1 concept Kadernota 2022 Avri
Tekst van het document
Kadernota 2022 - 2025
Inhoudsopgave 1
Inleiding ............................................................................................................................................................... 3
2
Visie en hoofddoelen ......................................................................................................................................... 4
3
Ontwikkelingen en strategie .............................................................................................................................. 7
4
producten en diensten avri ............................................................................................................................. 11
5
Financiele stabiliteit en continuiteit in bedrijfsvoering ................................................................................ 13
Bijlage 1: Inhoudelijke beleidskaders .................................................................................................................... 16 Bijlage 2: Financiele kaders en uitgangspunten .................................................................................................. 17 Bijlage 3: Ontwikkelingen op de afval- en grondstoffenmarkt ............................................................................ 19 Bijlage 4: Planning begroting 2022 ........................................................................................................................ 22
Pagina 2 van 23
1
INLEIDING
De kaders voor de begroting 2022 (en de meerjarenramingen 2023 tot en met 2025) worden via deze nota ter kennisname voorgelegd aan de raden van de deelnemende gemeenten van de Gemeenschappelijke Regeling Avri (hierna: GR Avri). De kadernota is een instrument waarmee raden en raadsleden de kaders voor de begroting kunnen bepalen en hun kaderstellende rol kunnen invullen. In tegenstelling tot de begroting kent de kadernota geen zienswijzeprocedure. Artikel 27 van de Gemeenschappelijke Regeling Avri bepaalt dat het Dagelijks Bestuur van Avri vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan het begrotingsjaar de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de gemeenteraden voorlegt. In aanvulling op de bepalingen uit de GR leggen we de kadernota 2022 ter besluitvorming voor aan het Algemeen Bestuur van Avri (11 februari 2021). Hiermee bieden we een extra gelegenheid om tijdig het gesprek te voeren over de kaders voor de begroting om zodoende meer grip aan de voorkant van het begrotingsproces te creëren. Raadsleden worden via de voorafgaande platformbijeenkomst van Avri (12 januari 2021) over de kadernota geïnformeerd. Via deze kadernota proberen wij zodoende invulling te geven aan het regionale initiatief van raadsleden om de grip om gemeenschappelijke regelingen te vergroten. 1.1
Leeswijzer
Deze kadernota begint in hoofdstuk 2 met een korte beschrijving van de visie, dienstverlening en bedrijfsvoering van Avri. In hoofdstuk 3 gaan we in op de beleids- en marktontwikkelingen. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de financiële en personele stabiliteit en continuïteit. De algemene beleids- en financiële kaders en uitgangspunten voor de begroting 2022, zoals de inrichting van de tarieven afvalstoffenheffing, het weerstandsvermogen en prijsindexeringen zijn uitgewerkt in de bijlagen 1 en 2.
Pagina 3 van 23
2 2.1
VISIE EN HOOFDDOELEN Inleiding
Samen met 247.000 inwoners en de 8 gemeenten werken wij voor en met de regio aan een schoon, veilig, duurzaam en circulair Rivierenland. Avri wil zich steeds meer inzetten als een brede maatschappelijke dienstverlener; passend bij een veranderende maatschappij. Daarbij horen een doorontwikkeling van de werkwijze en bekostiging van het huidige afvalsysteem, een regionaal kenniscentrum in het onderhoud van de openbare buitenruimte en het vormgeven van lokale arbeids- en bewonersparticipatie. We willen de regio duurzamer maken door betrokken te zijn bij en een meerwaarde te bieden op maatschappelijke thema’s Circulariteit, duurzaamheid en inclusiviteit vormen daarbij onze visie waarbij geldt; “van de regio, voor de regio”. We werken actief aan het vergroten van de voorspelbaarheid van de organisatie en streven naar excellente uitvoering; dienstverlening die aansluit bij de behoeftes van gemeenten en inwoners waarbij tegelijkertijd onverwachtse ontwikkelingen zo min mogelijk invloed hebben op dienstverlening en kosten. Hierbij kijken we niet alleen naar onze kosten van het inzamelen en verwerken van onze grondstoffen en afval. Ook gaan we ons richten op het schoner krijgen van onze grondstoffenstroom door onder meer het geven van voorlichting en informatie. Om meer prijsstabiliteit te realiseren blijven we zoeken naar nieuwe manieren om (grondstof)opbrengsten te genereren.
In alle stappen van de keten van circulariteit (productie, consumptie, verwerking) liggen kansen om de invloed te vergroten of tot slimme, duurzame oplossingen te komen. Hierbij zoeken we continue de balans tussen inclusiviteit, onze toegevoegde waarde als werkgever, duurzaamheid, kwaliteit en kostenbewustzijn. 2.2
Voorspelbaar en wendbaar
We realiseren ons dat hoe we de dingen doen, uitermate belangrijk is in het verkrijgen van draagvlak bij inwoners voor onze opgave en bij het succesvol realiseren van onze doelstellingen voor Rivierenland. We leren van onze omgeving en van situaties die zich in het (recente) verleden hebben voorgedaan. We maken daarom een omslag in ons denken en doen. ‘Samen’ en ‘Verbinden’ zijn de sleutelwoorden. Dat betekent ook dat we een omslag maken van actief zijn aan de achterkant van het proces met de nadruk op repressie naar de voorkant van het proces waar we meer inzetten op preventie (informeren en stimuleren). We werken actief aan het vergroten van de wendbaarheid van de organisatie. Door verbinding met onze omgeving te maken, ontwikkelen we samen met de gemeenten dienstverlening die aansluit bij de behoeftes en het gedrag van inwoners en bij de wensen van de gemeenten, waarbij tegelijkertijd onverwachte ontwikkelingen zo min mogelijk invloed hebben op dienstverlening en kosten. Vanuit een helder omschreven dienstenpakket, met actieve en verbindende communicatie, een transparante bedrijfsvoering en verantwoording naar onze inwoners en gemeenten. Als robuuste en wendbare organisatie met een bijbehorende bedrijfsvoering geven we continu invulling aan de veranderende maatschappelijke behoeftes en steeds stringentere (afval)regelgeving.
We willen van meerwaarde zijn door meer maatwerk aan te bieden aan onze gemeenten en hun inwoners, waarbij – naast een basispakket - specifieke diensten aan individuele gemeenten worden aangeboden. De verkenning hiertoe is intussen opgestart. Verder is voldoende financiële armslag nodig om continuïteit in dienstverlening en prijsstelling te waarborgen ondanks de sterk veranderende behoeftes en veranderende marktomstandigheden. We komen steeds meer in control en het weerstandsvermogen bij Avri is erop ingericht om de uitvoering van de begroting van Avri beter te beheersen en sterke fluctuaties (bijvoorbeeld in de afvalstoffenheffing) te voorkomen. De risico’s zijn teruggelopen door betere contractuele afspraken en het verkrijgen van duidelijkheid over de overdracht van de stortplaats aan de provincie. We zoeken naar nog meer grip op de grondstofmarkt om te werken aan meer prijsstabiliteit, zoals het vergroten van onze invloed op de keten (o.a. afzetmarkt) en het zoeken naar nieuwe product-marktcombinaties. Hierbij zoeken we regionale samenwerking met bedrijven en instanties in circulaire ketens. Programma Grip
In 2021 is het programma grip van start gegaan en zal in 2022 verder worden uitgewerkt. Doel van het programma is het verbeteren van de voorspelbaarheid van de afvalstoffenheffing door het realiseren van Pagina 4 van 23
kostenreductie en –beheersing enerzijds en het vergroten van de opbrengst door het leveren van toegevoegde waarde aan producten en diensten anderzijds door: • • •
Vergroten invloed op de keten Verbetering weerstandsvermogen Robuuste, wendbare bedrijfsvoering
Er zijn drie lijnen in het programma die het programmadoel inhoud geven: Inwoners, Markt en Organisatie. In onderstaande figuur is het programma visueel weergegeven.
