t_NL.IMRO.1960.VURZijl2-VSG1__103431__.pdf
Tekst van het document
Toelichting bestemmingsplan ‘Vuren, Zijl 2'
Toelichting bestemmingsplan ‘Vuren, Zijl 2’
Identificatiecode: NL.IMRO.1960.VURZijl2-VSG1 Datum: 26-01-2021 Status: Vastgesteld
1
Inhoudsopgave 1 Inleiding .................................................................................................................2 1.1 Aanleiding ........................................................................................................2 1.2 Doel .................................................................................................................2 1.3 Ligging en begrenzing plangebied ..................................................................3 1.4 Vigerend bestemmingsplan .............................................................................3 1.5 Leeswijzer ........................................................................................................4 2 Bestaande situatie ................................................................................................5 2.1 Algemeen ........................................................................................................5 2.2 Ruimtelijke structuur ........................................................................................5 2.2.1 Ontstaansgeschiedenis, bebouwingsstructuren en –typologieën ............5 2.2.2 Wegenstructuur (ontsluiting) ....................................................................5 2.3 Functionele structuur .......................................................................................6 2.3.1 Huidig gebruik
...........................................................................................6 3 Planbeschrijving ...................................................................................................7 3.1 Plan..................................................................................................................7 3.2 Landschappelijke inpassing ............................................................................9 3.3 Verkeer en parkeren ..................................................................................... 12 3.4 Duurzaamheid .............................................................................................. 12 4 Beleidskader ...................................................................................................... 13 4.1 Europees en rijksbeleid ................................................................................ 13 4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 2040 (SVIR) ............................ 13 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ........................... 13 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) .......................................................... 14 4.2 Provinciaal beleid .........................................................................................
15 4.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland .......................................................... 15 4.2.2 Omgevingsverordening Gelderland (geconsolideerd 19 dec. 2018) ..... 17 4.3 Regionaal Beleid .......................................................................................... 19 4.3.1 Ambitiedocument 2016-2020 Regio Rivierenland ................................. 19 4.4 Gemeentelijk beleid ...................................................................................... 20 4.4.1 StructuurvisiePlus 2030 ‘Het Manifest van Lingewaal’ .......................... 20 4.4.2 Nota Ruimtelijke kwaliteit Lingewaal ..................................................... 22 4.4.3 Reparatieplan Bestemmingsplan Buitengebied 2014 ........................... 22 4.4.4 Buitengebied Parapluplan Nieuwe Hollandse Waterlinie ...................... 24 4.5 Conclusie ...................................................................................................... 25 5 Milieuaspecten ................................................................................................... 26 5.1 Geluid ........................................................................................................... 26 5.2 Luchtkwaliteit ................................................................................................
27 5.3 Bedrijven- en milieuzonering ........................................................................ 29 5.4 Bodem .......................................................................................................... 31
5.5 Natuur ........................................................................................................... 32 5.5.1 Soortenbescherming.............................................................................. 32 5.5.2 Gebiedsbescherming ............................................................................. 32 5.5.3 Stikstofdepositie ..................................................................................... 34 5.6 Archeologie en cultuurhistorie ...................................................................... 35 5.7 Waterparagraaf ............................................................................................. 38 5.8 Externe veiligheid ......................................................................................... 43 5.9 Technische infrastructuur (kabels en leidingen) ........................................... 46 5.10 Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r) ..................................................... 47 6 Juridische planopzet ......................................................................................... 49 6.1 Inleiding ........................................................................................................ 49 6.2 Systematiek van de regels ...........................................................................
49 6.3 Bestemmingen .............................................................................................. 49 6.4 Aanduidingen ................................................................................................ 50 7 Economische uitvoerbaarheid ......................................................................... 51 7.1 Exploitatie ..................................................................................................... 51 8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................... 51 8.1 Vooroverleg ex. art. 3.1.1 ............................................................................. 51 8.2 Inspraak ........................................................................................................ 51 8.3 Zienswijzen ................................................................................................... 52 Bijlage 1
2 3
4 5 6
7 8 9 10 11
Omschrijving Landschappelijk inpassingsplan (incl. analyse) Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verkennend bodemonderzoek Archeologisch onderzoek Digitale watertoets Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie Ecologische Quickscan Stikstofdepositieonderzoek Nota Inspraak en Overleg Besluit vormvrije m.e.r.-beoordeling Zienswijzennota
Auteur Oostzee Ontwerp & Omgeving
Referentie -
Datum 16-11-2018
Voortman Ingenieurs Bakker Milieuadviezen Waalwijk ADC Archeoprojecten Waterschap Rivierenland Pact van Loevestein
R-JVO/1053
21-06-2016
BM/2296-2016
Juni 2016
Rapport 4120
24-03-2017
20191217-922090 -
17-12-2019
Blom Ecologie
BE/2016/234/r
23-03-2020
Van den Heuvel Milieuadvies Gemeente Lingewaal Gemeente West-Betuwe Gemeente WestBetuwe
16026
03-12-2019
-
22-12-2017
6136
06-05-2020
-
11-11-2020
Juli 2015
1
1 Inleiding 1.1 Aanleiding In de huidige situatie zijn op het perceel Zijl 2 te Vuren drie wooneenheden met enkele verouderde opstallen/bijgebouwen gelegen. De bestaande woningen voldoen niet meer aan de huidige woonwensen. Het plan is om het bestaande bebouwingsensemble van de hoofdwoning (Zijl 2) te renoveren en daarmee in de oorspronkelijke staat terug te brengen (incl. binnentuin), twee wooneenheden en de overige bijgebouwen/opstallen te slopen. In ruil daarvoor is het plan om aan de straatzijde van de Zijl twee solitaire grondgebonden woningen te realiseren. Het perceel Zijl 2 te Vuren valt binnen het bestemmingsplan ‘Reparatieplan Bestemmingsplan Buitengebied 2014’ (vastgesteld op 21 mei 2014). Het plan is strijdig met het vigerend bestemmingsplan ‘Reparatieplan Bestemmingsplan Buitengebied 2014’. De twee solitaire woningen zijn voorzien op gronden met de bestemming ‘Agrarisch’. Op deze gronden (zonder bouwvlak) is de realisatie van woningen niet toegestaan. Op 27 oktober 2015 heeft de voormalige gemeente Lingewaal besloten in principe medewerking te verlenen aan de realisatie van twee vrijstaande woningen direct ten zuiden van de bestaande hoofdwoning (in de “oksel” van de Zijl) onder de voorwaarde dat de later aangebouwde opstallen op het perceel Zijl 2 worden gesloopt. Om het plan juridisch-planologisch mogelijk te maken is een bestemmingsplanprocedure gestart.
