RV2024-087-Bijlage-3-Begroting-2025-VRGZ.pdf
Tekst van het document
Programmabegroting 2025 Meerjarenraming 2026-2028
Colofon Versienummer:
1.0
Datum:
21-03-2024
Status:
Concept
Omslagfoto:
VRGZ beeldbank
5
Inhoudsopgave
5.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ......................................... 27 5.2 Onderhoud kapitaalgoederen.............................................................. 32
Voorwoord .............................................................................................. 4 1
5.3 Financiering .......................................................................................... 34
Inleiding ........................................................................................... 6
5.4 Bedrijfsvoering ..................................................................................... 36
1.1 Leeswijzer begroting ..............................................................................6 2 Kerntaken, landelijke ontwikkelingen en Regionaal Beleidsplan 20242027 ........................................................................................................ 8
5.5 Verbonden partijen .............................................................................. 39 6
6.2 Baten en lasten Crisis- en Rampenbestrijding ..................................... 42
2.2 Regionaal Beleidsplan 2024 – 2027 .......................................................8
6.3 Baten en lasten Regionale Ambulancevoorziening ............................. 50
2.3 Risico’s met extra focus..........................................................................9
6.4 Uiteenzetting financiële positie ........................................................... 54
Programma Crisis- en Rampenbestrijding ........................................ 12
6.5 Stand en verloop voorzieningen en reserves ...................................... 56
3.1 Een sterk netwerk ................................................................................12
6.6 Incidentele baten en lasten en structureel evenwicht ........................ 57
3.2 Een weerbare organisatie ....................................................................13
6.7 Investeringsplanning ............................................................................ 58
3.3 Informatiemanagement .......................................................................17 3.4 Landelijke ontwikkelingen ....................................................................18 3.5 Autonome ontwikkelingen ...................................................................20 4
Financiële begroting ........................................................................41 6.1 Baten en lasten Veiligheidsregio Gelderland-Zuid............................... 41
2.1 Kernactiviteiten ......................................................................................8
3
Paragrafen ......................................................................................27
Programma Regionale Ambulancevoorziening ................................. 23
7
Bijlagen ...........................................................................................61 7.1 Bijdragen deelnemende gemeenten ................................................... 61 7.2 Baten en lasten per taakveld ............................................................... 66 7.3 Begrotingswijzigingen 2024 ................................................................. 72
4.1 Ambulancezorg Gelderland-Zuid..........................................................23
7.4 Beleidsindicatoren ............................................................................... 75
4.2 Zorgcoördinatie ....................................................................................23
7.5 Financiële spelregels ............................................................................ 76
4.3 Schaarste materiaal en materieel ........................................................24
7.6 Begrippenlijst ....................................................................................... 85
4.4 Arbeidsmarktproblematiek ..................................................................24
7.7 Verklaring van afkortingen .................................................................. 86
4.5 Kerngegevens ambulancezorg .............................................................24 4.6 Streefwaarden ambulancezorg ............................................................25
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
3
Voorwoord Hierbij bieden wij u de begroting voor het jaar 2025 van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid aan. Op hoofdlijnen zijn de activiteiten en belangrijke ontwikkelingen voor 2025 reeds genoemd in de Kaderbrief 2025 Veiligheidsregio Gelderland Zuid . De leidraad voor deze begroting is het regionaal beleidsplan voor de periode 2024-2027. Dit plan is vastgesteld door het bestuur van de veiligheidsregio. Het beleidsplan vormt de basis voor onze activiteiten en helpt ons om onze taken en verantwoordelijkheden op een effectieve manier te vervullen. Doorlopend werken we aan een optimale dienstverlening in de regio op het gebied van Brandweer en Ambulancezorg en Rampenbestrijding en Crisisbeheersing. Naast de dagelijkse uitvoer van deze activiteiten zijn er landelijke en regionale ontwikkelingen en uitdagingen met consequenties voor onze regio en onze activiteiten. Hierbij noemen we bijvoorbeeld de voorbereiding voor een nieuwe Wet Veiligheidsregio's. De herziening van deze wet loopt al enige tijd en zal van invloed zijn op ons werk en onze organisatie. Ook zien we grotere thema's waarop we ons moeten voorbereiden zoals klimaatverandering en de energietransitie.
Wij proberen hierop zo goed mogelijk te anticiperen door op verschillende niveaus goed betrokken en vertegenwoordigd te zijn bij landelijke gremia, maar ook door actief de samenwerking op te zoeken met onze partners en met onze gemeenten. We delen informatie, oefenen samen en betrekken de gemeentelijke organisaties in de ontwikkeling en uitwerking van specifieke thema’s.
De gemeenteraden betrekken we door hen zorgvuldig en actief te informeren. Dit doen we met oog voor de verschillende rollen en belangen en vanuit de gedachte dat de veiligheidsregio van ons allemaal is. De zorg voor anderen is belangrijk voor onze organisatie. Dat geldt niet alleen voor het leveren van zorg aan burgers, maar ook voor zorg aan onze eigen medewerkers. Wij hebben oog voor de inzet door onze mensen en wat dit van hen vraagt en zullen ook daar blijvend aandacht aan besteden. Wij willen alle betrokkenen danken voor hun toewijding en samenwerking. Samen bouwen we aan een veiligere toekomst voor ons allen. Het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid Maart 2024
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
4
Het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid
1 Inleiding
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
5
1 Inleiding 1.1 Leeswijzer begroting De begroting is als onderstaand opgebouwd. ▪
De kernactiviteiten van de VRGZ, de landelijke ontwikkelingen en de stand van zaken met betrekking tot het Regionaal Beleidsplan 20242027
▪
Crisis- en Rampenbestrijding (sector Brandweer en sector Crisisbeheersing)
▪
Regionale Ambulancevoorziening (RAV) (sector Regionale Ambulance Voorziening
▪
Interne bedrijfsvoering (sector Bedrijfsvoering)
In het tweede hoofdstuk wordt beschreven wat de kernactiviteiten zijn, worden de landelijke ontwikkelingen geschetst die doorwerking zullen hebben in onze veiligheidsregio en worden de speerpunten belicht die voortvloeien uit het regionaal beleidsplan 2024 – 2027 dat het Bestuur na raadpleging van de gemeenteraden in onze regio heeft vastgesteld. In het derde en vierde hoofdstuk worden de activiteiten op basis van het beleidsplan van de twee programma’s van de veiligheidsregio weergegeven: Crisis- en Rampenbestrijding (sector Brandweer en sector Crisisbeheersing) en de Regionale Ambulancevoorziening. In de hoofdstukken vijf, zes en zeven volgen de paragrafen en de financiële uiteenzetting.
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
6
2 Beleidsplan
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
7
2 Kerntaken, landelijke ontwikkelingen en Regionaal Beleidsplan 2024-2027 Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ) is een regionaal samenwerkingsverband van de veertien gemeenten in deze regio, op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). De VRGZ is de organisatie voor de voorbereiding op en coördinatie van rampenbestrijding en crisisbeheersing, voor de brandweerzorg, ambulancezorg en geneeskundige hulpverlening en meldkamer.
2.1 Kernactiviteiten De Wet veiligheidsregio’s (Wvr) en de Wet ambulancezorgvoorzieningen vormen de basis voor de verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden van de veiligheidsregio. Behalve het instellen van brandweer, GHOR en meldkamer, gaat het daarbij om het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s en over het voorkomen, beperken en bestrijden van branden, rampen en crises, het organiseren van de rampenbestrijding en crisisbeheersing en om informatiemanagement. Ambulancezorg Gelderland-Zuid (AZGZ) verleent zorg op grond van een spoedeisende urgentie of verleent niet-spoedeisende zorg op woon- of verblijfadres of door vervoer. Daarmee is Veiligheidsregio Gelderland-Zuid op het terrein van fysieke veiligheid de partner voor gemeenten en andere instellingen. De veiligheidsregio verleent haar diensten aan iedereen die woont, verblijft of werkt in de regio Gelderland-Zuid. Deze dienstverlening moet betrouwbaar en adequaat zijn.
