RV2024-055-Bijlage-Heuff-terrein-Toelichting.pdf
Tekst van het document
Het betreft echter wel een plan dat binnen vijf jaar gerealiseerd kan worden, maar door het ontbreken van een vastgesteld bestemmingsplan schuift dit plan automatisch door naar categorie 2. Op urgentie en programma scoort de ontwikkeling goed. Conclusie: Voorliggend bestemmingsplan past binnen de systematiek die gehanteerd wordt bij het regionale woningbouwprogramma.
2.4
Waterschapsbeleid
Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 'Versterken, verbinden, vergroenen' beschrijft wat het waterschap Rivierenland in de planperiode 2022-2027 wil bereiken, met wie, hoe men dat wil gaan doen en waarom. In het waterbeheerplan zijn de kaders voor het waterbeheer gegeven en de opgaven gedefinieerd. De visie van het waterschap Rivierenland is vertaald in 8 hoofdthema's: beschermen tegen overstromingen; water eerlijk verdelen; voorbereiden op extreem weer; streven naar schoon water van een goede biologische kwaliteit; bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur; kwaliteitsverbetering zwemwater; toewerken naar klimaat- en energieneutraliteit; toewerken naar circulariteit.
2.5
Gemeentelijk beleid
2.5.1
Bidboek West Betuwe
Algemeen Het Bidboek West Betuwe geeft een visie op de toekomst en alles wat de stadjes, dorpen en het prachtige landelijke gebied te bieden hebben. Het Bidboek is niet bestuurlijk vastgesteld, maar heeft een breed maatschappelijk draagvlak. De kernboodschap is 'schappelijkheid'. Schappelijk bestuur met begrip en ruimte voor de gemeentelijke 'volksaard', waarbij voorop staat dat de gemeente zelf haar verantwoordelijkheid neemt voor de woon-, werk- en leefomgeving en voor elkaar. In het Bidboek wordt aan de hand van de thema's 'wonen en werk', 'gezonde en veilige leefomgeving', 'zorg, welzijn en voorzieningen' en 'identiteit en saamhorigheid' de dorpen en steden geschetst. Op basis hiervan zijn acties geformuleerd, die verbeterd en gekoesterd moeten worden. Ook zijn daar waar nodig aandachtspunten geformuleerd. Voor de dijkversterking zelf zijn de voor de steden en dorpen
Heuff-terrein
26
geformuleerde de acties en aandachtspunten uit het Bidboek niet van belang of niet van toepassing. Naast de dorpen/steden zijn er ook bijeenkomsten geweest met mensen die in het buitengebied wonen of werken, met ondernemers en met organisaties uit het sociaal maatschappelijk veld. De inbreng van deze groep is geclusterd in drie schappen'', namelijk: • ‘Landschap’ voor het inrichten van een duurzaam buitengebied; • ‘Vriendschap’ voor alle aspecten van welzijn en zorg; • ‘Ondernemerschap’ voor winst, werk en inkomen. Ook staat in het Bidboek aangegeven dat het Lingelandschap en de Nieuwe Hollandse Waterlinie met haar cultuurhistorische waarden belangrijk zijn. Ze dragen bij aan de leefbaarheid van het gebied en zijn tegelijkertijd aantrekkelijk voor toeristen uit de Randstad. Veel mensen komen naar West Betuwe voor recreatie en ontspanning. Dat moeten gekoesterd worden, maar het betekent ook dat geïnvesteerd moet worden in het behoud en het versterken van het landschap. Voorgaande kan bereikt worden door nieuwe initiatieven te ondersteunen die bijdragen aan de beleving van het gebied. Hierbij moet gedacht worden aan initiatieven op het vlak van cultuurhistorie, landschap, fruit en water. Het rivierenlandschap in de nieuw-gevormde gemeente kenmerkt zich door diversiteit en is gevormd door de Linge en de Waal die van oost naar west door West Betuwe stromen.
Op de hoge oeverwallen langs de rivieren ontstonden ooit de dorpen en vestigden zich boerderijen, omringd door boomgaarden en akkers. De lage komkleigebieden werden benut voor hooilanden, eendenkooien, rietlanden en grienden. De kenmerkende verschillen tussen deze gebieden zijn nog steeds zichtbaar in het landschap: op de oeverwallen is meer bebouwing en veel fruitteelt, de komgronden zijn nog steeds vooral weidegebied. De inwoners koesteren de openheid met lage begroeiing van de uiterwaarden, het zicht op de rivieren en de openbaarheid van de dijken en uiterwaarden. Ook het behoud van oude bomenlanen bij nieuwe ontwikkelingen, het aantrekkelijke Mariënwaerdt, de Nieuwe Hollandsche Waterlinie en het Lingelandschap hebben prioriteit. Het behoud van het karakteristieke Lingelandschap, de Nieuwe Hollandsche Waterlinie, de uiterwaarden van de Waal, landgoederen en oude bebouwing staan centraal. Planspecifiek De voorgenomen natuurontwikkeling draagt bij aan het prachtige landschap tussen en rond de Waal. Het landschap als geheel stimuleert. De toekomst van het buitengebied, en daarmee van ook van het plangebied, ligt dan ook in de combinatie van natuurontwikkeling en recreatief gebruik, met respect voor landschap, cultuurhistorie.
Conclusie: Door de voorgenomen ontwikkelingen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt sluiten goed aan bij en zijn niet in strijd met de geformuleerde uitgangspunten en ambities uit het Bidboek West Betuwe en dragen bij aan een kwalitatieve verbetering en versterking van het rivierenlandschap.
2.5.2
Woonvisie West Betuwe 2020-2030
Algemeen In december 2020 is de woonvisie 'Wonen naar behoefte' voor de gemeente vastgesteld. De woonvisie geeft de kaders voor de komende 10 jaar, met als doel: woningaanbod en behoeften sluiten op elkaar aan. De woonvisie biedt mede het kader voor woningbouwcorporaties en ontwikkelaars, zodat samengewerkt kan worden aan een woningmarkt, die klaar is voor de toekomst en aansluit op de behoeften van de inwoners. West Betuwe is een geliefde en aantrekkelijke woongemeente, niet enkel voor de eigen inwoners, maar ook van woningzoekenden uit Rivierenland en andere regio's. De gemeente kent veel bedrijvigheid, er wordt veel gebouwd. Bedrijven en inwoners zijn via de weg, het water en het spoor uitstekend verbonden met de grote steden en de werklocaties elders. De 26 dorpen en kleine stadjes zijn dorps, ruim en groen. De gemeente zet in op huizen die haal- en betaalbaar zijn. Verder moet het gaan om woningen die
Heuff-terrein
27
passen bij het landschap en het karakter van de Betuwe. Een gezonde mix tussen koop- en sociale huurwoningen, waarbij rekening is gehouden met de verschillende doelgroepen zoals ouderen, starters of huurders. De komende jaren wordt ingezet op bouwen in ieder kern. Kleinschalige projecten worden gestimuleerd, passend bij de aard en schaal van de kern. Hierbij te valt te denken aan bijvoorbeeld Collectief Particulier Opdrachtgeverschap, projecten die woningzoekenden samen ontwikkelen. Uitgangspunt is dat binnen de gemeente tot 2030 ongeveer 2200 woningen gebouwd worden verdeeld over de 26 dorpen en stadjes. Samengevat wordt binnen de woonvisie uitgegaan van een viertal leidende principes, namelijk: 1. We beschermen de unieke landschappelijke kwaliteiten en het karakter van West Betuwe en haar kernen; 2. Voor elke inwoner is een passende woning haalbaar en betaalbaar; 3. Ieder kan gezond en veilig wonen; 4. Woningbouw is mogelijk in elke kern, passend bij de aard en schaal van de kern. Extra groei krijgt de ruimte in de A2-corridor. Planspecifiek De plannen voor woningbouw op het Heuff-terrein in de vorm van uiterwaardwoningen en dijkwoningen is een langlopend plan en is kwalitatief (duur/koop) en kwantitatief (16 woningen in totaal) opgenomen in de vastgestelde Woonvisie voor West Betuwe. Afstemming heeft daarmee zowel regionaal als provinciaal plaatsgevonden.