Op 28 juni 2018 is het bestemmingsplan ‘Vuren, Zijl 2’ behandeld tijdens de vergadering van de gemeenteraad van de voormalige gemeente Lingewaal. Deze gemeenteraad heeft destijds besloten dit bestemmingsplan niet vast te stellen. De reden hiervoor is dat de raad van mening was dat vaststelling van het gevraagde bestemmingsplan niet in overeenstemming was met een goede ruimtelijke ordening. Op verzoek van de voormalige gemeente Lingewaal heeft vervolgens een ander stedenbouwkundig bureau een nieuw schetsplan gemaakt. Per 1 januari 2019 is de gemeente Lingewaal gefuseerd met de gemeenten Geldermalsen en Neerijnen tot de gemeente West Betuwe. De gemeente West Betuwe heeft d.d. 29 oktober 2019 besloten: 1. In te stemmen met het nieuwe schetsplan voor de locatie Zijl 2 te Vuren; 2. Op basis van dit schetsplan een geactualiseerd bestemmingsplan als ontwerp ter inzage te leggen onder voorwaarde dat een stikstofdepositieberekening (op basis van het nieuwe Aerius-model) wordt toegevoegd waaruit blijkt dat stikstofdepositie onder de wettelijke drempelwaarde blijft. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt het geactualiseerde ontwerp-bestemmingsplan opnieuw gedurende zes weken ter inzage gelegd, waarbij eenieder in de gelegenheid wordt gesteld om zienswijzen kenbaar te maken.
1.2 Doel Het plan betreft de renovatie van de bestaande hoofdwoning met garage (Zijl 2) en de sloop van de overige twee wooneenheden (twee woningen Zijl 2a en 2b) met bijbehorende bijgebouwen/opstallen. In ruil hiervoor worden in de ‘oksel’ van de Zijl, ten zuiden van de bestaande hoofdwoning, twee solitaire woningen gerealiseerd.
2
1.3 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied ten oosten van de kern Vuren. Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden. Deelgebied 1 wordt aan de westzijde begrensd door de Zijl met aan de overzijde een wiel. Aan de noord- en oostzijde grenst het gebied aan het omliggende agrarische grasland / open polderlandschap. Aan de zuidzijde wordt het gebied begrensd door perceelsafscheidingen van de woningen aan de Waaldijk. Deelgebied 2 betreft een gebied in de tweede lijn van de lintbebouwing langs de Waaldijk. Het gebied wordt aan de noordzijde begrensd door agrarisch grasland / open polderlandschap. Aan de overige zijden wordt het gebied begrensd door perceelsafscheidingen van omliggende woningen.
Deelgebied 1
Deelgebied 2 Afbeelding 1: Begrenzing plangebied
1.4 Vigerend bestemmingsplan Op het gehele plangebied is het bestemmingsplan “Reparatieplan Bestemmingsplan Buitengebied 2014” van toepassing (vastgesteld op 21 mei 2014). Het ‘Reparatieplan 2014’ betreft een herziening van het bestemmingsplan “Buitengebied 2012’. In het ‘Reparatieplan Bestemmingsplan Buitengebied 2014’ zijn regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van afwijkingen tussen de verschillende bestemmingsplannen, evenals omissies of nieuw beleid. Ter plaatse van het plangebied zijn de enkelbestemmingen, dubbelbestemmingen, functie-, gebieds- en maatvoeringsaanduidingen ongewijzigd gebleven ten opzichte van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2012’. Het plangebied heeft de enkelbestemmingen: • Wonen – 1 (deelgebied 2); • Wonen – 2 (deelgebied 1); • Agrarisch (deelgebied 1). De dubbelbestemmingen: • Waarde – Nieuwe Hollandse Waterlinie (beide deelgebieden); • Waarde – Archeologische verwachting 1 (deelgebied 2); • Waarde – Archeologische verwachting 3 (deelgebied 1); • Waterstaat – Waterkering (deelgebied 2).
3
Met de functie- en gebiedsaanduidingen: • Functieaanduiding specifieke vorm van wonen – nevenactiviteit (deelgebied 1); • Gebiedsaanduiding openheid (beide deelgebieden). En de maatvoeringsaanduidingen: • Maximaal aantal wooneenheden: 3 (deelgebied 1); • Maximum bouwhoogte (m): 7,5 (deelgebied 1); • Maximum goothoogte (m): 7,5 (deelgebied 1); • Figuur relatie (beide deelgebieden); • Bouwvlak (deelgebied 1).
1.5 Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van het plan zijn beschreven: - Hoofdstuk 2: Bestaande situatie; - Hoofdstuk 3: Planbeschrijving; - Hoofdstuk 4: Beleidskader; - Hoofdstuk 5: Milieuaspecten; - Hoofdstuk 6: Juridische planopzet; - Hoofdstuk 7: Economische uitvoerbaarheid; - Hoofdstuk 8: Maatschappelijke uitvoerbaarheid.
4
2 Bestaande situatie 2.1 Algemeen Vuren maakt deel uit van de gemeente West Betuwe. De gemeente West Betuwe is op 1 januari 2019 ontstaan middels de fusie van de voormalige gemeenten Geldermalsen, Neerijnen en Lingewaal. Deze gemeente is gelegen in de provincie Gelderland. De kern Vuren is gelegen aan de noordelijke oever van de rivier de Waal. Vuren betreft een dorp met een compacte kern omringd door het agrarische landschap (dorpscentrum met daaromheen planmatig opgezette woonbuurten). Kenmerkend voor de kern van Vuren is de weinige historische bebouwing en bedrijvigheid.
2.2 Ruimtelijke structuur 2.2.1 Ontstaansgeschiedenis, bebouwingsstructuren en –typologieën De nederzetting Vuren is rond 900 na Chr. ontstaan op de oeverwal langs de rivier de Waal. De rivier de Waal heeft een belangrijke rol gespeeld in de historische ontwikkeling van het dorp Vuren. Door afzettingen van de rivier de Waal zijn zandige oevergronden en verder landinwaarts kleiige komgronden gevormd. De oeverwallen waren vanwege een hogere ligging in het landschap, dat regelmatig onder water stond, geschikt om op te wonen. De bebouwing concentreerde zich lange tijd op de stroomrug van de rivier de Waal en de hoger gelegen Waaldijk. De kern Vuren betreft hiermee een typische dijkdorp. De belangrijkste bestaansbronnen van de inwoners van het dorp Vuren waren de landbouw en de steenbakkerijen. Door de centrale ligging van het gebied in Nederland was de dit gebied oorspronkelijk relatief hoof ontwikkeld. Door de verschuiving van het economische zwaartepunt in westelijke richting is de ontwikkeling van onder andere het dorp Vuren gestagneerd. Door de hoge grondwaterstand en de slechte bodemgrondslag zijn de komgronden verder landinwaarts lange tijd onbewoond gebleven. Met als gevolg dat er een verdichting van de bebouwing op de oeverwallen ontstond. In het dorp Vuren gebeurde dit ter plaatse van de verbreding van de uitwaard.