2.3
Van de regio, voor de regio
Avri staat als uitvoeringsorganisatie midden in de samenleving. Samen met onze inwoners en gemeenten werken we dagelijks aan een leefbare woonomgeving en het tegengaan van verspilling van kostbare grondstoffen. We streven naar partnerschap met onze gemeenten. Daarvoor voeren we voor de individuele gemeenten onderhoud- en handhavingstaken uit in de openbare ruimte op basis van de gewenste kwaliteit. We steunen regionale maatschappelijke initiatieven, werken samen met verenigingen, kringlooporganisaties en regionale ondernemers en bieden kansen aan mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt. Tot slot willen we initiatieven ontwikkelen om, met het regionale bedrijfsleven, te komen tot een “gesloten systeem” voor het inzamelen, verwerken en afzetten van onze grondstoffen in de regio. 2.4
Leefbaarheid en duurzaamheid
We zorgen voor onze dagelijkse leefomgeving, zowel voor de huidige inwoners door een zo goed mogelijk beheer van de openbare ruimte, als voor de toekomstige generaties door te blijven inzetten op duurzaamheid en circulariteit. Want ook onze kleinkinderen verdienen een leefbare woonomgeving. We zien afval als grondstof in een circulaire samenleving, waarin het primair draait om hergebruik daarvan. Daarvoor zullen we de manier waarop we omgaan met afval en grondstoffen klaar moeten maken voor de toekomst. Duurzaamheid maakt een belangrijk onderdeel uit van de keuzes binnen onze bedrijfsvoering. Symbool hiervoor staan het zonnepark en windpark op de voormalige stortplaats van Avri. Avri Solar BV realiseert duurzame energie op de voormalige stortplaats door de exploitatie van een zonnepark en Betuwewind realiseert duurzame energie door de exploitatie van het windpark die in de energiebehoefte voorzien van duizenden huishoudens in onze regio. Maatschappelijk verantwoord ondernemen geven we ook vorm door middel van verduurzaming van onze werkprocessen en inkoopactiviteiten. Bij de uitvoering van onze werkzaamheden maken we onze footprint zo Pagina 5 van 23
klein mogelijk en zetten we in op een reductie van onze CO₂ uitstoot. Dit doen we o.a. door het gebruik van elektrische voertuigen en machines en duurzame materialen. Hierdoor dragen we bij aan een schone leefomgeving en verduurzaming van onze keten. 2.5
Circulariteit
Avri heeft de unieke positie om bij te dragen aan het stimuleren van duurzaam gedrag van de inwoners in Rivierenland. Vanuit onze overtuiging dat we afval als grondstof beschouwen en door het ontwikkelen van beleid, stimuleren van positief gedrag, voorlichting, educatie en handhaving. We nemen deel aan maatschappelijke activiteiten en staan in verbinding met de maatschappij en werken zo - samen met inwoners - aan een duurzamere regio. Als regionale organisatie wil Avri meewerken aan de uitdagingen die er in onze regio liggen en invulling geven aan de doelstellingen uit het landelijke uitvoeringsprogramma Van Afval Naar Grondstof (VANG, zie par. 3.2). Hierin is onder meer als doel opgenomen om per 2025 maximaal 30 kg. restafval per inwoner per jaar te produceren. In 2022 gaan we inzetten op kwaliteit van onze grondstoffen door minder afkeur en reductie van de kosten. Vanuit onze verantwoordelijkheid leveren we een bijdrage aan een meer circulaire economie in de Regio Rivierenland. We zien afval als grondstof: alles draait om hergebruik (het nieuwe afvalbeleid is hier een
duidelijk voorbeeld van). Daarbij hebben we aandacht voor de ontwikkeling van onze brengvoorzieningen, de milieustraten, en maken we nog meer verbinding met kringloop en repair. Ook benutten we kansen om onze grondstoffen in partnerschap circulair te verwerken. Vanuit gesubsidieerde projecten doen we hier onderzoek naar. 2.6
Inclusiviteit
Avri zorgt voor maatschappelijke meerwaarde door kansen te bieden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In de afgelopen jaren zijn ruim 95 medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt bij Avri komen werken. Waar het in eerste instantie is begonnen met het detacheren van mensen, is de samenwerking met het regionale werkvoorzieningsschap Werkzaak Rivierenland later uitgebreid met meer doelgroepen. Zo worden steeds meer mensen uit de zogenaamde kaartenbak van de gemeente (bijstand, WW, Wajong, Wia, statushouders) begeleid ge(her)introduceerd in het arbeidsproces. Voor de mensen zelf draagt dit bij aan het gevoel van zelfstandigheid en actief mee te doen in de maatschappij. We verkennen voortdurend de mogelijkheden om deze groep te kunnen vergroten door werkervaringsplaatsen en leerwerkroutes aan te bieden en laagdrempelige werkzaamheden bij en door Werkzaak te laten uitvoeren. Hiermee willen we de samenwerking met Werkzaak intensiveren met als doel de afstand tot de arbeidsmarkt voor zo veel mogelijk mensen te verkleinen. Op deze wijze leveren we nu en in de komende jaren een stevige bijdrage aan de oplossing voor onze gemeenten bij het vinden van banen voor mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt.
Pagina 6 van 23
3 3.1
ONTWIKKELINGEN EN STRATEGIE Algemeen
Naast beleidsontwikkelingen van het Rijk en gemeenten zijn in toenemende mate ook marktontwikkelingen van invloed op de begroting van Avri. Zo wordt door het Rijk een CO2 -heffing ingevoerd en zorgt de groei van het aandeel grondstoffen in de inzameling ervoor dat de begroting meer afhankelijk wordt van marktmechanismes, waardoor de tarieven van de afvalstoffenheffing minder beïnvloedbaar en onvermijdelijk hoger worden. Ook zorgt de huidige economische situatie voor stijgende prijzen op de arbeidsmarkt en hogere tarieven bij marktpartijen bij de inkoop van goederen en diensten. Dit is zowel bij de inzameling van afval als bij het beheer van de openbare ruimte van toepassing. De corona pandemie van 2020/2021 zal naar verwachting ook nog zijn weerslag hebben op de afval- en grondstoffenmarkt. Hierdoor bestaat het risico op nadelige tariefontwikkelingen van de afvalstoffenheffing. . Op dit moment is de invloed hiervan nog niet in te schatten. Dat brengt het nodige risico met zich mee. In de bestuursrapportages zal hier de nodige aandacht aan worden geschonken. Inwoners willen betrokken worden bij - en meer invloed hebben op - het beleid dat Avri maakt en de uitvoering die daar bij hoort. Dit geldt evenzeer voor gemeenten en raadsleden. We willen als wendbare organisatie in kunnen spelen op de behoeftes van de gemeenten en hun inwoners.
De invoering van het nieuwe afvalbeleid heeft laten zien dat de behoeftes van de deelnemende gemeenten uiteen kunnen liggen, waardoor het gesprek over maatwerk en de grip op gemeenschappelijke regelingen intussen is opgestart. Deze ontwikkelingen vragen in toenemende mate van Avri en haar bedrijfsvoering om in verbinding te zijn met de diverse stakeholders te innoveren en aan te passen. De behoeftes veranderen en Avri verandert mee. 3.2
Trend
We zien een sterke verlaging van de hoeveelheid restafval en we zamelen meer grondstoffen in. Maar we zien ook dat de kosten stijgen door de hogere kosten voor het verbranden van restafval en vervuiling van de grondstofstromen. De grondstofopbrengsten dalen door marktontwikkelingen en de vervuiling van de grondstoffen. Door de hogere kosten en lagere grondstofopbrengsten stijgt de afvalstoffenheffing. We zien dat onze dienstverlening vanuit het pluspakket (IBOR) niet altijd aan de verwachtingen voldoet. Daarnaast hebben we te maken met onvoorziene tegenvallers en incidenten. Een gevolg van deze ontwikkelingen is dat er een negatief beeld van Avri ontstaat. Om deze negatieve trend te kunnen keren moeten we zorgen voor minder vervuiling van grondstoffen door voorlichting en handhaving. Ook moeten we onze grondstoffenstromen opwaarderen waardoor betere resultaten op onze grondstoffenopbrengsten gehaald kunnen worden. Om de verwachtingen van onze dienstverlening vanuit het pluspakket (IBOR) goed te kunnen managen moeten we doen wat is afgesproken. Dat kunnen we doen door het creëren van een wendbare organisatie maar ook door de ontwikkelingen richting maatwerk GR uitwerken en daarmee dienstverlening op maat gaan leveren.
