13.1 IHP West Maas en Waal
Tekst van het document
IHP West Maas en Waal
Integraal Huisvestingsplan
Opdrachtgever Gemeente West Maas en Waal Datum 9 augustus 2021 Project IHP gemeente West Maas en Waal Referentie 1662004-0032.5.0 Auteur(s) mevrouw I. van de Craats MSc - HEVO B.V. mevrouw M.J. Uhlenbusch - HEVO B.V.
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
Statenlaan 8
Postbus 70501
T +31 (0)73 6 409 409
www.hevo.nl
ISO 9001-gecertificeerd
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
5223 LA 's-Hertogenbosch
5201 CB 's-Hertogenbosch
info@hevo.nl
www.rpmbyhevo.nl
Samenvatting In opdracht van de gemeente West Maas en Waal begeleidt HEVO de gemeente en de schoolbesturen Trivium Onderwijs en Groeisaam van Primair Onderwijs (PO) om te komen tot een Integraal Huisvestingsplan (IHP). Dit IHP is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de gemeente en bovengenoemde schoolbesturen. Ook speciaal onderwijs school de Kom (vanwege nevenvestiging in Wamel) en VO school Pax Christi (vanwege nevenvestiging Pax Junior in Beneden-Leeuwen) zijn betrokken bij de visievorming en het proces. Gezien de beoogde intensieve samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang is ook een afvaardiging van de kinderopvang en buitenschoolse opvang partners betrokken bij de visievorming en het proces. Het IHP bepaalt op basis van visie, gerichte analyse, scenario-ontwikkeling en financiële vertaling de kaders voor investeringen in onderwijshuisvesting. Een strategisch IHP stelt gemeente en schoolbesturen in staat om op de korte en lange termijn toekomstbestendige keuzes te maken en een proactief (investerings-) beleid te voeren. Het IHP geeft voor de eerste vier jaar (2022-2026) concreet aan wat de opgave is en geeft een doorkijk voor de langere termijn (2022-2041). Het IHP bestaat uit vier fasen, ofwel vier deelproducten: 1. Visie: notitie bouwstenen voor beleid 2. Inventarisatie van het gebouwenbestand 3. Scenario-ontwikkeling 4. Financiële vertaling.
Visie en beleid De gemeente West Maas en Waal en de schoolbesturen streven er gezamenlijk naar een toekomstbestendig onderwijslandschap te realiseren middels het IHP. Het doel is om kinderen in West Maas en Waal de best mogelijke kansen te bieden in hun ontwikkeling en voor te bereiden op hun toekomst: “wij zijn er in ieder dorp voor alle kinderen van het dorp”. Daarbij is het van belang dat het onderwijsaanbod toegankelijk en dichtbij huis, divers en van goede kwaliteit is en aansluit op de vraag van de maatschappij. Dit vraagt maatwerk per dorpskern en denken in kansen. De gemeente en schoolbesturen voeren samen de regie op schoolgebouwen, ieder vanuit een eigen mandaat. In de bouwstenen van beleid is vastgelegd wat de
Referentie: 1662004-0032.5.0.
belangrijkste bouwstenen zijn die ten grondslag liggen aan dit IHP. Samenwerken is één van de belangrijkste bouwstenen, de visie op samenwerken gaat verder dan alleen inhoudelijke samenwerking en ook verder dan de reeds gebruikelijke samenwerking tussen scholen en opvang. De gemeente en schoolbesturen delen een visie op samenwerking tussen PO, VO en SO met opvang en BSO maar ook met maatschappelijke partners. Bovendien betreft het niet enkel een inhoudelijke samenwerking, maar wordt de samenwerking ondersteund door gezamenlijke huisvesting. Op het gebied van vraag en aanbod is het streven een goede spreiding van onderwijsaanbod over de kernen van West Maas en Waal, waarbij de voorwaarde is dat de kwaliteit van het onderwijs geborgd is. Aandacht voor duurzaamheid en binnenklimaat dragen bij aan kwalitatief goede en toekomstbestendige huisvesting. Hierbij zijn ook multifunctioneel gebruik, flexibiliteit in de huisvesting en toegankelijkheid belangrijke voorwaarden. Tot slot hebben gemeente en schoolbesturen afspraken gemaakt over de manier waarop de afweging wordt gemaakt of een schoolgebouw aan het einde van de levensduur wordt gerenoveerd (vernieuwbouw) of vervangen (nieuwbouw).
Inventarisatie Voor het ontwikkelen van scenario’s is integraal inzicht in de bestaande huisvestingssituatie van de scholen een belangrijk uitgangspunt. Hiertoe zijn quickscans uitgevoerd van de schoolgebouwen in de gemeente, waarmee door middel van een score wordt aangegeven op welke termijn het schoolgebouw in aanmerking zou moeten komen voor (ver)nieuwbouw. Dit geeft richting aan prioriteiten en toekomstperspectieven van de scholen in de gemeente West Maas en Waal. Scenario’s In afstemming tussen de gemeente en schoolbesturen zijn scenario’s omschreven per dorpskern, waarin is aangegeven welke ingrepen in de onderwijshuisvesting benodigd zijn en op welke termijn. De voorkeursscenario’s zijn als volgt: Termijn binnen 5 jaar • KC Beneden Leeuwen haalbaarheidsonderzoek • KC Beneden Leeuwen tijdelijke oplossing ruimtetekort • KC Beneden Leeuwen definitieve oplossing ruimtetekort
Pagina 2 van 38
Termijn 5 – 10 jaar • Gravin van Rechteren vernieuwbouw incl. uitbreiding t.b.v. IKC gedachte • Gezamenlijke nieuwbouw De Laak, De Kom en De Terebint incl. opvang en BSO • Nieuwbouw De Tweestroom (bij voorkeur tegen dorpshuis aan) • Nieuwbouw de Mariënhof incl. opvang en BSO t.b.v. IKC gedachte Termijn 10 – 20 jaar • Vernieuwbouw St. Lambertusschool incl. opvang en BSO t.b.v. IKC gedachte (geen uitbreiding nodig, wel functionele aanpassing) In de financiële vertaling en investeringsplanning is invulling gegeven aan deze termijn door de (ver)nieuwbouwprojecten te koppelen aan jaartallen.
Financiële vertaling In het kader van de financiële vertaling zijn in hoofdstuk 6 diverse kwaliteitsniveaus uiteengezet, incl. kostenkengetallen. De gemeente West Maas en Waal heeft gekozen voor het advies kwaliteitsniveau + ENG, om op die manier bij te dragen aan gezonde, kwalitatieve en toekomstbestendige onderwijshuisvesting die aansluit bij de energietransitie naar energieneutraal. Onlosmakelijk verbonden aan deze keuze van de gemeente is de bereidheid van de schoolbesturen om bij te dragen aan de investering in de nieuwbouw in verhouding met de exploitatievoordelen die dit kwaliteitsniveau met zich meebrengt. Op basis van de kostenconfiguratoren van HEVO zijn de scenario’s financieel doorgerekend. Er is op basis van kengetallen een financiële vertaling gemaakt van: de in dit IHP gefineerde opgaven voor de komende 20 jaar. Voor de investeringsbedragen wordt verwezen naar hoofdstuk 6.
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Pagina 3 van 38
Inhoudsopgave Samenvatting
2
1. 1.1. 1.2. 1.3.
Inleiding Doel van het IHP Werkwijze IHP Leeswijzer
5 5 5 6
2. 2.1. 2.2. 2.3.
Aanbod gemeente West Maas en Waal Basisonderwijs en speciaal onderwijs Voortgezet onderwijs Kinderopvang
7 7 7 7
3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6.
Bouwstenen van beleid Visie op onderwijshuisvesting Bouwsteen 1: Regie Bouwsteen 2: Samenwerking Bouwsteen 3: Vraag en aanbod Bouwsteen 4: Kwaliteit & Duurzaamheid Bouwsteen 5: Renovatie en vervangende nieuwbouw
8 8 9 10 12 13 15
4. 4.1. 4.2. 4.3.
Inventarisatie en analyse Quickscan methodiek Quickscanscores Bronnen en berekeningen
17 17 17 18
5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5. 5.6. 5.7.
Scenario’s Scholenlandschap Scenario’s werkwijze Beneden Leeuwen Altforst Wamel Dreumel Alphen
19 19 19 20 21 22 23 24
Referentie: 1662004-0032.5.0.
5.8. 5.9. 5.10. 5.11. 5.12. 5.13.
Maasbommel Appeltern Boven-Leeuwen Prioritering scenario’s Samenwerking in scenario’s Gymzalen
25 26 27 28 28 28
6. 6.1. 6.2. 6.3. 6.4.