Rond 1950 is de bebouwingsstructuur van het dorp Vuren drastisch veranderd. De sterke bevolkingsgroei na de Tweede Wereldoorlog, de noodzaak tot dijkverzwaring en de betere beheersing van de grondwaterstanden ter plaatse van de komgronden hebben ertoe geleid dat het dorp Vuren zich op enige afstand van de rivier de Waal heeft ontwikkeld. Het streven naar een betere waterbeheersing ging gepaard met voortdurende dijkversterkingen van de Waaldijk, waardoor de dijkbebouwing een steeds grotere belemmering ging vormen. Door deze ontwikkelingen is de oorspronkelijke dijkbebouwing voor ongeveer de helft verdwenen. Door de binnendijkse dorpsuitbreiding is de centrale as van het dorp verplaatst in de richting van de Mildijk. Achter de bebouwing van de Mildijk en de Dorpsstraat werden vanaf de jaren ’60 nieuwe woonbuurten gerealiseerd. Als gevolg van deze historische ontwikkeling kan de bebouwingstructuur van het dorp Vuren worden verdeeld in twee elementen: de relatief compact gebouwde kern van Vuren en de overgebleven lintbebouwing langs de Waaldijk. Het plangebied is gelegen langs de Zijl. De bebouwing langs de Zijl bestaat hoofdzakelijk uit solitaire woningen. De Zijl kenmerkt zich door een kleinschalig besloten karakter met bestaande woningen met groene besloten tuinen, grote bomen en diverse landschappelijke beplantingen rond het wiel (waterpartij).
Dit vormt een verbijzondering in het verder monotone open rivierenlandschap. 2.2.2 Wegenstructuur (ontsluiting) Het plangebied wordt ontsloten door middel van een inrit op de Zijl. De Zijl betreft een erftoegangsweg met een lage verkeersintensiteit. Via de Zijl en de Graaf Reinaldweg (N830) kan men het dorp verlaten. De Graaf Reinaldweg (N830) vormt de hoofdontsluiting van Vuren (noordzijde van het dorp). Het parkeren wordt thans op eigen terrein opgelost.
5
2.3 Functionele structuur 2.3.1 Huidig gebruik Het perceel Zijl 2 te Vuren betreft een bestaand woonperceel waarop drie woningen zijn gelegen. Het perceel kenmerkt zich door het groene besloten karakter (woningen met groene besloten tuinen, grote bomen en diverse beplantingen). Dit vormt een uitzondering in het verder monotone open rivierenlandschap.
Afbeelding 2: Bestaande situatie Zijl 2 Vuren
Afbeelding 3: Bestaande situatie beoogde nieuwbouwlocatie
6
3 Planbeschrijving 3.1 Plan Het plan is om het bestaande bebouwingsensemble van de hoofdwoning (Zijl 2), met een gezamenlijk oppervlakte van ca. 365 m2, te renoveren en daarmee in de oorspronkelijke staat terug te brengen. De oorspronkelijke binnentuin met omliggende muur wordt in de oorspronkelijke situatie teruggebracht. De twee bestaande woningen (Zijl 2a en 2b) en de overige bijgebouwen/opstallen, met een gezamenlijk oppervlakte van ca. 335 m2, te slopen. In ruil daarvoor is het plan om aan de straatzijde van de Zijl (in de oksel) twee solitaire grondgebonden woningen te realiseren. De nieuwe kavels hebben een oppervlakte van circa 1.500 m2.
Afbeelding 4: Te slopen bebouwing
Het plan is om de vormgeving, maatvoering en architectuur van de solitaire woningen af te stemmen met de wensen van de toekomstige koper(s). Op deze wijze hebben de toekomstige kopers de mogelijkheid een solitaire woning te realiseren welke voldoet aan hun persoonlijke wensen en eisen. Wat betreft de regels van dit bestemmingsplan, o.a. maatvoering van de woningen, is aangesloten bij de regels voor de bestemming ‘Wonen-1’ in het bestemmingsplan ‘Reparatieplan Bestemmingsplan Buitengebied 2014’.
7
Afbeelding 5: Nieuwe situatie (uitvergroot in de bijlage)
8
3.2 Landschappelijke inpassing Om de ruimtelijke kwaliteit te behouden dan wel te versterken is het bij nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied wenselijk zorg te dragen voor een passende inrichting van het plangebied (landschappelijke inpassing). Om te komen tot een passende inrichting is een ruimtelijke analyse van het gebied uitgevoerd. De Zijl kenmerkt zich door een kleinschalig besloten karakter met bestaande woningen met groene besloten tuinen met bomen, heesters, boomgaarden en andere erfbeplanting. Rondom het wiel is er veel opgaand groen aanwezig in de vorm van bomen, bos en houtopstanden. Dit vormt een verbijzondering in het verder monotone open kommenlandschap. Richting het open kommenlandschap neemt de verdichting van groene landschapselementen op het erf af.
Afbeelding 6: Besloten – open landschap
Afbeelding 7: Dichte beplanting rondom het wiel
9
Afbeelding 8: Beplanting langs de Zijl (besloten groene karakter)
De bestaande woningen aan de Zijl zijn gelegen op korte afstand van het wiel, De woningen langs de Zijl zijn georiënteerd op het wiel. Er is een helder stedenbouwkundig onderscheid met de nabij gelegen lintbebouwing langs de Waaldijk. Deze woningen zijn georiënteerd op de dijk en de rivier.
Afbeelding 9: Oriëntatie woningen
10
Landschappelijk inpassingpslan De ruimtelijke analyse heeft geleid tot een landschappelijk inpassingsplan. De twee nieuwe woningen zijn georiënteerd op het wiel op afstand van de lintbebouwing langs de Waaldijk. Hierdoor ontstaat er meer ruimte tussen de bestaande woningen langs de Waaldijk. Het zicht voor de nabijgelegen woning Zijl 3 op het open kommenlandschap blijft daarmee behouden. De nieuwe woningen zijn zo gesitueerd dat zij samen met de bestaande woningen een cluster vormen gericht op het wiel. Hierdoor blijft het waardevolle besloten karakter van de Zijl behouden. De twee nieuwe solitaire woningen worden gepositioneerd in de “oksel” van de Zijl (in de eerste lijn). De erven van de woningen worden groen ingericht middels streekeigen beplanting, zoals (lage) hagen en hoogstambomen. De bestaande beplanting blijft zoveel mogelijk behouden en wordt waar mogelijk versterkt middels streekeigen erfbeplanting (tevens in het kader van de privacy). In het kader van een optimalisatie van het plangebied en vanuit waterhuishoudkundig oogpunt wordt de bestaande sloot omgelegd en aangesloten op de bestaande sloot aan de zuidzijde van het plangebied.
