CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

12 Gewijzigd Raadsvoorstel Aanbieden Rapport van Bevindingen Onderzoek Overdracht Stortplaats Avri (Necker

Gemeenteraad 21 oktober 2021, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Aanbieden rapport van bevindingen Onderzoek Overdracht stortplaats AVRI1.514 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad

Onderwerp

Raadsvoorstel Aanbieden Rapport van Bevindingen Onderzoek Overdracht Stortplaats Avri (Necker van Naem)

Vergadering

Datum

Agendapunt

Rondetafelgesprek Raadsvergadering

5 oktober 2021 21 oktober 2021

4 12

Registratienummer Datum collegebesluit Datum presidium Portefeuillehouder Behandelend ambtenaar Programma Fatale termijn Openbaarheid Voorstel genodigden rondetafelgesprek:

Z.061028 / 61028 n.v.t 19-10-2021 V.M. van Neerbos K.M. Vons Fysieke leefomgeving Openbaar

Rondetafelgesprek Conclusie Openstaande vragen Toezeggingen

 Afgedaan

x Naar raad

 Extra RTG

 Terug naar college

T 2021-049 Portefeuillehouder van Neerbos zegt toe de dubbeling in het raadsvoorstel onder 3.1 en 3.2 te corrigeren.

Overige opmerkingen Bijlagen bij dit voorstel Stukken ter inzage

-

Rapport van Bevindingen Concept Raadsbesluit

Voorgesteld besluit 1. 2.

kennis te nemen van het onderzoeksrapport ‘Storten en tekorten. Gezamenlijk raadsonderzoek naar de stortplaats Avri’; in te stemmen met de conclusies: 1. De opvolging van het signaal over mogelijke rekenrenteverlaging en contact met de provincie bleef te lang en te veel een ambtelijke kwestie. 2. Het beeld van Avri en de provincie bij de uitgangspunten van het overlegtraject over de rekenrenteverlaging verschilde. De bestuurlijke afstand tussen Avri en de provincie was groot. 3. Avri is te weinig politiek-bestuurlijk sensitief geweest bij het inschatten van de gevolgen van het advies om de rekenrente te verlagen en het contact met de provincie. 4. De gemeenteraden en het AB zijn stap voor stap geïnformeerd over ontwikkelingen rondom de verlaging van de rekenrente via P&C-documenten en platformbijeenkomsten, maar ook hierin heeft Avri te weinig politiek-bestuurlijke sensitiviteit laten zien. 5. Het informeren van gemeenteraden na het besluit van GS om PS voor te stellen de rekenrente te verlagen, had in belangrijke mate tot doel hen te mobiliseren tot protest tegen de provincie. Dit heeft deels averechtse gevolgen gehad. 6. Dé Avri bestaat niet. Gemeenten nemen verschillende diensten af en betrokkenheid van raden is verschillend georganiseerd. Dit bemoeilijkt het gezamenlijk en eensgezind

tegemoet treden van Avri. Gemeenten geven beperkt invulling aan hun eigenaarschap van Avri. Meer aandacht voor die rol had kunnen bijdragen aan het tijdig signaleren van de urgentie van – toen nog – mogelijke rekenrenteverlaging. 8. De lijnen van informatievoorziening en sturing tussen gemeenteraden, colleges en Avri zijn niet eenduidig en lopen in de praktijk door elkaar. De rol van het AB is beperkt, in tegenstelling tot wat op basis van de GR Avri verwacht mag worden. 9. Gemeenteraden, colleges en ambtelijke organisaties van gemeenten zijn onvoldoende toegerust om adequaat tegenspel te bieden aan Avri. de volgende aanbevelingen (lessen) over te nemen: 1. Besef dat hoe technisch een onderwerp ook is, er altijd een politieke component bestaat die ineens urgent kan worden. Bestuurlijke betrokkenheid, of een systeem om indien nodig snel te kunnen opschakelen, is dan ook essentieel. 2. Aandacht vanuit de gemeenten voor de eigenaarsrol verdient versterking. Dat betekent onder meer een zichtbare en duidelijke rol voor colleges (in AB/DB) en ambtelijk tegenspel vanuit gemeenten zelf. 3. Het goed betrekken en positioneren van gemeenteraden gaat niet vanzelf, maar vergt een stevige investering. Hierin hebben zowel Avri en colleges, als de gemeenteraden zelf een rol. 4.

