CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2025-028-bijlage-3-regels.pdf

Gemeenteraad 25 maart 2025, gemeente West BetuweBij agendapunt: 10: Vaststellen Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 202311.809 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023 concept

bestemmingsplan Regels

Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023 concept

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

Inhoudsopgave

Regels

5

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begripsbepalingen Reikwijdte

7 7 9

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Bestemmingsregels Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4 Waarde - Archeologie 5 Waarde - Archeologie 6 Waarde - Archeologie 7 Waarde - Archeologie 8

11 11 15 19 23 27 31 35 39

Hoofdstuk 3 Artikel 11

Algemene Regels Anti-dubbeltelregel

43 43

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en Slotregels Overgangsrecht Slotregel

45 45 47

3

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

4

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

Regels

5

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

6

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begripsbepalingen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan:

Het Paraplubestemmingsplan Archeologie met identificatienummer NL.IMRO.1960.BParcheologie-ONT1. 1.2

archeologisch deskundige:

De regioarcheoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg. 1.3

archeologisch onderzoek:

Onderzoek in het kader van de archeologische monumentenzorg verricht door een BRL SIKB 4000 Archeologie gecertificeerde dienst, bedrijf of instelling en minimaal werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA). 1.4

archeologische waarde:

De aan een gebied toegekende waarde in verband met de studie naar in de bodem voorkomende sporen en relicten uit het verleden. 1.5

bestemmingsplan:

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.6

bouwen:

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.7

bouwwerk:

Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die direct of indirect met de grond is verbonden, of die direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.8

onderzoeksrapport:

Een in rapportvorm vervat schriftelijk verslag van een volgens de in de archeologische beroepsgroep gebruikelijke normen verricht archeologisch onderzoek op basis waarvan een conclusie kan worden getrokken over de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. 1.9

peil:

Voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; Voor een woonschip: de waterspiegel; In andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld.

7

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

1.10

selectiebesluit:

Een gemotiveerd besluit van het bevoegd gezag om archeologische waarden al dan niet te behouden. Doorgaans wordt een selectiebesluit opgesteld door een archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag. Een selectiebesluit is geen besluit in de zin van Awb. Het wordt niet officieel gepubliceerd. 1.11

waterbodem:

De waterbodem omvat de bodem en oevers van oppervlaktewaterlichamen. Alles wat binnen oppervlaktewaterlichamen is gelegen valt onder het begrip waterbodem met uitzondering van de droge oevergebieden. 1.12

wet/wettelijk regeling:

Waar in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen wordt geduid op die regelingen, zoals zij luidden op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan.

8

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

Artikel 2 a.

b.

c.

Reikwijdte

Dit bestemmingsplan vervangt alle dubbelbestemmingen die betrekking hebben op bescherming van archeologische waarden in alle bestemmingsplannen en wijzigingsplannen die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan binnen de gemeente West Betuwe van kracht zijn. Voor zover in dit bestemmingsplan geen dubbelbestemming met betrekking tot bescherming van archeologische waarden is opgenomen, vervallen de geldende dubbelbestemmingen zoals opgenomen in alle onder a. genoemde bestemmingsplannen. Voor zover in bestemmingsplannen die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan binnen gemeente West Betuwe van kracht zijn geen dubbelbestemmingen die betrekking hebben op de bescherming van archeologische waarden zijn opgenomen, regelt dit plan de archeologische bescherming.

9

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

10

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Waarde - Archeologie 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de op en/of in deze gronden voorkomende en aantoonbaar te verwachten archeologische waarden. 3.2

Omgevingsvergunning voor bouwen

3.2.1 1.

2.

Bouwwerken

Op de in artikel 3.1 bedoelde gronden mogen zonder omgevingsvergunning geen bouwwerken worden opgericht, tenzij: a. het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. het bouwen gepaard gaat met bodemingrepen van niet meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld; c. en, in aanvulling op het bepaalde onder b, niet groter is dan 50 vierkante meter; d. op basis van een door of namens bevoegd gezag getoetst en geaccordeerd onderzoeksrapport is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; e. deze voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. Een onderzoeksrapport zoals genoemd in art. 3.2.1 lid 1d hoeft niet te worden overlegd wanneer: a. naar het oordeel van de archeologisch deskundige de archeologische waarden van de gronden al afdoende zijn vastgelegd in andere archeologisch informatie; of b. uit een schriftelijk advies van de archeologisch deskundig blijkt dat de archeologische waarden niet of niet onevenredig geschaad zullen worden door de bouwwerkzaamheden.

3.2.2

Aanvraagvereisten

Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen is de aanvrager van een omgevingsvergunning verplicht ten behoeve van in artikel 3.1 genoemde bestemming en met inachtneming van het in artikel 3.2.1 gestelde: a. b.

een of meerdere (funderings)tekeningen te overleggen waaruit blijkt welke omvang (in breedte, diepte, lengte en/of hoogte) de ingrepen en verstoringen zullen hebben; en een of meerdere palenplannen te overleggen waaruit blijkt het aantal palen, het type/soort, de omvang/diameter, de lengte, de onderlinge afs tand tussen de rijen funderingspalen en de wijze van aanbrengen opdat de mate van verstoring bepaald kan worden.

3.2.3

Beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning voor het bouwen in of op de onder artikel 3.1 genoemde bestemming wordt alleen verleend als: a. b. c.

uit het bij de aanvraag gevoegde archeologisch onderzoeksrapport blijkt dat er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of de archeologische waarden naar het oordeel van het bevoegd gezag niet of niet onevenredig wordt geschaad; of de archeologische waarden kunnen worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden.