Afbeelding 10: Landschappelijk inpassingsplan (uitvergroot in bijlage)
11
3.3 Verkeer en parkeren Ontsluiting De bestaande woning Zijl 2 heeft in de huidige situatie een enkele ontsluiting op de Zijl. De Zijl betreft een erftoegangsweg met een lage verkeersintensiteit. De drie solitaire woningen hebben in de nieuwe situatie ieder een eigen ontsluiting. De noordelijke nieuwe woning krijgt een ontsluiting haaks op de bestaande ontsluiting van de bestaande woning Zijl 2 (op eigen terrein). Voor de zuidelijke nieuwe woning wordt een nieuwe in- en uitrit gerealiseerd. Voor de nieuwe uitrit dient een vergunning te worden aangevraagd bij de gemeente West Betuwe. Verkeer Het plan betreft de renovatie van een bestaande woning (Zijl 2), het slopen van twee woningen (Zijl 2a en 2b) en de nieuwbouw van twee solitaire woningen. Als gevolg van de ontwikkeling zal het aantal verkeersbewegingen niet toenemen ten opzichte van de bestaande situatie. Het aantal wooneenheden blijft gelijk. Gezien de kleinschaligheid van het plan, en daaraan gerelateerde verkeersintensiteit, zal het plan niet leiden tot negatieve effecten op het gebied van doorstroming en verkeersveiligheid. Parkeren Wat betreft parkeren heeft de gemeente een lijst met parkeernormen. Deze lijst met parkeernormen is gebaseerd op de publicatie 182 (derde druk) van het CROW (2011): ‘Parkeerkencijfers – Basis voor parkeernormering.
Dit beleid is opgesteld door de voormalige gemeente Lingewaal, maar nog altijd van kracht totdat door de nieuwe gemeente West Betuwe nieuw parkeerbeleid is opgesteld. De parkeernormenlijst stelt voor de functie ‘woning duur (duurder dan € 233.000)’ buiten het centrum een parkeernorm van 2,1 parkeerplaatsen per woning. De parkeerbehoefte wordt volledig op eigen terrein opgelost. Rondom de woningen wordt voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd. Het plan voldoet daarmee aan het gemeentelijk parkeerbeleid.
3.4 Duurzaamheid De gemeente West Betuwe heeft de ambitie om meer duurzaam te bouwen binnen de gemeente. Het plan speelt hier bewust op in door twee verouderde, slecht geïsoleerde, woningen te slopen. De solitaire woningen worden gasloos en geïsoleerd conform de huidige eisen van het Bouwbesluit. Er wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor duurzame energiebronnen (zonnepanelen) en maatregelen in het kader van energiebesparing. In het kader van de klimaatverandering (voorkomen hittestress), biodiversiteit, wateropvang is een groene inrichting wenselijk. De woonpercelen worden op een passende wijze groen ingericht middels streekeigen beplanting.
12
4 Beleidskader 4.1 Europees en rijksbeleid 4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 2040 (SVIR) Het Rijk streeft naar een Nederland dat concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig is. Dit wil zij doen met een krachtige aanpak, die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is nodig om deze nieuwe aanpak vorm te geven. Daarnaast geven nieuwe politieke accenten, veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen aanleiding voor herziening van het rijksbeleid. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders.
Afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering laat het Rijk los. Het Rijk geeft aan dat landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten identiteit geven aan een gebied en culturele voorzieningen en cultureel erfgoed bovendien van groeiend belang zijn voor de concurrentiekracht van Nederland. In de nieuwe structuurvisie is aangegeven dat het Rijk verantwoordelijk blijft voor het cultureel en natuurlijk UNESCO Werelderfgoed (inclusief de voorlopige lijst), kenmerkende stads- en dorpsgezichten, rijksmonumenten en het maritieme erfgoed. Het beleid ten aanzien van landschap is echter niet langer een Rijksverantwoordelijkheid en laat het Rijk over aan de provincies. Het plangebied maakt onderdeel uit van de ‘Nieuwe Hollandse Waterlinie’. Ter bescherming van de cultuurhistorische waarden van het gebied wordt de dubbelbestemming ‘Waarde – Nieuwe Hollandse Waterlinie’ overgenomen in dit bestemmingsplan. Het plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte.
De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke Rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro.
13
4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting van een bestemmingsplan waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een beschrijving op te nemen over de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Een voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Inmiddels biedt jurisprudentie een beoordelingskader van welke ontwikkelingen als nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ worden aangemerkt.
In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. ‘Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS: 2017:1724, Uitspraak 201608869/1/R3).’ Toetsing aan ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ In dit plan worden twee verouderde woningen vervangen door twee vrijstaande woningen. Op basis van bovenstaande jurisprudentie is daarmee geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, waardoor de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet van toepassing is.
14
4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 is door de Provinciale Staten van de Provincie Gelderland de “Omgevingsvisie Gaaf Gelderland” vastgesteld (in werking sinds 1 maart 2019). De provincie Gelderland streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Gezond en veilig. Een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Een Gelderland dat voorbereid is op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen en aandacht heeft voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon en welvarend. Een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Een Gelderland dat schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen tegengaat en investeert in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Het centrale doel is vertaald in zeven ambities: 1. Energietransitie: van fossiel naar duurzaam: In 2050 is Gelderland klimaatneutraal. Dit bereiken we door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. De provincie stimuleert innovatie en rolt bewezen technieken uit.
Als tussendoel realiseert de provincie in 2030 55% broeikasgasreductie in Gelderland. 2. Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer: In 2050 is Gelderland klimaatbestendig. De provincie is goed voorbereid en toegerust op de gevolgen van klimaatverandering: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsgevaar. In 2020 heeft de provincie samen met partners de risico’s en kansen van het veranderend klimaat in beeld gebracht en strategieën opgesteld die leidraad zijn voor ons handelen. 3. Circulaire economie: sluiten van kringlopen: De provincie wil de eerste afvalloze provincie van Nederland zijn. Afval bestaat niet meer; er zijn alleen nog grondstoffen die blijvend hun waarde behouden in onze schone industrie. Om dit te bereiken is in 2030 het gebruik van primaire grondstoffen in Gelderland met 50% teruggebracht. 4. Biodiversiteit: werken met de natuur: In 2050 gaat het goed met de biodiversiteit in Gelderland. In Gelderland wordt natuurinclusief gewerkt. Biodiversiteit wordt overal waar mogelijk versterkt en ingepast, óók buiten de specifiek als natuur aangewezen gebieden. In 2030 is 75% van de Europese doelen van de vogel- en habitatrichtlijn behaald. 5. Bereikbaarheid: duurzaam verbonden: In 2050 is de groei van de mobiliteit op een slimme manier opgevangen en verplaatsen mensen in Gelderland zich veilig, snel, betaalbaar en klimaatneutraal.
Snel en veilig internet fungeert daarbij als alternatief voor fysieke verplaatsingen. In 2050 is het netwerk voor goederenvervoer in Gelderland toegankelijk, duurzaam en klimaatneutraal. In 2030 is al het busvervoer zonder uitstoot en is 35% van het totaal aantal verplaatsingen met de fiets.
