CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2024-046-Bijlage-3-Toelichting.pdf

Gemeenteraad 23 april 2024, gemeente West BetuweBij agendapunt: 12.: Vaststellen ontwerpbestemmingsplan D.J. van Wijkstraat 9-11 en 15/15a, Geldermalsen11.836 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.8

Archeologie

Als wettelijk toetsingskader in Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Sinds 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. Deze wet is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta uit 1992. De Wamz is in zijn geheel opgenomen in de Monumentenwet 1988 (Mw art. 38 t/m 60). In de Wamz is vastgelegd dat Rijk, provincies en gemeenten in ruimtelijke plannen rekening houden met het aspect 'archeologie'. De wet beoogt het archeologische erfgoed in hoofdzaak in situ te beschermen. De gemeente West Betuwe heeft op 28 januari 2021 een archeologische beleidskaart vastgesteld, waarbij alle locaties met (mogelijke) archeologische waarden en verwachtingen zijn meegenomen voor zowel de bovenals ondergrond. Het plangebied is in zijn geheel gelegen binnen 'Waarde - Archeologie 4', een gebied met een hoge verwachte dichtheid aan archeologische vewachting. Op deze gronden geldt een verplichting voor verkennend onderzoek bij bodemingrepen dieper dan 30 cm onder het maaiveld en groter dan 100 m2 aan oppervlak.

Gezien de ontwikkeling groter is dan bovenstaande drempelwaarden, is een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Het bestemmingsplan 'Geldermalsen woongebied 2011' bepaald dat Archeologisch onderzoek noodzakelijk is indien (o.a.) een gebouw gerealiseerd wordt van 1.000m2 of meer. Voor dit project worden 16 eenheden van 40m2 per stuk gebouwd. Dit komt neer op een bebouwd oppervlakte van 640m2 . In feite zou dit betekenen dat het project onder de drempelwaarde blijft. In de voorbereidende fase is op basis van overleg met de Omgevingsdienst Rivierland (ODR) echter besloten om nader een archeologisch onderzoek uit te laten voeren. De uitkomsten van dit onderzoek worden later toegevoegd.

bestemmingsplan D.J. van Wijkstraat 9-11 en 15/15a, Geldermalsen

33

PM

Uitsnede archeologische beleidskaart West-Betuwe Conclusie Archeologie PM

5.9

Cultuurhistorie

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd dat bij het maken van ruimtelijke plannen, zoals een bestemmingsplan, beheersverordening of ruimtelijke onderbouwing rekening moet worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daarnaast moet op grond van het Bro in de toelichting op het bestemmingsplan worden beschreven hoe deze cultuurhistorische waarden zijn meegewogen. Het is daarom van belang dat voorafgaand aan het opstellen van een ruimtelijk plan de aanwezige cultuurhistorische waarden bekend zijn. De voormalige gemeente Geldermalsen heeft een erfgoed- en cultuurhistoriekaart laten vaststellen. Uit deze kaart blijkt dat er in het plangebied geen waardevolle cultuurhistorische structuren of erfgoed aanwezig zijn. Wel ligt het plangebied aan een cultuurhistorisch waardevolle lijnstructuur, te weten de D.J. van Wijkstraat. In 2.2 is al aandacht besteed aan de waarde van deze D.J. van Wijkstraat als doorgaande weg waarlangs de kern Geldermalsen zich in beginsel heeft ontwikkeld. Aan de overzijde van de D.J. van Wijkstraat ligt een cultuurhistorisch waardevolle begraafplaats uit de periode 1800-1850. Deze begraafplaats heeft tevens een status als gemeentelijk monument. Een ander gemeentelijk monument in de buurt betreft het woonhuis D.J. van Wijkstraat 8, dat ten noordoosten gelegen is van het plangebied en dateert uit 1840.

