17 Raadsvoorstel adviesrecht en participatie Omgevingswet 2022 (2)
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Onderwerp
Adviesrecht en participatie Omgevingswet 2022
Vergadering
Datum
Agendapunt
Rondetafelgesprek Raadsvergadering
11 januari 2022 27 januari 2022
4 17
Registratienummer Datum collegebesluit Datum presidium Portefeuillehouder Behandelend ambtenaar Programma Fatale termijn Openbaarheid Voorstel genodigden rondetafelgesprek:
Z.063199 / 63199 9-11-2021 7-12-2021 J.E.M. Mol van Mil Wonen, werken en recreëren Openbaar
Rondetafelgesprek Conclusie Openstaande vragen Toezeggingen Overige opmerkingen Bijlagen bij dit voorstel Stukken ter inzage
Afgedaan
-
x Naar raad
Extra RTG
Terug naar college
Concept raadsbesluit
Voorgesteld besluit 1. De in dit raadsbesluit opgenomen lijst met activiteiten, waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, conform artikel 16.15a onder b Omgevingswet, vast te stellen; 2. Participatie verplicht te stellen voor dezelfde activiteiten als opgenomen in de onder beslispunt 1 genoemde lijst, conform artikel 16.55 lid 7 Omgevingswet; 3. Dit besluit in werking te laten treden met ingang van de dag waarop de Omgevingswet in werking treedt; 4. Dit besluit te evalueren binnen 1 jaar na in werking treden van de Omgevingswet. Lijst van activiteiten adviesrecht buitenplanse omgevingsplanactiviteit (artikel 16.15a, onder b Omgevingswet) 1. Wonen a. Het toevoegen van 5 of meer woningen binnen de bebouwde kom; b. Het toevoegen van een woongebouw met meer dan 3 bouwlagen; c. Het toevoegen of bouwen van 1 of meer woningen buiten de bebouwde kom. 2. Horeca en detailhandel: a. Het oprichten, veranderen of uitbreiden van horeca of detailhandel buiten de bebouwde kom; b. Het oprichten, veranderen of uitbreiden van horeca binnen de bebouwde kom 3. Sport, maatschappelijk en recreatie: a. De realisatie van grootschalige maatschappelijke voorzieningen (zoals MFA’s); b. De realisatie van sportinfrastructuur, waaronder sportparken en –hallen;
c. 4.
5.
6.
7.
8.
9.
Alle projecten t.b.v. intensieve dag- en verblijfsrecreatie, inclusief de daarbij behorende voorzieningen, zoals recreatieterreinen en campings. Bedrijven a. Het oprichten, veranderen of uitbreiden van een bedrijf buiten een bedrijventerrein; b. Het oprichten, veranderen of uitbreiden van alle bedrijven met milieucategorie 3 of hoger. Agrarisch a. Het oprichten, veranderen of uitbreiden van een agrarisch bouwvlak van meer dan 2 hectare. Duurzame energie a. De realisatie van 1 of meerdere windmolens; b. De realisatie van een zonnepark van minimaal 1 hectare; c. Het opwekken en/of de opslag van andere vormen van energie, dit met uitzondering van het opwekken en de opslag van energie t.b.v. 1 woning Infra en nuts a. De realisatie van grootschalige bovengrondse en ondergrondse infrastructurele (kunst)werken. Grootschalig grondverzet a. Grootschalig grondverzet als bedoeld in het door de raad vastgestelde beleidskader grootschalig grondverzet. Gevoelige onderwerpen a. Indien - naar mening van het college - sprake is van maatschappelijke onrust of anderszins politiek gevoelige initiatieven;
Onderwerp
Adviesrecht en participatie Omgevingswet 2022
Toelichting 1. Aanleiding In de huidige regelgeving (Wabo) geldt dat bij een aanvraag om omgevingsvergunning die in strijd is met het bestemmingsplan en die niet verleend kan worden met een binnenplanse afwijking of met een kruimelvergunning, de uitgebreide procedure van toepassing is. Daarover besluit de raad met een zogenoemde "verklaring van geen bedenkingen", waarna het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning kan verlenen. In 2017 heeft de raad een lijst opgesteld met categorieën van gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen noodzakelijk is. Het college van burgemeester en wethouders verleent in die gevallen de omgevingsvergunning zonder verklaring van geen bedenkingen. In de Omgevingswet, die naar verwachting op 1 juli 2022 in werking treedt, verandert dit. De raad krijgt een bindend adviesrecht. De gemeenteraad geeft advies over die buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, waarvan de raad zelf heeft vastgelegd hiervoor gebruik te willen maken van het adviesrecht. Het college kan zo’n aanvraag in dat geval dus niet zelfstandig afdoen. In samenhang hiermee is participatie een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Bij een omgevingsvergunning moet de aanvrager aangeven of hij omwonenden bij de aanvraag betrokken heeft. En hij moet duidelijk maken wat er uit die participatie is gekomen.