Financiële uitgangspunten en vertaling Financiering gemeente West Maas en Waal Kwaliteitsniveau Bijdrage schoolbesturen Prijspeil, risico’s bouwkosten en andere randvoorwaarden
29 29 29 32 33
7. 7.1. 7.2.
Investeringsplanning Overzicht investeringsplanning schoolgebouwen Investering eerste vier jaar
34 34 35
8. 8.1. 8.2. 8.3.
Duurzaamheid Doelstellingen klimaatakkoord Duurzaamheidsambitie IHP Analyse CO2-reductie
36 36 36 36
9. 9.1. 9.2. 9.3.
Verankering van het IHP Strategisch Tactisch Operationeel
37 37 37 37
Pagina 4 van 38
1. Inleiding
•
In opdracht van de gemeente West Maas en Waal begeleidt HEVO de gemeente en de schoolbesturen Trivium Onderwijs en Groeisaam van Primair Onderwijs (PO) om te komen tot een Integraal Huisvestingsplan (IHP). Omdat in de gemeente ook een nevenvestiging van het Pax Christi (VO) en een nevenvestiging van De Kom (SO) gesitueerd zijn, zijn ook afgevaardigden van deze scholen/schoolbesturen betrokken bij de totstandkoming van het IHP.
•
Biedt een meerjarenperspectief waarop het eigen (investerings)beleid kan worden afgestemd. Vormt het beleidskader voor het onderwijshuisvestingsbeleid voor de periode 20212041, waarbij de eerste 4 jaar het uitvoeringsprogramma vormen. Het IHP wordt elke 4 jaar herijkt, zodat het beleidskader blijft aansluiten bij de vragen en behoeften van dat moment.
De gemeente en schoolbesturen zorgen samen voor de onderwijshuisvesting in West Maas en Waal. De gemeente draagt verantwoordelijkheid voor de vernieuwingsopgave van verouderde schoolgebouwen en de schoolbesturen zorgen voor de invulling van het onderwijs en voor de exploitatie van de huisvesting. Hierin hebben gemeente en schoolbesturen gedeelde belangen, op basis waarvan is toegewerkt naar een gedragen IHP passend bij de ambities en uitdagingen in de gemeente West Maas en Waal. In dit IHP wordt ingezet op gezonde, duurzame, toekomstgerichte gebouwen die bijdragen aan het onderwijs in de diverse kernen. Samenwerking is een belangrijk thema in dit IHP: samenwerking tussen schoolbesturen en de gemeente, tussen schoolbesturen en scholen onderling, maar ook een toenemende samenwerking met andere maatschappelijke partners in de kernen.
Figuur 1.1: de termijnen van een IHP
1.1. Doel van het IHP
1.2. Werkwijze IHP
Het IHP heeft een strategisch karakter, waarbij vanuit visie en beleid strategische keuzes zijn gemaakt. Er is beleid ontwikkeld dat verder reikt dan de huidige wet- en regelgeving. De gemeente en schoolbesturen hebben hiermee zicht op de benodigde toekomstige investeringen in onderwijshuisvesting.
Voorliggend IHP is in vier stappen tot stand gebracht, zoals aangegeven in figuur 1.2. Per fase zijn er 1 of 2 afstemmingsmomenten geweest met de gemeente en de PO schoolbesturen. Gedurende het proces zijn er ook bijeenkomsten georganiseerd met afvaardiging van De Kom, het Pax Christi (Pax Junior) en diverse kinderopvangpartners.
In tegenstelling tot de werkwijze (uitsluitend) op basis van de Verordening Onderwijshuisvesting West Maas en Waal 2014 – in vervolg ‘Verordening’, wordt in het IHP uitgegaan van een proactief onderwijshuisvestingsbeleid. In formele zin laat de gemeente hiermee zien op welke wijze zij haar zorgplicht, op grond van de taak die zij heeft in het voorzien van huisvesting voor het funderend onderwijs, wenst in te vullen. Het IHP: • Stelt de gemeente en schoolbesturen in staat om op korte en lange termijn strategische keuzes te maken en proactief beleid te voeren.
Figuur 1.2: de stappen in de werkwijze om tot een IHP te komen
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Pagina 5 van 38
Gezamenlijk zijn de volgende stappen doorlopen: • In stap 1 Visievorming is, na een afzonderlijk overleg per PO schoolbestuur, via twee interactieve sessies gesproken over de ‘Bouwstenen van Beleid’, het beleid waarop het IHP verder wordt gebouwd. • Stap 2 Analyse betreft de analyse van het scholenbestand in de gemeente. Hiertoe zijn quickscans uitgevoerd (een groot deel al in 2020) en is op basis van de gebruiksgegevens van alle PO onderwijsgebouwen gerekend aan de CO2 uitstoot van het scholenlandschap. Uit de analyse komt een eerste indicatie van een prioritering naar voren, waaruit blijkt welke scholen als eerste in aanmerking zouden komen voor (ver)nieuwbouw (o.b.v. quikscanscores). • In stap 3 Scenario’s zijn voor alle scholen in de acht kernen de voorkeursscenario’s en eventuele alternatieve scenario’s bepaald. Scenario’s zijn tot stand gekomen op basis van de bouwstenen van beleid, de locatie specifieke situatie en de uitkomsten van de quickscans. • Tot slot kon in stap 4 financiën bepaald worden wat de prioritering van de voorkeursscenario’s moet worden en voor welk kwaliteitsniveau wordt gekozen voor de (ver)nieuwbouwprojecten. Op basis van deze keuzes kon een meerjaren investeringsplanning opgesteld worden.
1.3. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het aanbod van onderwijs en kinderopvang in de gemeente West Maas en Waal uiteengezet. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de bouwstenen van beleid. Hoofdstuk 4 omschrijft de gebruikte methoden en bronnen voor de analyses t.b.v. voorliggend IHP. Hoofdstuk 5 geeft een beeld van het scholenlandschap, de quickscan scores en vervolgens van de scenario’s per dorpskern. In hoofdstuk 6 worden de financiële uitgangspunten en de vertaling daarvan uitgelegd en vervolgens in hoofdstuk 7 uitgewerkt in de vorm van een investeringsplanning. Hoofdstuk 8 gaat in op de duurzaamheidsambities in dit IHP. Tot slot geeft hoofdstuk 9 een beknopte doorkijk naar de uitvoering van het IHP.
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Pagina 6 van 38
2. Aanbod gemeente West Maas en Waal Dit hoofdstuk beschrijft het aanbod van basis-, speciaal en voortgezet onderwijs en kinderopvang in de gemeente West Maas en Waal.
2.3. Kinderopvang In tabel 2.2 is te zien welke aanbieders van opvang er zijn in de verschillende dorpen en of zij ook gezamenlijk met een school zijn gehuisvest. Tabel 2.2: kinderopvang, peuteropvang en BSO in gemeente West Maas en Waal
2.1. Basisonderwijs en speciaal onderwijs Het totaal aantal leerlingen PO in de gemeente West Maas en Waal volgens de oktobertelling van 2020 is 1.351 leerlingen. Het grootste deel van deze leerlingen gaat naar een school van Groeisaam, een kleine 10% naar een school van Trivium
Dorp
Aanbieder/naam
BovenLeeuwen
Tabel 2.1: scholen PO + SO in gemeente West Maas en Waal
School
Bestuur
Plaats
OBS De Wijzer
Leerlingaantal d.d. 1-10-2020 292
Groeisaam
De Leeuwenkuil
197
Groeisaam
Mariënhof De Tweestroom St. Lambertus De Oversteek Mariaschool De Laak De Terebint Gravin van Rechteren De Kom
92 47 88 230 169 161 63 50 Ca. 30
Groeisaam Groeisaam Groeisaam Groeisaam Groeisaam Groeisaam Trivium Trivium Punt Speciaal
BenedenLeeuwen BenedenLeeuwen Alphen Altforst Maasbommel Dreumel Boven-Leeuwen Wamel Wamel Appeltern Wamel
Altforst Appeltern Maasbommel Alphen Dreumel
Wamel
Beneden Leeuwen
BSO
KION
kinderopvang/ peuteropvang Ja
Nee
Gehuisvest met een school Ja
BSO Le Papillon Sterappel Schoolkidz KION KION Small steps Bambino Pino KION Hummeltjeshof KION Schoolkidz KION
Ja Ja Nee Ja Ja Nee Ja Ja Ja Ja Ja Nee Ja
Ja Nee Ja Nee Nee Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja
Ja Nee ja Ja Ja Ja Ja Nee Ja Nee Ja Ja Ja
Stip en Stap + BSO safari
Ja
Ja
Nee
2.2. Voortgezet onderwijs Het Pax Christi College in Druten heeft een nevenvestiging in Beneden-Leeuwen. Deze nevenvestiging, Pax Junior, biedt onderwijs aan leerlingen in de eerste en tweede klas. De kinderen worden ingedeeld in koersklassen basis/kader, kader/theorie, theorie/havo en havo/vwo. In oktober 2020 waren er 231 leerlingen ingeschreven bij het Pax Junior. Het Pax Junior is gehuisvest onder één dak met OBS De Wijzer en De Leeuwenkuil, die samen met kinderopvangorganisatie KION een kindcentrum (KC Beneden-Leeuwen) vormen.
