Zienswijze Raad en College concept II.pdf
Tekst van het document
Behandeld door
AANGETEKEND Bureau Energieprojecten Inspraakpunt Radarstation Herwijnen Postbus 111 9200 AC Drachten
Erwin Donga Doorkiesnummer +31345728445 Erwin.Donga@WestBetuwe.nl Datum 24 januari 2024 Kenmerk GZDGWB/1259549/1311902 Pagina 1 van 7
TEVENS DIGITAAL VERZONDEN
Onderwerp: zienswijze op het ontwerp-Rijksinpassingsplan radar Herwijnen Beste meneer/mevrouw, Het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad van de Gemeente West Betuwe dienen met het onderstaande een zienswijze naar aanleiding van de publicatie van een ontwerp-Rijksinpassingsplan voor een radarstation in Herwijnen. Het college doet dat mede voor de publiekrechtelijke rechtspersoon de gemeente West Betuwe. Wij komen tot de conclusie dat het ontwerp niet doorgezet dient te worden. Wij verzoeken u dan ook om het ontwerp in te trekken. Het doet geen recht aan wensen van de landelijke volksvertegenwoordiging. Het doet evenmin recht aan de bestuurlijke verhoudingen zoals ze volgens ons zouden moeten zijn. Ook juridisch is het problematisch. Er zijn belangrijke procedurele voorschriften welbewust ontgaan waardoor de belangrijke nieuwe Omgevingswet gepasseerd wordt. De thans voorgenomen locatie lijkt de meeste gezondheidsbedreiging van alle overwogen locaties te kennen. In een tijd van groeiende aandacht voor het voorzorgsbeginsel en de bescherming van de gezondheid langs juridische weg, is het onaanvaardbaar om voor tientallen jaren zo’n keuze voor de grootste gezondheidsbelasting van inwoners te maken. Ook op het vlak van natuur en milieu laten het ontwerp en de bijbehorende toelichting belangrijke punten onderbelicht.
Wij roepen nog in herinnering dat de gemeenteraad van de voormalige gemeente Lingewaal in de openbare vergadering van 11 oktober 2018 een vergelijkbaar bestemmingsplan voor een vergelijkbaar radarstation op dezelfde locatie juist niet heeft vastgesteld. Dat heeft de raad destijds met een uitgebreid gemotiveerd besluit gedaan. Wij vertrouwen het besluit bij u bekend, maar voegen het volledigheidshalve toe (bijlage 1). Alles wat de gemeenteraad destijds constateerde, staat nog onverkort overeind. Wij verwijzen daarom volledigheidshalve naar de overwegingen van toen en onderschrijven die ook thans uitdrukkelijk. De Staat en/of de Minister van Defensie heeft dat besluit destijds aanvaard door daartegen geen rechtsmiddelen aan te wenden.
#60273141v2
Gemeente West Betuwe 24 januari 2024 Kenmerk GZDGWB/1259549 Pagina 2 van 7
De procedure; ontgaan Omgevingswet Het ontwerp-Rijksinpassingsplan is ongeveer twee weken voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage gelegd. Daarmee wordt participatie, die is opgenomen in het instrument van het projectbesluit als bedoeld in de Omgevingswet ontgaan. Dat klemt te meer, nu de ook vereiste procedure voor verlening van een omgevingsvergunning voor de bouw nog niet gestart wordt. Zo wordt van begin af aan versnippering in besluitvorming bevorderd en de doelstelling van het nog te bespreken eerdere besluit ten behoeve van gecoördineerde besluitvorming geschaad. Bovendien is het ontwerp – kennelijk om aan de Omgevingswet te ontkomen – net voor de kerstperiode ter inzage gelegd. Toch is ondanks uitdrukkelijk verzoek en in strijd met eerdere uitlatingen, vastgehouden aan een strikte termijn van zes weken voor indiening van zienswijzen. Wij vragen daarom thans en derhalve tijdig alsnog om ten minste twee weken te verkrijgen, zodat wij onze zienswijze mondeling of schriftelijk kunnen toelichten. Bij de strekking van de Omgevingswet zou het overigens het meest passen wanneer het onderhavige ontwerp netjes wordt ingetrokken, zodat een eventueel nieuw voornemen alsnog integraal onder het stelsel van de Omgevingswet valt.