Voorliggend plan draagt bij aan het beschreven oplossen van een deel van de grote woningbehoefte in de gemeente en met name in de kern Vuren. Het plan wordt zorgvuldig ingepast in de omgeving. Het uitgangspunt is 'wonen in en aan de natuur'. De unieke landschappelijke kwaliteiten en het karakter van West Betuwe blijft zodoende behouden. Vanuit het woonbeleid volgen geen aanvullende randvoorwaarden waarmee in het plan rekening moet worden gehouden. Kleinschalige woningbouw op het Heuff-terrein is in de woonvisie opgenomen als prioriteit voor 2021 2022. Conclusie: De woningbouw die mogelijk wordt gemaakt binnen dit bestemmingsplan wordt als passend gezien binnen de Woonvisie en heeft hierin een hoge prioriteit gekregen. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt hier invulling aan gegeven.
Heuff-terrein
28
Hoofdstuk 3
Ruimtelijk kader en planbeschrijving
In dit hoofdstuk komt eerst de achtergrond en aanleiding van dit bestemmingsplan aan de orde. Ingegaan wordt op de ontwikkeling van het dorp Vuren, planontwikkeling op het Heuff-terrein zelf en de achtergrond. Daarna wordt meer ingegaan op de ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt binnen het plangebied.
3.1
Ruimtelijk kader
3.1.1
Vuren aan de Waal
Vuren is de afgelopen eeuw veranderd van een lintdorp aan weerszijden van de Waaldijk tot een dorp in de polder. De meeste oorspronkelijke dijkwoningen zijn door de jaren heen verdwenen, onder meer door een dijkversterking eind jaren 90. In de uiterwaard bij Vuren staat al op de kaart van 1850 een steenoven (Heuff-terrein). Aanvankelijk is deze bebouwing beperkt in omvang. Rond 1935 verandert dit en verschijnen er ook afgravingen (kleiputten), in de Hondswaard. In de jaren '80 is een nieuwe steenfabriek gebouwd en een timmerfabriek. Bij de steenfabriek hoorde van oudsher onder meer een karakteristieke schoorsteen, een rijtje arbeiderswoningen en een volkstuin. Begin jaren negentig is de steenfabriek op het Heuff-terrein gesloten en zijn de gebouwen gesloopt. Een deel van het buitendijkse terrein is ontwikkeld als een bedrijventerrein (Buko-terrein).
Heuff-terrein
29
Afbeelding 3.1 Gebiedsontwikkeling uit de jaren 1892, 1985 en 2021 (bron: VO inrichtingsplan GoWa, Heuff-terrein) Het dorp Vuren heeft door de ontwikkelingen bijna geen relatie meer met de Waal. Alleen de woningen ten oosten van de steenfabriek (Gaalwaard) hebben, door de oriëntatie op en ligging aan de rivier, die relatie met de Waal. Die buitendijks gelegen woningen hebben echter ruimtelijk en functioneel geen binding met het dorp en bieden ook geen mogelijkheden om een verbinding tussen het polderdorp Vuren met de Waal te maken of te herstellen.
Afbeelding 3.2. Heuff-terrein en omgeving De voorliggende ruimtelijke onderbouwing schetst de ontwikkeling van het Heuff-terrein in de tijd, vanaf het planologisch kader opgenomen in de structuurvisie WaalWeeldeWest, tot aan het integraal ruimtelijk plan wat in het kader van de dijkversterking GoWa is opgesteld. Deze ruimtelijk onderbouwing vormt onderdeel van het bestemmingsplan Heuff-terrein wat dit ruimtelijk plan mogelijk maakt.
3.1.2
Droom versus werkelijkheid
Het Heuff-terrein is opgenomen in de Visie WaalWeelde, de eerste stap van het programma
Heuff-terrein
30
WaalWeelde (2008-2018). Het programma WaalWeelde was een samenwerking van partijen langs de gehele Waal, met als doel de vele opgaven en belangen langs de Waal met elkaar te verknopen. Het doel was de Waal mooier, veiliger, natuurlijker en economisch sterker te maken.
Afbeelding 3.3. Schetsontwerp Vuren (bron NvU Heuff- terrein mei 2013) Mede ingegeven door de EMAB status (zie hieronder) is in 2013 samen met alle belanghebbenden (toenmalige gemeente Lingewaal, provincie Gelderland, waterschap Rivierenland, Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer en diverse particulieren / organisaties / betrokkenen) gewerkt aan een gebiedsontwikkeling voor het Heuff-terrein (met handhaving van het Buko-terrein). Deze samenwerking heeft geleid tot een schetsontwerp en een Nota van Uitgangspunten. Kenmerken van dit schetsontwerp zijn de herontwikkeling van de uiterwaarde met daarin een combinatie van natuurontwikkeling en waterberging (verschillende varianten), de toegankelijkheid van het Heuff-terrein vanuit Vuren als uitloopgebied voor de inwoners en de toevoeging van woningbouw in de vorm van een woongebouw (diverse appartementen op de plek van de steenfabriek), het handhaven van de schoorsteen van de steenfabriek als baken in het landschap en een aantal zogenaamde oeverwalwoningen langs de Waal. Voor dit wensbeeld bestond veel draagvlak. Het is uiteindelijk opgenomen in een intergemeentelijke Structuurvisie Waalweelde West, als stip aan de horizon voor de (her)ontwikkeling van Vuren.
Deze visie is vastgesteld door de (toenmalige) gemeenten Lingewaal, Neerijnen, Maasdriel en Zaltbommel en de provincie Gelderland In deze visie wordt de locatie aangemerkt als een functieveranderingslocatie, gericht op natuurontwikkeling en woningbouw, met nadruk op ontwikkelingen die een kwaliteitsimpuls betekenen voor deze locatie.
3.1.3
Pas op de plaats
De wens om het Heuff-terrein tot ontwikkeling te brengen bleek lange tijd een droom te zijn, ondanks het draagvlak voor het wensbeeld Vuren weer een relatie met de Waal te geven. In het plan van 2013 is er vanuit gegaan dat Buko haar bedrijfsactiviteiten hier zou voortzetten. Dit vormde geen belemmering om het terrein openbaar toegankelijk te maken of om de woningbouw ter plaatse van de steenfabriek te realiseren. Het niet meenemen van het Buko-terrein betekende echter wel een complexe situatie met de waterwetvergunning voor het terrein en maakte een nieuwe zomerkade rond Buko noodzakelijk. Het risico en de kosten van het verleggen van de zomerkade waren de aanleiding om eerst de dijkversterking GoWa af te wachten.
Heuff-terrein
31
3.1.4
Kansen voor een integraal plan
In de aanloop naar - maar ook na - het opstellen van het schetsontwerp (2013) zijn diverse ontwikkelingen te benoemen die de kansen voor de realisatie van een integraal plan hebben vergroot: De locatie had sinds 2005 een EMAB status (bron: 15 experimenten met bouwen in het rivierbed, 2005 Ministerie van Verkeer en Waterstaat): Experimenteren Met Aangepast Bouwen. Concreet betekent dit dat er op deze locatie meer bouwactiviteiten mogelijk waren dan in de beleidslijn Ruimte voor de Rivieren zijn vastgelegd. Het doel hierachter was het voorkomen van verrommeling en voorkomen van onveilige situaties. De aangepaste bouwvormen houden rekening met de grillige aard van de rivier en geven een kwaliteitsimpuls aan de locatie, aldus de toenmalige minister Dekker. Deze status bood mogelijkheden om opbrengsten door ontwikkeling te gebruiken voor behoud en verbeteren van bijzondere plekken langs de rivier. Momenteel geldt deze status niet meer. Op basis van de toepassing van gelijksoortige regels zijn er echter nog steeds mogelijkheden woningbouw in het rivierbed te realiseren.
