CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2024-044-Bijlage-2-Financien-WRP-2025-2029.pdf

Gemeenteraad 23 april 2024, gemeente West BetuweBij agendapunt: 11.: Vaststellen water- en rioleringsprogramma 2025-20291.909 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2 financiële paragraaf raadsvoorstel Aan Van Datum Onderwerp Djuma-kenmerk

Gemeenteraad College 5 maart 2024 Financiële paragraaf raadsvoorstel WRP 2025-2029 GZDGWB/1312876

Het Water- en Rioleringsprogramma 2025-2029 vereist financiële middelen voor investeringen in water- en rioleringsprojecten, onderhoud en innovatie. Daarnaast zijn in het plan ook de (reguliere) exploitatielasten opgenomen. Bij de vaststelling van het WRP 2019-2023 is een ingroeipad gekozen voor de stijging van de tarieven (jaarlijks 2% in de jaren 2020 tot en met 2041, 1,1% in 2042, geen verhogingen in de jaren 2043 tot en met 2059 en een verlaging met 20,5% in 2060 en daarna geen verhogingen meer. Hierboven op worden de tarieven jaarlijks geïndexeerd voor inflatiecorrectie (cumulatief in 2020 tot en met 2024 is de inflatiecorrectie 20,8% geweest). Op basis hiervan zou het tarief in 2083 (prijspeil 2024) 500 euro bedragen. In het WRP 2025-2023 zijn de lasten en investeringen geactualiseerd. Ten opzichte van het oude plan zijn de lasten toegenomen en deels zijn deze (financieel) al opgevangen door de jaarlijkse inflatiecorrecties. In afwijking van het oude plan is het ingroeipad van de tarieven gewijzigd. Voor de jaren 2025 tot en met 2027 is nu een jaarlijkse stijging van 5% opgenomen, 0,85% jaarlijks in de jaren 2028 tot en met 2037, geen stijgingen in 2038 tot en met 2047, 2% jaarlijks in 2048 tot en met 2055 en 0,55% jaarlijks vanaf 2056. Op basis hiervan zou het tarief in 2083 (prijspeil 2024) 772 euro worden. Figuur 1 verloop rioolheffing t/m 2083 WRP 2025-2029

26 februari 2024 Kenmerk GZDGWB/1312876

De effecten van het nieuwe plan op de hoogte van het (toekomstige) tarief zijn weergegeven in tabel 1. Daaronder volgt een verklaring per punt. Tabel 1 effecten voor tarief 2025

2026

2027

2028

2042

2059

2060

2083

gemiddeld 2025-2083

Tarief volgens WRP-2019 (prijspeil 2019)

375

383

390

398

521

521

414

414

455

Tarief volgens WRP-2019 (prijspeil 2024)

453

462

471

480

628

628

500

500

549

Tarief volgens WRP-2025 (prijspeil 2024)

468

494

522

527

559

675

679

772

640

Verschil

15

32

51

47

-69

47

179

272

91

1. Personele lasten (salarissen/overhead)

33

33

32

32

31

31

31

31

31

2. Personele uitbreiding LAS

0

4

4

4

4

4

4

4

4

3. Onderhoud, planvorming, onderzoek en maatregelen

27

17

33

5

29

8

9

10

10

4. Indirecte lasten (vegen wegen, baggeren, blad ruimen etc.)

7

7

7

7

7

7

7

7

7

5. Facilitaire lasten (o.a. elektra en belastingen)

8

8

8

8

8

8

8

8

8

6. BTW (uitbreiding activiteiten/hogere lasten)

11

11

11

11

11

11

11

11

11

7. Kapitaallasten i.c.m. vervallen spaarvoorziening

54

Verklaring toename:

