10.1 Jaarrekening 2021 incl verklaring
Tekst van het document
Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)
Jaarstukken 2021
Jaarverslag en jaarrekening van UBRivierenland over 2021
Versie voor het Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur d.d. 17 maart 2022
Gemeenschappelijke Regeling UBRivierenland Burg. van Lidth de Jeudelaan 3a Postbus 137, 4000 AC Tiel Email: info@UBRivierenland.nl Geïdentificeerd voor waarmerkingsdoeleinden 6 april 2022
Wat vindt u in de jaarstukken 2021
De jaarstukken 2021 samengevat
3
Besluitvorming over de jaarstukken 2021
4
Het besluitvormingsproces omtrent deze jaarstukken in beeld.
Jaarverslag: de programmaverantwoording
Programma 1 - Beheer & Uitvoering Glasvezelnetwerk Programma 2 - Algemene baten en lasten
5 8
Programma
We brengen in beeld wat de UBR bereikt heeft en welke baten en kosten dit met zich meebracht.
Jaarverslag: de paragrafen In de paragrafen maken we een dwarsdoorsnede van de jaarstukken over de thema’s die voor gr UBR relevant zijn.
Paragraaf 1 - Weerstandsvermogen en risicobeheersing Paragraaf 2 - Onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf 3 - Bedrijfsvoering Paragraaf 4 - Financiering
10 13 14 16
Jaarrekening De jaarrekening geeft een totaaloverzicht van de gerealiseerde baten en lasten. Daarnaast brengen we onze financiële positie in beeld.
1. Overzicht van de baten en lasten en de toelichting daarop 2. De balans per 31 december 2021 en de toelichting daarop
19 21
Bijlagen 1. Controleverklaring
25
Meer informatie kunt u vinden op onze website: https://ubrivierenland.nl
Jaarverslag en jaarrekening 2021 UBRivierenland
Geïdentificeerd voor waarmerkingsdoeleinden 6 april 2022
2
De jaarstukken 2021 samengevat
Terugblik op 2021 inhoudelijk Na vele jaren van voorbereiding hebben zeven gemeenten begin 2020 ingestemd met de oprichting van de Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR). Een mijlpaal na een lang traject, waarbij voor veel inwoners, bedrijven en instellingen in het buitengebied een lang gekoesterde wens voor snel internet wordt gerealiseerd. De aanleg van het nieuwe breedbandnetwerk was gepland voor 2020 en 2021. Door verschillende omstandigheden in 2020 waaronder de wereldwijde corona pandemie en de stikstofproblematiek is er pas in april 2020 gestart met de aanleg van het breedbandnetwerk in de buitengebieden van de 7 deelnemende gemeenten. Er is ook vertragingen rondom de aanleg van dijkadressen in de planning. Voor de categorie dijkadressen wordt een inventarisatie uitgevoerd naar de vermoedelijke vertraging. Voorlopig wordt er rekening gehouden van een vertraging van 6 maanden. Inclusief de vertraging bij de start is de vertraging voor de realisatie van de dijkadressen 9 maanden. Voor de laatste categorie “dijkversterkingsadressen” wordt een plan van aanpak gemaakt waarin de procedure wordt vastgesteld hoe deze adressen na de dijkversterking kunnen worden aangesloten.
Terugblik op 2021: financieel en organisatorisch De daling van de opbrengsten in 2021 ten opzichte van de begroting hebben volledig betrekking op de achterstand die is opgelopen bij de start van de aanleg. Door deze vertraging is er een kleiner deel van de geplande investeringen gerealiseerd en geactiveerd in de balans. Als gevolg van de vertraging in de realisatie van operationele aansluitingen zijn ook de opbrengsten en de afschrijvingen in 2021 substantieel lager dan begroot. Door het gunstige verloop van de rente is er een fors resultaat geboekt op de rente. De beheerkosten zijn lager dan de begroting waardoor er overall een winst wordt geboekt in 2021. Deze winst zorgt voor positief eigen vermogen aan het einde van 2021. Ook in de jaren daarna is er een bescheiden structureel overschot van de exploitatie. Na 2026 lopen de positieve resultaten verder op, omdat de geactiveerde voorbereidingskosten dan volledig zijn afgeschreven en niet meer op de exploitatie drukken. Ondanks dat in de eerste 2 jaar tijdens de aanlegfase van het glasvezelnetwerk de opbrengsten nog niet op het beoogde niveau zitten, sluit de exploitatie per saldo over deze jaren met een positief resultaat. Dit heeft te maken met de gunstige rentecondities van de kredietfaciliteit met de BNG.
Per saldo ontvingen we in de eerste 2 jaar rente over het opgenomen deel van de kortlopende bancaire financiering en betalen we bereidstellingsprovisie gelijk aan 0,09% over het niet opgenomen deel van de financiering. Vanaf het 3e kwartaal 2020 is de ontvangen bankrente hoger dan het bedrag van de betaalde bereidstellingsprovisie. In het derde begrotingsjaar (2022) zijn de opbrengsten wel op het beoogde niveau en kunnen alle lasten uit de opbrengsten worden voldaan. De beheerkosten zijn in 2021 jaar lager, omdat in de aanlegfase van het breedbandnetwerk nog weinig beheertaken plaatsvinden. Een substantieel deel van de bedrijfskosten hebben in de aanlegfase een directe relatie met de realisatie van het breedbandnetwerk en worden als derhalve voor dat deel als projectkosten meegenomen bij de investeringslasten. Door het kleine verlies in 2020 a € 36.238 nadelig valt de vennootschapsbelasting in 2021 lager uit. Financiële kerncijfers 2021 In onderstaande tabel een totaaloverzicht van de begrote en gerealiseerde baten en lasten in 2021 Baten en lasten Begroot 2021 Realisatie 2021 Opbrengsten Verhuur glasvezel/vezelparen
924.302
498.441
Beheerkosten Incidentele lasten Afschrijvingen Rentelasten Totaal lasten
276.100 462.491 3.134 741.725
183.866 186.857 -49.536 321.187
Saldo van baten en lasten
182.577
177.254
Vennootschapsbelasting Resultaat na belastingen
-/- 27.387 155.190
-/-21.152 156.102
Jaarverslag en jaarrekening 2021 UBRivierenland
Geïdentificeerd voor waarmerkingsdoeleinden 6 april 2022
3
Programma Algemene baten en lasten Besluitvorming over 3de Jaarstukken 2021 Programma Algemene baten en lasten
Jan./febr. 2022
Ambtelijke voorbereiding
17 Maart 2022
Behandeling concept jaarstukken door Dagelijks Bestuur
23 juni 2022
Vaststelling jaarstukken door Algemeen Bestuur
Het gerealiseerde resultaat bedraagt € 156.102 positief. Het Algemeen Bestuur van de UBRivierenland is bevoegd een besluit te nemen over de bestemming van het rekeningoverschot, na consultatie van de gemeenten via de zienswijzen. Het overschot is in de balans opgenomen onder het eigen vermogen als ‘Nog te bestemmen resultaat’. Voorstel met betrekking tot de vaststelling en resultaatbestemming Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling UBRivierenland, gezien het voorstel van het Dagelijks Bestuur tot vaststelling van de jaarstukken 2021, BESLUIT: 1. 2.
De programmarekening 2021 vast te stellen conform voorliggend ontwerp. Het winstsaldo over 2021 ter grootte van € 156.102 zoals opgenomen in deze jaarrekening in de balans als eigen vermogen op te nemen.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur op 23 juni 2022.