15
6. Vestigingsklimaat: Een krachtige, duurzame topregio: De provincie wil de concurrerende positie binnen het internationale stedelijke netwerk van Amsterdam, Brussel en Keulen verder versterken. Om onderscheidend te blijven, haalt de provincie in 2050 maximaal profijt uit onze unieke combinatie van stedelijke en groene kwaliteiten. In 2050 zijn alle werklocaties in Gelderland duurzaam ingericht qua energie, klimaatbestendigheid en logistieke en productiestromen. De provincie is koploper in Nederland. 7. Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam: De provincie gaat in gesprek met de Gelderse regio’s en maken regionale afspraken over een goede balans tussen de vraag en het aanbod van woningen. De provincie heeft specifieke aandacht voor de gemeentegrens overstijgende woonvraagstukken. De provincie stimuleert innovaties in woonwijken op het vlak van duurzaamheid en het omvormen van bestaande gebouwen tot woonruimte. Het plan draagt bij aan een dynamische, diverse en duurzame woon- en leefomgeving, waarbij de kwaliteit van de leefomgeving in stand wordt gehouden. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. De provincie Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke.
De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat dat anticipeert op de ontwikkelingen. De kern Vuren maakt onderdeel uit van de regio Rivierenland. Rivierenland wordt gekenmerkt door een groen open gebied omzoomd door rivieren. In dit gebied is ruimte voor dynamiek en ontwikkeling. Hierbij dient een balans gezocht te worden tussen koesteren, vernieuwen en benutten. Het plan betreft enerzijds de renovatie van een beeldbepalende hoofdwoning (met bijbehorende garage) in de oorspronkelijke staat. De twee later gerealiseerde woningen en bijbehorend opstallen worden gesloopt. In ruil daarvoor worden twee vrijstaande woningen ten zuiden van de hoofdwoning gerealiseerd. De nieuwe woningen worden zo gesitueerd dat zij samen met de bestaande woningen een cluster vormen gericht op het wiel. Hierdoor blijft het waardevolle besloten karakter van de Zijl behouden. De erven van de woningen worden groen ingericht middels streekeigen beplanting, zoals (lage) hagen en hoogstambomen. Diverse bestaande en nieuwe streekeigen beplanting zoals (lage) hagen, hoogstambomen en enkele bestaande grote bomen zorgen ervoor dat de nieuwe woningen in de groene context van de Zijl worden opgenomen ter versterking van het kleinschalige besloten karakter.
In het kader van de duurzaamheid worden de nieuwe woningen gasloos opgeleverd en geïsoleerd conform de huidige bouweisen van het Bouwbesluit. Het plan is een passende ontwikkeling dat aansluit de ambitie ‘Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam’. Het plan is in overeenstemming met het provinciaal woningbouwbeleid. In het plan is worden per saldo geen woningen toegevoegd. Twee verouderde, slecht geïsoleerde, woningen worden vervangen voor twee nieuwe vrijstaande woningen. De woningen worden gasloos en geïsoleerd conform de huidige eisen van het Bouwbesluit. Het plan betreft een kwalitatieve toevoeging aan de woningvoorraad van de gemeente West Betuwe. Het plan voldoet daarmee aan het provinciale woningbouwbeleid.
16
4.2.2 Omgevingsverordening Gelderland (geconsolideerd 19 dec. 2018) Naast één omgevingsvisie dient de provincie Gelderland vanuit de Omgevingswet ook één omgevingsverordening vast te stellen voor haar grondgebied. De provincie heeft als eerste stap de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld waarin de bestaande regels uit de verschillende verordeningen zijn samengevoegd. In de Omgevingsverordening Gelderland zijn instructieregels gesteld voor bestemmingsplannen. Er zijn instructies voor woonlocaties en recreatiewoningen, werklocaties, glastuinbouw, veehouderij, Waterwingebieden, Grondwaterbeschermingsgebieden, Intrekgebieden, Gelders natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone, waardevol open gebied, Nationaal landschap, Nieuwe Hollandse Waterlinie, Romeinse Limes, Beschermingszones natte landnatuur, windturbines Molenbiotoop en installaties voor biomassavergisting. Regionale woonagenda In paragraaf 2.1 en de artikelen 2.1 en 2.2 zijn instructieregels gesteld voor woningbouw. Een bestemmingsplan dat nieuwe woningen mogelijk maakt is alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. In het plan worden per saldo geen wooneenheden toegevoegd. De nieuwe woningen worden gasloos en geïsoleerd conform de huidige eisen van het Bouwbesluit. Het plan is in overeenstemming met het provinciale woonbeleid.
Nieuwe Hollandse Waterlinie Het plangebied valt op de kaart behorende bij de Omgevingsverordening in de zone van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. In paragraaf 2.6.7 en de artikelen 2.57 en 2.58 zijn instructieregels gesteld voor ontwikkelingen op gronden die onderdeel uitmaken van Nieuwe Hollandse Waterlinie. Op deze gronden zijn geen activiteiten mogelijk die de kernkwaliteiten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie aantasten. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving van de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarde te worden gegeven.
Plangebied
Afbeelding 11: Nieuwe Hollandse Waterlinie
17
De kernkwaliteiten van het Nationaal landschap de Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn: a. Het unieke, in samenhang met het landschap ontworpen negentiende en twintigste-eeuwse hydrologische en militair verdedigingssysteem, bestaande uit: I. Inundatiegebieden; II. Zones met verdedigingswerken als forten, batterijen, lunetten, betonnen mitrailleurkazematten en groepsschuilplaatsen in hun samenhang met de omgeving; III. Voormalige schootsvelden (visueel open) en verboden kringen (merendeels onbebouwd gebied) rondom de forten; IV. Waterwerken als waterlichamen, sluizen, inlaten, duikers en dijken functionerend in samenhang met verdedigingswerken en inundatiegebieden; V. Overige elementen als beschutte wegen, (resten van) loopgraven en tankgrachten; de landschappelijke inpassing en camouflage van de voormalige militaire objecten; VI. De historische vestigingsstructuur van de vestingsteden Muiden, Weesp, Naarden, Nieuwersluis, Gorinchem en Woudrichem; b. De grote openheid; c. Het groene en overwegend rustige karakter. Op regionale schaalniveau (Tielerwaard West) gelden de kernkwaliteiten: a. Opbouw rivierenlandschap uiterwaard-oeverwal-kom; b. Idylle Lingelandschap kleinschalig, historisch, pittoresk; c. Landelijkheid, rust, ruimte en duisternis rivierkom; d. Relatie tussen stroomruggen en boerderijplaatsen; e. Ontginningsgeschiedenis (strijd tegen het water); f.
Structuur van dorpspolderkades en boezems; g. Nieuwe Zuiderlingedijk en Zuiderlingedijk als dwars- en leidijk en hoofdverdedigingslijn; h. Rationele verkavelingspatronen van de polders, met structuur van kaden, weteringen en wegbeplantingen; i. (Restanten van) eendenkooien en oude rivierkombeplantingen; j. Natuurwaarden uiterwaarden en natuurgebied Nieuwe Zuiderlingedijk (Natura 2000); k. Samenhang ensemble Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het plangebied valt deels binnen het inundatiestelsel en deels binnen het rivieracces van de Waal. Voor deze gebieden gelden specifieke kernkwaliteiten. Kernkwaliteiten inundatiestelsel a. Het samenhangend stelsel van inundatiewerken; b. Inundatiesluizen bij Vuren, Dalem en Wapenplaats; c. Samenhangende civiele werken, zoals de restanten van het gemaal ten oosten Fort bij Vuren; d. Netwerk van weteringen; e. Restanten van sluizen, dammen en coupures in kom; f. Samenhang tussen rivieren, inundatiewerken en –kom; g. Begrenzingen van de inundatiekom: Zuiderlingedijk, Nieuwe Zuiderlingedijk, Waaldijk, dorpspolderkaden en het natuurlijk reliëf van de oeverwal Waal en Linge; h. Natuurlijk reliëf als basis inundatiekom; i. Natte karakter ondergrond; j. Grote openheid en groen, overwegend rustig karakter.