Met nog steeds een belangrijke reden om verrommeling rond de steenfabriek te voorkomen en een kwaliteitsimpuls (onder andere instandhouding van de vleermuisverblijfsplekken in de ovens en verbeteren recreatief medegebruik) mogelijk te maken; Het opstellen van het reeds genoemde schetsontwerp en de Nota van Uitgangspunten (2013) is ingegeven door de EMAB-status. In dit ontwerp zijn de eerste ideeën voor de herontwikkeling op het Heuff-terrein vastgelegd. Daarin is sprake van een concentratie van woningen (17 wooneenheden) rond de steenfabriek omdat woningbouw op het Buko-terrein (dit maakte nog geen onderdeel uit van de herontwikkeling) niet mogelijk was; In 2018 is de gebiedsvisie “Hart voor Vuren' door de gemeenteraad van Lingewaal vastgesteld. Daarin spreken de bewoners zich duidelijk uit voor meer relatie tussen het (inmiddels polderdorp) Vuren en de Waal. Daarin wordt beschreven dat bij een herinrichting van het Heuff-terrein het dorp van de verkleuring van de bijzondere locatie van bedrijvigheid naar natuur, water, wonen en recreatie kan meeprofiteren. Daarvoor, zo wordt gesteld, is dan wel een programma met voldoende economische draagkracht noodzakelijk; Het dijklichaam rond de Waal dient, in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma versterkt te worden. Het uiteindelijk gekozen tracé voor de versterkte dijk loopt over de gronden van Buko heen.
Om tot realisatie over te gaan heeft dit geleid tot de noodzakelijke aankoop van de gronden van (onder andere) Buko door het waterschap. Deze aankoop van de gronden van Buko door waterschap, inclusief de bijbehorende natuurcompensatie, bood nieuw perspectief voor een integrale opgave met de genoemde wens tot herontwikkeling en de ambitie om Vuren weer met de Waal te verbinden en leidde daarmee tot een (hernieuwde) samenwerking tussen Waterschap Rivierenland (dijkversterking), Klop Beheer (eigenaar), gemeente West Betuwe en provincie Gelderland. Deze samenwerking van partijen heeft geleid tot een integrale benadering van de opgave, resulterend in de mogelijkheid de woningen te spreiden over twee locaties (rond de steenfabriek en in de vorm van een nieuw dijklint), het herinrichten van het Heuff-terrein tot een natuurterrein, het herstel en behoud van de steenovens als verblijfplaats voor de aanwezige vleermuizen en het behoud van de schoorsteen als landmark van Vuren wanneer dat technisch en financieel haalbaar is; De realisatie van het nieuwe dijktracé is ook aanleiding geweest zowel de gronden buitendijks als binnendijks in een integrale visie mee te nemen. Onder het mom 'werk met werk maken' biedt de versterking van de dijk mogelijkheden om met een herontwikkeling binnendijks (het zogenaamde Dijkpark) bij te dragen aan de wens Vuren weer aan de Waal te 'krijgen'.
De integrale benadering in relatie tot de dijkversterking heeft tevens opgeleverd dat de hiervoor noodzakelijke riviercompensatie ruim voldoende bleek om deze ook in te kunnen zetten voor de herontwikkeling van het Heuff-terrein. Die is gevonden in de Woelsche Waard. Op basis van het voorlopig ontwerp en de samenwerkingsovereenkomst tussen de deelnemende partijen geldt een inspanningsverplichting om het Heuff-terrein en het Buko-terrein verder te ontwikkelen. Door de inzet wordt op het Heuff-terrein en het Buko-terrein circa 12 hectare natuurontwikkeling gerealiseerd, gekoppeld aan de natuurcompensatie vanuit de dijkversterkingsprojecten GoWa, TiWa en Tiel. De natuurbestemming wordt onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk. Door deze ingrepen op deze wijze vorm te geven, zijn er ook middelen beschikbaar om de aanwezige ongewenste stoffen in de vorm van (de stort van) asfalt en landbouwplastic op te ruimen.
Heuff-terrein
32
3.1.5
Dijkversterking biedt basis voor realisatie 'Vuren aan de Waal'
Voor de ontwikkelingen rond de versterkte Waaldijk bij Vuren en het Heuff-terrein is een integraal plan opgesteld dat de kwaliteiten van de verschillende plekken behoudt en versterkt. Dit draagt stevig bij aan de doelstellingen die in 2013 zijn geformuleerd als stip aan de horizon om Vuren meer relatie te geven met de Waal. De dijkversterking biedt mogelijkheden om binnendijks een nieuw dijkpark te realiseren. Op onder andere de gronden van Buko verschijnen woningen in een lintbebouwing aan de kruin van de (buitenzijde van de) dijk; enerzijds als verwijzing naar het historische lintdorp Vuren (lees: Vuren aan de Waal), het versterken van de relatie tussen de dorp en de rivier en anderzijds als de mogelijkheid het beoogd aantal te realiseren woningen op het Heuff-terrein te spreiden. Circa 12 hectare van de Heuff-terrein gronden worden herontwikkeld tot natuurterrein, tevens geschikt gemaakt en toegankelijk als uitloopgebied voor de inwoners van Vuren. Door realisatie van open verbindingen (duikers) in combinatie met het verwijderen van de zomerkade, zullen de lager gelegen delen van het terrein met de rivierwaterstand meebewegen en met een hogere frequentie inunderen. Hiermee wordt een bijdrage geleverd om tot snellere wasdom van de verschillende natuurdoeltypen te komen (waaronder hardhoutooibos).
Ook wordt het hiermee mogelijk langs de dijk de dynamiek van de rivier meer te beleven. De ovens houden met name een natuurfunctie en gestreefd wordt, mits zowel technisch als financieel haalbaar, de schoorsteen van de steenfabriek vanuit cultuurhistorisch perspectief te handhaven. Op de hogere gronden rondom deze plek wordt een klein aantal woningen gerealiseerd, uitgevoerd conform de huidige toe te passen beleidsregels voor het bouwen in het rivierbed en met respect voor de aangrenzende vleermuisverblijfsplekken in de ovens. Ook hebben deze woningen een sociale functie als 'hoeders' van deze bijzondere plek aan de Waal.
Afbeelding 3.4 Globale inrichtingsschets uit het Beeldkwaliteitsplan (bron: HofmanDujardin)
Heuff-terrein
33
3.1.6
Dijkpark, verbindende schakel tussen polderdorp en rivier
Afbeelding 3.5 Aanzicht dijkpark aan de nieuwe Waaldijk met dijkwoningen Het dijkpark is gelegen aan de binnenzijde van de versterkte dijk (bestemmingsplan GoWa). Via diverse looproutes verbindt dit openbare park het polderdorp Vuren met de dijk en de achterliggende uiterwaarde. De routes zijn gekoppeld aan de toegangen tot het natuurgebied ter hoogte van de Poldersekade en een nieuwe toegangsweg vanuit de nieuwe dijk naar de oude toegangsweg tot de steenfabriek. Bij de inrichting van het park wordt een boomgaard (fruitbomen) aangeplant waarbij rekening gehouden wordt met de positie van de bestaande woningen en de open structuren (zichtlijnen). Daar waar de fysieke verbindingen tussen dijkpark en uiterwaarde zijn voorzien, is juist sprake van openheid. Dit vergroot de kans om, komend vanuit het polderdorp, goed zicht te krijgen op de schoorsteen van de steenfabriek, als baken in de uiterwaarde, en de uiterwaarde als geheel met haar verschillende functies en de rivier.
