Toelichting en regels bestemmingsplan Spijkse Kweldijk 39b-41, Spijk__385277__.pdf
Tekst van het document
gebiedsbescherming;
soortenbescherming;
bescherming van houtopstanden.
5.2.3.2 Analyse Gebiedsbescherming Natura 2000 en het Natuurnetwerk Gelderland Het plangebied ligt niet binnen een beschermd gebied, zoals opgenomen in Natura 2000 en het Natuurnetwerk Gelderland. Het dichtstbijzijnde Natura2000 gebied: Lingedijk & Diefdijk ligt op circa 130 meter afstand. Groene Ontwikkelingszone Het bestemmingsplan heeft betrekking op gronden gelegen binnen de Groene Ontwikkelingszone (GO), welke beschermd zijn vanuit de Omgevingsverordening Gelderland. In de Omgevingsverordening van Gelderland (d.d. 24 september 2014) is het beschermingsregime van de GO geregeld. In artikel 2.7.2.1, lid 1, onderdelen a tot en met d, is bepaald dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden gelegen binnen de Groene Ontwikkelingszone (GO) géén nieuwe grootschalige ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden die leiden tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten van het betreffende gebied.
BESTEMMINGSPLAN SPIJK, ZORGCOMPLEX SPIJKSE KWELDIJK 39B EN 41 | VASTGESTELD
51
Alleen wanneer aangetoond kan worden dat er geen sprake is van afname van kernkwaliteiten mag een bestemmingsplan gelegen in een GO nieuwe ontwikkelingen toestaan. Dan is er geen belemmering vanuit de Omgevingsverordening Gelderland voor de GO. Centraal in de toetsing staat wat het effect van de ontwikkeling is op de kernkwaliteiten van de GO. In de Omgevingsverordening Gelderland zijn deze kernkwaliteiten van de GO gedefinieerd per deelgebied. De betreffende GO voor deze ontwikkeling ligt in deelgebied 'Tielerwaard'. Om de effecten van het initiatief in beeld te brengen heeft Blom Ecologie de notitie 'Nee, tenzij-toets’ Groene Ontwikkelingszone Spijkse Kweldijk 39b en 41 te Spijk' (23 december 2020, kenmerk BE/2020/905/n/1) opgesteld. De notitie is als bijlage In deze notitie zijn de effecten van de realisatie van een zorgcomplex op de kernkwaliteiten van de Groene Ontwikkelingszone behandeld. Voor elke kernkwaliteit is een beoordeling van de effecten van de realisatie van het zorgcomplex op de desbetreffende kernkwaliteit opgesteld. Geconcludeerd kan worden dat de realisatie van het zorgcomplex niet leidt tot aantasting van de kernkwaliteiten van de Groene Ontwikkelingszone in deelgebied Tielerwaard. Ten behoeve van kernkwaliteit 6 (leefgebied steenuil) zullen realisaties plaatsvinden welke een positieve invloed hebben op het leefgebied van de steenuil.
Hiermee zal kernkwaliteit 6 versterkt worden. Deze realisaties dragen tevens bij aan één van de ontwikkelingsdoelen voor natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone in deelgebied Tielerwaard. In de notitie is het inrichtingsvoorstel voor de realisatie van de maatregelen voor de steenuil opgenomen. Conclusie De realisatie van het zorgcomplex niet leidt tot aantasting van de kernkwaliteiten van de Groene Ontwikkelingszone in deelgebied Tielerwaard. De realisatie van de maatregelen heeft een positieve invloed. Stikstofdepositie Middels de Aerius Calculator is in april 2020 de stikstofdepositie op natuurgebieden als gevolg van het plan (gebruiks- en bouwfase) berekend. In bijlage 3 is een nadere onderbouwing van de gekozen invoergegevens bijgevoegd. Uit het onderzoek volgt dat de stikstofdepositie in de gebruiksfase 0,02 mol/hectare/jaar bedraagt en in de bouwfase 0,12 mol/hectare/jaar bedraagt.
