10.1 Regionaal beleidsplan GGZ Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang ‘Samen Dichtbij’ 2018-2020
Tekst van het document
talentenexpedities, wijKringen en Toekomstplannen; - We willen verder werken aan tijdelijke woonvormen á la Doddendaal en aan trainingshuizen voor semi-zelfstandig beschermd wonen met een mix van ambulant en eventueel een mogelijkheid tot terugval; - Tenslotte: we werken met onze ambulante begeleiding, dagbesteding, arbeidsparticipatie en
BIJLAGE 3 INSPRAAKREACTIES | 2018-2020 | REGIO RIJK VAN NIJMEGEN EN RIVIERENLAND
onderwijsvoorzieningen aan de toekomst van deze kwetsbare doelgroep. Als de druk op beschermd wonen te groot wordt, zal er een verplaatsing plaatsvinden naar maatschappelijke opvang en daar is niemand bij gebaat. Antwoord: In uw context beschrijving schetst u een situatie die wij ten dele herkennen. Het klopt dat de ambulantisering van de lagere ZZP’s niet heeft geleid tot een afname van het aantal aanvragen Beschermd Wonen. We zien echter dat het totaal aantal indicaties voor Beschermd Wonen al jaren min of meer stabiel is. Wij zijn het ook niet met u eens dat dit leidt tot stagnatie en een gebrek aan innovatieve activiteiten. Wat wij de afgelopen periode wel hebben gemerkt, is dat alleen uw organisatie en de RIBW gebruik hebben gemaakt van de extra middelen die wij beschikbaar stelden om te komen tot innovatie, in dit geval wonen met perspectief. Vanzelfsprekend vinden wij het fijn dat u wel initiatief heeft genomen, maar wij vinden het jammer dat niet breder deze handschoen is opgepakt. Dit is voor ons dan ook aanleiding om contractueel meer prikkels in te bouwen en tegelijkertijd de verschillende partijen te vragen met plannen te komen hoe de gewenste beweging (verder) in te zetten. Hier zullen wij ook middelen voor beschikbaar stellen.
De intergemeentelijke samenwerking zal complex worden, gelet op bestaande en toekomstige (verkiezingen) sentimenten in de regio, maar deze uitdaging gaan we met veel vertrouwen aan. We wijzen u erop dat alle gemeenten het afgelopen jaar aan het Ministerie hebben moeten laten weten 71
in welke regio zij willen samenwerken, met voor onze regio als uitkomst dat alleen Gennep een andere keuze heeft gemaakt. Daarnaast is het huidige beleidsplan een product van samenwerking. Wij spreken dan ook de verwachting uit dat ook na 2020 de gemeenten de noodzaak tot samenwerking blijven zien. Dit betekent overigens niet dat wij de richting om de ondersteuning meer wijkgericht, naar het lokale domein, te brengen zullen wijzigen. Hoe wij dit dan inkopen, aansturen en dergelijke, is een vraag die wij de komende periode zullen moeten beantwoorden. Voorts haalt u het nieuwe en objectieve verdeelmodel aan. De effecten van het verdeelmodel zijn ons nog volledig onbekend, maar het is een veilige aanname om te stellen dat de regio er niet zomaar op vooruit zal gaan. Op deze effecten proberen we zo goed mogelijk te anticiperen. U geeft verder aan zich zorgen te maken over het tempo van verandering. Zoals inmiddels in het beleidsplan aangegeven, gaan wij uit van een termijn van 15 jaar voor scenario 3. Dat moet in onze ogen voldoende gelegenheid bieden om met elkaar te komen tot een zorgvuldige afbouw, waarbij we de focus in de eerste plaats op het voorkomen van instroom zullen leggen. De scenario’s sluiten elkaar dan ook niet geheel uit; in ieder scenario blijft een aanbod van ‘traditioneel’ beschermd wonen noodzakelijk en we zien dat u dit onderschrijft.
Wij beogen met het genoemde coördinatiepunt iets vergelijkbaars, met dien verstande dat we de MO doelgroep graag zouden toevoegen. Over de exacte uitwerking zullen wij met betrokkenen in overleg treden. Ten aanzien van de verplaatsing van de toegang naar de sociaal teams willen wij opmerken dat wij de nodige zorgvuldigheid zullen betrachten. We zijn op dit moment nog bezig met het (verder) opbouwen van kennis en expertise middels de toegang BW en het ketenoverleg. Zoals gezegd, kijken we of we dit uit kunnen bouwen tot een breder MO/BW coördinatiepunt. Tegelijkertijd willen wij wel de relaties richting de sociaal teams versterken en in beeld brengen hoe wij op termijn de toegang meer lokaal kunnen organiseren. Uiteraard zonder dat dit ten koste gaat van de opgebouwde kennis en expertise. De plannen die u schets sluiten ons inziens aan bij de richting die wij met het beleidsplan inslaan en we zijn dan ook blij dat Pluryn de gevraagde ambitie toont. Graag gaan wij hier nader met u over in gesprek. De beperkingen die u ervaart in de contractering kunnen wij dan, mede gelet op de nieuwe inkoopperiode, eveneens met u bespreken.
We zien dat er bij de toegang ontwikkelpotentieel is. Juist door meer verbinding te maken met zorg instellingen – zoals bij het ketenoverleg gebeurt – is er meerwaarde te behalen. Het is fijn te lezen dat het ketenoverleg als nuttig wordt ervaren. 72
BIJLAGE 3 INSPRAAKREACTIES | 2018-2020 | REGIO RIJK VAN NIJMEGEN EN RIVIERENLAND
BIJLAGE 3 INSPRAAKREACTIES | 2018-2020 | REGIO RIJK VAN NIJMEGEN EN RIVIERENLAND
73