3.1.7
Ruimte voor natuur, beleving en de rivier
Buitendijks, in de uiterwaarden, worden op de gronden van het Heuff-terrein en het Buko-terrein circa 12 hectare natuur gerealiseerd. De uiterwaarden zijn toegankelijk via diverse routes; van paden over hoger gelegen delen in de uiterwaarde (de zomerdijk) tot (struin)paden door de lager gelegen delen. Onderdeel van deze inrichting is de toevoeging van open verbindingen (duikers) zodat aan de voet van de versterkte dijk een overloopgebied ontstaat die meebeweegt met de wisselende (rivier)waterstanden, om de groei van de verschillende natuurdoeltypen binnen het gebied te bevorderen. Deze ligging versterkt de belevingswaarde en brengt de Waal indirect dichter bij Vuren; lopend op de dijk wordt namelijk direct zichtbaar of er sprake is van een hoge rivierwaterstand of niet.
Heuff-terrein
34
Afbeelding 3.6 Impressie doorsnedes plangebied
3.1.8
Dijkwoningen als verwijzing naar oorspronkelijk dorp
Met de realisatie van de dijkwoningen wordt Vuren weer meer zichtbaar als dorp aan de dijk vanaf de Waal. De dijkwoningen vormen een lint van bebouwing aan de buitenzijde van de dijk. Deels is dit een verwijzing naar het oorspronkelijke dorp Vuren dat geheel aan weerszijden van de dijk gelegen was. Deels zorgt deze situering voor de mogelijke spreiding van het totaal aantal woningen over het gehele plangebied waardoor meer extensief grondgebruik (redenerend vanuit 'bewoning') mogelijk is. Om privacy van de bestaande polderwoningen (Rietput) en de gebruikswaarde aan de binnenzijde van de dijk maximaal openbaar te houden, niet negatief te beïnvloeden, is ervoor gekozen alleen aan de buitenzijde van de dijk lintbebouwing (dijkwoningen) te situeren. De buitenverblijfsruimte van de dijkwoningen worden vooral georiënteerd op de uiterwaard (Waalzijde): 'Wonen aan de natuur' (zie ook het BKP). De entree/de voordeur wordt aan de dijk gesitueerd. Deze woningen bepalen straks de nieuwe sfeer van de versterkte dijk. Het lint is opgedeeld in drie delen van vrijstaande woningen. Tussen elk deel van het lint is een afstand aangehouden die voldoende ruimte biedt om de relatie tussen het polderdorp en de uiterwaarde en de Waal zo optimaal mogelijk te maken.
Lopend in het dijkpark wordt op die wijze de mogelijkheden om de schoorsteen te zien vergroot en zijn de oversteken van het dijkpark naar de uiterwaarde voldoende vormgegeven.
Heuff-terrein
35
Afbeelding 3.7 Impressie plattegrond en doorsnede dijk woningen (bron HofmanDujardin)
3.1.9
Woningen 'te gast' rond de steenfabriek
Afbeelding 3.8 Impressie plattegrond met uiterwaardwoningen rondom voormalige steenfabriek De natuur wordt doorgetrokken tot aan de grenzen van het Heuff-terrein, ook richting de Waal, waarbinnen de woningen ingepast worden, als het ware 'te gast': 'Wonen in de natuur' (zie ook BKP). Ze passen zich wat vormgeving en gebruik betreft aan. Dit kleine aantal woningen wordt, rekening houdend met de aanvliegroutes van vleermuizen, gesitueerd rond de steenfabriek. Door deze ontwikkeling wordt aan de plek van de steenfabriek (cultuurhistorisch en verblijfsplek van vleermuizen in de ovens) een nieuwe functie, namelijk die van wonen in de natuur, toegevoegd. Een deel van de opbrengsten uit de realisatie van deze woningen wordt gebruikt om de verblijfsplekken van de vleermuizen in de ovens te verbeteren en, indien financieel haalbaar, de schoorsteen op te knappen. Daarmee wordt bijgedragen aan zowel het behoud van cultuurhistorisch erfgoed als het noodzakelijk behoud van deze vleermuizenkolonie. De realisatie van deze woningen op deze plek voorkomen daarmee ook verrommeling en versterken, door de toevoeging van de nieuwe functie, de betekenis van deze plek. De oude steenfabriek kan hierdoor als baken in dit rivierenlandschap behouden blijven. Een nieuwe toegang vanuit de nieuwe dijk sluit aan op de voormalige toegangsweg die de woningen en de volkstuinen ontsluit.
De volkstuinen (oorspronkelijk bedoeld voor werknemers van de steenfabriek), die door de dijkversterking moeten verdwijnen, krijgen een nieuwe plek in het ontwerp. Zo wordt het mogelijk de historische relatie van deze volkstuinen met de steenfabriek te behouden
Heuff-terrein
36
Afbeelding 3.9 Impressie doorsnede en peilen uiterwaardwoningen. De woningen worden, verhoogd aangelegd ten opzichte van het huidige maaiveld, gesitueerd op de al aanwezige hogere gronden rond de ovens. Daarbij is op maaiveld geaccepteerd dat er 1 maal in de 150 jaar sprake mag zijn van wateroverlast (T=150). De rivierwoningen worden op een andere wijze ontwikkeld en ontworpen, dan de woningen op de (naastgelegen) locatie Gaalwaard. Er zal een verkaveling ontstaan waarin: woningen alzijdig zijn ontworpen (vanaf alle kanten aantrekkelijke gevels); de natuur doorloopt tot aan de gevel. Hier is straks sprake van 'wonen in de natuur'; er geen sprake is van 'van de buitenwereld' afgescheiden achtertuinen maar ontworpen terrassen die onderdeel uitmaken van de gebouwen; met het ontwerp van de plattegronden en gevels van de woningen rekening gehouden wordt met de verblijfsplekken van de vleermuizen in de ovens; de toegangsweg naar de woningen openbaar toegankelijk wordt ten behoeve van een ommetje vanuit Vuren en de relatie met de Waal. Om in de uitvoering de ambities van alle bijzondere onderdelen van de gewenste architectuur te behouden is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Daarin worden zowel wensen en eisen ten aanzien van de architectuur als de inrichting van de openbare ruimte rondom de woningen vastgelegd.
3.2
Achtergrond en aanleiding
Algemeen Om de dijk tussen Gorinchem en Waardenburg te laten voldoen aan de nieuwste veiligheidsnorm zijn om dit juridisch te borgen het Projectplan Waterwet en het bestemmingsplan 'Dijkversterking GoWa' (gecoördineerd) in procedure gebracht en vastgesteld. Hetzelfde geldt voor de projectplannen en bestemmingsplannen voor de 'Dijkversterking TiWa' en de Dijkversterking Tiel. Consequenties van deze plannen zijn dat hierdoor (onder andere) de GNN gecompenseerd moet worden. In een aantal situaties was sprake van verschuiving van de dijk richting rivier, zodat het buitendijks gebied werd verkleind. Met betrokken partijen van de dijkversterking is afgesproken, wat ook is vastgelegd in de bestemmingsplannen', dat het in dit bestemmingsplan in het bijzonder gaat om de kwaliteitsverbetering in het NNN-compensatieplan voor de dijkversterking GoWa. Tijdens de totstandkoming van het bestemmingsplan 'Dijkversterking GoWa' is gesproken over, zoals ook in de inleiding is aangegeven, beperkte woningbouw. Eerste insteek was een kwaliteitsslag doen en ruimtelijk gezien tot een betere indeling van het Heuff-terrein te komen. Uiteindelijk is het Heuff-terrein als geheel losgekoppeld van de traject van de dijkversterking. In het voortraject zijn duidelijke afspraken
Heuff-terrein
37
gemaakt over hoe omgegaan moet worden met de inrichting van het Heuff-terrein. Het opstellen van een afzonderlijk plan bood ook ruimte voor de verplaatsing van het huidige volkstuinencomplex. Daarnaast wordt onderzocht of behoud van de schoorsteen zowel financieel en als technisch mogelijk is. . Wonen langs de dijk Tijdens de planuitwerkingsfase van de dijkversterking GoWa is er ook aandacht besteed aan het thema 'woongenot'. Bij het uitwerken van het plan tot een meer gedetailleerd ontwerp is opnieuw gekeken naar welke verandering in woongenot wordt verwacht in het bijzonder voor de bestaande dijkwoningen. Tijdens die planvorming is een nog beter beeld gekregen van wat woongenot voor de huidige bewoners aan de dijk betekent. De realisering van een twaalf dijkwoningen wordt gezien als een uitbreiding van datzelfde woongenot behorend bij dit specifieke type woning. Relatie met de uiterwaarden De uiterwaarden langs de Waal vormen voor het gebied een karakteristiek en waardevol landschappelijk, recreatief en natuurlijk gebied. In de Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit en in het programma Panorama Waal hebben het waterschap en de provincie aangegeven deze waarden te willen versterken. Waar kansen liggen sluit de dijkversterking hierbij aan. Met dit bestemmingsplan wordt beoogd de uiterwaarden op het Heuff-terrein landschappelijk en ruimtelijk gezien te versterken.