De secretaris - directeur,
De voorzitter,
C.P.S. Herms
C.A.H. Zondag
4 Jaarverslag en jaarrekening 2021 UBRivierenland
Geïdentificeerd voor waarmerkingsdoeleinden 6 april 2022
Programma batenGlasvezelnetwerk en lasten Programma 1 - Beheer – 3 Algemene & Uitvoering
Algemene toelichting bij het programma Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland is een samenwerkingsverband (gemeenschappelijke regeling) van 7 gemeenten, te weten Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel. Het doel is om voor de zogenaamde “witte” adressen (adressen met enkel een ouderwetse PTT koperaansluiting) de huidige breedbandaansluitingen te vervangen door een toekomstvaste glasvezelaansluiting. Er wordt in de opdracht onderscheid gemaakt in reguliere, dijkadressen en dijkversterkingsadressen. Voor de reguliere adressen wordt de initiële aanlegplanning (24 maanden) met in acht neming van de start in Q1 van 2020 gehaald. Voor de categorie dijkadressen wordt momenteel een inventarisatie uitgevoerd naar de vermoedelijke vertraging. Voorlopig wordt er rekening gehouden van een vertraging van 6 maanden. Inclusief de vertraging bij de start is de vertraging voor de realisatie van de dijkadressen 9 maanden. Voor de laatste categorie “dijkversterkingsadressen” wordt een plan van aanpak gemaakt waarin de procedure wordt vastgesteld hoe deze adressen na de dijkversterking kunnen worden aangesloten. Vanaf het 4e kwartaal 2020 zijn de eerste aansluitingen operationeel en genereert de UBR inkomsten uit de verhuur van vezelparen. Het aantal deelnemende adressen in het project zijn 8880 adressen homes passed (HP).
Momenteel hebben zich 7116 adressen ingeschreven voor een aansluiting homes connected (HC) waarvan naar verwachting 87% ook een abonnement zal afnemen, homes activated (HA). In de laatste kolom is het aantal actieve aansluitingen (HA) afgezet tegen de doelstelling van 70% actieve aansluitingen op het totale aantal adressen (70% van 8880=6216). Begrote aansluitingen HP aan het einde van het kwartaal
Realisatie/prognose HC aan het einde van het kwartaal
2020 Q4 232 232 2021 Q1 2.000 1.362 2021 Q2 3.500 1.881 2021 Q3 5.000 2.507 2021 Q4 6.500 3.407 2022 Q1 8.000 4.607 2022 Q2 8.880 6.407 2022 Q3 8.880 7.116 2022 Q4 8.880 7.116 Voorgaande resulteert in onderstaande raming/planning:
Planning aansluitingen HA aan het eind van het kwartaal 232 1.068 1.257 1.929 2.623 3.547 4.548 5.479 6.216
Planning aansluitingen HA ten opzichte van doelstelling 4% 17% 20% 31% 42% 57% 73% 88% 100%
De investeringsbedragen zijn gebaseerd op de uitkomsten van de aanbesteding. Voor de aanlegfase is in totaal een investeringsbedrag van € 37.300.000 gebudgetteerd. Daarnaast is voor de periode daarna een reservering voor de investeringskosten van na-aansluitingen, inbebouwing en degeneratie opgenomen van € 200.000. Over de hele looptijd is gerekend met een investeringsbudget van in totaal € 37.500.000. Het is de verwachting dat de uitloop van de aanleg (tot Q4 2022) niet zal leiden tot een aanpassing van onderstaande specificatie van het investeringsbudget. De specificatie van het investeringsbudget (afgerond) is als volgt: * Voorbereidingskosten: Kosten van onderzoek en ontwikkeling die in de periode van 2016 t/m 2019 zijn voorgefinancierd door Regio Rivierenland * Kosten aanleg * Overige kosten in de investeringsfase: Bouwrente + projectkosten * Onvoorzien: Stelpost om tegenvallers/meerwerk bij de initiële realisatie van de investeringen op te kunnen vangen
€ €
1.000.000 34.200.000
€
1.100.000
€
1.000.000
5 Jaarverslag en jaarrekening 2021 UBRivierenland
Geïdentificeerd voor waarmerkingsdoeleinden 6 april 2022
Programma 3 Algemene baten en lasten *
Budget investeringsuitgaven in de aanlegfase Voorziening voor na-aansluitingen en dergelijke Totaal investeringsbudget
€ € €
37.300.000 200.000 37.500.000
Voor de bekostiging van de aanlegkosten van het breedbandnetwerk hebben we een langlopende financieringsovereenkomst met de BNG Bank afgesloten met een totale looptijd van 50 jaar. In 2020 en 2021 vond financiering van de investeringsuitgaven plaats via een krediet in rekeningcourant met een bouwfaciliteit van € 37.500.000. De rekening-courant werd in de eerste 2 jaar ook aangewend voor de financiering van op investeringsfacturen betaalde BTW, die de UBR achteraf (na indiening van de BTW-aangifte) uitbetaald krijgt door de belastingdienst. Op 6 januari 2022, twee jaar na oprichting van de UBR, vindt omzetting plaats naar financiering door middel van een langlopende lening. Op deze manier heeft de UBR in de aanlegfase optimaal geprofiteerd van de lage rentestand. De langlopende lening bedraagt € 35.000.000 vanaf 6 januari 2022 en heeft een looptijd van 48 jaar. De lening wordt lineair afgelost. De UBR loopt geen renterisico voor het langlopende deel van de financiering, omdat ze het rentepercentage van de lening voor 30 jaar heeft vastgelegd op 0,835% voor de periode 2022 tot 2052. De UBR houdt een kortlopende kredietfaciliteit ter grootte van € 2.500.000 aan, waarmee de totale financieringsbehoefte van € 37.500.000 is ingevuld. Afhankelijk van de renteontwikkelingen kan de UBR ook dit deel in de toekomst langlopend (her)financieren.
De kosten van onderzoek en ontwikkeling, die door Regio Rivierenland zijn voorgefinancierd vanaf 2016, zijn na de oprichting van gemeenschappelijke regeling UBR overgebracht naar de nieuwe organisatie (UBR). Het betreft voorbereidingskosten die op grond van de wettelijke voorschriften (BBV) in de balans als immaterieel vast actief opgenomen moeten worden en waarvoor een afschrijvingstermijn geldt van maximaal 5 jaar. De overige investeringsuitgaven voor het breedbandnetwerk worden geactiveerd in de balans bij de materiële vaste activa en afgeschreven in 50 jaar, waarbij rekening gehouden wordt met de restwaarde van het breedbandnetwerk. Afgeschreven wordt vanaf het moment van realisatie van het breedbandnetwerk. De afschrijvingen lopen in de aanlegfase geleidelijk op en lopen daarmee in de pas met de gefaseerde oplevering en realisatie van het breedbandnetwerk. Dit is overeenkomstig de wettelijke voorschriften (BBV) en daarmee wordt ook een goede matching bereikt tussen inkomsten en afschrijvingslasten. In onderstaand overzicht zijn de afschrijvingen in de eerste jaren gespecificeerd: Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Totaal geraamd investeringsbudget Afschrijvingstermijn
1.000.000 5 jaar
36.500.000 50 jaar
Afschrijvingen in 2020 Afschrijvingen in 2021 Afschrijvingen in 2022 Afschrijvingen in 2023 Afschrijvingen in 2024 Afschrijvingen in 2025 Afschrijvingen in 2026 Afschrijvingen in 2027 Afschrijvingen in 2028 Afschrijvingen in 2029 Afschrijvingen in 2030 Afschrijvingen in 2031
1.307 70.931 102.725 200.000 200.000 200.000 200.000 25.037 0 0 0 0
1.484 115.926 366.359 513.680 514.080 514.480 514.880 515.280 515.680 516.080 516.480 516.880
Totaal afschrijvingen 2020 t/m 2031
1.000.000
5.121.289
In de investeringsplanning is voorzien dat in 2031 het volledige investeringsbudget van € 37.500.000 is besteed. De (structurele) afschrijvingslasten bedragen vanaf 2031 € 516.880 per jaar (rekening houdend met de restwaarde van het breedbandnetwerk).
