Voortoets stikstofdepositie Nieuwe SteegHerwijnen_Buro SRO 07-12-2022.pdf
Tekst van het document
Voortoets stikstofdepositie Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen Gemeente West-Betuwe
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
1
Gegevens over het plan: Plannaam: Datum: Projectnummer Buro SRO:
Voortoets stikstofdepositie Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen 07-12-2022 58.35.02
Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:
Stichting Kleurrijk Wonen
Gegevens Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem: Telefoon: E-mail: Internet:
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
Sweerts de Landasstraat 50 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.Buro-SRO.nl
2
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding ................................................................................................................................. 5
1.1
Doelstelling onderzoek .......................................................................................................................... 5
1.2
Projectbeschrijving ................................................................................................................................ 5
1.3
Maatgevende Natura 2000-gebieden.................................................................................................... 7
Hoofdstuk 2
Wettelijk kader ...................................................................................................................... 9
2.1
Landelijke wet- en regelgeving .............................................................................................................. 9
2.2
Voortoets ............................................................................................................................................... 9
2.3
Intern salderen ...................................................................................................................................... 9
2.4
Passende beoordeling ......................................................................................................................... 10
Hoofdstuk 3
Berekeningssystematiek ....................................................................................................... 11
3.1
Gebruikt rekenmodel........................................................................................................................... 11
3.2
Input rekenmodel ................................................................................................................................ 11
3.2.1 Referentiesituatie................................................................................................................................. 11 3.2.2 Toekomstig gebruik .............................................................................................................................. 11 3.2.3 Aanlegfase ............................................................................................................................................ 12 Hoofdstuk 4
Resultaten berekening .......................................................................................................... 14
4.1 Referentiesituatie........................................................................................................................................ 14 4.2 Gebruiksfase ................................................................................................................................................ 16 4.2 Aanlegfase ................................................................................................................................................... 19 Hoofdstuk 5
Conclusies ............................................................................................................................. 28
Bijlagen
.............................................................................................................................................. 29
Bijlage 1: Toelichting uitgangspunten aanlegfase ............................................................................................. 31 Bijlage 2: AERIUSberekening gebruikfase ......................................................................................................... 33 Bijlage 3: AERIUSberekening aanlegfase ........................................................................................................... 35
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
3
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
4
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Doelstelling onderzoek
De initiatiefnemer is voornemens om 19 nieuwe sociale huurwoningen te realiseren aan de oostkant van de Nieuwe Steeg in Herwijnen. De 17 bestaande woningen zullen worden gesloopt. Doel van dit onderzoek is toetsing van mogelijke (negatieve) effecten op Natura 2000-gebieden, als gevolg van de activiteiten die het bestemmingsplan mogelijk maakt, aan de Wet natuurbescherming. Ten behoeve van een voortoets in het kader van de Wet natuurbescherming is de toekomstige gewenste situatie gemodelleerd op basis van de aangeleverde gegevens door de opdrachtgever, ervaringscijfers en kengetallen. De depositie is op de omliggende Natura 2000-gebieden berekend en getoetst of het plan (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden. Voorliggende rapportage geeft een overzicht van de gehanteerde uitgangspunten en rekenmethodiek, de berekende resultaten en de conclusie.
1.2
Projectbeschrijving
Het plangebied is gelegen aan de oostkant van de Nieuwe Steeg te Herwijnen, gemeente West-Betuwe. Onderstaande afbeelding toont de ligging van het plangebied in de omgeving.
Het plangebied (rode ellips) en de omgeving (bron: openstreetmaps.nl)
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
5
Ligging van het plangebied In de toekomstige situatie worden 19 nieuwe sociale huurwoningen binnen het plangebied gerealiseerd. De 17 bestaande woningen worden gesloopt. Navolgende afbeelding toont de inrichtingstekening van de ontwikkeling aan de Nieuwe Steeg, met aan de oostkant van de weg de ontwikkeling van voorliggend initiatief. Aansluitend op de nieuwe lus aan de westzijde zal ook binnen het plangebied een ontsluitingslus worden gerealiseerd.