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Pagina 7 van 38
3. Bouwstenen van beleid 3.1. Visie op onderwijshuisvesting De gemeente West Maas en Waal en de schoolbesturen streven er gezamenlijk naar een toekomstbestendig onderwijslandschap te realiseren middels het IHP. Het doel is om kinderen in West Maas en Waal de best mogelijke kansen te bieden in hun ontwikkeling en voor te bereiden op hun toekomst: “wij zijn er in ieder dorp voor alle kinderen van het dorp”. Daarbij is het van belang dat het onderwijsaanbod toegankelijk en dichtbij huis, divers en van goede kwaliteit is en aansluit op de vraag van de maatschappij. Dit vraagt maatwerk per dorpskern en denken in kansen. Toekomstbestendige onderwijshuisvesting is een randvoorwaarde voor goed onderwijs. De gemeente West Maas en Waal en de schoolbesturen willen breder denken dan alleen in onderwijshuisvesting. Juist in kleinere kernen is veel winst te behalen door niet alleen inhoudelijk maar ook op gebied van huisvesting samen te werken met kindpartners zoals de kinderopvang en peuterspeelzaal en maatschappelijke partners zoals de bibliotheek en het dorpshuis. De onderwijshuisvesting staat dan ook niet op zichzelf, maar in verbinding met de maatschappij. Onderwijsfuncties zijn maatschappelijke voorzieningen en dragen bij aan de sociale cohesie in de kernen van West Maas en Waal.
Er worden kansen gezien om in onderwijshuisvesting onderling samen te werken, maar ook met opvang en andere maatschappelijke partners huisvesting te delen.
De gemeente en de schoolbesturen hebben deze algemene visie verder geconcretiseerd in vijf thema’s welke zijn verankerd in bouwstenen voor beleid: 1. Regie 2. Samenwerking 3. Vraag en aanbod 4. Kwaliteit en duurzaamheid 5. Renovatie en vervangende nieuwbouw Het zijn beleidsuitgangspunten op verschillende thema’s. De visie vormt samen met de bouwstenen een belangrijke basis voor het IHP. Het IHP is erop gericht om, binnen de randvoorwaarden van de gemeente (financieel, ruimtelijk) en schoolbesturen (financieel, organisatorisch), deze uitgangspunten zo veel als mogelijk te realiseren. De bouwstenen geven richting aan het IHP en daarmee aan een toekomstbestendig onderwijslandschap.
Veranderingen in onderwijsvisies, concepten en samenwerking maken dat er steeds meer flexibiliteit wordt gevraagd van onderwijsgebouwen. Bovendien leidt de maatschappelijke noodzaak tot verduurzaming tot hogere prestatie-eisen. Daarbij gaat duurzaamheid voor de gemeente en de schoolbesturen zeker niet alleen over energie, maar staat integrale visie op duurzaamheid centraal, waarbij gezondheid en functionaliteit ook een rol spelen.
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Pagina 8 van 38
3.2. Bouwsteen 1: Regie Deze bouwsteen geeft aan hoe gemeente en schoolbesturen met elkaar samenwerken op het gebied van onderwijshuisvesting. Gemeente en schoolbesturen hebben daartoe bouwstenen geformuleerd voor de toekomstige organisatie en financiering van de onderwijshuisvesting. Deze bouwstenen worden gaande het IHP traject verder geconcretiseerd.
De gemeente en de schoolbesturen voeren samen de regie op schoolgebouwen: ieder vanuit een eigen mandaat. De gemeente is onder andere verantwoordelijk voor nieuwbouw en uitbreidingen. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderhoud, aanpassing en de exploitatie van schoolgebouwen. De schoolbesturen zijn bovendien verantwoordelijk voor het onderwijsaanbod en de kwaliteit daarvan. In het op overeenstemming gericht overleg (OOGO) vindt de afstemming van deze verantwoordelijkheden plaats door middel van gezamenlijk overleg (minimaal 2-jaarlijks). Deze samenwerking overstijgt de samenwerking op basis van de verordening onderwijshuisvesting. Voor het onderwijshuisvestingsbeleid wordt daarom in eerste instantie voor alle betrokken partijen het IHP leidend, voordat er wordt teruggevallen op de verordening. Deze wijze van samenwerking dient, in afwachting van de wettelijke regeling, juridisch vastgelegd te worden.
1
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Het IHP is in lijn met het voorstel van PO-raad, VO-raad en VNG om IHP’s in de wetgeving te verankeren. Met het vaststellen van het IHP worden tevens de financiële middelen voor de komende 0-4 jaar vastgesteld. Het IHP geldt voor een periode van 20 jaar en wordt om de 4 jaar geactualiseerd op basis van onder andere leerlingenprognose en nieuwe inzichten vanuit (landelijk) beleid. Ieder jaar wordt in het OOGO de voortgang van het IHP besproken.
2
De prognose van Pronexus d.d. juni 2021 vormt het uitgangspunt voor het IHP voor de voorspelling van de leerlingenontwikkeling PO. Voor de 3 leerlingontwikkeling VO van het Pax Junior in Beneden-Leeuwen zijn de prognoses van KBA ter verificatie gehanteerd. In het IHP is op basis van ervaring en verwachting van schoolbesturen ruimte voor nuance, gezien de onzekerheid van een prognose. De prognose geeft een beeld van een relatief stabiel leerlingaantal in de gemeente West Maas en Waal. De gemeente zal bij aanvang van ieder in dit IHP gedefinieerd project de leerlingprognose actualiseren na gaan of er potentiële groeikernen zijn in de gemeente die van invloed zijn op de ontwikkeling van leerlingaantallen.
Pagina 9 van 38
3.3. Bouwsteen 2: Samenwerking Deze bouwsteen bespreekt samenwerkingsmogelijkheden op het gebied van onderwijshuisvesting. Schoolbesturen en gemeenten streven naar een maximale samenwerking tussen de schoolbesturen in de gemeente West Maas en Waal onderling, maar ook naar samenwerking met een grote diversiteit aan andere (dorps)partners. De schoolbesturen en gemeente erkennen dat zij een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de kansengelijkheid voor kinderen in de gemeente West Maas en Waal. Samenwerkingsmogelijkheden dienen altijd ten gunste van het onderwijs, de leerling, de medewerkers en de dorpsbelangen te zijn.
Samenwerking betekent dat scholen gebouwen delen, met elkaar of met partners (bijvoorbeeld kinderopvang, jeugdzorg, buurtvoorzieningen) . Samenwerking kan zowel inhoudelijk als gebouwelijk worden vormgegeven. Inhoudelijke samenwerking biedt voordelen op het gebied van kennisuitwisseling. Gebouwelijke samenwerking kan de inhoudelijke samenwerking faciliteren omdat men elkaar ook daadwerkelijk tegenkomt en biedt exploitatievoordelen (door bijvoorbeeld het delen van ruimten).
dak en het delen van ruimten. Wel kan er dan nog sprake zijn van inhoudelijke samenwerking zoals het gezamenlijk organiseren van activiteiten voor kinderen. In de samenwerking als een KC kunnen bijvoorbeeld dag-arrangementen van opvang en onderwijs aangeboden worden. De basis voor een IKC is het realiseren van een ontwikkellijn van 2-12, het realiseren van opvang van 0-12 is ook mogelijk. Het realiseren van kinderopvang voor 0-2jarigen is afhankelijk van de behoefte van een dorpskern en de sociaalmaatschappelijke factoren. Specifiek in kleine kernen is het vormen van een (I)KC (financieel en qua gebouw) aantrekkelijk. Met twee scholen die een kleine bouwvoet hebben, kun je samen een gebouw met een goed formaat realiseren. Door dan ook de synergie op te zoeken in ruimtegebruik, houd je zelfs vierkante meters over om een ‘special’ te realiseren, een type ruimte waar normaal gesproken geen vierkante meters voor overblijven bij de nieuwbouw van een school. Samenwerking is in eerste instantie inhoudelijk, de samenwerking op huisvesting moet dit ondersteunen. Partners die samen een (I)KC vormen worden niet juridisch één organisatie, maar zoeken synergie in ruimtegebruik en kunnen bijvoorbeeld functionarissen delen. Samenwerking met kinderdagverblijf/peuterspeelzaal biedt kansen aan de educatieve kant, samenwerking met BSO biedt kansen op het gebied van recreatie en ontspanning.
