16.2 regels vast te stellen bestemmingsplan
Tekst van het document
Titel, Opdrachtgever
pagina 1
Titel, Opdrachtgever
pagina 2
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3 Regels Gemeente West Maas en Waal
Colofon Titel:
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3
Auteur(s):
Roel Mennen
Gemeente:
West Maas en Waal
Projectnaam:
Kloosterhof fase 3
Projectnummer:
REG01-20038-01g
Datum:
16 september 2021
Status:
Vastgesteld
Contactadres voor deze publicatie:
Accent adviseurs Luchthavenweg 13E 5657 EA EINDHOVEN T 040 – 30 300 95 E contact@accentadviseurs.nl I www.accentadviseurs.nl
Niets gebeurt zomaar. Niets is vanzelfsprekend.
Ons denken en handelen maakt dat we met de wetenschap van nu alle projecten toekomstbestendig opleveren. 100% in dienst van de maatschappij en opdrachtgever.
Vooruit denken en vooruit zien.
Dat is niet alleen de ambitie van Accent adviseurs, het is wat we zijn.
Accent adviseurs, voor goed
© Accent adviseurs, Eindhoven. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, microfilm of op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van Accent adviseurs
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3, gemeente West Maas en Waal
pagina 2
Inhoudsopgave H1 Inleidende regels
4
Artikel 1 Begrippen
4
Artikel 2 Wijze van meten
10
H2 Bestemmingsregels
11
Artikel 3 Groen
11
Artikel 4 Verkeer
13
Artikel 5 Woongebied
14
Artikel 6 Waarde – Archeologie 2
20
H3 Algemene regels
22
Artikel 7 Anti-dubbeltelregel
22
Artikel 8 Algemene bouwregels
22
Artikel 9 Algemene afwijkingsregels
23
H4 Overgangs- en slotregels
25
Artikel 10
Overgangsrecht
25
Artikel 11
Slotregel
25
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3, gemeente West Maas en Waal
pagina 3
H1 Inleidende regels Artikel 1
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder:
1.1
Plan
Het bestemmingsplan ‘Wamel, Kloosterhof fase 3’ met identificatienummer NL.IMRO.0668.WAMKlosterhoffase3-BA1 van de gemeente West Maas en Waal.
1.2
Bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en bijlagen.
1.3
Aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.4
Aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
1.5
Aaneengebouwde woning
een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van meer dan twee aaneengebouwde woningen, niet zijnde een gestapelde woning;
1.6
Afhankelijke woonruimte
een onderdeel van het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is;
1.7
Bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
1.8
Bed and breakfast
een activiteit ondergeschikt aan een woning die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van nachtverblijf voor korte tijd en waarbij het verstrekken van maaltijden en/of dranken aan de logerende gasten (daaraan) ondergeschikt is;
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3, gemeente West Maas en Waal
pagina 4
1.9
Bedrijf aan huis
een bedrijf of het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk, waaronder een kappersbedrijf, dat door de gebruiker van een woning in die woning of een bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Detailhandel valt hier niet onder;
1.10
Beroep aan huis
een dienstverlenend beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door de gebruiker van een woning in die woning of een bijbehorend bouwwerk uitgeoefend wordt, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Detailhandel valt hier niet onder;
1.11
Bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak;
1.12
Bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
1.13
Bevoegd gezag
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;
1.14
Bijbehorend bouwwerk
hieronder worden begrepen: aanbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag al dan niet met kap, een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) als in functioneel opzicht ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw, een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt en uit minimaal 2 gesloten wanden bestaat;
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3, gemeente West Maas en Waal
pagina 5
aangebouwd bijbehorend bouwwerk: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag al dan niet met kap, een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) als in functioneel opzicht ondergeschikt is aan en niet in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw, een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt en uit minimaal 2 gesloten wanden bestaat;
vrijstaand bijbehorend bouwwerk: een vrijstaand gebouw dat zowel in bouwkundig (constructie) architectonisch en/of ruimtelijk visueel (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) als in functioneel opzicht ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en uit minimaal 2 gesloten wanden bestaat;
1.15
Bouwen
plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk;
1.16
Bouwlaag
een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en ruimte onder de kap;
1.17
Bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing behorende bij één woning is toegelaten. Bij woningen betreft dit het gehele perceel inclusief voor- en zijtuinen;
1.18
Bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel;
1.19
Bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
1.20
Bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
1.21
Carport
een bouwwerk, al dan niet een gebouw zijnde, die dient voor de stalling van een motorvoertuig;
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3, gemeente West Maas en Waal
pagina 6
1.22
Flexwoning
woningtype met het complete woonprogramma op de begane grond, met uitzondering van een bergruimte op zolder;
1.23
Gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.24
Gestapelde woningen
boven dan wel beneden en/of naast elkaar gesitueerde woningen waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is;
1.25
Hoofdgebouw
en gebouw dat, gezien zijn bestemming, vorm of gebruik, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt; waaronder begrepen een uitbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) als in functioneel opzicht ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw, een vergroting van een bestaande ruimte inhoudt en uit minimaal 2 gesloten wanden bestaat; met uitzondering van bijbehorende bouwwerken;
1.26
Huishouden
een persoon of groep van personen, die duurzaam een gemeenschappelijk huishouden voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling;
1.27
Inwoning
het bewonen van een woonruimte die deel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen, met dien verstande dat woningsplitsing en/of kamerbewoning niet toegestaan is;
1.28
Kap
een geheel of gedeeltelijke niet horizontale dakconstructie gevormd door ten minste twee schuin hellende dakschilden met een helling van elk ten minste 15° en ten hoogste 70°;
1.29
Kamerbewoning
onzelfstandige woonvorm waarbij sprake is van woonruimte die geen eigen toegang heeft en waarbij de bewoner afhankelijk is van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen (keuken, douche en/of toilet) buiten die woonruimte;
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3, gemeente West Maas en Waal
pagina 7
1.30
Kunstwerk
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van wegen en waterlopen, zoals een brug, duiker of viaduct, alsmede beeldende kunst;
1.31
Mantelzorg
het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband;
1.32
Omgevingsvergunning
vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
1.33
Ondergronds bouwwerk
een gebouw, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen beneden peil;
1.34
Overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak;
1.35
Peil
voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld;
1.36
Seksinrichting
de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotischpornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;
1.37
Straatmeubilair
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals draagconstructies voor reclame, voorwerpen van beeldende kunst, vitrines, zitbanken, bloembakken, speeltoestellen, straatverlichting of bewegwijzering.
1.38
Twee-aaneen gebouwde woning
een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee aaneengebouwde woningen;
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3, gemeente West Maas en Waal
pagina 8
1.39
Veranda
een overkapping aan de gevel van een woning;
1.40
Voorgevel
de naar de openbare weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw;
1.41
Voorzieningen van openbaar nut
voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer;
1.42
Vrijstaand
een woning waarvan het hoofdgebouw vrijstaat van andere hoofdgebouwen;
1.43
Woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
1.44
Zolder:
zolder onder een kap voor zover de hoogte van de borstwering ter plaatse van de omtrekmuren minder dan 80 cm boven de vloer is gelegen.
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3, gemeente West Maas en Waal
pagina 9
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1
afstand tot de bouwperceelsgrens:
tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is;
2.2
goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
2.3
bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
2.4
horizontale diepte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de voorgevel en de achtergevel;
2.5
oppervlakte van een bouwwerk;
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
2.6
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van de daken en dakkapellen;
2.7
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
2.8
de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk:
vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3, gemeente West Maas en Waal
pagina 10
H2 Bestemmingsregels Artikel 3 3.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. bermen en beplanting; d. voet- en rijwielpaden;
met daaraan ondergeschikt: e. parkeervoorzieningen; f.
nutsvoorzieningen;
g. kunstwerken; h. straatmeubilair; i.
speelvoorzieningen.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: 1
gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut;
b. voor gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut gelden de volgende bepalingen: 1
de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 3 m;
2
de maximale oppervlakte van gebouwen bedraagt 15 m2.
3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 5 m bedragen; b. overkappingen zijn niet toegestaan; c. in afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van lichtmasten maximaal 12 m bedragen.