Dat een goede ontsluiting van informatie belangrijk is in sturing op en verantwoording door een gemeenschappelijke regeling spreekt voor zich. De asynchrone betrokkenheid van de verschillende spelers binnen de gemeenschappelijke regeling onderstreept het belang van dit punt echter extra. 7.

3.

Onderwerp

Raadsvoorstel Aanbieden Rapport van Bevindingen Onderzoek Overdracht Stortplaats Avri (Necker van Naem)

Toelichting 1. Aanleiding De acht in Avri deelnemende gemeenten spraken in het laatste kwartaal van 2020 per motie de wens uit voor een onderzoek naar de gang van zaken rondom (het ontstaan van) een financieel tekort bij de gemeenschappelijke regeling Avri, samenhangende met de overdracht van de stortplaats naar de provincie Gelderland, alsmede de communicatie daarover naar de raden Begin 2021 namen de acht raden het besluit om dit onderzoek te laten verrichten door een extern bureau. Daarbij werd ook een kader voor de onderzoeksopdracht vastgesteld. Voor de begeleiding van het onderzoek uit de raden werd een tijdelijke begeleidingscommissie ingesteld, waarin uit elke raad één raadslid werd afgevaardigd. Het onderzoeksproces is inmiddels afgerond. Bijgevoegd vindt u het onderzoeksrapport ‘Storten en tekorten. Gezamenlijk raadsonderzoek naar de stortplaats Avri’. De onderzoekers van Necker van Naem hebben op 13 september 2021 hun bevindingen toegelicht. Het rapport kan nu in de raden worden besproken. 2. Beoogd effect De raad kan zich uitspreken over de conclusies en aanbevelingen. 3. Argumenten 1.1 Het onderzoek is binnen de door de raden vastgestelde kaders verricht De vragen van de raden gingen over twee sporen: ‘waarheidsvinding’ en ‘communicatie’.

Bij het spoor ‘waarheidsvinding’ gaat het om de volgende onderzoeksvragen, zowel vanuit het perspectief van de Avri, als het perspectief van de provincie Gelderland: 1. Wanneer werd voor het eerst duidelijk dat er aanleiding was voor bijstelling van de rente van het nazorgfonds? 2. Wat is met deze informatie gedaan? 3. Wanneer bereikte deze informatie het algemeen bestuur van de Avri?

4.

5.

Wanneer en op welke wijze is de discussie over de rente van het nazorgfonds vervolgens inhoudelijk gevoerd tussen de Avri en de provincie Gelderland (zowel ambtelijk als bestuurlijk)? Wanneer en op welke wijze zijn de financiële consequenties van de voorgenomen besluiten van de provincie voor de Avri en deelnemende gemeenten (colleges en raden) duidelijk geworden?

Bij het spoor ‘communicatie’ gaat het om de volgende onderzoeksvragen: 6. Wanneer en hoe zijn de gemeenteraden ingelicht over de consequenties van de (voorgenomen) provinciale besluitvorming voor de gemeentelijke financiën? 7. In hoeverre is dit regionaal gebeurd en in hoeverre hebben afzonderlijke colleges dit gedaan? 8. Wanneer hadden de gemeenteraden hierover ingelicht kunnen c.q. moeten worden? 9. Op welke wijze zijn de gemeenteraden c.q. de gemeenteraadsleden hierover ingelicht? 10. Hoe is de communicatie naar de gemeenteraden te duiden in het licht van de actieve informatieplicht van de colleges? Voor de bevindingen wordt verwezen naar het bijgevoegde rapport. 1.2 De begeleidingscommissie is van oordeel dat het onderzoeksproces is afgerond De tijdelijke begeleidingscommissie kreeg van de raden onder meer als taak mee om te beoordelen of het onderzoek voldoet aan de uitgangspunten zoals de raden die vaststelden. De commissie is hier positief over. 2.1 De onderzoekers komen tot negen conclusies: 1. De opvolging van het signaal over mogelijke rekenrenteverlaging en contact met de provincie bleef te lang en te veel een ambtelijke kwestie. 2. Het beeld van Avri en de provincie bij de uitgangspunten van het overlegtraject over de rekenrenteverlaging verschilde. De bestuurlijke afstand tussen Avri en de provincie was groot. 3.

