RV2024-069-Bijlage-4-Inventarisatie-opvallende-en-historische-grafbedekkingen-gemeentelijke-begraafplaatsen.pdf
Tekst van het document
1.7 Est Het dorpje Est is niet ontstaan langs de Linge maar wel op een lage stroomrug van een afgesloten en later verzandde arm van de Waal. Later heeft men het centrale gedeelte waar ook de kerk werd gebouwd, verhoogd tot een woerd zodat de meeste boerderijen droog bleven. Dat was nodig omdat in de wintermaanden de omliggende landen vaak onder water stonden. Kerkelijk behoorde Est lange tijd tot Meteren totdat in 1748 een scheiding plaatsvond. Daarop werd in Est een eigen kerk gebouwd op de woerd. Dit betrof een eenvoudig gebouw. De heer van Est en Opijnen, Jacob Timmers liet zich waarschijnlijk in de kerk begraven, getuige een marmeren epitaaf dat zich in de kerk bevindt. Timmers stierf in 1761. Rondom de kerk werd in de achttiende eeuw een kerkhof aangelegd, zoals gebruikelijk. Daarvan herinnert nu alleen het zuidelijke deel nog daaraan. Het kerkhof ligt een stuk hoger dan de straat en een keermuur schermt dit deel af.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
22 van 166
Afb. 16. Het epitaaf ingebouwd in de schouw van de consistorie in 1975 (Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).
In 1861 kocht de gemeente Est en Opijnen aan de Broekstraat (nu Esterweg) en klein driehoekig perceel om in te richten als algemene begraafplaats. Het kerkhof zal niet lang daarna gesloten zijn. 1.7.1 Gemeentelijke begraafplaats Voor de aanleg van de begraafplaats leende de gemeente een bedrag van 550 gulden. De begraafplaats werd aangelegd naast een bestaande woning in een knik van de wegen aldaar. De ingang, een eenvoudige smeedijzeren poort, kwam op het westen te liggen. Rondom werd een sloot gegraven. De grootte van de begraafplaats zal toen zo’n 1.050 m2 bedragen hebben. Zeker tot na de Tweede Wereldoorlog was dat voldoende voor het dorp. In de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw werd de polder tussen Est en Opijnen geheel opnieuw ingericht bij de ruilverkaveling. In die jaren moet ook de begraafplaats uitgebreid zijn naar het oosten. Daartoe waren al eerder gronden aangekocht. Op de uitbreiding werd tevens het
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
23 van 166
huidige baarhuisje gebouwd, aan het eind van het hoofdpad. Het eerste graf op deze uitbreiding is er nog en dateert van januari 1968. In de archieven is te vinden dat de gemeente in 1972 een perceel grond kocht voor de uitbreiding van de begraafplaats. Voor zover na te gaan is, is die uitbreiding nimmer gerealiseerd. Wel werd in 2010 een stuk grond ten oosten van de begraafplaats aangekocht, maar dit kon pas na 2014 worden benut. Hierna is in 2010 op de begraafplaats een aantal rijen met oude graven geruimd en is dit gedeelte heringericht. Rond 2011 is langs de Esterweg een nieuwe dam over de sloot geslagen. Ondanks de aankoop van omliggende gronden is de begraafplaats tot op heden niet verder uitgebreid. Op de begraafplaats staan enkele coniferen en op de uitbreiding wat bomen, maar verder is de dodenakker betrekkelijk leeg. Rondom is een beukenhaag aangebracht en de paden zijn alle voorzien van grind. Op een klein gedeelte na (vak AA) liggen alle graven aan paden. Op vak AA vinden we de oudste grafmonumenten terug, maar dat betreft op enkele uitzonderingen na vooral grafmonumenten uit de eerste helft van de twintigste eeuw.
1.8 Geldermalsen De geschiedenis van bewoning rondom Geldermalsen gaat terug tot voor de jaartelling, maar het huidige dorp ontstond in de vroege middeleeuwen. Langs de Linge ontstond een gestrekt dorp, gelegen op een stroomrug. Al vroeg kende het dorp een kerk, gewijd aan Sint Suitbertus. Van het huidige gebouw dateert de toren nog uit de dertiende eeuw met een verhoging uit de vijftiende eeuw en een middenschip dat mogelijk een twaalfde-eeuwse voorganger verving. In de kerk herinneren verschillende zeventiende- en achttiende-eeuwse zerken aan het feit dat er in de kerk begraven werd. Een van de zerken betreft een marmeren exemplaar op een tombe, daterend uit 1684.
Afb. 17. Gebeeldhouwde witmarmeren zerk van 1684 voor Jacobus van Borssele en Maria van Varick, hier in 1939 in het koor van de kerk (Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).
Het kerkhof lag rond de kerk en had rond 1830 een grootte van 910 m2. Voor de paar honderd inwoners van het dorp was dat voldoende, maar toen in 1827 bekend werd dat dorpen en steden met meer dan INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
24 van 166
1.000 inwoners een nieuwe begraafplaats moesten laten aanleggen, besloot ook Geldermalsen dat te doen. Waarschijnlijk was het kerkhof ongeschikt om nog verder te gebruiken. In 1827 (een enkele bron rept van 1837) kreeg Geldermalsen ten oosten van het dorp een algemene begraafplaats. De grootte van deze begraafplaats illustreert dat Geldermalsen destijds maar een klein dorp was. Nadat eerst in 1840 het dorp aan de doorgaande weg van Buren naar Zaltbommel was komen te liggen en vanaf 1868 aan de spoorlijn van Utrecht naar Den Bosch, groeide het snel. Dat trok een aantal Joden aan en die kregen in 1885 een eigen begraafplaats aan de Meersteeg, ver ten zuiden van de bebouwing. Het betrof een klein stukje land dat overbleef na aanleg van de spoorlijn richting Elst. Een eeuw na de ingebruikname van de algemene begraafplaats was deze vol en besloot de gemeenteraad een nieuwe begraafplaats aan te laten leggen. Al in 1923 werd een vergroting van de begraafplaats besproken in de gemeenteraad, maar B&W hadden toen nog geen plan. Uiteindelijk bleek dat een vergroting niet wenselijk was zodat gekeken werd naar een geschikt terrein. 1.8.1 Nieuwe gemeentelijke begraafplaats Voor de aankoop van de grond, 1,24 ha., werd door de gemeente een bedrag van 6.000 gulden geleend. In 1930 werd nog eens 10.000 gulden geleend voor het in gereedheid brengen van de begraafplaats.
Het ontwerp van de begraafplaats week sterk af van dat van de oude begraafplaats. Er werd gekozen voor een geometrisch patroon van rondlopende paden met daartussen de graven. Ook was een vijver en een kapel gepland. Alle paden waren vanaf een centrale hoofdas te benaderen. Aan de zuidzijde werden een aantal korte paden ingericht die mogelijk voor een andere klasse waren bedoeld. In 1932 werd de verordening van de begraafplaatsen aangepast. In juni 1932 werd onder grote belangstelling de urn met de stoffelijke resten van burgemeester Valckenier von Geusau bijgezet op de begraafplaats. De burgemeester was in april 1931 overleden en hij was op 9 april gecremeerd in Driehuis-Westerveld. Met deze handeling was ook nieuwe begraafplaats van Geldermalsen in gebruik genomen. De begraafplaats werd al snel de begraafplaats De Lange Akker genoemd naar de weg die aan de westzijde langs de begraafplaats liep. In de uiterste noordoosthoek van de begraafplaats werd een baarhuisje gebouwd in een zakelijke baksteenstijl onder een plat dak. Lange tijd was de begraafplaats alleen te bereiken via een lange weg vanaf wat nu de Afb. 18. Luchtfoto van de RAF uit 1944 (Geoportal: RAF aerial photographs) INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
25 van 166
D.J. van Wijkstraat is. In de jaren zestig werd tussen deze straat en de begraafplaats een woonwijk gebouwd waardoor de begraafplaats midden in een woonwijk kwam te liggen. Al eind jaren veertig werden de eerste voorbereidingen getroffen voor de uitbreiding van de begraafplaats. Daartoe werden een aantal percelen ten zuiden van de begraafplaats veiliggesteld. In de jaren zestig werden plannen gemaakt om te komen tot een centrale algemene begraafplaats voor Geldermalsen en Meteren. Ondertussen was de uitbreiding nog niet tot stand gekomen, maar in de jaren zeventig werd vaart gezet achter de uitbreiding. Daartoe werd de hoofdas doorgetrokken naar het zuidelijke perceel en werd daar een nagenoeg zelfde aanleg gerealiseerd op de helft van het perceel. Bij de toegang naar de uitbreiding werd aan de rechterzijde een dienstgebouw opgetrokken. Opvallend zijn de brede waterpartijen rond de begraafplaats die het geheel een parkachtige uitstraling geven. Het voorste deel van de begraafplaats bevat een kleine staalkaart aan grafmonumenten die de overgang in de grafcultuur in de eerste helft van de twintigste eeuw vertegenwoordigen. De vormgeving werd toen zakelijker, er werd met meerdere materialen gewerkt en ook de typografie veranderde. Onder deze verzameling bevinden zich een tweetal bijzondere keramische grafmonumenten.
