CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2025-121-bijlage-7-bijlagen-bij-toelichting-bp-heuvelstraat-3-7-en-26.pdf

Gemeenteraad 25 november 2025, gemeente West BetuweBij agendapunt: 8: Vaststelling bestemmingsplan 'Heuvelstraat 3, 7 en 26' Waardenburg22.243 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

190 cm -Mv / 1,20 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, matig stevig, zeer grof, kalkrijk Opmerking: Bedding

Einde boring op 210 cm -Mv / 1,00 m +NAP

boring: 201090-2 beschrijver: IK, datum: 11-4-2022, X: 147.141, Y: 428.222, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 43D, hoogte: 3,10, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: verhard, vondstzichtbaarheid: slecht, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect, opmerking: Gestaakt in puinlaag onder klinkers

0 cm -Mv / 3,10 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: niet benoemd, niet benoemd Bodemkundig: interpretatie: niet benoemd

Einde boring op 20 cm -Mv / 2,90 m +NAP

boring: 201090-3 beschrijver: IK, datum: 11-4-2022, X: 147.060, Y: 428.186, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 43D, hoogte: 3,10, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: verhard, vondstzichtbaarheid: slecht, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect

0 cm -Mv / 3,10 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, matig humeus, donkerbruin, matig stevig, veel plantenresten Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor Opmerking: Bevat grind

20 cm -Mv / 2,90 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, matig grindig, lichtoranjegrijs, matig grof Bodemkundig: interpretatie: verstoord

80 cm -Mv / 2,30 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, grijs, stevig, kalkloos Opmerking: Oeverafzettingen

115 cm -Mv / 1,95 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, grijs, stevig, kalkloos Bodemkundig: veel Fe-vlekken Opmerking: Oeverafzettingen

150 cm -Mv / 1,60 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, lichtgrijs, matig stevig, kalkloos Bodemkundig: veel Fe-vlekken Opmerking: Oeverafzettingen

190 cm -Mv / 1,20 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, sterk siltig, grijs, enkele kleilagen, matig grof, kalkloos Opmerking: Bedding

210 cm -Mv / 1,00 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, donkergrijs, zeer grof, kalkrijk Opmerking: Bedding

Einde boring op 230 cm -Mv / 0,80 m +NAP

boring: 201090-4 beschrijver: IK, datum: 11-4-2022, X: 147.155, Y: 428.194, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 43D, hoogte: 3,00, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: verhard, vondstzichtbaarheid: slecht, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect, opmerking: Gestaakt in puinlaag onder klinkers

0 cm -Mv / 3,00 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: niet benoemd, niet benoemd Bodemkundig: interpretatie: niet benoemd

Einde boring op 20 cm -Mv / 2,80 m +NAP

boring: 201090-5 beschrijver: IK, datum: 11-4-2022, X: 147.019, Y: 428.153, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 43D, hoogte: 3,10, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: verhard, vondstzichtbaarheid: slecht, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect

0 cm -Mv / 3,10 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruingrijs, matig stevig, veel plantenresten, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor

25 cm -Mv / 2,85 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, zwak humeus, bruin, stevig, kalkloos Archeologie: enkele spikkel houtskool, enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Cultuurlaag; vondst op 30 - 60 cm -Mv

90 cm -Mv / 2,20 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, lichtbruin, stevig, schelpfragment, kalkloos Bodemkundig: Fe-concreties Archeologie: enkele spikkel houtskool Opmerking: Oeverafzettingen

120 cm -Mv / 1,90 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, lichtbruin, stevig, schelpfragment, kalkloos Bodemkundig: Fe-concreties Archeologie: enkele spikkel houtskool Opmerking: Oeverafzettingen

150 cm -Mv / 1,60 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, lichtbruingrijs, humusvlekken, stevig, schelpfragment, kalkloos Opmerking: Bedding

190 cm -Mv / 1,20 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, matig grof, kalkrijk Opmerking: Bedding

Einde boring op 200 cm -Mv / 1,10 m +NAP

boring: 201090-6 beschrijver: IK, datum: 11-4-2022, X: 147.127, Y: 428.171, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 43D, hoogte: 2,90, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: verhard, vondstzichtbaarheid: slecht, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect

0 cm -Mv / 2,90 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, zwak humeus, bruingrijs, zandbrokken, spoor plantenresten Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor Opmerking: Bevat grind

35 cm -Mv / 2,55 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, roodbruin, stevig, kalkloos Bodemkundig: Fe-concreties Opmerking: Woongrond?

50 cm -Mv / 2,40 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, bruin, stevig, kalkloos Bodemkundig: veel Fe-vlekken Opmerking: Woongrond?

95 cm -Mv / 1,95 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, lichtblauwgrijs, humusvlekken, matig stevig, kalkloos Opmerking: Geulafzettingen?

130 cm -Mv / 1,60 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, lichtgrijs, matig stevig, kalkloos Opmerking: Geulafzettingen?

190 cm -Mv / 1,00 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, zeer grof, kalkrijk Opmerking: Geulafzettingen?

Einde boring op 210 cm -Mv / 0,80 m +NAP

boring: 201090-7 beschrijver: IK, datum: 11-4-2022, X: 147.009, Y: 428.103, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 43D, hoogte: 3,05, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: verhard, vondstzichtbaarheid: slecht, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect

0 cm -Mv / 3,05 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, zwak humeus, bruingrijs, zandbrokken, stevig, spoor plantenresten, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor

15 cm -Mv / 2,90 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, roodbruin, stevig, kalkloos Bodemkundig: Fe-concreties Opmerking: Woongrond?

80 cm -Mv / 2,25 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, lichtgrijs, stevig, kalkloos Bodemkundig: Fe-concreties Opmerking: Oever

125 cm -Mv / 1,80 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, zeer grof, kalkrijk Opmerking: Bedding; edelman loopt leeg

Einde boring op 150 cm -Mv / 1,55 m +NAP

boring: 201090-8 beschrijver: IK, datum: 11-4-2022, X: 147.058, Y: 428.120, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 43D, hoogte: 3,00, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: verhard, vondstzichtbaarheid: slecht, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect, opmerking: Stelconplaat; niet mogelijk

0 cm -Mv / 3,00 m +NAP Lithologie: niet benoemd, niet benoemd Bodemkundig: interpretatie: niet benoemd Opmerking: Stelconplaat

Einde boring op 1 cm -Mv / 2,99 m +NAP

Transect-rapport 5335 Waardenburg, Heuvelstraat 7-26 Gemeente West Betuwe (GD) Inventariserend Veldonderzoek (IVO), karterende fase door middel van boringen