3.3
Van Afval naar Grondstof
Beleidsontwikkelingen
In 2022 zal binnen de landelijke beleidskaders Van Afval Naar Grondstof (VANG) het eigen beleid (‘Afval scheiden heel gewoon’) doorontwikkeld worden waarbij regionaal de doelstelling is vastgesteld om per 2025 maximaal 30 kg restafval per inwoner te produceren. Om dit te bereiken is in 2019 een comfortprikkel ingevoerd, na de bestaande prijsprikkel (betalen per aanbieding restafval sinds 2014). Het ingevoerde beleid gaan we in 2022 verder vorm geven door aanvullend beleid te ontwikkelen (zoals stimuleren van positief scheidingsgedrag, doorontwikkeling milieustraten, maatwerkoplossingen, grip op de grondstoffenmarkt verbeteren en meer waarde uit grondstoffen halen, scheidingsfaciliteiten optimaliseren bij hoogbouw (papier, plastic verpakkingsafval, drinkpakken en blik (PDB) en bioafval). Dit met als doel een verdere reductie van het restafval en inzameling van zo schoon mogelijke grondstoffen. Daarbij zijn externe ontwikkelingen van belang zoals een verruiming van de producentenverantwoordelijkheid, productontwikkeling met oog voor de gehele lifecycle productie en meer repair- en retourinitiatieven. Dit heeft direct invloed op wat inwoners nog als afval of grondstof aan Avri ter inzameling aanbieden. Pagina 7 van 23
Verenigingen zijn voor Avri belangrijke ambassadeurs voor onze duurzaamheidsdoelen en een schone leefomgeving. Voor de verenigingen die nu papier inzamelen zal een nieuwe overeenkomst komen die de mogelijkheid geeft om ook andere taken binnen het basispakket op te pakken voor hun vergoeding. In 2021 zijn hiervoor een aantal pilots uitgevoerd die de basis vormen voor mogelijke alternatieve werkzaamheden. Afhankelijk van gemaakte afwegingen wordt invulling aan deze werkzaamheden voor en door de verenigingen gegeven en de gevolgen hiervan in de begroting 2022 verwerkt. In 2021 zal duidelijk worden of de installatie voor gescheiden verwerking van incontinentiemateriaal- en luiers bij ARN ook daadwerkelijk gerealiseerd is. De financiële effecten van de verwerking van incontinentiemateriaal en luiers en de inzameling zijn in het pluspakket opgenomen. Met de inzameling van luiers en incontinentiemateriaal komen we tegemoet aan de wens van gemeenten om maatwerk te bieden. Deze afvalstroom is de eerste stroom die geen financiële maar alleen milieu opbrengst heeft. Ontwikkelingen op de afval- en grondstoffenmarkt
Door de toenemende hoeveelheden ingezamelde grondstoffen wordt de begroting van Avri gevoeliger voor en meer afhankelijk van marktmechanismes. Voor diverse grondstoffen verwachten wij een negatieve tendens in de prijsstelling die wordt veroorzaakt door diverse factoren. De toenemende invoering van prijsen comfortprikkels voor afvalscheiding in Nederland heeft een nadelig effect op de kwaliteit van de grondstoffen. De vervuiling van de grondstoffen neemt toe door vermenging met restafval. Daarnaast neemt de gemiddelde kwaliteit verder af, doordat grondstoffen van laagwaardige kwaliteit (die eerst in het restafval zaten) ook gescheiden ingezameld worden. Tot slot zorgt import van afvalstromen vanuit het buitenland ervoor dat het aanbod op de Nederlandse markt groter is dan de verwerkingscapaciteit, waardoor de verwerkingskosten stijgen. In bijlage 3 zijn de ontwikkelingen per fractie uiteengezet. Het tarief afvalstoffenheffing is dankzij deze niet beïnvloedbare ontwikkelingen de afgelopen jaren fors gestegen. We verkennen continu de mogelijkheden om onze grip op de tariefontwikkeling te vergroten. Het vergroten van de grip op onze kostenontwikkeling bereiken we door onze invloed op de afzetmarkt te vergroten.
Dat kan onder meer bereikt worden door het afsluiten van langlopende contracten met verwerkers, samenwerking met regionale partners en deelname of investeringen in verwerkingscapaciteit. CO2 -heffing Uit de op Prinsjesdag gepubliceerde definitieve wettekst blijkt dat het kabinet afstevent op een CO2-heffing voor de industrie die oploopt van €30 per te veel uitgestoten ton CO2 in 2021 tot €150 in 2030. Dat gaat gepaard met dispensatierechten, die het effect van de heffing de praktijk teniet zullen doen. Het ministerie van Financiën verwacht dat hierdoor de heffing pas in 2024 gevolgen gaat hebben voor bedrijven die hun CO2-uitstoot onvoldoende weten terug te dringen. De precieze impact hiervan is nog onzeker. Veel hangt af van politieke wil in de komende jaren. In theorie heeft de politiek de instrumenten in handen om door de afvalbranche uitgestoten CO2merkbaar te beprijzen, maar deze kan er nog steeds voor kiezen om de gevolgen daarvan geheel teniet te doen. Uit berekeningen van KplusV is op te maken dat in het voor de afvalbranche minst gunstige geval de heffing in 2030 kan oplopen tot €50,- per persoon of €100,- per huishouden. Milieustraten in ontwikkeling Er is door een extern bureau een start gemaakt om de functionaliteit en daarmee de toekomstbestendigheid van de milieustraten te onderzoeken.
Praktische verbeteringen met als doel enerzijds om het bezoek aan de milieustraten voor de inwoners aangenamer te maken (onder andere: betere doorstroming, meer duidelijkheid over prijzen, wat in welke bak moet etc) zijn uitgevoerd. Anderzijds om onze medewerkers beter te faciliteren in het goed kunnen uitvoeren van hun werk. Om de komende 30 jaar onze inwoners goed te faciliteren en onze doelstellingen te halen zullen investeringen noodzakelijk zijn. Daarbij moeten we keuzes maken die invloed hebben op deze investeringen. We hebben het dan over milieustraten toekomstbestendig maken of circulaire pleinen met kringloop en repair realiseren. Hiervoor zal het algemeen bestuur in 2021 een besluit nemen wat de ambitie van de regio hierin is. Stortplaats Geldermalsen
De stortplaats in Geldermalsen is afgewerkt en daarmee gereed voor sluiting en overdracht aan de provincie Gelderland. Bij overdracht dient een bedrag voor de provincie beschikbaar te zijn voor het eeuwigdurende
Pagina 8 van 23
onderhoud van de stortplaats (zgn. 'doelvermogen'). Het oorspronkelijke overdrachtsmoment was 1 januari 2024. Provincie en Avri-gemeenten hebben afspraken gemaakt om de financiële gevolgen van de verlaging van de rekenrente van 4,6 naar 3,1 procent voor het nazorgfonds stortplaatsen te verzachten. De stortplaats blijft nog voor onbepaalde tijd in handen en beheer van Avri. Het tijdstip van de overdracht van de stortplaats wordt over tien jaar bepaald. Hierdoor is het financiële plaatje positiever geworden. Het uitstellen van de overdracht heeft geen consequenties voor het beheer van de stortplaats. Dit blijft Avri doen. Provincie Gelderland blijft het toezicht houden. De stortplaats wordt op enig moment wel overgedragen. Zo lang de stortplaats niet is overgedragen aan de provincie, zullen alle lopende kosten voor rekening van AVRI zijn. Ditzelfde geldt ook voor eventuele calamiteiten. Daarnaast zullen komende nieuwe ALM studies zowel een positief als een negatief effect kunnen hebben op het bedrag dat AVRI (en dus de gemeenten) uiteindelijk moet betalen. 3.4
Integraal Beheer Openbare Ruimte
Robuust dienstenpakket Om de dienstverlening aan de IBOR- en handhavingsgemeenten zo goed en efficiënt mogelijk uit te voeren is een robuust dienstenpakket noodzakelijk. De inzet is dan ook het behouden en uitbreiden van diensten die bij Avri passen en van voldoende omvang zijn. Ook kunnen, in overleg met de betrokken gemeenten, huidige diensten die niet (meer) bij Avri passen worden afgestoten. Kenniscentrum gemeenten In de loop der jaren heeft Avri veel kennis van het beheer van de openbare ruimte opgedaan. De komende jaren willen wij ons verder ontwikkelen tot het regionale kenniscentrum voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte waarmee we onze dienstverlening voor de gemeenten verder kunnen verbeteren. Hiervoor zullen investeringen in denkkracht van de organisatie en in innovaties nodig zijn. In het data-gestuurd beheer (legen afvalbakken, vegen verhardingen) zijn we koploper in de regio. Marktwerking contracten Naast de reguliere medewerkers en de medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt voert Avri het beheer met behulp van (lokale) marktpartijen uit. De kosten van marktpartijen zijn mede afhankelijk van de economie. Dit kan zorgen voor fluctuatie van de werkbegrotingen. Om deze fluctuatie zo veel mogelijk te beperken wordt, daar waar mogelijk, gebruik gemaakt van meerjarige contracten.