Voorgaande wordt in grote mate bereikt door de herinrichting en extra aanplant op zowel het Heuff-terrein zelf als op het voormalige bedrijfsterrein (Buko-terrein). In feite kan gesproken worden van een volledige herinrichting van de uiterwaard. De drie dijkversterkingen hebben aanleiding gegeven tot enkele buitenwaartse versterkingen. Versterkingen die een compensatieopgave tot gevolg hebben gehad voor rivierkunde en voor de natuurwaarden. Voor de dijkversterking GoWa is de rivierkundige ruimte gecompenseerd door de Woelse Waard. Voor de dijkversterking TiWa speelt de inzet in de Crobsche Waard een rol. Ook wordt de herinrichting van het Heuff-terrein gezien als een mogelijkheid om deze aantrekkelijker en toegankelijker te maken voor recreatie.
3.3
Natuurcompensatie op basis van de dijkversterkingen
Door de realisatie van de verschillende dijkversterkingen vinden ingrepen plaats in gebieden die zijn aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN) en in areaal dat relevant is voor de KRW-doelen (ecologisch relevant areaal, oftewel ERA). Aantasting van NNN-gebied en van ERA moet worden voorkomen. Vindt toch aantasting plaats, zoals in deze situatie, dan moet worden gecompenseerd. Op het Heuff-terrein is circa 12 ha beschikbaar voor compensatie. Het beleid in beide provincies, de toetsing aan de beleidsregels en de berekening van de compensatieopgave is uitgewerkt in het afzonderlijke NNN-compensatieplannen bij de dijkversterking GoWa, TiWa en Tiel. De NNN-compensatie-opgave is ingevuld via een herinrichting in de Woelse Waard, het Heuff-terrein en de Herwijnense Bovenwaard. De Woelse Waard is momenteel al aangewezen als NNN-gebied, de compensatie gebeurt hier, in lijn met het provinciaal beleid, via een verbetering van de natuurwaarden. De beide Gelderse gebieden zijn nog niet aangewezen als NNN-gebied. Om inundatie van het gebied mogelijk te maken vindt langs de dijk een taludverflauwing plaats. Het gaat om een open verbinding tussen de westelijk gelegen plas en het gebied tussen de voormalige steenfabriek en de dijk, zodat natuurontwikkeling mogelijk is.
De wijze waarop de compensatie plaatsvindt is beschreven in de NNN-compensatieplannen, als bijlage zijn opgenomen bij de van de verschillende Projectplannen Waterwet voor de drie dijkversterkingen. Zoals hiervoor genoemd is circa 12 ha beschikbaar voor natuurontwikkeling, zodat de gevraagde
Heuff-terrein
38
compensatie als gevolg van de dijkversterkingen ruim gecompenseerd kan worden, dat wil zeggen dat de betreffende natuurdoeltypen in omvang worden gerealiseerd. In aansluiting op het deel dat voor woningbouw is gereserveerd, wordt het merendeel van deze ruimte ook bestemd en ingericht als natuur.
3.4
Woningbouw binnen plangebied
Na de hoge waterstanden in 1993 en 1995 is vastgesteld dat de rivieren meer ruimte moeten krijgen. Hiertoe is de beleidslijn Ruimte voor de Rivier opgesteld. Door de beleidslijn zijn de bouwactiviteiten in het rivierbed aan banden gelegd. Echter door de beleidslijn zijn ook gewenste economische en ruimtelijke ontwikkelingen geblokkeerd. Er was aanleiding om voor 15 locaties een uitzondering te maken op de uitgangspunten van de beleidsregel. Eén van de locaties was het Heuff-terrein. Het terrein is toen aangewezen als EMAB-status (2005), een locatie voor het Experiment Met Aangepast Bouwen. In het verlengde van de EMAB-status is het Heuff-terrein opgenomen in de Visie WaalWeeldeWest, een eerste stap van het programma WaalWeeldeWest (2008 - 2018). Het programma was een samenwerking van partijen langs de gehele Waal, met als doel de vele opgaven en belangen langs de Waal met elkaar te verbinden. Doel was de Waal mooier, veiliger, natuurlijker en economisch sterk te maken. In 2013 is door de gemeenteraad de Nota van uitgangspunten en het schetsontwerp vastgesteld als uitwerking van de Visie WaalWeeldeWest. De herinrichting van het Heuff-terrein (inclusief woningbouw) speelde ongeveer gelijktijdig met de voorbereiding van het bestemmingsplan Dijkversterking GoWa. Het is gebruikelijk planologische wijzigingen in het kader van waterveiligheid een aparte procedure te laten doorlopen.
Daarnaast zijn voor woningbouw andersoortige onderzoeken en beleidstoetsingen aan de orde. Binnen het plan voor de dijkversterking GoWa is wel aangegeven dat er een ambitie ligt voor woningbouw door derden. Met het onderhavig bestemmingsplan wordt hieraan mede invulling gegeven. Woningbouw binnen het plangebied is gebaseerd op drie principes, namelijk: Het dorp Vuren verbinden met dijk en rivier; De Waal naar de dijk; Wonen aan de waterkant rivier ('in de natuur') wonen aan de dijk ('aan de natuur'). Woningbouw zal in beperkte mate plaatsvinden nabij de voormalige steenovens en in de vorm van uiterwaardwoningen. De vier vrijstaande uiterwaardwoningen zijn gesitueerd rond de steenovens aan zowel de oost- als zuidzijde. Het betreft hier de hoger gelegen gronden, die vanuit het oogpunt van water de beste optie vormen voor realisering. De verdeling van de woningen ten opzichte van de steenfabriek is weergegeven in onderstaande afbeelding.
Heuff-terrein
39
Afbeelding 3.10. Configuratie uiterwaardwoningen (bron: HofmanDujardin) De woningen worden op een verhoogd terrein gerealiseerd op een peilhoogte van 5.60 m op NAP. Er worden taluds aangelegd naar het huidige maaiveld. De hoogte is gekozen om te voorkomen dat de woningen onder water komen te staan. Uitgangspunt is nu een overschrijdingsfrequentie van eens per 150 jaar bij een peilhoogte van 5.30 op NAP. De hoogte is gebaseerd op afvoeren en getijdengemiddelde waterstanden bij Vuren uit 2016. In onderstaande tabel is af te lezen wanneer sprake is van de verschillende overschrijdingsfrequenties.
