RV2024-108-Zienswijze-scenarios-aanpassing-tarief-afvalstoffenheffing.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Datum vergadering Registratienummer Voorstelnummer Portefeuillehouder Bijlage(n)
Onderwerp
: 24 september : GZDGWB1551108/1571948 : RV2024-108 : Joke van Vrouwerff : 1. Concept zienswijzebrief 2. Aanbiedingsbrief 3. Bijlage 1 AB voorstel 4. Bijlage 2 memo vast - variabel : Zienswijze scenario’s aanpassing verhouding vast en variabel tarief afvalstoffenheffing.
Beslispunten Een zienswijze bij het Dagelijks Bestuur van Avri kenbaar te maken voor het voorlopig handhaven van het huidige tariefscenario.
Inleiding In 2014 heeft de Avri het systeem van gedifferentieerde tarieven ingevoerd. Naast het vaste tarief betalen inwoners een tarief per aanbieding van minicontainer of restafvalzak. De invoering van deze variabele prikkel heeft het doel inwoners financieel te belonen als zij minder restafval aanbieden. Hierbij is een afweging gemaakt op basis van de volgende argumenten: 1. Hoe hoog dient de financiële prikkel te zijn om aanbiedgedrag van inwoners positief te stimuleren? 2. Wanneer worden de risico’s op ongewenste effecten van de financiële prikkel te groot? 3. Hoe wordt het financiële risico van onder-dekking beperkt door rekening te houden met verhouding vaste en variabele kosten die direct gerelateerd zijn aan de hoeveelheid restafval? In 2013 bood een Avri huishouden gemiddeld 200 kilo aan restafval aan. In 2023 was dit gereduceerd tot 70 kilo restafval (inclusief grofvuil). Het restafval is daarmee sterk verminderd. Helaas treden er ook negatieve effecten op: • Bij-plaatsingen In 2023 zijn meldingen over bijplaatsingen (plaatsing afval naast de ondergrondse container) met 37% gestegen ten opzichte van 2022 naar 5.500 meldingen. • Nul-aanbieders In 2023 betaalde 18% van de huishoudens geen variabel tarief maar alleen vast tarief. • Vervuiling van grondstofstromen Sorteeranalyses wijzen op toenemende vervuiling van deze stromen.
Door voorsortering en verwijderen van vervuiling is grootschalige afkeur vermeden. In de kadernota 2025 is een korte analyse gepresenteerd hoe de verhouding tussen het vaste en variabele tarief van de afvalstoffenheffing is bepaald. In de eerdere zienswijze van
gemeente West Betuwe is aangegeven voorlopig scenario 1 te handhaven en gevraagd om een nadere uitwerking van deze scenario’s. Uitgangspunt daarbij is dat goed scheiden moet lonen. Er zijn vier scenario’s voorgelegd waaruit de gemeente een keuze kan maken: 1. Handhaven huidige variabel tarief 2024 2. Verhogen variabel tarief en verlagen vast tarief in 2025 3. Verlagen van het variabel tarief. 4. Het loslaten van een variabel tarief en alle kosten weer in een vast tarief per huishouden stoppen. Deze scenario’s zijn inmiddels uitgewerkt in bijgevoegd memo ‘Afwegingen bij aanpassen verhouding vast-variabel tarief’. Om tot een advies over de verschillende scenario’s te komen worden deze kwalitatief vergeleken op de volgende 6 criteria: - Milieu - Kosten (totaal dienstpakket Avri, uiteindelijk door te rekenen in de afvalstoffenheffing) - Negatieve effecten (bij-plaatsingen/vervuiling grondstofstromen). - Het principe de vervuiler betaalt - Uitlegbaar aan de inwoners - Financieel risico (gevaar op achterblijven van de variabele inkomsten) In bijgevoegd memo komt Avri daarbij tot de volgende weging:
Uit bovenstaande tabel blijkt dat de scenario’s 2, 3 en 4 ten opzichte van het huidige tarief (scenario1) op meerdere criteria leidt tot een verslechtering. Daartegenover staan op een enkel onderdeel positieve verwachtingen. De verslechtering weegt echter zwaarder dan de positieve verwachtingen. Op basis van deze afwegingen wordt geadviseerd om het huidige tarief (scenario 1) te handhaven. Hiermee hebben we blijvend oog voor de lasten van de inwoners.