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
6
Stedenbouwkundig plan Nieuwe Steeg Herwijnen, fase 1 en 2
1.3
Maatgevende Natura 2000-gebieden
Voor het uitvoeren van de stikstofdepositieberekening moet rekening gehouden worden met Natura 2000gebieden. AERIUS toetst automatisch aan alle Natura 2000-gebieden in Nederland en aan nabijgelegen buitenlandse Natura 2000-gebieden. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem en ligt op een afstand van 3,6 km van het project. Daarna is het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied Lingegebied & Diefdijk-Zuid op een afstand van 4,8 km. Op de afbeelding hieronder zijn het plangebied en de betreffende Natura 2000-gebieden weergegeven.
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
7
Ligging plangebied in relatie tot de maatgevende Natura 2000-gebieden
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
8
Hoofdstuk 2 2.1
Wettelijk kader
Landelijke wet- en regelgeving
In het kader van de toets aan de Wet Natuurbescherming wordt bepaald of een project of plan (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voor plannen en projecten dient middels een voortoets, eventueel gevolgd door een passende beoordeling, getoetst te worden of het plan mogelijk significant negatieve effecten kan hebben op gevoelige habitattypen die gelegen zijn binnen omliggende Natura 2000-gebieden. De beoordeling van plannen, projecten en andere handelingen is uitgewerkt in paragraaf 2.3 van de Wet natuurbescherming. Met het verdwijnen van het Programma Aanpak Stikstof is de ontwikkelingsruimte en standaard grenswaarde voor projecten niet meer beschikbaar. Op 16 juni 2020 hebben provincies de geldende beleidsregels voor intern en extern salderen vastgesteld. Dit vormt het nieuwe beleid op basis waarvan de vergunningverlening binnen de Wet natuurbescherming met betrekking tot stikstofdepositie plaatsvindt.
2.2
Voortoets
Een voortoets heeft tot doel te onderzoeken of er sprake kan zijn van significante gevolgen voor beschermde Natura 2000 gebieden. De significantie van de gevolgen voor een gebied als gevolg van een plan worden afgezet tegen de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied. De instandhoudingsdoelstellingen zijn neergelegd in het aanwijzingsbesluit en zijn uitgewerkt in het beheerplan voor dat gebied. Wanneer een plan of project gevolgen heeft voor het gebied, maar de instandhoudingsdoelstellingen daarvan niet in gevaar brengt, zijn significante gevolgen uitgesloten. Bij de voortoets wordt bekeken of het bestemmingsplan afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben. In hoeverre stikstofdepositie voor significante gevolgen op Natura 2000-gebieden kan zorgen, wordt in eerste instantie bepaald door te bezien of de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt tot een toename van stikstofdepositie leiden. Hierbij mag een vergelijking worden gemaakt met het bestaande gebruik (referentiesituatie) binnen het project zelf (intern salderen) of mag met het stoppen van een stikstofuitstotende activiteit elders worden gecompenseerd (extern salderen).
Van plannen die ten opzichte van de feitelijke situatie geen toename van de stikstofdepositie veroorzaken op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige gebieden waarvan de Kritische Depositie Waarde (KDW) wordt overschreden of bijna wordt overschreden (achtergrondwaarde 70 mol/ha/j onder de KDW), zijn significante gevolgen met zekerheid uit te sluiten. In dat geval hoeft geen passende beoordeling te worden opgesteld. In het geval uit de voortoets blijkt dat: de ontwikkeling wel kan leiden tot een toename van stikstofdepositie op één of meer in het kader van Natura 2000 beschermde stikstofgevoelige gebieden; van deze stikstofgevoelige gebieden de KDW al wordt overschreden of door de toename van de stikstofdepositie kan worden overschreden; dient een volgende stap gezet te worden. Op dat moment wordt door middel van een ecologische voortoets onderzocht of ecologische significante effecten uitgesloten kunnen worden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om kleine deposities en/of deposities voor een korte tijd. Mocht dat laatste ook niet het geval zijn dan is een passende beoordeling en een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) noodzakelijk.
