CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2025-002-bijlage-1-was-wordt-tabel-apv-wijzigingen-en-toevoegingen.pdf

Gemeenteraad 28 januari 2025, gemeente West BetuweBij agendapunt: 15: Vaststellen Algemene plaatselijke verordening West Betuwe3.406 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WAS-WORDT-TABEL APV-WIJZIGINGEN EN TOEVOEGINGEN 3 december 2024

Leeswijzer In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt.

APV-wijzigingen en toevoegingen Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;

Nieuwe tekst - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

Toelichting gewijzigd artikel 1:1 Definities Deze wijziging houdt verband met het overhevelen van de definitie van ‘gebouw’ in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving naar de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet (artikel II, onderdeel V, Verzamelbesluit Omgevingswet, Stb. 2023, 298, resp. artikel I, onderdeel CW van de Verzamelwet Omgevingswet 20.., Stb. 2023, 376). Inhoudelijk is de definitie niet gewijzigd.

Artikel 2:10 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg 1.Het is vverboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd: a. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van

Nieuwe tekst Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg 1.Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd: a. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van

2 | ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2025

een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 3.Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. terrassen als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid; c. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; d. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; e. door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen; f. beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening. g. kabels of snoeren ten behoeve van het opladen van elektrische voertuigen, uitsluitend voor zover deze zijn geplaatst in door de gemeente aangelegde kabelgoottegels. Het college kan nadere regels vaststellen over de aanleg en ingebruikname van de kabelgoottegels. 4.De weigeringsgrond, bedoeld in het tweede lid, onder a, is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 5.De weigeringsgrond, bedoeld in het tweede lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken. 6.De weigeringsgrond, bedoeld in het tweede lid, onder c, is niet van toepassing als in de voorkoming van overlast wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

7.Op de aanvraag om een vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 3.Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. terrassen als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid; c. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; d. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; e. door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen; f. beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening. g. kabels of snoeren ten behoeve van het opladen van elektrische voertuigen, uitsluitend voor zover deze zijn geplaatst in door de gemeente aangelegde kabelgoottegels. Het college kan nadere regels vaststellen over de aanleg en ingebruikname van de kabelgoottegels. 4. In afwijking van het eerste lid wordt in de volgende gevallen volstaan met een melding: a. afsluiten van een (gedeelte) van een straat ten behoeve van een hoogwerker; b. het plaatsen van een (afval)container, bouwkeet en dixi’s, mits deze niet meer dan twee parkeerplaatsen innemen. Voor beide gevallen geldt dat de objecten niet langer dan twee weken blijven staan en er minstens 3,5 meter vrije ruimte blijft voor hulpdiensten. 5.

De melding bedoeld in lid vier is gedaan wanneer het formulier volledig en naar waarheid is ingevuld en ten minste tien werkdagen voorafgaand aan de werkzaamheden is gedaan. 6. Het bevoegde bestuursorgaan kan binnen vijf werkdagen na ontvangst van de melding bedoeld in lid vier besluiten om de beoogde werkzaamheden te verbieden, als er sprake is van de weigeringsgronden uit lid 2. 7. De weigeringsgrond, bedoeld in het tweede lid, onder a, is niet van toepassing

3 | ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2025

als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 8. De weigeringsgrond, bedoeld in het tweede lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken. 9. De weigeringsgrond, bedoeld in het tweede lid, onder c, is niet van toepassing als in de voorkoming van overlast wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 10. Op de aanvraag om een vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Toelichting gewijzigd 2:10 Voorwerpen op of aan de weg Deze wijziging houdt verband met het vereenvoudigen van regels voor de inwoners en het ontlasten van Team verkeer en Team vergunningen om een meldingsplicht te creëren voor werkzaamheden waar in de praktijk geen bezwaren zijn vanuit beide teams. Dit geldt voor de werkzaamheden voor het afsluiten van een (gedeelte) van een straat ten behoeve van een hoogwerker en het plaatsen van (afval)containers, bouwkeet of dixi’s, mits deze niet meer dan twee parkeerplaatsen innemen. Voor beide gevallen geldt dat de objecten niet langer dan twee weken blijven staan en er minstens 3,5 meter vrije ruimte overblijft voor de hulpdiensten. Deze genoemde werkzaamheden kunnen via een meldformulier worden gedaan.

Door het invoegen van deze meldingsplicht schuiven de overige leden (4 tot en met 7) uit het artikel op en worden ze vernummerd van 7 tot en met 10. Daarom zijn deze ook vetgedrukt. Inhoudelijk verandert er niks aan deze leden. Artikel 2:35 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:35 Begripsbepaling In deze afdeling wordt onder inrichting verstaan elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.