Latere monumenten zijn vaker van graniet en tonen de typische uitvoeringen zoals die vanaf de jaren zeventig en tachtig van de twintigste eeuw gangbaar werden. De grafmonumenten liggen alle langs grindpaden en op het oudste deel deels in het gras zonder hagen, maar op de uitbreiding met hagen. Op het oudste deel zijn door het wegvallen van grafmonumenten al behoorlijk open plekken ontstaan.
Afb. 19. Oudste deel rechts met vooraan rechte rijen en daarachter gebogen rijen.
Tussendoor zijn de paden aangezet met taxus wat feitelijk de structuur begeleidt. Door de groene omzoming laat de begraafplaats zich als een naar binnen gericht geheel beleven. Waar een doorkijk naar buiten mogelijk is, is vaak ook groen zichtbaar.
1.9 Haaften Ook Haaften is ontstaan op een stroomrug, al lijkt het ontstaan aan een dijk. Het dorp wordt nu wel aan drie zijden omringd door een dijk, maar in de vroege middeleeuwen was die er nog niet. De oude kerk van Haaften staat wel langs de dijk, al toont ze weinig ouds. De kerk werd in 1851 opnieuw opgetrokken ter plekke van een oorspronkelijk uit de elfde eeuw daterend gebouw. Van het begraven in de kerk INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
26 van 166
resteert weinig behalve een zerk uit de achttiende eeuw met daarop het wapen van de familie Dutry van Haeften. Deze zerk dekte ooit een grafkelder, maar is in 1973 verplaatst naar de zijkant van de kerk. De kerk die in 1851 gebouwd werd, had een iets kleiner oppervlak dan de oude kerk. Het kerkhof was voordien wat groter dan vandaag de dag. Er liep een pad overheen, waardoor de naast de kerk gelegen school goed te bereiken was.
Afb. 20. De zerk van de familie Dutry van Haeften bij de kerk.
Rond 1830 had het dorp minder dan 1.000 inwoners en bleef men het kerkhof gebruiken. Dat zal ook na 1851 zo zijn geweest. In 1870 legde de gemeente Haaften een algemene begraafplaats aan in Hellouw. Waarschijnlijk had de hervormde gemeente toen al een eigen begraafplaats aangelegd, zeker ook gezien de Begrafeniswet van 1869. In dat jaar diende het hervormd kerkbestuur namelijk de begraafplaats op te hogen om te kunnen voldoen aan de regelgeving. 1.9.1 Oude Gemeentelijke begraafplaats Hoogstwaarschijnlijk werd de oude begraafplaats van Haaften dus rond 1869-1870 aangelegd. Een eerste begraving zou hebben plaatsgevonden in 1871. We krijgen pas een idee van hoe de begraafplaats eruitzag aan de hand van een luchtfoto uit 1943. Toen bestond de begraafplaats uit een zestal vakken (A tot en met G) met aan de zuidzijde een baarhuisje. Dat huisje zal dateren uit de jaren zeventig van de negentiende eeuw toen dergelijke voorzieningen verplicht werden vanuit de Wet op de besmettelijke ziekten (1872). Naast de begraafplaats werd door de familie Dutry van Haeften een eigen mausoleum gesticht. Dit mausoleum is in 1955 door de familie geschonken aan de gemeente. In 1911 was de begraafplaats te klein en maakte het kerkbestuur plannen voor vergroting. Pas in 1921 konden de huidige vakken C en F toegevoegd worden.
Mogelijk dat een deel van dat laatste vak later heringericht is met vak G waar de graven wel aan paden liggen. De grootte van de toenmalige begraafplaats bedroeg daarna iets meer dan 2.000 m2. Dat is ook de begraafplaats zoals die zichtbaar is op de luchtfoto van 1943. In de jaren vijftig had het kerkbestuur plannen voor de uitbreiding van de begraafplaats. Die werd gerealiseerd in 1956 door aankoop van een stuk grond noordelijk van de begraafplaats ter grootte van pakweg 1.400 m2. De aanleg kreeg een geheel andere opzet dan het oude deel. In plaats van rechthoekige vakken of een structuur met paden werd een achtvormig padenstelsel opgezet met aan de binnenzijde smalle paden met graven. Her en der werden aan de buitenzijde van de achtvorm ook graven gepland. De eerste graven werden hier in 1959 uitgegeven.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
27 van 166
Afb. 21. Overzicht vanaf de laatste uitbreiding naar het oudste deel van de begraafplaats. Rechts de knoop van het achtvormige padenstelsel.
Ondertussen ontwikkelde de gemeente in de jaren zestig plannen voor een nieuwe begraafplaats omdat duidelijk was dat de oude begraafplaats niet nog eens uitgebreid kon worden. In die tijd groeide Haaften en het was duidelijk dat ook in de omgeving van de oude begraafplaats op termijn gebouwd zou gaan worden. Vanaf de ingebruikname van de nieuwe begraafplaats is op de oude alleen nog bijgezet in bestaande graven. Ergens tussendoor is in die jaren ook de begraafplaats overgenomen door de gemeente. De meest interessante grafmonumenten liggen op het oude gedeelte, rechts achter het baarhuisje en op vak C, de eerste uitbreiding. Op de meeste vakken zijn al veel grafmonumenten verdwenen, of ze hebben er nooit gestaan. Daardoor is er weinig sprake van een duidelijke karakteristiek. Wel bestaan de meeste oudere grafmonumenten uit hardsteen en is op diverse grafmonumenten van het midden van de twintigste eeuw duidelijk de overgang in de grafcultuur zichtbaar. Op de oudere vakken liggen de grafmonumenten nog alle aaneengesloten in het gras, maar op de jongere vakken liggen ze aan paden. Goed zichtbaar is dat op sommige vakken de paden er later zijn aangebracht, waardoor niet altijd een duidelijk beeld is ontstaan van ligging en oriëntatie van de grafmonumenten. Noemenswaardig zijn zondermeer de armere grafmonumenten, vervaardigd van zink en triplex.
Met name de stèles van zink zijn inmiddels nagenoeg uniek in Nederland. 1.9.2 Nieuwe gemeentelijke begraafplaats De nieuwe begraafplaats van Haaften is aangelegd ten noorden van het dorp aan de Bernhardstraat. De grond daarvoor werd in 1967-1968 aangekocht en de begraafplaats was in eerste instantie zo’n 3.400 m2 groot. Het terrein werd ruim anderhalve meter opgehoogd om ervoor te zorgen dat er droog begraven kon worden. Aan de voorzijde werd een forse parkeerplaats aangelegd en een lange oprijlaan voerde naar een plein waar ook een dienstgebouw staat. Voor dit baarhuisje met berging werd in mei 1970 vergunning aangevraagd. Het betreft een eenvoudig bakstenen gebouw onder plat dak met een brede trimrand. De ingang is aangebracht in een terugliggend deel zodat hier ook eventueel geschuild
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
28 van 166
kan worden bij regenachtig weer. De oorspronkelijke aanleg bestaat uit de vakken A tot en met E en op vak A werd in 1970 voor het eerst begraven.
Afb. 22. Gebouw en bestrating maken een vrije saaie indruk.