52
Het plan zorgt daarmee voor een toename van de stikstofdepositie binnen kwetsbare habitattypen binnen het Natura 2000-gebied 'Lingebied en Diefdijk-Zuid'. Ten aanzien van stikstof het daarom nodig is om te beoordelen of er sprake is van significant negatieve effecten. Indien dit op voorhand uit te sluiten valt, kan voldaan worden met een Voortoets. Gezien de verhoging van de stikstofdepositie en de afstand ten aanzien van het Natura 2000-gebied moet uit de Voortoets blijken of er sprake is van aantasting van natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied. Door Blom Ecologie is deze Voortoets uitgevoerd. De rapportage 'Voortoets Stikstof Spijkse Kweldijk 39B en 41 te Spijk, BE/2020/363, 21 juli 2020) is opgenomen als bijlage 4. Blom Ecologie concludeert het volgende: Er zijn geen significante negatieve effecten te verwachten betreffende de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied 'Lingegebied en Diefdijk-Zuid' ten gevolge van de beoogde ontwikkelingen. De beoogde ontwikkeling resulteert in een verhoogde stikstofdepositie binnen drie verschillende habitattypen. Voor ieder habitattype is echter geen sprake van schade aan de instandhoudingsdoelstellingen. Soortenbescherming De functiewijziging van woning naar woonzorgcomplex betreft een beperkte aanpassing van de nog te realiseren bebouwing.
De nieuwe functie werkt niet meer verstorend op mogelijk aanwezig flora en fauna dan de reeds toegestane functie wonen. Croonen Adviseurs uit Rosmalen heeft ten tijde van het opstellen van het bestemmingsplan ''Spijkse Kweldijk 39b en 41, Spijk'' een quickscan flora en fauna uitgevoerd om de effecten van het plan op beschermde soorten te bepalen: rapport "Quickscan flora en fauna Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk" (17 mei 2010, NAT04-DNV00001-01a). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 5. Croonen Adviseurs concludeert dat:
Op ongeveer 200 m ten noorden van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied ‘Lingegebied & Diefdijk-Zuid’, wat tevens aangewezen is als Beschermd Natuurmonument. Aangezien de ruimtelijke ingrepen op kleine schaal plaatsvinden en vanwege de ligging van het plangebied achter de dijk, zal er van enige negatieve externe werking op het natuurgebied geen sprake zijn.
BESTEMMINGSPLAN SPIJK, ZORGCOMPLEX SPIJKSE KWELDIJK 39B EN 41 | VASTGESTELD
53
inzake beschermde vogels geen nesten zijn aangetroffen. Mocht er toch groen verdwijnen dan kan met broedvogels in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele kap- en snoeiwerkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (halverwege maart tot en met halverwege augustus) indien concreet broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Floraen faunawet aan de orde.
Uit literatuurstudie is naar voren gekomen dat de rugstreeppad in de omgeving is waargenomen. Ter voorkoming van het in gebruik nemen van het plangebied door de rugstreeppad tijdens de bouw wordt aanbevolen om: 1. tijdig zandige omstandigheden weg te nemen of de bouw af te ronden voor eind augustus (vanaf eind augustus gaan rugstreeppadden op zoek naar vergraafbare grond om de winter door te brengen); 2. als de bouw langere tijd wordt stilgelegd in braakliggende toestand, of tijdens de bouw zelf, paddenschermen te plaatsen; 3. natte plekken af te dekken of te dempen.
De ingreep heeft geen effect op de gunstige staat van instandhouding van de algemeen voorkomende fora en fauna. Om de laatste inzichten ten aanzien van Flora en fauna te verwerken heeft Blom Ecologie in juni 2021 een nieuwe Quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd 'Quickscan Wet natuurbescherming Spijkse kweldijk 39b en 41 te Spijk'( 25 juni 2021 BE/2021?607/r). De rapportage is opgenomen als bijlage 6. Blom Ecologie concludeert daarin het volgende: De bouw van een verzorgingshuis aan de Spijkse kweldijk 39b en 41 te Spijk is uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot aantasting van beschermde natuurwaarden (soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden). Derhalve is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. Bescherming van houtopstanden Het plan omvat niet het kappen van bomen buiten de bebouwde kom of in een houtopstand van meer dan 10 are, of het kappen van een bomenrij van meer dan 20 bomen. Er is derhalve geen herplantplicht conform artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming.
5.2.3.3 Conclusie Het aspect natuurwaarden vormt geen planologische belemmering voor het plan.
54
5.3
Waterparagraaf
5.3.1
Inleiding
Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap Rivierenland. De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een plan. Deze waterparagraaf is een onderdeel van de watertoets.