Het uitgangspunt is om de vve en doorlopende leerlijnen te versterken. Samenwerking onder één dak draagt hieraan bij. De beide schoolbesturen hebben al voorbeelden, in verschillende dorpskernen, van kinderopvang en onderwijs onder één dak. De schoolbesturen zijn in twee dorpskernen ook nieuwe plannen aan het vormen, namelijk een IKC in Appeltern en een KC in Wamel. In Appeltern ziet Trivium kansen om met de Gravin van Rechteren een IKC te vormen, waar ook dorpsvoorzieningen kunnen worden gefaciliteerd (“een IKC met dorpsbelangen”). In Wamel zijn er voornemens om een KC te realiseren voor De Laak en De Terebint. incl. nevenvestiging van De Kom.
b.
c.
1
Er wordt ingezet op het tot stand brengen van samenwerking tussen het PO en kinderopvang (kinderopvang, peuteropvang en buitenschoolse opvang, BSO). Dit worden ook wel partners voor Integrale Kindcentra (IKC) of Kindcentra (KC) genoemd. Het doel van gezamenlijk gehuisvest zijn is tweedelig. Aan de ene kant om gezamenlijk (1 of 2 scholen, kinderopvang en evt. andere gebruikers) ruimten efficiënter te gebruiken door deze te delen. Aan de andere kant kan de gezamenlijke huisvesting de inhoudelijke samenwerking tussen gebruikers versterken. Bij samenwerkingen worden pedagogiek en didactiek op elkaar afgestemd:
d.
e.
2
a.
De samenwerking tussen PO en kinderopvang partners kan verschillende vormen aannemen. Er zijn verschillende manieren van integratie tussen onderwijs en kinderopvang. Het IHP formuleert uitgangspunten, maar biedt ruimte om per project maatwerk te leveren, passend bij de lokale situatie. Bij vorming van een IKC zal deze ook gestoeld zijn op een inhoudelijke gezamenlijke visie. Wanneer gekozen wordt voor een KC, dan kan de samenwerking verschillende vormen aannemen. Een voorbeeld is dat de gezamenlijkheid zich dan beperkt tot huisvesting onder één
Referentie: 1662004-0032.5.0.
f.
3
Er worden kansen gezien in de samenwerking tussen PO en VO.
Samenwerking tussen PO en VO kan bijdragen aan een betere overgang voor leerlingen tussen primair en voortgezet onderwijs. Momenteel is er een samenwerking in Beneden Leeuwen met het Pax Christi College: Pax Junior. Leerlingen houden hier de
Pagina 10 van 38
mogelijkheid om de eerste twee VO jaren in de gemeente te blijven. Schoolbesturen en gemeenten achten het wenselijk om dit te behouden. Op dit moment beperkt de samenwerking zich tot letterlijk tegen elkaar aan gehuisvest zijn, maar zowel het Pax Junior als Groeisaam hebben de ambitie om deze samenwerking uit te breiden naar een (onderwijs)inhoudelijke samenwerking. De gedeelde ambitie is om de strikte scheiding tussen PO en VO soepeler te maken. Het Pax Junior ziet ook kansen in samenwerking tussen BSO (opvang na schooltijd) en VO.
Samenwerking tussen PO en SO draagt bij aan het speerpunt dat kinderen de gemeente niet uit hoeven om passend onderwijs te krijgen. Er is al jaren een succesvolle samenwerking tussen het SO en het PO in de gemeente West Maas en Waal. In Wamel is in De Laak (een school van Groeisaam) een nevenvestiging van SO school De Kom gevestigd (twee lokalen en enkele nevenruimten). De gemeente en schoolbesturen (incl. Punt Speciaal, schoolbestuur waar De Kom onder valt) wensen deze nevenvestiging van De Kom in de gemeente te behouden. De samenwerking is momenteel zowel op het gebied van huisvesting als ook inhoudelijk. De teamleden van Laak en de nevenvestiging van De Kom werken veel samen en kijken zo veel mogelijk wat zij voor elkaar kunnen betekenen en in welke activiteiten de kinderen van de beide scholen gezamenlijk kunnen optrekken. In het geval van nieuwbouw in Wamel (met De Terebint en De Laak, zoals beschreven in Bouwsteen Samenwerking, 2f.) is het voornemen dat de nevenvestiging van De Kom hier onderdeel van uitmaakt om de samenwerking zoals deze nu is voort te zetten, ook met de andere potentiële gebruikers van deze nieuwbouw.
4
Indien ruimten in scholen in gebruik worden gegeven aan partijen anders dan het onderwijs wordt in overleg getreden met de gemeente. Uit bovengenoemde punten komt naar voren dat samenwerking met diverse partners een belangrijk kernpunt is voor het IHP van de gemeente West Maas en Waal. Er is geconstateerd dat de gemeente toe nu toe niet heeft willen investeren in huisvesting voor kinderopvang onder één dak met onderwijs. Vanuit de schoolbesturen bezien is het noodzakelijk dat de gemeente hier in het IHP traject wel voor open staat, om de samenwerking op gebied van huisvesting met kinderopvang en andere (maatschappelijke) partners mogelijk te maken.
6
De gemeente West Maas en Waal staat open voor het voorfinancieren van huisvesting, mits hier meerjarige afspraken tegenover staan, zoals een huurcontract. Afhankelijk van de situatie wordt maatwerk geleverd in de manier waarop hiermee wordt omgegaan, bijvoorbeeld in de keuze voor wat betreft huur, of er een commercieel tarief, een maatschappelijk tarief of een kostendekkend tarief wordt toegepast. Daarbij wordt gehandeld in lijn met de wettelijke bepalingen en de verordening van de gemeente West Maas en Waal. Indien voor een partij anders dan het onderwijs, zoals een kinderdagverblijf, een ruimte wordt gerealiseerd in een (nieuw) schoolgebouw, dan is het belangrijk dat dit een zelfstandige unit met eigen entree betreft. Dit zorgt voor flexibiliteit naar de toekomst, zodat deze unit in de toekomst ook als autonome ruimte aan andere partijen verhuurd kan worden.
Er wordt door gemeente en schoolbesturen in het uitwerken van de projecten breder gekeken dan alleen onderwijs en opvang door te zoeken 5 naar samenwerking tussen het PO en overige maatschappelijke partners (bibliotheek, arbeidsmarkt, jeugdhulp, sportclubs, culturele partners). Er wordt daarbij tegemoet gekomen aan de sociaal-maatschappelijke rol van een school voor de dorpskern en bijgedragen aan de dorpskernontwikkeling. Deze functie kan per dorp en per school anders worden ingevuld. Er is ruimte om per school maatwerk te leveren, passend bij de lokale situatie. Dit vraagt om goede afspraken over beheeronderhoud en verantwoordelijkheid voor het leegstandsrisico. Samenwerking met dorpsvoorzieningen vraagt bovendien om partnerschap met en betrokkenheid van de gemeente.
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Pagina 11 van 38
3.4. Bouwsteen 3: Vraag en aanbod Deze bouwsteen omschrijft hoe om wordt gegaan met vraag en aanbod van de onderwijshuisvesting in de gemeente West Maas en Waal. Daarbij gaat het om vaststellen hoe de vraag wordt bepaald en waar het aanbod aan moet voldoen.
Het streven is goede spreiding van onderwijsaanbod over de kernen van West Maas en Waal, waarbij de voorwaarde is dat de kwaliteit van het 1 onderwijs geborgd is. Centraal staat dat ieder kind in de eigen dorpskern een passende plek in het onderwijs kan krijgen, “geen kind het dorp uit”. Dit is een specifiek uitgangspunt voor de scenariovorming binnen het IHP traject. Een logische uitwerking van dit uitgangspunt is dat, in principe, iedere dorpskern een school zou moeten hebben. De lokale opheffingsnorm vormt de ondergrens voor de minimale schoolgrootte in het basisonderwijs, deze verschilt per kern. De laagste is ca. 35 leerlingen. De kwaliteit en meerwaarde van het onderwijs in een dorpskern spelen ook een rol bij de keuze om een school wel of niet te handhaven. Maatwerk is daarom noodzakelijk indien er redenen zijn om een school te handhaven, omdat het bijvoorbeeld de enige school in het dorp is.
2
Een ideale schoolgrootte bestaat niet, dit is afhankelijk van de dorpskern en de specifieke situatie. Door de huisvesting anders te organiseren dan enkel naar de onderwijsvoorziening te kijken (zie bouwsteen 2) is er veel mogelijk, ook voor een kleine school. Schoolbesturen en gemeente nemen zich voor na te gaan welk type onderwijs past bij een kleine school. Het is belangrijk dat in ieder geval de (emotionele) ontwikkeling van kinderen gewaarborgd blijft, het sociaal/emotioneel klimaat en de kwaliteit van een school zijn leidend. Schoolbesturen hebben de verantwoordelijkheid om signalerend op te treden: zij houden in de gaten of de kwaliteit van het onderwijs en de ontwikkeling geborgd is.