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3, gemeente West Maas en Waal
pagina 11
3.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3, gemeente West Maas en Waal
pagina 12
Artikel 4 4.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen voor verkeer en verblijf; b. parkeervoorzieningen en fietsenstallingen; c. groenvoorzieningen; d. ondergrondse afvalcontainers; e. watergangen, waterberging en waterinfiltratievoorzieningen; f.
geluidswerende voorzieningen;
g. kunstwerken; h. nutsvoorzieningen, i.
met daarbij behorende gebouwen, andere bouwwerken en verhardingen.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en straatmeubilair gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte mag maximaal 3 m bedragen; b. de maximale oppervlakte van gebouwen bedraagt 25 m².
4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte mag maximaal 4 m bedragen; b. kunstobjecten en bouwwerken ten behoeve van verlichting, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mogen maximaal 6 m hoog zijn; c. in afwijking van het bepaalde onder art. 4.2.2, sub a mag de bouwhoogte van lichtmasten maximaal 10 m bedragen.
4.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het elders in dit artikel bepaalde, nadere eisen stellen met betrekking tot: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. de oriëntering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. het aantal en de situering van parkeerplaatsen.
De nadere eisen mogen niet op onevenredige wijze het gebruik van bouwwerken en gronden aantasten.
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3, gemeente West Maas en Waal
pagina 13
Artikel 5 5.1
Woongebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een beroep aan huis, met dien verstande dat maximaal 40% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van het beroep aan huis, met een maximum van 80 m2;
met de daarbij behorende:
b. wegen en paden, met dien verstande dat: 1
de aansluiting van de hoofdontsluitingsweg van het woongebied uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘ontsluiting’;
2
ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone – ontsluiting langzaam verkeer uitsluitend een ontsluitingsroute is toegestaan voor langzaam verkeer en calamiteiten.
c. groenvoorzieningen; d. parkeervoorzieningen; e. speelvoorzieningen; f.
nutsvoorzieningen;
g. kunstwerken; h. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; i.
straatmeubilair;
één en ander met de daarbij horende voorzieningen.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Binnen deze bestemming zijn uitsluitend hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken, en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan die ten dienste staan van deze bestemming, waarbij geldt dat niet meer dan 50% van het bouwperceel mag worden bebouwd.
5.2.2
Hoofdgebouwen
Voor hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het aantal woningen bedraagt niet meer dan het aangegeven aantal ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden';
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3, gemeente West Maas en Waal
pagina 14
c. binnen het plangebied zijn de type woningen ‘aaneengebouwd’, twee-aaneen’ en ‘vrijstaand’ toegestaan; d. de goothoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte’ e. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte’; f.
voor de bouwdiepte van hoofdgebouwen geldt het volgende: 1
de bouwdiepte van hoofdgebouwen in de bouwwijze 'twee-aaneen' en 'aaneengebouwd' mag niet meer bedragen dan 12,5 m;
2
de bouwdiepte van hoofdgebouwen in de bouwwijze 'vrijstaand' mag niet meer bedragen dan 14 m;
g. voor de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens geldt het volgende: 1
de afstand van een vrijstaande woning tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 2 m aan één zijde en minimaal 3 m aan de andere zijde;
2
de afstand van een twee-aaneengebouwde woning tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt aan één zijde van het bouwperceel ten minste 2 m.