6 Jaarverslag en jaarrekening 2021 UBRivierenland
Geïdentificeerd voor waarmerkingsdoeleinden 6 april 2022
Programma 3 Algemene baten en lasten Belangrijkste punten ➢ ➢ ➢ ➢
Sturen op een efficiënte bedrijfsvoering met een zo laag mogelijke operationele kosten. Sturen op het binnen het investeringsbudget afronden van de aanleg van het breedbandnetwerk. Sturen op het zo spoedig mogelijk afronden van alle breedbandnetwerk aansluitingen bij de zogenaamde “witte” aansluitingen. Structureel een sluitende (meerjaren)begroting.
De financiën van dit programma Financiële uitganspunten De gehanteerde uitgangspunten voor de begroting zijn hierna samengevat. • In totaal worden 8.880 aansluitingen in de buitengebieden van 7 gemeenten gerealiseerd. • Inwoners betalen geen kosten voor de aanleg van hun aansluiting. • Inwoners in de buitengebieden betalen prijzen die gelijk zijn aan de tarieven die in de kernen worden gehanteerd. Er wordt geen buitengebiedstoeslag toegepast. • Het deelnamepercentage van de inwoners in de buitengebieden is op basis van de uitkomsten aanmeldcijfers voor 2022 bepaald en ingeschat op 69%. In de financiële doorrekeningen is het deelnamepercentage in meerjarig perspectief gemaximeerd op 70%. • Het totale investeringsbudget bedraagt € 37.500.000 en is gebaseerd op de uitkomsten van de aanbesteding. In het budget is ook een bedrag voor onvoorzien opgenomen (€ 1.000.000) en een voorziening voor na-aansluitingen, inbebouwing en toekomstige degeneratie (€ 200.000). • De opbrengsten uit de verhuur van vezelparen zijn overeenkomstig de landelijk vastgestelde tarieven. • De opbrengsten en de operationele kosten worden in de meerjarenbegroting doorgerekend met een jaarlijkse indexering van 1,5%. • De restwaarde van het breedbandnetwerk aan het eind van de looptijd van de lening bedraagt € 1.200 per aansluiting, in totaal een bedrag van € 10.656.000, waarop niet wordt afgeschreven.
• De rente van de lening van € 35.000.000 met een looptijd van 48 jaar (looptijd van 2022 tot 2070) is in januari 2020 overeengekomen met de BNG Bank en bedraagt 0,835%. De rente staat voor 30 jaar vast vanaf 6 januari 2022. • In de investeringsfase was een kredietfaciliteit in rekening-courant beschikbaar als bouwdepot tegen gunstige rekening courant condities. • Voor de additionele financiering van € 2.500.000 vanaf 2022 houden we in de begroting vast aan continuering van een faciliteit in rekening-courant, waarbij voorzichtigheidshalve is gerekend met een rente van 0,0%. In 2020 hebben we rente ontvangen op het debetsaldo bij de bank (negatieve rentestand), maar daar gaan we in de begroting niet (structureel) van uit. • Voor de gehele faciliteit geldt een bereidstellingsprovisie van 0,09% over het niet opgenomen deel van het beschikbare bedrag. • Gestreefd wordt vermogenstekorten in de eerste jaren van de exploitatie, te voorkomen. • Realisatie van een positieve cashflow die voldoende is om de aflossingstermijnen van de lening te kunnen betalen. • De liquiditeitspositie moet de UBR in alle jaren in staat stellen om aan de betalingsverplichtingen te voldoen. In de aanlegfase van het breedbandnetwerk is via een kortlopend bankkrediet een kapitaalbuffer gecreëerd van waaruit de (investerings-) betalingen kunnen worden gedaan.
7 Jaarverslag en jaarrekening 2021 UBRivierenland
Geïdentificeerd voor waarmerkingsdoeleinden 6 april 2022
Programma 3 Algemene en lasten baten baten en lasten Programma 2 - Algemene Producten Tot dit programma behoren de volgende taakvelden/producten: • Exploitatie glasvezelnetwerk (inclusief overhead) • Treasury • Onvoorziene uitgaven • Vennootschapsbelasting
Exploitatie glasvezelnetwerk Programma 2 Bedragen x € 1.000
Begroting 2021
Lasten
Afwijking
Rekening 2021
769
342
427-
V
Baten
926
498
428-
N
Subtotaal
157
156
1
N N N
Gemeentelijke bijdrage
0
0
Saldo van baten en lasten
157
156
1
0
Gerealiseerd resultaat
157
156
1
Overhead De kosten van overhead moeten volgens wettelijk voorschrift (BBV) afzonderlijk worden verantwoord. De overhead wordt niet meer toegerekend aan en opgenomen bij de verschillende programma’s in de begroting. Overhead heeft betrekking op ondersteunende taken die niet direct dienstbaar zijn aan de externe klant of het externe product. De algemene definitie luidt als volgt: overhead heeft betrekking op alle kosten die samenhangen met de sturing en de ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. UBRivierenland heeft een beperkt takenpakket en houdt zich alleen bezig met aanleg, onderhoud en beheer van een passief glasvezelnetwerk. De baten en lasten worden in de begroting binnen één programma verantwoord. Alle kosten, met inbegrip van de lasten die een algemeen karakter hebben, zijn direct dienstbaar aan de realisatie en instandhouding van een infrastructuur van het glasvezelnetwerk. Alle lasten worden daarom opgenomen binnen het programma ‘Beheer & Uitvoering Glasvezelnetwerk’.
Incidentele baten en lasten In de begroting 2021 is geen budget opgenomen voor incidentele lasten voor de bekostiging van eenmalige kosten. In de realisatie zijn er ook geen incidentele lasten buiten de begroting geweest. Het voorgaande geldt ook voor incidentele baten in 2021 waarmee er per saldo geen incidentele baten/lasten zijn in 2021.
Treasury In het BBV worden alle rentelasten en rentebaten begroot en verantwoord op het taakveld Treasury. In de paragraaf Financiering is een renteschema opgenomen, dat inzicht geeft in de rentebaten, rentelasten en het begrote en gerealiseerde renteresultaat. Het saldo en de samenstelling van het resultaat uit treasury is in onderstaand overzicht samengevat. Begroot 2021 Betaalde financieringsrente BNG Ontvangen rente-inkomsten Saldo rentelasten en rentebaten
Realisatie 2021
4.893
14.223
0
-63.758
4.893
-49.536
8 Jaarverslag en jaarrekening 2021 UBRivierenland
Geïdentificeerd voor waarmerkingsdoeleinden 6 april 2022
Programma 3 Algemene baten en lasten Geactiveerde bouwrente
1.760
0
Totaal van de aan de vaste activa (taakvelden) toe te rekenen rente
3.133
0
De aan de vaste activa (taakvelden) toegerekende rente
3.133
0
0
-49.536 (voordeel)
Resultaat uit treasury (rente inkomsten 2021)
-
We hebben in 2021 een positief treasury resultaat gerealiseerd van € 49.536 omdat we over 2021Q1 t/m Q4 per saldo rente ontvangen hebben over de bancaire financiering (ontvangen debetrente onder aftrek van betaalde bereidstellingsprovisie) en we geen rentelasten in 2021 hebben hoeven toerekenen aan de investeringen. Uit voorgaand overzicht blijkt dat het volledige bedrag van de externe financiering en de daarmee samenhangende rentelasten (saldo van de bancaire leningen) wordt aangewend voor de aanleg van het passieve breedbandnetwerk. Het renteomslagpercentage is in de begroting gelijk aan de werkelijke rentevoet.