3
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Het streven is een optimale afstemming tussen vraag en aanbod. Daarbij gaat het ook om het voorkomen van leegstand en ruimtetekort bij scholen. De keuze van één van de onderstaande instrumenten zal altijd in samenspraak tussen de gemeente en schoolbesturen worden gemaakt. Er is sprake van maatwerk. a. Wanneer meerdere gebruikers in één gebouw zijn gehuisvest kunnen er onderlinge volumeafspraken worden gemaakt. In het geval van twee scholen in één schoolgebouw gaat het bijvoorbeeld om het maken van afspraken over ‘wissellokalen’ (lokalen die op basis van schommeling in leerlingaantallen kunnen wisselen tussen de twee scholen). Verschillen in onderwijs(huisvestings)-concepten kunnen volumeafspraken in de weg staan. Het is belangrijk om voor nieuwe schoolgebouwen een logische indeling te kiezen, omdat de mogelijkheid bestaat dat bepaalde (groeps)ruimten na verloop van tijd wisselen van gebruiker. b. In het geval van gezamenlijke huisvesting van scholen met kinderopvang partners of maatschappelijke partners is het ook mogelijk om volumeafspraken te maken voor een verandering in de ruimtevraag in de toekomst. Het is ook in dit geval belangrijk om op voorhand duidelijke afspraken te maken over welke ruimten voor gemeenschappelijk gebruik zijn en welke ruimten (onder bepaalde voorwaarden) kunnen wisselen van gebruiker in de toekomst.
Een gebouw met een flexibele opzet, waarvan bijvoorbeeld binnenwanden relatief eenvoudig kunnen worden verplaatst, kan bijdragen aan de mogelijkheden op dit gebied. c. Verhuur van ruimten kan, na toestemming van de gemeente, een oplossing zijn voor een ruimteoverschot. De inkomsten van schoolbesturen voor onderhoud en exploitatie zijn afhankelijk van het aantal kinderen. Bij leegstand moet een schoolbestuur met minder inkomsten hetzelfde aantal vierkante meters onderhouden. Ook afstoten van leegstand kan een mogelijkheid zijn. d. Gebruik maken van (gedeeltelijk) leegstaande panden welke niet tot de onderwijshuisvestingvoorraad behoren is een mogelijkheid om incidenteel, nietstructureel, ruimtetekort op te lossen. Denk aan dorpshuizen of andere maatschappelijke voorzieningen. Hierbij dient echter wel goed gekeken te worden naar de geschiktheid van een pand voor onderwijs. In het geval van structureel ruimtetekort gaat de gemeente na of er een geschikte voorziening in de dorpskern is om het ruimtetekort op te lossen (bijvoorbeeld leegstand in een andere school). Ook worden oplossingen zoals een noodunit of aanbouw onderzocht. Het kiezen van de oplossing gebeurt altijd in samenspraak tussen schoolbesturen en gemeente.
4
Pagina 12 van 38
3.5. Bouwsteen 4: Kwaliteit & Duurzaamheid Deze bouwsteen geeft aan welke kwaliteitsambities de gemeente West Maas en Waal en schoolbesturen nastreven op het gebied van kwaliteit en duurzaamheid.
Gemeente en schoolbesturen zien het realiseren van kwalitatief goede en duurzame huisvesting als een maatschappelijke, gezamenlijke verantwoordelijkheid. Een kwalitatief goed en duurzaam gebouw heeft een positief effect op het onderwijs én op het leefklimaat voor de huidige en toekomstige generaties.
1
Het IHP streeft, bij nieuwbouw, naar het realiseren energieneutrale gebouwen (ENG) die tevens aardgasvrij zijn. In hoeverre het haalbaar is om de nieuwe gebouwen ENG te realiseren is afhankelijk van wat mogelijk is binnen de budgettaire kaders. De gemeente en schoolbesturen stellen zichzelf ten doel om bij nieuwbouw zo veel mogelijk richting ENG te bewegen. Indien blijkt dat volledig ENG bouwen niet haalbaar is, worden zo veel mogelijk verduurzamingsmaatregelen gekozen om als het ware tot een “BENG-plus” scenario te komen. Bij renovatie is het streven om fschoolgebouwen te renoveren (in de vorm van “vernieuwbouw”) tot BENG niveau of zo veel mogelijk richting ENG. Tijdens de werkgroep financiën, onderdeel van dit IHP traject, worden concrete afspraken gemaakt over ambitieniveaus in het kader van duurzaamheid, incl. de wijze van financiering van deze ambities.
2
Duurzaamheidsprincipes worden toegepast bij nieuwbouw/renovatie van schoolgebouwen. Daarbij bieden de principes van Trias Energetica houvast om hierin een realistische afweging te maken tussen ambitie en budget: a. Voorkomen van onnodig energieverbruik (bijvoorbeeld isolatie). b. Gebruik van duurzame energiebronnen (bijvoorbeeld zonnepanelen1). c. Indien nodig, efficiënt gebruik van fossiele brandstoffen (bijvoorbeeld gas). De scholen en schoolgebouwen hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid en voorbeeldfunctie naar leerlingen, hun familie en de kern.
3
Gemeente en schoolbesturen willen duurzaamheid breder definiëren dan alleen energiebesparing en CO2-reductie: duurzaamheid gaat ook over 4 goed onderwijs, een gezond leer- en leefklimaat, een gezonde financiële exploitatie, circulariteit en toekomstbestendigheid. a. Ten aanzien van goed onderwijs gaat het om functionaliteit: nieuwe en gerenoveerde schoolgebouwen dienen onderwijsconcepten goed te faciliteren, het gebouw dient aan de sluiten bij het onderwijsconcept van de school. Daarnaast dienen ook andere functies in samenhang met onderwijs goed gefaciliteerd te worden. Denk aan kinderopvang of jeugdzorg, maar ook de verbinding met de wijk. b. Ten aanzien van gezondheid wordt rekening gehouden met de Frisse Scholenthema’s (naast energie): lucht, temperatuur, licht en geluid om een prettig en gezond klimaat voor kinderen en medewerkers te realiseren. Voor de Frisse Scholen thema’s wordt gekozen voor een slimme mix van eisen per subonderdeel, waarbij in sommige gevallen klasse A de beste keuze is, maar in andere gevallen klasse C of niveau bouwbesluit ook goede kwaliteit levert. Hierbij wordt het kwaliteitskader van HEVO aangehouden, wat is gebaseerd op een optimale prijs-kwaliteit verhouding. c. Ten aanzien van circulariteit wordt ernaar gestreefd bewust om te gaan met de toegepaste materialen en waar mogelijk gebruik te maken van natuurlijke, herbruikbare materialen.
In het geval van nieuwbouw wordt gelet op de basisprincipes van circulariteit, zoals de toekomstige losmaakbaarheid van de gebouwelementen d. Ten aanzien van toekomstbestendigheid wordt ingezet op maximale flexibiliteit (o.a. het vermijden van dragende binnenwanden) om ervoor te zorgen dat de schoolgebouwen in de toekomst ook andere onderwijsconcepten kunnen faciliteren. Hierbij gaat het zowel om interne flexibiliteit, als ook om transformatiemogelijkheden van het vastgoed. Het definitieve kwaliteitsniveau en de verdeling van de kosten worden geconcretiseerd gedurende het IHP-traject, mede afhankelijk van de budgettaire kaders.
1
Zonnepanelen hebben hoge onderhoudskosten, schoolbesturen kunnen ook overwegen om de daken van de nieuwe schoolgebouwen beschikbaar te stellen aan ondernemers om zonnepanelen te plaatsen.
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Pagina 13 van 38
Multifunctioneel gebruik: de gebouwen dienen tevens optimaal gebruikt te 5 worden. Multifunctioneel gebruik leidt tot een hogere bezetting en daarmee een duurzaam gebruik van de gebouwen. Samenwerking met verschillende typen gebouwgebruikers onder één dak vergroot de flexibiliteit – als de ene gebruiker minder ruimte nodig heeft, kan de andere gebruiker deze ruimte wellicht gaan huren. Op die manier kan zo veel mogelijk leegstand intern worden opgevangen. Dit vraagt wel om aandacht over afspraken ten aanzien van; beheersvorm, eigendomsverhouding, samenwerkingsafspraken, exploitatie en financiële geldstromen. Dergelijke afspraken dienen te volgen uit de inhoudelijke afspraken die aan de samenwerking ten grondslag liggen. Het is belangrijk om hier al bij planvorming over na te denken.
slot is het belangrijk dat scholen bereikbaar zijn en dat de verkeersveiligheid gewaarborgd is. In het bijzonder wanneer kinderen bijvoorbeeld met busjes naar school worden gebracht dienen er voorzieningen te worden getroffen om de verkeersveiligheid te garanderen.