Nieuwe tekst Artikel 2:35 Begripsbepaling In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft dan wel in verband met de uitoefening van beroep of bedrijf aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf wordt verschaft. Onder een inrichting vallen in ieder geval hotels, campings,

4 | ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2025

vakantiehuizen, bed & breakfasts, jachthavens en huisvestingsvoorzieningen.

Toelichting gewijzigd artikel 2:35 Begripsbepaling Deze wijziging houdt verband met het verbreden van het inrichtingsbegrip zodat er meer kan vallen onder de afdeling en daarmee de verplichting van het houden van een nachtregister. Artikel 2:37 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:37 Nachtregister 1.De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is verplicht een register, als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht bij te houden. 2.De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is verplicht, het in het eerste lid bedoelde register aan de burgemeester of aan een door hem aangewezen ambtenaar over te leggen op een door de burgemeester te bepalen wijze.

Nieuwe tekst Artikel 2:37 Nachtregister 1. De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is verplicht een register, als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht bij te houden dat is ingericht volgens het door de burgemeester vastgestelde model. 2. De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is verplicht, het in het eerste lid bedoelde register aan de burgemeester of aan een door hem aangewezen ambtenaar te overleggen op een door de burgemeester te bepalen wijze. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verplichte gebruik van het door de burgemeester vastgestelde model, wanneer wordt voldaan aan alle voorwaarden uit het gemeentelijk beleid dat is vastgesteld door de burgemeester. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij het niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

5 | ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2025

Toelichting gewijzigd artikel 2:37 Nachtregister Deze wijziging houdt verband met het streven naar een integrale aanpak, zowel lokaal als regionaal, als het gaat om het beleid voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Het houden van een digitaal nachtregistersysteem (DNR) is één van de speerpunten. Het digitaal nachtregister zal naast de registratie van de nachtverblijven ook gebruikt worden voor controle en handhaving bij de verblijfaanbieder of zij voldoen aan het gemeentelijk beleid en wet- en regelgeving. De gemeente wil uitbuiting en opkomende ondermijning tegengaan. Daarom gaat de gemeente zelf een DNR aanbieden waarvan alle verblijfaanbieders (denk aan: toeristische sector, fruittelers, uitzendbureaus en alle overige verblijfaanbieder) in West Betuwe gebruik moeten maken, tenzij er door de burgemeester een ontheffing is verleend. De verblijfsaanbieders die geen uitnodiging hebben ontvangen om gebruik te maken van dit systeem, dienen zichzelf te melden. Dit is van belang omdat we momenteel geen goed zicht hebben op wie, waar en hoelang verblijft. De ontheffingsclausule is in deze van belang omdat grote verblijfaanbieders in de toeristische sector zoals een Van der Valk al een deugdelijk registratiesysteem hebben en daarom niet per se noodzakelijk gebruik zullen maken van ons DNR.

Echter ontslaat het niet van de verplichting van de registratieen meldingsplicht naar de gemeente toe.

Artikel 2:78 lid 5 wordt als volgt toegevoegd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woonof leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 24 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 2.Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw één of meer van de bovengenoemde overtredingen begaat of strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste 28 dagen niet in een of meer bepaalde

Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woonof leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 24 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 2.Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw één of meer van de bovengenoemde overtredingen begaat of strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste 28 dagen niet in een of meer bepaalde

6 | ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2025

delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 3.Een verbod krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder verbod, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. 4.De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. 5.Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.

delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 3.Een verbod krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder verbod, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. 4.De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. 5. Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod. 6. Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.

Toelichting toegevoegd artikel 2:78 lid 5 Gebiedsontzegging De Commissie Feiten en Tarieven van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) is bereid om een feitcode aan overtreding van de gebiedsontzegging te koppelen als dat in dit artikel expliciet is geregeld. Door het nieuwe vierde lid in combinatie met strafbaarstelling in artikel 6:1 model-APV is het mogelijk om een boete op te leggen aan degene die een gebiedsontzegging overtreedt. Voor het afdoen met een feitcode moet er in het proces-verbaal ook een kaart van het desbetreffende gebied worden meegestuurd. Er zal namelijk getoetst moeten worden of de ontzegging in persoon is uitgereikt en of het gebied waarop de ontzegging ziet, duidelijk kenbaar is gemaakt. Door de invoeging van een nieuw vijfde lid is het bestaande vijfde lid vernummerd naar het zesde lid.

7 | ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2025

Artikel 2:81, tiende lid wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst 10.Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd 10.Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning en het verbod wordt met de vergunning of het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:80, een besluit nemen bepaalde in artikel 2:80, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. Toelichting gewijzigd artikel 2:81, tiende lid Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat Het betreft hier geen cumulatieve, maar afzonderlijke criteria om een besluit te kunnen nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. Afdeling 13. Huisvestingsvoorzieningen wordt als volgt toegevoegd: Bestaande tekst Nog niet opgenomen.