Met het voornemen wordt een voormalig bedrijfsperceel herontwikkeld naar een woonlocatie. Met deze ontwikkeling blijven de cultuurhistorisch waardevolle structuren in de omgeving behouden. Daarnaast wordt winst geboekt door de mogelijkheid om de nieuwe woonlocatie landschappelijk zo in te passen dat dit de aanblik van de D.J. van Wijkstraat verbetert. Gelet hierop levert het aspect cultuurhistorie geen belemmeringen op voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen.

34

bestemmingsplan D.J. van Wijkstraat 9-11 en 15/15a, Geldermalsen

Uitsnede erfgoed- en cultuurhistoriekaart voormalig gemeente Geldermalsen

5.10

Verkeer en parkeren

Voor een goede infrastructurele inpassing van het planvoornemen is het belangrijk de toekomstige verkeerskundige situatie in beeld te brengen. Relevant is de nieuwe verkeersgeneratie waarin het planvoornemen voorziet en de benodigde parkeervoorzieningen. Parkeren Geldend parkeerbeleid voor het plangebied is het Paraplubestemmingsplan Parkeren 2019 (vastgesteld op 30 juni 2020). Met het opstellen van dit paraplubestemmingsplan parkeren wil de gemeente West Betuwe voor haar grondgebied haar parkeerbeleid juridisch-planologisch vastleggen, door middel van een uniforme regeling. Voor het inschatten van de parkeernormen voor het planvoornemen wordt aansluiting gezocht door gebruik te maken van de CROW Parkeervraagcalculator. Deze tool is bedoeld om de parkeerbehoefte van een ruimtelijk programma door te rekenen op basis van de CROW parkeerkencijfers uit publicatie 381 van het CROW (Toekomstbestendig parkeren: van parkeerkencijfers naar parkeeernormen). Uit het paraplubestemmingsplan Parkeren 2019 blijkt dat het plangebied is gelegen in de stedelijkheidsgraad 'Matig stedelijk' en in de stedelijke zone 'Rest bebouwde kom'. De gemeente West-Betuwe stelt met het parapluplan Parkeren dat in beginsel de maximale CROW-norm gehanteerd dient te worden.

Met de gemeente is echter overeengekomen dat, gezien de woningen gerealiseerd worden in het starterssegment en goedkope appartementen zijn, er een parkeernormering van 1 parkeerplaats voor 1 appartement gehanteerd mag worden. Het planvoornemen voorziet in 48 parkeerplaatsen voor 48 appartementen. Daarnaast worden er door de initiatiefnemer ook een of meerdere deelauto's beschikbaar gesteld, waarmee de parkeerdruk verder wordt verminderd. Gelet hierop voldoen de parkeervoorzieningen op eigen terrein aan de eisen die de gemeente West-Betuwe gesteld heeft.

bestemmingsplan D.J. van Wijkstraat 9-11 en 15/15a, Geldermalsen

35

Verkeer Uitgaande van een maximale verkeersgeneratie, voorziet het plan in de volgende verkeersgeneratie: 48 * 4,0 = 192 mvt/etmaal Totaal is er sprake van 192 verkeersbewegingen per etmaal. De voorziene ontsluitingsroutes, zowel aan de D.J. van Wijkstraat als de Oranje Nassaustraat, zijn ruim capabel om deze aanvullende verkeersdruk op te vangen.

5.11

Waterhuishouding

5.11.1 Inleiding Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting van ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. hierin wordt beschreven hoe rekening is gehouden met de gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De waterparagraaf geeft een beschrijving van de beleidsuitgangspunten, waterhuishoudkundige situatie en wateropgaven in het plangebied, (motivatie van) meest geschikte oplossingen en ruimtelijke consequenties daarvan. Indien aan de orde is tevens het advies van het waterschap in de waterparagraaf verwerkt. 5.11.2 Waterbeleid Waterbeheerplan 2016-2021: Met ingang van 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 “Koers houden, kansen benutten” bepalend voor het waterbeleid. Dit plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterketen. Zo is het van belang dat er bij nieuwe ruimtelijke plannen voldoende waterberging wordt gecreëerd om wateroverlast bij hevige regenval te voorkomen. De benodigde ruimte voor compenserende waterberging wordt berekend op basis van maatgevende regenbuien, de toename aan verhard oppervlak en de maximaal toelaatbare peilstijging.