2.3
Intern salderen
Om te bepalen wat de referentiesituatie is waarmee intern mag worden gesaldeerd, is het in eerste instantie van belang de referentiedatum te bepalen. Dit betreft de datum van het definitieve aanwijzingsbesluit van het desbetreffende Natura 2000-gebied of diens voorganger Vogelrichtlijngebied of Habitatrichtlijngebied.
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
9
Vervolgens is het voor de referentiesituatie bepalend welke ruimtelijke procedure gevolgd wordt: is er sprake van een plan of een project? Bij een berekening in het kader van een bestemmingsplanprocedure (een plan) is de feitelijke en planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan de referentiesituatie. In het geval van een vergunningsprocedure (een project) is een geldige natuurvergunning of natuurtoestemming de referentiesituatie. Als er geen natuurvergunning of natuurtoestemming is, is de milieuvergunning of milieumelding, die gold op de referentiedatum bepalend voor de referentiesituatie. Als na de referentiedatum een milieutoestemming is verleend, die minder stikstofuitstoot mogelijk maakt dan de vergunning die gold op de referentiedatum, bepaalt dat de referentiesituatie. Is er ook geen milieumelding of milieuvergunning, dan geldt de activiteit die op de referentiedatum was toegestaan en sindsdien onafgebroken aanwezig is geweest als referentiesituatie.
2.4
Passende beoordeling
Wanneer een plan significante negatieve gevolgen kan hebben, moet het bestuursorgaan ingevolge de Wet natuurbescherming een passende beoordeling opstellen vóórdat het plan kan worden vastgesteld. Deze passende beoordeling moet de zekerheid geven dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende gebied niet worden aangetast. Het bestemmingsplan zal rekening moeten houden met de in het aanwijzingsbesluit voor het betrokken gebied vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen en de wijze waarop deze zijn uitgewerkt in het voor het gebied vastgestelde beheerplan. Als het bevoegd gezag (in veel gevallen Provinciale Staten) op grond van de passende beoordeling niet de vereiste zekerheid heeft verkregen dat een plan de natuurlijke kenmerken niet zal aantasten, kan het plan in beginsel niet worden vastgesteld. Dat is alleen anders als er geen alternatieve oplossingen beschikbaar zijn, sprake is van dwingende redenen van openbaar belang en compenserende maatregelen worden getroffen, dan kan een plan toch worden vastgesteld.
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
10
Hoofdstuk 3 3.1
Berekeningssystematiek
Gebruikt rekenmodel
In deze voortoets is gerekend met de AERIUS Calculator. De rekenkern van AERIUS wordt gevormd door het Operationeel Prioritaire Stoffen model (OPS) van het RIVM. Dit model berekent de verspreiding van stikstof door de lucht en de depositie. OPS houdt daarbij rekening met verschillende factoren die de verspreiding en depositie van stikstof beïnvloeden, bijvoorbeeld de windrichting en -kracht, de ruwheid van het terrein en de hoogte van de vegetatie. Voor wegverkeer wordt gebruikt gemaakt van Standaard Rekenmethode 2 (SRM2). Daarmee sluit AERIUS aan op de modellering in het Nationaal Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit. Er is ook een Aeriusberekening gemaakt waarin de extra hexagonen die door het ‘Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijnen vanwege aanwezige waarden’, dat op 25 november 2022 is vastgesteld, relevant zijn geworden voor toestemmingverlening.
3.2
Input rekenmodel
Belangrijk voor elk rekenmodel is de kwaliteit van de input. In deze paragraaf wordt voor elk onderdeel de bijbehorende uitgangspunten beschreven en onderbouwd.