Onvoorziene uitgaven In het investeringsbudget van € 37.500.000 is een bedrag voor onvoorziene uitgaven opgenomen van € 1.000.000. Dit budget is deels aangewend voor de bekostiging van Leges en Degeneratiekosten die buiten de opdracht van aanbesteding vallen. Deze verrekening vindt plaats in 2021 en 2022. Daarnaast is er een partij gecontracteerd voor de controle op de oplevering van het passieve netwerk die eveneens uit het budget onvoorzien wordt bekostigd. Ook deze kosten worden in 2022 gemaakt en eveneens ten laste van de post onvoorzien gebracht. De totale uitnutting van de in het investeringsbudget opgenomen reservering voor onvoorziene (investerings)uitgaven bedraagt in 2021 € 291.221. Het restsaldo van de post onvoorzien in het investeringsbudget bedraagt derhalve begin 2022 nog steeds € 708.779. In de operationele kosten is een bedrag voor onvoorziene uitgaven gebudgetteerd van ca. € 2.000. Dit bedrag stijgt elk jaar met de toegepaste indexering (1,5%).
Vennootschapsbelasting Vanaf de oprichting (6 januari 2020) is gemeenschappelijke regeling UBRivierenland (UBR) belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Het verlies van 2020 kan gecompenseerd worden met toekomstige (fiscale) winsten in de komende 6 (belasting)jaren (voorwaartse verliescompensatie). In het jaar 2020 is een compensabel verlies opgebouwd van € 36.238. Dit compensabel verlies wordt in 2021 geheel gecompenseerd met de fiscale winst in 2021.
9 Jaarverslag en jaarrekening 2021 UBRivierenland
Geïdentificeerd voor waarmerkingsdoeleinden 6 april 2022
Programma 3 Algemene baten en lasten Paragraaf 1 – Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Toelichting op het begrip weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is afhankelijk van de benodigde weerstandscapaciteit – de ingeschatte risico’s – en de beschikbare weerstandscapaciteit – de middelen die beschikbaar zijn om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen. Het weerstandsvermogen wordt gevormd door de aanwezige middelen om de nadelige gevolgen van risico’s op te vangen. Het gaat bij het weerstandsvermogen met name om risico’s die niet via verzekeringen of voorzieningen kunnen worden ondervangen. In onderstaand schema is dit weergegeven:
Bekende risico’s
Beschikbare middelen
Benodigde weerstandscapaciteit
Beschikbare weerstandscapaciteit
Weerstandsvermogen
De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door: • • •
de verwachte impact van de aanwezige risico’s; de gewenste mate van zekerheid dat de risico’s kunnen worden opgevangen; de mate waarin de risico’s al op andere wijze zijn afgedekt.
De beschikbare weerstandscapaciteit is het totaal aan middelen en mogelijkheden waarover de UBR kan beschikken om eventueel optredende niet begrote kosten af te dekken, zonder invloed op de uitvoering van taken. De middelen die we tot de beschikbare weerstandscapaciteit rekenen zijn: • de vrije aanwendbare reserves; • de stille reserves; • de post onvoorzien in de begroting.
Beleid omtrent weerstandscapaciteit UBRivierenland is een gemeenschappelijke regeling die taken uitvoert in opdracht van 7 gemeenten. Het weerstandsvermogen van de UBR wordt gevormd door het weerstandsvermogen van de afzonderlijke gemeenten. Niettemin zijn er redenen om ook binnen de UBR financiële weerstand op te bouwen. Op grond van wettelijke voorschriften is de UBR verplicht voorzieningen te vormen voor kwantificeerbare risico’s, verplichtingen en verliezen. Weerstandsvermogen De 7 gemeenten die deelnemen in de UBR zijn voor hun aandeel aansprakelijk als vermogenstekorten zouden ontstaan of de UBR niet in staat is om aan de aflossingsverplichtingen van de lening te voldoen. Het gemeentelijk aandeel wordt berekend op basis van de stemverhouding, overeenkomstig de bepalingen zoals opgenomen in de gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland.
10 Jaarverslag en jaarrekening 2021 UBRivierenland
Geïdentificeerd voor waarmerkingsdoeleinden 6 april 2022
Programma 3 Algemene baten en lasten Maatregelen op het gebied van risicobeheersing en risicomanagement Met de ramingen zoals opgenomen in de Kadernota 2023 is zichtbaar gemaakt dat de UBR kapitaal en vermogen opbouwt en aan alle betalingsverplichtingen kan voldoen. Op de langere termijn (na 2026) groeit het eigen vermogen en neemt het saldo liquide middelen verder toe als gevolg van de oplopende exploitatie-overschotten. Het is daarom niet te verwachten dat de deelnemende gemeenten vanuit hun eigenaarschap of garantiestelling voor de lening financiële nadelen zullen ondervinden.
Financiële kengetallen Op 15 mei 2015 is een besluit tot wijziging van het BBV vastgesteld. Deze wijziging heeft betrekking op het opnemen van een uniforme set financiële kengetallen in de begroting. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de (ontwikkeling van de) financiële positie. De uniforme kengetallen bieden de mogelijkheid om onderling cijfers te vergelijken. Daarmee dragen deze kengetallen bij aan de controlerende en kaderstellende rol van het bestuur. Hierna nemen wij de kengetallen op, die verplicht in de programmabegroting moeten worden opgenomen. Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de baten. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen UBRivierenland heeft geen leningen verstrekt aan derden. De uitkomst van de gecorrigeerde netto schuldquote is daardoor gelijk aan de netto schuldquote. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal.
Het eigen vermogen bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. In het algemeen wordt een getal tussen de 25 en 40% als een gezonde positie gezien. UBRivierenland staat de het begin van een periode van vermogensopbouw. In het tweede jaar, waarin de aanleg van het breedbandnetwerk wordt gerealiseerd, wordt een vermogensbuffer opgebouwd (het kleine verlies uit 2020 wordt volledig gecompenseerd), waardoor de solvabiliteitsratio op een positief niveau ligt. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Om de structurele lasten en baten te bepalen worden de incidentele lasten en baten van de totale lasten en baten afgetrokken. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Een ruimte van meer dan 1% geeft voldoende ruimte om structurele tegenvallers op te vangen.
11 Jaarverslag en jaarrekening 2021 UBRivierenland
Geïdentificeerd voor waarmerkingsdoeleinden 6 april 2022
Programma 3 Algemene baten en lasten Tabel met kengetallen: Raming 2021
Realisatie 2021
Netto schuldquote (afgerond)
4.000 %
148 %
Solvabiliteitsratio
0,4 %
0,5 %
Structurele exploitatieruimte
17 %
26 %
Toelichting bij de tabel met kengetallen: • De netto schuldquote staat op een hoog niveau, omdat de baten niet in verhouding staan tot de investeringsuitgaven voor de aanleg van het Breedbandnetwerk en de daarvoor aangetrokken financiering. Dat geldt nog meer in de eerste 2 jaren, waarin de aanleg wordt gerealiseerd en aansluitingen nog niet allemaal operationeel zijn. Het voorgaande is inherent aan de aard van de bedrijfsactiviteiten, het noodzakelijke investeringsniveau en de gekozen financieringsopzet. • De solvabiliteitsratio is 0,5% maar stijgt de komende jaren met de geplande vermogensgroei. Bovendien wordt er vanaf 2022 structureel afgelost op het vreemde vermogen. • De geraamde structurele exploitatieruimte komt in 2021 uit op 26%. Het resultaat 2021 van € 177.254 kent een bedrag voor incidentele treasury baten kent van € 49.536. De structurele exploitatieruimte is in 2021 positief en is als volgt opgebouwd: een structureel resultaat van € 127.718 ten opzichte van een totaalbedrag van € 498.441 aan gerealiseerde opbrengst. Kengetallen zijn momentopnamen en de uitkomsten moeten in het perspectief van de specifieke bedrijfsactiviteiten en de bedrijfseigen vermogens- en financieringsverhoudingen beschouwd en beoordeeld worden. UBRivierenland heeft een helder en positief financieel perspectief, waarbij de komende jaren een gezonde opbouw van vermogen plaatsvindt.