Keur waterkeringen en wateren: In de Keur waterkeringen en wateren (Waterschap Rivierenland) staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. Werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. 5.11.3 Huidige situatie Bodemopbouw De locatie D.J. van Wijkstraat 9-11 en 15/15a is een binnenstedelijke locatie: hierdoor zijn er geen bodemgegevens beschikbaar van de locatie in de BRO. De kern Geldermalsen is gelegen op de komgronden van het rivierengebied tussen de Linge en de Waal. Het plangebied ligt op ca. 3,7-4,0 m + N.A.P. Oppervlaktewater Rondom en in het plangebied zijn geen oppervlaktewateren aanwezig die beheerd worden door het Waterschap Rivierenland. Waterkeringen Rondom en in het plangebied zijn geen waterkeringen aanwezig die beheerd worden door het Waterschap Rivierenland. Natuurwaarden In het het plangebied zijn geen natuurwaarden of hydrologische beschermingszones aanwezig. Op 50 meter

36

bestemmingsplan D.J. van Wijkstraat 9-11 en 15/15a, Geldermalsen

afstand ten noorden van het plangebied is sprake van een beschermingszone water, behorend bij het stroomgebied van de Linge. 5.11.4 Toekomstige situatie In de toekomstige situatie zal er sprake zijn van de sanering van de bestaande bedrijfsvoering en bijbehorende terreinverharding. In plaats daarvan zal een woningbouwontwikkeling van 48 appartementen plaatsvinden. Deze ontwikkeling brengt netto een afname van oppervlakteverharding met zich mee. 5.11.5 Gevolgen voor de waterhuishouding Op basis van het principe van hydrologisch neutraal ontwikkelen, dient te worden voorkomen dat door bebouwing en verharding een versnelde waterafvoer plaatsvindt. De gemeente West-Betuwe streeft naar het vasthouden van gebiedseigen water door benutting van de natuurlijke bergingscapaciteit van bodem en oppervlaktewater. Transport van schoon hemelwater via de riolering moet worden vermeden. Het hemelwater dient zoveel mogelijk te worden afgekoppeld van het rioleringsstelsel. Indien dit niet mogelijk is kan in overleg met het waterschap worden bekeken in hoeverre vertraagde afvoer naar het oppervlaktewater mogelijk is.

5.11.5.1 Verordening afvoer hemel- en grondwater West Betuwe Op 19 mei 2021 heeft de raad van de gemeente West Betuwe de 'Verordening van de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe houdende regels omtrent de afvoer van hemel- en grondwater' vastgesteld, overwegende dat: de Wet milieubeheer de bevoegdheid biedt bij verordening regels te stellen over het brengen van afvloeiend hemelwater of grondwater op of in de bodem of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater en over het beëindigen van het lozen van afvloeiend hemelwater en grondwater in een voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater; het gewenst is met het oog op het beperken van wateroverlast, het beperken van verdroging en het doelmatig beheer van afvalwater regels te stellen over het beëindigen van lozingen van grondwater en hemelwater op de vuilwaterriolering en een verplichte waterbergingscapaciteit bij zowel bestaande bouw als nieuwbouw. Met het oog op het beperken van wateroverlast, het beperken van verdroging en het doelmatig beheer van afvalwater wordt alleen hemelwater vanaf nieuwe gebouwen in een openbaar riool geloosd, als een hemelwaterberging is aangebracht en in stand gehouden.