3.2.1 Referentiesituatie Voor het berekenen van de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling op de beschermde natuurgebieden is het noodzakelijk de referentiesituatie te modeleren. Omdat sprake is van een plan is de feitelijke en planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het nieuwe plan de referentiesituatie. In de referentiesituatie zijn 17 woningen aanwezig. De functie van het plangebied is gebaseerd op de opgave van de initiatiefnemer en gecontroleerd met behulp van luchtfoto’s en indien van toepassing de aanwezige vergunningen. Waar geen uitstootgegevens beschikbaar waren is aansluiting gezocht bij de input die ook gebruikt is voor het rekenmodel AERIUS. Verkeersbewegingen Voor het bepalen van de huidige verkeersbewegingen is worst case uitgegaan van 8 verkeersbewegingen van licht verkeer per woning per dag. Voor de huidige situatie van 17 woningen, wordt er dus uitgegaan van 136 verkeersbewegingen van licht verkeer per dag. Verkeersbewegingen worden in AERIUS als lijnbronnen weergegeven. Deze lijnbronnen worden ingetekend van de woning tot het punt waar de verkeersbewegingen opgaan in het algemene verkeer. In dit geval gaan de verkeersbewegingen op in het algemene verkeer op de Graaf Reinaldweg op het punt waar het verkeer op snelheid is gekomen. Overige bronnen De bestaande woningen hebben een gasaansluiting.
Om de stikstofuitstoot van de woningen te bepalen is voor de 2-onder-één-kap woningen uitgegaan van een uitstoot van 3.09 NOx kg/j, voor de tussenwoningen een uitstoot van 2.00 NOx kg/j en voor de hoekwoningen een uitstoot van 2.42 NOx kg/j. De uitstoot van de verwarming wordt in AERIUS als een vlakbron ingetekend, op de locatie van de woningen.
3.2.2 Toekomstig gebruik Verkeersbewegingen Met betrekking tot het beoogde plan is het van belang te kijken naar de verwachte toename van het aantal verkeersbewegingen. Voor het bepalen van de extra verkeersbewegingen is worst case uitgegaan van 8 verkeersbewegingen van licht verkeer per woning per dag.
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
11
Het plan gaat uit van 19 woningen waardoor het aantal verkeersbewegingen in de toekomstige situatie circa 152 zal bedragen. Deze verkeersbewegingen bestaan enkel uit licht verkeer. Verkeersbewegingen worden in AERIUS als lijnbronnen weergegeven. Deze lijnbronnen worden ingetekend van de woning tot het punt waar de verkeersbewegingen opgaan in het algemene verkeer. In dit geval gaan de verkeersbewegingen op in het algemene verkeer op Graaf Reinaldweg op het punt waar het verkeer op snelheid is gekomen. Overige bronnen De woningen worden conform het Bouwbesluit gasloos uitgevoerd. Daarmee is er geen sprake van een verbrandingsinstallatie in het huis. Mogelijke stikstofuitstoot door de toekomstige woningen en bijgebouwen is kleinschalig en incidenteel en daardoor niet modelleerbaar, zoals ook beargumenteerd in de Handreiking woningbouw en AERIUS van de Rijksoverheid (januari 2020).
3.2.3 Aanlegfase Naast het toekomstig gebruik is ook de stikstofuitstoot tijdens de aanlegfase van het project van belang. Bij de realisatie van de woningen en de openbare ruimte zijn gedurende korte tijd werktuigen en machines van de bouwer in het plangebied aanwezig. Ook de verkeersbewegingen van de werklieden van en naar de bouwplaats geven een korte toename van stikstof emissie. Van een deel van de machines (handgereedschap, snelbouwkranen, liften) wordt ervan uit gegaan dat deze elektrisch zijn en dus geen stikstofuitstoot veroorzaken. Voor de daadwerkelijke aanleg is nog geen bestek gemaakt. Daarom is er op basis van vergelijkbare projecten en ervaringen elders een zo goed mogelijke raming gemaakt van de activiteiten die zorgen voor stikstofuitstoot tijdens de aanlegfase. In deze berekening is ervan uitgegaan dat de aanlegfase van het project maximaal 1 jaar duurt. Mobiele werktuigen Er zijn mobiele werktuigen nodig voor het realiseren van woningen en de openbare ruimte. Voor het invoeren van de mobiele werktuigen is een inschatting gemaakt van de STAGE klassen van de werktuigen, het brandstofverbruik, het aantal draaiuren van een werktuig en mits van toepassing het AdBlue verbruik, waarmee de uitstoot NOx en NH3 door AERIUS is bepaald. Het brandstofverbruik is bepaald op basis van een inschatting van het totale aantal draaiuren (belast en stationair) van het werktuig.