Er zijn gunstige financieringsafspraken met de BNG Bank gemaakt, waardoor de focus kan komen te liggen op de realisatie van goede glasvezelverbindingen in de buitengebieden.
12 Jaarverslag en jaarrekening 2021 UBRivierenland
Geïdentificeerd voor waarmerkingsdoeleinden 6 april 2022
Programma 3 Algemene baten en lasten Paragraaf 2 – Onderhoud kapitaalgoederen Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten in 2021 Beleidskader Het beleid ligt vast in het meerjarenonderhoudsplan Het beheer en onderhoud is in de aanbesteding uitbesteed. De kaders liggen vast in beheer en onderhoudscontracten. Uitgangspunt is dat op langere termijn het Breedbandnetwerk op een adequate wijze wordt beheerd en onderhouden. In de begroting is de gefaseerde aanleg voor 8.880 aansluitingen meegenomen en doorgerekend.
Financiële consequenties en vertaling daarvan in de jaarrekening De kosten van het beheer en onderhoud van het glasvezelnetwerk zijn aanbesteed. In de jaarrekening 2022 is een operationele last gerealiseerd van € 22.602,-. In 2021 zijn ongeveer de helft van alle adressen opgeleverd. In het tweede jaar (2021) hadden we 109.620 euro begroot maar door de eerder vermelde vertraging vallen ook deze kosten lager uit. Jaarlijks wordt het budget voor onderhoud geïndexeerd met 1,5%.
13 Jaarverslag en jaarrekening 2021 UBRivierenland
Geïdentificeerd voor waarmerkingsdoeleinden 6 april 2022
Programma 3 Algemene baten en lasten
Paragraaf 3 – Bedrijfsvoering Programma 3 Algemene baten en lasten Belangrijke ontwikkelingen in 2021 Algemeen De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens rond de bedrijfsvoering. Met bedrijfsvoering worden de bedrijfsprocessen bedoeld die nodig zijn om de beleidsdoelstellingen uit de programma's te realiseren. Voor een goede bedrijfsvoering zijn budget, personeel met kennis en kunde, infrastructuur, leiding/ aansturing, een goede communicatie, informatie en beheersinstrumenten nodig. Ook is een efficiënte inrichting van de organisatie en een gezonde samenwerkingscultuur, samen met gemeenten en andere partners cruciaal om de doelstellingen te bereiken en onze (breedband)dienst adequaat te kunnen uitvoeren. Onze organisatie zal zich inspannen om een zo hoog mogelijk deelnamepercentage op het breedbandnetwerk te realiseren. Het Dagelijks Bestuur is verantwoordelijk voor een adequate bedrijfsvoering. Het Algemeen Bestuur heeft hierbij een kaderstellende en controlerende taak.
Inrichting van de organisatie De organisatie van UBRivierenland is gericht op de uitvoering van de breedband dienstverlening aan de inwoners van het doelgebied die nog niet beschikken over een toekomstvast breedbandnetwerk.
DVO voor Concern- en bestuursondersteuning De ondersteunende middelen (P&O, Financiën & Control, Administratie, Informatievoorziening & Automatisering, Huisvesting, JZ, Functionaris Gegevensbescherming + Privacy Officer, Archief, Communicatie, Bestuursondersteuning/-secretariaat) staan direct ten dienste van de bedrijfsvoering van het UBRivierenland middels een daartoe afgesloten DVO. De concernondersteuning is gericht op: • De planning- en controlcyclus • Control (audit/interne controle, algemene financiële en juridische control) • Organisatie-inrichting (treasury, budgetbeheer, mandatering, organisatieregelingen) • Juridische control (gemeenschappelijke regeling en interne reglementen en verordeningen) • Informatietechnologie & informatieveiligheid + de betrouwbaarheid en continuïteit van de geautomatiseerde dataverwerking (ICT) • Archief (centrale archiefverantwoording en -wetgeving) • Concerncommunicatie (website, intranet, nieuwsuitingen, folders) • Bestuursondersteuning (faciliteren bestuursvergaderingen, UBR-middagen, agendacommissie en bijeenkomsten)
14 Jaarverslag en jaarrekening 2021 UBRivierenland
Geïdentificeerd voor waarmerkingsdoeleinden 6 april 2022
Programma 3 Algemene baten en lasten
Beleidsindicatoren In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn een aantal beleidsindicatoren vastgesteld, die verplicht in de programma's en programmaverantwoording opgenomen moeten worden. De voor UBRivierenland relevante indicatoren met betrekking tot personele aangelegenheden zijn in onderstaande tabel opgesomd. Beleidsindicator: Personele formatie
1,33 fte
Personele bezetting (inhuur via detachering)
1,33 fte
15 Jaarverslag en jaarrekening 2021 UBRivierenland
Geïdentificeerd voor waarmerkingsdoeleinden 6 april 2022
Paragraaf 4 – Financiering Beleidskader: het Treasurystatuut van de UBR In het Treasurystatuut staan de uitgangspunten en doelstellingen voor het treasurybeleid vermeld. De uitvoering en ontwikkelingen worden in deze paragraaf toegelicht. Onderdelen: • Algemene ontwikkelingen • Treasurybeheer • (Krediet) Risicobeheer • Financiering
Algemene ontwikkelingen Dit onderdeel schetst de belangrijkste interne en externe ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de treasuryfunctie, alsmede wijzigingen in de Wet Financiering Decentrale Overheden (wet Fido), de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo), de wet Hof en het Verplicht Schatkistbankieren voor decentrale overheden. Interne ontwikkelingen UBRivierenland voldoet bij de uitvoering van de treasuryfunctie aan de wet- en regelgeving. Bij wet van 11 december 2013 tot wijziging van de Wet financiering decentrale overheden is het een verplichting geworden om overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist van het Rijk. Gelden tegen gunstige rentetarieven uitzetten op spaarrekeningen of deposito's bij andere financiële instellingen is met de invoering van Schatkistbankieren niet meer toegestaan. Er mag een bedrag ter hoogte van 0,75% (met een ondergrens van € 450.000) van het jaarlijkse begrotingstotaal buiten de schatkist gehouden worden voor de uitvoering van dagelijkse taken. In het jaar 2021 heeft UBRivierenland geen bancaire tegoeden en worden geen middelen in ’s Rijks Schatkist aangehouden. Externe ontwikkelingen, rente-ontwikkelingen De belangrijkste externe ontwikkelingen zijn (internationale) economische indicatoren en de invloed hiervan op de geld- en kapitaalmarkt, alsmede wijzigingen in wet- en regelgeving.
UBRivierenland kent geen zelf ontwikkelde rentevisie. Zij volgt de marktgegevens en renteontwikkelingen via publicaties van gerenommeerde financiële instellingen. We verwachten dat de rente op de geld- en kapitaalmarkt in de komende periode op een laag niveau zal blijven met de kanttekening dat de huidige hoge inflatiecijfers een lichte opwaartse druk uitoefenen op de rente. Mocht de huidige hoge inflatie structureel ruim boven de 2% blijven verwachten wij op termijn verder oplopende rente.
Treasurybeheer Het treasurybeheer is de (beleids) uitvoering van de treasuryfunctie, binnen de kaders van het huidige treasurystatuut. De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, financiële geldstromen, de financiële posities en hieraan verbonden risico’s.