In de jaren tachtig werden de vakken H tot en met O aangelegd ten oosten van de oorspronkelijke aanleg. Ook dit deel werd opgehoogd en in dezelfde stijl aangelegd als het oorspronkelijke deel. De eerste graven werden in 1990 uitgegeven. Een tweede uitbreiding ten oosten vond plaats in het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw. In 2010 is het voormalige gronddepot bij de begraafplaats getrokken en in 2011 konden de eerste graven worden uitgegeven. De structuur voor dit gedeelte is wel anders dan op de andere twee delen. Nu is gekozen voor een viertal lange paden waarlangs de graven zijn gelegd. Daarmee is de begraafplaats nu geheel gelegen tussen de Bernhardstraat en de Enggraaf. Of er in de toekomst nog uitbreidingen nodig zijn, is nu nog niet duidelijk. Recent zijn de toegangen tot de begraafplaats verbeterd. Voorheen waren die voorzien van eenvoudige metalen hekwerken, maar inmiddels is bij de hoofdingang een dubbele metalen poort tussen bakstenen pijlers aangebracht en is bij de voetgangerstoegang een hellingbaan aangelegd. Ook is sterk ingegrepen in de groene elementen waardoor de begraafplaats nu veel meer open oogt dan voorheen. Urnenvoorzieningen zijn aangelegd in de vorm van een tweetal urnenmuren.
1.10 Hellouw Het dorp Hellouw kent min of meer dezelfde ontstaansgeschiedenis als alle andere dorpen in de omgeving. Al in de negende eeuw werd het dorp vermeld. De kerk wordt voor het eerst genoemd in de twaalfde eeuw, maar was toen ongetwijfeld al ouder. In 1774 stortte de kerk in en in 1822 werd de huidige kerk gebouwd. Achter de kerk lag een klein kerkhof dat rond 1830 slechts 182 m2 groot was. Halverwege de negentiende eeuw telde Hellouw, vooral gelegen langs de Waaldijk, 190 inwoners. De drie kerkhoven in de gemeente Haaften voldeden rond 1869 duidelijk niet meer aan de regels en in Tuil en Haaften werden door de hervormde gemeente nieuwe begraafplaatsen aangelegd.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
29 van 166
Voor Hellouw besloot de gemeente Haaften ten oosten van het dorp een algemene begraafplaats aan te leggen. De doden uit Tuil en Haaften die om welke reden dan ook niet in die dorpen begraven konden worden, zouden een plekje kunnen krijgen in Hellouw. Het oude kerkhof van Hellouw werd in 1870 gesloten en is later deels bebouwd.
Afb. 23. Zicht op de kerk van Hellouw met daarachter de locatie waar het oude kerkhof lag.
1.10.1 Gemeentelijke begraafplaats De nieuwe begraafplaats werd aangelegd tegen de dijk op de hoek waar de Voorstesteeg (nu Beatrixstraat) de polder in liep. Hier moet de situatie voor de aanleg van een begraafplaats wat gunstiger zijn geweest dan verderop in de polder. De grootte van die eerste aanleg bedroegen ongeveer 1.360 m2. De begraafplaats is waarschijnlijk enigszins opgehoogd bij de aanleg en werd in gebruik genomen in 1870. In 1871 werd een baarhuisje gebouwd op de begraafplaats. Dat huisje is in 1966 vervangen door het huidige. De aanleg was eenvoudig. Vanaf de ingang liep een pad naar achteren waar het baarhuisje stond. Links en rechts lagen grafvelden. Tussen de dijk en de begraafplaats stonden destijds nog talloze woningen. Al in de Tweede Wereldoorlog waren er plannen voor een uitbreiding van de begraafplaats. Die is uiteindelijk begin jaren vijftig gerealiseerd (huidige vakken A en B). Dit deel werd opgehoogd en kreeg ook een eigen ingang. Hier kon in 1954 voor het eerst begraven worden. Mogelijk zijn daarna de oude grafvelden opnieuw uitgegeven. De omgeving is in de tweede helft van de twintigste helft sterk veranderd. Bij een dijkverzwaring in 1989 zijn bijna alle huizen langs de dijk afgebroken en is de dijk flink verhoogd. Rond die tijd is voor de
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
30 van 166
Afb. 24. De begraafplaats op de topografische kaart rond 1890.
begraafplaats een kleine parkeerplaats aangelegd. In de tweede helft van de twintigste eeuw is de kern van het dorp meer en meer ten noordoosten van de begraafplaats komen te liggen. Aan het begin van de twintigste eeuw is onderzocht hoe de begraafplaats uitgebreid kon worden. Daartoe is geen grond toegevoegd, maar is het oude gedeelte van de begraafplaats opgehoogd en de structuur aangepast, waardoor 110 nieuwe graven konden worden uitgegeven. De huidige begraafplaats heeft een oppervlak van ruim een halve 1 hectare. Er is nog steeds sprake van een tweedeling waardoor het oorspronkelijke deel en de uitbreiding te herkennen zijn. Door verschillende aanpassingen en ruimingen zijn er echter geen grafmonumenten van voor 1940 op de begraafplaats aanwezig. Aan de noordzijde van de begraafplaats ligt een kleine waterplas, maar aan de westzijde ligt de begraafplaats nog geheel vrij. De oudste grafvelden betreffen de vakken E tot en met N, maar zoals gezegd zijn deze geheel aangepast. De karakteristiek is nagenoeg geheel die van een laat twintigste en vroeg eenentwintigste-eeuwse begraafplaats. Op de uitbreiding staan inmiddels oudere grafmonumenten dan op het oorspronkelijke gedeelte. Op het oude deel liggen alle grafmonumenten aan paden en waar geen grafmonumenten staan is gras aangebracht. Struiken die tussen de graven stonden, zijn de laatste jaren verdwenen.
Op de uitbreiding liggen alle grafmonumenten ook aan paden, maar daar zijn de regels met name van gras, wat toch een andere impact heeft. Om 2019 zijn in de rand tussen het oude en nieuwe gedeelte twee urnenmuren geplaatst.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
31 van 166
1.11 Herwijnen Het dorp Herwijnen is ontstaan op een stroomrug in de vroege middeleeuwen en ontwikkelde zich in de loop der tijd tot een langgerekt dijkdorp. Direct achter de Waaldijk ontwikkelde zich een kleine kern met een kerk. Dit centraal gelegen deel werd Kerkeind genoemd. Die kerk zal mogelijk al behoorlijk vroeg zijn gebouwd, want Herwijnen wordt al in negende eeuw in een oorkonde genoemd. De huidige kerk dateert uit 1823. De oude kerk lag op de plek waar nu de begraafplaats is te vinden. Vanwege enorme schade die bij overstromingen aan de kerk was ontstaan werd besloten dichter bij de dijk een nieuwe kerk te bouwen. Van de oude kerk is de grafkelder van de heer Verploegh, heer van Hellouw, na afbraak blijven liggen. De omvang van de kerk is met enkele palen op de oude begraafplaats gemarkeerd.
Afb. 25. De situatie rond 1830 waarop binnen het blauwe kader het kerkhof met oude kerk nog is te zien, terwijl daaronder de nieuwe kerk met pastorie en school weergegeven zijn (Kadastrale tekeningen Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).