VRGZ continueert de komende beleidsperiode bovenstaande reguliere basistaken voor brandweerzorg, ambulancezorg, meldkamer, GHOR, informatievoorziening, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Dat geldt ook voor de wettelijke adviestaken op het gebied van fysieke veiligheid. Deze taken worden uitgevoerd in een context die momenteel verschillende ontwikkelingen kent. Grote landelijke ontwikkelingen waaronder de nieuwe Wet veiligheidsregio's, die zich onder andere richt op versterking op het gebied van crisisbeheersing en een financiële impuls, door ophoging van de BDuR-middelen (Brede Doeluitkering Rampenbestrijding), voor de versterking van crisisbeheersing en informatiemanagement, zullen invloed hebben op de ontwikkelingen in de regio. Daarnaast zijn er grotere onderwerpen waarop we ons moeten voorbereiden zoals de veranderingen van het klimaat en de daarmee gepaard gaande ontwikkelingen rondom de energietransitie en duurzaamheid. De VRGZ spant zich ervoor in dat deze ontwikkelingen goed aangesloten zijn en blijven. Deze ontwikkelingen landen enerzijds in het meerjarige regionale beleidsplan waarin ook de accenten worden bepaald die de komende jaren van belang zijn voor de activiteiten van de VRGZ, maar anderzijds vragen de ontwikkelingen ook om flexibiliteit van onze organisatie en aanpassingen daar waar nodig.
2.2 Regionaal Beleidsplan 2024 – 2027 In december heeft het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid, na consultatie van de gemeenteraden in onze regio en de partners met wie wij als regio verbonden zijn, het nieuwe regionaal beleidsplan voor de periode 2024-2027 vastgesteld.
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
8
Dit plan is gebaseerd op het Regionaal Risicoprofiel en beschrijft externe en interne ontwikkelingen, de risico’s en de veiligheidsthema’s die voor de gemeenten, crisispartners en andere regio’s belangrijk zijn. In het beleidsplan worden 35 beleidsdoelstellingen genoemd voor de komende vier jaren, geclusterd in drie speerpunten: 1. Een sterk netwerk 2. Een weerbare organisatie 3. Informatiemanagement In deze begroting voor het jaar 2025 zijn de beleidsdoelstellingen uit het Regionaal Beleidsplan 2024-2027 vertaald naar activiteiten voor 2025. Deze activiteiten zijn terug te vinden in hoofdstuk 3 Programma Crisis- en Rampenbestrijding en hoofdstuk 4 Programma Ambulancezorg GelderlandZuid. Zoals afgesproken wordt in 2025 gestart met het actualiseren van het Regionaal Risicoprofiel 2024 op basis van de nieuwe landelijke handreiking. Een herijking van het regionaal risicoprofiel zorgt ervoor dat we als veiligheidsregio ons kunnen blijven prepareren op actuele risico’s en vraagt mogelijk om bijstelling van het beleidsplan en nieuwe strategische beleidskeuzes in 2026.
2.3 Risico’s met extra focus Binnen de beleidsperiode 2024-2027 wordt er extra aandacht besteed aan de volgende maatschappelijke thema’s: ▪
▪ ▪ ▪
Natuurbrand nabij kwetsbaar object Veilige energietransitie Klimaat en extreem weer
Hiermee sluiten het eerste en het derde thema aan bij de strategische agenda van het Veiligheidsberaad. Naast kennisopbouw en trainen en oefenen rondom deze thema’s leven we een bijdrage aan de uitvoering van bovenregionale (Oost 5) en landelijke programma’s en vertalen we landelijke crisisplannen of handreikingen door op regionaal niveau. Dit doen we door kennis- en netwerkbijeenkomsten te organiseren en regionale planvorming op te stellen of te actualiseren. Samen met andere overheden en maatschappelijke partijen geven we uitvoering aan publiekscommunicatie, wat gericht is op de activering van de samenleving en het laten nemen van de eigen verantwoordelijkheid van de samenleving bij de voorbereiding en aanpak van crises.
Digitale ontwrichting en cyber Verstoring van digitale processen kan een grote impact hebben op de hulpverlening en de openbare orde. We moeten ons daarom als gemeenten en veiligheidsregio goed voorbereiden op dit soort situaties. In het kader van het voorbereiden op digitale ontwrichting willen we in 2025 ons kennisnetwerk versterken richting onze gemeenten. Dit willen we doen door aan te sluiten bij bestaande netwerken binnen de gemeenten of een nieuw netwerk in te richten.
Digitale ontwrichting en cyber
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
9
Binnen dit netwerk willen we kennis met elkaar delen, maar indien nodig elkaar bijstand kunnen verlenen om gevolgen zo goed mogelijk te bestrijden. Hiertoe sluiten we ook aan bij landelijke netwerken zoals de Informatiebeveiligingsdienst (IBD) van de VNG en VR-ISAC, het cyberinlichtingencentrum voor veiligheidsregio’s. Daarnaast blijven we alert op de impact van cyberincidenten bij vitale partners en schalen we op waar nodig in de crisisorganisatie.
Programma Veilige Energietransitie De inspanningen op het gebied van de veilige energietransitie blijven ook in 2025 voortgezet worden. In 2024 wordt hiertoe een meerjarenprogramma Veilige Energietransitie opgezet. In 2025 worden activiteiten uitgevoerd op het gebied van vakbekwaamheid, kennisdeling met en handelingsperspectief voor incidentbestrijding, gedragsverandering bij onze inwoners door middel van publieksvoorlichting brandveilig leven en kennisopbouw adviseurs risicobeheersing als het gaat om inrichten omgeving en risicogericht adviseren.
Natuurbrandbeheersing Net als in 2024 staat ook in 2025 de deelname aan het gezamenlijke project ‘Gebiedsgerichte aanpak Natuurbrandbeheersing’ van de provincie Gelderland en de veiligheidsregio’s Gelderland-Midden, Noord- en OostGelderland en Gelderland-Zuid centraal. Het Algemeen Bestuur heeft op 21 december 2023 ingestemd met deelname aan dit project, dat in 2024 en 2025 uitgevoerd wordt. Het project bestaat uit twee sporen: het eerste richt zich op een lokale, objectgerichte aanpak in natuurgebieden, onder andere gericht op recreatieondernemingen, zorginstellingen of houders van een vitaal object. Het tweede richt zich op een natuurbrandpreventieplan voor natuurgebieden en infratracés; de regie daarvoor ligt bij de provincie. In de twee-sporenaanpak heeft de veiligheidsregio een belangrijke advies- en aanjaagfunctie. Daarnaast is binnen Vakbekwaamheid Brandweer extra aandacht voor natuurbrandbestrijding.
Klimaat en extreem weer In 2025 gaan we een verdieping aanbrengen op het thema klimaat en extreem weer. Door middel van scenario-analyses en een netwerkanalyse willen we informatie verzamelen, risico’s analyseren en veiligheidsvraagstukken in beeld brengen. Om vervolgens samen met de netwerkpartners te kijken hoe we omgaan met deze risico’s. Welke beheersmaatregelen kunnen we nemen en hoe gaan we om met restrisico’s. Vanuit de brandweer kijken we daarbij ook naar de impact op de bluswatervoorziening. Mogelijk kan dit in de toekomst tot extra materiële investeringen leiden.