Dan wordt er alsnog recht gedaan aan een integrale beoordeling van het buitengewoon ingrijpende voornemen tot wijziging van de fysieke leefomgeving ten nadele van onze bewoners, want dat is het onderhavige voornemen hoe dan ook. Een integrale beoordeling waarbij ook aspecten van gezondheid belangrijk zijn, is nu juist één van de belangrijke doelstellingen die de wetgever met de Omgevingswet heeft. Het is niet best dat bij uitstek de landelijke overheid bij zo’n belangrijk project na jaren van discussie op de valreep nog het voortouw neemt om dergelijke belangrijke verworvenheden van de Omgevingswet welbewust te ontgaan en als ogenschijnlijk weg te lopen voor de belangrijke rol die aan de gezondheid is toegekend voor de beoordeling van ingrepen in de fysieke leefomgeving. Nu de eveneens vereiste procedure voor verlening van een omgevingsvergunning voor de bouw nog niet gestart is, verdient het verre de voorkeur om alsnog afstand te nemen van de niet fraaie, gekunstelde scheiding die thans ondernomen wordt en alsnog de koninklijke weg te kiezen van de procedure onder de Omgevingswet. De procedure; passeren besluit Rijkscoördinatieregeling Het voorliggende ontwerp doet evenmin recht aan het besluit tot toepassing van de Rijkscoördinatieregeling van 7 juni 2019 (Staatscourant nr. 8758 van 14 februari 2020).
Het ontwerp versnippert procedures en belemmert de eenduidigheid voor belanghebbenden. Dat was nu juist niet de bedoeling van dat eerdere besluit. Niet voor niets is in de toelichting bij dat besluit opgenomen: “Toepassing van de Rijkscoördinatieregeling waarborgt de inhoudelijke afstemming van de benodigde besluiten en heeft tot gevolg dat alle besluiten dezelfde procedure volgen. Dit versnelt de besluitvorming van het project en vergroot de eenduidigheid voor de belanghebbenden.” Het is niet gebleken dat inhoudelijke afstemming van besluiten en eenduidigheid voor de belanghebbenden niet meer belangrijk zijn; ze werden niet voor niets in het besluit tot toepassing van de Rijkscoördinatieregeling met nadruk benoemd. De beste inhoudelijke #60273141v2
Gemeente West Betuwe 24 januari 2024 Kenmerk GZDGWB/1259549 Pagina 3 van 7
afstemming van en besluiten en eenduidigheid voor de belanghebbenden kan dan thans alsnog bereikt door het huidige ontwerp in te trekken om de valse start alsnog ongedaan te maken. Dat brengt dan ook gewoon de nette toepasselijkheid van de Omgevingswet met zich en spoort met de al genoemde Rijkscoördinatieregeling. Die hangt nu formeel wellicht nog in de lucht, maar is materieel geschonden. De procedure; moeizame verhouding met Tweede en Eerste Kamer Ten slotte is dit project onderwerp geweest van stevige bevraging door de Tweede en de Eerste Kamer. Het is niet gebleken dat de onderzoeken die thans voorliggen, voldoen aan de vragen waarmee ook de landelijke volksvertegenwoordiging haar grote zorgen meermaals naar voren heeft gebracht. De keuze om aan vragen voorbij te gaan, maakt het voornemen uiteraard ook in zoverre politiek behoorlijk kwetsbaar. Die kwetsbaarheid komt derhalve nog bovenop alle hiervoor al geconstateerde procedurele punten. Landschap en welstand Bij de documenten die ter inzage zijn gelegd, bevinden zich een landschapsadvies en twee welstandsadviezen. Deze stukken geven geen volledig beeld van het radarstation zoals dat thans wordt overwogen, voorzien van een koepel. Bovendien zijn de welstandsadviezen beperkt tot algemene opmerkingen omtrent radarstations als zodanig (“het is wat het is”).