1

2

T: 030-7620705 E: informatie@transect.nl

Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

Auteur

J. van der Kroon

Versie

Versie 1.2

Projectcode

24040040

Datum

06-09-2024

Opdrachtgever

Buro SRO

Uitvoerder

Transect b.v. Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

Onderzoeksmelding

5620017100

Bevoegde overheid

Gemeente West Betuwe

Adviseur bevoegde overheid

Omgevingsdienst Rivierenland

Status

Definitief

Beheer documentatie

Transect, Nieuwegein

Voorblad

Foto van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (16-05-2024)

Autorisatie Naam Drs. T. Nales Senior KNA Prospector

Datum 28-05-2024

Paraaf

ISSN: 2211-7067

© Transect, Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

3

Samenvatting In opdracht van Buro SRO heeft Transect b.v. in mei 2024 een inventariserend veldonderzoek, karterende fase, uitgevoerd in een plangebied aan de Heuvelstraat 7-26 in Waardenburg (gemeente West-Betuwe). De aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de realisatie van twee nieuwe bedrijfshallen en twee bedrijfswoningen in het gebied. Het onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek. Het onderzoek is het vervolg op het archeologisch bureauonderzoek en het verkennend booronderzoek in het gebied (Korver, 2023). Volgens de onderzoeken zou in het plangebied een vindplaats uit de periode van de IJzertijd tot en met de Late Middeleeuwen aanwezig kunnen zijn, waarschijnlijk in het noordwesten van het terrein. Hier is tijdens het verkennend booronderzoek ook een mogelijk oude cultuurlaag aangetroffen. Op basis van de resultaten van Korver (2023) heeft de gemeente tot het uitvoeren van een karterend booronderzoek besloten (Omgevingsdienst Rivierenland, 2024). Het doel van dit karterend (boor)onderzoek is het lokaliseren en begrenzen van eventueel aanwezige archeologische vindplaatsen door in een systematisch boringen te zetten, waarbij grondmonsters zijn verbrokkeld en doorzocht op de aanwezigheid van archeologische vondsten.

Uit de resultaten van het karterend booronderzoek blijkt dat in het noordwesten van het plangebied sprake is van een oude woongrond. Dit blijkt uit de vondst van een oude cultuurlaag in twee boringen, waarbij in de laag kleine brokjes rood baksteen en houtskool aanwezig zijn. De cultuurlaag heeft een dikte van 25-30 cm (45/55 cm -Mv tot 70/80 cm -Mv (2,75-2,05/2,47-2,32 m +NAP). De zone waar deze cultuurlaag aangetroffen is, is als vindplaats aangeduid in bijlage 5. In het gebied buiten de vindplaats, in de rest van het plangebied, is de ondergrond archeologisch gezien overwegend intact, wat blijkt uit de aanwezigheid van intacte oeverafzettingen op beddingafzettingen (bijlage 4). Dit resultaat komt overeen met de onderzoekresultaten uit het verkennend booronderzoek (Korver, 2023). Er zijn alleen daar alleen geen archeologische indicatoren gevonden. Verder is in het onderzoek vastgesteld dat delen van het noorden, oosten en de plaats die nu bebouwd is, volledig verstoord zijn. Daar zijn verstoringen gevonden, die tot in de kalkrijke oever- of beddingafzettingen reiken. Daar is de archeologische verwachting naar laag bij te stellen (bijlage 4). Advies In het plangebied bestaat het voornemen om de huidige bebouwing te slopen en nieuwe bedrijfsbebouwing te realiseren.

In het zuidwesten van het gebied is sprake van een vindplaats die waarschijnlijk in de IJzertijd-Late Middeleeuwen dateert (bijlage 5; 2427 m2), die zich kenmerkt door een oude cultuurlaag. Wij adviseren deze waarde juridisch-planologisch uit te werken in het Omgevingsplan van de gemeente West-Betuwe. De top van de cultuurlaag ligt op een diepte vanaf 45 cm -Mv (2,75 m +NAP). Wanneer binnen de vindplaats graafwerkzaamheden beneden 45 cm – Mv (2,75 m +NAP) plaatsvinden adviseren wij een vervolgonderzoek uit te voeren (hier is uitgegaan van het gemeentelijk beleid; hoofdstuk 5). Een vervolgonderzoek kan het beste plaatsvinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (inventariserend veldonderzoek, waarderende fase; IVO-P). Wanneer er geen graafwerkzaamheden beneden 45 cm -Mv plaatsvinden, adviseren wij geen vervolgonderzoek uit te voeren. Voor de rest van het plangebied kan de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek naar laag worden bijgesteld (bijlage 5; 10824 m2). Er zijn geen archeologische indicatoren waargenomen en er blijken delen van het gebied verstoord. Daar adviseren wij geen verdere maatregelen. Op het moment dat onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11, deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente West-Betuwe). 4

Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente West Betuwe) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied. Reactie namens het bevoegd gezag Namens gemeente West Betuwe is de regioarcheoloog van Rivierenland akkoord met de resultaten en conclusies. Het advies voor planologische bescherming van de vindplaats aan de westkant van het perceel wordt overgenomen echter niet met een bescherming vanaf 45 cm -mv maar conform het gemeentelijk beleid vanaf een diepte van 30 cm -mv. De maximale vrijgestelde omvang voor toekomstige ingrepen is 50 m². Mocht onderzoek nodig zijn dan zal dat in de vorm van een waardestellend proefsleuvenonderzoek uitgevoerd moeten worden. De rest van het plangebied is voor toekomstige ingrepen vrijgesteld van vervolgonderzoek. De wettelijke meldingsplicht archeologische toevalsvondst blijft te allen tijde van kracht.

5

Inhoud 1.

Aanleiding

1

2.

Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek

2

3.

Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied

3

4.

Planvorming en consequenties toekomstig gebruik

5

5.

Beleidskader

6

6.

Samenvatting bureauonderzoek

7

7.

Resultaten verkennend booronderzoek

9

8.

Resultaten karterend booronderzoek

10

9.

Beantwoording onderzoeksvragen

13

10. Conclusie en Advies

14

11. Geraadpleegde bronnen

16

Bijlage 1: Archeologische beleidskaart van de gemeente West Betuwe

18

Bijlage 2: Stroomgordels

20

Bijlage 3: Boorpuntenkaart

21

Bijlage 4: Verstoring en intactheid

22

Bijlage 5: Advieskaart

23

Bijlage 6: Foto’s van boringen

24

Bijlage 7: Boorbeschrijvingen

25

1

1. Aanleiding In opdracht van Buro SRO heeft Transect1 in mei 2024 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Heuvelstraat 7-26 in Waardenburg (gemeente West Betuwe). De aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de realisatie van twee nieuwe bedrijfshallen en twee bedrijfswoningen in het gebied. In het plangebied geldt in het bestemmingsplan Buitengebied Neerijnen, veegplan 2017 (2018) een Waarde – Archeologie 2. Vanwege deze aanduiding is een archeologisch onderzoek verplicht bij bodemingrepen, die groter zijn dan 250 m2 en dieper dan 50 cm -Mv reiken. Dit betekent dat gezien de omvang van de voorgenomen van de toekomstige ontwikkeling (circa 1,3 ha) archeologisch vooronderzoek nodig is. Op basis van eerder uitgevoerd onderzoek is in het plangebied reeds sprake van een hoge verwachting op resten vanaf de IJzertijd tot en met de Late Middeleeuwen (Korver, 2023). Hiertoe is een vervolgonderzoek geadviseerd (karterende fase). Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.2 en het Plan van Aanpak (Van der Kroon, 2024).