3.2.4

Vergunningvoorschriften

Het college van burgemeester en wethouders kan aan de omgevingsvergunning een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden:

11

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het verrichten van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.3.1

Werken en werkzaamheden

Binnen de bestemming 'Waarde - Archeologie 1' is voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden een omgevingsvergunning van het college van burgemeester en wethouders nodig: a.

het afgraven, saneren, ontgronden, onderzuigen, verlagen, afplaggen, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het aanleggen, verbreden en verwijderen van verhardingen; c. het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; d. het graven of vergraven, verruimen, verdiepen of dempen van watergangen en waterpartijen; e. het frezen en scheuren van grasland; f. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen waaronder begrepen bos, boomgaard, zacht-fruitopstand, (boom)kwekerij en windsingel; g. het rooien van diepwortelende beplantingen zoals vermeld onder f. waarbij de stobben worden verwijderd; h. het aanleggen van drainage; i. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; j. het uitvoeren van heiwerkzaamheden, het aanbrengen van verticale grondkeringen of het op een of andere wijze indrijven van objecten in de bodem; k. het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; l. het verwijderen van bestaande ondergrondse fundamenten, verticale grondkeringen en het verwijderen en/of uittrekken van funderingspalen; m. het zoeken naar delfstoffen in de vorm van seismisch onderzoek of exploratieonderzoek. 3.3.2 1.

Uitzonderingen

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.3.1 is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden indien deze: a. worden uitgevoerd voor het realiseren van een bouwwerk waarop artikel 3.2.1 van toepassing is; b. tot een diepte van 30 centimeter onder het bestaande maaiveld gaan; c. en, in aanvulling op het bepaalde onder b, geen grotere oppervlakte dan 50 vierkante meter betreft; d. reeds legaal in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; e. worden uitgevoerd in het kader van het normale beheer en onderhoud. Hieronder vallen: onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen; de aanleg van nieuwe en de vervanging van bestaande kabels en leidingen binnen bestaande kabels- en leidingentracés waarbij de omvang en diepte ongewijzigd blijft; het vervangen van bestaande boomgaarden door nieuwe boomgaarden met gebruikmaking van dezelfde plantgaten of bomenrij. f. mogen worden uitgevoerd volgens een verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingvergunning; g. voor archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; h. betrekking hebben op gronden waarvan op basis van een door of namens bevoegd gezag getoetst en geaccodeerd onderzoeksrapport: i. is aangetoond dat er zich geen archeologische waarden (meer) bevinden; of j.

is aangetoond dat de archeologische waarden van de gronden, die kunnen worden verstoord, naar het oordeel van he bevoegd gezag, in voldoende mate zijn vastgesteld.

12

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

2.

Een onderzoeksrapport zoals genoemd in art. 3.3.2 lid 1onder h hoeft niet te worden overlegd wanneer: a. naar het oordeel van de archeologisch deskundige de archeologische waarden van de gronden al afdoende zijn vastgelegd in andere archeologisch informatie; of b. uit een schriftelijk advies van de archeologisch deskundig blijkt dat de archeologische waarden niet of niet one venredig geschaad zullen worden door het werk of de werkzaamheden.

3.3.3

Aanvraagvereisten

Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen is de aanvrager van een omgevingsvergunning verplicht ten behoeve van in artikel 3.1 genoemde bestemming, en met inachtneming van het in artikelen 3.3.1 en 3.3.2 gestelde een of meerdere (fundering)stekeningen te overleggen waaruit blijkt welke omvang (in breedte, diepte, lengte en/of hoogte) de ingrepen en verstoringen zullen hebben. 3.3.4

Beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning voor het bouwen in of op de onder artikel 3.1 genoemde bestemming wordt alleen verleend als: a. b. c.

uit het bij de aanvraag gevoegde archeologisch onderzoeksrapport blijkt dat er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of de archeologische waarden naar het oordeel van het bevoegd gezag niet of niet onevenredig wordt geschaad; of de archeologische waarden kunnen worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden.

3.3.5

Vergunningvoorschriften

Het college van burgemeester en wethouders kan aan de omgevingsvergunning een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het verrichten van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

3.3.6

Wijzigingsbevoegdheid

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd betreffende de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 1': a.

b.

te wijzigen in een andere in dit bestemmingsplan opgenomen archeologische bestemming indien dit op basis van de uitkomsten van nader uitgevoerd archeologisch onderzoek of naar oordeel van de archeologisch deskundige noodzakelijk is; of geheel of gedeeltelijk te verwijderen indien uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat: 1. ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2. het niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.

13

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

14

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

Artikel 4 4.1

Waarde - Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de op en/of in deze gronden voorkomende en aantoonbaar te verwachten archeologische waarden. 4.2

Omgevingsvergunning voor bouwen

4.2.1

Bouwwerken

1.

2.

Op de in artikel 4.1 bedoelde gronden mogen zonder omgevingsvergunning geen bouwwerken worden opgericht, tenzij: a. het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. het bouwen gepaard gaat met bodemingrepen van niet meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld; c. het nieuw te bouwen oppervlak, in aanvulling op het bepaalde onder b, niet groter is dan 100 vierkante meter; d. op basis van ingediend onderzoeksrapport is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn en dit tevens is getoetst en geaccordeerd door een archeologisch deskundige namens bevoegd gezag; e. deze voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. Een onderzoeksrapport zoals genoemd in art. 4.2.1lid 1 onder d hoeft niet te worden overlegd wanneer: a. naar het oordeel van de archeologisch deskundige de archeologische waarden van de gronden al afdoende zijn vastgelegd in andere archeologisch informatie; b. uit een schriftelijk advies van de archeologisch deskundig blijkt dat de archeologische waarden niet of niet onevenredig geschaad zullen worden door de bouwwerkzaamheden.