Feitelijk is men het oude kerkhof blijven gebruiken en rond 1830 had de begraafplaats een nagenoeg vierkant oppervlak ter grootte van 1.390 m2. Centraal, binnen een apart perceel van 220 m2, lag de grafkelder voor de heer Verploegh, heer van Hellouw. Het perceel geeft vermoedelijk de contour van de oude kerk aan die in 1809 zodanig beschadigd was geraakt dat herbouw niet overwogen werd. Er liggen nabij de grafkelder ook andere grafmonumenten die op de hoge ouderdom wijzen. 1.11.1 Gemeentelijke begraafplaats In 1864 kocht de gemeente Herwijnen de begraafplaats (percelen 651 en met 653) van de hervormde gemeente. Op perceel 653 was voordien nog niet begraven. Op dat deel werd waarschijnlijk niet lang na 1870 het baarhuisje gebouwd dat er nog steeds staat. In ieder geval kocht de Joodse gemeente een klein perceel op de begraafplaats voor eigen begravingen, nu naast het lijkenhuisje.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
32 van 166
In eerste instantie gebruikte de gemeente de bestaande begraafplaats, totdat begin jaren tachtig van de negentiende eeuw bleek dat de begraafplaats ‘overvuld’ was. In 1884 wilde de gemeente de begraafplaats uitbreiden, maar omdat de aankoop van een achter de begraafplaats gelegen stuk grond niet vlot verliep, wilde de gemeenteraad het oude deel ruimen. Dat werd echter door de ‘Geneeskundigen Inspecteur’ afgeraden, zodat het eerste plan doorgang zou moeten vinden. In 1885 kocht de gemeente perceel 655 dat 8.350 m2 groot was. De begraafplaats zal toen waarschijnlijk niet al te ver uitgebreid zijn. Mogelijk was dat zo’n 65 meter, nu het gedeelte waar het begin gemarkeerd wordt door het oude lijkenhuisje en de joodse begraafplaats. Het was de burgemeester die destijds verzocht om het oude gedeelte te mogen sluiten, maar dit werd door de Inspecteur afgeraden daar er nog steeds graven voor onbepaalde tijd lagen. Uiteindelijk heeft in 1912 de laatste begraving op het oude deel plaatsgevonden. In 1913 werd de joodse gemeente Herwijnen opgeheven en op de begraafplaats werd voor het laatst in 1937 iemand begraven. In 1924 werd een gedeelte van de oude begraafplaats weer op orde gemaakt om daar nieuwe graven uit te geven. Dit is het gedeelte rechts voor het lijkenhuisje. In 1936 was er weer sprake van de aankoop van een stuk grond, maar niet duidelijk is om welk deel dat ging.
In de jaren daarna werd de begraafplaats aanzienlijk uitgebreid naar achteren op het beschikbare perceel. Mogelijk werd voor de ophoging de put gegraven die achter de begraafplaats ligt. Op een luchtfoto uit de Tweede Wereldoorlog is te zien dat een gedeelte (vanaf het huidige vak AA) nog niet ingericht is, maar het deel ervoor wel. Alle graven liggen hier aan paden. In 1936 werd de Peperstraat opgehoogd en werd een nieuwe brug aangelegd die toegang gaf tot de begraafplaats. Ondertussen zijn her en der toch op het oudste gedeelte nieuwe graven uitgegeven, met name in de jaren dertig en veertig, zodat dit gedeelte een vroeg twintigste-eeuwse indruk maakt.
Afb. 26. Beeld van het oude deel met vakken waar veel grafmonumenten uit de eerste helft van de twintigste eeuw liggen.
Begin jaren negentig van de twintigste eeuw was duidelijk dat er nauwelijks nog ruimte was voor de uitgifte van nieuwe graven. Daarom werd aan de noordzijde van de begraafplaats een nieuw perceel toegevoegd. De grond daarvoor was mogelijk al eerder aangekocht. Op dit gedeelte werd voor het eerst begraven in 1996. Bovendien kreeg dit deel aan de noordzijde een eigen ingang, zodat de begraafplaats ook te voet vanuit het dorp wat gemakkelijker te bereiken werd. INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
33 van 166
In het jaar 2000 liet de historische vereniging “Den Ouden Dijk” 6 graftrommels restaureren, bewust als men was van de waarde van deze objecten. Een jaar later werden ook een aantal van de oude grafmonumenten op het oude kerkhof gerestaureerd. Sinds 2012 doet de gemeente (voorheen Lingewaal) onderzoek naar de rechthebbenden van oude graven. Vrij recent is een gedeelte van de oude grafmonumenten geruimd.
Afb. 27. Overzicht van de jongste grafmonumenten op de laatste uitbreiding.
De grafmonumenten op de begraafplaats doorlopen een tijdspanne van enkele eeuwen. Van de oudste stenen vooraan tot de laatste op de nieuwste uitbreiding weerspiegelt pakweg vier eeuwen aan grafcultuur. Opvallende elementen zijn uiteraard de vele graftrommels, die met name bijzonder zijn omdat het vaak gaat om graftekens van arme inwoners van Herwijnen die normalerwijs allang verdwenen zouden zijn. Ook is goed de ontwikkeling van het oude kerkhof zichtbaar, naar de aansluitende vakken met de graven dicht opeen. Hier zien we ook nog dat in de negentiende en vroege twintigste eeuw vaak grotere graven voor families werden uitgegeven. Toppunt is het grafmonument voor de familie Mijnlieff, dat vergelijkbaar is met eenzelfde soort monument op begraafplaats Ter Navolging in Tiel. Met name het gehele voorste gedeelte van de begraafplaats is bijzonder te noemen. Niet alleen vanwege de geschiedenis van dit gedeelte die teruggaat tot het middeleeuwse kerkhof, maar ook vanwege de talloze oudere en jongere grafmonumenten die zich hier bevinden.
1.12 Heukelum Na Asperen is ook Heukelum een kleine stad. De in de vroege middeleeuwen ontstane nederzetting kwam tot bloei op een oeverwal langs de Linge en kreeg in de veertiende eeuw stadsrechten. Net als in Asperen zijn de stedelijke aspiraties niet uitgekomen. Wel zijn in Heukelum de omwalling en het geplande stratenpatroon behouden. De huidige kerk, oorspronkelijk daterend uit de dertiende eeuw, werd gebouwd op de plek waar voordien mogelijk al een kerk stond. In 1699 werden de toren het schip van de kerk verwoest, waarna een gedeelte van het schip afgesloten werd. De kleinere kerk die toen ontstond voldeed voor de inwoners van het kleine stadje dat halverwege de negentiende eeuw iets meer
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
34 van 166
dan 600 inwoners telde. In de kerk zijn nog enkele grafzerken te vinden en op het kerkhof valt de grafkelder uit 1847 voor de familie Fabricius van Heukelum op, naast het monument voor drie slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.
Afb. 28. De kerk van Heukelum met geheel links achter het gesloten schip de grafkelder voor de familie Fabricius.
Rondom de kerk ligt het kerkhof waar tot 2019 nog bijzettingen plaatsvonden. De toenmalige gemeente Heukelum had lange tijd voldoende aan het kerkhof dat ze in 1829 had overgenomen van de hervormde gemeente. De kerk kreeg voor het gemis aan begraafrechten destijds een schadevergoeding, zoals gebruikelijk in die tijd. In de jaren vijftig werd nagedacht over een nieuwe begraafplaats. In eerste instantie had men een perceel op het oog aan de Graftdijk, ten zuiden van het stadje. Na nog een kleine uitbreiding van het kerkhof werd begin jaren zestig daadwerkelijk werk gemaakt van de aanleg van de nieuwe begraafplaats. 1.12.1 Gemeentelijke begraafplaats Uiteindelijk liet de gemeente Heukelum de nieuwe begraafplaats aanleggen ten westen van het stadje aan de Achterweg. De werkzaamheden vonden plaats tussen 1966 en 1969. De aanleg vond plaats ter plekke van een van de plassen die waren ontstaan door kleiwinning door de nabijgelegen steenfabriek. Een gedeelte, dicht langs de straat, werd gedempt en daar is de begraafplaats aangelegd. Daarbij is de begraafplaats ongeveer een halve meter hoger gemaakt dan de Achterweg. De rest van de plas is nu een recreatiegebied, de Rietput geheten. In 1970 konden de eerste begrafenissen plaatsvinden op de begraafplaats. Er waren op dit deel zes grotere vakken ingericht en een kleinere strook voor grafvak A.
Bij de ingang, toegang gevend tot het hoofdpad over de begraafplaats, werd een dienstgebouw neergezet met een opvallend grote luifel.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
35 van 166
Afb. 29. Detail van de Topografische kaart van Nederland waarop duidelijk de ligging van de begraafplaats tussen de tichelgaten te zien is.
Onder de luifel kan afscheid genomen worden van de overledene. Later is tegen een dichte muur onder de luifel een urnenvoorziening ingericht. In 2000 werd een uitbreiding van de begraafplaats voorbereid. Die is uiteindelijk aan de oostzijde gerealiseerd (vak I en J) nadat in 2012 ruimtegebrek was geconstateerd. Inmiddels, na vijftig jaar gebruik, is het oude gedeelte van de begraafplaats bijna geheel benut. De begraafplaats maakt een ruime indruk met veel groen. Bomen op en rond de begraafplaats dragen sterk bij aan het beeld. Het geasfalteerde middenpad ontsluit dwarspaden van grind met daaraan de graven. Her en der, tussen de vakken is een haag aangebracht die het beeld ‘breekt’. Opvallend is de breedte van het middendeel, wat sterk bijdraagt aan de ruime opzet. Bij vak D, geheel achterin is een strooiveld aangelegd, omgeven met een taxushaag. Tegenover de begraafplaats ligt een parkeerplaats waar vaak vrachtwagens geparkeerd staan. Omdat zich tussen begraafplaats en straat alleen een lage haag bevindt is er vrij zicht op deze parkeerplaats wat weinig aantrekkelijk overkomt.