Avri is te weinig politiek-bestuurlijk sensitief geweest bij het inschatten van de gevolgen van het advies om de rekenrente te verlagen en het contact met de provincie. 4. De gemeenteraden en het AB zijn stap voor stap geïnformeerd over ontwikkelingen rondom de verlaging van de rekenrente via P&C-documenten en platformbijeenkomsten, maar ook hierin heeft Avri te weinig politiek-bestuurlijke sensitiviteit laten zien. 5. Het informeren van gemeenteraden na het besluit van GS om PS voor te stellen de rekenrente te verlagen, had in belangrijke mate tot doel hen te mobiliseren tot protest tegen de provincie. Dit heeft deels averechtse gevolgen gehad. 6. Dé Avri bestaat niet. Gemeenten nemen verschillende diensten af en betrokkenheid van raden is verschillend georganiseerd. Dit bemoeilijkt het gezamenlijk en eensgezind tegemoet treden van Avri. 7. Gemeenten geven beperkt invulling aan hun eigenaarschap van Avri. Meer aandacht voor die rol had kunnen bijdragen aan het tijdig signaleren van de urgentie van – toen nog – mogelijke rekenrenteverlaging. 8. De lijnen van informatievoorziening en sturing tussen gemeenteraden, colleges en Avri zijn niet eenduidig en lopen in de praktijk door elkaar. De rol van het AB is beperkt, in tegenstelling tot wat op basis van de GR Avri verwacht mag worden. 9.

Gemeenteraden, colleges en ambtelijke organisaties van gemeenten zijn onvoldoende toegerust om adequaat tegenspel te bieden aan Avri. 3.1 De onderzoekers komen tot vier aanbevelingen (lessen): 1. Besef dat hoe technisch een onderwerp ook is, er altijd een politieke component bestaat die ineens urgent kan worden. Bestuurlijke betrokkenheid, of een systeem om indien nodig snel te kunnen opschakelen, is dan ook essentieel. 2. Aandacht vanuit de gemeenten voor de eigenaarsrol verdient versterking. Dat betekent onder meer een zichtbare en duidelijke rol voor colleges (in AB/DB) en ambtelijk tegenspel vanuit gemeenten zelf.

3. 4.

Het goed betrekken en positioneren van gemeenteraden gaat niet vanzelf, maar vergt een stevige investering. Hierin hebben zowel Avri en colleges, als de gemeenteraden zelf een rol. Dat een goede ontsluiting van informatie belangrijk is in sturing op en verantwoording door een gemeenschappelijke regeling spreekt voor zich. De asynchrone betrokkenheid van de verschillende spelers binnen de gemeenschappelijke regeling onderstreept het belang van dit punt echter extra.

4. Kanttekeningen Niet van toepassing. 5. Financiën De voorgestelde beslispunten hebben geen financiële consequenties.. 6. Communicatie Het onderzoeksrapport wordt besproken in de raden van de acht gemeenten.

7. Aanpak en planning De uitkomst van de besluitvorming van de raden van de acht gemeenten zal worden gepubliceerd op de website www.zienswijzenrivierenland.nl.

Het presidium van de gemeente West Maas en Waal,

K.M. (Katinka) Vons griffier

V.M. (Vincent) van Neerbos burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10654506/1