1

Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.2, en is gecertificeerd door middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: ‘KNA Protocol 4001 Programma van Eisen’, ‘KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven’ en ‘Protocol 4004 Opgraven’, en staat geregistreerd bij het RCE en de SIKB.

1

2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), karterende fase, door middel van boringen. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid én aanwezigheid van archeologische indicatoren in het plangebied. De karterende fase is erop ingericht op de daadwerkelijke aan- of afwezigheid van een vindplaats of vindplaatszone in het plangebied te toetsen. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O). De toegepaste methodiek in het veld wordt beschreven bij de beschrijving van de veldresultaten (Hoofdstuk 7). Het onderzoek probeert hiermee aan de hand van feitelijke informatie antwoord te geven op de volgende vragen (Van der Kroon, 2024): •

• •

Zijn er indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een (of meerdere) vindplaats(en) uit de IJzertijd – Late Middeleeuwen in het plangebied? Zo ja: o Wat is de spreiding, stratigrafische context en diepteligging van de aantroffen indicatoren? o Wat is de aard, datering, omvang van eventueel aangetroffen indicatoren, vondstconcentraties en/of vindplaats(en)? o Is er sprake van chronostratigrafisch gescheiden niveaus? Hoe verhouden de resultaten van het onderzoek zich met het verkennend booronderzoek? Op welke locaties moet bij een gravend onderzoek rekening worden gehouden met de aanwezigheid van een archeologische vindplaats?

Het resultaat van het archeologisch vooronderzoek is dit rapport met een conclusie omtrent het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen plannen. Op basis van dit rapport neemt het bevoegde overheid een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de – verwachte – aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.2 (KNA 4.2). Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4003 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4.2 (KNA 4.2).

2

3. Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied Plaats

Waardenburg

Toponiem

Heuvelstraat 7 – 26

Gemeente

West Betuwe

Provincie

Gelderland

Kaartblad

43D

Perceelnummer(s)

WDB01 – Y – 199, 202, 353 – 355, 420, 440, 472 – 473, 530 – 533

Centrumcoördinaat

95.106 / 402.872

Oppervlakte

Circa 1,3 ha

Binnen het archeologisch bureauonderzoek is onderscheid gemaakt in het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarin de geplande bodemingrepen zullen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied en een deel van het direct omringende gebied en wordt bij het onderzoek betrokken om tot een beter inzicht te komen in de archeologische, (cultuur)historische en bodemkundige situatie in het plangebied. Het onderzoeksgebied beslaat in dit geval een straal van circa 500 meter rond het plangebied. Het plangebied ligt aan de Heuvelstraat 7-26 in Waardenburg (gemeente West Betuwe). De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Ten tijde van het onderzoek is het gebied in gebruik als bedrijfsterrein, waar bedrijfsbebouwing met één bedrijfswoning aanwezig is (circa 5080 m2). Daarnaast is het grotendeels verhard met asfalt. Kadastraal gezien omvat het plangebied de percelen WDB01 Sectie Y nummers 199, 202, 353-355, 420, 440, 472-473, 530-533. De begrenzing wordt gevormd door de Heuvelstraat in het noorden, de A.H. de Kockstraat in het oosten en de overige grenzen door de grenzen van de aanliggende percelen. Het plangebied is circa 1,3 ha groot.

3

Figuur 1: Ligging van het plangebied (met rode lijnen aangegeven, bron: www.pdok.nl).

4

4. Planvorming en consequenties toekomstig gebruik Kader

Aanvraag omgevingsvergunning

Oppervlakte plangebied

1,3 ha

Planvorming

Sloop huidige bedrijfsbebouwing (5080 m2) Bouw nieuwe bedrijfsbebouwing (3855 m2)

Bodemverstorende werkzaamheden

Graafwerkzaamheden Sloopwerkzaamheden

Diepte verstoring

Onbekend (>50 cm)

Het voornemen bestaat om in het plangebied twee nieuwe bedrijfshallen en twee bedrijfswoningen te realiseren (3855 m2). Hiervoor zal de huidige bedrijfsbebouwing gesloopt worden (5080 m2). Een inrichtingstekening van de toekomstige situatie is weergegeven in figuur 2. Om de herontwikkeling mogelijk te maken, is een omgevingsvergunning nodig, aangezien de voorgenomen ingrepen groter zijn dan door het bestemmingsplan wordt toegestaan. De bodemingrepen zullen naar verwachting het bodemarchief en daarmee eventueel aanwezige archeologische waarden aantasten. Hoe diep de ingrepen zullen reiken is echter nog niet bekend, aangezien de technische tekeningen voor de bebouwing nog worden opgesteld.

Figuur 2: Situatieschets van de toekomstige bedrijfshallen en -woningen. Bron: Buro SRO

5

5. Beleidskader Onderzoekskader

Aanvraag omgevingsvergunning

Beleidskader

Bestemmingsplan Buitengebied Neerijnen, veegplan 2017 (2018)

Onderzoeksgrens

250 m2 en dieper dan 50 cm –Mv

In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds juli 2016 is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door Erfgoedwet, die de Monumentenwet 1988 vervangt. Het deel van het erfgoedbeheer dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving is sinds 1 januari 2024 opgenomen in de Omgevingswet. Hierin is bepaald dat gemeentes rekening moeten houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed bij het vaststellen van het omgevingsplan. Hieronder vallen dus ook bekende en/of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Dit is vastgesteld in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) artikel 5.130, lid 1.

