RV2024-123-Bijlage-2-versterkingsplan-groene-ontwikkelingszone.pdf
Tekst van het document
r
Versterkingplan Groene ontwikkelingszone Kampsedijk ong. te Enspijk In het kader van Gebiedsbescherming van de Wet natuurbescherming
Colofon
Status:
Definitief
Project:
BE/2020/847
Versie:
1
Datum:
14 oktober 2021 (revisie 25 juli 2024 door ing. D.F. Knoops)
Samensteller(s):
ir. ing. K.J. Rebergen
Collegiale toets:
ir. T.W.D. Schrader
Opdrachtgever:
KANO.NL Lepelstraat 5a 4157 GM Enspijk Contactpersoon:
dhr. L. van Rijnsbergen
Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie. © Blom Ecologie B.V./ Kano.nl Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.
Inhoud 1 Inleiding ......................................................................................................................... 1 2 Juridische kaders en richtlijnen ................................................................................. 3 2.1
Beleidskader Groene ontwikkelingszone
3
3 Inrichtingsplan .............................................................................................................. 4 3.1
Actuele situatie
4
3.2
Beoogde ingreep
4
3.3
Kleine ijsvogelvlinder
5
3.4
Knelpunten voor de kleine ijsvogelvlinder
5
3.5
Inrichtingsplan
6
3.5
Aanplant vooroever
8
3.6
Kernkwaliteit rust, ruimte en donkerte
9
4 Beheerplan.................................................................................................................... 10 4.1 Monitoring
10
4.2 Doelstelling
10
5 Literatuur ..................................................................................................................... 12
1 Inleiding Aan de Kampsedijk te Enspijk is een perceel met een natuurbestemming gesitueerd (figuur 1.1). Kadastraal is het perceel bekend als Kampsedijk ong. te Enspijk. De initiatiefnemer is voornemens op het perceel een in- en uitstapplaats, boothelling en een foodcontainer voor zijn kanoverhuurbedrijf te realiseren. De huidige in- en uitstapplaats is gelegen aan de Polderdijk nabij de brug van de A2 over de Linge (kadastraal perceel Deil M777). Bij de realisatie van de nieuwe in- en uitstapplaats komt de oude te vervallen. De planlocatie heeft momenteel de bestemming ‘natuur’. Voor de beoogde ontwikkelingen mogelijk te maken dient deze bestemming te worden gewijzigd naar ‘recreatie’. Ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging is een nieuw ruimtelijk plan nodig. De planlocatie ligt geheel in een Groene Ontwikkelingszone (GO). De planlocatie grenst tevens aan het Gelders natuurnetwerk (GNN). De ontwikkeling wordt op een dermate manier vormgegeven dat het GNN niet wordt aangetast. De beoogde bestemmingsplanwijziging en ingrepen hebben mogelijk een negatief effect op de kernkwaliteiten van de Groene Ontwikkelingszone. Conform het beleid van de provincie Gelderland (omgevingsverordening) is een ‘Nee-tenzij’ toets uitgevoerd. De kernkwaliteit ‘rust, ruimte en donkerte’ wordt door de beoogde ontwikkeling aangetast.
Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de Groene ontwikkelingszone kan een nieuwe kleinschalige ontwikkeling mogelijk maken als in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo substantieel worden verstrekt. Deze versterking dient planologisch verankerd te worden in de vaststelling van het bestemmingsplan. Voorliggend rapport voorziet in het realisatie-, beheer-, en monitoringsplan.
Figuur 1.1 De planlocatie, ook wel bekend als Kampsedijk ong. te Enspijk (rood omkaderd) is gelegen aan de Kampseweg te Ewijk (bron kaartmateriaal: arcgis.com).
1
Figuur 1.2 Fotografische indruk van de planlocatie.
Figuur 1.3 De oever aan het perceel waar de steigers geplaatst zullen worden.