5.3.2
Analyse
In het vigerende bestemmingsplan is reeds een bouwvlak en aanduiding erf opgenomen waarbinnen het hoofdgebouw en bijgebouwen mogen worden gerealiseerd. In het kader van dat bestemmingsplan is getoetst of compenserende maatregelen noodzakelijk waren. Dit was niet het geval. De vergunde bebouwing is binnen het vigerende bouwvlak en de aanduiding 'erf' gesitueerd en zorgt dus niet voor extra verharding ten opzichte van het bestemmingsplan. Bij de functiewijziging wordt mogelijk een aantal extra parkeerplaatsen aangelegd. Deze zullen met halfverharding worden aangelegd zodat er geen verstoring van waterhuishouding plaatsvindt.
5.3.3
Conclusie
Het aspect water vormt geen planologische belemmering voor het plan.
BESTEMMINGSPLAN SPIJK, ZORGCOMPLEX SPIJKSE KWELDIJK 39B EN 41 | VASTGESTELD
55
56
HOOFDSTUK 6 HAALBAARHEID In dit hoofdstuk wordt de haalbaarheid van dit wijzigingsplan aangetoond. Een wijzigingsplan moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn. Er wordt daarom een korte financiële toelichting gegeven en daarnaast worden de doorlopen procedures weergegeven.
6.1
Kostenverhaal
Artikel 6.12 lid 1 Wro verplicht de gemeente een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop bepaalde bouwactiviteiten zijn voorgenomen, tenzij het kostenverhaal 'anderszins verzekerd' is (artikel 6.12 lid 2a Wro). In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn de bouwactiviteiten genoemd waarvoor het vaststellen van een exploitatieplan verplicht is. De in voorliggend opgenomen ontwikkelingen behoren tot deze in het Bro genoemde bouwactiviteiten. Op basis van artikel 6.12 lid 2a Wro is het vaststellen van een exploitatieplan echter niet verplicht, omdat de gemeente en grondeigenaar een (anterieure) overeenkomst hebben gesloten, waarin afspraken zijn gemaakt over het kostenverhaal. Het kostenverhaal is derhalve 'anderszins verzekerd'. Het opstellen van een exploitatieplan is niet vereist.
6.2
Gemeentelijke grondexploitatie
De gemeente heeft geen gronden in het plangebied in eigendom. Alle kosten en risico's van de planontwikkeling, -voorbereiding en -uitvoering zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeentelijke grondexploitatie wordt dus niet belast door voorliggend ruimtelijk plan. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is hiermee aangetoond.
BESTEMMINGSPLAN SPIJK, ZORGCOMPLEX SPIJKSE KWELDIJK 39B EN 41 | VASTGESTELD
57
58
HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN 7.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt toegelicht op welke wijze het plan juridisch is vertaald. Deze juridische vertaling is bindend. Het bestemmingsplan bestaat uit:
de toelichting;
de planregels;
de verbeelding.
De toelichting heeft geen juridisch bindende werking. De toelichting heeft wel een belangrijke functie voor de onderbouwing van het plan en ook bij de verklaring van de bestemmingen en planregels, en in het bijzonder ten aanzien van de regels inzake afwijkingen. De planregels vormen de juridische regels voor gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding geeft de geografische ligging van de bestemmingen en aanduidingen weer. De verbeelding vormt samen met de planregels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan voldoet aan de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012.
7.2
Planregels
De indeling van de planregels is als volgt. Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 3
Algemene regels
Hoofdstuk 4
Overgangsregels
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Begrippen (artikel 1) In dit artikel zijn de begrippen die in de planregels worden gehanteerd gedefinieerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis.
BESTEMMINGSPLAN SPIJK, ZORGCOMPLEX SPIJKSE KWELDIJK 39B EN 41 | VASTGESTELD
59
Wijze van meten (artikel 2) In dit artikel is aangegeven hoe de hoogte en andere maten, die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
Groen (artikel 3) De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, bermen en beplanting, paden, water en voorzieningen voor de waterhuishouding. Maatschappelijk (artikel 4) De voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden zijn bestemd voor een woonzorgcomplex met maximaal 12 zelfstandige of onzelfstandige woonruimten, gemeenschappelijk ruimten en ondersteunende voorzieningen ten behoeve van begeleid wonen en zorgfuncties toegestaan. Ook is de uitoefening van een beroep en/of bedrijf aan huis zoals opgenomen in milieucategorie 1 van de Lijst van bedrijven toegestaan. Ook zijn groen- en parkeervoorzieningen, tuinen en erven en water en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Door middel van een aanduiding is aangegeven waar bijgebouwen zijn toegestaan. In de voorgevel mag een erker worden gebouwd. Er zijn bebouwingsregels voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, opgenomen. Water (artikel 5) De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor waterberging, waterhuishouding, waterlopen en waterpartijen, groenvoorzieningen, infiltratievoorzieningen, kruisingen en overbruggingen ten behoeve van verkeersdoeleinden. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
De bebouwingsregels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn in de planregels bij deze bestemming opgenomen. Wonen - 1 (artikel 6) De voor ‘Wonen – 1’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een beroep en/of bedrijf aan huis zoals opgenomen in milieucategorie 1 van de Lijst van bedrijven.