18
Kernkwaliteiten rivieracces van de Waal a. Doorgang door de inundatievlakte; b. Hoge ligging in het landschap van oeverwal en dijk; c. Panorama’s en zichtlijnen over het landschap; d. Relatie met de verdedigingswerken Vestingdriehoek; e. Inundatiestelsel; f. Rivier als recreatieroute; g. Openheid en groen en rustig karakter landschap; h. Binnen de Verboden Kringen; In de bestaande situatie is in het noordelijk deel van het plangebied sprake van een groot bebouwingscluster. Het plan voorziet in de sloop van de latere bebouwing (waaronder twee verouderde woningen). De hoofdwoning wordt in oorspronkelijke staat teruggebracht. In ruil daarvoor worden ten zuiden van de hoofdwoning twee solitaire woningen gerealiseerd. Het gebruik van het perceel Zijl 2 te Vuren blijft ongewijzigd (woonfunctie met tuin). In het plangebied of de directe omgeving van het plangebied zijn geen verdedigingswerken, voormalige schootsvelden, waterwerken en/of overige elementen als beschutte wegen, (resten van) loopgraven en tankgrachten gelegen. De eendenkooi / het wiel aan de overzijde van de Zijl blijft volledig in tact (valt buiten het plangebied). Het plan is kleinschalig van aard en daarmee kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van aantasting van de kernkwaliteiten van de nieuwe Hollandse Waterlinie.
Het plan past binnen de ontwerprichtlijnen als genoemd in het document ‘Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie - ten zuiden van de Lek – DEEL I - Nationaal Landschap en DEEL II – inundatiekom Tielerwaard (toegevoegd in de bijlage).
4.3 Regionaal Beleid 4.3.1 Ambitiedocument 2016-2020 Regio Rivierenland De gemeente West Betuwe maakt onderdeel uit van de regio Rivierenland. Het ambitiedocument 2016-2020 formuleert de regio Rivierenland de speerpunten om de regio te versterken, wat de ambities hiervan zijn en wat de regionale visie is om deze speerpunten en ambities waar te maken. De regio streeft drie speerpunten na om de economische ontwikkeling in de regio tot stand te brengen: 1. Agribusiness: Onze tuinbouw wordt nóg meer toonaangevend in Europa; 2. Economie en Logistiek: Wij komen in de top 3 van logistieke hotspots in Europa; 3. Recreatie en toerisme: Wij bereiken een jaarlijkse omzetgroei van 5%. Met deze speerpunten wil de regio Rivierenland: • De regionale kwaliteiten uitnutten; • Het sociaaleconomische profiel verbeteren; • Het woon- en leefklimaat versterken; • Initiatieven vanuit de samenleving faciliteren; • Inspelen op ontwikkelingen. Het plangebied betreft een kleinschalige woningbouwontwikkeling in Vuren. Het plan voorziet in de sloop van de verouderde bebouwing (waaronder twee woningen) en de nieuwbouw van twee vrijstaande woningen. Het plangebied wordt op een passende wijze groen ingericht waarmee het waardevolle besloten karakter van het gebied en het cultuurhistorisch waardevolle landschap van de Nieuwe Hollandse Waterlinie is gewaarborgd.
Het plan is in overeenstemming met het regionaal beleid.
19
4.4 Gemeentelijk beleid 4.4.1 StructuurvisiePlus 2030 ‘Het Manifest van Lingewaal’ Op 28 januari 2010 is de StructuurvisiePlus 2030 ‘Het Manifest van Lingewaal’ vastgesteld. Deze gemeentelijke structuurvisie geeft de sociale, ruimtelijke en economische visie op de toekomst van de gemeente tot 2030. Deze structuurvisie is een verdere uitwerking en actualisering van het structuurplan 2015. Ten opzichte van het structuurplan legt de structuurvisie nog meer de nadruk op de leefbaarheid en vitaliteit van de afzonderlijke dorpen. De kernpunten van de StructuurvisiePlus 2030 ‘Het Manifest van Lingewaal’ zijn: 1. In 2030 is de gemeente een vitale en vooral groene gemeente waar ecologie, economie en samenleving in een goede balans met elkaar samengaan. 2. In 2030 vormen de vijf kernen met ieder hun eigen karakteristiek en identiteit, tezamen met het Rivierenland en de open komgebieden een oase in een steeds verder verstedelijkend Nederland. 3. In 2030 is er in de gemeente een balans tussen de belangen van de gemeente als geheel en de belangen van de verschillende kernen. Het gemeentebestuur rekent het bewaren van deze balans tot zijn opdracht. Waar nodig zijn samenwerkingsverbanden aangegaan met steden en dorpen in de regio. 4.
In 2030 is de grootste kracht van de gemeente gelegen in het feit dat de gemeente er in 2010 voor heeft gekozen om het zelf organiserend vermogen van haar inwoners, ondernemers en organisaties te stimuleren en faciliteren. Beleidskeuzen worden grotendeels door en/of met de bewoners, ondernemers en organisaties van de kernen gemaakt. 5. In 2030 is de landbouw nog altijd een economisch belangrijke sector voor de gemeente en beeldbepalend voor het Lingewaalse landschap. In de komgebieden zijn de boeren werkzaam voor de (inter-)nationale markten. Rondom de kernen heeft de boer zich ontwikkeld tot plattelandsondernemer in brede zin. 6. In 2030 biedt de gemeente, als poort tussen de Randstad en het rivierengebied graag, een gastvrij onthaal aan mensen die willen genieten van haar natuur, haar cultuurhistorisch waardevolle kernen en landschap, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de rust en stilte die daarin nog zijn te vinden. 7. In 2030 hebben alle kernen hun basisvoorzieningen behouden. Er zijn voorzieningen voor jeugd tot 12 jaar, waar mogelijk in een brede school. Er is een ontmoetingsruimte en een zorgvoorziening passend bij de schaal van de kern. De inzet van de inwoners bepaalt het niveau van de overige voorzieningen. Er zijn slimme combinaties gemaakt in gezamenlijke accommodaties en multifunctionele gebouwen. 8.
In 2030 vormt goed, inventief en maatschappelijk ondernemerschap de basis voor een gezonde economische ontwikkeling en draagt bij aan de leefbaarheid en vitaliteit van kern en platteland Op de structuurvisiekaart is te zien dat het plangebied is gelegen in het landschap ‘Oeverwallen multifunctioneel Waalgebied’. Binnen deze gebieden is vooral het landschap bepalend. Een landschap dat wordt bepaald door de kronkelige Waaldijk, de bosschages, grienden, bomenlanen en een aantrekkelijke afwisseling tussen (historische) bebouwing en groen. Hier is ruimte voor een menging van functies. Er is ruimte voor verbreding van de landbouwactiviteiten en het zoeken naar samenhang en verweving met natuur en recreatie is leidend in het geval van nieuwe ontwikkelingen.