2 Juridische kaders en richtlijnen 2.1 Beleidskader Groene ontwikkelingszone De provincie Gelderland streeft naar het veiligstellen van de verscheidenheid (biodiversiteit) en kwaliteit van de Gelderse natuur, wat bijdraagt aan een prettige leef- en werkomgeving. Hiertoe zetten men in op de realisatie van een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden. Dit wil men bereiken door de bestaande natuur in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) te beschermen en de samenhang te versterken door het uitbreiden van natuurgebieden in het GNN en het aanleggen van verbindingszones in de Groene Ontwikkelingszone (GO) De Groene Ontwikkelingszone bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan natuur die ruimtelijk vervlochten is met het Gelders Natuurnetwerk. Het gaat vooral om landbouwgrond, maar ook om terreinen voor verblijfs- en dagrecreatie, infrastructuur, woningen en bedrijven. De doelstelling van Groene ontwikkelingszones is ruimte voor economische ontwikkeling in combinatie met een substantiële versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De beoogde bestemmingsplanwijziging en ingrepen hebben mogelijk een negatief effect op de kernkwaliteiten van de Groene Ontwikkelingszone.
Conform het beleid van de provincie Gelderland (omgevingsverordening) is een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk als (a) de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen per saldo en naar rato van de ingreep versterkt worden en (b) de samenhang niet verloren gaat. Het versterken van de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen dient opgesteld te worden in een versterkingsplan. Hierbij worden dienen de onderstaande criteria vermeld te worden. • hoe verzekerd is dat de versterking wordt uitgevoerd; • hoe monitoring van en rapportage over de uitvoering van de versterking plaatsvinden; • hoe de natuur wordt ingericht en beheerd gedurende de ontwikkeltijd; • de locatie waar de nadelige gevolgen voor de oppervlakte, samenhang of kwaliteit van de Groene ontwikkelingszone optreden; en • de locatie waarop de versterking plaatsvindt. Voorliggend rapport voorziet in onderbouwing van vorengenoemde criteria. De waarborging van het versterkingsplan dient uiteindelijk planologisch verankerd te worden in het bestemmingsplan.
3
3 Inrichtingsplan 3.1 Actuele situatie De planlocatie is betreft het kavel Kampsedijk ong. te Enspijk. De planlocatie bestaat uit een wilgenbos welke direct aan de Linge is gelegen. Ten tijde van het veldbezoek was de locatie recentelijk geklepeld. Er is geen bebouwing of andere vorm van verharding aanwezig. Bij de ingang van het perceel ligt een hoop gebroken puin. De directe omgeving van de planlocatie wordt gekenmerkt door de bebouwing van de dorpskern van Enspijk, natuur en agrarische percelen. De planlocatie grenst aan de Linge en ligt op een afstand van circa 270 m van de A2, welke beide als barrière voor grondgebonden fauna fungeren.
3.2 Beoogde ingreep De beoogde ingreep betreft het vestigen van een kano-verhuurbedrijf. Hiervoor worden er enkele bomen gekapt (maximaal 10 schietwilgen, alleen bomen met slechte gezondheid c.q. levensverwachting), twee (drijvende) aanlegsteigers, een boothelling, enkele paden, twee opstelplaatsen voor kano’s en een foodcontainer met stretchtent en sanitair gerealiseerd (figuur 3.1). De functie van het perceel dient te wijzigen van ‘natuur’ naar ‘recreatie’. Onderstaand volgt een korte opsomming van de ingrepen en effecten: • kappen van bomen: kapwerkzaamheden en afvoer hout; • verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; • egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; • realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; • revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.
Figuur 3.1 Overzicht van de beoogde situatie met locatie van de foodcontainer (T), stretchtent (L), sanitair (S) en steigers (V). De steigers zullen hierbij niet in het GNN aangelegd worden, maar op grond aan de Kampsedijk ong. te Enspjik. Voor grotere weergave zie Bijlage 1 (Bron: KOMland).
3.3 Kleine ijsvogelvlinder De kleine ijsvogelvlinder is een vrij zeldzame standvlinder. In Nederland is de kleine ijsvogelvlinder een relatief zeldzame verschijning. De soort leeft in gevarieerde, vochtige gemengde bossen of loofbossen, zoals elzenbroekbos. Geschikte waardplanten groeien doorgaans in de halfschaduw. De vlinder vliegt in de halfschaduw op open plekken, bredere bospaden en langs bosranden. De aanwezigheid van braamstruiken is belangrijk als nectarbron. De rupsen van de kleine ijsvogelvlinder leven van kamperfoelie.