Ruimte voor sport en bewegen is ook onderdeel van de kwaliteit van onderwijshuisvesting. Daarbij gaat het niet alleen om de sporthallen en gymzalen, maar ook om ruimte voor bewegen in en om de scholen. De sportaccommodaties maken integraal onderdeel uit van het IHP. De behoefte aan klokuren sport en bewegen worden getoetst aan de beschikbaarheid en kwaliteit van de sportvoorzieningen. Ook wordt bekeken, bij vervangingsvragen van sport- en onderwijshuisvesting, wat dit in relatie tot elkaar kan betekenen. Bijvoorbeeld door, als een gymzaal aan vervanging toe is, te kijken of een school die ook bijna aan vervanging toe is bij de plannen mee kan worden genomen (en vice versa).
6
7
Inclusief, passend onderwijs, toegankelijkheid en bereikbaarheid.
De ambitie is dat kinderen de regio en bij voorkeur het dorp niet uit hoeven om onderwijs te genieten. Dit vraagt iets van schoolgebouwen op het gebied van toegankelijkheid, zowel in de vorm van passend onderwijs voor leerlingen met een zorgbehoefte als ook in de vorm van fysieke (rolstoel)toegankelijkheid. Het uitgangspunt is dat ook kinderen met een fysieke beperking zich vrij kunnen bewegen door de schoolgebouwen in de gemeente. Ook op sociaal-emotioneel gebied wordt iets gevraagd van de schoolgebouwen, het is van belang dat er rustige ruimten zijn in een school waar kinderen die dat nodig hebben zich alleen of met een groepje kunnen terugtrekken. Tot
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Pagina 14 van 38
3.6. Bouwsteen 5: Renovatie en vervangende nieuwbouw Deze bouwsteen geeft aan hoe gemeente en schoolbesturen omgaan met renovatie en vervangende nieuwbouw.
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor nieuwbouw, schoolbesturen zijn in alle situaties verantwoordelijk voor het goed onderhouden en exploiteren van gebouwen. Renovatie (vernieuwbouw) is wettelijk nog niet geregeld. 1 Renovatie kan een duurzamere oplossing zijn dan nieuwbouw. Ten aanzien van renovatie wordt aangesloten op het voorstel van PO-raad, VO-raad en VNG. a. Renovatie wordt opgenomen als voorziening. In de huidige situatie zijn gemeenten alleen verantwoordelijk voor vervangende nieuwbouw wanneer een gebouw aan het einde van zijn levensduur is (onder andere artikel 2 Verordening). Door renovatie op te nemen als voorziening ontstaat de mogelijkheid om bij een gebouw dat aan het einde van zijn levensduur is ook renovatie toe te passen. b. Renovatie (vernieuwbouw) is daarbij een integrale levensduurverlengende ingreep in het gebouw, waarmee de levensduur van het gebouw met ten minste 25 jaar, maar bij voorkeur 40 jaar, wordt verlengd. Dit betekent dat vernieuwbouw alleen een overweging is wanneer aangetoond kan worden dat de betreffende school en het schoolbestuur weer ten minste 25 jaar op een goede en betaalbare manier met het gebouw vooruit kunnen. In specifieke situaties kan van dit uitgangspunt worden afgeweken, als een tijdelijke oplossing noodzakelijk is, maar in principe zou renovatie gelijkwaardig aan nieuwbouw moeten zijn. c.
Uitgangspunt bij renovatie is dat de aanpassingen die leiden tot een levensduurverlenging van ten minste 25 jaar2 voor rekening komen van de gemeente, waarbij op basis van Total Cost of Ownership (TCO) en vanuit de MJOP een investeringsbijdrage van het schoolbestuur aan de dekking van de renovatie kan worden toegevoegd (zie verder paragraaf 7.3).
2
Bij investeringsopgaven in het kader van het IHP wordt de mogelijkheid van renovatie onderzocht.
Daarbij wordt beoogd om de gedefinieerde duurzaamheidseisen (minimaal BENG, gasloos en streven richting ENG) en kwaliteitseisen, in het bijzonder op gebied van binnenklimaat (gemiddeld Frisse Scholen klasse B), zoveel mogelijk te realiseren. Dit wordt in de afweging nieuwbouw of renovatie inzichtelijk gemaakt.
Per situatie wordt een afweging gemaakt (bijvoorbeeld in een haalbaarheidsonderzoek) of nieuwbouw of renovatie de beste oplossing is voor de betreffende school. Daarbij worden, naast praktische aspecten zoals de kosten en mogelijkheden voor tijdelijke huisvesting, onder andere de volgende aspecten meegenomen in de afweging (willekeurige volgorde): a. Er wordt rekening gehouden met de onderwijskundige functionaliteit van de gebouwen. Past de huisvesting bij de onderwijsvisie, nu en in de toekomst? Is de huisvesting voldoende flexibel aanpasbaar voor gebruik in de toekomst? Is het mogelijk om middels renovatie ervoor te zorgen dat de huisvesting weer past bij de onderwijsvisie? Dan is renovatie een goede optie. b. Er wordt rekening gehouden met een goede bezetting van gebouwen. Er wordt (bij voorkeur) niet gerenoveerd voor een schoolgebouw waar sprake is van significant ruimtetekort of ruimteoverschot, tenzij de eventuele overmaat kan worden toebedeeld aan andere gebouwgebruikers. c. Er wordt rekening gehouden met mogelijkheden om de gestelde duurzaamheidsambities (zie bouwsteen 4) te bereiken. d. De toekomstige exploitatie- en onderhoudslasten worden meegenomen als afweging voor nieuwbouw of renovatie. e. Er wordt rekening gehouden met de bouwtechnische staat van het schoolgebouw – is renovatie een (financieel) haalbare en aantrekkelijke optie? f.
Er wordt gekeken naar de meerjarenplanning van andere scholen en dorpsfuncties die wellicht nieuwbouw gaan krijgen – dan is gezamenlijke huisvesting in die nieuwbouw een interessante optie. In dat geval kan in samenspraak gekozen worden om enkele jaren te overbruggen en daarna over te gaan tot gezamenlijke nieuwbouw.
3
2 In het concretiseringsvoorstel van de PO-VO Raad en VNG is opgenomen: ‘Renovatie is een grootschalige en
integrale aanpak van een bestaand schoolgebouw waarmee de levensduur verlengd wordt met ten minste 25 jaar en het gebouw (weer) voldoet aan de functionele eisen en kwaliteitseisen zoals geformuleerd in het IHP (en ten minste aan vigerende eisen van het Bouwbesluit).’
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Pagina 15 van 38
Het IHP geeft de schoolbesturen en de gemeente inzicht in de vervangingstermijn van hun gebouwen. Schoolbesturen zijn door het IHP in staat om onderhoud en duurzaamheidsmaatregelen af te stemmen op het moment van nieuwbouw of renovatie. Gemeenten kunnen in hun meerjarenbegroting rekening houden met de vervanging van onderwijsgebouwen en daardoor financieel voorsorteren op de komende uitgaven/investeringen.
4
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Pagina 16 van 38
4. Inventarisatie en analyse
In een separate rapportage (“Quickscans gemeente West Maas en Waal” d.d. 22 april 2020) is de quickscan methodiek nader
SCHOOL RK De Tweestroom PC de Terebint (origineel bouwdeel)* RK De Laak PC Gravin van Rechterenschool Rok De Mariënhof RK De Lambertusschool PC de Terebint (aanbouw)*
BOUWJAAR
BVO
1
3
1
2
2
3
TOTAALSCORE TOTAALSCORE
ONDERWIJSKUNDIG ONDERWIJSKUNDIG
De quickscanscores zijn input voor de scenarioontwikkeling. Bij het besluit tot nieuwbouw/renovatie wordt bij de scenarioontwikkeling ook gekeken naar andere belangrijke factoren zoals omschreven in paragraaf 3.6.
EXPLOITATIE EXPLOITATIE
Op basis van de door HEVO ontwikkelde en frequent toegepaste methodiek is elk schoolgebouw (m.u.v. KC Beneden Leeuwen vanwege zeer jonge leeftijd) op deze criteria beoordeeld en voorzien van een gewogen score. De totaalscore geeft daarmee op uniforme wijze richting aan de mate van urgentie tot een levensduurverlengende ingreep in relatie tot de gebouwkwaliteit: • Bij < 57 punten: binnen 0-5 jaar (rood). • Bij 57 - 63 punten: binnen 5-10 jaar (oranje). • Bij 63 - 69 punten: binnen 10-20 jaar (lichtgroen). • Bij 69 > punten: over meer dan 20 jaar (donkergroen).