60
Ook zijn groen- en parkeervoorzieningen, tuinen en erven en water en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Door middel van een aanduiding is aangegeven waar bijgebouwen zijn toegestaan. In de voorgevel mag een erker worden gebouwd. Er zijn bebouwingsregels voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, opgenomen. Hoofdstuk 3
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel (artikel 7) In dit artikel is bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor bouwen hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Algemene bouwregels (artikel 8) Dit artikel bevat regels ten aanzien van afwijkende bestaande bebouwing en ondergeschikte bouwdelen. Dit artikel bevat tevens de verplichting tot het voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij een verwijzing is opgenomen naar het relevante beleidsdocument. Algemene afwijkingsregels (artikel 9) In dit artikel is een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Deze afwijkingen betreffen onder meer het overschrijden van de maximaal toegestane maten, afmetingen en percentages. Algemene wijzigingsregels (artikel 10) In dit artikel zijn de wijzigingsregels beschreven die de burgemeester en wethouders kunnen doorvoeren. Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht (artikel 12) Voor volgens de regels afwijkende bestaande bebouwing is voor de omvang, het onderhoud en de herbouw een overgangsregel opgenomen. Dit artikel bevat tevens een overgangsregel ten aanzien van het voortzetten van bestaand gebruik dat in strijd met het bestemmingsplan is. Slotregel (artikel 13) Hier wordt vermeld onder welke naam de regels van dit bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
BESTEMMINGSPLAN SPIJK, ZORGCOMPLEX SPIJKSE KWELDIJK 39B EN 41 | VASTGESTELD
61
62
HOOFDSTUK 8 PROCEDURE Het bestemmingsplan doorloopt de gebruikelijke procedure. De voorziene procedurestappen zijn: 1. Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 2. Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan 3. Vaststelling door gemeenteraad 4. Terinzagelegging vastgesteld bestemmingsplan
8.1
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro is het ontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de betrokken instanties. Het vooroverleg heeft niet geleidt tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.
8.2
Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan
Vanaf donderdag 4 maart 2021 tot en met 21 april 2021 heeft het ontwerpbestemmingsplan "Spijkse Kweldijk 39b - 41, Spijk, openbaar ter inzage gelegen in het kader van de ontwerpfase als bedoeld in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De ter inzage legging is gepubliceerd in het Gemeenteblad van West Betuwe en in de Staatscourant op woensdag 3 maart 2021. Het ontwerpplan was digitaal te raadplegen via de sites www.ruimtelijkeplannen.nl en www.westbetuwe.nl. Daarnaast was het bestemmingsplan analoog op verzoek in te zien bij het gemeentelijke klantencontactcentrum. Tijdens de terinzagelegging is een ieder in de gelegenheid gesteld om zijn of haar zienswijze omtrent het ontwerpbestemmingsplan aan de gemeenteraad kenbaar te maken. Hiervan heeft een aantal personen door middel van vier schriftelijke zienswijzen, gebruik gemaakt. Deze zienswijzen en de ontvankelijkheidsbeoordeling zijn opgenomen in de Nota van zienswijzen in bijlage 7.
8.3
Vaststelling
Het ontwerpbestemmingsplan is op 22 februari 2022 gewijzigd vastgesteld.