De uitstoot van de mobiele werktuigen wordt in AERIUS als een vlakbron ingetekend, op de locatie van de werkzaamheden. De overige machines zoals vrachtwagens voor de aan- en afvoer van materieel vallen onder de verkeersbewegingen. In paragraaf 4.3 is te zien wat de uitgangspunten voor de aanlegfase zijn per bron. In bijlage 1 is toegelicht hoe tot de uitgangspunten voor de aanlegfase is gekomen. Verkeersbewegingen Tijdens de aanlegfase zal er sprake zijn van verkeersbewegingen door de werklieden die met de bouw van de woningen en de aanleg van de openbare ruimte bezig zijn. Bij de gemaakte inschatting van het aantal verkeersbewegingen van licht verkeer is er rekening mee gehouden dat werklieden met werkbusjes arriveren, waarbij er meerdere werklieden in één werkbus zitten. Daarnaast zorgen de aan- en afvoer van materiaal en de mobiele werktuigen voor verkeersbewegingen door middelzwaar en zwaar vrachtverkeer. De schatting van de verkeersbewegingen in de aanlegfase is weergegeven in onderstaande tabel.
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
12
Type verkeer
Bouw woningen
Licht Middel zwaar Zwaar
3800 38 760
Aanleg klinkerverharding 12 3 18
Sloop woningen 170 0 0
Totaal aantal per jaar 3982 41 778
Verkeersbewegingen worden in AERIUS als lijnbronnen weergegeven. Deze lijnbronnen worden ingetekend van de locatie van de werkzaamheden tot het punt waar de verkeersbewegingen opgaan in het algemene verkeer. In dit geval gaan de verkeersbewegingen op in het algemene verkeer op Graaf Reinaldweg op het punt waar het verkeer op snelheid is gekomen.
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
13
Hoofdstuk 4
Resultaten berekening
4.1 Referentiesituatie In het model is de referentiesituatie ingevoerd. Op navolgende uitsnede zijn de bronnen weergeven die van invloed zijn op de stikstofdepositie van het initiatief. Bron 1 betreft het gasgebruik van de woningen. Bron 2 en 3 betreft de verkeersbewegingen.
Afbeelding ingevoerde bronnen AERIUS referentiesituatie Bestaande emissies door verkeersbewegingen Uit de berekening volgt dat door het huidige aantal verkeersbewegingen (conform paragraaf 3.2.1) de uitstoot van NOx 6,5 kg/j bedraagt en de uitstoot van NH3 0,5 kg/j.
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
14
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
15
Bestaande emissies door verwarming Uit de berekening volgt dat door het huidige gasverbruik (conform paragraaf 3.2.1) de uitstoot van NOx 48,8 kg/j bedraagt.
4.2 Gebruiksfase In het model is de beoogde situatie ingevoerd. Op navolgende uitsnede zijn de bronnen weergegeven die van invloed zijn op de stikstofdepositie van het initiatief. Bron 1 t/m 4 betreft de verkeersbewegingen.
Afbeelding ingevoerde bronnen AERIUS gebruiksfase
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
16
Toekomstige emissies door verkeersbewegingen Uit de berekening volgt dat door het toekomstig aantal verkeersbewegingen (conform paragraaf 3.2.2) de uitstoot van NOx 6,6 kg/j bedraagt en de uitstoot van NH3 0,5 kg/j.
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
17
Stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden De uitstoot van NOx als gevolg van het toekomstig gebruik zorgt niet voor een bijdrage hoger dan 0,00 mol/ha/j op (bijna) overbelaste hexagonen van Natura 2000-gebieden.
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
18
4.2 Aanlegfase Op navolgende uitsnede zijn de bronnen weergegeven die van invloed zijn op de stikstofdepositie van het initiatief tijdens de aanlegfase. Bron 1, 2 en 6 t/m 15 betreft de verkeersbewegingen en bron 3 t/m 5 betreft de mobiele werktuigen.
Afbeelding ingevoerde bronnen AERIUS aanlegfase Emissies door mobiele werktuigen Uit navolgende tabellen volgt dat door de mobiele werktuigen in de aanlegfase (conform paragraaf 3.2.2) de uitstoot van NOx 223,1 kg/j bedraagt en de uitstoot van NH3 5,3 kg/j.