In het belang van de archeologische monumentenzorg kan een gemeente vanuit het Omgevingsplan lokale regels stellen door monumenten (concreet) in de bodem te beschermen of ze juist vakkundig op te laten graven (lid 3, 4 en 5). Ook kunnen ze vanuit het Omgevingsplan eisen stellen aan het onderzoek, waaronder het onderzoeksthema en de onderzoeksvorm. Gemeentes hebben tot 2031 om tot een Omgevingsplan op te stellen. Tot die tijd geldt een Tijdelijk Omgevingsplan. In het Omgevingsplan van de gemeente West-Betuwe staat, dat het plangebied een Waarde – Archeologie 2 heeft (bron: omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart). Deze regels zijn gebaseerd op de gemeentelijke beleidskaart, waarop aan het plangebied een hoge verwachting is toegekend. (RAAP-rapport 4150; bijlage 1). Bij bouwwerken en/of bodemingrepen die groter zijn dan 50 m2 én dieper reiken dan 30 cm -Mv is daarom archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk. Gezien het grotere verstoringsoppervlakte en -diepte betekent dat in dit geval er in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning een archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is (zie hoofdstuk 4). In het kader van de omgevingsvergunning dient de aanvrager een rapport aan de gemeente te overleggen, waarin de archeologische waarde van het plangebied naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate is vastgesteld.

Afhankelijk van de uitkomsten van het archeologisch (voor-)onderzoek dat hiervoor nodig is, kunnen aan de ontwikkeling regels worden verbonden ter behoud van belangrijke archeologische waarden. Deze kunnen bestaan uit technische aanpassingen of een veiligstellende opgraving. Het archeologisch vooronderzoek kan hiertoe worden uitgebreid met een al dan niet gecombineerd karterend en waarderend onderzoek, zodat op basis van de KNAwaarderingssystematiek een waardestelling kan worden opgemaakt.

6

6. Samenvatting bureauonderzoek Landschapsgenese Het plangebied ligt in het zuidelijk deel van de Betuwe en maakt deel uit van het Midden-Nederlandse rivierengebied (Berendsen, 2005). In de omgeving van het plangebied, circa 300 – 350 m afstand, bevinden zich meerdere stroomruggen: De Deil stroomrug was actief tussen ongeveer 4650 en 4200 v. Chr. en kan resten bevatten uit het Neolithicum en de Bronstijd. De Herwijnen stroomrug was actief tussen ongeveer 4300 en 3850 v. Chr. en voor zover bekend zijn hier nog geen archeologische resten aangetroffen. De Meteren stroomrug: actief tussen ongeveer 1225 en 400 v. Chr., waarop veel archeologische resten uit de Romeinse tijd en Middeleeuwen zijn aangetroffen. De oudste resten dateren echter tot de Bronstijd en IJzertijd. Mogelijk dat deze zijn gelegen op restanten van een oudere stroomrug die eronder aanwezig is. Door de nabije ligging van de stroomruggen is het mogelijk om hiervan kom-, crevasse- en/of oeverafzettingen van aan te treffen in het plangebied. Volgens de bodemkaart zijn in het plangebied poldervaaggronden te verwachten (kaartcodes Rn95A (kalkhoudend) en Rn94C (kalkloos); Alterra, 2015). In het zuiden van het plangebied zijn ooivaaggronden te verwachten (kaartcode Rd90A). De grondwatertrap in het plangebied ligt tussen de V – VII.

Dit houdt in dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GLG) binnen 40 cm -Mv voor kan komen. De gemiddeld laagste grondwaterstand (GHG) kan daarentegen beneden 120 cm -Mv liggen. Archeologische verwachting Op de gemeentelijke beleidskaart (2021) kent het plangebied in het noorden een hoge archeologische waarde. Deze waarde is gebaseerd op de vindplaats uit de IJzertijd – Romeinse Tijd, die is aangetroffen ter plaatse van de Steenweg – Heuvelstraat. Het zuiden van het plangebied kent een middelhoge archeologische verwachting door de ligging van het gebied in een restgeul. Uit de reeds uitgevoerde onderzoeken blijkt dat er in de omgeving van het plangebied veel waarden bekend zijn uit de Romeinse Tijd – Late Middeleeuwen, die zich bevinden in de top van de oeverafzettingen van de Est stroomrug, maar ook andere oeverafzettingen (zie H6). Vindplaatsen uit de Romeinse Tijd bestaan uit grondsporen, cultuurlagen en vondstconcentraties. De vindplaats uit de Vroege Middeleeuwen kenmerkt zich vooral door graven en vondstconcentraties; grondsporen uit deze periode zijn niet aangetroffen. Uit de Late Middeleeuwen is alleen ter plaatse van het AMKterrein een concrete vindplaats aangetroffen. De gegevens over de compositie en het uiterlijk van deze sporen ontbreekt echter.

Historische achtergronden van het cultuurlandschap en -situatie Het plangebied ligt in het agrarisch buitengebied ten noordoosten van Waardenburg. De historische kaart Tielerwaard 1759 toont dat het plangebied gedurende de 18 e eeuw diende als weiland (figuur 3). Op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832 is te zien dat het gebied in gebruik was genomen als bouwland, bestaande uit een enkel perceel (figuur 4). Archeologische verwachting Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied op afzettingen de Est stroomrug ligt. Oeverafzettingen van de Est zijn aantrekkelijke bewoningslocaties vanaf de Late IJzertijd (de tijd dat de Est actief werd). In de omgeving zijn daarnaast meerdere vindplaatsen uit de Romeinse Tijd bekend, evenals een grafveld uit de Vroege Middeleeuwen en een vindplaats uit de Late Middeleeuwen. Het plangebied heeft daarom een hoge verwachting op archeologische resten uit de periode Late IJzertijd – Late Middeleeuwen. In het plangebied zijn tevens afzettingen te verwachten van andere stroomruggen (Deil, Meteren en Herwijnen). Aangezien deze van eerder datum zijn, geldt er een theoretische verwachting voor archeologische resten uit het Neolithicum – Bronstijd. Voor wat betreft resten uit de Nieuwe tijd is de verwachting laag. 7

Tabel 1: Gespecificeerde archeologische verwachtingstabel

1

Archeologische verwachting Datering

2 3 4 5

Complextype Omvang Diepteligging Gaafheid en conservering

6 7

Locatie Uiterlijke kenmerken (artefacten en type indicatoren) Mogelijke verstoringen

8

Reden Hoog IJzertijd – Late Middeleeuwen Locatie van het plangebied op de Est stroomrug nabij bekende vindplaatsen uit de desbetreffende perioden. Laag Nieuwe Tijd De ligging van het plangebied in het buitengebied van Waardenburg en het ontbreken van bebouwing op historische kaarten. Nederzettingen (jachtkamp), huisplaatsen, sporen van landgebruik, grafvelden 100-1000 m2 (omvang jachtkamp); 500-2000 m2 (omvang huisplaats, algemeen) Indien aanwezig; top oeverafzettingen Est op 2,00 – 2,30 m +NAP (circa 60 cm -Mv). -/+ De kans is groot dat er geen oeverafzettingen aanwezig zijn door de ligging van een deel van het plangebied in een restgeul. Onbekend, op dit moment het hele plangebied. Vindplaatsen kenmerken zich naar verwachting door vondsten, grondsporen of cultuurlagen. De huidige bebouwing

8

7. Resultaten verkennend booronderzoek Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat er in de ondergrond beddingafzettingen aanwezig zijn, die waarschijnlijk deel uitmaken van de restgeul van de Est stroomrug. Hierop bevinden zich oeverafzettingen van waarschijnlijk dezelfde stroomrug. Dit vormt het archeologisch relevant niveau voor de perioden IJzertijd – Late Middeleeuwen en is qua bodemopbouw geheel intact. Ter plaatse van boring 5 bevindt zich op deze laag een cultuurlaag, die tussen de 25 – 90 cm -Mv (2,20 – 2,85 m +NAP) aanwezig is en houtskool bevat. Aan de nagel is echter niet een vaste periode toe te schrijven. Zodoende kan de hoge verwachting uit het bureauonderzoek voor deze perioden behouden blijven.