-47

-23

-8

-3

-104

15

138

244

Overig

4

4

4

4

1

3

2

4

8

Subtotaal

43

61

91

68

-13

87

210

319

133

8. Meer heffingseenheden -/- hogere kwijtschelding

-21

-22

-22

-24

-47

-44

-33

-31

-41

9. Egalisatie tarief via egalisatievoorziening

-7

-7

-18

3

-9

4

2

-16

-1

Totaal

15

32

51

47

-69

47

179

272

91

Verschil

3%

7%

11%

10%

-11%

7%

36%

54%

17%

1. Personele lasten (salarissen/overhead) Bij het opstellen van de begroting 2019 van de nieuwe gemeente en in het WRP-2019 is rekening gehouden met een formatie van 11 fte (inclusief 3 fte VAT). Hierbij is gebruik gemaakt van de genormeerde bedragen uit de Handleiding Overheidstarieven 2018 (HOT-2018) met per schaal een bedrag voor de gemiddelde loonkosten en per fte een vast normbedrag van 17.664 euro voor overhead. In het riooltarief kwam dit overeen met een bedrag van 54 euro per heffingseenheid. Als gevolg van de inflatiecorrectie van 20,8% is dit aandeel in de heffing opgelopen tot 66 euro per heffingseenheid. Inmiddels bedraagt de formatie voor de uitvoering van deze taak 13,7 fte en een bedrag van 99 euro per heffingseenheid voor 2025. Dit is een stijging van 33 euro voor de heffing 2025 (2025-2083: gemiddeld 31 euro). Hiervan heeft een bedrag van 22 euro betrekking op het wijzigen van de overheadtoerekening. Namelijk van de gehanteerde bedragen uit de HOT-2018 naar de door de raad vastgestelde toerekening op basis van de gemeentelijke financiële verordening (opslagpercentage op de loonkosten). 2. Lokale adaptatiestrategie Traditioneel gezien wordt klimaatadaptatie gezien als een opgave van water en riolering.

Binnen onze gemeente krijgt klimaatadaptatie naast water en riolering, ook vorm binnen opgaves zoals beheer, groen, vastgoed, energietransitie, gezondheid en mobiliteit. Voor een deel kunnen maatregelen in de strijd tegen de gevolgen van klimaatverandering worden bekostigd uit de riool- en waterzorgheffing, mits er een relatie is met de uitvoering van de gemeentelijke watertaken. In dit WRP is er in totaal 445.000 euro opgenomen voor diverse onderzoeken, programma’s en acties. Jaarlijks is er ook 50.000 euro voor afkoppelen en subsidie. Daarnaast zit in deze planperiode voor 3,1 miljoen euro aan investeringen om integrale projecten

26 februari 2024 Kenmerk GZDGWB/1312876

klimaatadaptief in te richten. Deze maatregelen dragen bij aan het verminderen van wateroverlast en vasthouden van water wat bijdraagt aan het verminderen van droogte. Binnen water en riolering werken we al met verschillende collega’s aan klimaatadaptatie. Om te blijven voldoen aan onze opgave in relatie tot klimaatverandering, is capaciteitsuitbreiding nodig. Vanaf 2026 wordt er 0,5 fte extra voor klimaatadaptatie uit de riool- en waterzorgheffing bekostigd. Een last van 4 euro op de heffing vanaf 2026 (2025-2083: gemiddeld 4 euro). 3. Onderhoud, planvorming, onderzoek en maatregelen De actualisatie van deze post resulteert in een stijging van 27 euro op de heffing 2025 (2025-2083: gemiddeld 10 euro). Op de korte termijn valt deze post hoger uit door nog uit te voeren activiteiten in het kader van de harmonisatieslag. Over de gehele planperiode is er sprake van een geringe stijging van het tarief met gemiddeld 10 euro. Dit wordt vooral veroorzaakt doordat de kosten in vijf jaar tijd iets meer zijn gestegen dan de 20,8% die al in de tarieven zijn verwerkt. 4. Indirecte lasten Goed watergangenbeheer (baggeren, beschoeiing, duikers, maaien watergangen) is van belang voor het functioneren van de afval-, hemel- en grondwatervoorzieningen in stedelijk gebied.

Ook dragen schone wegen (vegen en onkruidbestrijding van verhardingen, blad verwijderen) bij aan betere doorstroming in onze riolen. Een deel van deze kosten mogen daarom toegerekend worden aan het WRP. Bij de totstandkoming van het WRP 2019-2023 is uitgebreid onderzoek gedaan naar de hoogte van de toerekeningen voor West Betuwe. In de afgelopen jaren zijn de kosten voor de onderdelen gestegen (vooral als gevolg van inflatie), maar is de toerekening aan het WRP niet meegestegen. Daarom stijgen de deelkosten in dit WRP van 632.157 euro in 2024 naar 838.904 euro in 2025. Een last van 7 euro op de heffing 2025, maar daarmee direct een voordeel voor de algemene middelen voor de compensatie van de gestegen lasten. Dit verschil is weergegeven in figuur 1 (basis + oude toerekening). 5. Facilitaire lasten (o.a. elektra en belastingen) De actualisatie van deze post resulteert in een stijging van 8 euro op de heffing 2025. Dit komt vooral doordat de energiekosten in deze periode meer zijn gestegen dan de 20,8% die in de tarieven zijn verwerkt. 6. BTW (uitbreiding activiteiten/hogere lasten) Als wij diensten of goederen extern inkopen, betalen wij daarover btw. In tegenstelling tot bedrijven konden wij die btw vóór 2003 niet terugvorderen van de Belastingdienst. De btw-lasten maakten daardoor onderdeel uit van de heffing.