Klimaatontwikkeling In de nieuwe Omgevingswet krijgen biodiversiteit en klimaatadaptatiebeleid een belangrijke plek. Voor gemeenten betekent dit dat zij hiervoor een vertaling moeten maken naar de openbare ruimte en het beheer en onderhoud daarvan. Het anders beheren van hemelwatervoorzieningen, bermen en sloten, het anders beheren van grasvelden, perken en plantsoenen en zelfs bomen zijn daarin actuele thema’s.
Dit gaat ook zijn weerslag krijgen op het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Naast de veranderingen in het beheer is de inschatting van Avri dat de openbare ruimte ook zal veranderen. Een aantal veranderingen die Avri op zich af ziet komen zijn het anders beheren van hemelwatervoorzieningen, bermen en sloten. Maar ook bijvoorbeeld het anders beheren van grasvelden, perken en plantsoenen en zelfs bomen. Voorspellingen geven namelijk aan dat diverse boomsoorten op termijn (+/- 20 jaar) gaan verdwijnen uit het Nederlandse straatbeeld. Deze aanstaande verschuivingen gaan ook inwoners opmerken. Avri kan gemeenten hierin ondersteunen door mee te denken en te helpen in de voorlichting op dit thema met betrekking tot het dagelijks beheer van de openbare ruimte. Duurzaamheid Avri kijkt bij het vervangen van voertuigen en machines en bij het gebruik van materialen of er duurzamere alternatieven zijn. Zoals bijvoorbeeld elektrisch gereedschap of voertuigen en bio-zout. Bij elk nieuw aan te kopen voertuig of machine wordt de meest duurzame/economische oplossing beoordeeld. Op dit moment rijden er al 2 elektrische onkruidmachines en wordt er door de wijkploegen steeds vaker elektrisch handgereedschap gebruikt. Daarnaast worden strooiers voor de gladheidsbestrijding refurbished. Dit wil zeggen dat de gebruikte materialen worden hergebruikt.
Ook wordt bij het bestrijden van de gladheid voor een deel bio-zout gebruikt. Door gebruik van dit restproduct wordt het milieu minder belast. Ontwikkelingen Handhaving
Avri kan voor iedere gemeente maatwerk leveren waarbij het handhavingsbeleid van de gemeente wordt uitgevoerd. Landelijk wordt gekeken naar de uitrusting en optionele bewapening van boa’s. Avri volgt deze ontwikkelingen op de voet en zal indien gewenst bij de landelijke richtlijnen aansluiten. Avri ziet er op toe dat Pagina 9 van 23
haar medewerkers steeds in staat blijven om hun taken naar behoren uit te kunnen voeren middels de voorgeschreven bevoegdheden, bescherming en scholing. Voor de uitvoering van het toezicht op het gemeentelijk parkeerbeleid gaan we een onderzoeken om deze taak digitaal (door middel van een scanvoertuig) uit te voeren.
Pagina 10 van 23
4 4.1
PRODUCTEN EN DIENSTEN AVRI Algemeen
Vanuit onze visie en kernwaarden leveren we verschillende diensten aan de inwoners in de gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel. De afgelopen jaren is de behoefte van gemeenten voor maatwerk dienstverlening toegenomen. We willen inspelen op deze behoefte en beogen onze dienstverlening hierop verder te flexibiliseren, zodat Avri steeds meer en integraler wordt gezien als maatschappelijke dienstverlener die met inwoners en gemeenten samenwerkt in de openbare ruimte. We streven binnen de bedrijfsvoering maximale synergie na waardoor werkzaamheden efficiënt worden uitgevoerd maar tevens flexibeler kan worden ingespeeld op de behoeften van gemeenten en inwoners. Hierdoor vervagen de traditionele grenzen van het takenpakket en ontstaat een producten en diensten pakket om bij te dragen aan het creëren van een leefbare woonomgeving. 4.2
Het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstromen en grondstoffen
In het programma Basispakket zijn de diensten opgenomen die Avri uitvoert voor de acht regiogemeenten in Rivierenland. Avri geeft hiermee invulling aan de gemeentelijke taak van inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en aan het Regionale Afvalbeheer Plan, waarin de ambities en speerpunten van de acht regiogemeenten op het gebied van afval en grondstoffen zijn vastgelegd. Avri voert de inzameling en scheiding van afval zo efficiënt en effectief mogelijk uit om de landelijke en regionale doelstellingen te behalen. Bronscheiding is daarbij een belangrijke factor die bijdraagt aan het afvalbewustzijn van inwoners, het zichtbaar maken van de noodzaak om beter herbruikbare producten op de markt te krijgen, de zuiverheid van de materialen en meer kostenefficiënt inzamelen en verwerken. Om het afvalbewustzijn van de inwoners te vergroten, slaan we een andere weg in. We hebben geleerd dat onze overwegend directieve en zakelijke toon niet aansluit bij de meerderheid van de inwoners die goedwillend is en behoefte heeft aan hulp bij het goed scheiden. Dat betekent we een omslag maken van actief zijn aan de achterkant van het proces met de nadruk op repressie naar de voorkant van het proces waar we meer inzetten op preventie (informeren en stimuleren). Samen’ en ‘Verbinden’ zijn de sleutelwoorden. Onze toonzetting verandert naar inspireren.