9

8. Resultaten karterend booronderzoek Onderzoeksmethodiek Het doel van het karterend onderzoek is het lokaliseren en begrenzen van eventueel aanwezige archeologische vindplaatsen. Hiertoe is in het plangebied een karterend booronderzoek uitgevoerd (conform het opgestelde Plan van Aanpak; Van der Kroon, 2024). In totaal zijn in het plangebied 23 boringen gezet (boring 1-23). De boringen hebben een diepte tot maximaal 220 cm –Mv en zijn handmatig gezet met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. Daarna is het boorgat nog een nageboord met een Edelmanboor met een diameter van 10 cm. De boringen zijn doorgezet tot in beddingzand van de Est stroomgordel. Zoals vooraf besproken met de regioarcheoloog Rivierenland zijn er 17 boringen ten behoeve van het karterend booronderzoek uitgevoerd (boring 1-17). Om de vindplaats te begrenzen zijn er 7 extra boringen uitgevoerd (boring 18-24). De extra boringen zijn doorgezet tot 100-150 cm Mv. De boringen zijn beschreven volgens de NEN5104 en de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB; SIKB 2008). Deze beschrijvingen zijn terug te vinden in bijlage 7. De boringen zijn gelijkmatig in het plangebied uitgezet. Ter plaatse van de bebouwing en de oprit is de verharding verwijderd. De ligging van de boringen is opgenomen in bijlage 3.

De coördinaten van de boorpunten zijn met een meetlint uitgezet en de hoogte is aan de hand van het AHN bepaald. Veldwaarnemingen Ten tijde van het veldonderzoek is het plangebied in gebruik als bedrijfsterrein. Er staan meerdere loodsen en een bedrijfswoning. Tevens is er een nieuw gebouw, nog niet bekend van de luchtfoto’s, aanwezig ter plaatse van boring 7 in het zuidoosten van het plangebied. De fundering van dit gebouw gaat tot minstens 40 cm -Mv. Daarnaast is een gedeelte van het plangebied verhard, dat dienst doet als parkeerplaats of buitenopslag. De bebouwing in het noordoosten van het plangebied is afgebrand en daarom niet meer aanwezig. Het maaiveld is vlak. Foto’s van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek zijn weergegeven in figuur 10.

Figuur 10: Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (16-05-2024).

10

Bodemopbouw en lithologie De natuurlijke ondergrond in het plangebied bestaat tot een maximale diepte van 230 cm -Mv uit matig siltig zand en sterk zandige klei. Het zand en de klei zijn geïnterpreteerd als beddingzand van de Est stroomrug, die ter plaatse van het plangebied verwacht werd. Het zand is matig fijn tot matig grof, slecht gesorteerd en (donker)grijs van kleur. Tevens is het kalkrijk. De top van de beddingafzettingen bevindt zich op een diepte van 110 – 200 cm -Mv (1,98 – 1,27 m +NAP). Boven de beddingafzettingen liggen sterk siltige tot zwak zandige oeverafzettingen. De oeverafzettingen zijn onderin slap, (donker)grijs, kalkrijk en bevat in enkele boringen sporen van plantenresten, schelpfragmenten en humusvlekken. Ter plaatse van boring 1-3, 5, 8 en 9 zijn onderin de oeverafzettingen enkele zandlagen aanwezig. Bovenin zijn de oeverafzettingen bruingrijs van kleur, stevig, niet tot zwak humeus en ontkalkt. In de oeverafzettingen zijn veel roestconcreties en mangaan vlekken aanwezig. De top van deze klei bevindt zich op 30 – 100 cm -Mv (1,90 – 1,95 m +NAP). De boringen bleken in variërende mate verstoord/archeologisch intact in het plangebied. De mate van verstoring is weergegeven in bijlage 4. Ter plaatse van boring 10, 12 en 16 is de ondergrond verstoord tot in de beddingafzettingen (90-140 cm -Mv, 2,09-1,7 m +NAP).

Ter plaatse van boring 8, 13, 14 en 21 is de ondergrond verstoord tot in de kalkrijke oeverafzettingen (60-110 cm -Mv; 2,5-2 m +NAP). Boven de bedding en oeverafzettingen ter plaatse van deze boringen liggen enkele recent verstoorde lagen en recente ophogingslagen vanaf het maaiveld. De ophogingslagen bestaan uit zwak siltig zand. De recent verstoorde lagen bestaan uit zwak tot sterk zandige klei. Hierin zijn in verschillende boringen zandlagen, kleibrokken, zandbrokken en fragmenten plastic aanwezig. Ter plaatse van deze boringen worden geen archeologische resten meer verwacht. Ter plaatse van boring 3, 5, 9, 11, 15, 19 en 20 zijn recente verstoringen tot dieper in de oeverafzettingen aanwezig. De verstoringen reiken hier niet dieper dan het ontkalkte gedeelte van de oeverafzettingen (65-90 cm -Mv; 2,51-2,31 m +NAP). Hier worden geen resten van de eventueel aanwezige vindplaats meer verwacht. Ter plaatse van boring 1, 17, 18 en 22 is de top van de oeverafzettingen archeologisch intact. De intactheid blijkt uit de beperkte diepte van de verstoringen en de ontkalkte top van de oeverafzettingen. Hier zijn de oeverafzettingen aangetroffen vanaf 30-45 cm -Mv (2,69-2,61 m +NAP). Ter plaatse van boring 4 en 23 is boven de oeverafzettingen een mogelijke (restant van een) woongrond aangetroffen tussen 45/55 cm -Mv tot 70/80 cm -Mv (2,75-2,05/2,47-2,32 m +NAP).

De mogelijke woongrond bestaat uit grijsbruine, stevige, kalkloze klei. In de klei zijn spikkels baksteen en fragmenten houtskool aanwezig. Boven de natuurlijke afzettingen/boven de woongrond is ligt de bouwvoor. De bouwvoor is matig humeus en matig zandig. In de bouwvoor zijn fragmenten plastic en baksteen, zandbrokken en kleibrokken aangetroffen. Archeologische indicatoren De opgeboorde grondmonsters zijn te velde doorzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. Er zijn fragmenten houtskool en baksteenbrokjes aangetroffen in boring 4, 5, 11, 17 en 23. Ter plaatse van boring 11 is in het verstoorde gedeelte van de boring ook verbrand materiaal (slak) aanwezig.