16
16 Jaarverslag en jaarrekening 2021 UBRivierenland
Geïdentificeerd voor waarmerkingsdoeleinden 6 april 2022
Programma 3 Algemene baten en lasten Risicobeheer Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een wettelijke limiet en bepaalt de maximale omvang van de externe kortgeldpositie in enig jaar. De zogenaamde netto vlottende schuld mag maximaal 8,2% bedragen van het begrotingstotaal. Daarboven moet lang geld worden aangetrokken. UBRivierenland heeft een bijzondere startpositie als het gaat om de financiële verhoudingen en invulling van de financiering van de aanleg van het glasvezelnetwerk. In de eerste 2 begrotingsjaren worden de aansluitingen gefaseerd gerealiseerd en komt de generatie van opbrengsten geleidelijk (getemporiseerd) tot stand. Het totaal van de in de begroting geraamde baten en lasten zit pas vanaf het 3e jaar (in 2022) op een structureel niveau van ca. € 1,4 miljoen. Het te financieren bedrag van de investeringen bedraagt in totaal € 37.500.000. We zijn een langlopende financiering overeengekomen met de BNG, waarbij de eerste 2 jaar gekozen is voor een vorm van kredietverlening in rekening-courant met bouwdepot (met een zeer gunstige rente), waarbij op 6 januari 2022 omzetting plaatsvindt naar een lening met een looptijd van 48 jaar en een rentevast periode van 30 jaar. De rentevoet van de lening is onderdeel van de langlopende financieringsafspraken en vastgelegd op 0,835%. We lopen derhalve geen renterisico op de langlopende lening.
De rekening-courant financiering in de eerste 2 begrotingsjaren (2020 en 2021) maakt onderdeel uit van de langlopende financieringsafspraken en past binnen het geheel van de meerjarige financiering. Op grond hiervan is geen sprake van een afwijking van de wettelijk vastgelegde normering van de maximale kasgeldlimiet. Renterisico De renterisiconorm is ook een wettelijke limiet en beperkt de vaste schuld die in enig jaar voor aflossing of renteherziening in aanmerking komt tot 20% van het begrotingssaldo. De vaste schuld van UBRivierenland bestaat uit een geldlening van € 35 miljoen (vanaf 2022) waarop 30 jaar lang geen renteherzieningen plaatsvinden. Derhalve is er in deze periode geen renterisico. Kredietrisicobeheer UBRivierenland loopt geen risico’s bij het uitzetten van geldmiddelen. De gelden worden uitgezet conform de voorwaarden genoemd in het treasurystatuut.
Financiering De vaste activa worden grotendeels met lang vermogen gefinancierd via een kredietovereenkomst bij de BNG. In 2020 bestond de bijzondere situatie dat er vanuit een bouwfaciliteit geld werd geïnvesteerd in de aanleg van het netwerk. Dit netwerk zal “sleutel klaar” worden opgeleverd in de laatste helft van 2022. De aangewende middelen uit de bouwfaciliteit zullen op 6 januari 2022 worden omgezet in een langlopende vaste lening tegen reeds nu vastgelegde rente voor 30 jaar (tot 2052). De rente opbouw van de bouwfaciliteit in de eerste 2 jaar kent een tarief van 1 maands euribor plus een opslag over het opgenomen deel. Per saldo was de actuele (variabele) rentestand in 2021 negatief en hebben we rente ontvangen over het debetsaldo bij de BNG. In de begroting is gerekend met 0,0%. We calculeren in de eerste 2 jaar derhalve geen rentelasten over het kortlopende deel van de bancaire totaalfinanciering. Hierbij wordt wel de opmerking gemaakt, dat het een variabele rente betreft voor het kortlopende deel van de financiering, die in kan stijgen of dalen, en waar we dus renterisico lopen. Over het ongebruikte deel van de faciliteit betaalden we een bereidstellingsprovisie van 0,09%. De vergoeding werd per kwartaal betaald en de bancaire provisie nam maandelijks af als gevolg van de opnamen uit het depot.
17 Jaarverslag en jaarrekening 2021 UBRivierenland
Geïdentificeerd voor waarmerkingsdoeleinden 6 april 2022
Programma 3 Algemene baten en lasten De bancaire financiering laat het volgende verloop zien. Leningenportefeuille
Bedragen x € 1.000
Naam
hoofdsom
Rente
Looptijd
Afgelost in
Stand 31-12-2020
Stand 31-12-2021
Investerings depot BNG
37.500
0,000%
2 jaar
januari 2022
15.672
26.273
Lening BNG
35.000
0,835%
48 jaar
2070
0
0
R/C BNG
2.500
0,000%
variabel
onbepaald
Totaal vaste schulden:
0
0
15.672
26.273
De langlopende lening van € 35 mljn wordt vanaf 2022 lineair afgelost. De lening heeft een looptijd van 48 jaar. Vanaf 2022 worden aflossingstermijnen betaald, jaarlijks een bedrag van € 729.167.
Wettelijke kaders In de Notitie Rente 2017 van de BBV-commissie zijn voorschriften opgenomen voor de wijze waarop de rente verwerkt moeten worden in de begroting. Alle rentelasten en rentebaten uit hoofde van financieringen moeten bij Treasury worden verantwoord. Er mag een rentevergoeding over eigen financieringsmiddelen (reserves) worden berekend, maar deze rentevergoeding is gemaximeerd tot het rentepercentage dat is gebaseerd op het gewogen samenstel van de rentelasten over de externe financiering (langlopend én kortlopend). De omslagrente moet op consistente en eenduidige wijze worden toegerekend aan de individuele vaste activa. Het in de begroting voorgecalculeerde omslagpercentage mag binnen een marge van 0,5% worden afgerond. De BBV-commissie doet de aanbeveling om het Renteschema uit de Notitie Rente 2017 op te nemen in de paragraaf Financiering van de begroting. In deze jaarrekening 2021 hebben we de rentepercentages toegepast die in onderstaand overzicht zijn opgenomen. Rentepercentage Rente depotfinanciering (2021)
0,00%
Bereidstellingsprovisie bouwdepot
0,09%
Langlopende financiering (lening BNG – vanaf 2022)
0,835%
R/C-financiering BNG (vanaf 2022)
0,00%
Omslagrente 2021 gelijk aan de werkelijke bancaire kosten
0,09%
18 Jaarverslag en jaarrekening 2021 UBRivierenland
Geïdentificeerd voor waarmerkingsdoeleinden 6 april 2022
Overzicht van de baten en lasten en de toelichting daarop
Overzicht baten en lasten Baten en lasten
Begroot 2021
Realisatie 2021
Verhuur glasvezel/vezelparen
924.302
498.441
Beheerkosten
276.100
183.866
Opbrengsten
Incidentele lasten
-
Afschrijvingen
462.491
186.857
Rentelasten
3.134
-49.536
Totaal lasten
741.725
321.187
Saldo van baten en lasten
182.577
177.254
Vennootschapsbelasting
-/-27.387
-/-21.152
Resultaat na belastingen
155.190
156.102
Toelichting De daling van de opbrengsten in 2021 ten opzichte van de begroting is het gevolg van de achterstand die is opgelopen bij de start van de aanleg en de daarmee samenhangende vertraagde realisatie van operationele aansluitingen. Door deze vertraging is er ook maar een deel van de geplande investeringen gerealiseerd en geactiveerd in de balans. Door het gunstige verloop van der rente is er zelfs een fors resultaat geboekt op de rente. De beheerkosten zijn lager dan de begroting waardoor er overall winst wordt geboekt in 2021. 2022 en de jaren daarna zijn goed voor een structureel overschot van de exploitatie. Na 2026 lopen de positieve resultaten verder op, omdat de geactiveerde voorbereidingskosten dan nagenoeg zijn afgeschreven en bijna niet meer op de exploitatie drukken. Ondanks het feit dat in de eerste 2 jaren tijdens de aanlegfase van het glasvezelnetwerk de opbrengsten nog niet op het beoogde niveau zitten, sluit de exploitatie per saldo over deze jaren met een positief resultaat. Dit heeft mede te maken met de gunstige rentecondities van de kredietfaciliteit met de BNG. Per saldo ontvingen we in de eerste 2 jaren rente over het opgenomen deel van de kortlopende bancaire financiering en betalen we bereidstellingsprovisie gelijk aan 0,09% over het niet opgenomen deel van de financiering.