20
Plangebied
Afbeelding 12: Structuurvisiekaart
Gemeentelijke inzet De gemeentelijke inzet in Vuren is met name gericht op: • Ruimte bieden voor doelgroepen van beleid (zoals jongeren en ouderen). • Clustering van zorg- en onderwijsvoorzieningen in combinatie met ontmoetingsfunctie. • Het ondersteunen en verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het dorp. • Het mobiliseren en faciliteren van bewonersparticipatie.
21
De Zijl kenmerkt zich door een kleinschalig besloten karakter met bestaande woningen met groene besloten tuinen, grote bomen en diverse landschappelijke beplantingen rond het wiel (waterpartij). Dit vormt een verbijzondering in het verder monotone open rivierenlandschap. In de nieuwe situatie blijft het waardevolle besloten karakter van de Zijl behouden. De twee nieuwe vrijstaande woningen worden gepositioneerd in de “oksel” van de Zijl (in de eerste lijn). De woonpercelen worden op een passende wijze groen ingericht waarmee het waardevolle besloten karakter van het gebied en het cultuurhistorisch waardevolle landschap van de Nieuwe Hollandse Waterlinie is gewaarborgd. 4.4.2 Nota Ruimtelijke kwaliteit Lingewaal De voormalige gemeente Lingewaal heeft in februari 2004 een welstandsnota vastgesteld, waarin staat beschreven aan welke eisen het uiterlijk van een bouwwerk moet voldoen. In 2015 heeft de gemeente het ruimtelijke kwaliteitsbeleid herzien. Met deze herziening wil de gemeente het ruimtelijke kwaliteitsbeleid actualiseren, waar mogelijk vereenvoudigen en meer afstemmen op de beleving van de burger. Doel van de Nota Ruimtelijke kwaliteit Lingewaal is het kwaliteitstoezicht helder onder woorden te brengen en op een effectieve en controleerbare wijze in te richten.
Het kwaliteitsbeleid geeft de gemeente de mogelijkheid om cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden een rol te geven bij de ontwikkeling en beoordeling van bouwplannen. Een belangrijke pijler van de Nota Ruimtelijke kwaliteit Lingewaal is het gebiedsgerichte beleid. Het plangebied is gelegen in het criteriagebied ‘Waaldijk’ (Gebied 2). Bij de ontwerpen van de nieuwe vrijstaande woningen wordt aangesloten bij de specifieke gebiedsgerichte criteria van het criteriagebied ‘Waaldijk’. 4.4.3 Reparatieplan Bestemmingsplan Buitengebied 2014 Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan “Reparatieplan Buitengebied 2014’ (vastgesteld op 21 mei 2014). Het ‘Reparatieplan Buitengebied 2014’ betreft een herziening van het bestemmingsplan “Buitengebied 2012’. In het ‘Reparatieplan 2014’ zijn regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van afwijkingen tussen de verschillende bestemmingsplannen, evenals omissies of nieuw beleid. Ter plaatse van het plangebied zijn de enkelbestemmingen, dubbelbestemmingen, functie-, gebieds- en maatvoeringsaanduidingen ongewijzigd gebleven ten opzichte van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2012’. Het plangebied heeft de enkelbestemmingen: • Wonen – 1 (deelgebied 2); • Wonen – 2 (deelgebied 1); • Agrarisch (deelgebied 1).
De dubbelbestemmingen: • Waarde – Nieuwe Hollandse Waterlinie (beide deelgebieden); • Waarde – Archeologische verwachting 1 (deelgebied 2); • Waarde – Archeologische verwachting 3 (deelgebied 1); • Waterstaat – Waterkering (deelgebied 2). Met de functie- en gebiedsaanduidingen: • Functieaanduiding specifieke vorm van wonen – nevenactiviteit (deelgebied 1); • Gebiedsaanduiding openheid (beide deelgebieden). En de maatvoeringsaanduidingen: • Maximaal aantal wooneenheden: 3 (deelgebied 1); • Maximum bouwhoogte (m): 7,5 (deelgebied 1); • Maximum goothoogte (m): 7,5 (deelgebied 1); • Figuur relatie (beide deelgebieden); • Bouwvlak (deelgebied 1).
22
Het plan is strijdig met het vigerend bestemmingsplan ‘Reparatieplan Bestemmingsplan Buitengebied 2014’. De twee solitaire woningen zijn voorzien op gronden met de bestemming ‘Agrarisch’. Op deze gronden (zonder bouwvlak) is de realisatie van woningen niet toegestaan. Op 27 oktober 2015 heeft de voormalige gemeente Lingewaal besloten in principe medewerking te verlenen aan de realisatie van twee vrijstaande woningen direct ten zuiden van de bestaande hoofdwoning (in de “oksel” van de Zijl) onder de voorwaarde dat de later aangebouwde opstallen op het perceel Zijl 2 worden gesloopt. De nieuwe gemeente West Betuwe heeft d.d. 29 oktober 2019 besloten: 1. In te stemmen met het nieuwe schetsplan voor de locatie Zijl 2 te Vuren; 2. Op basis van dit schetsplan een geactualiseerd bestemmingsplan als ontwerp ter inzage te leggen onder voorwaarde dat een stikstofdepositieberekening (op basis van het nieuwe Aerius-model) wordt toegevoegd waaruit blijkt dat stikstofdepositie onder de wettelijke drempelwaarde blijft. Ter plaatse van de nieuwe vrijstaande woningen wordt de bestemming ‘Agrarisch’ te worden gewijzigd naar de bestemming ‘Wonen-1’ met twee bouwvlakken. Gezien de hoofdwoning (Zijl 2) een vrijstaande woning betreft wordt de bestemming ‘Wonen-2’ tevens gewijzigd naar ‘Wonen-1’.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt in deelgebied 2 ter plaatse van de aanwezige garage/berging een functieaanduiding ‘garage’ opgenomen.
Afbeelding 13: Uitsnede bestemmingsplan ‘Reparatieplan Buitengebied 2014’
23
4.4.4 Buitengebied Parapluplan Nieuwe Hollandse Waterlinie Het plangebied valt tevens binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Parapluplan Nieuwe Hollandse Waterlinie’ (vastgesteld op 10 december 2015). Het plangebied heeft de dubbelbestemming: • Waarde – Nieuwe Hollandse Waterlinie. En de gebiedsaanduidingen: • Overige zone – inundatiekommen; • Overige zone - accessen.
