, zoals opgenomen in het gemeentefonds (integratieuitkering sociaal domein en cluster inkomen en participatie in de algemene uitkering in het gemeentefonds) 5% van de budgetten blijft achter bij de gemeenten voor de financiering van de re-integratie van klantgroep 4, waarvoor de gemeenten zelf verantwoordelijk zijn
Wsw Niet relevant voor WMW)
Gemeenten vergoeden de Wswloonkosten die specifiek voor hun gemeente worden gemaakt. Voorts telt het aantal Wsw-ers mee voor de verdeling van de totale bedrijfsvoeringskosten (zie ook de volgende post).
Uitvoering Participatiewet
Gemeenten betalen een bijdrage voor de bedrijfsvoering naar rato van het aantal cliënten. Het aantal cliënten is gelijk aan de som van
Deze systematiek verandert zodra de gemeenten de dienstverlening aan de doelgroep met klantprofiel 4 door Werkzaak laten uitvoeren. Deze overdracht vindt plaats tussen 2021 en 20205. Vanaf de overdracht dragen zij 100% van het Participatiebudget af in plaats van 95% (voor de basisdienstverlening). Voor dienstverlening die uitkomt boven het basispakket, worden afzonderlijke bekostigingsafspraken gemaakt. Afgesproken is dat WMW als eerste vanaf 1-1-2021 hiervan gebruikt maakt. Gemeenten vergoeden evenals in het huidige systeem, de Wswloonkosten. Daarnaast betalen ze een vergoeding voor de bedrijfskosten die specifiek aan de Wsw kunnen worden toegerekend, verminderd met de bedrijfsopbrengsten die aan de Wsw kunnen worden toegerekend. Gemeenten die naast de Wsw niet voor de Participatiewet participeren in de samenwerking, betalen een toeslag van jaarlijks nominaal €1.000,- per Wsw-er per jaar. De toeslag wordt niet geïndexeerd. Gemeenten brengen het basisbedrag voor de uitvoering in, dat zij ontvangen via het cluster inkomen en participatie in de
het aantal bijstandsgerechtigden, mensen met een loonkostensubsidie en Wsw-ers. Verschil met de totale (netto) uitgaven van WZR
Het totaal van de bedragen hiervoor telt op tot het totale bedrag op de begroting van Werkzaak (de grote geldstromen worden één-opéén afgerekend, en de bedrijfsvoeringskosten naar rato verdeeld over de gemeenten. Er is dus geen verschil tussen de inbreng van gemeenten met het totaal bedrag op de begroting.
Totaal gemeentelijke bijdrage
De bedragen hierboven tellen op tot het totaal aan gemeentelijke bijdragen.
algemene uitkering in het gemeentefonds. De berekeningssystematiek wordt gebaseerd op LIAS PAUW. Op de onderdelen hiervoor kunnen verschillen ontstaan tussen het bedrag dat gemeenten inbrengen vanuit de rijksvergoeding en het bedrag dat gerealiseerd wordt op de begroting van Werkzaak Rivierenland. Het totaal van deze verschillen wordt verdeeld op basis van het aantal cliënten (som van aantal bijstandsgerechtigden en aantal loonkostensubsidies op grond van de Participatiewet). De bedragen hierboven tellen op tot het totaal aan gemeentelijke bijdragen.
Deze veranderingen leiden (op basis van de cijfers Bestuursrapportage 2020) tot het volgende financiële resultaat: West Maas en Waal
West Betuwe
Zaltbomm el
Totaal
0
3.217.500
3.245.900
22.041.000
Buren
Culembor g
Maasdriel
NederBetuwe
Tiel
2.135.700
3.201.100
1.612.100
1.274.900
7.353.800
1 op 1 vergoedingen
0
113.100
48.600
0
220.900
37.500
90.700
68.900
579.700
Re-integratiebudget
0
846.361
257.697
0
2.220.264
205.067
441.637
303.878
4.274.904 3.382.000
Gemeente Huidige gemeentelijke bijdrage Loonkosten Wsw
Inleenvergoeding Restant o.b.v. aantal klanten Totaal gemeentelijke bijdragen Nu
0
587.504
287.518
0
1.320.234
244.610
566.601
375.533
190.949
1.523.046
753.188
104.567
3.400.711
505.409
1.454.849
1.050.977
8.983.696
2.326.649
6.271.111
2.959.102
1.379.467
14.515.909
992.586
5.771.287
5.045.188
39.261.300
0
846.361
257.697
0
2.220.264
205.067
441.637
303.878
4.274.904
Nieuwe gemeentelijke bijdrage Re-integratiebudget Cluster I&P Wsw-bijdrage Restant o.b.v. aantal klanten Totaal gemeentelijke bijdragen
Herverdeeleffect
0
1.265.399
702.456
0
2.668.110
582.530
1.398.108
888.299
7.504.903
2.267.219
3.278.035
1.651.699
1.346.922
7.521.247
0
3.288.213
3.314.350
22.667.685
0
836.231
409.241
0
1.879.170
348.168
806.477
534.519
4.813.807
2.267.219
6.226.026
3.021.094
1.346.922
14.288.792
1.135.766
5.934.435
5.041.046
39.261.300
-59.430
-45.085
61.992
-32.545
-227.117
143.180
163.148
-4.142
0
Onderstaande tabel laat het effect zien in duizend euro per gemeente en het effect als percentage van de huidige gemeentelijke bijdrage (cijfers Bestuursrapportage 2020).