Besluitgeschiedenis -
18 juni 2024 Jaarstukken 2023 en begroting 2025 27 februari 2024 Kadernota 2025 20 juni 2023 Zienswijze jaarstukken 2022 en begroting 2024
Beoogd effect Goede afvalscheiding mogelijk te maken waarbij het goed scheiden ook lonend is voor inwoners.
Argumenten 1.1 Er zijn te veel onzekerheden voor het scenario verhogen variabel tarief dat beter aansluit bij het uitgangspunt goed scheiden moet lonen Het uitgangspunt goed scheiden moet lonen zou betekenen dat het wenselijk is het variabele tarief te verhogen. Dan hebben inwoners immers de meeste invloed op de hoogte van de afvalstoffenheffing. Met op dit moment al 18% nul-aanbieders, stijging van bijplaatsingen en stijging van vervuiling zouden deze effecten verder toe kunnen nemen. Dit geeft ook een financieel risico, immers al deze punten betekenen hogere meerkosten en een hogere stijging van de afvalstoffenheffing. 1.2 Het wijzigen van het tarief kan pas na analyse en aanpak negatieve effecten Het aantal nulaanbieders, de toename van bijplaatsingen en vervuiling, vraagt om een verdere analyse en waar nodig extra maatregelen en/of communicatie. Daarmee moet ook meer inzicht ontstaan in het eventuele effect van het verhogen of verlagen van het variabele tarief. Dit is ook opgenomen in de zienswijzebrief. 1.3 Er zijn ontwikkelingen in het ophalen van PDB (Plastic verpakkingen, Drink verpakkingen en Blik) die tot een nieuw scenario leiden Recent heeft een aantal gemeenten in Nederland aangekondigd PDB niet meer apart in te zamelen. Het is belangrijk de milieu- en financiële effecten bij deze gemeenten nauwgezet te monitoren.
Dit zou mogelijk weer tot andere inzichten kunnen leiden en een nieuw scenario. In deze zienswijzebrief wordt gevraagd dit te monitoren en dit scenario eerder dan 2030 te overwegen.
Kanttekeningen 1.1 Inwoners hebben slechts beperkte invloed op het financiële effect bij goed scheidingsgedrag. Het aandeel van het variabele tarief is slechts 8% op het totaal van de afvalstoffenheffing. Dit betekent dat inwoners slechts een beperkt (financieel) effect zien bij optimale scheiding. Desondanks nemen bijplaatsingen en vervuiling wel toe. Ook is niet duidelijk in hoeverre nulaanbieders ook daadwerkelijk geen restafval hebben of toch op andere manieren het restafval laten verwerken. Op dit moment is het handhaven van het huidige tariefscenario dan ook de beste keuze. Dit vraagt dus zoals aangegeven een nadere analyse en aanpak. Als gemeente bieden we ondersteuning zoals de invoering van de Best-tas met verenigingen en de inrichting openbare ruimte.
1.2 Opstellen nieuw grondstoffenplan in 2030 duurt mogelijk te lang Avri geeft aan in 2030 tot een nieuw grondstoffenplan te komen. Gelet op de huidige ontwikkelingen moet de optie opengehouden worden om ook voor 2030 andere keuzes te maken indien daar aanleiding toe is. Dit kan zowel naar aanleiding van milieueffecten als financiële effecten zijn.
Financiën N.v.t.
Communicatie en Participatie N.v.t.
Uitvoering/Planning Na besluit wordt de zienswijzebrief verstuurd.
Evaluatie Na aanlevering zienswijze (uiterlijk 1 oktober 2024) wordt de terugkoppeling van de Avri aan u voorgelegd.
Risicoparagraaf Het handhaven van de het huidige tariefscenario geeft de minste risico’s.
Burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe de secretaris, de burgemeester, Philip Bosman Servaas Stoop