Daarnaast gaan we inzetten op grondstofstromen - ook bij bedrijven - die logisch aansluiten bij de wijze waarop we er waarde aan kunnen toevoegen. In alle stappen van de keten van circulariteit (productie – consumptie – verwerking) gebruiken we de kansen om onze invloed te vergroten of tot slimme, duurzame oplossingen te komen. We werken daarvoor aan bewustwording bij inwoners, zoeken samenwerking met producenten van verpakkingen en gaan we samenwerken met verwerkingscapaciteiten rondom afval- en grondstofstromen. 4.3
Aanvullende dienstverlening voor gemeenten
Naast het basispakket kunnen gemeenten ervoor kiezen om ook taken op het gebied van Integraal beheer openbare ruimte (IBOR) af te nemen van Avri. Deze dienstverlening richt zich op alle acht gemeenten waarbij de inbreng modulair is. De komende jaren werkt Avri verder aan een robuust dienstenpakket waarbij we - in overleg met onze opdrachtgevende gemeenten - continu streven naar duurzaam, efficiënt en belevingsgericht beheer van de openbare ruimte. Dit dienstenpakket bevat onderhoudstaken op het gebied van groen, reiniging, verhardingen, riolering, verkeer, begraafplaatsen, speeltuinen, gladheidbestrijding, evenementen, afvaldumpingen, prullenbakken en zwerfafval. Daarbij heeft Avri een vakinhoudelijk adviserende rol richting de gemeenten en verzorgt de intake en afhandeling van meldingen over de openbare ruimte. 4.4
Handhaving openbare ruimte (APV+): onmisbare schakel bij ‘Schoon, Heel en Veilig’
Avri levert diensten op het gebied van toezicht en handhaving op de afvalstoffenverordening en onderdelen van domein 1 Openbare ruimte. Daaronder vallen APV-gerelateerde zaken zoals toezicht op hondenoverlast, jeugdoverlast, afvaldumpingen, prullenbakken, zwerfafval, vuurwerkoverlast, sluitingstijden, drank en horeca. Buiten de APV kunnen we ook handhaven op lichte verkeersovertredingen zoals overtreding van geslotenverklaring en fietsen in een voetgangersgebied. Fiscaal toezicht behoort ook tot de taken die we kunnen uitvoeren. Pagina 11 van 23
4.5
Bedrijfsafval: maatschappelijke betrokkenheid door verbinding met regionaal bedrijfsleven
Avri voert in beperkte mate commerciële activiteiten uit in de vorm van inzameling, inname en het laten verwerken van afval dat vrijkomt bij bedrijven. Dankzij deze dienstverlening is het mogelijk om uiting te geven aan de regionale maatschappelijke betrokkenheid van Avri. Door verbinding met het regionale bedrijfsleven en sponsoring in natura tijdens regionale evenementen wordt de zichtbaarheid van Avri in de regio vergroot.
Pagina 12 van 23
5
FINANCIELE STABILITEIT EN CONTINUITEIT IN BEDRIJFSVOERING
De in deze kadernota beschreven ontwikkelingen zijn van grote invloed op de begroting van Avri en maken deze minder beïnvloedbaar. In dit hoofdstuk gaan we in op de meest relevante thema’s; het weerstandsvermogen, efficiënte bedrijfsvoering en de duurzame inzet van medewerkers. De overige financiële kaders en financieeltechnische uitgangspunten zijn verwerkt in bijlage 2. 5.1
Weerstandsvermogen
We willen als wendbare organisatie in kunnen spelen op de behoeftes van inwoners en gemeenten. Dit vraagt om een robuuste en wendbare bedrijfsvoering om invulling te kunnen blijven geven aan de veranderende maatschappelijke behoeftes. Tevens is voldoende financiële armslag nodig om hierop te kunnen blijven anticiperen. We constateren echter dat de risico’s voor Avri steeds toenemen doordat de begroting steeds meer afhankelijk wordt van marktmechanismes. Prijsontwikkelingen op de grondstoffenmarkt en effecten van scheidingsgedrag (o.a. vervuiling) zijn actuele risico’s die forse impact hebben op de afvalstoffenheffing en financiële resultaten. Tegelijkertijd hebben de gemeenten de behoefte geuit om het tarief afvalstoffenheffing zo stabiel mogelijk te laten zijn. Het beschikken over voldoende weerstandscapaciteit creëert een buffer voor het opvangen van mee- en tegenvallers en vermindert hiermee de invloed van de financiële risico’s op het tarief afvalstoffenheffing, doordat tegenvallers door de GR kunnen worden opgevangen. Diverse gemeenten hebben hun zorgen geuit over het beperkte weerstandsvermogen van Avri. De deelnemende gemeenten staan garant indien Avri niet aan haar financiële verplichtingen kan voldoen.
Weerstandscapaciteit binnen de GR voorkomt dat de weerstandscapaciteit van de gemeenten wordt aangetast wanneer financiële risico’s bij Avri zich daadwerkelijk voordoen. In de begroting bouwen we sinds 2021 de weerstandscapaciteit in meerjarig perspectief op naar ten minste voldoende niveau (ratio tussen de 1,0 en 1,4) middels een opslag in het tarief afvalstoffenheffing. Uit ontvangen reacties blijkt de betrokkenheid om Avri de komende jaren weer financieel gezond te maken. De suggestie om de aanvulling van het weerstandsvermogen via de tarieven in meerjarig perspectief niet af te bouwen, maar te handhaven zal in de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025 worden meegenomen. Incidentele baten, zoals een eventuele dividenduitkering, worden aan het weerstandsvermogen toegevoegd. Om weerstand te kunnen blijven bieden tegen de toenemende grilligheid en het tarief afvalstoffenheffing te stabiliseren is financiële stabiliteit een vereiste. Hoewel de deelnemende gemeenten garant staan voor Avri willen we de continuïteit van onze bedrijfsvoering zelf waarborgen en beschikken over voldoende financiële middelen om deze robuuster en wendbaarder te maken. 5.2
Efficiënte bedrijfsvoering
Maatschappelijke behoeftes, maar ook wettelijke ontwikkelingen, zijn bepalend voor de wijze waarop we de bedrijfsvoering bij Avri kunnen vormgeven en ambities kunnen realiseren. Het vraagt erom dat we flexibel meebewegen om in de toekomst op efficiënte wijze te kunnen blijven werken aan circulariteit, duurzaamheid en inclusiviteit, gebaseerd op een voldoende robuuste bedrijfsvoering. Evenals voorgaande jaren richten we ons binnen de bedrijfsvoering op het verhogen van onze bedrijfsefficiency en het verkleinen van onze bedrijfsvoeringsrisico's. Dat willen we bereiken door o.a. een effectieve en flexibele organisatie-inrichting en informatiehuishouding te creëren (o.a. optimalisatie van processen en systemen), waarbij de behoefte van de inwoner voorop staat. We gaan daarnaast op zoek naar nieuwe product-marktcombinaties en kostendragers om – naast verbreding van het dienstenpakket – de flexibiliteit van kostendekking te vergroten en zodoende risico’s te verkleinen. We willen naar de voorkant van de cirkel van circulariteit omdat beïnvloeding daar het meeste resultaat verderop in de keten heeft.
Pagina 13 van 23
Daarnaast ervaren we steeds meer en steeds complexere wettelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op onze bedrijfsvoering. Voorbeelden hiervan zijn veranderende of toegenomen wetgeving ten aanzien van inkoop en aanbesteden (rechtmatigheid), arbeidsrecht (WNRA, WAB), informatiebeheer en -beveiliging en vennootschapsbelasting. Om hieraan te kunnen blijven voldoen, risico’s te beheersen en continuïteit te kunnen waarborgen moeten we investeren in onze bedrijfsvoering om deze robuuster in te richten. Dit doen we door het harmoniseren, beschrijven, automatiseren en digitaliseren van onze bedrijfsprocessen en systemen. Dankzij mobiele apparatuur als boordcomputers, tablets en het gebruik van apps streven we ernaar om tijd- en plaatsonafhankelijk te kunnen werken. Tegelijkertijd werken we aan de transparantie en openheid van Avri en verbinding met onze inwoners.