In de verordening is opgenomen dat de minimale capaciteit van de hemelwaterberging is: 20 l per m² verhard oppervlak op het perceel als de totale omvang van het verhard oppervlak niet meer is dan 500 m²; of 43,6 l per m² verhard oppervlak op het perceel als de totale omvang van het verhard oppervlak 500 m² of meer is. Planspecifieke beoordeling Concreet gezien is door voorliggend voornemen sprake van een afname van verharding van 845 m². Er is derhalve sprake van ontstening en dat komt de waterhuishoudkundige situatie alleen maar ten goede. Omdat concreet sprake is van een afname van verhard oppervlak, wordt in voorliggend plan uitgegaan van de eis van 20 mm/m² verhard oppervlak (toename minder dan < 500 m²).

bestemmingsplan D.J. van Wijkstraat 9-11 en 15/15a, Geldermalsen

37

5.11.5.2 Benodigde watercompensatie Al het regenwater dat op nieuwe verhardingen valt dient volgens de verordening te worden opgevangen en geïnfiltreerd of vertraagd te worden afgevoerd. Momenteel is ter plekke van het plangebied sprake van bestaande bebouwing en verharding. Met het voornemen is er sprake van een afname van verhard oppervlak op het terrein. De huidige en toekomstige situatie zijn in onderstaande tabel inzichtelijk gemaakt. Huidige situatie Totale oppervlakte Verhard Onverhard /

m² 3.400 3.130 270 /

Totaal verhard Totaal onverhard /

3.130 270 /

Nieuwe situatie Totale oppervlakte Verhard Onverhard Waterdoorlatende verharding (parkeren op graskeien) Totaal verhard Totaal onverhard Toename onverhard (inclusief graskeien)

m² 3.400 2.285 515 600

2.285 1.115 845 m²

Figuur: Effectieve afname verhard oppervlak

Door de afname van het verhard oppervlak van circa 845 m² wordt de waterhuishoudkundige situatie aanzienlijk verbeterd. De hemelwater via het riool zal behoorlijk afnemen in de nieuwe situatie. Om deze reden kan ook in de toekomst een deel van het hemelwater via het bestaande gemengde rioolstelsel word afgevoerd. Het hemelwater zal in de nieuwe situatie als volgt worden afgevoerd: In de nieuwe situatie zal de hemelwaterafvoer van de 2 appartementsblokken aan de D.J. van Wijkstraat worden aangesloten op het riool en middels een gemengd stelsel afgevoerd worden. De hemelwaterafvoer van de 3 appartementsblokken gelegen aan de binnentuinen zal niet op het riool aangesloten; dit hemelwater zal op het terrein worden opgevangen en binnen het plan worden geïnfiltreerd. Door de verbeterde situatie is het realiseren van aanvullende waterbergingsmaatregelen hiermee niet noodzakelijk. 5.11.6 Watertoets Voor het planvoornemen is een watertoets uitgevoerd door in een vroegtijdig stadium meermaals te overleggen en af te stemmen met Waterschap Rivierenland en de gemeente. De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen meer waterbestendig te maken, waarbij wateraspecten vroegtijdig en expliciet worden meegenomen in ruimtelijke plannen en bij locatiekeuzen.

Op basis van de gevoerde overleggen is het hemelwatersysteem kwalitatief en kwantitatief uitgewerkt en zijn ook de aanleghoogten bepaald zodat de dijkbeschermingszones niet in het geding zijn. Het resultaat van de digitale watertoets is bijgevoegd als Bijlage 6 bij deze toelichting. Uit dit resultaat blijkt dat een normale procedure gevolgd kan worden.

38

bestemmingsplan D.J. van Wijkstraat 9-11 en 15/15a, Geldermalsen

5.11.7 Conclusie Uit bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de waterhuishouding geen belemmering oplevert voor het planvoornemen. Het plan leidt niet tot negatieve effecten op de waterhuishouding.