Vanaf het 3e kwartaal 2020 is de ontvangen bankrente hoger dan het bedrag van de betaalde bereidstellingsprovisie en hebben we een voordeel bij de rente gerealiseerd. In het derde begrotingsjaar (2022) kunnen ook alle lasten uit de opbrengsten worden voldaan. De beheerkosten zijn in 2021 jaar lager, omdat in de aanlegfase van het breedbandnetwerk nog weinig beheertaken plaatsvinden. De meeste bedrijfskosten hebben in de aanlegfase een directe relatie met de realisatie van het breedbandnetwerk en worden als projectkosten meegenomen bij de investeringslasten.
19 Jaarverslag en jaarrekening 2021 UBRivierenland Geïdentificeerd voor waarmerkingsdoeleinden 6 april 2022
Melding in het kader van de Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) Met ingang van het begrotingsjaar 2013 is de Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) van kracht. Doelstelling van de wet is te verhinderen dat instellingen in de publieke en semipublieke sector rechtens in staat zijn bovenmatige bezoldigingen toe te kennen. Binnen UBRivierenland is er geen sprake van medewerkers die boven het wettelijke normbedrag uitkomen. De Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) schrijft voor dat voor topfunctionarissen in de zin van de WNT de bezoldigingsgegevens openbaar worden gemaakt in de jaarrekening. In de hierna opgenomen overzichten zijn de openbaar te maken bezoldigingsgegevens opgenomen. Naam Bestuurder
Functie
Periode
Bezoldiging
C.P.S. Herms
Secretaris - directeur
1.1.2021 t/m 31.12.2021
€ 151.845,-
Specificatie WNT: Betaalde inleenvergoeding detachering secretaris/directeur, inclusief vergoeding voor gebruik leaseauto € 151.845,-. De functie van secretaris-directeur wordt ingevuld middels detachering. Tussen UBRivierenland en GR Regio Rivierenland is een detacheringsovereenkomst afgesloten voor de detachering van de secretaris-directeur fulltime voor 36 uur per week. Het individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum bedraagt in 2021 € 209.000 op jaarbasis. Ter vergelijking: In 2020 bedroeg de totale bezoldiging voor C.P.S. Herms € 121.924,-. Specificatie WNT: Betaalde inleenvergoeding detachering secretaris/directeur, inclusief vergoeding voor gebruik leaseauto € 121.924. De functie van secretaris-directeur wordt ingevuld middels detachering. Tussen UBRivierenland en GR Regio Rivierenland is een detacheringsovereenkomst afgesloten voor de detachering van de secretaris-directeur, in het eerste kwartaal van 2020 voor 12 uur per week, en vanaf 1 april 2020 fulltime voor 36 uur per week. Het individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum bedraagt in 2020 € 201.000 op jaarbasis.
Naam bestuurder
Functie
Periode
Bezoldiging
M. Wichgers J.H.L.M. de Vreede S.H.R. van Someren B. Brink E.R. Goossens R.G.M. Cruijsen C.A.H. Zondag
AB-lid en DB-lid AB-lid AB-lid AB-lid AB-lid en DB-lid AB-lid AB-lid en DB-lid
01-01-2021 t/m 31-12-2021 01-01-2021 t/m 31-12-2021 01-01-2021 t/m 31-12-2021 01-01-2021 t/m 31-12-2021 01-01-2021 t/m 31-12-2021 01-01-2021 t/m 31-12-2021 01-01-2021 t/m 31-12-2021
Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd Onbezoldigd
20 Jaarverslag en jaarrekening 2021 UBRivierenland Geïdentificeerd voor waarmerkingsdoeleinden 6 april 2022
De balans per 31 december 2021 en de toelichting daarop
Balans UBR Balans UBR 31-12-2020
31-12-2021
Activa Vaste activa Materiele vaste activa Imateriele vaste activa
Vlottende activa Debiteuren Belastingen Liquide middelen
€ €
14.005.322 983.166
€ € €
22.244 656.427 -
€
15.667.159
Vaste activa Materiele vaste activa Imateriele vaste activa
Vlottende activa Debiteuren Belastingen Liquide middelen Overige vorderingen
€ €
25.240.084 912.412
€ € € € €
8.470 362.785 2.573 26.526.324
€ € €
-36.238 156.102 119.864
€ € € € €
26.272.584 127.365 3.511 3.000 26.526.324
Passiva Eigen vermogen Algemene reserve Verliessaldo 2020
Kortlopende schulden Handelskredieten Belastingen Crediteuren
€ € €
-36.238 -36.238
€ € €
15.671.546 9.187 22.664
€
15.667.159
Eigen vermogen Algemene reserve winstsaldo 2021
Kortlopende schulden Handelskredieten Belastingen Crediteuren Overlopende passiva
Algemene toelichting op de balans Activabeleid Het beleid ten aanzien van investeringen en afschrijvingen is vastgelegd in de nota activeren en afschrijven. De nota is primair bedoeld als instrument voor de kader stellende rol van het Algemeen Bestuur en sluit aan bij het bepaalde in de gemeentewet (artikelen 211 en 212) en het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV). In de nota activabeleid zijn algemene regels vastgelegd o.a. met betrekking tot het afschrijven in het jaar van aanschaf en de systematiek van lineair afschrijven. Waarderingsgrondslagen Onder investeringen worden verstaan uitgaven ter verwerving van een goed of ter bereiking van een doel waaraan een nuttigheid kan worden toegekend die langer duurt dan een jaar. Investeringen worden verantwoord op de balans onder de post vaste activa. Onder de vaste activa worden conform het BBV de volgende vaste activa onderscheiden: • •
materiële vaste activa; financiële vaste activa.
21 Jaarverslag en jaarrekening 2021 UBRivierenland Geïdentificeerd voor waarmerkingsdoeleinden 6 april 2022
Activa wordt gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Materiële vaste activa Met als uitgangspunt het BBV worden twee soorten materiële vaste activa onderscheiden (artikel 35), te weten: • investeringen met een economisch nut (vergelijkbaar met het bedrijfsleven, waarbij het meerjarig economisch nut meeweegt in de activeringsgronden); • investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijke nut. Investeringen met een economisch nut zijn alle investeringen die bijdragen aan de mogelijkheid middelen te verwerven en/of die verhandelbaar zijn. In het BBV is opgenomen dat activa met een meerjarig economisch nut geactiveerd moeten worden. Daarnaast mag er op deze investeringen niet resultaatafhankelijk (extra) worden afgeschreven. Met andere woorden, activa met een meerjarig economisch nut moeten eenduidig worden geactiveerd en vervolgens dient er op consistente wijze te worden afgeschreven. In de jaarrekening van de UBR worden alleen investeringen geactiveerd met een economisch nut.