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
19
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
20
Emissies door verkeersbewegingen Uit navolgende tabellen volgt dat door de verkeersbewegingen in de aanlegfase (conform paragraaf 3.2.2) de uitstoot van NOx circa 3,7 kg/j bedraagt en de uitstoot van NH3 3,7 kg/j.
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
21
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
22
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
23
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
24
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
25
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
26
Stikstofdepositie de Natura 2000-gebieden De uitstoot van NOx als gevolg van de mobiele werktuigen en de verkeersbewegingen in de aanlegfase zorgt ten opzichte van de referentiesituatie niet voor een bijdrage hoger dan 0,00 mol/ha/j op (bijna) overbelaste hexagonen van Natura 2000-gebieden.
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
27
Hoofdstuk 5
Conclusies
De berekening ten behoeve van de Wet natuurbescherming is uitgevoerd in het kader van een aanpassing van de bestemming. Het plan voorziet in de sloop van 17 woningen en bouw van 19 nieuwe woningen aan de Nieuwe Steeg in Herwijnen. Eindconclusie Als gevolg van de ontwikkelingen in het plangebied waarvoor de berekeningen zijn uitgevoerd neemt de stikstofdepositie op (bijna) overbelaste hexagonen van de Natura 2000-gebieden ten opzichte van de referentiesituatie in zowel de gebruiksfase als de aanlegfase niet toe. Er is dus geen sprake van mogelijke negatieve effecten op beschermde Natura 2000-gebieden. Het aanvragen van een Wnb-vergunning is daarom niet nodig voor dit project.
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
28
Bijlagen
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
29
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
30
Bijlage 1: Toelichting uitgangspunten aanlegfase Onderstaand is toegelicht hoe is gekomen tot de uitgangspunten voor het modelleren van de aanlegfase. STAGE klasse De stageklassen betreffen emissienormen voor mobiele werktuigen en zijn afhankelijk van het bouwjaar en het vermogen van het mobiele werktuig. Bij de emissieberekening op basis van brandstofverbruik per stageklasse, rekent AERIUS met categorieën stageklassen en emissiefactoren die betrekking hebben op dieselmotoren en zijn overgenomen uit het Emissiemodel Mobiele Machines (TNO-rapport 2009). Voor elk werk wordt door een bouwer normaal gesproken een machine ingezet met het laagste vermogen dat werkbaar is voor de uitvoering. Dit omdat machines met een hoger vermogen meer brandstofverbruik hebben. Bij de selectie van het vermogen is dan ook gekozen voor een gemiddeld vermogen passend bij het werk. Voor wat betreft het bouwjaar is gekeken naar de gemiddelde levensduur van de gebruikte werktuigen. Hierbij is aangesloten bij de mediane levensduur (TNO-rapport 2009) van de betreffende werktuigen, afgerond op hele jaren. Het jaar van uitvoering minus de levensduur geeft een goede raming van het gemiddelde bouwjaar van de gebruikte machines. Als de initiatiefnemer heeft aangegeven oudere of nieuwere mobiele werktuigen te gebruiken, is van de door de initiatiefnemer opgegeven bouwjaren uitgegaan.
Brandstofverbruik Om het brandstofgebruik (Diesel) per jaar te schatten is aangesloten bij de formule die is opgenomen in het TNO rapport 2020 R11528. De formule is als volgt: Brandstofverbruik [liters] = 0,245 * arbeid [kWh] + (0,52 + 0,0034 * maximaal vermogen [kW]) * draaiuren [h] AdBlue verbruik Het AdBlue verbruik in liters varieert van 4% tot 6% van het dieselgebruik. In deze berekening is rekening gehouden met een gemiddeld AdBlue verbruik van 5% van het dieselgebruik.
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
31
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
32
Bijlage 2: AERIUSberekening gebruikfase
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
33
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
34
Bijlage 3: AERIUSberekening aanlegfase
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
35
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
36
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
37
Nieuwe Steeg 12 – 42a Herwijnen
38