Afbeelding 3.11 Afvoeren en getijdegemiddelde waterstand Vuren 2016 (bron: hoogteligging en inundatiefrequentie Heuff-terrein Vuren). De twaalf dijkwoningen worden in drie min of meer aaneengesloten clusters gerealiseerd. De dijkwoningen worden zodanig gesitueerd dat bij de dijkopgangen vanuit het dorp een doorkijk geven op het uiterwaardengebied van de Waal. Hiermee wordt de verbinding met de rivier extra benadrukt. De woningen worden zoveel mogelijk evenwijdig aan de dijk gerealiseerd, in een doorlopend ritme haaks en parallel aan de dijk. De woningen zijn in overleg met het waterschap gepland binnen de kernzone maar buiten het profiel van de vrije ruimte. De dijkwoningen hebben geen tuin, maar hangen als het ware aan het buitentalud van de Waaldijk. Een balkon biedt buitenruimte bij de woning met uitzicht. Onderstaande afbeelding geeft een indicatie van de dijkwoningen ten opzichte van hun omgeving.
Heuff-terrein
40
Afbeelding 3.12 Indicatieve ligging van de dijkwoningen ten opzichte van omgeving (bron: HofmanDujardin)
3.5
Natuurbeleving en natuurbehoud
De steenovens van de voormalige steenfabriek blijven behouden. Deze worden meer geschikt gemaakt voor de vleermuizen als winter- en zomerverblijf. De ovens zelf worden ontoegankelijk gemaakt voor mensen door het plaatsen van traliehekken (wel toegankelijk voor vleermuizen). Ook de pijpen van de steenovens zullen aangepast worden, zodat ze meer geschikt zijn voor vleermuizen. In totaliteit worden de ovens en directe omgeving vleermuisvriendelijk gemaakt. Het gedeelte met de natuurbestemming blijft toegankelijk voor wandelaars en recreanten, zodat bijvoorbeeld de bewoners van het dorp een ommetje kunnen maken op een mooie dag of gebruik kunnen maken van de strandjes aan de rivieroever of naar het nieuw te realiseren uitkijkpunt kunnen gaan.
3.6
Volkstuinencomplex
Als gevolg van verplaatsing van de huidige volkstuinen wordt ten noordoosten van de uiterwaardwoningen een volkstuinencomplex mogelijk gemaakt. Het terrein wordt opgehoogd tot een hoogte van minimaal 4.30 m op NAP. Binnen het complex wordt een gebouw toegestaan voor beheer en onderhoud.
Heuff-terrein
41
Heuff-terrein
42
Hoofdstuk 4
4.1
Omgevingsaspecten
Milieueffectrapportage
Wettelijk kader Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten het betreft. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling verplicht is. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Wanneer een bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onderdeel C en de activiteit de drempelwaarde overschrijdt, geldt een m.e.r.-plicht. Wanneer het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onderdeel D en de drempelwaarde wordt overschreden, geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Vanaf 1 april 2011 geldt voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarvan de drempelwaarde niet wordt overschreden, de verplichting om na te gaan of toch een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd.
Gevolg van dat laatste is dat in een ruimtelijk plan voor een activiteit die voorkomt in onderdeel D maar waarbij de omvang onder de drempelwaarde ligt, gemotiveerd moet worden of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Deze motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.-beoordeling. Voor deze toets gelden echter geen vormvereisten; daarom wordt de term ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ gehanteerd. Planspecifiek In de D-lijst behorend bij het Besluit milieueffectrapportage is in lid D 11.2 genoemd de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van een winkelcentra of parkeerterreinen. Het gaat hierbij om gevallen waarin sprake is van een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Op grond van het voorgaande kan worden vastgesteld dat het hier niet gaat om een aaneengesloten gebied en dat het aantal woningen beperkt blijft tot in totaliteit 16 woningen. Er zijn niet of nauwelijks aanvullende voorzieningen ten behoeve van de functie wonen. Kijkend naar de omschrijving in de toelichting bij de D-lijst kan worden vastgesteld dat de activiteit ruim onder de gestelde drempelwaarde blijft en in deze situatie een vormvrije m.e.r.-beoordeling resteert.
In het kader van de Wet natuurbescherming zal bekeken worden in hoeverre een passende beoordeling verplicht is(artikel 2.8 lid 1) In het kader van het bestemmingsplan zijn alle relevante effecten onderzocht en beschreven in de navolgende paragrafen in dit hoofdstuk. Op basis van de conclusies uit de onderzoeken en de kwalitatieve beschrijvingen is het gerechtvaardigd om vast te stellen dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden door de voorgenomen nieuwbouw van de in het plan benoemde woningen. Een milieueffectrapporage is niet aan de orde. Aanvullend kan worden gesteld dat binnen het plangebied of in de directe omgeving van het plangebied geen sprake is van een (zeer) gevoelig gebied. Ook kan worden gesteld dat de toename aan bebouwd en verhard terrein door woningbouw ruim wegvalt tegen de sloop van het Buko-terrein. Het Buko-terrein krijgt een natuurfunctie, waarbij alle verharding verdwijnt. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening en de milieuhygiënische inpasbaarheid zijn er geen bezwaren. Conclusie: Uit de verrichte onderzoeken en analyse op grond van de D-lijst blijkt dat er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het verrichten van een m.e.r.-beoordeling is derhalve niet noodzakelijk.
Heuff-terrein
43
4.2
Verkeer en parkeren
Algemeen In het belang van een goede ruimtelijke ordening moet sprake zijn van een aanvaardbare afwikkeling van alle soorten verkeer. Bij ruimtelijke planning dienen verkeerskundige aspecten afgewogen te worden, omdat deze van grote invloed zijn op de het doelmatig functioneren van verschillende functies. Wanneer nieuwe ontwikkelingen worden gepland, is het van belang te onderzoeken welke effecten dit heeft op de verkeerskundige situatie om zo nodig passende maatregelen te kunnen nemen. Planspecifiek Verkeer De realisering van zestien woningen binnen het plangebied heeft slechts relatief geringe toename van verkeersintensiteiten tot gevolg. De toename is van dien aard dat deze nauwelijks effect heeft. De verkeersintensiteiten op de ontsluitingswegen blijven onder de maximumverkeersintensiteiten, zoals gesteld in het wegencategoriseringsplan van de gemeente West Betuwe. Bij zestien woningen moet rekening worden gehouden met een toename van 128 vervoersbewegingen per dag. Ontsluiting Voor de dijkwoningen geldt dat deze rechtstreeks worden ontsloten op de Waaldijk. De woningen rond de voormalige steenfabriek zullen via een afzonderlijke toegangsweg worden ontsloten. Deze ontsluiting past bij de nieuwe situatie die ontstaat na uitvoering van de dijkversterkingsmaatregel. Hieronder is de toegangsweg naar deze woningen aangegeven.