5.2.3
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op minimaal 2,5 m achter de voorgevellijn worden gebouwd, met uitzondering van een entree of erkers welke aan de voorgevel mogen worden gebouwd, mits: 1
de afstand tot de voorperceelsgrens tenminste 1 m bedraagt;
2
de diepte van de erker en/of entree niet meer bedraagt dan 1,5 m en van een entree niet meer dan 2 m;
3
de breedte van de erker en/of entree bedraagt bij aaneengebouwde woningen maximaal 50 % van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw tot maximaal 3,5 m;
4
de breedte van de erker en/of entree bedraagt bij twee-aaneengebouwde woningen en vrijstaande woningen maximaal 4 m;
5
de bouwhoogte van de erker en/of entree niet meer bedraagt dan het vloerpeil van de eerste verdieping van het hoofdgebouw, vermeerderd met 0,3 m;
6
op een erker en/of entree is een afscheiding toegestaan met een hoogte van 1 m gemeten vanaf de bovenkant van de erker en/of entree;
b. de maximale goothoogte bedraagt 4 m; c. de maximale bouwhoogte bedraagt 6 m; d. de maximale gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken (exclusief carports) bedraagt: Totale oppervlakte per bouwperceel
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3, gemeente West Maas en Waal
Maximale gezamenlijke oppervlakte
pagina 15
tot 300 m2
60 m²
van 300 m² tot 500 m²
80 m²
van 500 m² tot 750 m²
90 m²
van 750 m² tot 1000 m²
100 m²
van 1000 m² en meer
150 m²
5.2.4
Veranda’s
Voor het bouwen van veranda's aan de voorgevel van een woning gelden de volgende regels: a. de diepte van een veranda, gemeten vanaf de voorgevel van de woning, mag niet meer bedragen dan 1,5 m; b. een veranda is toegestaan over de gehele breedte van de voorgevel; c. de bouwhoogte van een veranda mag niet meer bedragen dan 4 m.
5.2.5
Carport
Voor het bouwen van carports gelden de volgende regels: a. carports mogen uitsluitend achter de voorgevel van de woning of het verlengde daarvan worden gebouwd; b. de maximale bouwhoogte van een carport bedraagt 3,5 m; c. de maximale oppervlakte bedraagt 20 m².
5.2.6
Nutsvoorzieningen
Voor nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: a. de oppervlakte van een nutsgebouw mag niet meer bedragen dan 25 m²; b. de bouwhoogte van een nutsgebouw mag niet meer bedragen dan 5 m.
5.2.7
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel mag niet meer bedragen dan 1 m; a. de bouwhoogte van erfafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel mag niet meer bedragen dan 2 m; b. de maximale bouwhoogte van een overkapping bedraagt 3,5 m, met dien verstande dat de maximale oppervlakte 30 m² bedraagt en de overkapping niet voor de voorgevellijn is toegestaan; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2,5 m. d. kunstobjecten en bouwwerken ten behoeve van verlichting, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mogen maximaal 6 m hoog zijn;
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3, gemeente West Maas en Waal
pagina 16
e. in afwijking van het bepaalde onder artikel 5.2.7, sub a mag de bouwhoogte van lichtmasten maximaal 10 m bedragen.
5.3
Nadere eisen
5.3.1
Nadere eisen in verband met stedenbouwkundige kwaliteit
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen met betrekking tot de situering, de afmeting, dakbeëindiging, de kapvorm en de goot- en bouwhoogte van de in dit artikel genoemde bebouwing, indien dit naar hun oordeel noodzakelijk is in verband met: a. het realiseren van de met het plan beoogde stedenbouwkundige kwaliteit; b. de bebouwingskarakteristiek van de omgeving; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. d. nadere eisen kunnen ook worden gesteld ten behoeve van het verkrijgen van een harmonieuze ruimtelijke opbouw van het plangebied;
5.4
Afwijken van de bouwregels
a. Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.1 en toestaan dat bij flexwoningen het perceel voor maximaal 75% wordt bebouwd, met dien verstande dat een hoger bebouwingspercentage: 1
geen afbreuk doet aan de met dit plan beoogde stedenbouwkundige kwaliteit;
2
past in de bebouwingskarakteristiek van de omgeving;
3
niet leidt tot een beperking van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.
b. Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.2 onder d en e om de bouw van grondgebonden woningen met een plat dak toe te staan mits ; 1
geen afbreuk doet aan de met dit plan beoogde stedenbouwkundige kwaliteit;
2
past in de bebouwingskarakteristiek van de omgeving;
3
niet leidt tot een beperking van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.
c. Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.2 onder f en g ten aanzien van de bouwdiepte en/of de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, mits: 1
geen afbreuk doet aan de met dit plan beoogde stedenbouwkundige kwaliteit;
2
past in de bebouwingskarakteristiek van de omgeving;
3
niet leidt tot een beperking van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3, gemeente West Maas en Waal
pagina 17
5.5
Specifieke gebruiksregels
5.5.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijbehorende bouwwerken betreft; b. bewoning als afhankelijke woonruimte; c. seksinrichtingen;
5.5.2
Voorwaardelijke verplichting parkeren
De woningen mogen uitsluitend in gebruik worden genomen onder de voorwaarde dat er wordt voldaan aan de parkeernormen zoals opgenomen in de Nota Parkeren van de gemeente West Maas en Waal of, indien deze normen gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met deze wijziging.