5.3
Duurzaam inzetbare medewerkers
Het werken aan een duurzame regio willen wij doen met duurzaam inzetbare medewerkers; gezonde en vitale medewerkers die veilig en met bezieling aan het werk zijn. We hebben immers elke collega nodig. We zetten de komende jaren in op de volgende thema's: - Vitaliteit; we gaan door met acties om de vitaliteit in de organisatie te vergroten. We proberen hierbij vooral het eigenaarschap en initiatieven van medewerkers te stimuleren en te faciliteren. - Strategische personeelsplanning; om daarmee de uitdagingen in de arbeidsmarkt aan te kunnen gaan en medewerkers breder en duurzaam inzetbaar te maken. - Leren; we vinden het belangrijk dat medewerkers zich kunnen blijven ontwikkelen. We willen meer leren in en van de dagelijkse praktijk en zetten stevig in op scholing. En fouten maken mag: als we er maar wel van leren. - Veiligheid; als werkgever zorgen we voor goede fysieke arbeidsomstandigheden (veilig, gezond), voldoende opleidings- en ontwikkelmogelijkheden en stimuleren we goede sociale arbeidsomstandigheden, zoals een waarderende cultuur en een reële werkdruk. 5.4
Trendbreuk
De komende jaren staat Avri voor diverse uitdagingen in haar bijdrage aan een leefbare woonomgeving. De ambities en ontwikkelingen op het gebied van circulariteit, duurzaamheid en inclusiviteit zijn veelomvattend. Tegelijkertijd is een wendbare, robuuste en voorspelbare bedrijfsvoering nodig om te blijven voldoen aan de behoeftes van gemeenten en inwoners. Doen wat we altijd deden is niet meer voldoende, er is behoefte aan een trendbreuk met het verleden. We gaan met gemeenten in gesprek over de kansen die er liggen om veranderingen te bewerkstelligen en over de innovatieruimte die Avri nodig heeft, bijvoorbeeld om de doelstelling van 30 kg. restafval per inwoner in 2025 te bereiken. We realiseren ons dat hoe we de dingen doen, uitermate belangrijk is in het verkrijgen van draagvlak bij inwoners voor onze opgave en bij het succesvol realiseren van onze doelstellingen voor Rivierenland. We maken daarom een omslag in ons denken en doen naar een manier waarin ‘Samen’ en ‘Verbinden’ belangrijke sleutelwoorden zijn.
Pagina 14 van 23
Bijlagen
Pagina 15 van 23
BIJLAGE 1: INHOUDELIJKE BELEIDSKADERS
Naast wet- en regelgeving (zoals de Gemeentewet, Wet Milieubeheer en de Wet Gemeenschappelijke Regelingen) zijn de volgende beleidskaders op Avri van toepassing in 2022: • • • • •
Landelijk Afvalbeheer Plan 2017 - 2023 (LAP); Raamovereenkomst Verpakkingen 2013 – 2022; Uitvoeringsprogramma VANG (Van Afval Naar Grondstof) 2013 - 2025; Regionale Visie Afval en Grondstoffen 2017-2020; Kwijtscheldingsregeling (2012)
Landelijk beleidskader: Afvalbeheer Plan (LAP3) In het Landelijk Afvalbeheer Plan (hierna: LAP) zijn de landelijke uitgangspunten neergelegd op het gebied van afvalpreventie, recycling en afvalverwerking in Nederland. Het nationale programma is in 2014 door het kabinet ontwikkeld om de transitie naar een circulaire economie verder te stimuleren, en gemeenten aan te zetten tot minder restafvalproductie door middel van betere afvalscheiding. Gemeenten mogen in 2025 nog maar 30 kilo restafval per inwoner per jaar produceren. Regionaal beleidskader: Regionale Visie Afval en Grondstoffen In het kader van de landelijke doelstellingen om in 2025 30 kilo restafval per persoon per jaar te produceren, is er een Regionale Visie Afval en Grondstoffen opgesteld. Deze visie is als leidend kader door het AB van Avri op 13 oktober 2016 vastgesteld. In deze visie zijn de ambities en doelstellingen van de gemeenten van regio Rivierenland op het gebied van afval- en grondstoffenbeheer voor 2017-2020 geformuleerd. Voor de periode 2021-2025 wordt voorjaar 2021 een nieuwe visie opgesteld. Belangrijkste ambities die in deze visie worden opgenomen zijn het inzetten op afvalpreventie, een stevige reductie van het restafval en een fors meer gescheiden inzameling van grondstoffen bij huishoudens.
Uitvoeringsprogramma Van Afval Naar Grondstof (VANG) In 2019 is het nieuwe beleid ingevoerd waarbij de doelstelling van de gemeenten is om per 2020 maximaal 75 kg restafval per inwoner te produceren. Om dit te bereiken is gedurende 2019 een comfortprikkel ingevoerd, naast de bestaande prijsprikkel (betalen per aanbieding restafval). De inwoners van de acht regiogemeenten brengen hun restafval zelf naar een ondergrondse container in de buurt. Inwoners in de buitengebieden behouden hun minicontainer aan huis voor restafval maar die wordt minder vaak geleegd. De uitvoering en effecten van het beleid worden continue gemonitord en waar mogelijk en in overleg met inwoners en gemeenten bijgesteld. Hiervoor wordt zo nodig flankerend beleid opgesteld. Raamovereenkomst verpakkingen In de Raamovereenkomst verpakkingen zijn door de VNG, het verpakkende bedrijfsleven en het ministerie van Infrastructuur en Milieu nieuwe afspraken gemaakt over de inzameling en recycling van verpakkingen. Gemeenten ontvangen in het kader van de producentenverantwoordelijkheid voor verpakkingen een vergoeding voor het inzamelen. Het sorteren en vermarkten van kunststof verpakkingen en drankenkartons wordt sinds 1 maart 2020 rechtstreeks vanuit het Afvalfonds vergoed aan de markt. Avri is nu alleen verantwoordelijk voor de inzameling van PDB.
Het risico van sorteren en vermarkten bestaat vanaf dat moment niet meer en heeft dan ook een positief effect op het risicoprofiel van Avri. Pluspakket Avri heeft inmiddels meer taken ondergebracht in het pluspakket. Deze worden, wanneer het gaat over afval, in het bestuur voor besluitvorming voorgelegd. Taken vanuit Handhaving en IBOR zijn voorbehouden aan de opdrachtverstrekkende gemeenten en verwerkt in de dienstverleningsovereenkomst (DVO) tussen Avri en de gemeenten. Voor de begroting hanteert Avri, naast de in deze kadernota genoemde kaders, de geldende DVO’s als uitgangspunt.
Pagina 16 van 23
BIJLAGE 2: FINANCIELE KADERS EN UITGANGSPUNTEN
Bij de samenstelling van de begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 wordt binnen de bestaande weten regelgeving rekening gehouden met onderstaande eigen financiële beleidskaders van Avri: • Financiële verordening Gemeenschappelijke Regeling Avri 2016; • Bijdrageverordening Avri 2016; • Verordening afvalstoffenheffing Avri; • Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen Avri 2017; • Nota Reserves en Voorzieningen Avri 2017; • Treasurystatuut Avri 2016; • Nota activabeleid Avri 2018; Naast de genoemde financiële kaders vormt de vastgestelde (gewijzigde) begroting 2021 van Avri de basis voor de nog op te stellen begroting 2022, waar de ontwikkelingen uit de voorliggende kadernota 2022 in worden verwerkt. Afvalstoffenheffing In de begroting van het basispakket worden de kosten gedekt door de afvalstoffenheffing. Deze bestaat uit een basistarief en variabele tarieven (o.b.v. aanbiedvolume en aantal aanbiedingen restafval). De huidige verhouding tussen het basisdeel en variabel deel is 91%-9%. Om vervuiling van grondstoffen, het afvaltoerisme tegen te gaan en de financiële risico’s te verlagen zoeken we naar de juiste balans. Daarom zal het variabele deel van de ASH naar beneden worden gebracht zodat meer mensen hun restafval wegbrengen en dumpingen of afvaltoerisme zal afnemen.
Dit past in het beeld om de focus meer te leggen op de kwaliteit van de afvalstromen en de kosten en minder op het verminderen van de kwantiteit. In strategisch perspectief willen we onderzoeken in hoeverre tariefstelling op andere fracties (bijv. bioafval en PDB) bijdraagt aan het behalen van de doelstellingen. Aantal aanbiedingen restafval Aangezien we in juli 2019 zijn overgegaan naar nieuw beleid en in 2020 zijn opgeschrikt door corona krijgen we een vertekend beeld van de daadwerkelijke effecten ten opzichte van wat we voorafgaand aan de beleidswijziging hadden voorspeld. Dat maakt een verdere verlaging van het gemiddeld aanbod restafval in 2022 niet aannemelijk. Uitgangspunt voor het aantal aanbiedingen restafval is een gemiddeld aanbod van 60 kg. restafval per inwoner, conform begroting 2021. BTW Het BTW mengpercentage over de kosten van het basispakket is van invloed op het tarief afvalstoffenheffing en bedraagt 13,5%. De BTW-opslag in de afvalstoffenheffing komt ten gunste van de gemeenten. Eventuele wijziging van het opslagpercentage heeft directe consequenties voor de gemeentelijke begroting. Gezien de ontwikkeling van de begroting van Avri is een onderzoek naar het mengpercentage gestart. Naar verwachting zal de uitkomst van dit onderzoek begin 2021 bekend zijn en aan de gemeenten worden voorgelegd.