4.2.2

Aanvraagvereisten

Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen is de aanvrager van een omgevingsvergunning verplicht ten behoeve van in artikel 4.1 genoemde bestemming en met inachtneming van het in artikel 4.2.1 gestelde: a. b.

een of meerdere (funderings)tekeningen te overleggen waaruit blijkt welke omvang (in breedte, diepte, lengte en/of hoogte) de ingrepen en verstoringen zullen hebben; en een of meerdere palenplannen te overleggen waaruit blijkt het aantal palen, het type/soort, de omvang/diameter, de lengte, de onderlinge afstand tussen de rijen funderingspalen en de wijze van aanbrengen opdat de mate van verstoring bepaald kan worden.

4.2.3

Beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning voor het bouwen in of op de onder artikel 4.1 genoemde bestemming wordt alleen verleend als: a. b. c.

uit het bij de aanvraag gevoegde archeologisch onderzoeksrapport blijkt dat er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of de archeologische waarden naar het oordeel van het bevoegd gezag niet of niet onevenredig wordt geschaad; of de archeologische waarden kunnen worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden.

15

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

4.2.4

Vergunningvoorschriften

Burgemeester en wethouders kunnen aan de omgevingsvergunning een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het verrichten van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1

Werken en werkzaamheden

Binnen de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' is voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders nodig: a.

het afgraven, saneren, ontgronden, onderzuigen, verlagen, afplaggen, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het aanleggen, verbreden en verwijderen van verhardingen; c. het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; d. het graven of vergraven, verruimen, verdiepen of dempen van watergangen en waterpartijen; e. het frezen en scheuren van grasland; f. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen waaronder begrepen bos, boomgaard, zacht-fruitopstand, (boom)kwekerij en windsingel; g. het rooien van diepwortelende beplantingen zoals vermeld onder f. waarbij de stobben worden verwijderd; h. het aanleggen van drainage; i. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; j. het uitvoeren van heiwerkzaamheden, het aanbrengen van verticale grondkeringen of het op een of andere wijze indrijven van objecten in de bodem; k. het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; l. het verwijderen van bestaande ondergrondse fundamenten, verticale grondkeringen en het verwijderen en/of uittrekken van funderingspalen; m. het zoeken naar delfstoffen in de vorm van seismisch onderzoek of exploratieonderzoek. 4.3.2 1.

Uitzonderingen

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.3.1 is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden indien deze: a. worden uitgevoerd voor het realiseren van een bouwwerk waarop artikel 4.2.1 van toepassing is; b. tot een diepte van 30 centimeter onder het bestaande maaiveld gaan; c. in aanvulling op het bepaalde onder b, geen grotere oppervlakte dan 100 vierkante meter betreft; d. reeds legaal in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; e. worden uitgevoerd in het kader van het normale beheer en onderhoud. Hieronder vallen: onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen; de aanleg van nieuwe en de vervanging van bestaande kabels en leidingen binnen bestaande kabels- en leidingentracés waarbij de omvang en diepte ongewijzigd blijft; het vervangen van bestaande boomgaarden door nieuwe boomgaarden met gebruikmaking van dezelfde plantgaten of bomenrij. f. mogen worden uitgevoerd volgens een verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingvergunning; g. voor archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; h. betrekking hebben op gronden waarvan op basis van een namens bevoegd gezag getoetst en geaccepteerd ingediend onderzoeksrapport:

16

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

i. j. 2.

is aangetoond dat er zich geen archeologische waarden (meer) bevinden; of is aangetoond dat de archeologische waarden van de gronden, die kunnen worden verstoord, naar het oordeel van he bevoegd gezag, in voldoende mate zijn vastgesteld. Een onderzoeksrapport zoals genoemd in art. 4.3.2 lid 1onder h hoeft niet te worden overlegd wanneer: a. naar het oordeel van de archeologisch deskundige de archeologische waarden van de gronden al afdoende zijn vastgelegd in andere archeologisch informatie; b. uit een schriftelijk advies van de archeologisch deskundig blijkt dat de archeologische waarden niet of niet one venredig geschaad zullen worden door het werk of de werkzaamheden.

4.3.3

Aanvraagvereisten

Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen is de aanvrager van een omgevingsvergunning verplicht ten behoeve van in artikel 4.1 genoemde bestemming en met inachtneming van het in artikelen 4.3.1 en 4.3.2 gestelde een of meerdere (funderings)tekeningen te overleggen waaruit blijkt welke omvang (in breedte, diepte, lengte en/of hoogte) de ingrepen en verstoringen zullen hebben. 4.3.4

Beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning voor het bouwen in of op de onder artikel 4.1 genoemde bestemming wordt alleen verleend als: a. b. c.

uit het bij de aanvraag gevoegde archeologisch onderzoeksrapport blijkt dat er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of de archeologische waarden naar het oordeel van het bevoegd gezag niet of niet onevenredig wordt geschaad; of de archeologische waarden kunnen worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden.