Figuur 3.3 De kleine ijsvogelvlinder (Bron: T.W.D. Schrader).
3.4 Knelpunten voor de kleine ijsvogelvlinder • Verdroging (gedaalde grondwaterstand) is in veel (voormalige)vliegplaatsen van de kleine ijsvogelvlinder een probleem. • Verdichting van het bos: wanneer de kroonsluiting van het bos te hoog wordt en er onvoldoende open plekken zijn, daalt het aantal halfschaduwsituaties. Vervolgens neemt de dichtheid van kamperfoelie in het bos af en daalt het aantal kleine ijsvogelvlinders. • Eenvormigheid van bosranden: grillige bosranden gaan door natuurlijke successie na verloop van tijd over in “harde” randen. Hierdoor verdwijnen zonnige, beschutte plekken met nectarplanten. Bovendien kan zonlicht vanuit de randen veel minder diep het bos indringen, waardoor kamperfoelie afneemt. • Versnippering: naar mate meer geschikte bosjes verdwijnen wordt de afstand tussen overgebleven populaties groter. Met deze toenemende isolatie neemt ook de kwetsbaarheid van de overgebleven populaties toe. De huidige grondwaterstand zal voor dit perceel geen probleem zijn voor de kleine ijsvogelvlinder. Met het beheer zal rekening gehouden worden dat er voldoende open plekken met halfschaduw situaties gewaarborgd worden. Door bestendig beheer zal ook natuurlijke successie voorkomen worden. Door het realisatieplan zal juist versnippering van habitat voor de kleine ijsvogelvlinder voorkomen worden (zie hoofdstuk 4 Beheerplan).
5
3.5 Inrichtingsplan Voor het inrichtingsplan wordt versterking gezocht op naastgelegen perceel (M3) én het perceel zelf, namelijk op de Kampsedijk ong. te Enspijk (M4). Dit is namelijk tevens de locatie waar de nadelige gevolgen inzake de kernkwaliteiten vanuit de Groene ontwikkelingszone plaatsvinden. De oever en open delen van het perceel maken het mogelijk om een gunstige inrichting t.a.v. de kleine ijsvogelvlinder te realiseren. De kleine ijsvogelvlinder is een kenmerkende soort van vochtige bossen met veel structuurvariatie, meestal in een kleinschalig landschap. De rups leeft op jonge blaadjes van wilde kamperfoelie, vooral waar deze plant hangende sluiers in bomen en struiken vormt. Een hoge dichtheid van dergelijke kamperfoeliestruiken wordt bereikt bij een hoge luchtvochtigheid (veroorzaakt door hoge grondwaterstand en/of open water) en voldoende zonnige plekken. De kamperfoeliesluiers hangen dan voornamelijk in halfschaduwsituaties boven natte plekken (halfschaduw op 0,5-2 m hoogte): niet te donker, maar ook niet in de volle zon. Een kroonsluiting van 60-75% in het bos is ideaal om voldoende halfschaduwsituaties te garanderen. De dichtheid van de struiklaag ligt idealiter rond de 30-40%. Bosranden zijn geschikt wanneer ze grillig van vorm zijn en een goed ontwikkelde mantel- en zoomvegetatie hebben.
Volwassen kleine ijsvogelvlinders zijn meestal langs zonnige, beschutte bosranden te vinden, vooral wanneer daar geschikte nectarplanten groeien. Bramen die in beschutte bosranden in de zon staan bloeien uitbundig en worden veel gebruikt door drinkende kleine ijsvogelvlinders. De schietwilgen die op het terrein aanwezig zijn blijven gehandhaafd. Wanneer er een boom (door ouderdom) zal omvallen of gekapt moet worden vanwege veiligheidsmaatregelen wordt deze vervangen door een nieuw exemplaar. De gemeente wil graag dat dhr. L. van Rijnsbergen een van zijn steigers openbaar stelt in de beoogde ontwikkeling. In ruil hiervoor zal het noordwestelijk aangrenzend perceel (M3) ingericht worden ten gunste van de kleine ijsvogelvlinder. Hierbij zal het onderhoud verzorgd worden door dhr. L van Rijnsbergen.
Figuur 3.4 Inrichtingsplan voor de strook M3.