11

Interpretatie Uit de resultaten van het karterend booronderzoek blijkt dat in het noordwesten van het plangebied sprake is van een oude woongrond. Dit blijkt uit de vondst van een oude cultuurlaag in twee boringen, waarbij in de laag kleine brokjes rood baksteen en houtskool aanwezig zijn. De cultuurlaag heeft een dikte van 25-30 cm (45/55 cm -Mv tot 70/80 cm -Mv (2,75-2,05/2,47-2,32 m +NAP). De zone waar deze cultuurlaag aangetroffen is, is als vindplaats aangeduid in bijlage 5. In het gebied buiten de vindplaats, in de rest van het plangebied, is de ondergrond archeologisch gezien overwegend intact, wat blijkt uit de aanwezigheid van intacte oeverafzettingen op beddingafzettingen (bijlage 4). Dit resultaat komt overeen met de onderzoekresultaten uit het verkennend booronderzoek (Korver, 2023). Er zijn alleen daar alleen geen archeologische indicatoren gevonden. Verder is in het onderzoek vastgesteld dat delen van het noorden, oosten en de plaats die nu bebouwd is, volledig verstoord zijn. Daar zijn verstoringen gevonden, die tot in de kalkrijke oever- of beddingafzettingen reiken. Daar is de archeologische verwachting naar laag bij te stellen (bijlage 4).

12

9. Beantwoording onderzoeksvragen 1.

Zijn er indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een (of meerdere) vindplaats(en) uit de IJzertijd – Late Middeleeuwen in het plangebied? Zo ja: • Wat is de spreiding, stratigrafische context en diepteligging van de aantroffen indicatoren? Vanaf het maaiveld tot circa 100 cm zijn archeologische indicatoren aangetroffen (boring 4, 5, 11, 17, 23). Ter plaatse van boring 4 en 23 is boven de oeverafzettingen een mogelijke (restant van een) woongrond aangetroffen tussen 40/55 cm -Mv tot 70/80 cm -Mv (2,47-2,07/2,32 m +NAP). • Wat is de aard, datering, omvang van eventueel aangetroffen indicatoren, vondstconcentraties en/of vindplaats(en)? Bij het veldonderzoek zijn er, behalve rood baksteen, geen dateerbare archeologische indicatoren aangetroffen. De woongrond is in twee boringen aanwezig. Met een bufferzone om deze boringen heen kan de woongrond een oppervlakte van >800 m2 hebben. • Is er sprake van chronostratigrafisch gescheiden niveaus? Nee.

2. Hoe verhouden de resultaten van het onderzoek zich met het verkennend booronderzoek? De resultaten van het onderzoek sluiten aan bij de resultaten van het verkennend booronderzoek. Er zijn oever- en beddingafzettingen van de Est stroomrug gevonden. Ook zijn nabij de boring waar toen een cultuurlaag gevonden is, nu weer aanwijzingen voor het bestaan van deze laag. Dit wijst waarschijnlijk op een vindplaats in dit deel van het terrein (boring 4 en 23). 3. Op welke locaties moet bij een gravend onderzoek rekening worden gehouden met de aanwezigheid van een archeologische vindplaats? In het zuidwesten van het plangebied moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van een archeologische vindplaats (bijlage 5).

13

10. Conclusie en Advies Conclusie In opdracht van Buro SRO heeft Transect b.v. in mei 2024 een archeologisch karterend onderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Heuvelstraat 7-26 in Waardenburg (gemeente West-Betuwe). De aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de realisatie van twee nieuwe bedrijfshallen en twee bedrijfswoningen in het gebied. Het archeologisch karterend onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een karterend booronderzoek. Het karterend onderzoek is het vervolg op het archeologisch bureauonderzoek en het verkennend booronderzoek (Korver, 2023). Dit onderzoek heeft geresulteerd in een gespecificeerde archeologische verwachting. Volgens deze verwachting zou in het plangebied een vindplaats uit de periode van de IJzertijd tot en met de Late Middeleeuwen aanwezig kunnen zijn. Deze verwachting geldt vooral voor het noordoosten van het plangebied. Hier is mogelijk een cultuurlaag aangetroffen. Het doel van het karterend onderzoek is het lokaliseren en begrenzen van eventueel aanwezige archeologische vindplaatsen. Hiervoor zijn boringen gezet (karterend booronderzoek) en is het maaiveld afgezocht op vondsten (veldkartering). De boringen zijn in een systematisch grid gezet, waarbij grondmonsters zijn verbrokkeld en doorzocht op archeologische vondsten.

Uit de resultaten van het karterend booronderzoek blijkt dat in het noordwesten van het plangebied sprake is van een oude woongrond. Dit blijkt uit de vondst van een oude cultuurlaag in twee boringen, waarbij in de laag kleine brokjes rood baksteen en houtskool aanwezig zijn. De cultuurlaag heeft een dikte van 25-30 cm (45/55 cm -Mv tot 70/80 cm -Mv (2,75-2,05/2,47-2,32 m +NAP). De zone waar deze cultuurlaag aangetroffen is, is als vindplaats aangeduid in bijlage 5. In het gebied buiten de vindplaats, in de rest van het plangebied, is de ondergrond archeologisch gezien overwegend intact, wat blijkt uit de aanwezigheid van intacte oeverafzettingen op beddingafzettingen (bijlage 4). Dit resultaat komt overeen met de onderzoekresultaten uit het verkennend booronderzoek (Korver, 2023). Er zijn alleen daar alleen geen archeologische indicatoren gevonden. Verder is in het onderzoek vastgesteld dat delen van het noorden, oosten en de plaats die nu bebouwd is, volledig verstoord zijn. Daar zijn verstoringen gevonden, die tot in de kalkrijke oever- of beddingafzettingen reiken. Daar is de archeologische verwachting naar laag bij te stellen (bijlage 4). Advies In het plangebied bestaat het voornemen om de huidige bebouwing te slopen en nieuwe bedrijfsbebouwing te realiseren.