4.3.5

Vergunningvoorschriften

Burgemeester en wethouders kunnen aan de omgevingsvergunning een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het verrichten van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

4.3.6

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd betreffende de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2': a.

b.

te wijzigen in een andere in dit bestemmingsplan opgenomen archeologische bestemming indien dit op basis van de uitkomsten van nader uitgevoerd archeologisch onderzoek of naar oordeel van de archeologisch deskundige noodzakelijk is; of geheel of gedeeltelijk te verwijderen indien uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat: 1. ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2. het niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.

17

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

18

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

Artikel 5 5.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de op en/of in deze gronden voorkomende en aantoonbaar te verwachten archeologische waarden. 5.2

Omgevingsvergunning voor bouwen

5.2.1

Bouwwerken

1.

2.

Op de in artikel 5.1 bedoelde gronden mogen zonder omgevingsvergunning geen bouwwerken worden opgericht, tenzij: a. het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. het bouwen gepaard gaat met bodemingrepen van niet meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld; c. het nieuw te bouwen oppervlak, in aanvulling op het bepaalde onder b, niet groter is dan 500 vierkante meter; d. op basis van ingediend onderzoeksrapport is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn en dit tevens is getoetst en geaccordeerd door een archeologisch deskundige namens bevoegd gezag; e. deze voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. Een onderzoeksrapport zoals genoemd in art. 5.2.1lid 1 onder d hoeft niet te worden overlegd wanneer: a. naar het oordeel van de archeologisch deskundige de archeologische waarden van de gronden al afdoende zijn vastgelegd in andere archeologisch informatie; b. uit een schriftelijk advies van de archeologisch deskundig blijkt dat de archeologische waarden niet of niet onevenredig geschaad zullen worden door de bouwwerkzaamheden.

5.2.2

Aanvraagvereisten

Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen is de aanvrager van een omgevingsvergunning verplicht ten behoeve van in artikel 5.1 genoemde bestemming en met inachtneming van het in artikel 5.2.1 gestelde: a. b.

een of meerdere (funderings)tekeningen te overleggen waaruit blijkt welke omvang (in breedte, diepte, lengte en/of hoogte) de ingrepen en verstoringen zullen hebben; en een of meerdere palenplannen te overleggen waaruit blijkt het aantal palen, het type/soort, de omvang/diameter, de lengte, de onderlinge afstand tussen de rijen funderingspalen en de wijze van aanbrengen opdat de mate van verstoring bepaald kan worden.

5.2.3

Beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning voor het bouwen in of op de onder artikel 5.1 genoemde bestemming wordt alleen verleend als: a. b. c.

uit het bij de aanvraag gevoegde archeologisch onderzoeksrapport blijkt dat er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of de archeologische waarden naar het oordeel van het bevoegd gezag niet of niet onevenredig wordt geschaad; of de archeologische waarden kunnen worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden.

5.2.4

Vergunningvoorschriften

Burgemeester en wethouders kunnen aan de omgevingsvergunning een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden:

19

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het verrichten van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1

Werken en werkzaamheden

Binnen de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' is voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders nodig: a.

het afgraven, saneren, ontgronden, onderzuigen, verlagen, afplaggen, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het aanleggen, verbreden en verwijderen van verhardingen; c. het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; d. het graven of vergraven, verruimen, verdiepen of dempen van watergangen en waterpartijen; e. het frezen en scheuren van grasland; f. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen waaronder begrepen bos, boomgaard, zacht-fruitopstand, (boom)kwekerij en windsingel; g. het rooien van diepwortelende beplantingen zoals vermeld onder f. waarbij de stobben worden verwijderd; h. het aanleggen van drainage; i. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; j. het uitvoeren van heiwerkzaamheden, het aanbrengen van verticale grondkeringen of het op een of andere wijze indrijven van objecten in de bodem; k. het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; l. het verwijderen van bestaande ondergrondse fundamenten, verticale grondkeringen en het verwijderen en/of uittrekken van funderingspalen; m. het zoeken naar delfstoffen in de vorm van seismisch onderzoek of exploratieonderzoek. 5.3.2 3.

4.

Uitzonderingen

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.3.1 is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden indien deze: a. worden uitgevoerd voor het realiseren van een bouwwerk waarop artikel 5.2.2 van toepassing is; b. tot een diepte van 30 centimeter onder het bestaande maaiveld gaan; c. in aanvulling op het bepaalde onder b, geen grotere oppervlakte dan 500 vierkante meter betreft; d. reeds legaal in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; e. worden uitgevoerd in het kader van het normale beheer en onderhoud. Hieronder vallen: onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen; de aanleg van nieuwe en de vervanging van bestaande kabels en leidingen binnen bestaande kabels- en leidingentracés waarbij de omvang en diepte ongewijzigd blijft; het vervangen van bestaande boomgaarden door nieuwe boomgaarden met gebruikmaking van dezelfde plantgaten of bomenrij. f. mogen worden uitgevoerd volgens een verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingvergunning; g. voor archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; h. betrekking hebben op gronden waarvan op basis van een namens bevoegd gezag getoetst en geaccepteerd ingediend onderzoeksrapport: i. is aangetoond dat er zich geen archeologische waarden (meer) bevinden; of j.

is aangetoond dat de archeologische waarden van de gronden, die kunnen worden verstoord, naar het oordeel van he bevoegd gezag, in voldoende mate zijn vastgesteld. Een onderzoeksrapport zoals genoemd in art. 5.3.2 lid 1onder h hoeft niet te worden overlegd wanneer:

20

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

a. b.