BINNENMILIEU BINNENMILIEU
In tabel 4.1 zijn de quickscan scores van 8 van de 9 PO schoolgebouwen in de gemeente West Maas en Waal weergegeven. Op basis van deze scores en het bijbehorende advies voor de termijn waarbinnen renovatie of nieuwbouw zou moeten worden uitgevoerd geven een eerste prioritering. Uit de tabel is af te lezen dat er 5 schoolgebouwen zijn waarvoor binnen een termijn van 5-10 jaar geadviseerd wordt om te renoveren danwel vervangen – in die periode staat de gemeente West Maas en Waal dus voor een grote vervangingsopgave.
VEILIGHEID VEILIGHEID
4.2. Quickscanscores
Voor het ontwikkelen van scenario’s is integraal inzicht in de bestaande huisvestingssituatie van de scholen een belangrijk uitgangspunt. Dit geeft richting aan prioriteiten en toekomstperspectieven van de scholen in de gemeente West Maas en Waal. Voor het IHP is het niet alleen de vraag of een pand een goed gebouw is, maar of een pand een goed schoolgebouw is. In de beoordeling van het gebouwenbestand is daarom gekeken naar meer dan alleen de bouwkundige staat. Er is ook gekeken naar onderwijskundige functionaliteit, binnenmilieu, veiligheid, exploitatie en uitstraling van de schoolgebouwen. Dit zijn kaders voor strategisch vastgoedbeleid.
BOUWKUNDIGE STAAT BOUWKUNDIGE STAAT
4.1. Quickscan methodiek
UITSTRALING UITSTRALING
Ten behoeve van de inventarisatie en analyse van het scholenlandschap in de gemeente West Maas en Waal zijn Quickscans uitgevoerd.
toegelicht en zijn de quickscans van de 6 oudste scholen opgenomen. Voor De Mariaschool en De Oversteek zijn in het voorjaar van 2021 nog quickscans uitgevoerd, deze rapportages zijn afzonderlijk verstrekt aan de gemeente en het betreffende schoolbestuur (Groeisaam).
Termijn renovatie/ nieuwbouw
1970, 2006 1930 1976, 1980 1953 1970, 2005 1980, 2007 2001/2007
583 617** 1158 469 1171 897 617**
5,5 7,0 5,5 6,0 6,0 6,0 6,0
5,0 4,0 5,0 5,0 5,0 5,0 6,0
5,5 6,0 5,5 6,0 6,0 6,0 6,0
4,0 5,0 4,0 5,0 5,0 5,5 5,5
4,0 5,0 5,5 4,0 4,0 4,0 5,0
5,5 5,0 5,0 6,0 6,0 6,0 5,0
58,5 60,0 60,0 63,0 63,0 64,0 66,0
Binnen 5-10 jaar Binnen 5-10 jaar Binnen 5-10 jaar Binnen 5-10 jaar Binnen 5-10 jaar Binnen 10-20 jaar Binnen 10-20 jaar
2009 2012
980 1590
7,0 7,0
7,0 8,0
6,0 6,0
6,0 7,0
4,0 5,0
6,0 8,0
72,0 85,0
Na 20 jaar or langer Na 20 jaar or langer
* De Terebint is als twee losse bouwdelen beoordeeld ** De totale oppervlakte van De Terebint is 617 m2
De Mariaschool (MFA D'n Dulper) De Oversteek (MFA D'n Hoender)
Tabel 4.1: Quickscan scores West Maas en Waal Referentie: 1662004-0032.5.0.
Pagina 17 van 38
4.3. Bronnen en berekeningen In deze paragraaf wordt voor diverse onderwerpen toegelicht welke bronnen en berekeningen hieraan ten grondslag liggen.
4.3.1 Leerlingprognoses PO, VO en SO Het uitgangspunt voor de leerlingprognoses PO en VO is de leerlingprognose van Pronexus uit 2021. Voor het VO (Pax Junior) zijn prognoses van KBA ter verificatie ook geraadpleegd. Voor het SO zijn geen uitgesplitste leerlingprognoses beschikbaar. Daarom wordt voor voorliggend IHP uitgegaan van twee groepen van 16 kinderen, in totaal 32 kinderen. Dit is vergelijkbaar met de huidige situatie. Zodra bekend is van welk leerlingaantal SO in de gemeente moet worden uitgegaan voor De Kom in West Maas en Waal, kan dit geactualiseerd worden in de eerstvolgende herijking van dit IHP, of in een addendum.
In de ruimtebehoefteberekening van het VO is het aantal vierkante meters per leerling afhankelijk van leerjaar en onderwijssoort. Voor leerjaar 1 en 2 geldt, ongeacht de onderwijssoort, 6,18 m2 bvo per leerling. In het geval van VO geldt dat een nevenvestiging in sommige omstandigheden wel recht heeft op een vaste voet. Het Pax Junior is niet in nabijheid van de hoofdlocatie in Druten gesitueerd en wordt daarom gekenmerkt als ‘nevenvestiging met spreidingsnoodzaak’, waardoor de locatie recht heeft op 300 m2 bvo vaste voet.
4.3.3 Gebruiksgegevens Voor de Quickscans en voor de berekening van de CO2 uitstoot t.b.v. hoofdstuk 6 Duurzaamheid is uitgegaan van de gebruiksgegevens zoals aangeleverd door de schoolbesturen en de besturen van de Multi Functionele Accommodaties (MFA’s) waarin sommige scholen zijn gehuisvest.
4.3.2 Normatieve ruimtebehoefte Hier volgt een korte achtergrond bij de berekening van de normatieve ruimtebehoefte, waar in de hierna volgende hoofdstukken regelmatig naar wordt gerefereerd. De normatieve ruimtebehoefte voor de schoolgebouwen waarmee in de vervangingsopgave wordt gerekend is gebaseerd op het gemiddelde aantal leerlingen tussen 2021 en 2041 (Pronexus 2021). Op basis van dit leerlingaantal kan voor ieder schoolgebouw de normatieve ruimtebehoefte worden berekend via de volgende berekening: Normatieve ruimtebehoefte = aantal leerlingen x 5,03 + 200 = ruimtebehoefte bvo. In deze berekening is 5,03 het aantal vierkante meters bvo waar een school per kind recht op heeft, daarbovenop krijgt iedere school eenmaal een ‘vaste voet’ van 200 m2 toebedeeld. Deze vierkante meters zijn bedoeld voor nevenruimten zoals kantoorruimte, overleg, berging, etc. Voor SO is de berekening net anders, daar is het aantal vierkante meters per leerling 8,8. Omdat De Kom in Wamel een nevenvestiging betreft, ontvangt deze locatie geen vaste voet.
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Pagina 18 van 38
5. Scenario’s 5.1. Scholenlandschap In afbeelding 5.1 is het scholenlandschap van de gemeente te zien. In iedere dorpskern bevindt zich ten minste één school. In Wamel en Beneden Leeuwen zijn er twee PO scholen en een VO school voor de jaren 1 en 2. De nevenvestiging van De Kom (SO) is te vinden in Wamel.
5.2. Scenario’s werkwijze Om scenario’s voor de huisvestingsopgave in het IHP te bepalen is per dorpskern besproken wat de huidige situatie is: • Huidige situatie school / scholen: leerlingprognose, bouwjaar, quickscanscore, ruimtetekort/overschot • Beschikbaarheid en locatie andere voorzieningen: dorpshuis / MFA, opvang en gym • Bijzonderheden in de dorpskern • Concrete omschrijving van huidige problematiek Op basis van deze situatie is in overleg bepaald wat het voorkeursscenario is voor deze dorpskern. Dit scenario is toegelicht, indien er voorwaarden zijn aan dit scenario zijn deze ook benoemd en er is een termijn aan gekoppeld waarbinnen het scenario in uitvoering wordt gebracht. In hoofdstuk 7, investeringsplanning, is invulling gegeven aan deze termijnen door er een jaartal aan te koppelen. Indien er ook alternatieve scenario’s mogelijk zijn, zijn deze benoemd. Vervolgens is voor de huidige situatie en het voorkeursscenario bepaald in hoeverre deze aansluiten op de bouwstenen van beleid. Dit geeft dus een beeld van de verbetering als gevolg van de realisatie van het voorkeursscenario. Via een visuele weergave met nul tot drie sterren is per onderdeel van de bouwstenen van beleid aangegeven hoe de huidige situatie scoort. De sterren zijn ingevuld door schoolbesturen i.o.m.