Afschrijvingstermijnen Afschrijvingen vinden lineair plaats op basis van de volgende afschrijvingstermijnen: Breedbandnetwerk Immateriële vaste activa
50 jaar 5 jaar
Van de opgenomen activasoort “breedbandnetwerk” wordt de technische levensduur gesteld op langer dan 50 jaar. Deze levensduur is bepaald aan de hand van ervaringsgegevens en algemeen gebruikelijke normen. De economische gebruiksduur en daarmee ook de afschrijvingstermijn is beperkt tot 50 jaar. Financiële vaste activa De financiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgingprijs. Vlottende activa Onder vlottende activa zijn opgenomen: • Vorderingen • Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rente typische looptijd korter dan één jaar. • Overlopende activa • Liquide middelen Vorderingen en overlopende activa De vorderingen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. In de gevallen waarin de invordering niet mogelijk blijkt te zijn, wordt tot afboeking wegens oninbaarheid overgegaan. De voorziening dubieuze debiteuren is ter dekking van het risico dat openstaande vorderingen op de balansdatum oninbaar blijken te zijn. Liquide middelen De liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waard Passiva De voorzieningen, de vaste schulden, de vlottende schulden en de overlopende passiva zijn eveneens opgenomen tegen nominale waarde.
22 Jaarverslag en jaarrekening 2021 UBRivierenland Geïdentificeerd voor waarmerkingsdoeleinden 6 april 2022
Toelichting op de balansposten - vaste activa Investeringen met een economisch nut
Materiele vaste activa
Breedbandnetwerk
Immateriële vaste activa
Totaal
Boekwaarde ultimo 2020 Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen
€ € € €
€ € € €
983.343 70.931
€ 14.988.488 € 11.350.864 € € 186.856
25.240.084 € 117.410 € 25.357.494 €
912.412 72.237 984.650
€ 26.152.496 € 189.647 € 26.342.144
14.005.145 11.350.864 115.926
Boekwaarde ultimo 2021 € Cumulatieve afschrijving € Aanschafwaarde €
Breedbandnetwerk Realisatie van de aanleg van het breedbandnetwerk vindt gefaseerd plaats. De rentelasten in de aanlegfase worden als bouwrente geactiveerd. Afgeschreven wordt vanaf het moment van ingebruikname van de investering. De startdatum van de afschrijvingen is gelijk aan het moment dat de betreffende fase is gerealiseerd. De afschrijvingstermijn wordt bepaald door de laagste van de economische gebruiksduur of technische levensduur. Voor de aanlegkosten van het breedbandnetwerk wordt een afschrijvingstermijn van 50 jaar gehanteerd, waarbij rekening gehouden wordt met een restwaarde. De restwaarde van de investeringen wordt gesteld op 1200 euro per aansluiting. Op grond van het voorzichtigheidsprincipe wordt deze waarde niet geïndexeerd naar het einde van de afschrijvingstermijn. Er wordt gestart met afschrijven op het moment dat het activum door de UBR in gebruik wordt genomen.
Immateriële vaste activa De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden afgeschreven in 5 jaar. Er wordt gestart met afschrijven in dezelfde verhouding als de realisatie van het breedbandnetwerk.
Toelichting op de balansposten - vlottende activa Vorderingen op derden Debiteuren
:€
8.470
Terug te ontvangen belasting
: € 362.785
Verzekeringspremies Centraal Beheer vooruitbetaald t/m 31 oktober 2022
:€
2.573
Een voorziening voor mogelijke oninbaarheid wordt niet noodzakelijk geacht.
Toelichting op de balansposten - vaste passiva Algemene reserves en bestemmingsreserves
Toevoegingen 31-12-2020 2021
Overzicht Reserve Algemene reserve en saldo
€
-36.238
€
Onttrekkingen 2021
156.102 €
31-12-2021 -
€
119.864
In 2021 is het verliessaldo over 2020 ten laste gebracht van de Algemene Reserve overeenkomstig het besluit van het Algemeen Bestuur bij de vaststelling van de jaarrekening 2020 en de resultaatbestemming.
23 Jaarverslag en jaarrekening 2021 UBRivierenland Geïdentificeerd voor waarmerkingsdoeleinden 6 april 2022
Vaste schulden langer dan één jaar De vaste activa worden grotendeels met lang vermogen gefinancierd via een kredietovereenkomst bij de BNG. In 2020 bestond de bijzondere situatie dat er vanuit een bouwfaciliteit geld werd geïnvesteerd in de aanleg van het netwerk. Dit netwerk zal “sleutel klaar” worden opgeleverd in de laatste helft van 2022. De aangewende middelen uit de bouwfaciliteit zullen op 6 januari 2022 worden omgezet in een langlopende vaste lening tegen reeds nu vastgelegde rente voor 30 jaar (tot 2052). De rente opbouw van de bouwfaciliteit in de eerste 2 jaar kent een tarief van 1 maands euribor plus een opslag over het opgenomen deel. Per saldo was de actuele (variabele) rentestand in 2021 negatief en hebben we rente ontvangen over het debetsaldo bij de BNG. In de begroting is gerekend met 0,0%. We calculeren in de eerste 2 jaar derhalve geen rentelasten over het kortlopende deel van de bancaire totaalfinanciering. Hierbij wordt wel de opmerking gemaakt, dat het een variabele rente betreft voor het kortlopende deel van de financiering, die in kan stijgen of dalen, en waar we dus renterisico lopen. Leningenportefeuille
Bedragen x € 1.000
Naam
hoofdsom
Rente
Looptijd
Afgelost in
Stand 31-12-2020
Stand 31-12-2021
Investerings depot BNG
37.500
0,000%
2 jaar
januari 2022
15.672
26.273
Lening BNG
35.000
R/C BNG
2.500
0,835%
48 jaar
2070
0
0
0,000%
variabel
onbepaald
0
0
15.672
26.273
Totaal vaste schulden:
Over het ongebruikte deel van de faciliteit betaalden we een bereidstellingsprovisie van 0,09%. De vergoeding werd per kwartaal betaald en de bancaire provisie nam maandelijks af als gevolg van de opnamen uit het depot. De langlopende lening van € 35 mln. wordt vanaf 2022 lineair afgelost. De lening heeft een looptijd van 48 jaar. Vanaf 2022 worden aflossingstermijnen betaald, jaarlijks een bedrag van € 729.167.
Toelichting op de balansposten - vlottende passiva Overige schulden Overzicht overige schulden Bedragen x € 1.000 Overige schulden Totaal overige schulden
31-12-2020
31-12-2021 32 32
134 134
Overige schulden Belastingen
: € 127.365
Crediteuren
:€
3.511
Overlopende passiva*
:€
3.000
*Te betalen kosten aan Regio Rivierenland inzake doorbelasting kosten (lease-auto + kosten
belfabriek + overige)
24 Jaarverslag en jaarrekening 2021 UBRivierenland Geïdentificeerd voor waarmerkingsdoeleinden 6 april 2022
CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Aan: Het bestuur van UBRivierenland
A. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2021 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2021 van UBRivierenland te Tiel gecontroleerd. Naar ons oordeel geeft de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2021 als van de activa en passiva per 31 december 2021 van UBRivierenland in overeenstemming met Besluit begroting en verantwoording en de bepalingen van en krachtens de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT).
Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 2021 in alle van materieel belang zijnde aspecten voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat de bedragen in overeenstemming zijn met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals vermeld in het referentiekader De jaarrekening bestaat uit: 1.
de balans per 31 december 2021;
2.
het overzicht van baten en lasten over 2021; en
3.
de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie 'Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening'. Wij zijn onafhankelijk van UBRivierenland zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
FSV Accountants + Adviseurs B.V. Hogeweg 43 Postbus 128 5300 AC ZALTBOMMEL
Telefoon: 088 900 5301 Telefax: (0418) 579 688 E-mail: info@fsv.nl Internet: www.fsv.nl
Handelsregister te Utrecht nr. 11020683 Lid van de vereniging SRA Member of Nexia International
Vestigingen: Amsterdam, Zaltbommel
Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd
B. Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening Verantwoordelijkheden van het bestuur voor de jaarrekening Het bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met Besluit begroting en verantwoording en de bepalingen van en krachtens de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). In dit kader is het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen (Besluit begroting en verantwoording). Het bestuur is voorts verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken. Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.