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
10
3 Programma Crisis- en Rampenbestrijding
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
11
3 Programma Crisis- en Rampenbestrijding De sector Crisisbeheersing geeft samen met de sector Brandweer invulling aan het programma Crisis- en Rampenbestrijding (C&R). In de sector Crisisbeheersing zijn ook de taken en verantwoordelijkheden van de GHOR ondergebracht. In dit derde hoofdstuk van deze begroting wordt het programma C&R voor het begrotingsjaar 2025 uitgewerkt conform de drie speerpunten uit het Regionaal Beleidsplan 2024-2027: een sterk netwerk, een weerbare organisatie en informatiemanagement. In deze drie paragrafen staat centraal wat de sectoren Brandweer en Crisisbeheersing in 2025 gaan realiseren. In de vierde paragraaf staan we stil bij landelijke ontwikkelingen en in de vijfde paragraaf wordt nader ingegaan op autonome ontwikkelingen welke mogelijk invloed hebben op de VRGZ in 2025. De tabel met het overzicht van baten en lasten van het programma C&R en een toelichting op de verschillen staat in paragraaf 6.2. De veiligheidsregio's ontvangen vanaf 2023 extra middelen via de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) voor de versterking van crisisbeheersing en informatiemanagement. Met het Algemeen Bestuur is afgesproken is dat in Gelderland- Zuid jaarlijks middels een uitvoeringsprogramma verantwoording wordt afgelegd en nieuwe voorstellen worden uitgewerkt voor besteding van deze middelen.
Voor 2025 ontvangt de regio Gelderland-Zuid een bedrag van ruim € 2.205.000,dat geoormerkt is ten behoeve van: ▪ ▪
(het voorkomen of bestrijden van) langdurige crises; bovenregionale samenwerking;
▪ ▪
versterking crisisbeheersing algemeen; informatiemanagement.
De extra BDuR-bijdrage en de voorstellen voor besteding zijn verwerkt in deze begroting 2025. De besteding van de landelijke structurele extra financiële middelen zal verder worden uitgewerkt op basis van bestuurlijke afstemming in het kader van de invulling van het landelijke programma versterking crisisbeheersing en brandweerzorg. Het Rijk, veiligheidsregio’s en andere partners stellen hiertoe in 2024 gezamenlijke (landelijke) doelstellingen op in het kader van de Landelijke agenda Crisisbeheersing (zie 3.4).
3.1 Een sterk netwerk Doorontwikkeling VRGZ als netwerkorganisatie Veiligheidsregio’s moeten in samenwerking met het Rijk en andere partners beter in staat worden gesteld zich voor te bereiden op toekomstige (langdurige) rampen en crises door het fundament te versterken en te investeren in het netwerk, platform en de informatiefunctie. Zeker met een snel ontwikkelende omgeving en met nieuwe risico’s komen andere partijen zoals kennisinstituten en vertegenwoordigende organisaties naar voren. Dit willen we in 2025 bereiken door netwerkmanagement te borgen binnen alle sectoren van de VRGZ, integraliteit tussen de sectoren te bewaken en daarnaast de bovenregionale en landelijke samenwerking te versterken. Doordat we het netwerk goed kennen kunnen we operationeel beter ons werk doen, leveren we een betere dienstverlening, adviseren we tijdig en
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
12
goed het bevoegd gezag en voorzien we hulpverleners en inwoners van advies over (dreigende) risico’s, branden, rampen en crises.
en kennisontwikkeling en beleidsvorming op specifieke thema’s. In 2024 zullen de vijf regio’s hier samen nader invulling aan geven.
Aanpassing uitvoering adviesfunctie brandweer bij start Omgevingswet
De brandweer blijft vooral werken aan versterking van de samenwerking met de veiligheidsregio’s om ons heen, beleidsmatig en uitvoerend, op het gebied van incidentbestrijding, risicobeheersing en vakbekwaamheid. Provinciaal wordt er samengewerkt binnen het gezamenlijke project ‘Gebiedsgerichte aanpak Natuurbrandbeheersing’ (zie paragraaf 2.3).
De VRGZ heeft de voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 afgerond met het inrichten van werkprocessen, trainen en opleiden van adviseurs en met de aansluiting op het Digitale Stelsel Omgevingswet. In 2024 zal blijken hoe de uitvoering van de Omgevingswet met gemeenten en omgevingsdiensten in de praktijk verloopt en of door proefondervindelijk leren en evalueren bijstellingen nodig zijn in 2025.
Versterken bovenregionale samenwerking Gezien de (landelijke en bovenregionale) opgaven die via de kaders bij de aanvullende BDuR en via de contourennota (en straks de nieuwe wet) bij de veiligheidsregio’s zijn neergelegd is samenwerking met de andere veiligheidsregio’s onmisbaar. Maar belangrijker nog: we zien vooral kansen en meerwaarde om samen op te trekken en van elkaar te leren. Hoewel de regio’s verschillen zijn de opgaven in grote lijnen hetzelfde. We doen dit landelijk maar ook (boven)regionaal. In 2023 zijn de veiligheidsregio’s binnen Oost 5 een gezamenlijk project gestart voor de (door)ontwikkeling van onze veiligheidsinformatieknooppunten. In 2024 en 2025 willen we de samenwerking op het gebied van crisisbeheersing verbreden naar andere onderwerpen zoals vakbekwaamheid, inzet bij langdurige (dreigende) crisis
Ook landelijk wordt al intensief samengewerkt op de opgaven die op ons afkomen. De Vakraad Risico- en Crisisbeheersing werkt aan een meerjarenprogramma, dat in 2024 aan de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) voorgelegd zal worden. Op basis van dat meerjarenprogramma zullen de komende jaren bovenregionale en landelijke ontwikkelingen uit o.a. de landelijke agenda crisisbeheersing samen worden opgepakt. Nog niet bekend is wat dat concreet betekent voor 2025. In ieder geval is afgesproken dat de regio’s een (klein) deel van hun extra BDuR-middelen reserveren voor deze samenwerking.
3.2 Een weerbare organisatie Versterking crisisbeheersing Het voornemen is om de VRGZ door te ontwikkelen van een organisatie ten behoeve van flitsrampen naar een organisatie die in staat is om cruciale processen te coördineren ter voorkoming en beheersing van uiteenlopende maatschappelijke rampen en crises. Daarin staan wij niet alleen: om dit te bereiken vormen we samen met onze huidige en nieuwe partners een platform veiligheid, waarin wij samenwerking en kennisdeling tot stand
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
13
brengen op de schaalgrootte van Gelderland-Zuid. De grote diversiteit aan ontwikkelingen die aanleiding kunnen zijn voor een ramp of crisis brengt met zich mee dat de VRGZ een organisatie wil zijn met goede relaties in een breed netwerk. De veiligheidsregio wil voor Gelderland-Zuid dé centrale spil zijn in een netwerk dat: ▪
samenwerking met en tussen vitale en maatschappelijke partners faciliteert om risico’s te verminderen en crises te beheersen.
▪
informatie bijeenbrengt, analyseert en – samen met partners – duiding geeft aan de ontwikkeling van veiligheidsrisico’s in Gelderland-Zuid. Hiermee is zij dé partij die het bevoegd gezag tijdig voorziet van advies over risico’s, branden, rampen en crises.
▪
zorgt voor een flexibele crisisorganisatie, die aansluit bij de maatschappelijke informatiebehoefte van inwoners, werkenden en passanten in Gelderland-Zuid en die aansluit bij de behoeften van bestuurders, hulporganisaties en partners.
Weerbare brandweerorganisatie Snel reageren en flexibel zijn is voor de brandweer al een kernkwaliteit. Echter door nieuwe risico’s, een grotere kans op bepaalde risico’s en een hogere intensiteit ervan, is ook voor de brandweer wendbaarheid een aandachtspunt. De brandweer werkt daarom verder aan de juiste personele en materiële slagkracht, gericht op handelen bij grootschalige tot kleine incidenten, van flitsincidenten tot inzet bij langduriger crises, waar
mogelijk samen met onze partners. Al ons repressief personeel is toegerust, getraind en geoefend op flexibel optreden in onvoorziene gebeurtenissen. Hier blijven wij structureel op ontwikkelen.