1.13 Meteren Hoewel ook Meteren ontstaan is op een stroomrug, ligt het dorp niet langs de Waal of de Linge. Daardoor heeft het een wat andere ontwikkeling doorgemaakt dan veel andere dorpen in de gemeente. Hoewel Meteren mogelijk al bewoning kent vanaf de Romeinse tijd zal de huidige kern pas vorm hebben gekregen in de vroege middeleeuwen. Centraal in het dorp werd een kerk gebouwd waarvan in de huidige kerk sporen teruggaan tot de veertiende eeuw. De oudste vermeldingen van de kerk dateren ook uit die tijd, maar vermoed wordt dat er al veel langer een kerk stond. Middeleeuwse delen van de kerk zijn door vernieuwingen in de negentiende eeuw verdwenen. Onder het koor bevond zich een hoge grafkelder waardoor dit deel alleen met een trap bereikbaar was. Later is dit ongedaan gemaakt. In het begin van de twintigste eeuw bevond zich nog een zeventiende-eeuwse zerk in de kerk, maar die is waarschijnlijk verdwenen. Rondom de kerk werd ook begraven en de afbakening van het kerkhof, met een bakstenen muur is nog zichtbaar. In 1857 verkocht de kerkvoogdij een stukje grond van het kerkhof aan de gemeente voor 250 gulden. Op dat kerkhof werd na 1881 niet meer begraven, want toen werd 400 meter ten zuiden van de kerk door de gemeente Geldermalsen een nieuwe begraafplaats aangelegd en in gebruik genomen.
De grond daartoe, gelegen op wat men het Janklaashof noemde, was in dat jaar voor 1.108,59 gulden van
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
36 van 166
de kerk gekocht. De aanleg van die nieuwe begraafplaats zou binnen 40 meter van de bebouwing komen te liggen, wat uiteindelijk door het geneeskundig staatstoezicht werd toegestaan, mits rondom een brede sloot zou komen. Met de uitkomende grond kon dan de begraafplaats verhoogd worden. Voor de aanleg leende de gemeente 4.000 gulden en in 1881 kon de begraafplaats in gebruik worden genomen. Al snel werd er geklaagd over het collecteren voor de diaconie op de begraafplaats, waarna dit gebruik direct werd afgeschaft.
Afb. 30. Zicht over de begraafplaats, rechts van de ingang met op de achtergrond het baarhuisje.
De begraafplaats is behoorlijk intensief gebruikt, maar vertoont vandaag de dag niet de rechttoe rechtaan aanleg zoals vaak uit de negentiende eeuw. Centraal staat een treurberk en vandaar lopen enkele paden schuin over de begraafplaats om verschillende grafvakken te ontsluiten. Na de Tweede Wereldoorlog bleek dat de begraafplaats nagenoeg vol was en in de jaren vijftig van de twintigste eeuw werd buiten het dorp een nieuwe begraafplaats aangelegd. 1.13.1 Nieuwe gemeentelijke begraafplaats De nieuwe begraafplaats is ten noordwesten van het dorp aangelegd, op enige afstand van de Bredestraat. De oudste graven dateren uit 1951. De aanleg was relatief eenvoudig, maar lag wel een eind van de weg waardoor een lange toegangslaan nodig was. Een reeks van korte paden met daaraan aan weerszijden telkens 9 graven, gescheiden door een haag vormde de begraafplaats. In de jaren zestig werd onderzocht of er een centrale nieuwe begraafplaats nodig was voor Geldermalsen en Meteren. Die plannen zijn uiteindelijk niet doorgegaan. Eind jaren tachtig werd een uitbreiding voorbereid. Die kwam ten westen van de bestaande begraafplaats te liggen, verbonden via een brede dam. Met deze uitbreiding kwam er ook een ingang aan de Hoogmeerweg. Het hekwerk aan die zijde was eenvoudig en is in 2020 vervangen door een meer passend modern hekwerk.
Vanaf het begin van de jaren negentig werden op de uitbreiding de eerste graven uitgegeven. De uitvoering was nagenoeg hetzelfde als op het oude deel, maar alleen aan de voorzijde liggen een aantal graven langs een schuin weglopend pad. Op dit deel werd later ook twee urnenmuren gebouwd.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
37 van 166
In de loop van 2004 werd het oude lijkenhuis op de begraafplaats gesloopt en vervangen voor een nieuw dienstgebouw.
Afb. 31. Zicht vanaf de achterzijde van de oorspronkelijke aanleg naar voren. Lage grafmonumenten en hagen bepalen het beeld.
De oudste grafmonumenten dateren uit de jaren vijftig en zijn typerend voor de grafcultuur van die tijd. Vaak is nog wel hardsteen toegepast, maar al in een strakkere vormgeving en meestal met rand en grafvulling, zoals grind, tegels, begroeiing of een dekplaat. Deels zijn andere materialen toegepast zoals kalksteen, kunststeen en er is nog een emaille tekstbord aangetroffen.
1.14 Ophemert In het uiterste oosten van de huidige gemeente ligt Ophemert. Het dorp kwam in de vroege middeleeuwen tot ontwikkeling. Daartoe werd een hoger gelegen stroomrug gekozen langs de Waal. Later is een dijk aangelegd en daar vlak achter kwam een kern tot stand met een kerk die in eerste helft van de zestiende eeuw haar huidige aanzien kreeg, maar voor het eerst begin elfde eeuw genoemd werd. Het aanzien van de kerk is in 1955 opnieuw tot stand gekomen nadat het schip in de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd werd. In de kerk getuigen een aantal rouwborden en zerken van adellijke families van het feit dat in de kerk begraven werd. Dat gebeurde ook rondom de kerk, met name na 1829 toen het verboden werd om nog langer in de kerk te begraven. Het ommuurde kerkhof speelde in 1673 een rol in de strijd tegen de Fransen. Drie uur werden ze hier tegengehouden, maar vergeefs. In 1829 kwamen de gemeente Ophemert en het Afb. 32. Wapenbord voor Johan de Cocq van Delwijnen, heer van Wadenoijen (gestorven 1724.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
38 van 166
kerkbestuur met tussenkomst van de provincie overeen dat het toezicht op de begrafenissen aan het plaatselijke bestuur toekwam, het beheer en onderhoud aan de kerk. Het kerkhof zal later aangemerkt zijn als algemene begraafplaats zodat de gemeente na 1869 geen nieuwe begraafplaats hoefde aan te leggen. Dat vond pas plaats in de twintigste eeuw. In 1920 schonk baron D.J. Mackay een perceel grond aan de gemeente voor de aanleg van een nieuwe begraafplaats. Enig eigenbelang telde daarbij wel mee, want de grafkelder die de Mackay’s op het kerkhof bezaten, mocht niet meer gebruikt worden. Toen in 1921 baron Mackay overleed werd zijn stoffelijk overschot, vooruitlopend op de in gebruik name van de nieuwe begraafplaats tijdelijk bijgezet in de grafkelder van de freules van Blitterswijck.
Afb. 33. Beeld van het kerkhof dat tot 1924 in gebruik bleef.