Figuur 3.5 Inrichtingsplan Kampsedijk ong. te Enspijk t.a.v. kleine ijsvogelvlinder, op gemeentelijke grond.
Figuur 3.6 Inrichtingsplan Kampsedijk ong. te Enspijk (M4) t.a.v. kleine ijsvogelvlinder. Zie nummer 1 t/m 5. De overige oppervlakte van het terrein bestaat uit de reeds aanwezige schietwilgen welke behouden blijven. Afbeelding is identiek aan figuur 3.1. Voor grotere weergave zie Bijlage 1 (Bron: KOMland).
7
3.5 Aanplant vooroever Een natuurvriendelijke oever is een geleidelijk aflopende overgang van land naar water, waar het goed toeven is waterplanten en -dieren. Een natuurvriendelijke oever heeft vaak een schuin aflopende waterkant, waardoor het water geleidelijk aan dieper wordt. Vaak wordt er, onder water, een houten beschoeiing aangelegd om te voorkomen dat de oever ‘afbreekt’. Zo’n dergelijke houten beschoeiing is reeds aanwezig, al dan niet erbarmelijk staat. De huidige oever biedt echter mogelijkheden om zo’n natuurvriendelijke oever met geleidelijke afloop van land naar water te realiseren.
Figuur 3.8 De huidige oever met deels vervallen houten beschoeiing op Kampsedijk ong. te Enspijk.
Figuur 3.9 Een voorbeeld van hoe de natuurvriendelijke oever eruit zou kunnen zien.
3.6 Kernkwaliteit rust, ruimte en donkerte Een van de kernkwaliteiten van deelgebied nr. 44 Regulieren – Vijfherenlanden (bron: geoportaal.gelderland.nl) betreft ‘rust, ruimte en donkerte’. Rust, ruimte en donkerte zijn met name voor fauna belangrijk om ongestoord te kunnen leven. Deze kernkwaliteiten zijn in het bijzonder in de grotere natuurgebieden aanwezig. Door de realisatie van een in- en uitstapplaats, boothelling en een foodcontainer voor zijn kanoverhuur-bedrijf zullen met name de rust en donkerte aangetast worden. Met name aan de noordoost- en westzijde zullen gebieden gunstig ingericht worden, waardoor voor de doelsoort kleine ijsvogelvlinder een rustig habitat gecreëerd wordt. In termen van lichtverstoring zullen er op enkel strategische plaatsen lampen gerealiseerd worden. Echter, is het bedrijf geopend tussen april – september. Dit is tevens de periode van eventueel licht, gezien de zonsondergangtijden, niet benodigd is. De te plaatsen lichtbronnen zullen geconvergeerd zijn. Dat betekent dat de lichtbundels naar beneden gericht worden en er geen lichtuitstraling zal plaatsvinden richting de omgeving (figuur 3.8). Daarbij zullen de delen die gunstig worden ingericht niet verlicht worden. Hierdoor zal aantasting van de kernkwaliteit donkerte al veel gecompenseerd worden binnen het perceel.
Figuur 3.8 Voorbeelden van verschillende type armaturen en plaatsingen om lichthinder te voorkomen (bron: Eelerwoude)
9
4 Beheerplan 4.1 Monitoring Na realisatie van de beoogde ingreep zal er na de aanplant van voorgesteld plan, een visuele inspectie door een ter zake deskundige op het gebied van de kleine ijsvogelvlinder uitgevoerd worden. Hierbij zal gekeken worden of de geadviseerde soorten daadwerkelijk aangeplant zijn. Van deze visuele inspectie zal een notitie opgesteld worden.