Zij komen er in feite op neer, dat aan een radarstation niet zoveel aan te passen is en dat “dus” zo’n station past, en dat “dus” kennelijk ook in de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Een dergelijke motivering is onvoldoende. Bovendien is niet zo goed begrijpelijk, wat de gestelde visuele gelijkenis met een toren in Wier in dit verband aan gewicht van de advisering brengt. Dat doet er veeleer afbreuk aan. Daarbij komt voorts, dat de stukken niet duidelijk maken, in hoeverre het voorgenomen inpassingsplan recht doet aan de thans vigerende bestemming, die mede gericht is op de bescherming van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en/of archeologische verwachtingen. Met andere woorden, de aspecten van landschap en welstand zijn onvoldoende onderzocht en dat geldt ook voor de mate van aantasting van de thans geldende beschermingsregimes. Verwijzing naar gemeentelijk beleid is niet aan de orde, omdat het beoogde plan geen onderwerp van uitoefening van gemeentelijke bevoegdheden behelst. De algemene wijzigingsbevoegdheden uit het ontwerp verhelpen de gesignaleerde problematiek ook niet, omdat zij de gesignaleerde problematiek alleen maar naar achteren schuiven. Afstand tot bebouwing Het is evident dat de afstand van het met het ontwerp beoogde radarstation tot bebouwing niet voldoet aan de richtafstand van 1.500 meter uit de VNG-Handreiking Bedrijven en milieuzonering.
Anders dan uit een reactie op eerdere zienswijzen van 10 november 2023 lijkt te volgen, zondert de handreiking radarstations als de onderhavige geenszins uit van normering. Wel sluit de handreiking afwijken van de norm niet uit. Vervolgens poogt de reactie enige argumentatie te geven over de mogelijkheid van afwijken. Het blijkt echter niet waarom afwijken totdat nog slechts ongeveer een kwart van de beoogde richtafstand overblijft, in dit geval nog aanvaardbaar zou zijn.
#60273141v2
Gemeente West Betuwe 24 januari 2024 Kenmerk GZDGWB/1259549 Pagina 4 van 7
Straling; radome Bij de stukken die ter inzage zijn gelegd, bevindt zich een aantal stukken met betrekking tot straling. Op enig moment is kennelijk besloten om het beoogde radarstation te voorzien van een zogeheten radome. De toelichting van 1 november 2023 geeft op p. 3 een impressie van de radome. Zoals de toelichting duidelijk maakt, dient deze ter beperking van geluidhinder. De radome is kennelijk in beeld gekomen om overschrijdingen van geluidnormen geheel of gedeeltelijk te kunnen pareren. De radome heeft aldus een afdichtend effect. Dat effect is voor geluid kennelijk berekend op 8 dB(A). Mocht die berekening juist zijn, dan is sprake van een aanzienlijke afdichting. Het is niet duidelijk welk afdichtend effect deze radome verder heeft op stralingskarakteristieken. Dat er geen enkel effect op straling is, is niet zo aannemelijk door de extra laag van de radome. . De geluidbeperkende radome lijkt in beeld gekomen te zijn in de late zomer van juni 2023, in verband met geluidonderzoek. Dat lijkt allereerst te volgen uit de toelichting bij het ontwerp, p. 32 en verder. Ook het zeer summiere stuk van de Rijksbouwmeester van 4 augustus 2023 wijst in die richting.
Nu het ontwerp van het radarstation vrij recent en ogenschijnlijk ingrijpend gewijzigd is, kunnen bevindingen van voor die wijziging niet meer zomaar aan het vervolgens gewijzigde ontwerp van dat station ten grondslag worden gelegd. Er lijkt geen immers goede vergelijking meer mogelijk met bevindingen die op het andere oudere ontwerp betrekking hadden. De stukken die betrekking hebben op straling, dateren nagenoeg alle van vóór de nazomer van 2023. Het lijkt er daarom op, dat die stukken geen rekening houden met de latere aanpassing van de radome en de daarmee mogelijk samenhangende andere stralingskarakteristiek. Dat dient onvermijdelijk te leiden tot heronderzoek, herbeoordeling en zo nodig aanpassing van die rapporten. Nieuwe resultaten met het juiste ontwerp kunnen immers best tot de bevinding leiden, dat de thans beoogde locatie in relatie tot andere locaties nòg slechter uitkomt op het zo belangrijke punt van bescherming van onze bevolking tegen straling. Het is immers goed denkbaar dat op één of meer andere locaties geen radome ter beperking van geluidhinder vereist is. Het is daarom voor één of meer van die andere locaties goed denkbaar dat daar de stralingskarakteristiek gelijk blijft, en hier wijzigt.