De uitkomst hiervan wordt in de begroting 2022 na goedkeuring door het Algemeen Bestuur verwerkt. Indexering De financiële controllers van de Rivierenlandse gemeenschappelijke regelingen (GR-en) hebben met elkaar gesproken over de systematiek van het in de begroting verwerken van verwachte salariskostenstijgingen en de hierbij gewenste onderlinge harmonisering. In de onderlinge afstemming hebben de controllers met elkaar afgesproken dat aansluiting word gezocht bij de door het CPB 'berekende' stijging van de lonen (de geraamde loonontwikkeling), die in de door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uitgebrachte septembercirculaire is gepubliceerd. Aanvullend wordt voor de hoogte van de totale salariskostenstijging in de begroting een schatting gemaakt van de verwachte stijging van de pensioenpremies en overige sociale lasten (premies werknemersverzekeringen). Cao-afspraken en raming salariskostenstijging De huidige CAO loopt tot 1 januari 2021. Voor het begrotingsjaar 2021 moet nog een nieuwe CAO afgesloten worden. De eerste gesprekken zijn inmiddels gestart. Op basis van de huidige inzichten en gepubliceerde informatie van het CPB wordt in de begroting 2022 gerekend met een loonontwikkeling van 1,5% (loonvoet sector overheid).
Daarnaast houden we voor 2022 rekening met een geschatte stijging van de pensioenpremies en de overige sociale lasten (premies werknemersverzekeringen) van indicatief 1,5%,
Pagina 17 van 23
waardoor de totale stijging van de salariskosten in de begroting 2022 geraamd wordt op 3,0%. In de jaarrekening worden de werkelijke salariskosten verantwoord. Prijsindexering kostenbudgetten Overeenkomstig de door het CPB opgestelde cijfers die in de septembercirculaire zijn opgenomen, passen we een algemene prijsindexering toe van 1,4% (prijsindex nationale bestedingen). Dit algemene indexeringspercentage wordt ook door andere gemeenschappelijke regelingen (GR-en) toegepast in de begroting 2022). Marktwerking IBOR Voor het uit te besteden werk voor de IBOR-taken is sprake van branche-specifieke marktwerking. De GWW sector verwacht aankomende jaren bij de aanbestedingen een kostenstijging van ca. 3% per jaar. Aantal inwoners Op basis van de Bijdrageverordening Avri 2016 vindt de verrekening van de BTW component in de afvalstoffenheffing plaats op basis van het aantal inwoners van de regiogemeenten (bron: Centraal Bureau voor de Statistiek). De inwoneraantallen voor 2022 worden gebaseerd op de inwoneraantallen per 1 januari 2021. Systematiek van toerekening van indirecte kosten Het financiële model voor de toerekening van indirecte kosten is gebaseerd op de verhouding van de verwachte productieve inzet (productie manuren). Dit betekent dat de hoogte van de indirecte kosten samenhangt met de omvang van de activiteiten (basispakket, pluspakket, bedrijfsafval).
Een dergelijk model past bij een uitvoeringsorganisatie als Avri, doordat (financiële) sturing op productie en productiviteit is gecreëerd. De indirecte kosten worden volgens deze verhouding ook op realisatiebasis naar de programma's doorbelast.
Pagina 18 van 23
BIJLAGE 3: ONTWIKKELINGEN OP DE AFVAL- EN GRONDSTOFFENMARKT
In deze bijlage gaan we in op een aantal ontwikkelingen binnen de afval- en grondstoffenmarkt die direct effect hebben op de waarde van afvalstromen en grondstoffen en daarmee de hoogte van de afvalstoffenheffing. We zien dat de grondstoffenmarkt grillig is wat wordt veroorzaakt door te veel aanbod, aanscherping van importbeleid in andere landen en mindere kwaliteit en vervuiling van de aangeboden grondstoffen. Dit heeft direct effect op de vergoedingen waar we zien dat in deze markten geen meerjarige contracten meer worden afgesloten. In Europa wordt geanticipeerd op deze trend door het creëren van extra productiecapaciteit door verwerkers. Wij moeten ons blijven focussen op schone grondstofstromen om de gevolgen van deze marktontwikkelingen zoveel mogelijk financieel te beperken. Papier De ontwikkelingen op de grondstoffenmarkt en de papiermarkt in het bijzonder hebben een direct effect op het resultaat van Avri. De invloed op de papiervergoeding heeft mede te maken met het aangescherpte importbeleid van China om de lokale inzameling van oud papier te stimuleren en vervuiling van geïmporteerd papier terug te dringen. De tarieven op de Europese markt staan hierdoor onder zware druk. De schommelingen in de papiervergoeding zijn daardoor voor Avri noodzakelijk om te volgen.
Dit wordt duidelijk in de volgende cijfers: in de zomer van 2017 bereikt de vergoeding een piek van €142 per ton, terwijl de gemiddelde vergoeding in 2019 is gedaald naar €77,50 per ton naar €60 per ton in 2020. De papiervergoeding blijft onzeker, waardoor dit risico beschreven is in het risicoprofiel van Avri. Per 2021 wordt er een nieuwe overeenkomst gesloten. De papiervergoeding is opgebouwd uit een maandelijks tarief dat meebeweegt met de marktprijs. Daar bovenop ontvangen we een extra vergoeding. Naar verwachting wordt die aanvullende vergoeding aanzienlijk lager. De papiervergoeding blijft ook in 2022 onzeker, waardoor dit risico opgenomen blijft in ons risicoprofiel. Daarnaast is door een landelijke toename van diftar de vervuiling in de papierstroom toegenomen en is de afzetmogelijkheid vanwege het sluiten van de Chinese markt afgenomen. Dit maakt dat de acceptatie-eisen sterk zijn aangescherpt. De vervuiling in papier mag maximaal 3 % zijn maar landelijk (en ook bij de Avri gemeenten) ligt deze momenteel boven de 10%. Dit heeft ertoe geleid dat de papierverwerkers in Nederland iedere vracht uitgebreid analyseren. De mate van vervuiling wordt in mindering gebracht op de opbrengsten en de sorteer- en verbrandingskosten worden in rekening gebracht. De vervuiling van papier (met textiel, pizza- en natte dozen en restafval) is sinds december 2019 toegenomen.
Dit brengt extra sorteerkosten met zich mee. In 2022 zetten we in op meer communicatie en begeleiding van onze inwoners om een juiste samenstelling van papier te krijgen. De digitalisering zorgt enerzijds voor een daling van folders en bladen. Een nieuwe trend is dat het tonnage te verwerken karton toeneemt door een sterke groei van het thuisbezorgen / internetbestellingen. Vooral in de coronatijd was dit goed zichtbaar. Omdat karton lichter en van mindere kwaliteit is heeft dit een nadelig effect op de opbrengsten uit papier PDB Sinds 1 maart 2020 werken we met een ander vergoedingsmodel. De gemeenten krijgen alleen nog een vergoeding voor de ingezamelde tonnages. De vergoeding voor sorteren en vermarkten wordt door het Afvalfonds rechtstreeks met de verwerker afgerekend. Dit betekent dat we minder risico lopen. We gaan ervan uit dat de afrekening 2017-2018-2019 en eerste 3 maanden 2020 vanuit het voormalig vergoedingenstelsel in 2022 zijn afgewikkeld. In de regio wordt onderzoek gedaan naar circulaire toepassingen van deze grondstoffen en proberen we met de keten te zoeken naar hergebruik voor nieuwe producten. De vervuiling in het PDB is toegenomen en we moeten naar meer zuiver plastic willen we deze grondstof kunnen inzetten voor nieuwe producten.