Ingroeimodel van huidige naar nieuwe verdeelsystematiek De gemeenten in de regio van Werkzaak Rivierenland geven er de voorkeur aan om de voorkeursvariant niet direct, maar in vier jaar, te beginnen in 2022 in te voeren. De systematiek voor de Wsw wordt meteen in 2021 toegepast. Dit geeft het volgende beeld: Jaar Verdeling Wsw Verdeling Participatiewet 2021 100% volgens nieuwe verdeling 100% volgens huidige verdeling 2022 100% volgens nieuwe verdeling 75% volgens huidige verdeling / 25% volgens nieuwe verdeling 2023 100% volgens nieuwe verdeling 50% volgens huidige verdeling / 50% volgens nieuwe verdeling 2024 100% volgens nieuwe verdeling 25% volgens huidige verdeling / 75% volgens nieuwe verdeling 2015 100% volgens nieuwe verdeling 100% volgens nieuwe verdeling Dat leidt ertoe dat de herverdeeleffecten zoals hiervoor berekend, geleidelijk worden geëffectueerd. De gemeenten kunnen in hun eigen Begroting en Meerjarenperspectief anticiperen op de effecten van de veranderde verdeling. De volgende grafiek laat de jaarlijkse herverdeeleffecten (op basis van de cijfers Bestuursrapportage 2020) in euro’s zien.
Aan het voorkeursscenario zijn uiteraard voor- en nadelen verbonden. Voor West Maas en Waal kan als grootste nadeel worden genoemd de op termijn hogere bijdrage aan Werkzaak
Rivierenland. Als grote voordeel kan worden gewezen op de substantiële vermindering van het risico op ontoereikendheid van de rijksbudgetten (de BUIG-gelden). In de afgelopen jaren zijn we nl. zeer geregeld geconfronteerd met een tekort hierop. Het gaat daarbij om substantiële bedragen. In de afgelopen 10 jaren (2010 t/m 2019) had West Maas en Waal maar liefst 8 keer een tekort en slechts 2 keer een overschot op het BUIG-budget, variërend van – 28% naar + 9%. Het gemeentelijke budget voor 2020 bedraagt ca. 3,2 milj. Een tekort kan dus al heel snel oplopen tot enkele honderdduizenden euro’s. In de gemeentelijke P&C-documenten zullen we de financiële effecten van de uitkomsten van de Bestuurlijke agenda 2020 en de gekozen ingroei gedurende de jaren 2022 t/m 2025 voor u inzichtelijk maken. Dat zullen we doen op basis van de voor het betreffende jaar (voorlopig) toegekende Rijksbudgetten en verwachte lasten. Opmerking: In het eindrapport en de bijlagen is de financiële vertaling opgenomen voor de individuele gemeenten op basis van de cijfers weergegeven in de Bestuursrapportage 2020. Zowel de kosten als de rijksbijdragen zijn echter sterk onderhevig aan veranderingen. De kosten worden met name beïnvloed door de ontwikkelingen van het klantenpotentieel als gevolg van de Covid-19 pandemie.
Een toenemend aantal inwoners dat aangewezen is op een bijstandsuitkering leidt direct tot hogere uitkeringslasten. De Rijksbijdragen worden beïnvloed door maatregelen van de Rijksoverheid (wat wordt als macrobudget beschikbaar gesteld) en de verandering van de verdeelmethodiek van het macrobudget die is voorzien voor 2022. Dit alles maakt dat het feitelijk niet mogelijk is om een meerjarig effect van de keuze te presenteren. Daarom is het van belang dat vooraf is vastgesteld op welke wijze de ingroei gaat plaatsvinden. Het reproduceren van het voorgaande overzicht met de cijfers 2023 kan op individueel niveau nl. leiden tot een volledig andere uitkomst (door bijv. gewijzigde rijksbijdragen, veranderde bedrijfsopbrengsten, etc.). 6. Communicatie Eerst nadat door alle gemeenten is ingestemd met de wijziging van de tekst van de gemeenschappelijke regeling zal Werkzaak Rivierenland overgaan tot publicatie. Pas na publicatie, zal de gewijzigde regeling van kracht worden. 7. Aanpak en planning 7.1. Aanpak en planning Om de raadsleden beslagen (onderlegd) deel te kunnen laten nemen aan het webinar over dit onderwerp op 10 februari 2021, zijn de stukken (direct na ontvangst op de 22e januari) aan de griffie ten behoeve van uw raad doorgezet. Op 26 januari 2021 heeft ons college haar standpunt over dit onderwerp ingenomen en vervat in dit raadsvoorstel.
Aansluitend op het besluit van uw raad zullen wij het bestuur van de GR Werkzaak Rivierenland van de instemming met de wijziging in kennis stellen. 7.2. Evaluatie n.v.t. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van West Maas en Waal, De gemeentesecretaris, De burgemeester,
P.G. (Perry) Arissen
V.M. (Vincent) van Neerbos