5.3.3

naar het oordeel van de archeologisch deskundige de archeologische waarden van de gronden al afdoende zijn vastgelegd in andere archeologisch informatie; uit een schriftelijk advies van de archeologisch deskundig blijkt dat de archeologische waarden niet of niet one venredig geschaad zullen worden door het werk of de werkzaamheden. Aanvraagvereisten

Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen is de aanvrager van een omgevingsvergunning verplicht ten behoeve van in artikel 5.1 genoemde bestemming en met inachtneming van het in artikelen 5.3.1 en 5.3.2 gestelde een of meerdere (funderings)tekeningen te overleggen waaruit blijkt welke omvang (in breedte, diepte, lengte en/of hoogte) de ingrepen en verstoringen zullen hebben. 5.3.4

Beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning voor het bouwen in of op de onder artikel 5.1 genoemde bestemming wordt alleen verleend als: a. b. c.

uit het bij de aanvraag gevoegde archeologisch onderzoeksrapport blijkt dat er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of de archeologische waarden naar het oordeel van het bevoegd gezag niet of niet onevenredig wordt geschaad; of de archeologische waarden kunnen worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden.

5.3.5

Vergunningvoorschriften

Burgemeester en wethouders kunnen aan de omgevingsvergunning een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het verrichten van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

5.3.6

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd betreffende de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3': a.

b.

te wijzigen in een andere in dit bestemmingsplan opgenomen archeologische bestemming indien dit op basis van de uitkomsten van nader uitgevoerd archeologisch onderzoek of naar oordeel van de archeologisch deskundige noodzakelijk is; of geheel of gedeeltelijk te verwijderen indien uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat: 1. ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2. het niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.

21

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

22

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

Artikel 6 6.1

Waarde - Archeologie 4

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de op en/of in deze gronden voorkomende en aantoonbaar te verwachten archeologische waarden. 6.2

Omgevingsvergunning voor bouwen

6.2.1

Bouwwerken

1.

2.

Op de in artikel 6.1 bedoelde gronden mogen zonder omgevingsvergunning geen bouwwerken worden opgericht, tenzij: a. het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. het bouwen gepaard gaat met bodemingrepen van niet meer dan 150 centimeter onder het bestaande maaiveld c. het nieuw te bouwen oppervlak, in aanvulling op het bepaalde onder b, niet groter is dan 2.500 vierkante meter; d. op basis van ingediend onderzoeksrapport is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn en dit tevens is getoetst en geaccordeerd door een archeologisch deskundige namens bevoegd gezag; e. deze voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. Een onderzoeksrapport zoals genoemd in art. 6.2.1lid 1 onder d hoeft niet te worden overlegd wanneer: a. naar het oordeel van de archeologisch deskundige de archeologische waarden van de gronden al afdoende zijn vastgelegd in andere archeologisch informatie; b. uit een schriftelijk advies van de archeologisch deskundig blijkt dat de archeologische waarden niet of niet onevenredig geschaad zullen worden door de bouwwerkzaamheden.

6.2.2

Aanvraagvereisten

Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen is de aanvrager van een omgevingsvergunning verplicht ten behoeve van in artikel 6.1 genoemde bestemming en met inachtneming van het in artikel 6.2.1 gestelde: a. b.

een of meerdere (funderings)tekeningen te overleggen waaruit blijkt welke omvang (in breedte, diepte, lengte en/of hoogte) de ingrepen en verstoringen zullen hebben; en een of meerdere palenplannen te overleggen waaruit blijkt het aantal palen, het type/soort, de omvang/diameter, de lengte, de onderlinge afstand tussen de rijen funderingspalen en de wijze van aanbrengen opdat de mate van verstoring bepaald kan worden.

6.2.3

Beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning voor het bouwen in of op de onder artikel 6.1 genoemde bestemming wordt alleen verleend als: a. b. c.

uit het bij de aanvraag gevoegde archeologisch onderzoeksrapport blijkt dat er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of de archeologische waarden naar het oordeel van het bevoegd gezag niet of niet onevenredig wordt geschaad; of de archeologische waarden kunnen worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden.

6.2.4

Vergunningvoorschriften

Burgemeester en wethouders kunnen aan de omgevingsvergunning een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden:

23

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het verrichten van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1

Werken en werkzaamheden

Binnen de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' is voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders nodig: a.

het afgraven, saneren, ontgronden, onderzuigen, verlagen, afplaggen, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het aanleggen, verbreden en verwijderen van verhardingen; c. het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; d. het graven of vergraven, verruimen, verdiepen of dempen van watergangen en waterpartijen; e. het frezen en scheuren van grasland; f. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen waaronder begrepen bos, boomgaard, zacht-fruitopstand, (boom)kwekerij en windsingel; g. het rooien van diepwortelende beplantingen zoals vermeld onder f. waarbij de stobben worden verwijderd; h. het aanleggen van drainage; i. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; j. het uitvoeren van heiwerkzaamheden, het aanbrengen van verticale grondkeringen of het op een of andere wijze indrijven van objecten in de bodem; k. het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; l. het verwijderen van bestaande ondergrondse fundamenten, verticale grondkeringen en het verwijderen en/of uittrekken van funderingspalen; m. het zoeken naar delfstoffen in de vorm van seismisch onderzoek of exploratieonderzoek. 6.3.2 1.

2.

