11 Informatienota Kaders voor het bouwen van woningen in ontwikkelingslinten
Tekst van het document
Informatienota voor de gemeenteraad
Onderwerp
Kaders voor het bouwen van woningen in ontwikkelingslinten
Registratienummer Datum collegebesluit Portefeuillehouder Behandelend ambtenaar Aangeleverd aan de griffie Programma Bijlagen Openbaarheid
Z.052461 /162766 23 februari 2021 R.G.M. Cruijsen dhr.van der Wielen 23 februari 2021 Wonen, werken en recreëren Notitie “Bouwen in ontwikkelingslinten” Openbaar
Kennis nemen van: de notitie "Bouwen in ontwikkelingslinten" voor het bouwen van woningen in ontwikkelingslinten. 1. Aanleiding In de Structuurvisie Dorpen 2025 worden voor een aantal dorpen specifieke bebouwingslinten als ontwikkelingslocaties benoemd. In de Dorpspaspoorten worden voorbeelden gegeven van nieuwe ontwikkelingen in de vorm van een erf, die mogelijk zijn aan de bebouwingslinten. Onder een "erf" wordt hier verstaan: een duidelijk in vormgeving en positionering bij elkaar horende groep gebouwen in een landelijke context of aan de rand van het dorp. Hierbij wordt uitgegaan van een woning in de eerste lijn en afhankelijk van de plek en het programma een van de woning afwijkende bebouwing erachter. Hiermee wordt de landschappelijke inpassing van de erven en de gewenste versterking van de ruimtelijk-landschappelijke structuur nog onvoldoende benoemd. Het is wenselijk om duidelijke kaders vast te stellen zodat vooraf duidelijk is wat de (on)mogelijkheden zijn. Bijgevoegde notitie, opgesteld door het Gelders Genootschap, geeft daar invulling aan. 2. Beoogd effect Wij besloten de notitie "Bouwen in ontwikkelingslinten" vast te stellen, zodat er duidelijke kaders gelden waaraan nieuwe woningbouwinitiatieven moeten voldoen. Wij informeren u over deze kaders. 3. Informatie Ongewenste ontwikkelingen worden voorkomen.
Het toevoegen van woningen aan een bestaand kavel is altijd maatwerk. Deze ontwikkelingen zijn goed voorstelbaar in situaties waar bestaande leegstaande, meestal agrarische, bebouwing een nieuwe bestemming krijgt of wordt vervangen. Dit kan vaak worden aangemerkt als het oplossen van een ruimtelijk probleem. In de overige gevallen dient te worden voorkomen dat er een grote verdichting in de bestaande bebouwing ontstaat door het toevoegen van een tweede lint van vrijstaande woningen, met een eigen erf achter de bestaande erven. De volgende aanvullende voorwaarden zijn opgesteld om dit te voorkomen: - Er is sprake van een duidelijke hiërarchie tussen het hoofdgebouw (de bestaande woning) en de tweede woning op het erf. De tweede woning dient te worden beschouwd als een bijgebouw van de bestaande woning in de eerste lijn; - Er dient sprake te zijn van één erf, met één ontsluitingsweg, de tweede woning wordt vanaf het bestaande erf ontsloten (erfdienstbaarheid); - De buitenruimte van de tweede woning is onderdeel van het bestaande erf, er dienen geen erfafscheidingen op het erf te worden aangebracht tussen de bestaande woning en de tweede woning; - De tweede woning heeft in principe geen separate bijgebouwen. Slechts als de inrichting van het
Alphen - Altforst
- Appeltern
- Beneden-Leeuwen - Boven-Leeuwen - Dreumel
- Maasbommel - Wamel
erf het toestaat is een ondergeschikt bijgebouw mogelijk, mits deze past in de ruimtelijke samenhang van het gehele erf; - De tweede woning is zeer terughoudend vormgegeven, de “standaard’’ schuurwoning/moderne erfwoning voldoet hier meestal niet aan omdat deze als een catalogus-woning wordt aangeboden. Er dient sprake te zijn van een specifiek, op het erf afgestemd, ontwerp dat zich in relatie tot het bestaande hoofdgebouw verhoudt als een bijgebouw; - Er dient rondom de gebouwen op het erf voldoende ruimte te zijn om doorzichten naar het landschap, over en langs het erf, te behouden; - Het erf dient voldoende groen te zijn en te blijven. De bestaande woning heeft reeds een voortuin aan de straatzijde. Er dient ruimte te zijn voor het toevoegen van een groene ruimte en beplanting op het achtererf en voor het maken of versterken van groene erfafscheidingen langs het erf als geheel. De verplichting voor het inschakelen van een landschapsarchitect komt de kwaliteit ten goede. In het bestaande beleidskader (Structuurvisie en Dorpspaspoorten) is opgenomen dat er voor nieuwe erven sprake moet zijn van het versterken van de ruimtelijke-landschappelijke structuur. Om te komen tot een nieuw erf is een zorgvuldige analyse van groot belang. Een landschapsarchitect is in staat om de bestaande landschappelijke structuur te benoemen en in beeld te brengen.
Op basis hiervan kunnen voorstellen worden gedaan voor nieuwe landschappelijke ingrepen die aansluiten bij de bestaande structuur en deze kunnen herstellen of versterken. Deze inbreng sluit ook aan bij de ambitie om een meer inclusieve leef- en woonomgeving te creëren waarin de regionale biodiversiteit wordt beschermd en zo mogelijk uitgebreid. In de notitie is daarom opgenomen dat voor een nieuw erf het verplicht is een landschapsarchitect te betrekken bij de planvorming. De notitie is een verduidelijking van de door u vastgestelde kaders. Wij besloten bijgevoegde notitie vast te stellen waarmee de bestaande beleidskaders worden verduidelijkt. Het is dan ook niet nodig de notitie door u te laten vaststellen. Wel vonden wij het wenselijk u te informeren over de notitie, omdat het een uitwerking / verduidelijking is van de kaders die door u zijn vastgesteld. 4. Kanttekeningen N.v.t. 5. Financiën Dit voorstel heeft geen financiële consequenties. Burgemeester en wethouders van West Maas en Waal,
P.G. (Perry) Arissen gemeentesecretaris
V.M. (Vincent) van Neerbos burgemeester