Kortom, de plaatsing van de radome – de blijkbaar vanuit overwegingen van geluidsbeperking overwogen wordt – lijkt de vergelijkbaarheid van bevindingen ernstig aan te tasten. Dat klemt te meer, omdat deze locatie thans al het slechtste uit de bus komt op het punt van straling, omdat bij deze locatie verreweg de meeste woningen dicht in de buurt zijn. Meer concreet, ten slotte, is niet gebleken dat de stralingscontouren op p. 38 en p. 39 gerelateerd zijn aan het actuele ontwerp. Alle rapporten die genoemd worden op p. 39 van de toelichting, zijn ook niet gebaseerd op een ontwerp met radome. Die dateren immers van ver voor de nazomer van 2023. Straling; ICNIRP en voorzorgsbeginsel Blijkens de toelichting is het voorgenomen plan beoordeeld aan de hand van de waarden van ICNIRP. Thans volstaan wij met de constatering dat op p. 38 en p. 39 van de toelichting twee contouren zijn opgenomen. Dat zijn maar twee contouren, enkel en alleen voor de onderhavige. Het zijn er dus veel te weinig en ze zeggen te weinig. Vanuit het
#60273141v2
Gemeente West Betuwe 24 januari 2024 Kenmerk GZDGWB/1259549 Pagina 5 van 7
voorzorgsbeginsel voor onze inwoners en de vergelijking met andere locaties brengen deze twee contouren de volgende twee noodzakelijk te beantwoorden onderzoeksvragen met zich. 1. Wat is de concrete belasting voor bewoners onder de getekende contouren? Wij roepen in herinnering dat deze locatie de locatie is met de meeste bewoners nabij het beoogde radarstation. 2. Wat zijn de contouren voor de andere locaties die op diverse andere punten vergeleken zijn? Wij roepen in herinnering dat de onderhavige locatie aan een vergelijkende toets onderhevig is geweest. Dan dient de vergelijking juist ter bescherming van de bevolking en in samenhang met het voorzorgsbeginsel zo zuiver mogelijk gemaakt worden. Blijkens een aanvullend locatieonderzoek van 19 november 2021 (p. 41) scoort de onderhavige locatie toch al verreweg het slechtst op nabijheid van woningen en aantallen woningen. Dan dient ten minste duidelijk te zijn, welke slechtheid dan precies voor onze bewoners aan de orde is en welke (relatieve) slechtheid op alle andere locaties precies aan de orde is, ook aan de onderkant van ICNIRP-contouren. Het blijft immers gaan om straling van een installatie die waarschijnlijk tientallen jaren zal voortgaan en waarbij in de planvoorschriften tot dusverre ook geen enkele maximering van zendvermogen is opgenomen.
Er lijkt dus, juist op het zo belangrijke punt van straling, geen integrale beoordeling van deze en alternatieve locaties geweest en dus ook geen recht gedaan aan het voorzorgsbeginsel. De suggestie uit de toelichting omtrent een integrale beoordeling (p. 9) is dus onjuist. Het voorzorgsbeginsel behelst onder meer dat overheden maatregelen dienen te nemen wanneer er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat activiteiten negatieve gevolgen kunnen hebben voor het milieu of de gezondheid. Het ontwerp doet te weinig recht aan het voorzorgsbeginsel. Het is duidelijk dat er naast de waarden van ICNIRP in de wetenschap vele andere – strengere – inzichten zijn opgekomen ten aanzien van straling. Het past niet om louter en alleen op de waarden van ICNIRP af te gaan bij een zeer groot project als het onderhavige. Dit project zal vele tientallen jaren in werking zijn en zal dus vele tientallen jaren op nabije woningen en naburig openbaar gebied stralen. Het gaat hoe dan ook om potentiële gezondheidsrisico’s bij de voorgenomen plaatsing in de nabijheid van de kern. In samenhang met het voorzorgsbeginsel wijzen wij er verder op, dat inwoners van onze gemeente (net als anderen) ICD’s of pacemakers kunnen dragen. Het is niet duidelijk, in hoeverre dat aspect is meegewogen bij de beoordeling van deze en andere locaties.