Uitzonderingen

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.3.1 is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden indien deze: a. worden uitgevoerd voor het realiseren van een bouwwerk waarop artikel 6.2.1 van toepassing is; b. tot een diepte van 150 centimeter onder het bestaande maaiveld gaan; c. in aanvulling op het bepaalde onder b, geen grotere oppervlakte dan 2.500 vierkante meter betreft; d. reeds legaal in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; e. worden uitgevoerd in het kader van het normale beheer en onderhoud. Hieronder vallen: onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen; de aanleg van nieuwe en de vervanging van bestaande kabels en leidingen binnen bestaande kabels- en leidingentracés waarbij de omvang en diepte ongewijzigd blijft; het vervangen van bestaande boomgaarden door nieuwe boomgaarden met gebruikmaking van dezelfde plantgaten of bomenrij. f. mogen worden uitgevoerd volgens een verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingvergunning; g. voor archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; h. betrekking hebben op gronden waarvan op basis van een namens bevoegd gezag getoetst en geaccepteerd ingediend onderzoeksrapport: i. is aangetoond dat er zich geen archeologische waarden (meer) bevinden; of j.

is aangetoond dat de archeologische waarden van de gronden, die kunnen worden verstoord, naar het oordeel van he bevoegd gezag, in voldoende mate zijn vastgesteld. Een onderzoeksrapport zoals genoemd in art. 6.3.2 lid 1onder h hoeft niet te worden overlegd wanneer:

24

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

a. b.

6.3.3

naar het oordeel van de archeologisch deskundige de archeologische waarden van de gronden al afdoende zijn vastgelegd in andere archeologisch informatie; uit een schriftelijk advies van de archeologisch deskundig blijkt dat de archeologische waarden niet of niet one venredig geschaad zullen worden door het werk of de werkzaamheden. Aanvraagvereisten

Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen is de aanvrager van een omgevingsvergunning verplicht ten behoeve van in artikel 6.1 genoemde bestemming en met inachtneming van het in artikelen 6.3.1 en 6.3.2 gestelde een of meerdere (funderings)tekeningen te overleggen waaruit blijkt welke omvang (in breedte, diepte, lengte en/of hoogte) de ingrepen en verstoringen zullen hebben. 6.3.4

Beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning voor het bouwen in of op de onder artikel 6.1 genoemde bestemming wordt alleen verleend als: a. b. c.

uit het bij de aanvraag gevoegde archeologisch onderzoeksrapport blijkt dat er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of de archeologische waarden naar het oordeel van het bevoegd gezag niet of niet onevenredig wordt geschaad; of de archeologische waarden kunnen worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden.

6.3.5

Vergunningvoorschriften

Burgemeester en wethouders kunnen aan de omgevingsvergunning een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het verrichten van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

6.3.6

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd betreffende de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4': a.

b.

te wijzigen in een andere in dit bestemmingsplan opgenomen archeologische bestemming indien dit op basis van de uitkomsten van nader uitgevoerd archeologisch onderzoek of naar oordeel van de archeologisch deskundige noodzakelijk is; of geheel of gedeeltelijk te verwijderen indien uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat: 1. ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2. het niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.

25

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

26

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

Artikel 7 7.1

Waarde - Archeologie 5

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de op en/of in deze gronden voorkomende en aantoonbaar te verwachten archeologische waarden. 7.2

Omgevingsvergunning voor bouwen

7.2.1

Bouwwerken

1.

2.

Op de in artikel 7.1 bedoelde gronden mogen zonder omgevingsvergunning geen bouwwerken worden opgericht, tenzij: a. het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. het bouwen gepaard gaat met bodemingrepen van niet meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld c. het nieuw te bouwen oppervlak, in aanvulling op het bepaalde onder b, niet groter is dan 2.500 vierkante meter; d. op basis van ingediend onderzoeksrapport is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn en dit tevens is getoetst en geaccordeerd door een archeologisch deskundige namens bevoegd gezag; e. deze voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. Een onderzoeksrapport zoals genoemd in art. 7.2.1lid 1 onder d hoeft niet te worden overlegd wanneer: a. naar het oordeel van de archeologisch deskundige de archeologische waarden van de gronden al afdoende zijn vastgelegd in andere archeologisch informatie; b. uit een schriftelijk advies van de archeologisch deskundig blijkt dat de archeologische waarden niet of niet onevenredig geschaad zullen worden door de bouwwerkzaamheden.

7.2.2

Aanvraagvereisten

Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen is de aanvrager van een omgevingsvergunning verplicht ten behoeve van in artikel 7.1 genoemde bestemming en met inachtneming van het in artikel 7.2.1 gestelde: a. b.

een of meerdere (funderings)tekeningen te overleggen waaruit blijkt welke omvang (in breedte, diepte, lengte en/of hoogte) de ingrepen en verstoringen zullen hebben; en een of meerdere palenplannen te overleggen waaruit blijkt het aantal palen, het type/soort, de omvang/diameter, de lengte, de onderlinge afstand tussen de rijen funderingspalen en de wijze van aanbrengen opdat de mate van verstoring bepaald kan worden.

7.2.3

Beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning voor het bouwen in of op de onder artikel 7.1 genoemde bestemming wordt alleen verleend als: a. b. c.

uit het bij de aanvraag gevoegde archeologisch onderzoeksrapport blijkt dat er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of de archeologische waarden naar het oordeel van het bevoegd gezag niet of niet onevenredig wordt geschaad; of de archeologische waarden kunnen worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden.