Kennisopbouw en trainen en oefenen van nieuwe crisis Om als crisisorganisatie voorbereid te zijn op nieuwe en ongekende crisis en rampen en de gevolgen daarvan, bouwt de VRGZ aan een wendbare en weerbare crisisorganisatie om toekomstige rampen- of crisis beter/effectiever het hoofd te kunnen bieden. Afspraken hierover zijn beschreven in het Regionaal Crisisplan 2024. Een crisisroutekaart geeft de opschalingsmogelijkheden binnen de regio weer. Naast de reguliere regionale crisisorganisatie die primair is gericht op de flitsramp, is dit een ‘voorbereidend team’ of een ‘flexibele projectorganisatie’. Naast het oefenen van traditionele rampen en crises zullen we in 2025 ook nadrukkelijk aan kennisbouw gaan doen rondom nieuwe type crisis. Hierbij zal scenario denken van groot belang zijn om een goede inschatting te kunnen maken van de impact en de gevolgen van een (dreigende) crisis. Daarnaast zal het vermogen om te improviseren en het volgen van een probleemgerichte en procesmatige aanpak van crises centraal staan, omdat de nieuwe typen crises vaak onvoorspelbaar verlopen en niet altijd direct duidelijk is wat de rol van de crisisorganisatie is.
Kennisopbouw en trainen van nieuwe risico's door de brandweer Kennis opbouwen en trainen zijn ook onderdeel van de weerbaarheid en wendbaarheid van de organisatie. Onder meer de energietransitie en
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
14
klimaatverandering vragen om vernieuwing van incidentbestrijding en risicobeheersing door verbreding van expertise (vakmanschap) en innovatie van materieel en operationele informatie. Ontwikkelingen zoals buurtbatterijen, waterstoftankstations en duurzame woningen vereisen een ontwikkeling in aanpak en vakmanschap. Onze vakbekwaamheidsprogramma’s zijn en worden dan ook steeds meer maatwerk, gebaseerd op regionale en lokale risico’s. Samen met andere veiligheidsregio’s richten we ons ook specifiek op het ontwikkelen van de bestrijding van incidenten in de scheepvaart.
gediagnosticeerd zijn met PTSS als gevolg van het werk bij de veiligheidsregio. De uitkomsten hiervan staan nog niet vast. Voor een aantal functionarissen van gemeenten en veiligheidsregio, die ook aanwezig zijn op een plaats incident, is deze nazorg niet of onvoldoende georganiseerd. Het gaat dan bijvoorbeeld om functionarissen van bevolkingszorg, crisiscommunicatie en informatiemanagement. In 2024 wordt daarom onderzoek gedaan naar mogelijke vormen van nazorg aan deze functionarissen, om professionele betrokkenheid in balans te houden en een gezonde verwerking te stimuleren. Een advies over het organiseren, bekwamen en beheren van een vorm van nazorg zal in 2025 worden geïmplementeerd, in nauwe samenwerking met gemeenten.
Nazorg medewerkers Bij de uitoefening van een crisisfunctie kunnen medewerkers te maken krijgen met impactrijke gebeurtenissen, dit geldt zowel voor beroepsmedewerkers van de brandweer en ambulancezorg, vrijwilligers, maar ook functionarissen die werkzaam zijn bij gemeenten die een functie vervullen in de crisisorganisatie. Met name grote calamiteiten, gebeurtenissen waarbij kinderen of collega’s betrokken zijn en reanimaties kunnen erg veel impact hebben. Wij vinden het van belang om zo goed als mogelijk te ondersteunen om te voorkomen dat medewerkers mentale klachten ontwikkelen. We hebben een team met betrokken en goed opgeleide collega’s beschikbaar voor de brandweer, het Team Collegiale Opvang (TCO). Binnen de ambulancezorg bestaat het Bedrijfsopvang Team (BOT). Daarnaast kijken we per situatie wat er voor deze medewerkers het meest passend is in het bieden van ondersteuning en adequate zorg. Voor deze medewerkers volgen we het landelijke onderzoek naar de mogelijkheid om te komen tot een landelijke regeling voor mensen die
Plan van aanpak nafase Met het woord nafase doelen we op de fase waarin alle voorkomende werkzaamheden plaatsvinden die samenhangen met de afwikkeling van een ramp of crisis. Om de inhoudelijke overdracht tussen de crisisorganisatie en staande organisaties te borgen, is het noodzakelijk dat we als gemeenten en veiligheidsregio inhoudelijke expertise ontwikkelen om een plan van aanpak voor de nafase te kunnen opstellen. Hierbij zullen de betrokken diensten inhoudelijke en praktische informatie geven ten behoeve van het plan van aanpak en een vooruitblik geven naar wat het nafase-team kan verwachten. In 2025 willen we kennis en bewustwording verbreden over de nafase en een regionale werkwijze en format ontwikkelen ten behoeve van warme overdracht aan o.a. de gemeente en andere betrokken organisaties.
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
15
Implementatie Regionaal Dekkingsplan 2024-2027 Het nieuwe dekkingsplan is uitgewerkt op basis van de bestaande taken die binnen de regio worden uitgevoerd. Ontwikkelingen zoals geschetst in het Regionaal Beleidsplan kunnen leiden tot noodzakelijke innovatie binnen de repressieve brandweerzorg en een andere kijk op de standaardinzet bij repressie. In 2024 worden al business cases opgezet en pilots uitgevoerd om te onderzoeken of het nodig is om nieuwe taken toe te voegen aan de brandweerzorg van Gelderland-Zuid. Dit zal ook in 2025 nog het geval zijn, met, afhankelijk van de resultaten van pilots, implementatie ervan. Denk aan het uitwerken van de Visie Incidentbestrijding in, op en aan het water, toekomstverkenningen voor gaspakinzet en logistiek, inzet van rietkapteams en Quick Response Teams, specialistische blussing en innovatie zoals inzet van onderwaterdrones.
het ontwikkelen van tools en technieken die datagedreven werken kunnen specialistische kennis en handelingsperspectieven beschikbaar gemaakt worden voor de veiligheidsprofessional op straat. Ook dat draagt bij aan snel en adequaat optreden om incidenten klein te houden. Daarnaast dwingen ontwikkelingen op het gebied van onder andere klimaat, verduurzaming, energietransitie en veranderde regelgeving de brandweer om mee te bewegen, bijvoorbeeld door het gebruik van fluorvrij blusschuim. In een veranderende samenleving moeten we ons dus inspannen om een slagvaardige, snelle en wendbare brandweer te houden die over de nodige kennis en materialen kan beschikken om goed en veilig incidenten te bestrijden. Niet investeren hierin betekent dat we op termijn onvoldoende zullen kunnen meebewegen. De ruimte die ontstaat door de herverdeling zoals voorgesteld in het dekkingsplan zal voor deze innovatie en kennisontwikkeling worden aangewend; om dit toekomstproof te maken is echter een extra investering in kennis, kunde en materieel nodig.
Innovatie Brandweer De verdichting in de samenleving neemt zowel qua fysieke inrichting als aantal inwoners steeds verder toe. Multifunctioneel gebruik van ruimte ook. Kleine incidenten kennen daardoor al snel grote gevolgen en groeien sneller uit tot crises. Landelijk onderzoek spreekt van een ontwikkeling waarbij incidenten steeds gevaarlijker, heftiger, groter, complexer en viezer worden. We zien dat er meer situaties ontstaan waarbij het te gevaarlijk of te ingewikkeld is om alleen brandweermensen ter plekke in te zetten. Dit vraagt om andere manieren van werken en om ontwikkelingen die menselijke inzet in gevaarlijke omstandigheden beperken, zoals het werken met onderwaterdrones bij personen of voertuigen te water. Complexere incidenten vragen daarnaast ook om slimmere oplossingen waarbij ook informatiegestuurd werken een belangrijke rol heeft. Door
Verduurzaming wagenpark Als gevolg van landelijke regelgeving is ook de VRGZ verplicht om 38,5% van de niet repressieve voertuigen bij vervanging in te vullen met ‘schone voertuigen’, dus niet aangedreven door fossiele brandstof. Hiermee is al deels rekening gehouden in de investeringen, maar dat zal mogelijk niet toereikend zijn om te voorzien in de hogere kosten van elektrische voertuigen. Daarnaast wordt onderzocht in hoeverre er voor voertuigen in de categorie vrachtwagens in het kader van duurzaamheid overgestapt kan worden op het gebruik van HVO-dieselolie. HVO staat voor Hydrotreated Vegetable Oil
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
16
en is een nieuw type dieselbrandstof. Omdat deze HVO-dieselolie duurder is dan de huidige diesel, zullen de kosten van het brandstofgebruik toenemen.