In het zuidwesten van het gebied is sprake van een vindplaats die waarschijnlijk in de IJzertijd-Late Middeleeuwen dateert (bijlage 5; 2427 m2), die zich kenmerkt door een oude cultuurlaag. Wij adviseren deze waarde juridisch-planologisch uit te werken in het Omgevingsplan van de gemeente West-Betuwe. De top van de cultuurlaag ligt op een diepte vanaf 45 cm -Mv (2,75 m +NAP). Wanneer binnen de vindplaats graafwerkzaamheden beneden 45 cm – Mv (2,75 m +NAP) plaatsvinden adviseren wij een vervolgonderzoek uit te voeren (hier is uitgegaan van het gemeentelijk beleid; hoofdstuk 5). Een vervolgonderzoek kan het beste plaatsvinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (inventariserend veldonderzoek, waarderende fase; IVO-P). Wanneer er geen graafwerkzaamheden beneden 45 cm -Mv plaatsvinden, adviseren wij geen vervolgonderzoek uit te voeren. Voor de rest van het plangebied kan de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek naar laag worden bijgesteld (bijlage 5; 10824 m2). Er zijn geen archeologische indicatoren waargenomen en er blijken delen van het gebied verstoord. Daar adviseren wij geen verdere maatregelen. Op het moment dat onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke meldingsplicht 14

conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11, deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente West-Betuwe). Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente West Betuwe) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied. Reactie namens het bevoegd gezag Namens gemeente West Betuwe is de regioarcheoloog van Rivierenland akkoord met de resultaten en conclusies. Het advies voor planologische bescherming van de vindplaats aan de westkant van het perceel wordt overgenomen echter niet met een bescherming vanaf 45 cm -mv maar conform het gemeentelijk beleid vanaf een diepte van 30 cm -mv. De maximale vrijgestelde omvang voor toekomstige ingrepen is 50 m². Mocht onderzoek nodig zijn dan zal dat in de vorm van een waardestellend proefsleuvenonderzoek uitgevoerd moeten worden. De rest van het plangebied is voor toekomstige ingrepen vrijgesteld van vervolgonderzoek. De wettelijke meldingsplicht archeologische toevalsvondst blijft te allen tijde van kracht.

15

11. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden: • Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. • Archeologisch Informatie Systeem III (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2016. • Leven met Water, Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE) • Kaart van Verdedigingswerken, Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE). • Archeologische beleids- en verwachtingskaart van de gemeente West Betuwe • www.ruimtelijkeplannen.nl • archis.cultureelerfgoed.nl • www.kadastralekaart.com • www.archieven.nl • www.pdok.nl • www.ahn.nl • Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (Stiboka) • Geomorfologische kaart van Nederland • www.bodemloket.nl • bagviewer.kadaster.nl • www.kadaster.nl • www.dinoloket.nl • landschapinnederland.nl/bronnen-en-kaarten/archeologische-landschappenkaart • beeldbank.cultureelerfgoed.nl • www.topotijdreis.nl • library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf • www.uu.georeferencer • www.ikme.nl • www.tracesofwar.com • www.euroradar.nl/explosieven-opsporing/ruimingskaart/ Literatuur Bakker, H. de, 1966. De subgroepen van het systeem voor bodemclassificatie voor Nederland. In: Boor en Spade. Bakker, H. de en J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus. Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2005. Landschappelijk Nederland. Assen (Fysische Geografie van Nederland).

Derde, geheel herziene druk. Berendsen, H.J.A., 2004. De vorming van het land. Assen (Fysische geografie van Nederland). Vierde, geheel herziene druk. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik, A.H. Geurts, 2012. Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. Dept. Fysische Geografie. Universiteit Utrecht. Digitale Dataset.

16

Hendriks, J.P.C.A., Cleveringa, P., Beurden, L. van, Weerts, H.J.T., Meijer, T., Smeerdijk, D.G. van en Paalman, D.B.S., 2004. 'Dar vordrunken 16 schone kerspele...' Introductie op het moderne interdisciplinaire onderzoek naar de St. Elisabethsvloeden, 1421-1424. Westerheem, 53: 94-111. Hesseling, H.J., e.a., 2019. Land van de levenden en de doden. Steenweg (N830), gemeente Neerijnen, een opgraving - variant archeologische begeleiding. RAAP-rapport 3949 Korver, I., 2023. Waardenburg, Heuvelstraat 7 – 26 Gemeente West Betuwe (GD) Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Nieuwegein: Transect-rapport 3984. Mulder, E.F.J., M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003. De ondergrond van Nederland. Houten. Nales, T., 2015. Waardenburg, Steenstraat (ong.). Gemeente West Betuwe (GD) Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek (IVO), karterende fase. Transect, Nieuwegein. Schokker, J., 2003. Patterns and processes in a Pleistocene fluvio-aeolian environment (Roer Graben, south-eastern Netherlands), Utrecht (Thesis, Nederlandse Geografische Studies 314). Van Zijverden, W.K. & J. de Moor, 2014. Het groot profielenboek. Fysische geografie voorarcheologen. Leiden. Vos, P.C., 2015. Origin of the Dutch coastal landscape.

Longterm landscape evolution of the Netherlands during the Holocene, described and visualized in national, regional and local palaeogeographical map series. PhD dissertation, Utrecht University, Barkhuis Groningen. Zee, R.M. van der, 2007. Locatie 'A.H. de Kockstraat 3B' te Waardenburg, gemeente Neerijnen. DANS.

17

Bijlage 1: Archeologische beleidskaart van de gemeente West Betuwe

18

19

Bijlage 2: Stroomgordels

20

Bijlage 3: Boorpuntenkaart

21

Bijlage 4: Verstoring en intactheid

22

Bijlage 5: Advieskaart

23

Bijlage 6: Foto’s van boringen Hieronder volgen enkele foto’s van boring 4 en 8. De boorkernen op onderstaande foto’s zijn van link naar rechts uitgelegd, waarbij de onderkanten van de boringen naar boven wijzen (per 50 cm).

Foto’s van boring 4 (boven). Cultuurlaag aangegeven met rood figuur. Boring 8 (onder).

24

Bijlage 7: Boorbeschrijvingen

25

Waardenburg, Heuvelstraat

boring: 404040-1 beschrijver: JVDK, datum: 22-5-2024, X: 147.094, Y: 428.224, hoogte: 2,99, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect

0 cm -Mv / 2,99 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, matig humeus, donkergrijsbruin, matig stevig, spoor wortelresten, kalkrijk Opmerking: Enkele grindjes Moderne, oranje baksteenbrokjes

30 cm -Mv / 2,69 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, zwak humeus, bruin, stevig, spoor wortelresten, kalkloos, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: Fe-concreties

60 cm -Mv / 2,39 m + Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, zwak grindig, lichtbruin, stevig, spoor wortelresten, kalkloos Bodemkundig: Fe-concreties

75 cm -Mv / 2,24 m + Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, zwak humeus, lichtbruin, matig stevig, kalkloos, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: Fe-concreties

120 cm -Mv / 1,79 m + Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, donkergrijs, matig slap, kalkloos Bodemkundig: enkele Mn-vlekken