7.2.4

Vergunningvoorschriften

Burgemeester en wethouders kunnen aan de omgevingsvergunning een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden:

27

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het verrichten van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1

Werken en werkzaamheden

Binnen de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' is voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders nodig: a.

het afgraven, saneren, ontgronden, onderzuigen, verlagen, afplaggen, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het aanleggen, verbreden en verwijderen van verhardingen; c. het ophogen van de bodem met meer dan 3 meter; d. het graven of vergraven, verruimen, verdiepen of dempen van watergangen en waterpartijen; e. het frezen en scheuren van grasland; f. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen waaronder begrepen bos, boomgaard, zacht-fruitopstand, (boom)kwekerij en windsingel; g. het rooien van diepwortelende beplantingen zoals vermeld onder f. waarbij de stobben worden verwijderd; h. het aanleggen van drainage; i. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; j. het uitvoeren van heiwerkzaamheden, het aanbrengen van verticale grondkeringen of het op een of andere wijze indrijven van objecten in de bodem; k. het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; l. het verwijderen van bestaande ondergrondse fundamenten, verticale grondkeringen en het verwijderen en/of uittrekken van funderingspalen; m. het zoeken naar delfstoffen in de vorm van seismisch onderzoek of exploratieonderzoek. 7.3.2 1.

2.

Uitzonderingen

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.3.1 is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden indien deze: a. worden uitgevoerd voor het realiseren van een bouwwerk waarop artikel 7.2.1 van toepassing is; b. tot een diepte van 30 centimeter onder het bestaande maaiveld gaan; c. in aanvulling op het bepaalde onder b, geen grotere oppervlakte dan 2.500 vierkante meter betreft; d. reeds legaal in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; e. worden uitgevoerd in het kader van het normale beheer en onderhoud. Hieronder vallen: onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen; de aanleg van nieuwe en de vervanging van bestaande kabels en leidingen binnen bestaande kabels- en leidingentracés waarbij de omvang en diepte ongewijzigd blijft; het vervangen van bestaande boomgaarden door nieuwe boomgaarden met gebruikmaking van dezelfde plantgaten of bomenrij. f. mogen worden uitgevoerd volgens een verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingvergunning; g. voor archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; h. betrekking hebben op gronden waarvan op basis van een namens bevoegd gezag getoetst en geaccepteerd ingediend onderzoeksrapport: i. is aangetoond dat er zich geen archeologische waarden (meer) bevinden; of j.

is aangetoond dat de archeologische waarden van de gronden, die kunnen worden verstoord, naar het oordeel van he bevoegd gezag, in voldoende mate zijn vastgesteld. Een onderzoeksrapport zoals genoemd in art. 7.3.2 lid 1onder h hoeft niet te worden overlegd wanneer:

28

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

a. b.

7.3.3

naar het oordeel van de archeologisch deskundige de archeologische waarden van de gronden al afdoende zijn vastgelegd in andere archeologisch informatie; uit een schriftelijk advies van de archeologisch deskundig blijkt dat de archeologische waarden niet of niet one venredig geschaad zullen worden door het werk of de werkzaamheden. Aanvraagvereisten

Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen is de aanvrager van een omgevingsvergunning verplicht ten behoeve van in artikel 7.1 genoemde bestemming en met inachtneming van het in artikelen 7.3.1 en 7.3.2 gestelde een of meerdere (funderings)tekeningen te overleggen waaruit blijkt welke omvang (in breedte, diepte, lengte en/of hoogte) de ingrepen en verstoringen zullen hebben. 7.3.4

Beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning voor het bouwen in of op de onder artikel 7.1 genoemde bestemming wordt alleen verleend als: a. b. c.

uit het bij de aanvraag gevoegde archeologisch onderzoeksrapport blijkt dat er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of de archeologische waarden naar het oordeel van het bevoegd gezag niet of niet onevenredig wordt geschaad; of de archeologische waarden kunnen worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden.

7.3.5

Vergunningvoorschriften

Burgemeester en wethouders kunnen aan de omgevingsvergunning een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het verrichten van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

7.3.6

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd betreffende de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5': a.

b.

te wijzigen in een andere in dit bestemmingsplan opgenomen archeologische bestemming indien dit op basis van de uitkomsten van nader uitgevoerd archeologisch onderzoek of naar oordeel van de archeologisch deskundige noodzakelijk is; of geheel of gedeeltelijk te verwijderen indien uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat: 1. ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2. het niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.

29

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

30

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

Artikel 8 8.1

Waarde - Archeologie 6

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de op en/of in deze gronden voorkomende en aantoonbaar te verwachten archeologische waarden. 8.2

Omgevingsvergunning voor bouwen

8.2.1

Bouwwerken

1.

2.

Op de in artikel 8.1 bedoelde gronden mogen zonder omgevingsvergunning geen bouwwerken worden opgericht, tenzij: a. het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. het bouwen gepaard gaat met bodemingrepen van niet meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld c. het nieuw te bouwen oppervlak, in aanvulling op het bepaalde onder b, niet groter is dan 5.000 vierkante meter; d. op basis van ingediend onderzoeksrapport is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn en dit tevens is getoetst en geaccordeerd door een archeologisch deskundige namens bevoegd gezag; e. deze voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. Een onderzoeksrapport zoals genoemd in art. 8.2.1lid 1 onder d hoeft niet te worden overlegd wanneer: a. naar het oordeel van de archeologisch deskundige de archeologische waarden van de gronden al afdoende zijn vastgelegd in andere archeologisch informatie; b. uit een schriftelijk advies van de archeologisch deskundig blijkt dat de archeologische waarden niet of niet onevenredig geschaad zullen worden door de bouwwerkzaamheden.