BESTEMMINGSPLAN SPIJK, ZORGCOMPLEX SPIJKSE KWELDIJK 39B EN 41 | VASTGESTELD
63
64
BIJLAGEN BIJ TOELICHTING Bijlage 1
Inrichtingsschets
Bijlage 2
Nee, tenzij-toets Groene Ontwikkelingszone
Bijlage 3
Stikstofdepositie onderzoek
Bijlage 4
Voortoets Stikstof
Bijlage 5
Quickscan flora en fauna
Bijlage 6
Geactualiseerde Quickscan Flora en fauna
Bijlage 7
Nota van zienswijzen
BESTEMMINGSPLAN SPIJK, ZORGCOMPLEX SPIJKSE KWELDIJK 39B EN 41 | VASTGESTELD
65
66
REGELS
BESTEMMINGSPLAN SPIJK, ZORGCOMPLEX SPIJKSE KWELDIJK 39B EN 41 | VASTGESTELD
67
68
HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan
het bestemmingsplan Spijk, Zorgcomplex Spijkse Kweldijk 39b en 41 met identificatienummer NL.IMRO.0733.SPISpKweldk39ben41-VSG1 van de gemeente West Betuwe 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen 1.3
aan- en uitbouw
een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw 1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft 1.6
bebouwing
een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde 1.7
bedrijf aan huis
het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk en waarvan de omvang van de activiteiten zodanig is dat de activiteiten in een woning en de daarbij behorende gebouwen met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend 1.8
beroep aan huis
een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is
BESTEMMINGSPLAN SPIJK, ZORGCOMPLEX SPIJKSE KWELDIJK 39B EN 41 | VASTGESTELD
69
1.9
bestaand bij bouwwerken: op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan aanwezig of in uitvoering, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning;
bij gebruik: bestaand op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan
1.10
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak 1.11
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming 1.12
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak 1.13
bijgebouw
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw 1.14
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats 1.15
bouwgrens
de grens van een bouwvlak 1.16
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor woonfuncties geschikt is of geschikt te maken is 1.17
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten 1.18
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel
70
1.19
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten 1.20
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct hetzij indirect steun vindt in of op de grond 1.21
escortbedrijf
de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in een seksinrichting wordt uitgeoefend; 1.22
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt 1.23
gevellijn
de als zodanig aangegeven lijn en het verlengde daarvan, welke niet door gebouwen mag worden overschreden 1.24
hoofdgebouw
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn ligging, constructie en/of afmeting als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken 1.25
horeca
een bedrijf waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt, zoals (eet)cafés, restaurants, brasseriën, cafetaria's etc., met uitzondering van een discotheek / bar-dancing, een en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie 1.26
huishouden
een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen voeren
BESTEMMINGSPLAN SPIJK, ZORGCOMPLEX SPIJKSE KWELDIJK 39B EN 41 | VASTGESTELD
71
1.27
maatschappelijke voorzieningen
voorzieningen op het gebied van openbaar bestuur en overheidsdiensten; levensbeschouwelijke organisaties, onderwijs, gezondheidszorg, veterinaire diensten, sociaal-medische, sociaal-culturele en culturele voorzieningen, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen 1.28
mantelzorg
het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op fysiek, psychisch en/of sociaal vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband 1.29
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie 1.30
seksinrichting
de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar 1.31
service/aanleunwoning
een woning bestemd voor personen met een zorg-servicebehoefte, die diensten op het gebied van zorg/verzorging/beveiliging/service van elders binnen de bestemming betrekken 1.32
Staat van Bedrijfsactiviteiten
de lijst van de bedrijven, bevattende basisinformatie voor milieuzonering, zoals deze is opgenomen als bijlage, behorende bij deze regels 1.33
voorgevel
de gevel van een gebouw, die is gekeerd naar de weg of het openbaar gebied waarop het bouwperceel overwegend georiënteerd is (bij een hoekperceel is er slechts sprake van één voorgevel)
72
1.34
voorgevellijn
de denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelgrenzen 1.35
water
al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen 1.36
waterhuishoudkundige voorzieningen
voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede waterkering, wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, waterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan infiltratievoorzieningen (zoals infiltratiekratten, wadi's, infiltratiegreppels, doorlatende bestrating en infiltratie-en transportriolen), dijken, dammen, grondwallen, duikers, stuwen en gemalen 1.37
woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding 1.38
zijdelingse-/achterperceelgrens
een niet naar een weg of openbaar gebied gekeerde grens van een bouwperceel 1.39
zorgwoning
een woning uitsluitend bedoeld voor personen die vanwege hun leeftijd, gezondheid en/of beperking(en) aangewezen zijn op enige zorg en ondersteuning, ongeacht of deze door een professional, vrijwilliger of mantelzorger wordt verstrekt
BESTEMMINGSPLAN SPIJK, ZORGCOMPLEX SPIJKSE KWELDIJK 39B EN 41 | VASTGESTELD
73
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de afstand
de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is 2.2
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak 2.3
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel 2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen 2.5
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen 2.6
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk 2.7
de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk
tussen (de lijnen getrokken langs) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren) 2.8
de ondergrondse (verticale) bouwdiepte van een bouwwerk
vanaf het peil tot de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk 2.9
het peil
a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld
74
BESTEMMINGSPLAN SPIJK, ZORGCOMPLEX SPIJKSE KWELDIJK 39B EN 41 | VASTGESTELD
75
76
HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3
3.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
groenvoorzieningen, bermen en beplanting;
paden;
water en voorzieningen voor de waterhuishouding.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Gebouwen mogen niet worden gebouwd.