3.3 Informatiemanagement Visie op Informatiegestuurde Veiligheid Informatiegestuurde veiligheid draagt bij aan een veiliger en weerbaarder Nederland. Om informatiegestuurd werken mogelijk te maken is het van belang data te verzamelen, te analyseren, te duiden en uit te wisselen. Hiermee willen we (op termijn) steeds betere voorspellingen doen over de ontwikkelingen van incidenten en crises. De ambitie is om in 2024 een visie op te stellen op informatiegestuurde veiligheid binnen de VRGZ. In 2024 moet ook duidelijk worden hoe informatiegestuurde veiligheid geborgd en gepositioneerd is binnen de VRGZ. Vooruitlopend op een organisatiebrede visie op informatiegestuurde veiligheid vinden binnen de sectoren al de volgende activiteiten plaats.
Doorontwikkeling Veiligheidsinformatieknooppunt Het Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK) draagt als middel bij aan de goede veiligheidsinformatiepositie voor multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing. Het VIK is de plek waar informatie wordt ontsloten, geanalyseerd en presenteerbaar gemaakt wordt middels een veiligheidsbeeld. Die informatie komt van de eigen organisatie en van partners waarbij de bron de informatieduiding geeft.
Ten aanzien van de doorontwikkeling van het VIK en de aansluiting op het landelijke knooppunt KCR2 (Knooppunt Coördinatie Regio Rijk) wordt in 2024 een meerjarenprogramma ontwikkeld. Dat moet ertoe leiden dat we in 2025 op basis van een actueel veiligheidsbeeld adviezen kunnen uitbrengen aan het bevoegd gezag en/of handelingsperspectieven aan hulpverleners en inwoners bij (dreigende) rampen, crises en incidenten. Om dit verder te verbeteren worden conform prioritering in het Meerjarenprogramma Doorontwikkeling VIK afspraken gemaakt met gemeenten, politie Oost-Nederland en andere veiligheidspartners omtrent de gegevensuitwisseling met het VIK. Daarnaast worden de tools en informatieproducten van het VIK (door)ontwikkeld naargelang de behoefte van het werkveld.
Informatiegestuurde Veiligheid bij de Brandweer Naast de bijdrage die de brandweer aan het VIK levert, werkt de brandweer aan het inrichten van dashboards om in organisatie en operatie meer informatiegestuurd te kunnen werken (denk aan paraatheid van de posten, vakbekwaamheid en incidenten). We investeren in de gehele dataketen waarmee we snel relevante en betrouwbare data ter beschikking hebben (en houden) die we kunnen omzetten naar repressieve en preventieve informatie. Daardoor kunnen we op het juiste moment en op de juiste plek, snel informatiegestuurd handelen. Als organisatie kunnen we onderbouwde en weloverwogen keuzes maken en adviezen geven, van strategisch-bestuurlijk niveau tot aan de medewerker in het veld.
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
17
Risicomonitoring door de GHOR In 2025 wordt het proces om periodiek een Zorgrisicoprofiel op te stellen met de partners in de zorg verder vormgegeven. De informatiepositie van de GHOR in relatie tot de voorbereiding op en inzet tijdens crises zal verder ontwikkeld worden. Een goede aansluiting op de ontwikkelingen van het Veiligheidsinformatieknooppunt is hierbij van belang.
3.4 Landelijke ontwikkelingen Nieuwe Wet Crisisbeheersing en Brandweerzorg Verwachting is dat een eerste voorstel hiertoe in 2024 in procedure wordt gebracht. Verwachting is dat dit in 2025 nog geen impact heeft op de VRGZ. Thema’s in de eerste tranche van wijzigingen betreffen onder meer: a) de aanwijzingsbevoegdheid van de Minister van Justitie en Veiligheid en de rol van de Commissaris van de Koning b) de centrale regierol van de Minister van Justitie en Veiligheid c) de verankering van de nationale crisisstructuur d) de landelijke agenda crisisbeheersing en landelijke doelstellingen (zie hieronder)
Voor de tweede tranche gaat het Ministerie in 2024 met de veiligheidsregio’s en crisispartners verkennen waar een wettelijke verankering of verduidelijking noodzakelijk is. Hierbij zullen onderwerpen zoals bevolkingszorg, preventie op het gebied van brandveiligheid en de financieringssystematiek van het stelsel besproken worden. Daarbij wordt bezien of en in hoeverre deze onderdeel kunnen zijn van een tweede tranche. Onderdeel van de landelijke herziening van het stelsel Crisisbeheersing en Brandweerzorg is ook een verduidelijking en aanscherping van de taken van de GHOR. Deze verduidelijking en aanscherping – en mogelijk een verandering – in de taken van de GHOR vraagt om een regionale uitwerking.
Landelijke agenda Crisisbeheersing 2024-2029 Begin 2024 wordt de landelijke agenda crisisbeheersing 2024-2029 aan alle veiligheidsregio's ter instemming voorgelegd. Met deze agenda wordt ingezet op het realiseren van langjarige gezamenlijke ambities van Rijk en veiligheidsregio’s langs drie pijlers: 1. Versterken voorbereiding en paraatheid; 2. Versterken van een weerbare samenleving; 3. Bevorderen van kwaliteit en professionaliteit.
e) risico- en crisiscommunicatie. Rijk en veiligheidsregio’s zullen - al dan niet in samenwerking met andere publieke en private crisispartners - (een deel van) hun activiteiten richten op de realisatie van deze ambities. Dit komt enerzijds tot uiting in
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
18
individuele of gezamenlijke plannen aan de zijde van ministeries of veiligheidsregio’s, zoals beleidsplannen van ministeries, regionale (beleids)plannen van veiligheidsregio’s, als ook collectieve werkplannen van vakraden en de strategische agenda van het Veiligheidsberaad. Vanuit de VRGZ wordt binnen de bestaande landelijke netwerken actief een bijdrage geleverd aan de activiteiten uit de landelijke agenda crisisbeheersing. De activiteiten van de landelijke agenda crisisbeheersing waarin de veiligheidsregio’s een rol vervullen worden integraal meegenomen in de landelijke uitvoeringsplannen waar we als VRGZ een bijdrage aan leveren. Landelijk actieplan Toekomstbestendige Brandweerzorg In de verdere ontwikkeling van de toekomstbestendige brandweerzorg volgt de brandweer Gelderland-Zuid naast de eigen inspanningen op dit gebied het landelijke actieplan. Omdat dit nog in ontwikkeling is, is nog niet aan te geven welke inzet (extra of andere) van de brandweer gevraagd kan worden in 2025. Bij het toekomstbestendig maken van de brandweerzorg gaat het om: ▪
de kwaliteit van de lokale brandweerposten in verbinding met veranderde maatschappelijke vraagstukken versterken;
▪
het verbeteren van de regionale en landelijke slagkracht voor gewone en bijzondere risico’s;
▪
betere afstemming van de onderlinge schakels binnen de veiligheidsketen en preventieve en preparatieve werkzaamheden binnen incidentbeheersing;
▪
het verbeteren en vereenvoudigingen van het brandweeronderwijsstelsel. Voor dit laatste project heeft de RCDV in 2023 het perspectief onderwijsstelsel vastgesteld en het plan van aanpak om daartoe te komen. VRGZ is hierin op landelijk niveau sterk vertegenwoordigd.