170 cm -Mv / 1,29 m + Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, donkergrijsblauw, enkele zandlagen, zeer slap, schelpfragment, kalkrijk Bodemkundig: enkele Mn-vlekken

Einde boring op 200 cm -Mv / 0,99 m +

boring: 404040-2 beschrijver: JVDK, datum: 22-5-2024, X: 147.066, Y: 428.202, hoogte: 3,13, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect

0 cm -Mv / 3,13 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: niet benoemd, niet benoemd, grijs Bodemkundig: interpretatie: niet benoemd Opmerking: beton

20 cm -Mv / 2,93 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, zwak humeus, bruin, kleibrokken, slap Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Opmerking: zn, g1

90 cm -Mv / 2,23 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, zwak humeus, bruin, stevig, kalkloos, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: Fe-concreties

120 cm -Mv / 1,93 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, zwak humeus, bruin, stevig, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: Fe-concreties

145 cm -Mv / 1,68 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, grijs, enkele zandlagen, slap, kalkrijk, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen

Einde boring op 180 cm -Mv / 1,33 m +

1

Waardenburg, Heuvelstraat

boring: 404040-3 beschrijver: JVDK, datum: 22-5-2024, X: 147.050, Y: 428.189, hoogte: 3,17, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect

0 cm -Mv / 3,17 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin, matig slap, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Opmerking: Ophoging voor bomenteelt

15 cm -Mv / 3,02 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, matig grof, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond

70 cm -Mv / 2,47 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, donkergrijs, matig stevig, kalkloos, interpretatie: oeverafzettingen

120 cm -Mv / 1,97 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, grijs, matig slap, kalkloos Bodemkundig: Fe-concreties

160 cm -Mv / 1,57 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, donkergrijs, enkele zandlagen, kalkrijk

190 cm -Mv / 1,27 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, donkergrijs, matig grof, kalkrijk, interpretatie: beddingafzettingen

Einde boring op 200 cm -Mv / 1,17 m +

boring: 404040-4 beschrijver: JVDK, datum: 22-5-2024, X: 147.017, Y: 428.164, hoogte: 3,02, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect

0 cm -Mv / 3,02 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, zwak humeus, bruingrijs, matig stevig, spoor wortelresten, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor Opmerking: g1

55 cm -Mv / 2,47 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, zwak humeus, donkergrijsbruin, matig stevig, schelpengruis, kalkloos Bodemkundig: Fe-concreties Opmerking: Restant woongrond? BSR poreus

70 cm -Mv / 2,32 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, zwak humeus, bruingrijs, matig stevig, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: Fe-concreties

160 cm -Mv / 1,42 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, grijs, matig slap, kalkrijk, interpretatie: beddingafzettingen

200 cm -Mv / 1,02 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, matig fijn, kalkrijk, interpretatie: beddingafzettingen

Einde boring op 220 cm -Mv / 0,82 m +

2

Waardenburg, Heuvelstraat

boring: 404040-5 beschrijver: JVDK, datum: 22-5-2024, X: 146.988, Y: 428.140, hoogte: 3,27, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect

0 cm -Mv / 3,27 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, zwak humeus, bruingrijs, kleibrokken, stevig, spoor wortelresten Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor

40 cm -Mv / 2,87 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, matig humeus, bruin, enkele zandlagen, matig stevig Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: Modern rode baksteenbrokjes, houtskool,

80 cm -Mv / 2,47 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, bruin, matig stevig, kalkloos, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: enkele Mn-vlekken

110 cm -Mv / 2,17 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, bruin, matig stevig, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: Fe-concreties

115 cm -Mv / 2,12 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, grijsblauw, enkele zandlagen, matig slap, schelpengruis, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: enkele Mn-vlekken

200 cm -Mv / 1,27 m + Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, matig fijn, kalkrijk, interpretatie: beddingafzettingen

Einde boring op 220 cm -Mv / 1,07 m +

boring: 404040-7 beschrijver: JVDK, datum: 22-5-2024, X: 147.137, Y: 428.224, hoogte: 3,01, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect

0 cm -Mv / 3,01 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: niet benoemd, niet benoemd, grijs Bodemkundig: interpretatie: niet benoemd Opmerking: Beton. (betonboor) onder de betongeboorde laag zat echter nog een verharding

Einde boring op 20 cm -Mv / 2,81 m +

boring: 404040-8 beschrijver: JVDK, datum: 22-5-2024, X: 147.094, Y: 428.177, hoogte: 3,10, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect

0 cm -Mv / 3,10 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: niet benoemd, niet benoemd, grijs Bodemkundig: interpretatie: niet benoemd Opmerking: Beton

20 cm -Mv / 2,90 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, geelgrijs, matig grof, kalkrijk Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond

60 cm -Mv / 2,50 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, donkergrijs, stevig, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen

90 cm -Mv / 2,20 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, donkergrijs, matig stevig, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen

130 cm -Mv / 1,80 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, donkergrijsbruin, enkele zandlagen, slap, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen

Einde boring op 150 cm -Mv / 1,60 m +

3

Waardenburg, Heuvelstraat

boring: 404040-9 beschrijver: JVDK, datum: 22-5-2024, X: 147.067, Y: 428.162, hoogte: 3,10, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect

0 cm -Mv / 3,10 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: niet benoemd, niet benoemd, grijs Bodemkundig: interpretatie: niet benoemd Opmerking: Beton

15 cm -Mv / 2,95 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, matig grof Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond

80 cm -Mv / 2,30 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, donkergrijsblauw, stevig, kalkloos, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: enkele Mn-vlekken

100 cm -Mv / 2,10 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, donkergrijsblauw, stevig, kalkloos, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: enkele Fe-vlekken

190 cm -Mv / 1,20 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, zwak humeus, donkergrijsbruin, enkele zandlagen, slap, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen

Einde boring op 210 cm -Mv / 1,00 m +

boring: 404040-10 beschrijver: JVDK, datum: 22-5-2024, X: 147.026, Y: 428.128, hoogte: 3,10, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect

0 cm -Mv / 3,10 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: niet benoemd, niet benoemd Bodemkundig: interpretatie: niet benoemd Opmerking: Lucht: geboord binnenpands in lager gelegen put.

40 cm -Mv / 2,70 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, grijsgeel, matig grof Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Opmerking: op 120 gestaakt door grondwater: grof zand loopt uit de boor

Einde boring op 130 cm -Mv / 1,80 m +

4

Waardenburg, Heuvelstraat

boring: 404040-11 beschrijver: JVDK, datum: 22-5-2024, X: 146.995, Y: 428.117, hoogte: 3,21, opdrachtgever: Buro SRO, uitvoerder: Transect

0 cm -Mv / 3,21 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, zwak humeus, bruingrijs, kleibrokken, stevig Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor Opmerking: g1, BSR modern

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/925/documents/19411