bestemmingsplan D.J. van Wijkstraat 9-11 en 15/15a, Geldermalsen

39

40

bestemmingsplan D.J. van Wijkstraat 9-11 en 15/15a, Geldermalsen

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische toelichting

Inleiding

Op de verbeelding is met behulp van de methode uit SVBP 2012 de bestemming van de gronden aangegeven. De bijbehorende bepalingen zijn vervolgens opgenomen in de planregels. De verbeelding brengt de planregels in beeld. De planregels bestaan uit de volgende vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels Dit hoofdstuk bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft het artikel 'begripsbepalingen' waarin is toegelicht wat onder bepaalde begrippen wordt verstaan. Het tweede artikel is 'Wijze van meten', waarin is aangegeven hoe de benoemde maatvoering moet worden gemeten. 2. Bestemmingsregels Dit hoofdstuk betreft een nadere verklaring van de bestemmingen die op de verbeelding zijn aangegeven. De gehanteerde bestemmingen zijn in paragraaf 6.2 kort toegelicht. 3. Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regelingen opgenomen die zijn bedoeld voor meer dan één bestemming. I.c. zijn dat de algemene gebruiksregels. 4. Overgangs- en slotregels Binnen de overgangsbepalingen is geregeld dat bouwwerken en plannen die (legaal) bestaan op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt, maar die in strijd zijn met het bestemmingsplan, mogen worden herbouwd mits er geen veranderingen plaatsvinden in aard en omvang. In de slotregel is de officiële naam van het bestemmingplan genoemd. Deze naam moet worden gebruikt om te verwijzen naar het plan.

6.2

De bestemmingen

Binnen het bestemmingsplan is alleen de bestemming 'Wonen - Dorpsbebouwing beeldbepalend 1' opgenomen, conform de bestemmingssystematiek in de directe omgeving van het plan. Binnen deze bestemming is het mogelijk om de verschillende functies binnen het plan (woonfunctie, binnentuin, parkeerplaatsen en bergingen) juridisch te borgen. Op de verbeelding is de grens van het bestemmingsplangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de verschillende bestemmingen met verschillende kleuren weergegeven. Voorts zijn diverse aanduidingenopgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen.

bestemmingsplan D.J. van Wijkstraat 9-11 en 15/15a, Geldermalsen

41

42

bestemmingsplan D.J. van Wijkstraat 9-11 en 15/15a, Geldermalsen

Hoofdstuk 7 haalbaarheid

Financiële en maatschappelijke

Naast het toetsen van het planvoornemen aan diverse milieu- en veiligheidsaspecten, dient ook getoetst te worden aan de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Hierbij wordt gekeken naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

7.1

Financiële uitvoerbaarheid

Bij voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke/anterieure overeenkomst met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. De gronden en gebouwen zijn reeds in bezit van initiatiefnemer. Het voornemen betreft de sloop van de bedrijfsbebouwing en de oprichting van woningen. Kosten zijn hierbij in zijn geheel voor initiatiefnemer.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het planvoornemen betreft het wegbestemmen en saneren van een voormalige bedrijfslocatie ten behoeve van reguleerde huurwoningen (voor 1 tot 2 personen) . Dit is een ontwikkeling die leegstand dicht bij het centrum van Geldermalsen voorkomt, en daarnaast ook voorziet in het oplossen van een maatschappelijk probleem (beschikbaarheid woningen voor bijvoorbeeld starters en eenpersoonshuishoudens). Ook wordt er met het planvoornemen sterke milieuwinst geboekt, door een milieubelastende functie (garage en tankstation) te vervangen voor een functie die passend is binnen de omgeving van het plangebied (woningen). De gemeente West Betuwe brengt het bestemmingsplan als ontwerp naar buiten. Aan de hand van het bestemmingsplan zullen dan aanvullende gesprekken met omwonenden en andere afzonderlijke belanghebbenden gevoerd worden.

7.3

Conclusie

Het planvoornemen zal gezien het bovenstaande recht doen aan een goede ruimtelijke ordening, als bedoeld in artikel 3.1 Wro. Hiermee wordt, na een afweging van de verschillende belangen, een aanvaardbare nieuwe invulling van het plangebied bereikt.

bestemmingsplan D.J. van Wijkstraat 9-11 en 15/15a, Geldermalsen

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/670/documents/15340