De aanvrager mag zelf weten op welke manier hij de belanghebbenden bij de aanvraag betrekt. De raad kan participatie verplichten als iemand een vergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aanvraagt. Dat zijn activiteiten die niet in het Omgevingsplan staan. Hierover heeft dus nooit eerder participatie plaatsgevonden. De gemeenteraad kan categorieën van gevallen aanwijzen waarvoor deze verplichting geldt. In dit besluit is een voorgestelde lijst opgenomen met activiteiten waarvoor onder de Omgevingswet het adviesrecht van de raad geldt. Het voorstel is om in diezelfde categorieën van gevallen participatie verplicht te stellen. 2. Beoogd effect Een vastgestelde lijst van activiteiten waarvoor de raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten onder de Omgevingswet een bindend advies uitbrengt. En waarvoor participatie verplicht wordt gesteld. Argumenten 1.1. De verklaring van geen bedenkingen komt te vervallen.
In de huidige wetgeving (Wabo) besluit de raad over een omgevingsvergunning die niet past in het bestemmingsplan door middel van een zogenoemde "verklaring van geen bedenkingen", waarna het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning kan verlenen. De verklaring van geen bedenkingen vervalt voor de omgevingsvergunningaanvragen die ingediend worden onder de Omgevingswet. Daarvoor in de plaats komt het adviesrecht van de raad voor bepaalde buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Een besluit hierover is noodzakelijk voor de uitvoering van de nieuwe wet. 2.1. De aangewezen categorieën van gevallen hebben een duidelijk effect op de fysieke leefomgeving. Voor de lijst van activiteiten voor het adviesrecht is uitgangspunt de mate waarin deze activiteiten een ruimtelijke impact hebben. Een impact die verder gaat dan dat wat al in bestaand beleid of bestaande visies en plannen is vastgelegd. Deze activiteiten hebben vaak ook een duidelijke ruimtelijke uitstraling. En raken bijvoorbeeld de belangen van omwonenden. Het ligt daarom voor de hand om in dezelfde categorieën van gevallen participatie verplicht te stellen. 2.1. De omgevingswet treedt naar verwachting in werking op 1 juli 2022. Met ingang van 1 juli 2022 treedt de Omgevingswet in werking. De verklaring van geen bedenkingen komt dan te vervallen.
Op dat moment moet duidelijk zijn over welke aanvragen omgevingsvergunningen, die strijdig zijn met het omgevingsplan, de raad wenst te adviseren. 3.1. Na in werking treden van de Omgevingswet en implementatie kan behoefte ontstaan aan het wijzigen of aanvullen van de lijst. Het adviesrecht heeft een andere vorm en inhoud dan de huidige verklaring van geen bedenkingen. Ook geldt een andere (kortere) procedure voor de omgevingsvergunning onder de Omgevingswet. Dat is voor iedereen nieuw. In de praktijk blijkt straks hoe het adviesrecht werkt en of het werkt conform verwachting. Daarom is het advies om de voorgestelde lijst binnen een jaar na in werking treden van de Omgevingswet te evalueren. 4. Kanttekeningen Niet van toepassing. 5. Financiën Dit besluit heeft geen financiële gevolgen. 6. Communicatie Niet van toepassing. 7. Aanpak en planning Met dit voorstel anticiperen we op het in werking treden van de Omgevingswet, zodat het adviesrecht van de raad vastgelegd is. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, gaat het adviesrecht van de raad volgens de lijst werken. Op het moment dat vergunningen worden ingediend die strijdig zijn met het "tijdelijke omgevingsplan" en vallen binnen de activiteiten die zijn benoemd in de lijst van de raad, worden deze voor advies voorgelegd aan de raad, voordat het college een omgevingsvergunning kan verlenen.
Burgemeester en wethouders van West Maas en Waal,
P.G. (Perry) Arissen gemeentesecretaris
V.M. (Vincent) van Neerbos burgemeester