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Afbeelding 5.1 Scholenlandschap West Maas en Waal
directeuren en zijn indicatief. Dit betekent dat het niet een harde, feitelijke score betreft, maar een manier om te visualiseren wat de impact van uitvoering van een scenario is op de huidige situatie. Enkele uitgangspunten bij het invullen van de sterren voor bouwstenen van beleid: • Bij samenwerking gaan we uit van 2 sterren bij inhoudelijk goede samenwerking of alleen samenwerking in huisvesting, 3 sterren als beide aan de orde zijn, naar tevredenheid • Kwaliteit gaat over de kwaliteit van de huisvesting (zoals binnenklimaat). Maar ook: wanneer er bijvoorbeeld veel te weinig ruimte in de school is, dan heeft dat een negatieve invloed op kwaliteit. • Spreiding gaat over iedere dorpskern voorzien van onderwijs. Daarin is dus alleen 3 sterren (er is een school) of 0 sterren (er is geen school) mogelijk.
Pagina 19 van 38
5.3. Beneden Leeuwen Situatie Beneden Leeuwen •
•
•
Twee gebouwen aan elkaar gekoppeld, met daarin gevestigd het Pax Junior (VO), De Leeuwenkuil en De Wijzer (PO), samen met de kinderopvang van KION vormen zij KC Beneden Leeuwen. KION en Groeisaam willen werken aan doorgaan leerlijn. Er zijn (nieuwe) woningbouwplannen in het Leeuwse Veld. Leerlingprognoses zijn n.a.v. deze plannen herijkt. Het blijft verstandig om de ontwikkeling van deze plannen in de gaten te houden bij de uitvoering van het haalbaarheidsonderzoek. Geen dorps ontwikkelplan, momenteel een minder actief dorpsplatform
Acuut probleem: ruimtetekort Groeisaam scholen en KION • Ruimtetekort De Leeuwenkuil + De Wijzer huidig: 526 m2 bvo • Ruimtetekort De Leeuwenkuil + De Wijzer in 2036: 742 m2 bvo • Wachtlijsten bij kinderopvang van KION van ca. een half jaar. KION heeft momenteel 194 m2 bvo in gebruik, maar heeft ca. 270 m2 bvo nodig om twee kinderopvang groepen en één peutergroep te huisvesten.
Omschrijving scenario(s) Voorkeursscenario: Oplossing bieden voor het ruimtetekort PO, exacte invulling n.t.b. aan de hand van een haalbaarheidsonderzoek. Hiervoor dient op zeer korte termijn een tijdelijke oplossing te worden geboden en daarna ook een definitieve oplossing. In beide oplossingen is het belangrijk dat de functionaliteit voor het onderwijs centraal staat.
Kinderopvang/ peuteropvang/BSO • KION • Stip en Stap • BSO Safari
Dorpshuis MFA De Rosmolen • Sporthal • Horecagelegenheid • Theaterzalen • Vergaderen & bibliotheek
Ruimtetekort berekend voor KC Beneden Leeuwen – het PO deel als geheel
Termijn: Zo snel mogelijk een tijdelijke functionele oplossing, binnen 3 jaar een definitieve functionele oplossing. Omschrijving haalbaarheidsonderzoek: Voor zowel de tijdelijke als de definitieve oplossing is een haalbaarheidsonderzoek vereist om e.e.a. concreet te maken: • Een functionele inpassingstudie naar de (on)mogelijkheden van ruimtegebruik van PO in het gebouw van Pax Junior i.c.m. intensivering samenwerking PO en VO; • Gevolgen van leerling prognoses op de lange termijn, voor VO en PO (op basis van geactualiseerde leerling prognoses en woningbouwplannen); • Ruimtegebrek KION Kinderopvang meenemen (bv. uitgaan van origineel voor KION bedoelde ruimten in KC Beneden Leeuwen); • Verdiepend onderzoek naar wensen samenwerking PO(/VO) met kinderopvang; • Verkeerssituatie beoordelen en kijken of er maatregelen mogelijk zijn. Referentie: 1662004-0032.5.0.
Benadering ruimtebehoefte Pax Junior Voor het Pax Junior zal in het haalbaarheidsonderzoek bepaald moeten worden wat de normatieve ruimtebehoefte precies is om vervolgens te onderzoeken of er sprake is van ruimteoverschot/tekort. Per september van komend jaar zal Groeisaam 146 m2 van het Pax Junior in gebruik nemen bij wijze van tijdelijke en gedeeltelijke oplossing van het ruimtetekort. Bij de in de tabel genoemde 2.320 m2 bvo zijn de gymzalen en ruimten van KION niet meegerekend. De praktijklokalen in de verbinding van het PO en VO gebouwdeel en de ruimten die vanaf september in gebruik zijn van Groeisaam zijn wel meegerekend.
Pagina 20 van 38
5.4. Altforst Situatie Altforst •
• •
De Tweestroom heeft op de lange termijn een stabiel leerlingaantal van net boven de 40 leerlingen. Hoewel het leerlingaantal niet hoog is, heeft Groeisaam er vanwege de stabiliteit die de prognoses laten zien vertrouwen in dat het sociaal/emotioneel klimaat gewaardborgd is. Groeisaam maakt op korte termijn plannen om te investeren in het binnenklimaat van het schoolgebouw, zodat het nog 5-10 jaar mee kan. Het Dorpshuis de Uithof is momenteel verbouwplannen aan het afronden, deze zullen binnnenkort in uitvoering gaan. Groeisaam ziet kansen om tegen het dorpshuis aan gehuisvest te zijn in de toekomst.
Omschrijving scenario(s) Voorkeursscenario: de ontwikkeling van een nieuw schoolgebouw voor De Tweestroom, waarbij de voorkeur uitgaat naar een koppeling met het dorpshuis (tegen het dorpshuis aan bouwen). De beredenering is dat De Tweestroom altijd een kleine school zal blijven, tegen het dorpshuis aan bouwen zorgt voor een grotere voorziening en verbeterde samenwerking met maatschappelijke functies. De verbouwing van het dorpshuis zal naar verwachting op korte termijn van start gaan, verzocht wordt om hierin rekening te houden met een toekomstige aanbouw voor de school.
Termijn: De Tweestroom zal in ieder geval nog 5 – 10 jaar in stand gehouden worden. In de termijn 5 – 10 jaar vanaf heden zal de nieuwbouwopgave worden uitgevoerd. Voorwaarde: de voorwaarde aan deze nieuwbouwopgave is dat het geprognosticeerde leerlingaantal hoog genoeg is om een goed sociaal/emotioneel klimaat op school te waarborgen. Op basis van de meest actuele leerling prognoses is dit vertrouwen er, bij herijking van het IHP over maximaal vier jaar moeten de leerling prognoses nogmaals worden geactualiseerd. 1e Alternatieve scenario: Gezamenlijke huisvesting voor De Uithof en De Tweestroom. In het najaar van 2021 zullen de mogelijkheden voor dit scenario onderzocht worden om op korte termijn uitsluitsel te geven over de keuze van het scenario in Altforst en de termijn waarbinnen dit wordt uitgevoerd. De korte termijn plannen van Groeisaam zijn hiervan afhankelijk. 2e Alternatieve scenario: Vervangende nieuwbouw voor De Tweestroom, enkel op zichzelf staand, niet gekoppeld aan het dorpshuis. Referentie: 1662004-0032.5.0.
Kinderopvang Sterappel, kleinschalig en net geopend
Dorpshuis De Uithof Gym- en theaterzaal met podium Horecagelegenheid, ontmoeting Wordt binnenkort verbouwd
Pagina 21 van 38
5.5. Wamel Situatie Wamel •
• •
•
•
Er zijn al een tijd voornemens voor gezamenlijke nieuwbouw met de drie scholen en kinderopvang. Daarnaast is er de wens om een plusplas / impulsgroep te kunnen huisvesten in deze nieuwbouw. De verkeerssituatie bij De Laak wordt door de directeur als zeer gevaarlijk omschreven. Het gebouw van De Laak functioneert niet goed (meer). Bovendien is er te weinig ruimte (het ruimteoverschot wat zichtbaar is in de tabel rechts is in gebruik door de nevenvestiging van De Kom. Uit de cijfers lijkt het dat er bij De Terebint sprake is van een ruimteoverschot. In werkelijkheid betreft dit een zolder welke niet geschikt is voor onderwijs. De zolder wordt door de BSO wel gebruikt. Uit het dorps ontwikkelplan volgt dat er sprake is van vergrijzing, maar er zijn ook jongeren die na de studie wel terug naar Wamel komen. Bovendien trekt Wamel nieuwe bewoners aan. Wamel mist zorgwoningen voor ouderen sinds de sluiting van Huize Hendricus.