NOOVA De Minister van Justitie en Veiligheid (JenV) heeft in 2019 de opdracht gegeven om de verkenning te starten naar een mogelijke opvolger van het communicatiesysteem voor hulpdiensten C2000, NOOVA genaamd. Voorbereidende activiteiten daarvoor zouden al in 2024 inzet van de VRGZ kunnen vragen. Echter, het Adviescollege ICT-toetsing heeft op verzoek van de Tweede Kamer onderzoek gedaan naar de toekomstbestendigheid van missie-kritische (als er mensenlevens van afhankelijk zijn) communicatiesystemen van hulpdiensten en een advies uitgebracht. Het advies is om NOOVA in zijn huidige vorm stop te zetten en eerst een stevig fundament (toekomstvisie, transitiepad en startvoorwaarden) te leggen onder de vernieuwing en daarnaast stevig te investeren in de kwaliteit en continuïteit van C2000. Een belangrijk onderdeel van deze maatregelen is een Push-to-talk (PTT)-app als fall-back-voorziening voor het geval de missie-kritische basisvoorziening C2000 niet of niet goed functioneert. Deze app kan groepscommunicatie verzorgen en maakt gebruik van het reguliere providernetwerk via een smartphone en is daarvan afhankelijk. De minister geeft aan dat vervanging, vernieuwing en verbetering van de missie-kritische communicatie noodzakelijk is en blijft, maar is het eens
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
19
met het advies om eerst een stevig fundament onder de vernieuwing te leggen. Daarvoor is per 1 december 2023 een kwartiermaker aan de slag gegaan. Door deze ontwikkeling is het niet aan te geven in hoeverre inzet van de VRGZ in 2025 noodzakelijk zal zijn.
3.5 Autonome ontwikkelingen Arbeidsmarktproblematiek Vacatures blijven soms onvervuld en de verwachting is dat de krapte op de arbeidsmarkt op de langere termijn in een aantal sectoren een structureel probleem blijft (zie ook paragraaf 5.4.5). Dit geldt ook voor de brandweer VRGZ en betreft zowel repressief als niet-repressief personeel. De 24uursdienst gaat daarom met een poule van maximaal twintig brandweervrijwilligers uit Gelderland-Zuid werken die ingezet kunnen worden in de 24-uurs-beroepsdienst in Nijmegen. Daardoor kan het rooster ingevuld blijven worden bij onverwachte uitval of bij inzet van beroepsmedewerkers voor vakbekwaamheidsdoeleinden. Tegelijk zijn het ervaringsplekken voor vrijwilligers en wordt de verbinding tussen vrijwilligers en beroeps versterkt.
Toename noodzaak juridische ondersteuning De toename van handhavingszaken en maatwerkadviezen waarbij een juridische toets noodzakelijk is, zoals juridische kwesties rondom overeenkomsten en maatschappelijke ontwikkelingen, de Omgevingswet, controle op inspectierapporten en ontwikkelingen in jurisprudentie, leiden tot de noodzaak voor het aantrekken van een juridisch adviseur op dit
gebied. Daarnaast komt de Brandweer steeds meer in aanraking met juridische procedures. Op dit moment is de juridische kennis en capaciteit binnen de VRGZ onvoldoende aanwezig. Onderzoeksbureau Berenschot heeft in 2021 de overhead kosten van de VRGZ vergeleken met 15 andere Veiligheidsregio’s en geconcludeerd dat bij de VRGZ de kosten van de overhead 20% lager liggen dan het gemiddelde in de benchmark. Deze uitbreiding is nodig in relatie tot toetsing van de complexe dossiers. Bij onvoldoende juridische capaciteit is de verwachting dat de VRGZ meer in juridische trajecten terechtkomt waarvoor we extern in zullen moeten huren. Onvoldoende capaciteit kan daarnaast consequenties hebben voor doorlooptijden en kwaliteit van advisering.
Wetgeving: herijking functies ruimtelijke veiligheid In 2023 heeft het Ministerie van Justitie en Veiligheid het nieuwe landelijke kwalificatiedossier Specialist ruimtelijke veiligheid opgenomen in het Besluit personeel veiligheidsregio’s, waarmee het van kracht is geworden. Om binnen VRGZ aan te sluiten bij het gewijzigde Besluit personeel veiligheidsregio’s zijn voor onze regio twee functieprofielen op basis van dit kwalificatiedossier herijkt: Specialist ruimtelijke veiligheid en de Senior specialist ruimtelijke veiligheid. De herijking heeft eind 2023 tot een andere indeling en waardering geleid, met als gevolg een uitzetting van kosten.
Uitbreiding formatie Veilig Bouwen In de begroting 2024 heeft het bestuur VRGZ ingestemd met een uitbreiding van de formatie van de afdeling Veilig bouwen met 1 fte,
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
20
waarna geëvalueerd zou worden of deze uitbreiding afdoende is om de continuïteit en de kwaliteit van de adviezen te kunnen garanderen. De reden van de uitbreiding was de toename van het aantal aanvragen: in 2017 verstrekte het team Veilig Bouwen iets meer dan 1.400 adviezen ten opzichte van bijna 1.900 in 2022. Uit de evaluatie is gebleken dat het aantal adviesaanvragen in 2023 wederom verder is toegenomen naar ruim 2.000. Daarnaast is ook in samenwerking met de omgevingsdiensten en de gemeenten gekeken hoe de werkprocessen zo optimaal mogelijk kunnen worden ingericht. De verwachting is echter dat het aantal aanvragen en de complexiteit ervan niet zullen afnemen. Om de continuïteit en de kwaliteit van de adviesaanvragen te kunnen garanderen is het voorstel is om nogmaals 1 fte toe te voegen aan het team Veilig Bouwen. De VRGZ zal daarnaast blijven investeren in het aanscherpen van werkprocessen. Zonder uitbreiding zal extern moeten worden ingehuurd om het volume te verwerken. Aan de behandeling van de adviesaanvragen hangen wettelijke termijnen. Het halen van deze termijnen wordt steeds ingewikkelder. Indien de brandweer door capaciteitsgebrek niet tijdig een advies kan uitbrengen kan het zijn dat een gemeente of omgevingsdienst een besluit moeten nemen zonder dit advies mee te laten wegen. Hiermee kunnen mogelijk gevaarlijke situaties goedgekeurd worden.
De stijging treedt nu verschillende jaren achtereen op en lijkt daarmee structureel.
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
21
4 Programma Regionale Ambulancevoorziening
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
22
4 Programma Regionale Ambulancevoorziening Het tweede programma bij de veiligheidsregio betreft de Regionale Ambulancevoorziening (RAV). In 2025 wordt aandacht besteed aan de hieronder genoemde onderwerpen. De eerder genoemde speerpunten van het regionaal beleidsplan zijn ook van toepassing op de RAV. Hieronder lichten we de ontwikkelingen toe die specifiek voor de RAV gelden.
Op het moment van schrijven is het kabinet demissionair. Het Integraal Zorgakkoord (IZA) is niet-controversieel verklaard en kan dus in de uitvoering gewoon doorgaan. AZGZ is zowel actief binnen het Regionaal Overleg Acute Zorgketen (ROAZ) als samen met ketenpartners bezig om via verschillende oplossingsrichtingen te bekijken hoe de acute zorg beschikbaar en bereikbaar te houden. Hierdoor is samenwerking met al onze partners van essentieel belang. De financiering in de zorg is op dit moment nog wel een obstakel hierin. Afhankelijk van hoe snel de politieke ontwikkelingen landelijk vorm gaan krijgen zal dit effect hebben in 2025.