3.2.2
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal 3m.
BESTEMMINGSPLAN SPIJK, ZORGCOMPLEX SPIJKSE KWELDIJK 39B EN 41 | VASTGESTELD
77
Artikel 4
4.1
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. zorgwonen, uitsluitend in de vorm van begeleid wonen, met maximaal 12 zowel zelfstandige als onzelfstandige woonruimten; b. gemeenschappelijk ruimten; c.
ondersteunende voorzieningen ten behoeve van begeleid wonen en zorgfuncties;
d. beroep of bedrijf aan huis zoals opgenomen in milieucategorie 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten (bijlage 2), met dien verstande dat maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de begane grond van het hoofdgebouw en bijgebouwen mag worden gebruikt ten behoeve van het beroep aan huis en/of bedrijf aan huis, met een maximum van 50 m². met de daarbijbehorende: e. tuinen, erven en terreinen; f.
parkeervoorzieningen overeenkomstig 11.1 Parkeren;
g. aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen zoals verkeers -en nutsvoorzieningen, groen en groenvoorzieningen, en water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, behoudens het bepaalde in 4.2.3 onder a; b. per bouwperceel is maximaal 1 woonzorgcomplex toegestaan; c.
de voorgevel van een hoofdgebouw dient te worden gebouwd in dan wel maximaal 3 m uit de voorgevelbouwgrens;
d. de goothoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)'; e. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)'; f.
78
de dakhelling bedraagt minimaal 30° en maximaal 60°;
g. de inhoud van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximaal volume (m³)'; h. er dient een centraal-afschakelbaar mechanisch ventilatiesysteem te worden geïnstalleerd.
4.2.2
Bijgebouwen
Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende regels: a. de bijgebouwen mogen uitsluitend in het bouwvlak en binnen de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘erf’ worden gebouwd; b. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen bij een hoofdgebouw bedraagt maximaal 100 m² per bouwperceel; c.
de goothoogte bedraagt maximaal 3 m;
d. de bouwhoogte bedraagt maximaal 5 m.
4.2.3
Gebouwen buiten bouwvlak en erf
In afwijking van het bepaalde in 4.2.1 onder a gelden voor het bouwen van gebouwen buiten het bouwvlak en buiten de gronden ter plaatse van de aanduiding 'erf' de volgende regels: a. op deze gronden zijn uitsluitend erkers toegestaan; b. de breedte van een erker bedraagt aan de voorzijde maximaal 60% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw en aan de zijgevel maximaal 40% van de breedte van de zijgevel van het hoofdgebouw; c.
de maximale hoogte van een erker bedraagt het vloerpeil van de eerste verdieping van het hoofdgebouw;
d. de maximale diepte van de erker bedraagt 25% van de diepte van de gronden gelegen voor de voorgevelbouwgrens tot de voorste perceelsgrens met een maximum van 1,5 m; e. op een erker is een transparante afscheiding toegestaan, dat wil zeggen dat de afscheiding voor minimaal 80% open dient te zijn, met een hoogte van 1 m gemeten vanaf bovenkant erker.
4.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen voor de voorgevellijn maximaal 1 m mag bedragen;
BESTEMMINGSPLAN SPIJK, ZORGCOMPLEX SPIJKSE KWELDIJK 39B EN 41 | VASTGESTELD
79
b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2,5 m bedragen.
4.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het wonen in vrijstaande bijgebouwen; b. kamerbewoning; c.
seksinrichtingen.
d. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van de gronden en bouwwerken zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen binnen 2 jaar na eerste ingebruikname conform de in bijlage 1 weergegeven inrichting.
80
Artikel 5
5.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterberging; b. waterhuishouding; c.
waterlopen en waterpartijen;
d. groenvoorzieningen; e. infiltratievoorzieningen; f.
5.2
kruisingen en overbruggingen ten behoeve van verkeersdoeleinden.
Bouwregels
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 5 m bedragen.