Nieuwe tekst Artikel 2:82 Definitie In deze afdeling wordt verstaan onder: a. huisvestingsvoorziening: een gebouw of deel van een gebouw, dat bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, wordt verhuurd aan twee of meer personen die niet in het verband van een huishouden met elkaar samenleven; b. exploitant: de natuurlijke persoon of personen, dan wel rechtspersoon of rechtspersonen die een huisvestingsvoorziening exploiteert; c. beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een huisvestingsvoorziening; d. beheer: alle activiteiten van de exploitant/beheerder die gericht zijn op, dan wel verband houden met de bescherming van de belangen als bedoeld in artikel 2.83, tweede lid. Artikel 2:82a Vergunning 1.Het is verboden zonder vergunning van het college een huisvestingvoorziening te exploiteren.

8 | ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2025

2.In de aanvraag om vergunning wordt in ieder geval vermeld: a. de persoonsgegevens en contactgegevens van de exploitant en van de beheerder; b. het adres van de huisvestingvoorziening; c. het aantal personen dat in de huisvestingvoorziening verblijf wordt verschaft; d. de periode waarin in de inrichting aan de personen verblijf wordt verschaft; e. de totale woonoppervlakte die in de huisvestingvoorziening voor verblijf beschikbaar is; f. het aantal beschikbare parkeerplaatsen. 3.Aanvragen mogen schriftelijk of elektronisch worden ingediend, zoals het college dit beschikbaar heeft gesteld. 4.Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:83 Gedragseisen exploitant en beheerder De exploitant en de beheerder: a. staan niet onder curatele; b. zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag, zulks ter beoordeling van het college; c. hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt. Artikel 2:84 Nadere regels 1.Het college stelt nadere regels vast inzake wat wordt verstaan onder het in artikel 2:81 onder b gestelde inzake “niet in enig opzicht van slecht levensgedrag” zijn; én 2.Met het oog op de in artikel 2:83, eerste en tweede lid genoemde belangen, kan het college over de uitoefening van de bevoegdheden in deze afdeling nadere regels stellen.

Artikel 2:85 Weigeringsgronden

9 | ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2025

1.De vergunning als bedoeld in artikel 2:80A wordt geweigerd als: a. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 2:80A, tweede lid en artikel 2:81 gestelde eisen; b. de vestiging of exploitatie van de inrichting in strijd is met het omgevingsplan. c. niet voldaan wordt aan de voorwaarden dan wel uitgangspunten uit het gemeentelijke huisvestingsbeleid arbeidsmigranten en daarop gebaseerde regels. 2.In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning als bedoeld in artikel 2.80A worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. het voorkomen of beperken van overlast; c. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat; d. de veiligheid van personen of goederen; e. de verkeersveiligheid; f. de gezondheid of zedelijkheid. Artikel 2:86 Wijziging beheerder 1.Een vergunninghouder verzoekt het college om een persoon als beheerder laten bij te schrijven, te wijzigen dan wel te verwijderen. 2.Dit verzoek geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel. 3.Het college weigert de wijziging van het aanhangsel als de persoon als bedoeld in het eerste lid, niet voldoet aan de bij of krachtens art. 2:81 gestelde eisen. 4.Verzoeken mogen schriftelijk of elektronisch worden ingediend, zoals het college dit beschikbaar heeft gesteld.

Artikel 2:87 Afbakeningsbepalingen Deze afdeling is niet van toepassing voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Huisvestingswet, het Bouwbesluit dan wel de Bouwverordening.

10 | ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2025

Toelichting toegevoegd afdeling 13 Huisvestingsvoorzieningen Indien de gemeente West Betuwe aantrekkelijk wil blijven voor arbeidsmigranten, dan zal sprake moeten zijn van goede arbeidsomstandigheden en een kwalitatief goede huisvesting. Dat is allereerst de verantwoordelijkheid van werkgevers, uitzendbureaus en degenen die plannen ontwikkelen voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Maar ook de gemeente vervult hierbij een rol, bijvoorbeeld door kaders te bieden voor de huisvesting. Of om toezicht te houden op legale, goede en veilige huisvestingssituaties, op het tegengaan van uitbuiting en de opkomende ondermijning en – als het om langer of permanent hier verblijvende arbeidsmigranten gaat – het stimuleren van integratie in onze samenleving (Uit het Beleidsplan Huisvesting Arbeidsmigranten West Betuwe). Om het bovenstaande goed in te bedden in de APV worden de bovenstaande artikelen 2:82 tot en met 2:87 toegevoegd.

11 | ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/871/documents/17287