4.1 Ambulancezorg Gelderland-Zuid
4.2 Zorgcoördinatie
Ambulancezorg Gelderland-Zuid is een erkende gezondheidszorginstelling en voert haar werkzaamheden uit op grond van de door het Ministerie van VWS verstrekte aanwijzing in het kader van de Wet ambulancezorgvoorzieningen.
Eén van de speerpunten van het IZA is de inrichting van zorgcoördinatie. In 2025 moet in elke acute zorgregio zorgcoördinatie zijn ingericht. Bij zorgcoördinatie wordt in een regio de in-, door- en uitstroom van en naar acute zorg door verschillende zorgaanbieders gezamenlijk en gecoördineerd ingericht, om patiënten zo snel mogelijk de juiste zorg door de juiste zorgverlener op de juiste tijd en plaats te kunnen bieden. Het gaat om alle activiteiten gericht op het regisseren, afstemmen en bewaken van de organisatie en de uitvoering van de zorgverlening aan de patiënt met een acute zorgvraag.
De ambulancesector kent de komende jaren verschillende uitdagingen. Door demografische ontwikkelingen neemt het aantal zorgvragers de komende jaren toe, wat ook de kosten doet toenemen. Tegelijkertijd wil de politiek die stijgende zorguitgaven drukken. Veranderingen in het (acute) zorgsysteem zullen als gevolg daarvan de komende jaren noodzakelijk zijn. Besluiten zullen genomen moeten worden om de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de zorg ook in de toekomst te kunnen waarborgen. De focus van AZGZ ligt op de continuïteit van de zorg en welke ontwikkelingen hieraan bijdragen. Hieronder worden de speerpunten voor 2025 besproken.
Door de Ministeries van VWS en JenV is aan de partijen in het meldkamerveld de mogelijkheid geboden om door middel van pilots te verkennen of het mogelijk is om onder dezelfde continuïteitswaarborgen, de meldkamerfunctie ambulancezorg geheel of gedeeltelijk buiten de meldkamer uit te voeren. In Gelderland-Zuid en in Gelderland-Midden wordt hiertoe een pilot uitgevoerd met planbare zorg.
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
23
In de zorgcoördinatievoorziening (ZCV) aan de Beekstraat in Arnhem werken collega’s van Ambulancezorg Gelderland-Midden en GelderlandZuid samen bij het aannemen van planbare ambulancezorg. In 2024 zal door het Ministerie van VWS en het ROAZ bekeken worden op welke wijze zorgcoördinatie definitief kan worden ingevoerd en wat hiervoor nodig is (inclusief bekostiging). In 2025 wordt hiermee verder gewerkt. Deze veranderopgave zal continue aandacht vereisen, ook van Ambulancezorg Gelderland-Zuid.
4.4 Arbeidsmarktproblematiek De ontwikkeling van een zorgcoördinatievoorziening draagt bij om de schaarste rondom het personeel en de druk op de zorg (deels) op te vangen. In 2025 worden niet meer eenheden op de weg gezet, maar wordt de samenwerking met ketenpartners steeds belangrijker door zorg op maat aan te bieden. Hierbij zijn zowel samenwerking met ketenpartners als innovaties van essentieel belang. AZGZ zal ook in 2025 inzetten op een intensieve samenwerking met ketenpartners en bijdragen aan de ontwikkelingen van innovaties binnen de zorgketen.
4.3 Schaarste materiaal en materieel Het risico op schaarste in materiaal en materieel wordt nauwlettend in de gaten gehouden zodat het de operatie zo min mogelijk zal verstoren. Met name de vertraagde levering van bepaalde materialen kunnen tot problemen leiden. Voorbeelden hiervan zijn het opleveren van nieuwe voertuigen, de levering van medicatie en medische verbruiksartikelen en de levering van batterijen voor medische apparatuur. Periodiek wordt hier per middel op gemonitord zodat op tijd geëscaleerd kan worden. Verwacht wordt dat deze schaarste in 2025 nog steeds een impact zal hebben. Door het intensieve gebruik van het C2000-communicatiesysteem, in combinatie met een steeds beperktere ruimte van radiofrequenties, is de kans groter op uitval. Verwacht wordt dat deze problematiek de komende jaren onverminderd zal blijven bestaan. Doorontwikkeling van het huidige Push-to-talk communicatiesysteem zal hier een oplossing voor zijn. AZGZ is daarom gestart met het gebruik van Push-to-talk voor de midden-complexe ambulancezorg. Op geleide van de ervaringen zal dit vervolgens uitgerold worden naar de overige eenheden van de ambulancezorg.
4.5 Kerngegevens ambulancezorg Kerngegevens Eenheden
Voorgenomen
Opkomstlocaties
4
Voorwaardenscheppende locaties
9
A-ambulances en B-ambulances
30
Mobiele Intensive Care Unit (MICU)
2
Rapid Responder voertuigen
3
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
Tabel 1: kerngegevens ambulancezorg
24
4.6 Streefwaarden ambulancezorg Streefwaarden Operationele inzetprestatie
Verwacht
A1-ritten ambulance
ca. 12.000
A1-ritten binnen 15 minuten
95%
A1-ritten gemiddelde meldtijd
max. 1:40
A1-ritten gemiddelde opstarttijd
max. 0:45
A1-ritten gemiddelde rijtijd
6:30
A1-ritten gemiddelde responstijd
8:55
A2-ritten ambulance
ca. 9.000
A2-ritten binnen 30 minuten
98%
Vakbekwaamheid Medewerkers met bekwaamheidsverklaring
100%
Tabel 2: streefwaarden ambulancezorg
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
25
5 Paragrafen
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
26
resultaat toegevoegd wordt aan de algemene reserve tot de bestuurlijke norm.
5 Paragrafen 5.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf komen de normering van de algemene reserve, het weerstandsvermogen en de weerstandscapaciteit aan de orde. Daarnaast worden de risico’s van de VRGZ beschreven. Voor het beleid over weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt verwezen naar bijlage 7.5 Financiële spelregels.
Algemene reserve, weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit
Programma RAV
Programma Crisis- en Rampenbestrijding Algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding Bedragen * € 1.000,-
Het weerstandsvermogen is de mate waarin de benodigde capaciteit wordt gedekt door de beschikbare capaciteit (algemene reserve rampenbestrijding). De verwachte beschikbare weerstandscapaciteit van het programma C&R is niet toereikend om de geïnventariseerde en gecalculeerde risico’s (zie paragraaf 5.1.2 Risico’s) te dekken. Naarmate de gecalculeerde risico’s zich daadwerkelijk voordoen treft de VRGZ hiervoor bezuinigingsmaatregelen of wordt de bijdrage van gemeenten hoger.
De reserve van de RAV ziet er als volgt uit:
Begroting 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Norm eigen vermogen (5% van de baten)
3.379
3.389
3.389
3.416
Algemene reserve rampenbestrijding
2.984
2.984
2.984
2.984
Percentage eigen vermogen van de baten
4,42%
4,40%
4,40%
4,37%
Reserve aanvaardbare kosten RAV Bedragen * € 1.000,-
Begroting 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
De minimale norm is 10% van de baten
3.630
3.630
3.630
3.630
De streefwaarde is 15% van de baten
5.445
5.445
5.445
5.445
Reserve aanvaardbare kosten RAV
2.944
2.944
2.944
2.944
8%
8%
8%
8%
Percentage eigen vermogen van de baten
Tabel 3: algemene reserve C&R
Bestemde reserves worden niet meegenomen in deze toetsingstabel van het eigen vermogen. Het saldo van de algemene reserve is lager dan de norm van 5%. Indien positieve resultaten behaald worden geldt als uitgangspunt dat dit
Tabel 4: reserve aanvaardbare kosten RAV
Cijfermatig haalt de AZGZ de minimale norm van 10% van de baten niet. Dit wordt veroorzaakt doordat de AZGZ de afgelopen jaren niet in staat is geweest structureel positieve resultaten te behalen.