1.14.1 Gemeentelijke begraafplaats Ophemert De gemeente Ophemert ging meteen aan de slag en besteedde in maart 1921 de ophoging aan van het geschonken stuk grond. Het ging in totaal om 6.200 m2, wat overeenkomt met het huidige oude gedeelte van de begraafplaats. Het werk werd voor 4.685 gulden opgedragen aan Van Beest uit Ophemert. In oktober 1922 werden de bouw van een baarhuisje en een hekwerk aanbesteed. In april 1924 werd de nieuwe begraafplaats officieel in gebruik genomen. Daarmee had Ophemert een wel bijzondere plek, want de entree was zeer indrukwekkend vormgegeven, evenals het baarhuisje. Op de dam was een breed toegangshek geplaatst tussen hoge bakstenen pijlers geflankeerd door lagere wandelhekken met aan de buitenzijde smallere bakstenen pijlers. Het baarhuisje had klassiek vormgegeven trapgevels met een rechtgesloten dubbele deur binnen een gotische blindnis. De begraafplaats zelf was verdeeld in vier vakken, elk waarschijnlijk een aparte klasse met centraal een hoofdpad, met aan het eind de eveneens in 1924 gebouwde grafkelder voor de familie Mackay. Twee derde van de begraafplaats was daarmee ingevuld. Opvallend is dat In de meidagen van 1940 soldaten op de begraafplaats verschillende sierbomen hebben vernield en dat er graafwerkzaamheden hebben plaatsgevonden.
Dat was in het kader van de terugtrekking van het IIIe Legerkorps binnen de vesting Holland op 11 mei 1940. Ter dekking van de pontonbruggen werden in de dijk en daarachter loopgraven en stellingen aangelegd voor batterijen. Begin juli 1940 zijn de stellingen opgeruimd.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
39 van 166
Het achterste deel van de begraafplaats (vakken AA, BB en CC) werd pas begin jaren tachtig van de vorige eeuw in gebruik genomen, waardoor de grafkelder van de familie Mackay centraal op de begraafplaats is komen te liggen. Ondertussen was een deel van de grafvakken al eens verdeeld door een pad om het begraven te vergemakkelijken, want bij de aanleg waren alle graven nog aaneen uitgegeven. Dat werd een steeds grotere last met groter wordende kisten. In de uitbreiding liggen alle graven aan paden. Alleen op een klein gedeelte rechts na de ingang liggen de graven nog aaneengesloten in het gras, maar is het aantal grafmonumenten gering.
Afb. 34. De middenas is aangezet met hulst en op de kruising van de vakken staan enkele grote bomen, net als in de rand.
Begin twintigste eeuw werd nagedacht over een uitbreiding van de begraafplaats. Daartoe werd het perceel ten oosten van de begraafplaats aangekocht en ingericht. Dit deel werd in 2010 opgeleverd. Toen was het geheel ingericht met paden, een urnenmuur, eigen toegang en een brug dat het nieuwe deel met het oude verbindt. Al snel werd duidelijk dat meerlaags begraven door de hoge grondwaterstand niet mogelijk was. Lange tijd lag de begraafplaats zoals die was opgeleverd en werd ze onderhouden zodat er bij wijze van spreken meteen begraven kon worden. Uiteindelijk bleek dat de hele uitbreiding niet nodig was en in 2021 werd nagedacht over een nieuwe invulling van de uitbreiding. Die werd gevonden in het aanbod om hier op natuurlijke wijze te begraven. Daartoe werden alle paden verwijderd en ook de urnenmuur. Er werd een nieuw hekwerk geplaatst en in 2023 werd dit deel officieel geopend. Er is plaats voor 220 graven. Op het oude deel zijn grafmonumenten uit de begintijd van de begraafplaats te vinden, alle van hardsteen en nog in een laat negentiende-eeuwse vormgeving. De overgang van de grafcultuur naar de meer moderne grafmonumenten is enigszins zichtbaar, maar zoals zich dat bijvoorbeeld voordoet in Herwijnen is hier niet het geval. De gemeente Neerijnen heeft de begraafplaats aangewezen als gemeentelijk monument.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
40 van 166
1.15 Opijnen Een stroomrug in de nabijheid van de Waal bood in de vroege middeleeuwen voldoende bescherming om er een nederzetting te starten. Opijnen wordt pas relatief laat, in de dertiende eeuw, vermeld. In die eeuw wordt ook de kerk voor het eerst vermeld, maar dan nog als kapel. Later is de kerk tot parochiekerk verheven. Van de middeleeuwse kerk is weinig bekend, daar in 1860 een nieuwe kerk werd gebouwd. Rond 1830 lag een fors kerkhof rond de kerk, ter grootte van 1.230 m2. In de uiterste noordhoek van het kerkhof stond een school.
Afb. 35. De kerk met rondom nog de resten van het oude kerkhof.
In 1850 vond iets opmerkelijks plaats. Omdat de gemeente Est en Opijnen niet beschikte over een deugdelijke begraafplaats, stemde het hervormd kerkbestuur er mee in het nieuw aangelegde deel voor gebruik af te staan aan de gemeente. Deze begraafplaats was aangelegd op een perceel ten zuiden van de kerk. De ligging van de begraafplaats bleek na 1869 geen probleem op te leveren, omdat het dorp destijds formeel geen bebouwde kom had. Rond 1875 werd op de begraafplaats een lijkenhuisje gebouwd dat qua opzet lijkt op dat van Zaltbommel aan de Bosschepoort. De voor en zijgevel zijn echter anders uitgewerkt, maar het lessenaardak tussen de hoge zijmuren roept dezelfde associatie op. In 1943 werden op de begraafplaats acht Amerikaanse vliegeniers begraven. Ook vonden hier een aantal burgerslachtoffers hun laatste rustplaats. 1.15.1 Nieuwe Gemeentelijke begraafplaats Slotstraat In de jaren zestig bleek dat de gemeente Est en Opijnen voor het laatste dorp een nieuwe begraafplaats nodig had. Het dorp was al voor de oorlog uitgebreid en de oude begraafplaats was nu daadwerkelijk binnen de bebouwde kom komen te liggen. Als locatie voor de nieuwe begraafplaats werd een plek ten noorden van het dorp uitgezocht. De begraafplaats werd aangelegd op een historische locatie, namelijk waar ooit het kasteel van Opijnen stond.
Dit kasteel werd in de achttiende eeuw gesloopt en de stenen werden verkocht als bouwmateriaal. Het terrein is nog omgeven door een gracht en ligt ongeveer een meter hoger dan de omgeving. In 1965 is men op de zuidelijke helft van dit perceel begonnen met de aanleg van de nieuwe
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
41 van 166
begraafplaats. Onderdeel daarvan was de bouw van een kleine aula, waarschijnlijk vanwege de ligging zodat ter plekke een fatsoenlijk en droog afscheid kon plaatsvinden. Voor bezoekers en uitvaarten is een ruime parkeerplaats aangelegd. In 1968 kon er voor het eerst begraven worden. De begraafplaats is pragmatisch opgezet en de locatie van de aula is zodanig gekozen dat ook het noordelijk deel van het perceel in de toekomst benut zou kunnen worden voor begraven. Zover is het nog lang niet want de ingevulde ruimte is vooralsnog voldoende gebleken. De aanleg is vrij formeel en rechts van de aula is een urnenmuur toegevoegd. In 2016 is ten oosten van de begraafplaats, net buiten de oude slotgracht een deel van het perceel uitgegraven tot een bredere waterplas. Daarvan is op de begraafplaats weinig te merken door de dichte singel die rondom staat.
Afb. 36. Hedendaags aanzicht van de begraafplaats.
De meeste grafmonumenten zijn hedendaags en van gepolijst graniet. Alleen enkele van de eerste grafmonumenten tonen nog sporen van de grafcultuur uit de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw toen modernistische vormen werden gecombineerd met materiaal als kalksteen. Daarvan vinden we ook elders nog verschillende voorbeelden. Alle grafmonumenten liggen aan paden, beslaan vaak twee graven en worden in de rug gedekt door een haag. In die zin is de opzet nog redelijk zoals dat waarschijnlijk ooit bedoeld was.