5.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
BESTEMMINGSPLAN SPIJK, ZORGCOMPLEX SPIJKSE KWELDIJK 39B EN 41 | VASTGESTELD
81
Artikel 6
6.1
Wonen - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor ’Wonen – 1’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in vrijstaande woningen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een beroep aan huis of bedrijf aan huis zoals opgenomen in de milieucategorie 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten (bijlage 2), met dien verstande dat maximaal 40% van de vloer-oppervlakte van de begane grond van het hoofdgebouw en bijgebouwen mag worden gebruikt ten behoeve van het beroep aan huis en/of bedrijf aan huis, met een maximum van 50 m2; met de daarbij behorende: b. tuinen en erven; c.
parkeervoorzieningen overeenkomstig 11.1 Parkeren;
d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.”
6.2
Bouwregels
6.2.1
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, behoudens het bepaalde in 6.2.3 onder a, met dien verstande, dat per bouwperceel maximaal 1 woning of woonzorgcomplex is toegestaan; b. de voorgevel van een hoofdgebouw dient te worden gebouwd in dan wel maximaal 3 m uit de voorgevelbouwgrens; c.
de goothoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)';
d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)'; e. de dakhelling bedraagt minimaal 30° en maximaal 60°;
6.2.2
Bijgebouwen
Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende regels: a. de bijgebouwen mogen uitsluitend in het bouwvlak en binnen de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘erf’ worden gebouwd;
82
b. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen bij een hoofdgebouw bedraagt maximaal 100 m² per bouwperceel; c.
de goothoogte bedraagt maximaal 3 m;
d. de bouwhoogte bedraagt maximaal 5 m.
6.2.3
Gebouwen buiten bouwvlak en erf
In afwijking van het bepaalde in 6.2.1 onder a gelden voor het bouwen van gebouwen buiten het bouwvlak en buiten de gronden ter plaatse van de aanduiding 'erf' de volgende regels: a. op deze gronden zijn uitsluitend erkers toegestaan; b. de breedte van een erker bedraagt aan de voorzijde maximaal 60% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw en aan de zijgevel maximaal 40% van de breedte van de zijgevel van het hoofdgebouw; c.
de maximale hoogte van een erker bedraagt het vloerpeil van de eerste verdieping van het hoofdgebouw;
d. de maximale diepte van de erker bedraagt 25% van de diepte van de gronden gelegen voor de voorgevelbouwgrens tot de voorste perceelsgrens met een maximum van 1,5 m; e. op een erker is een transparante afscheiding toegestaan, dat wil zeggen dat de afscheiding voor minimaal 80% open dient te zijn, met een hoogte van 1 m gemeten vanaf bovenkant erker.
6.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen voor de voorgevellijn maximaal 1 m mag bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2,5 m bedragen.
6.3
Specifieke gebruiksregels
a. Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: 1. het wonen in vrijstaande bijgebouwen; 2. kamerbewoning; 3. seksinrichtingen.
BESTEMMINGSPLAN SPIJK, ZORGCOMPLEX SPIJKSE KWELDIJK 39B EN 41 | VASTGESTELD
83
84
HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS Artikel 7
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 8
8.1
Algemene bouwregels
Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen
a. Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan daar waar bovengronds gebouwen zijn gebouwd, met uitzondering van (niet-overdekte) zwembaden en hellingbanen. b. Zwembaden zijn uitsluitend toegestaan achter de achtergevel of het verlengde daarvan en op een afstand van minimaal 3 m van de perceelsgrens. c.
De ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 m onder peil.
Artikel 9
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot maximaal 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft; c.
de bestemmingsregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft;
d. de bestemmingsregels en toestaan dat nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits de inhoud per gebouwtje maximaal 50 m³ bedraagt; e. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 m;
BESTEMMINGSPLAN SPIJK, ZORGCOMPLEX SPIJKSE KWELDIJK 39B EN 41 | VASTGESTELD
85
f.
de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot maximaal 40 m. Wat betreft zend- en ontvang- en/of sirenemasten gelden nog de volgende voorwaarden: 1. losse masten met hekwerken, gebouwtjes e.d. zijn alleen toegestaan:
buiten de bebouwde kom en in landschappelijk minder gevoelige gebieden, langs grote verkeerswegen en dan bij voorkeur bij parkeerplaatsen, benzinestations, knooppunten, viaducten, bedrijventerreinen en horecagelegenheden;
binnen de bebouwde kom op bedrijventerreinen en sportparken.
2. installaties op of aan een gebouw zijn alleen toegestaan:
op hoge gebouwen; bij voorkeur op een plat dak en zo ver mogelijk van een dakrand, met dien verstande dat bijzondere en waardevolle gebouwen geheel dienen te worden ontzien;
tegen gevels aan; wanneer de invloed van die installaties geen afbreuk doen aan de aanwezige kwaliteiten.
g. het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers en lichtkappen, mits: 1. de maximale oppervlakte van de vergroting maximaal 10% van het betreffende bouwvlak zal bedragen; 2. de hoogte maximaal 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw zal bedragen.