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
27
De verwachte beschikbare weerstandscapaciteit (reserve aanvaardbare kosten RAV) is toereikend om de geïnventariseerde en gecalculeerde risico’s te dekken (zie paragraaf 5.1.2 Risico’s).
Risico’s In tabel 5 is een samenvatting van de risico’s met financiële omvang opgenomen. Bij de bepaling van de noodzakelijke risicocapaciteit is rekening gehouden met de weging van de verwachtingswaarde van de kans dat de risico’s zich voordoen. Bedragen *€ 1.000,-
Verwachtingswaarde afzonderlijke risico’s
Noodzakelijke risicocapaciteit VRGZ
Noodzakelijke risicocapaciteit RAV
Noodzakelijke risicocapaciteit C&R
2.300
686
48
638
800
280
0
280
Economische risico’s
375
188
70
118
Middelen, organisatie, medewerkers en efficiency
6.900
3.890
929
2.961
Totaal
10.375
5.044
1.047
3.997
Nieuwe wet- en regelgeving en politiek bestuurlijke risico’s Maatschappelijke risico’s
Wijzigingen ten opzichte van het overzicht in de jaarrekening Ten opzichte van de jaarrekening zijn geen wijzigingen aangebracht aan de beschreven risico’s. Frauderisicoanalyse In 2021 heeft de VRGZ beleid opgesteld over het voorkomen van fraude en is een frauderisicoanalyse uitgevoerd. De analyse wordt periodiek geactualiseerd en is betrokken bij het risicomanagement. Dit is tevens onderdeel van de rechtmatigheidsverklaring via het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik.
Tabel 5: samenvatting risico’s
Om een concreter beeld te geven van de risico’s die de VRGZ loopt, worden in tabel 6 de tien grootste risico’s weergegeven.
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
28
Nr
Risico en omschrijving
1
Verduurzaming vastgoed Om te voldoen aan de duurzaamheidseisen (o.a. klimaatakkoord, energiebesparing) zijn extra investeringen nodig in bestaande en nieuwe panden. Dit betreft een afweging tussen de ambities, planning en financiële middelen.
2
3
Bedrag x kans
Kapitaallasten vastgoed Bij de regionalisering zijn panden zonder- of met geringe boekwaarde overgegaan naar de VRGZ. Hiervoor zijn dus geen of weinig kapitaallasten gebudgetteerd terwijl deze in de komende jaren aan vervanging toe zijn. Dit betekent een extreme stijging in de kapitaallasten t.o.v. de huidige situatie. Het risico bestaat dat hiervoor niet/onvoldoende wordt gecompenseerd. Arbeidsmarktproblematiek Er is sprake van vergrijzing en schaarste van personeel. Er moet meer worden geïnvesteerd in behouden en aantrekken van kwalitatief goede werknemers. Dat kan ook leiden tot tijdelijk inhuren, wat door de krapte op de arbeidsmarkt duurder kan uitpakken. Tevens speelt de samenvoeging van de meldkamers in Oost 5 een rol. De extra reistijd kan het werk minder aantrekkelijk maken, waardoor mensen vertrekken of moeilijker aan te trekken zijn. Het opleiden van nieuwe medewerkers kan ten koste gaan van het bemensen van tafels met als gevolg langer wachten op triage of extra inhuur.
1.950 x 0,7
Risico bedrag 1.365
Beheersmaatregelen ▪
Onderzoek en advies verduurzaming van panden
▪
Toekomstvisie huisvesting bespreken met bestuur Onderzoek toekomstbestendigheid Multipost
▪
1.000 x 0,7
420 x 0,5 375 x 0,7 (MK AZGZ)
700
472
▪ ▪ ▪
Temporiseren vervanging Onderzoek naar vermindering kazernes en spreiding opnieuw beoordelen Inzetten egalisatiereserve
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Zorgcoördinatie Oost 5 samenwerking Aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden Wervingscampagnes en inzet wervingsbureaus Landelijk aandacht via brancheorganisatie Taakdifferentiatie Routeren Inhuren
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
29
Nr
Risico en omschrijving
4
Klimaatverandering Gevolgen van klimaatverandering en energietransitie op Incidentbestrijding, Risicobeheersing en vakbekwaamheid brandweer. Dit kan leiden tot langere- en complexere uitrukken en toename in aantal uitrukken. Ook kan dit leiden tot anders- of meer opleiden en nieuwe vereisten materieel.
5
6
7
Bedrag x kans
Omgevingswet De invoering Omgevingswet kan leiden tot een veranderde vraag, waardoor er hoger/ander geschoold personeel nodig is, nieuwe software en een toename in (complexere) aanvragen.
WNRA Het is nog onduidelijk of de volledige werkgeverslasten moeten worden berekend voor de brandweervrijwilligers i.p.v. de 7% van nu. Ook is niet bekend wat dit betekent voor de animo voor vrijwilligers en de impact op 2e loopbaanbeleid 24-uursdienst.
Leveringsproblematiek Op meerdere fronten ervaren we consequenties van leveringsproblemen en schaarste van (productie)middelen. Voertuigen en toebehoren worden later geleverd wat resulteert in meer onderhoudskosten. Binnen AZGZ ontstaat hierdoor het risico op uitval van diensten en daarmee het niet halen van gemaakte afspraken met zorgverzekeraars.
430 x 0,7
Risico bedrag 300
Beheersmaatregelen ▪ ▪ ▪
Volgen landelijke ontwikkelingen Project gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing Vakbekwaamheidsniveau aansluiten op ontwikkelingen
900 x 0,3
270
▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Trainingen/opleidingen personeel Projectorganisatie ingericht Actueel houden van de opgedane kennis Participatie in landelijke overleggen Volgen van de landelijke ontwikkelingen
900 x 0,3
270
▪
Landelijke ontwikkelingen volgen (onderzoek SEmFire UvM) Pilot fit voor het vak Geen kazernering/consignatie (bouwsteen1) Afbouwregeling consignatievergoeding
▪ ▪ ▪
350 x 0,7
245
▪ ▪ ▪
Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
Tijdig signaleren en communiceren zorgverzekeraars Contractafspraken maken met leveranciers Kwaliteitseisen verlagen
30
Nr
Risico en omschrijving
8
Cybercriminaliteit/beveiligingsincident Beveiligingsincident is een inbreuk op de beveiliging, waarbij de beschikbaarheid, de integriteit of de vertrouwelijkheid van informatie (en persoonsgegevens) in gevaar is of kan komen. Een beveiligingsincident kan ook onbewust worden veroorzaakt. Dit kan leiden tot boetes en imagoschade. Cybercriminaliteit kan een oorzaak en een gevolg daarvan zijn en brengt risico’s op bedrijfscontinuïteit, losgeldeisen, valse betalingsverzoeken, etc. met zich mee.
9
10
Bedrag x kans
Epidemie Kosten van uitval en andere inzet van personeel, waardoor taken tijdelijk niet worden uitgevoerd of extra moet worden ingehuurd. Prijsstijgingen Het betreft hier de prijsstijgingen van materieel (inkoop, onderhoud, bouw) die boven de indexcijfers uitkomen die door de adviescommissie zijn meegegeven en zijn opgenomen in de begroting. Het risico is dat de gemeenten en deels ook de zorgverzekeraars onvoldoende compenseren om dit op te vangen. Totaal van de 10 grootste risico’s (noodzakelijke risicocapaciteit) Overige (noodzakelijke risicocapaciteit) Totale noodzakelijke risicocapaciteit
750 x 0,3
Risico bedrag 225
Beheersmaatregelen ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Uitvoeren van audits Verhogen bewustwording binnen de organisatie Aanwezigheid van CISO, ISO, FG en PO Tactisch- en strategisch plan om te voldoen aan wet- en regelgeving Back-ups Continuïteitsplan
375 x 0,5