1.16 Spijk Het dorp Spijk ligt ten noordoosten van Gorinchem en is ontstaan in de vroege middeleeuwen op een oeverwal van de Linge. Die oeverwal was maar smal, waardoor uiteindelijk een langgerekte bebouwing tot stand kwam. De eerste vermelding van Spijk vinden we pas in de dertiende eeuw, maar er was hier waarschijnlijk al veel eerder sprake van bewoning. Van de kerk in Spijk staat min of meer vast dat de toren rond 1250 gebouwd, moet zijn terwijl het koor en schip respectievelijk in de veertiende en begin vijftiende eeuw tot stand kwamen. In de kerk getuigen nog enkele zerken van het begraven onder de kerkvloer. Rondom de kerk lag rond 1830 een klein kerkhof, met name aan de noordzijde waar ook de
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
42 van 166
dijk ligt. Van 1820 tot 1986 behoorde dit deel van Spijk tot Zuid-Holland en daarmee zal het kerkhof rond 1830 ook overgegaan zijn naar de gemeente Spijk (na 1855 gemeente Heukelum). 1.16.1 Oud Gemeentelijk kerkhof Zuiderlingedijk Het algemene kerkhof van Spijk heeft tot na de Tweede Wereldoorlog alleen rond de kerk gelegen. Na de oorlog werden plannen gemaakt voor een uitbreiding. Tussen 1946 en 1949 werd het perceel ten oosten van de kerk, zo’n 1.800 m2 gereed gemaakt voor begraving. Hier lag vroeger het park van Huis Spijk, maar daar herinnert weinig aan. Het terrein werd namelijk eerst opgehoogd en daarna geheel opnieuw ingericht. De begraafplaats Afb. 38. Kerk en kerkhof op kadastrale kaart van ± 1830 (Beeldbank kreeg een eigen ingang die bereikbaar Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). is via een aparte toegang onderaan de dijkvoet. Foto’s die gemaakt zijn net na de oplevering laten een eenvoudige aanleg zien met rondom een haag en een verdeling in vier grafvakken met jonge aanplant in de randen. Het toegangshek staat er al maar het baarhuisje nog niet.
Afb. 37. Foto uit 1951 waarbij te zien is dat er op het nieuwe deel al begraven is (foto Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
43 van 166
Vanaf begin 1950 werd er begraven op de uitbreiding en werd er op het kerkhof nog vooral bijgezet in bestaande graven. Eind twintigste eeuw werd duidelijk dat kerkhof en uitbreiding onvoldoende ruimte boden voor verdere uitbreiding, waarop de gemeente Lingewaal besloot een nieuwe begraafplaats aan te leggen. In 2004 werd ten zuiden van het dorp een nieuwe begraafplaats opgeleverd. De begraafplaats is ontworpen door drie kunstenaars en kreeg daardoor een geheel andere uitstraling dan de oude begraafplaats, zeker door de urnenmuur, opgebouwd uit leem. Er werd in 2006 voor het eerst begraven. Op het oude kerkhof wordt nog steeds begraven, hoewel dat slechts enkele begravingen per jaar zijn. Aan de zuidzijde van de kerk staan nagenoeg geen grafmonumenten meer. De oudste grafmonumenten zijn direct rechts van de oude ingang te vinden, maar ook daar is het beeld met name dat van de eerste helft van de twintigste eeuw. Wel is duidelijk dat de oudere grafcultuur behoorlijk sober en terughoudend was.
1.17 Tuil Tuil is ontstaan op een stroomrug in de vroege middeleeuwen. Het dorpje ligt ten westen van Waardenburg en kent een kerk waarvan de oudste delen teruggaan tot de veertiende eeuw. Het dorp werd in de tiende eeuw geschonken aan het klooster te Elten. In 1810 werd de huidige zaalkerk gebouwd. Van het begraven in de kerk resteert een als altaarsteen gebruikte grafzerk en een houten grafmonument voor de familie Boellaard-Van Tuyll. Rond 1850 is op het kerkhof, achter de kerk de huidige consistorie gebouwd. Het kerkhof had voordien een grootte van 990 m2, maar daarvan resteert slechts een klein gedeelte. Het feit dat men op het kerkhof de consistorie kon bouwen wijst er al op dat lang niet alle grond voor dat doel werd gebruikt. Waarschijnlijk werd alleen een deel ten zuiden van de kerk gebruikt, waar nu nog een aantal grafmonumenten liggen. Rond 1870 heeft de hervormde gemeente ten noorden van het dorp een nieuwe begraafplaats aangelegd. Dat was waarschijnlijk noodzakelijk op grond van de Begrafeniswet van 1869 die zo’n kerkhof dicht bij de bebouwing niet langer Afb. 39. Het grafmonument voor de familie Boellaard-Van Tuyll op een foto uit 1984 (foto Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). toestond. 1.17.1 Oude gemeentelijke begraafplaats Sint Antoniestraat Net als in Haaften werd in Tuil de begraafplaats aangelegd door het bestuur van de Hervormde kerk.
Dat gebeurde in 1872 op een gedeelte van een groter perceel dat waarschijnlijk al in bezit was van de hervormde gemeente. De aanleg betrof een stuk grond van ongeveer 850 m2, dus niet veel groter dan het oude kerkhof. Er zal toen ook een baarhuisje gebouwd zijn, maar het huidige is van latere datum.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
44 van 166
In 1938 heeft de gemeente Haaften de begraafplaats uitgebreid. Aan de oostzijde werd een stuk uitgebreid en een gedeelte is later heringericht. Het deel is goed te herkennen aan het feit dat hier de graven niet meer aaneengesloten zijn uitgegeven. Op een luchtfoto van de RAF uit 1943 is de nieuwe aanleg goed zichtbaar, maar ook dat achter het lijkenhuisje nauwelijks graven liggen. Dit deel zal waarschijnlijk voor algemene graven zijn geweest en is later ook heringericht. In de jaren tachtig werd de begraafplaats overgenomen door de gemeente Neerijnen. Niet lang daarna werden er plannen gemaakt voor de aanleg van een nieuwe begraafplaats. Daartoe werd begin van de twintigste eeuw een perceel aangekocht van de hervormde kerk aan de Haarstraat. In 2001 is de nieuwe begraafplaats gerealiseerd en in gebruik genomen.
Afb. 40. De rij met oudere grafmonumenten. Door slecht onderhoud en het feit dat een boomwortel de grafmonumenten opdrukt verkeren de meeste stenen in slechte staat.
Wie nu de oude begraafplaats opkomt, treft aan de linkerzijde nog een beeld van de oude begraafplaats. Voor het baarhuisje liggen nog een aantal oudere grafmonumenten, maar voor het overige zijn de meeste grafmonumenten van na de Tweede Wereldoorlog. Aan de straatzijde ligt een dam met daarop een smeedijzeren hekwerk met daarachter een aantal treuressen.
1.18 Varik Ook Varik kent een vroegmiddeleeuws ontstaan op een gunstig gelegen stroomrug. Het dorp werd al in de tiende eeuw genoemd in een schenkingsakte. Dicht tegen de Waal werd een kerk gebouwd die in de dertiende eeuw onder Heeselt viel. Later werd ze zelfstandig en onder de hervormde kerk werd ze in 1660 gecombineerd met Ophemert. In 1879 is een nieuw schip opgetrokken tussen de toren en de dijk. In de oude kerkvloer resteren een aantal achttiende-eeuwse zerken terwijl het kerkhof met name nog twintigste-eeuwse grafmonumenten bevat. Halverwege de negentiende eeuw kreeg het dorp ook een katholieke begraafplaats. Rond die tijd telde het dorp 930 inwoners, waarvan 250 katholiek. In 1869 werden beide bijzondere begraafplaatsen, die ook voor algemeen gebruik werden benut, onvoldoende beoordeeld voor wat INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
45 van 166
betreft afstand tot de bebouwde kom en de afsluiting. In 1871 werd de gemeente Varik er door Gedeputeerde staten op gewezen dat zij geen ontheffing had voor het niet-hebben van een algemene begraafplaats. Dat probleem werd opgelost door een klein gedeelte bij de bestaande begraafplaatsen aan te wijzen als een algemene begraafplaats. Dit werd in 1874 voldoende geacht.
Afb. 41. Het oude kerkhof is nu voor het grootste gedeelte leeg.