5.6
Afwijken van de gebruiksregels
5.6.1
Bedrijf aan huis
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.1 voor de uitoefening van een bedrijf aan huis in het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk, met dien verstande dat: a. de woonfunctie als hoofdfunctie behouden blijft; b. bedoeld gebruik geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; dit betekent onder meer dat: c. geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid, dat onder de werking van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit Milieubeheer (Stb. 1993, 50) valt, tenzij het desbetreffende gebruik door middel van het stellen van voorwaarden verantwoord is; d. het gebruik naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn; e. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk uitvoert, tevens de gebruiker van het hoofdgebouw is; f.
het niet betreft zodanig verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten;
g. parkeren dient zoveel mogelijk op eigen terrein plaats te vinden; h. geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop in het klein in verband met bedrijfsmatige activiteiten in of bij het hoofdgebouw;
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3, gemeente West Maas en Waal
pagina 18
i.
maximaal 40% van het vloeroppervlak van de begane grond van het hoofdgebouw en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken ten behoeve van aan huis gebonden beroepsmatige en/of bedrijfsmatige activiteiten in gebruik mag zijn, zulks met een absoluut maximum van 80 m2;
5.6.2
Mantelzorg
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.5 voor het gebruik van een deel van het hoofdgebouw of bijbehorende bouwwerken bij een woning als afhankelijke woonruimte (inwoning), met dien verstande dat: a. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit het oogpunt van mantelzorg; b. op het perceel al een woning aanwezig is; c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; d. per woning maximaal één omgevingsvergunning ten behoeve van inwoning voor mantelzorg mag worden verleend; e. inwoning in beginsel dient plaats te vinden bij, in of direct aansluitend aan de woning, waarbij de afhankelijke woonruimte een onderlinge verbinding met de woning dient te hebben; het gebruik van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk als afhankelijke woonruimte is uitsluitend toegestaan indien realisering van de inwoning in of aan het hoofdgebouw voor de inwoner of andere bewoner(s) onredelijk bezwarend is; f.
maximaal 75 m² van hoofdgebouw en/of bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van de inwoning;
g. geen eigen nutsvoorziening is toegestaan; h. er een overeenkomst wordt gesloten met de gemeente West Maas en Waal.
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3, gemeente West Maas en Waal
pagina 19
Artikel 6 6.1
Waarde – Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de verwachtte en reeds vastgestelde archeologische waarden.
6.2
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden en / of een omgevingsvergunning voor het bouwen
6.2.1
Vergunningplicht
Het is toegestaan om een bodemingreep uit te (laten) voeren. Hierbij geldt dat bodemingrepen groter dan 500 m2 en dieper dan 40 cm of/dan wel ophogen groter dan 500 m2 en hoger dan 70 cm alleen zijn toegestaan indien een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden en / of een omgevingsvergunning voor het bouwen is verkregen. Deze regeling geldt ongeacht het bepaalde in de regels bij andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen.
6.2.2
Uitzonderingsregeling
Het bepaalde in artikel 6.2.1 is niet van toepassing indien reeds in het kader van een planologische procedure er een selectiebesluit is genomen over de archeologische waarde.
6.2.3
Verlenen van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden en / of een omgevingsvergunning voor het bouwen
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden en / of een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, indien het bevoegd gezag heeft vastgesteld dat de in artikel 6.2.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal danwel dat de verstoring ervan redelijk is in relatie tot het belang van de te verrichten werken en het archeologische belang daarbij voldoende is gewaarborgd.