4.2 Doelstelling Het doel van het beheerplan is om het gebied gunstig in te richten en te behouden voor de kleine ijsvogelvlinder. Een gevarieerd bosrandbeheer, waarbij verhinderd wordt dat de wind vrij spel heeft, en het inrichten van een vrij dichte, maar gevarieerde mantel-en zoomvegetatie zijn dan ook geschikte maatregelen. Daarnaast zonnen de vlinders vaak op open plekken in bossen en het regelmatig creëren van dergelijke plekken of het openhouden van bospaden kan eveneens bijdragen tot het behoud van de soort (Veling 2011). Hieronder is per structuur het beheer omschreven. Gedurende de ontwikkeltijd dient aan dit beheer te worden voldaan. Meidoornhaag De meidoorn groeit vrij snel. Na de snoei ontstaan er snel weer nieuwe scheuten. Er dient buiten broedseizoen van vogels (indicatief 15 maart– 15 juni) gesnoeid te worden. De beste periode voor de snoei betreft derhalve september. Wilde kamperfoelie De plant kan zowel in de zon als in halfschaduw geplant worden. Zorg ervoor dat er geen zon op de wortels schijnt, en zoveel mogelijk zon op de plant zelf. Wilde kamperfoelie kan een boom volledig verstikken. Derhalve is het tijdig snoeien van de kamperfoelie belangrijk . Snoei te lange
en oude takken flink terug. Als resultaat zal de plant veel jonge scheuten krijgen en rijkelijk bloeien in de zomermaanden. Ook na de bloei in september/oktober mag de kamperfoelie worden teruggesnoeid. Het beste is om de plant in model te knippen door hoge scheuten te snoeien. Is de kamperfoelie heel hard gegroeid en/of verwilderd? Dan kan deze gerust terugsnoeien tot ongeveer 60 cm boven de grond. Het is wel belangrijk om na deze snoeibeurt de kamperfoelie te voorzien van voldoende water en meststoffen, zodat de plant zich weer kan herstellen en opnieuw kan uitlopen. Braam Het beste wordt braam één keer per jaar in de winter gesnoeid, als het niet vriest. Ieder jaar dienen de takken die vrucht gedragen hebben gesnoeid te worden. Indien de braam geen nieuwe scheuten aangemaakt heeft, dienen de gezonde stengels nog minimaal een jaar met rust gelaten te worden.
Schietwilgen De schietwilgen die op het terrein aanwezig zijn blijven gehandhaafd. Wanneer er een boom (door ouderdom of ziekte) zal omvallen of gekapt moet worden vanwege veiligheidsmaatregelen wordt deze vervangen door een nieuw exemplaar. Hierdoor ontstaan er nieuwe open plekken
waardoor meer zonlicht de bodem kan bereiken, waarbij de als gevolg daarvan ontstane plekken gunstig zijn voor de aangroei van jonge aanwas van schietwilgen. Bij eventuele nieuw aanplant kan ook gedacht worden aan de aanplant van onder andere boswilg en grauwe wilg. De schietwilg leent zich ook uitstekend voor het knotten. Dit dient gefaseerd uitgevoerd te worden wanneer dit plaatsvind, waarbij minimaal 2/3 in huidige staat behouden blijft. Daarnaast wordt geadviseerd om elke 5 jaar een bomen effecten analyse (BEA) uit te voeren waarbij de kwaliteit van de bomen beoordeeld worden. Natuurvriendelijke oevers De natuurvriendelijke oevers krijgen na aanleg de tijd en ruimte om zich te ontwikkelen. Al snel zal zich inheemse flora ontwikkelen aangezien er een zaadbank aanwezig zal zijn in de grond, of zaden en plantendelen via het water op de oevers aan zullen spoelen. De oevers zullen jaarlijks waar nodig gemaaid worden. De beste periode om dit te doen is in het najaar. Gezien de oevers lastig te bereiken zijn met groot materieel gaat de voorkeur er naar uit om dit handmatig te doen. Het beheer van de natuurvriendelijke oevers moet aansluiten op eventuele eisen of verplichtingen vanuit het waterschap.
11
5
Literatuur Knoops, D.F., 2020. Quickscan Wet natuurbescherming Kampsedijk ong. te Enspijk. Blom Ecologie B.V. Waardenburg Knoops, D.F., 2020. Toets Groene Ontwikkelingszone Kampsedijk ong. te Enspijk. Oriënterend onderzoek in het kader van het GO-beleid provincie Gelderland. Blom Ecologie B.V. Waardenburg Geerling, R. & Oosterveen, N. 2007, Maatwerk voor de kleine ijsvogelvlinder. Vlinders 1.
Websites arcgis.com ecopedia.be eelerwoude.nl geoportaal.gelderland.nl gldanders.planoview.nl planviewer.nl ruimtelijkeplannen.nl
Bijlage 1 – Inrichtingsschets Kampsedijk ong. te Enspijk
13