In 1931 werden in de gemeenteraad vragen gesteld over de toestand van het kerkhof. De kerkvoogden hadden zich al gebogen over het probleem, maar kennelijk was dat niet voldoende. Daarna maakte de gemeente Varik plannen voor een nieuwe begraafplaats. Er was waarschijnlijk geen ruimte meer op het kerkhof. In 1941 nam men ten noorden van het dorp de nieuwe begraafplaats in gebruik en met ingang van 9 januari 1941 werd het oude kerkhof gesloten. 1.18.1 Gemeentelijke begraafplaats Weiweg In 1936 werd in de gemeenteraad uitvoerig gesproken over de nieuw aan te leggen begraafplaats en in 1937 ging de gemeente Varik op zoek naar een geschikt stuk grond voor een nieuwe begraafplaats. In eerste instantie dacht de gemeente een stuk grond te kunnen pachten, maar in 1938 kocht het een perceel grond aan ter grootte van 3.000 m2 ter waarde van 1.560 gulden. Het perceel lag in een knik van de Weiweg ten noordwesten van het dorp. Aan de Nederlandse Heidemij werd opdracht gegeven tot het maken van een plan voor de aanleg. Die aanleg vond plaats in het kader van de werkverschaffing en werd derhalve gefinancierd door het ministerie van Sociale Zaken. In 1939 werd ook de bouw van een baarhuisje en bijkomende werken aanbesteed. Dat zal onder meer de dam over de sloot zijn geweest met twee forse bakstenen pilaren met daartussen een dubbel smeedijzeren hekwerk.
Bij het uitbreken van de oorlog was de begraafplaats nagenoeg gereed en in 1941 kon er voor het eerst begraven worden. De aanleg was sober en eenvoudig. Rondom was een brede sloot gegraven die vermoedelijk grond had opgeleverd voor de ophoging van de begraafplaats. De aanleg was eenvoudig. Achter de dam lag een kort hoofdpad met ter weerszijden 6 paden met telkens graven, rug aan rug. Aan het eind werd het baarhuisje gebouwd. Later is de begraafplaats voorzien van passende beplanting, waaronder bij de ingang treurwilgen en taxussen. INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
46 van 166
Afb. 42. Luchtfoto van de RAF uit 1944 met daarop de begraafplaats. De structuur is duidelijk zichtbaar.
In 1990 worden de eerste werkzaamheden uitgevoerd ten behoeve van een uitbreiding aan de zuidoostzijde. Een aantal sloten werden gedempt en nieuwe gegraven. De sloten aan de rechterzijde van de begraafplaats en langs de Weiweg werden gedempt, tot aan de oude dam. Hier werd vervolgens parkeerruimte gerealiseerd. De uitbreiding kreeg een eigen ingang met een opzet van vier vakken waarin de grafregels dwars op die van het oude deel werden gesitueerd. In het midden komen de paden in een kleine cirkel bijeen en rondom is een bomenrij geplant. In 1993 werd hier voor het eerst begraven. In de eenentwintigste eeuw is op de overgang tussen het oude en nieuwe gedeelte een urnenmuur geplaatst. Op het oude gedeelte zijn de delen tussen de paden nu voorzien van gras. In het verleden werd de aarde vrijgehouden, maar dat is aangepast. Op de uitbreiding zijn vrije delen tussen de grafmonumenten ook ingevuld met gras, maar dat valt wat minder op doordat hier meer grafmonumenten te vinden zijn. Hier staan achter de rijen ook hagen van uiteenlopende soort. De grafcultuur is met name die van de tweede helft van de twintigste eeuw. De oudere grafmonumenten zijn nog vervaardigd van hardsteen, maar de jongere meestal van graniet. De nog aanwezige grafmonumenten geven een redelijk goed overzicht van de vormgeving en materiaaltoepassing die destijds als toepasselijk werd gezien.
Het oude gedeelte van de begraafplaats is aangewezen als gemeentelijk monument.
1.19 Vuren Het dorp Vuren is weliswaar van vroegmiddeleeuwse oorsprong, maar veel van het oude dorp is niet meer aanwezig. Vuren ontwikkelde zich als een langgerekt dijkdorp met een middeleeuwse kerk. Die werd in de zeventiende eeuw verplaatst omdat de Waal zich steeds meer naar het noorden verlegde, waardoor de kerk bedreigd werd. Daarmee zal het oude kerkhof opgegeven zijn. Bij een dijkdoorbraak in 1799 werd de kerk beschadigd en volgde nieuwbouw in 1825. Op een perceel iets ten noordoosten van de kerk bevond zich de begraafplaats. Die kreeg waarschijnlijk pas vorm na de overstromingen van 1827.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
47 van 166
1.19.1 Oude begraafplaats Waaldijk De begraafplaats was in handen van de hervormde gemeente en in 1869 stelde Gedeputeerde staten dan ook vast dat er geen algemene begraafplaats was in de gemeente Vuren. Op grond daarvan verzocht de gemeente tijdelijke ontheffing voor het hebben van een algemene begraafplaats. Het probleem werd in 1870 opgelost door de aankoop van een gedeelte van het kerkhof door de gemeente. In 1873 werd door de gemeente gecorrespondeerd over de bouw van een lijkenhuisje op de begraafplaats. Dat zal niet lang daarna zijn gebouwd. In 1894 verzocht de gemeente om een nieuwe begraafplaats te mogen aanleggen bij Dalem. Die kwam er ook, maar in verband daarmee wees Gedeputeerde staten de gemeente ook op de begraafplaats in Vuren. Die was niet groot en waarschijnlijk zou deze op korte termijn vervangen moeten worden. Pas in 1913/1914 werd die begraafplaats uitgebreid. Dat gebeurde op een wat groter Afb. 43. De uitbreiding met op de achtergrond de kerk. Vooraan ligt nog perceel aan de westzijde, een oorlogsgraf, later overgebracht naar de Grebbeberg (foto Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). voorheen in bezit van de heer Jan Viruly, heer van Vuren en Dalem. Daarbij werd ook een nieuwe toegang vanaf de dijk gerealiseerd. Bezwaren van omwonenden werden afgewezen omdat de begraafplaats niet geacht werd binnen de bebouwde kom te liggen.
De uitbreiding volgde feitelijk de bestaande opbouw waar de toegang aan de westzijde lag. Centraal werd een hoofdpad gemaakt, maar alle graven bleven dicht op elkaar liggen. De oudste delen van de begraafplaats worden nu gevormd door de vakken D en E. De uitbreiding betreft de vakken A, B en C. Met name aan de west- en noordzijde ligt een droge sloot. Na de Tweede Wereldoorlog vestigden zich meer grote bedrijven in Vuren en allengs ontstond er een heus dorp achter de dijk, waardoor de bewoning zich verplaatste naar het westen. Om te voorzien in de groeiende behoefte aan grafruimte liet de gemeente begin jaren zeventig onderzoeken of er behoefte was aan een nieuwe begraafplaats.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN WEST BETUWE
48 van 166
1.19.2 Gemeentelijke begraafplaats Graaf Reinaldweg De locatie voor de nieuwe begraafplaats werd gevonden op een perceel dat ontstaan was na de aanleg van de Graaf Reinaldweg. Deze N-weg is in de jaren zestig aangelegd om de verschillende dorpen langs de Waal te ontsluiten. Tussen deze weg en het fort Vuren bleef ongeveer een hectare grond liggen dat geschikt was voor de aanleg van een begraafplaats. Het plan bestond uit drie grote vakken, waarvan A als eerste werd aangelegd en waar vanaf 1975 begraven werd. In 1975 werd ook de verordening voor de begraafplaats vastgesteld. Centraal op de begraafplaats, naast de ingang, is een fors dienstgebouw geplaatst. Op vak B werd vanaf 1982 begraven en het laatste vak in gebruik werd genomen, is vak D. Dit is het enige vak dat voor gebruik opgehoogd is. De oudste graven dateren van 2006. Dit vak ligt ongeveer een meter hoger dan de rest van de begraafplaats. Het totale oppervlak bedraagt net iets minder dan 1 hectare. In 2006 werd een urnenmuur geplaatst. In 2016 is het toegangshek langs de Graaf Reinaldweg weggehaald en is naast het dienstgebouw een nieuw toegangshek aangebracht. Hierdoor heeft de begraafplaats vanaf de doorgaande weg een wat meer open uitstraling. Bijzonder aan de begraafplaats is de ligging nabij het fort Vuren. Vanaf de begraafplaats is het fort goed zichtbaar maar niet toegankelijk.
De grafmonumenten op de begraafplaats zijn geplaatst vanaf 1975 en bij de inventarisatie zijn geen grafmonumenten aangetroffen die pasten binnen de criteria.
Afb. 44. Het oudste gedeelte van de begraafplaats met op de voorgrond enkele van de oudste grafmonumenten op de begraafplaats.