Ook mogelijke gezondheidsklachten door stress zijn in de toelichting bij het ontwerp niet geadresseerd. Kortom, op diverse punten zijn de onderzoeken naar alternatieve locaties en de daarin gemaakte weging zeer gebrekkig. Zoals duidelijk blijkt uit de toelichting (p. 5 tot en met 10) vormden de onderzoeken de basis voor de bevestiging van een keuze van deze locatie die in wezen al aanzienlijk eerder is gemaakt en waar vervolgens verder naar toe geredeneerd lijkt. Als al deze onderzoeken met ongelijke vergelijkingsmaatstaven werken, zijn ze niet bruikbaar. Daarmee ontvalt dus de grondslag aan het ontwerp-Rijksinpassingsplan voor deze locatie en is het onvermijdelijk om de alternatievenonderzoeken onbevangen en met goede
#60273141v2
Gemeente West Betuwe 24 januari 2024 Kenmerk GZDGWB/1259549 Pagina 6 van 7
vergelijkingsmaatstaven over te doen. Als dat toch gebeurt, is het uiteraard het best om consequent te zijn en alsnog een procedure onder de Omgevingswet te voeren. Geluid Het onderhavig ontwerp-Rijksinpassingsplan is voor de jaarwisseling in procedure gebracht met de uitdrukkelijke bestuurlijke keuze om de ook vereiste omgevingsvergunning nog niet in procedure te brengen. Reden voor die uitdrukkelijke keuze was dat nog elders (in Wier) onderzocht moest worden wat daar de geluidbelasting is. Vervolgens zullen de bevindingen van Wier nog vertaald moeten worden naar deze locatie. Daarbij zal bezien moeten worden wat er deugt van de veronderstelling van p. 33 van de toelichting dat de radome een geluidsreductie oplevert van 8 dB(A). Het is dus nog geenszins zeker dat bij alle geluidgevoelige objecten in de omgeving van het plangebied aan de richtwaarden wordt voldaan, zoals de toelichting op p. 36 wel suggereert. Zo is dus evenmin zeker dat er geen sprake is van een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden en dus ook niet dat het aspect geluid niet aan de uitvoering van het plan in de weg staat. Gevolg van de overhaaste keuze om niet de bevindingen in Wier af te wachten en te verwerken is dus bepaald onzekerheid bestaat of de geldende geluidnormen überhaupt gehaald kunnen gaan worden, zelfs met het “lapmiddel” van de radome.
Het valt dus bepaald niet uit te sluiten dat het plan niet uitgevoerd kan worden. In een dergelijk geval had het plan niet in procedure gebracht moeten worden. Vleermuizen Blijkens de toelichting worden vleermuizen geraakt. De toelichting vermeldt op p. 52 dat vleermuiskasten zijn geplaatst in het kader van een ontheffing voor de omgang met de vleermuisverblijfplaats in de oude, inmiddels gesloopte bebouwing. Kennelijk wordt op enig moment deze tijdelijke maatregel vervangen door permanente vleermuiskasten. Het is niet duidelijk in hoeverre dit alles past binnen de genoemde ontheffing. Ernstiger is nog, dat niet blijkt of er enige aandacht is besteed aan diverse wetenschappelijke onderzoeken waaruit blijkt dat vleermuizen stralingsbelasting niet verdragen. Het staat al vast dat zich in het gebied vleermuizen bevinden. Het is ook duidelijk dat de beoogde radar stralingsbelasting zal gaan opleveren. Het is zeer aannemelijk dat die belasting vleermuizen verjaagt. Verjagen is verstoren. Uitvoering van het project leidt aldus tot schending van verplichtingen jegens de vleermuizen. Uitvoering van het project had dus alleen al daarom voorafgegaan moeten worden door een passende beoordeling van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming.
Milieueffectrapportage De verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapportage volgt uit artikel 2.8, lid 1, van de Wet natuurbescherming in samenhang met artikel 7.2a, lid 1, van de Wet milieubeheer. Er is hier geen milieueffectrapportage gemaakt. De toelichting beargumenteert deze keuze in het bijzonder zo, dat significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden op voorhand op grond
#60273141v2
Gemeente West Betuwe 24 januari 2024 Kenmerk GZDGWB/1259549 Pagina 7 van 7
van objectieve gegevens kunnen worden uitgesloten (p. 30). Dat is niet zo, gezien de hierboven gesignaleerde verjaging van vleermuizen.
Afrondend Aan het thans voorliggende ontwerp kleven dusdanige gebreken dat het college en de raad van de gemeente West Betuwe u met klem verzoeken, geen verder gevolg aan dit ontwerp te geven en het daarom in te trekken.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van gemeente West Betuwe, gemeentesecretaris,
burgemeester,
Philip Bosman
Servaas Stoop
De raad van gemeente West Betuwe, de griffier,
de voorzitter,
Hans van der Graaff
Servaas Stoop
#60273141v2