Overzichtskaart toegangswegen uiterwaardwoningen en volkstuinencomplex (bron: Beeldkwaliteitsplan HofmanDujardin) Parkeren Voor wat betreft parkeren worden de gemeentelijke parkeernormen aangehouden, zoals opgenomen in het Parapluplan Parkeren 2019. Voor de parkeernormen wordt aangesloten bij de meest recente parkeerkencijfers van het CROW, publicatie 381, Toekomstbestendig parkeren. Er wordt uitgegaan van
Heuff-terrein
44
de maximale parkeernormen. Het parkeerbeleid moet bij nieuwe bestemmingsplan worden geïntegreerd in de toelichting en de regels. Aangezien de parkeerdruk lager kan zijn dan de aangehouden parkeernormen is de parkeerbehoefte berekend en als Bijlage 13 bij deze toelichting gevoegd. Dijkwoningen Bij de 12 dijkwoningen worden er twee parkeerplaatsen op eigen erf gerealiseerd per woning. Wat neerkomt op 24 parkeerplaatsen. Op basis van een parkeerbehoefte van in totaal 29 parkeerplaatsen moeten er nog 5 openbare parkeerplaatsen worden gevonden. Er is voldoende ruimte in de directe omgeving van het plangebied, in de vorm van langsparkeren aan de binnenzijde van de Waaldijk (zijde De Rietput). Langsparkeren vindt plaats op meerdere plekken op de Waaldijk. Uiterwaardwoningen en volkstuinencomplex De parkeerbehoefte hiervoor is berekend op 11 parkeerplaatsen, waarvan er 3 openbaar toegankelijk dienen te zijn. In de planopzet wordt uitgegaan van realisering van 2 parkeerplaatsen op eigen terrein, zodat naast de 8 parkeerplaatsen er nog 3 plaatsen openbaar toegankelijk moeten worden gerealiseerd. Realisering van de openbare parkeerplaatsen is mogelijk op de grond tussen uiterwaardwoningen en het volkstuinencomplex.
Conclusie: Parkeren is enkel toegestaan op daarvoor aangewezen en vastgelegde locaties, verder kan in de directe omgeving van de dijkwoningen gebruik worden gemaakt van de openbare ruimte, waarbij het langsparkeren op de Waaldijk mogelijk is (zijde De Rietput), vergelijkbaar met meerdere plekken aan de Waaldijk elders, zonder dat daarvoor parkeervakken worden aangegeven. Het bestemmingsplan is voor wat betreft het aspect verkeer en parkeren uitvoerbaar.
4.3
Luchtkwaliteit
Wettelijk kader Het aspect luchtkwaliteit wordt bij de besluitvorming van ruimtelijke plannen betrokken. In dat kader wordt een plan of ontwikkeling getoetst aan de voorschriften van Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm). Centraal daarbij staat artikel 5.16, eerste lid, van de wet. Daarnaast moet het plan voorzien in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, op grond van het beginsel van een goede ruimtelijke ordening. Het beginsel van een goede ruimtelijke ordening is altijd van toepassing op ruimtelijke ontwikkelingen, ook wanneer besluiten op grond van artikel 5.16, eerste lid, van de Wm niet beoordeeld hoeven te worden. Tot slot heeft het bevoegd gezag volgens Algemene wet bestuursrecht (Awb) als taak om belangen op een evenwichtige wijze af te wegen (art. 3.4) en besluiten deugdelijk te onderbouwen (art. 3.46).
Luchtkwaliteitseisen Op basis van artikel 5.16 Wm kan een bestemmingsplan worden vastgesteld indien: aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, niet leiden tot het overschrijden van een in bijlage 2 van de Wet milieubeheer opgenomen grenswaarde, die behoort bij de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, of aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, leiden tot een verbetering per saldo van de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof dan wel, bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, de luchtkwaliteit per saldo verbetert door een samenhangende maatregel of een optredend effect, of aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in bijlage 2 een grenswaarde is opgenomen of het project is genoemd of beschreven dan wel past binnen een programma van het Nationaal
Heuff-terrein
45
Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Ruimtelijk-economische besluiten die 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de concentraties in de buitenlucht van stoffen waarvoor bijlage 2 van de Wet milieubeheer een grenswaarde bevat, worden niet langer, zoals voorheen, individueel getoetst aan die grenswaarden. Als gevolg daarvan kunnen tal van kleinere projecten doorgang vinden ook in situaties waar nog niet aan de grenswaarden wordt voldaan. De effecten van deze projecten op de luchtkwaliteit worden verdisconteerd in de trendmatige ontwikkeling van de luchtkwaliteit, zoals beschreven in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Bij de besluitvorming is het dus van belang om te bepalen of een initiatief 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit. In de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekende mate')Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO² en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden.
Planspecifiek Uitgangspunt is zestien woningen, waarvan vier vrijstaande woningen en twaalf dijkwoningen. Uitgaande van de kengetallen verkeersgeneratie wordt in deze situatie uitgegaan van twaalf grondgebonden dijkwoningen en vier vrijstaande (uiterwaard-)woningen. Voorgaande resulteert in: dijkwoningen 12 x 8,2 is in totaal 98,4 verkeersgeneratie per dag vrijstaande woningen 4 x 7,4 is in totaal 29,6 verkeersgeneratie per dag. Er wordt verder rekening gehouden met een aandeel voor vrachtverkeer van 10%. Op basis van de worst-case berekening van het extra verkeer is gebruik gemaakt van de NIBM-tool. Berekening laat zien dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is, waardoor verder geen onderzoek noodzakelijk is.
Afbeelding 4.1: Uitkomst berekening niet in betekende mate op basis van NIBM-tool 2022
Conclusie: Gezien de ontwikkelingen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt en de bestaande lage achtergrondwaarden van relevante stoffen, kan aangenomen worden dat de grenswaarden in de toekomst niet als gevolg van dit plan overschreden zullen worden.
Heuff-terrein
46
Het bestemmingsplan is daarmee uitvoerbaar voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit.
4.4
Geluidhinder
Wettelijk kader en inleiding Geluid De Wet geluidhinder (Wgh) biedt een toetsingskader voor het geluidniveau op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen en scholen. De wet kent een ondergrens, de zogenaamde voorkeursgrenswaarde. Wanneer de geluidbelasting lager is dan deze waarde, zijn de voorwaarden die de Wet geluidhinder stelt aan het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen niet van toepassing. Daarnaast is er in de wet een bovengrens opgenomen, de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Indien de geluidbelasting hoger is dan deze waarde, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen in principe niet mogelijk. Wanneer de geluidbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximaal toelaatbare geluidbelasting ligt, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen aan beperkingen gebonden en alleen onder voorwaarden mogelijk. Dit wordt een 'hogere waarde' genoemd ('hoger' in de zin van hoger dan de voorkeursgrenswaarde) en wordt via een formele procedure vastgelegd. Ten aanzien van geluid maken we onderscheid in verkeerslawaai (weg, spoorweg en vaarweg) en industrielawaai. Spoorweg-, vaarweg- en industrielawaai zijn niet relevant voor dit plan en worden verder niet behandeld. Wegverkeerslawaai Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) artikel 74 hebben alle wegen een geluidzone.
Uitzondering hierop zijn woonerven en straten met een maximumsnelheid van 30 km/u. De zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of een weg binnen of buitenstedelijk is gelegen. Voor de bepaling van de maximale vast te stellen geluidbelasting houdt de Wet geluidhinder rekening met de ligging van de geluidgevoelige bestemmingen en wordt onderscheid gemaakt tussen stedelijk en buitenstedelijk gebied. Binnen stedelijk gebied gelden over het algemeen minder strenge normen. In het kort komt het erop neer dat het gebied binnen de bebouwde kom behoort tot het stedelijke gebied, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, dat gelegen is binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. In het laatste geval en voor de situatie buiten de bebouwde kom gelden de normen die van toepassing zijn op het buitenstedelijke gebied. Een hoofdweg is, conform deze definitiebepaling van de Wet geluidhinder, altijd gelegen in buitenstedelijk gebied. Indien de geluidbelasting hoger is dan de voorkeurgrenswaarde en maatregelen gericht op reductie van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend zijn of als deze overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard ontmoeten, zijn burgemeester en wethouders van de gemeente bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de geluidbelasting.