Sinds de introductie van het btw-compensatiefonds (BCF) in 2003 kunnen wij de btw wel terugvragen die we over uitbesteed werk hebben betaald. Maar om dit te financieren, heeft de rijksoverheid de uitkering van het gemeentefonds gekort voor deze btwcomponent. Om een dubbele korting voor de gemeente te voorkomen (zowel via verlaging algemene uitkering gemeentefonds en lagere belastingopbrengsten), is in de gemeentewet opgenomen dat de btw onderdeel mag (blijven) uitmaken voor de bepaling van de hoogte van de heffing. Om inkomensverlies te voorkomen, berekenen wij de btw door in de riool- en waterzorgheffing. Deze vloeit daarna door naar de algemene middelen als dekking van de korting in het gemeentefonds. Door de gestegen lasten is de btw-component verhoogd van 1,4 naar bijna 2 miljoen euro. Een extra last voor de heffing maar daarmee direct een voordeel voor de algemene middelen voor de compensatie van de ozb-uitname uit het gemeentefonds. In het WRP-2019 bedroeg de btw-component 62 euro. Door de inflatiecorrectie was dit opgelopen tot 76 euro. De in het nieuwe plan opgenomen

26 februari 2024 Kenmerk GZDGWB/1312876

investeringen en activiteiten resulteren in een btw-component van 87 euro en derhalve een toename van 11 euro per heffingseenheid. 7. Kapitaallasten i.c.m. vervallen spaarvoorziening In het oude plan was bij de kapitaallasten sprake van een hybride systeem. De afschrijvings- en rentelasten van oude investeringen en eerste aanleg werden toegerekend aan het WRP, terwijl voor de overige (nieuwe) investeringen werd gespaard via een spaarvoorziening waaruit de investeringen direct gedekt werden. Op de korte termijn was deze variant voor de rioolheffing hoger, maar op de langere termijn voordeliger doordat er uiteindelijk geen rentelasten meer zouden zijn bij de nieuwe investeringen. In het nieuwe plan is afgestapt van de spaarvoorziening. Voor de heffing werd in het oude plan voor 2025 rekening gehouden met een bedrag van 131 euro (inclusief 20,8% inflatiecorrectie is dit opgelopen tot 152 euro). In het nieuwe plan is het aandeel van deze component 105 euro. Een verlaging van 47 euro voor de heffing 2025. Op de langere termijn nemen de lasten uiteindelijk geleidelijk toe tot 244 euro in 2083. Over de gehele periode neemt de last gemiddeld met 54 euro toe. Overigens heeft de gestegen rente voor de oude investeringen een stijgend effect van ongeveer 17 euro voor de heffing 2025 en 1 euro voor 2083 (voor de gehele periode bedraagt dit gemiddeld 9 euro).

Het restant verschil wordt veroorzaakt door het gewijzigde investeringsvolume 2024-2083 (toename met ruim 50% van 250,4 miljoen euro naar 395,7 miljoen euro) en het afstappen van de spaarvoorziening. Voor de korte termijn heeft het wijzigen van deze systematiek een voordelig effect voor de heffing, maar op de (langere) termijn slaat dit om in een nadeel doordat de rentelasten toenemen. 8. Meer heffingseenheden -/- hogere kwijtschelding Ten opzichte van het oude plan vallen de heffingseenheden in het WRP-2025 aanzienlijk hoger uit door een beter inzicht in het werkelijke aantal aansluitingen. Voor 2025 gaat het om 1.184 eenheden meer en dit loopt op tot 2.125 meer eenheden vanaf 2038. Dit heeft een voordelig effect voor de hoogte van de heffing. Een nadelig effect is er ten aanzien van het aantal kwijtscheldingen. Deze stijgen van 2,4% naar 2,8% en dat komt overeen met ongeveer 125 heffingseenheden extra waarvoor kwijtschelding wordt verleend. Het voordeel voor de heffing neemt op termijn toe door de gekozen ingroeivariant in het WRP-2019, maar neemt vanaf 2060 weer iets af door de opgenomen daling van het tarief in het oude plan. 9. Egalisatie tarief via egalisatievoorziening De exploitatie van de riolering is langjarig 100% kostendekkend. Er is een egalisatievoorziening ingericht om tariefschommelingen te vereffenen en veranderingen ten opzichte van de prognoses op te vangen.

Het saldo van de toevoegingen en aanwendingen aan deze voorziening vallen in de gehele planperiode nagenoeg tegen elkaar weg, maar per individueel jaar kunnen deze (iets) schommelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/670/documents/15330