Artikel 10
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot.
86
Artikel 11
11.1
Overige regels
Parkeren
11.1.1 Algemeen a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor de verandering van de functie van een bouwperceel wordt slechts verleend, indien is aangetoond dat wordt of zal worden voldaan aan de maximum parkeernormen, zoals opgenomen in de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen', zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag omgevingsvergunning en dat indien deze publicatie gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging, en met dien verstande dat: 1. het totale aantal benodigde parkeerplaatsen wordt afgerond op het dichtstbijzijnde hele getal; 2. voldaan wordt aan de in de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen' gehanteerde indeling in centrum, schil centrum, rest bebouwde kom en buitengebied, zoals weergegeven in bijlage 3 bij deze regels. b. Parkeerplaatsen dienen aangelegd te worden op het eigen terrein, waarbij de afmetingen per parkeerplaats ten minste voldoen aan de volgende maatvoeringen: 1. Haaksparkeren;
Lengte 5,0 m, breedte 2,5 m met dien verstande dat er voldoende manoeuvreerruimte beschikbaar dient te zijn voor het kunnen functioneren van de parkeerplaatsen, dat wil zeggen minimaal 5 m achter een insteekvak voor haaksparkeren.
2. Langsparkeren: c.
Vaklengte 6,0 m, breedte 1,8 m.
Het onder a bepaalde is niet van toepassing ingeval een bouwwerk ten gevolge van een calamiteit geheel verloren is gegaan en dit bouwwerk, indien en voor zover sprake is van dezelfde functie en omvang, wordt herbouwd en op gelijke wijze in de parkeerbehoefte wordt voorzien als voor de calamiteit feitelijk het geval was, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan.
BESTEMMINGSPLAN SPIJK, ZORGCOMPLEX SPIJKSE KWELDIJK 39B EN 41 | VASTGESTELD
87
11.1.2 Vrachtauto's a. Parkeerplaatsen voor vrachtauto's dienen aangelegd te worden op eigen terrein. b. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor de verandering van de functie van een bouwperceel met een behoefte voor vrachtautoparkeren moet worden voldaan aan de CROW-publicatie 327 'Handreiking vrachtautoparkeren' zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag omgevingsvergunning en dat indien deze publicatie gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging.
11.1.3 Laden en lossen Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor de verandering van de functie van een bouwperceel met een behoefte voor het laden en lossen van goederen moet zijn verzekerd dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen met bijbehorende voorzieningen en manoeuvreerruimte.
11.1.4 Afwijken a. Parkeernorm Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 11.1.1, mits: 1. ten minste wordt voldaan aan de minimum parkeernormen, zoals opgenomen in de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen', zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag omgevingsvergunning en dat indien deze publicatie gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging, en met dien verstande dat het totale aantal benodigde parkeerplaatsen wordt afgerond op het dichtstbijzijnde hele getal; 2. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; 3. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad. b. Ruimte voor laden of lossen Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 11.1.3, indien en voor zover op andere wijze in de benodigde ruimte voor het laden of lossen van goederen wordt voorzien.
88
c.
Eigen terrein Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 11.1.1 sub b en artikel 11.1.2 sub a, mits: 1. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; 2. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad.
BESTEMMINGSPLAN SPIJK, ZORGCOMPLEX SPIJKSE KWELDIJK 39B EN 41 | VASTGESTELD
89
90
HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 12
12.1
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
12.2
Overgangsrecht gebruik
1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
BESTEMMINGSPLAN SPIJK, ZORGCOMPLEX SPIJKSE KWELDIJK 39B EN 41 | VASTGESTELD
91
12.3
Hardheidsclausule
Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard jegens een of meer natuurlijke personen kan het bevoegd gezag ten behoeve van die persoon of personen een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van dat overgangsrecht.
Artikel 13
Slotregel
Deze regels kunnen worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Spijk, Zorgcomplex Spijkse Kweldijk 39b en 41'
92
BIJLAGEN BIJ REGELS
Bijlage 1
Inrichtingsschets
Bijlage 2
Staat van bedrijfsactiviteiten
Bijlage 3
Paraplubestemmingsplan Parkeren 2019 Gebiedsindeling
BESTEMMINGSPLAN SPIJK, ZORGCOMPLEX SPIJKSE KWELDIJK 39B EN 41 | VASTGESTELD
93
94