8.2.2

Aanvraagvereisten

Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen is de aanvrager van een omgevingsvergunning verplicht ten behoeve van in artikel 8.1 genoemde bestemming en met inachtneming van het in artikel 8.2.1 gestelde: a. b.

een of meerdere (funderings)tekeningen te overleggen waaruit blijkt welke omvang (in breedte, diepte, lengte en/of hoogte) de ingrepen en verstoringen zullen hebben; en een of meerdere palenplannen te overleggen waaruit blijkt het aantal palen, het type/soort, de omvang/diameter, de lengte, de onderlinge afstand tussen de rijen funderingspalen en de wijze van aanbrengen opdat de mate van verstoring bepaald kan worden.

8.2.3

Beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning voor het bouwen in of op de onder artikel 8.1 genoemde bestemming wordt alleen verleend als: a. b. c.

uit het bij de aanvraag gevoegde archeologisch onderzoeksrapport blijkt dat er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of de archeologische waarden naar het oordeel van het bevoegd gezag niet of niet onevenredig wordt geschaad; of de archeologische waarden kunnen worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden.

8.2.4

Vergunningvoorschriften

Burgemeester en wethouders kunnen aan de omgevingsvergunning een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden:

31

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het verrichten van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1

Werken en werkzaamheden

Binnen de bestemming 'Waarde - Archeologie 6' is voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders nodig: a.

het afgraven, saneren, ontgronden, onderzuigen, verlagen, afplaggen, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het aanleggen, verbreden en verwijderen van verhardingen; c. het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; d. het graven of vergraven, verruimen, verdiepen of dempen van watergangen en waterpartijen; e. het frezen en scheuren van grasland; f. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen waaronder begrepen bos, boomgaard, zacht-fruitopstand, (boom)kwekerij en windsingel; g. het rooien van diepwortelende beplantingen zoals vermeld onder f. waarbij de stobben worden verwijderd; h. het aanleggen van drainage; i. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; j. het uitvoeren van heiwerkzaamheden, het aanbrengen van verticale grondkeringen of het op een of andere wijze indrijven van objecten in de bodem; k. het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; l. het verwijderen van bestaande ondergrondse fundamenten, verticale grondkeringen en het verwijderen en/of uittrekken van funderingspalen; m. het zoeken naar delfstoffen in de vorm van seismisch onderzoek of exploratieonderzoek. 8.3.2 1.

2.

Uitzonderingen

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.3.1 is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden indien deze: a. worden uitgevoerd voor het realiseren van een bouwwerk waarop artikel 8.2.1 van toepassing is; b. tot een diepte van 30 centimeter onder het bestaande maaiveld gaan; c. in aanvulling op het bepaalde onder b, geen grotere oppervlakte dan 5.000 vierkante meter betreft; d. reeds legaal in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; e. worden uitgevoerd in het kader van het normale beheer en onderhoud. Hieronder vallen: onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen; de aanleg van nieuwe en de vervanging van bestaande kabels en leidingen binnen bestaande kabels- en leidingentracés waarbij de omvang en diepte ongewijzigd blijft; het vervangen van bestaande boomgaarden door nieuwe boomgaarden met gebruikmaking van dezelfde plantgaten of bomenrij. f. mogen worden uitgevoerd volgens een verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingvergunning; g. voor archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; h. betrekking hebben op gronden waarvan op basis van een namens bevoegd gezag getoetst en geaccepteerd ingediend onderzoeksrapport: i. is aangetoond dat er zich geen archeologische waarden (meer) bevinden; of j.

is aangetoond dat de archeologische waarden van de gronden, die kunnen worden verstoord, naar het oordeel van he bevoegd gezag, in voldoende mate zijn vastgesteld. Een onderzoeksrapport zoals genoemd in art. 8.3.2 lid 1onder h hoeft niet te worden overlegd wanneer:

32

bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente West Betuwe 2023

a. b.

8.3.3

naar het oordeel van de archeologisch deskundige de archeologische waarden van de gronden al afdoende zijn vastgelegd in andere archeologisch informatie; uit een schriftelijk advies van de archeologisch deskundig blijkt dat de archeologische waarden niet of niet one venredig geschaad zullen worden door het werk of de werkzaamheden. Aanvraagvereisten

Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen is de aanvrager van een omgevingsvergunning verplicht ten behoeve van in artikel 8.1 genoemde bestemming en met inachtneming van het in artikelen 8.3.1 en 8.3.2 gestelde een of meerdere (funderings)tekeningen te overleggen waaruit blijkt welke omvang (in breedte, diepte, lengte en/of hoogte) de ingrepen en verstoringen zullen hebben. 8.3.4

Beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning voor het bouwen in of op de onder artikel 8.1 genoemde bestemming wordt alleen verleend als: a. b. c.

uit het bij de aanvraag gevoegde archeologisch onderzoeksrapport blijkt dat er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of de archeologische waarden naar het oordeel van het bevoegd gezag niet of niet onevenredig wordt geschaad; of de archeologische waarden kunnen worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden.

8.3.5

Vergunningvoorschriften

Burgemeester en wethouders kunnen aan de omgevingsvergunning een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het verrichten van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

8.3.6

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd betreffende de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 6': a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/882/documents/17682