Afbeelding 14: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Parapluplan Nieuwe Hollandse Waterlinie’
Ten behoeve van de instandhouding, het herstel en de ontwikkeling van het erfgoed van uitzonderlijke universele waarde van de Nieuwe Hollandse Waterlinie is de dubbelbestemming ‘Waarde – Nieuwe Hollandse Waterlinie’ opgenomen in het voorliggende bestemmingsplan. Ter plaatse van deze dubbelbestemming mag gebouwd worden, maar hierbij dient rekening te worden gehouden met deze universele waarden. Deze universele waarden zijn uitgewerkt in het rapport “Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie, ten zuiden van de Lek, Deel I Nationaal landschap en DEEL II – inundatiekom Tielerwaard” (zie bijlage). Het plan sluit aan bij de universele waarden / kernkwaliteiten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.
24
4.5 Conclusie Op basis van hoofdstuk 4 ‘Beleidskaders’ kan worden geconcludeerd dat: • • • •
Er is geen sprake van ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, waarvoor toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijk is vereist. Het plan is kleinschalig van aard en heeft daarmee geen nadelige gevolgen voor de kernkwaliteiten van de nieuwe Hollandse Waterlinie; Het plan speelt in op de woningbehoefte aan koopwoningen in het duurdere segment. Het plan is strijdig met het vigerend bestemmingsplan, maar past binnen de overige rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders.
25
5 Milieuaspecten 5.1 Geluid Beleidskader In het kader van de Wet geluidhinder dient voor de ontwikkeling van geluidsgevoelige functies een akoestisch onderzoek te worden verricht. De kern van de wet is dat geluidsgevoelige bestemmingen worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving ten gevolge van wegverkeer, spoorweg en industrie. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: 1. Woningen, 2. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal), 3. Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. De Wet Geluidhinder (Wgh) stelt grenzen aan de geluidsbelasting waaraan woningen en andere geluidsgevoelige functies en terreinen mogen worden blootgesteld. De gestelde eisen verschillen per geluidsbron (industrie, spoorwegen, wegverkeer) en per belast object of terrein (bijvoorbeeld woning, school, etc.). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen aanwezige objecten en aanwezige geluidsbronnen en nieuwe objecten en nieuwe geluidsbronnen. Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedsfeer van een spoorwegtraject en/of een gezoneerd industrieterrein en kan dus buiten beschouwing worden gelaten.
In de omgeving van het plangebied zijn de volgende geluidsbronnen aanwezig: • De Waaldijk (60 km/h); • De Zijl (60 km/h). Onderzoek Het plan gaat uit van de nieuwbouw van twee woningen. In het kader van de Wgh is hiermee sprake van toevoeging van een nieuwe geluidsgevoelige objecten en is het uitvoeren van een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai noodzakelijk. Om de geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai op de geplande woning in kaart te brengen is door Voortman Ingenieurs een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. De conclusies uit dit onderzoek luiden: •
•
‘De berekende geluidbelasting op de woningen ten gevolge van de Waaldijk en de Zijl ten hoogste respectievelijk 40 en 42 dB, incl. aftrek artikel 110g Wgh, bedraagt en lager is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeerslawaai, zodat er geen hogere grenswaarde hoeft te worden aangevraagd; De woningen beschikken over een geluidluwe gevel en buitenruimte, waarmee aan het gemeentelijk beleid wordt voldaan.
Vanuit akoestisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de realisatie van de twee nieuwe woningen.’ Het akoestisch onderzoek en de toelichting over het aspect geluid zijn beoordeeld en akkoord bevonden door de Omgevingsdienst Rivierenland. Conclusie Het plan ondervindt wat betreft het aspect geluidshinder geen belemmeringen.
26
5.2 Luchtkwaliteit Beleidskader Op grond van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer moeten bij het nemen van dit besluit de gevolgen voor de luchtkwaliteit in acht worden genomen. De Europese Unie heeft luchtkwaliteitsnormen vastgesteld, die tot doel hebben mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging te beschermen. Nederland heeft deze luchtkwaliteitsnormen opgenomen in de nationale wetgeving. De Nederlandse wet- en regelgeving voor de luchtkwaliteit in de buitenlucht vloeit voort uit titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm). Deze wet heeft als doel dat bij toekomstige ontwikkelingen de grenswaarden zoals in de wet gesteld (grenswaarde voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijnstof, lood, koolmonoxide en benzeen) niet worden overschreden. Voor de ruimtelijke ordening van onderhavig plan zijn met name stikstofdioxide en fijnstof relevant. De grenswaarden die de wet hieraan stelt, bedragen: Tabel 1: Grenswaarden Stof Toetsing van Grenswaarde Stikstofdioxide Jaargemiddelde 40 μg/m3 (NO2) concentratie Fijnstof (PM10) Jaargemiddelde 40 μg/m concentratie 24-uurgemiddelde Max. 35 keer p.j. concentratie meer dan 50 μg/m3 2,5 Fijnstof (PM ) Jaargemiddelde 25 μg/m3 concentratie Voor roet gelden thans nog geen grenswaarden.
Geldig Vanaf 2015 Vanaf 11 juni 2011 Vanaf 11 juni 2011 Vanaf 2015
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hanteren advieswaarden voor fijnstof (PM10) van 20 microgram per kuub, en 10 microgram per kuub voor PM 2,5 wat lager ligt dan de wettelijke grenswaarden. Pas als aan deze waarden wordt voldaan kan vanuit een goede motivering worden gesproken over acceptabele concentraties en goed woon- een leefklimaat. Onderzoek Voor de omgeving van het plangebied geeft de NSL-monitoring (2018) het volgende overzicht: • Een stikstofconcentratie tussen 19,7 μg NO2/m3; • Een fijnstofconcentratie tussen 18,9 μg pm10/m3; • Een fijnstofconcentratie tussen 11,6 μg pm2,5/m3. Voor het jaar 2030 geeft dezelfde NSL-monitoring het volgende overzicht met betrekking tot fijnstof: • Een fijnstofconcentratie van 16,2 μg/m3 PM10; • Een fijnstofconcentratie van 9,2 μg/m3 PM2,5. Op basis van bovenstaande kan dus worden geconstateerd dat ten aanzien van de luchtkwaliteit aan alle grenswaarden wordt voldaan. Gesteld kan worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
27
Besluit Niet in Betekenende Mate (NIBM) Om de toetsing van kleinschalige plannen ten aanzien van de luchtkwaliteit overzichtelijk te houden heeft de wetgever het Besluit niet in betekende mate vastgesteld. In dit besluit is vastgelegd in welke gevallen de planontwikkeling niet in betekenende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. In het Besluit Niet in Betekenende Mate (NIBM) en de bijbehorende regeling is bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij zijn twee situaties te onderscheiden: • Een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10; • Een project valt in de categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de Grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of niet meer dan 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Conclusie Het plan is kleinschalig van aard. Hiermee valt het plan in het besluit NIBM (gevallen die niet in betekenende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit <3%), waardoor kan worden gesteld dat het plan geen tot nihil invloed heeft op de luchtkwaliteit en dat toetsing niet noodzakelijk wordt geacht.
Uit het oogpunt van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) en goede ruimtelijke ordening zijn er geen belemmeringen voor de realisatie van dit plan.