6.2.4
Onderbouwing van de aanvraag
Om de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden en / of een omgevingsvergunning voor het bouwen goed te kunnen beoordelen kan het noodzakelijk zijn dat een rapport wordt overgelegd waarin de archeologische waarde van de gronden die blijkens de aanvraag worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3, gemeente West Maas en Waal
pagina 20
6.2.5
Verbinding van voorschriften
Aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden en / of een omgevingsvergunning voor het bouwen kunnen de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem worden behouden; of b. de verplichting tot het doen van opgravingen; of c. de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
6.3
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door: a. de gebieden waar artikel 6.1 betrekking op hebben te veranderen indien dat op basis van nader verkregen archeologisch kennis wenselijk is; of b. de oppervlaktes en / of de dieptes als genoemd in artikel 6.2.1 te veranderen en / of hier desgewenst een extra aanduiding voor op te nemen indien dat op basis van nader verkregen archeologisch kennis wenselijk is.
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3, gemeente West Maas en Waal
pagina 21
H3 Algemene regels Artikel 7
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 8
Algemene bouwregels
8.1
Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen
8.1.1
Algemeen
Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.
8.1.2
Ondergrondse bouwwerken
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m2; c. in aanvulling op het bepaalde sub a en b is per perceel maximaal 1 niet - overdekt zwembad toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1
het zwembad dient te worden gebouwd achter de achtergevel of het verlengde daarvan en op een afstand van ten minste 3 m van zijdelingse en achterste perceelsgrens;
2
het zwembad mag niet overdekt zijn, tenzij de regelingen voor bijbehorende bouwwerken als bedoeld in dit plan in acht wordt genomen;
3
het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut;
d. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt minimaal 2,6 m en maximaal 4 m onder peil; e. bij het berekenen van de blijkens de deze regels geldende bebouwingspercentages, of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen mede in aanmerking genomen.
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3, gemeente West Maas en Waal
pagina 22
8.1.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.1.2 sub d voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 m onder peil onder de voorwaarde dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden.
8.2
Ondergeschikte bouwdelen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.
Artikel 9 9.1
Algemene afwijkingsregels
Algemeen
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van: a. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat nutsgebouwtjes, kunstobjecten, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits de inhoud per gebouwtje maximaal 50 m³ bedraagt en een maximale bouwhoogte van 3,5 m heeft; c. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 m;
9.2
Bed and Breakfast
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van artikel 5.1 sub a ten behoeve van een Bed and Breakfast onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie als hoofdfunctie behouden blijft; b. bedoeld gebruik geen hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; c. bedoeld gebruik geen belemmering voor de omliggende bedrijven mag opleveren; d. het gebruik naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn;
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3, gemeente West Maas en Waal
pagina 23
e. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk uitvoert, tevens de gebruiker van het hoofdgebouw is; f.
er mag geen duurzame ontwrichting van de evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur ontstaan;
g. het betreft geen zodanig verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer; h. er dient voorzien te worden in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; i.
de Bed and Breakfast-voorziening dient in bestaande bebouwing gerealiseerd te worden;
j.
maximaal 40% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken ten behoeve van een Bed and Breakfast in gebruik mag zijn, zulks met een absoluut maximum van 60 m2.
9.3
Kamerbewoning
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van ten behoeve van het toestaan van kamerbewoning, waarbij in een woning twee of meer onzelfstandige huishoudens zijn toegestaan, onder de volgende voorwaarden: a. kamerbewoning enkel is toegestaan in een hoofdgebouw en wanneer het bestemmingsplan wonen toestaat; b. maximaal 40% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw ten behoeve van kamerbewoning in gebruik mag zijn, zulks met een absoluut maximum van 80 m2; c. er dient voorzien te worden in voldoende parkeergelegenheid.
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3, gemeente West Maas en Waal
pagina 24
H4 Overgangs- en slotregels Artikel 10 Overgangsrecht 10.1
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
2
na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
10.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 11 Slotregel Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3.
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3, gemeente West Maas en Waal
pagina 25
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3, gemeente West Maas en Waal
pagina 26
Bestemmingsplan Wamel, Kloosterhof fase 3, gemeente West Maas en Waal
pagina 27