Ter anticipatie op het steeds stiller worden van motorvoertuigen mag alvorens te toetsen aan de geldende grenswaarden een aftrek worden toegepast op de berekende geluidbelasting. Deze aftrek bedraagt: 2 dB voor wegen waar de maximumsnelheid gelijk is aan of hoger is dan 70 km/uur; 5 dB voor overige wegen. Planspecifiek Door realisering van de dijkwoningen langs de Waaldijk gaat voor het gehele dijklint een 30 km/uur regime gelden. Het betreft het weggedeelte tussen de kruising met de Poldersekade tot aan de bestaande komgrens ter hoogte van het bedrijf Ytong. Voor dit weggedeelte geldt geen geluidzone op grond van artikel 74 Wet geluidhinder. De dijkwoningen zijn gesitueerd langs het gedeelte waarvoor een maximum snelheid geldt van 30 km/u. De vier woningen nabij de voormalige steenfabriek zijn op grotere afstand van de Waaldijk gesitueerd,
Heuff-terrein
47
waardoor hier geen rekening hoeft te worden gehouden met het wegverkeerslawaai. Conclusie: Het aspect geluidhinder vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
4.5
Bedrijven en milieuzonering
Wettelijk kader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet gezorgd worden voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bestemmingen en milieugevoelige bestemmingen. Enerezijds is nodig om zoveel mogelijk een onbelemmerde (binnen wettelijke kaders) bedrijfsvoering bij bedrijven te kunnen waarborgen en anderzijds om een goed woon- en leefklimaat bij milieugevoelige functies te kunnen waarborgen. Milieubelastende bestemmingen zijn bijvoorbeeld (agrarische) bedrijven, maatschappelijke functies zoals kerken en buurtcentra e.d. Milieugevoelige bestemmingen zijn vooral woningen, maar ook inrichtingen zoals een school en kinderopvang. De handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' (VNG, 2009) is een hulpmiddel dat helpt bij de beoordeling of er sprake is van voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen. In de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' zijn op basis van een aantal milieucategorieen richtafstanden opgenomen. Kan aan een richtafstand worden voldaan, dan is sprake van voldoende ruimtelijke scheiding en is vanwege milieuzonering geen belemmering te verwachten. Als niet aan de richtafstand voldaan kan worden is nader onderzoek (meestal akoestisch of geur) nodig. Bij het toetsen aan de richtafstanden wordt onderscheid gemaakt tussen de omgevingstypen 'rustige woonwijk', 'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'.
In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies voor dan de woonfunctie. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningenhoreca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden met één afstandstap worden verkleind. De afstand wordt gemeten vanaf het op de verbeelding aangeduide deel voor de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van nieuwe of bestaande gevoelige functies gelegen buiten het betreffende perceel. Planspecifiek In de omgeving van het plangebied komen voornamelijk woonbestemmingen en natuurbestemmingen voor. Het omgevingstype waar vanuit gegaan moet worden is daarom 'rustig buitengebied' of 'rustige woonwijk'. Dat betekent dat ten opzichte van de toekomstige woningen de richtafstanden tot omliggende milieubelastende activiteiten niet verkleind mogen worden. Ten opzichte van milieubelastende bestemmingen in de omgeving van de toekomstige woningen kan aan de richtafstanden uit de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' worden voldaan.
Voorgaande houdt in dat bij de toekomstige woningen een goed woon- en leefklimaat verwacht kan worden en dat bedrijvigheid in de omgeving niet extra wordt belemmerd door realisering van dit plan. Aanvullend onderzoek kan achterwege blijven. Conclusie: Aangezien aan de richtafstanden wordt voldaan, vormt milieuzonering geen belemmering voor dit plan.
4.6
Externe veiligheid
4.6.1
Wettelijk kader
Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's voor de omgeving, ten gevolge van het transport, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen. Het doel is om mensen te beschermen tegen de
Heuff-terrein
48
gevolgen van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het Rijk probeert de risico's voor de externe veiligheid zoveel mogelijk te beperken. Wettelijk is de basis van dit beleid vastgelegd in verschillende regelingen en besluiten. Lokale overheden kunnen daarnaast nog kiezen voor een aanvullend beleidskader. Landelijk beleidskader De landelijke wetgeving betreft de volgende wetgeving per type inrichting/ transportroute: Risicovolle inrichtingen: Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); Transport gevaarlijke stoffen (spoorwegen, wegen en waterwegen): Besluit externe veiligheid; transportroutes (Bevt); Transport door buisleidingen (hoge druk transport van aardgas): Besluit externe veiligheid buisleidingen; Activiteitenbesluit Milieubeheer: Inrichtingen met gevaarlijke stoffen niet zijnde Bevi; Lokaal beleidskader.
4.6.2
Toetsingskader
In het geval van een nieuw bestemmingsplan of een bestemmingsplan wijziging is toetsing aan het milieuaspect externe veiligheid verplicht. Er kunnen nieuwe beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten toegevoegd worden in de omgeving van een risicobron. Daarnaast kunnen veranderingen van een risicobron leiden tot nieuwe risico's. Dit moet inzichtelijk gemaakt worden door toetsing aan de risicomaten plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico: Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die (onafgebroken aanwezig en onbeschermd) op een bepaalde plaats overlijdt als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen bij een inrichting of een transportmodaliteit. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een kans van 1*10-6 per jaar als grenswaarde voor kwetsbare bestemmingen en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare bestemmingen. Groepsrisico: Het groepsrisico bestaat uit de cumulatieve kans per jaar dat een groep van een bepaalde omvang overlijdt als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen bij een inrichting of een transportmodaliteit. Hierbij wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde. De oriëntatiewaarde is een ijkpunt voor de omvang van het groepsrisico. Verantwoordingsplicht groepsrisico Het bevoegd gezag heeft de wettelijke verplichting om het groepsrisico conform de wettelijke kaders te verantwoorden.
Hiervoor dient het bevoegd gezag een advies te vragen aan de veiligheidsregio. Hiermee wordt een afweging gemaakt welke ongevalscenario's met bijbehorende risico's zich kunnen voordoen en welke maatregelen er genomen worden. De mate van verantwoording hangt af van het type risicobron en de hoogte van het groepsrisico ten opzichte van de oriëntatiewaarde. Daarnaast speelt de procentuele stijging ten gevolge van de planontwikkeling een rol. Toetsing Het bestemmingsplan maakt nieuwe woningen mogelijk en deze worden binnen het Bevi gezien als kwetsbare objecten. Door RoyalHaskoningDHV is onderzoek gedaan naar het aspect externe veiligheid. Het rapport is als Bijlage 11 bij deze toelichting gevoegd.
4.6.3
Planspecifiek
In de omgeving van het plangebied bevinden zich meerdere relevante risicobronnen waarvan de invloedsgebieden reiken tot over het plangebied. Als vertrekpunt voor de beoordeling van de volgende risicobronnen gelden de volgende uitgangspunten: A. Waal (Bevt)
Heuff-terrein
49
1. Geen plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar. Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het planvoornemen; 2. Het groepsrisico ten gevolge van de Waal neemt beperkt toe en ligt onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde; 3. Het groepsrisico dient beperkt te worden verantwoord in het kader van de rampenbestrijding en zelfredzaamheid; 4. Vrijwaringszone (Barro): Binnen de vrijwaringszone van 25 meter, gemeten vanaf de begrenzingslijn van de vaarweg, is in principe geen nieuwe bebouwing toegestaan welke belemmeringen vormt voor de veiligheid van de scheepvaart. Afstemming hierover dient plaats te vinden met Rijkswaterstaat en het bevoegd gezag. In het kader van externe veiligheid dienen binnen deze zone maatregelen voor plasbrand te worden afgewogen. B. A15 (Bevt) 1. Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico vormen geen belemmering voor het planvoornemen. Het planvoornemen ligt binnen het invloedsgebied van 880 meter; C. Betuweroute (Bevt) 1. Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico vormen geen belemmering voor het planvoornemen. Het planvoornemen ligt binnen het invloedsgebied van 4.000 meter; 2. Het groepsrisico dient conform het Bevt beperkt te worden verantwoord in het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid; 3. Hiermee vormt het milieuaspect externe veiligheid geen belemmering voor het planvoornemen.