We zetten meer in op communicatie en door hergebruik van de grondstof in de regio te realiseren willen we inwoners zich meer betrokken laten voelen en hen enthousiast maken om het afval goed te scheiden. Statiegeld op kunststof flesjes en blik Met ingang van 1 juli 2021 wordt op kunststof flesjes statiegeld geheven. Voor flesjes tot 1 liter wordt het € 0,15. Voor flessen groter dan een liter verandert er niets en blijft het € 0,25. Met deze heffing op kleine kunststof flesjes wordt beoogd de hoeveelheid zwerfafval terug te dringen. Het ministerie van Infrastructuur
Pagina 19 van 23
en Waterstaat heeft berekend dat 1 op de 9 verkochte plastic flesjes als zwerfafval eindigt. Naar verwachting wordt bij de invoering van het statiegeld 90% van de kleine flesjes ingeleverd voor recycling. Het wordt voor inwoners (financieel) interessant om deze flesjes in te leveren op diverse inzamelpunten zoals supermarkten, treinstations, tankstations en cateraars. Naast vermindering van de hoeveelheid zwerfafval kan deze heffing ook leiden tot een lager aanbod van kleine flesjes in het ingezamelde PDB. Dat kan van invloed worden op de waarde van en daarmee de vergoeding voor de ingezamelde tonnen PDB. Voor blik is een vergelijkbare heffing voor 2022 aan het verpakkend bedrijfsleven in het vooruitzicht gesteld door de Minister, als het verpakkend bedrijfsleven er niet in slaagt om in het najaar van 2021 de hoeveelheid blik in het zwerfafval met 70-90% te verminderen. De kans dat dit gaat lukken wordt niet groot geacht, gezien de beperkte inspanningen die er zijn om dit te bewerkstelligen. Besluitvorming over statiegeld op blik wordt in het najaar van 2021 verwacht. Het doel voor blik is ook 90% gescheiden inzameling. Schroot De vergoedingen van schroot zijn erg afhankelijk van de wereldmarkt; de tarieven zijn op dit moment stabiel. Na het deels sluiten van de export naar China is Turkije op dit moment vanuit Europa de grootste afnemer.
We hebben een contract tot 2022 en naar verwachting zal de markt stabiel blijven. Textiel De vervuiling van textiel neemt op nationaal niveau enorm toe door de invoering van inzamelmethoden als diftar. Ook neemt de hoeveelheid herdraagbaar textiel sterk af. Dit heeft te maken met de mindere en goedkopere kwaliteit die op de markt wordt gezet en betere afvalscheiding door onze inwoners. Deze mindere kwaliteit kan worden omgezet in vezels maar deze techniek is nog onvoldoende doorontwikkeld. Dit heeft tot gevolg dat er door de verwerkers geen vergoeding meer wordt gegeven voor textiel en in sommige gevallen, met name in stedelijk gebied, er zelfs moet worden betaald voor textiel. Avri heeft in november 2019 het contract verlengd voor de afzet van het ingezamelde textiel voor 1 jaar en we zijn aan het verkennen hoe we de kwaliteit kunnen borgen en meer prijsstabiliteit kunnen creëren. Bij deze verkenning kijken we samen met Werkzaak ook naar mogelijkheden om zelf te gaan sorteren en af te zetten in de regio. Door de toename van de vervuiling van het textiel en de daarmee gemoeide extra sorteerkosten stond de vergoeding al onder druk. Vanwege de coronapandemie is er in 2020 tijdelijk geen afzet naar het buitenland mogelijk geweest. Dit heeft er toe geleid dat in plaats van een vergoeding, voor al het textiel kosten in rekening zijn gebracht door de verwerker.
Bioafval (gft) Dit is de enige fractie waarbij de vervuiling nog binnen de normering van 5% valt. Het gft wordt momenteel deels vergist en deels laagwaardig gecomposteerd. We gaan een haalbaarheidsonderzoek doen om de tuinfractie uit het bioafval te scheiden. Deze compost kan dan regionaal worden afgezet als bodemverbeteraar in de fruitsector. Het huidige contract met onze verwerker loopt tot 1 april 2023 en het onderzoek kan er toe leiden dat we in 2023 een ander soort bestek op de markt zetten. Restafval Als gevolg van het regeerakkoord is de afvalstoffenbelasting per 1 januari 2019 verhoogd naar € 32,12 per ton. Deze verhoging was meer dan de verdubbeling die in de begroting was voorzien. Met de verhoging van de belasting hoopt de regering de hoeveelheid restafval te beïnvloeden. Dergelijke, niet beïnvloedbare, belastingmaatregelen werken verhogend door in het tarief afvalstoffenheffing. De verhoging voor 2021 is nog niet bekend. Dit is een extra onzekerheid en een factor in de toename van de afvalstoffenheffing voor 2022. De tarieven op de markt voor verbranding stijgen als gevolg van groeiende hoeveelheid brandbaar restafval. Groot-Brittannië biedt moment veel restafval aan op de Nederlandse markt. Vanwege langlopende contracten en daarmee langdurige afspraken over verbrandingstarieven heeft voorgaande ontwikkeling geen direct financieel gevolg voor Avri.
Het huidige contract loopt tot 31 maart 2022 met een eenzijdige optie (voor Avri) tot verlenging van een keer voor de duur van twee jaar. Van deze verlenging wordt in de begroting 2022 uitgegaan en daarmee hanteren we hetzelfde tarief (plus jaarlijks indexering). Het huidige verwerkingscontract is gunstig voor Avri. We zien dat de prijzen voor verbranden van afval naast de belastingmaatregelen sterk zijn gestegen. In 2024 zal de aanbesteding tot een aanzienlijke prijsstijging leiden en dit maakt het terugdringen van de kilo’s restafval alleen maar urgenter. Luiers en incontinentiemateriaal De luier- en incontinentie-inzameling is opgenomen in het pluspakket. Gemeenten hebben de keuze om aan te geven of ze gaan voor een gescheiden inzameling in de loop van 2021 (naar verwachting 2e helft 2021) of Pagina 20 van 23
te starten per 2022. Daarnaast zijn er op dit moment ook gemeenten die een financiële compensatie aanbieden aan inwoners die meer restafval hebben door incontinentie-afval. De kosten voor de eventuele incontinentie-inzameling worden vermeld in de tarieventabel 2022 behorende bij de Verordening Afvalstoffenheffing 2022. Overige afvalstromen De verhoging van de afvalstoffenbelasting had gevolgen voor alle stromen waar een residu na sortering bij vrijkomt. Onder residu wordt verstaan de te verbranden of te storten hoeveelheid restafval. Voorbeelden hiervan zijn huishoudelijk afval, A-B hout, bouw en sloopafval, rioolkolken, gemaalslib en veegvuil. De verwachting is dat de afvalstoffenbelasting verder verhoogd gaat worden, waardoor de tarieven voor deze fracties waarschijnlijk ook zullen gaan stijgen.
Pagina 21 van 23
BIJLAGE 4: PLANNING BEGROTING 2022
Op basis van Vergaderschema GR Avri 2021 (concept) Vaststellen ontwerp begroting door Dagelijks Bestuur Avri Raadsinformatiebijeenkomst: toelichting op de ontwerp begroting Toezending ontwerp begroting aan gemeenteraden Zienswijzen retour gemeenten Behandeling zienswijzen in Dagelijks Bestuur Avri Aanbieden begroting incl. zienswijzen aan Algemeen Bestuur Avri Vaststelling begroting door Algemeen Bestuur Avri Aanbieden begroting aan de provincie
Pagina 22 van 23
7 april 2021 13 april 2021 14 april 2021 9 juni 2021 23 juni 2021 28 juni 2021 7 juli 2021 30 juli 2021
Pagina 23 van 23