CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2024-031-Bijlage1-Woonzorgvisie.pdf

Gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente West BetuweBij agendapunt: 10: Woonzorgvisie West Betuwe6.759 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WOONZORGVISIE 23 januari 2024 Gemeente West Betuwe

Inhoudsopgave Voorwoord ....................................................................................................................................... 3 Inleiding............................................................................................................................................ 5 Huisvestingsvraag in beeld .......................................................................................................... 11 Thema 1: Voldoende en passend woonaanbod ......................................................................... 15 Thema 2: Toekomstbestendige ondersteuning .......................................................................... 17 Thema 3: Geschikte woonomgeving ........................................................................................... 20 Thema 4: Netwerksamenleving.................................................................................................... 22 Het vervolg ..................................................................................................................................... 24

Djuma zaaknummer: 1229168

2 | WOONZORGVISIE

Voorwoord Met gepaste trots presenteren wij u de woonzorgvisie van de gemeente West Betuwe. Dit document levert een bijdrage aan de toekomst van onze gemeente en aan die van regio Rivierenland op het gebied van wonen en zorg. Het is onze ambitie om de kernen en wijken zo optimaal mogelijk ingericht te laten zijn op ontmoeting, toegankelijkheid en goede mobiliteit. In het brede zorglandschap en de woonopgaven waar wij voor staan, is sprake van grote veranderingen voor de komende tien tot twintig jaar, waarbij mensen tot op (zeer) hoge leeftijd zelfstandig kunnen blijven wonen. Het is daarom belangrijk dat we een visie ontwikkelen waarin wonen en zorg zo worden gecombineerd dat deze continuïteit en creativiteit bieden. Dat doen wij bijvoorbeeld door de introductie van bijzondere woonconcepten voor senioren en andere kwetsbare groepen. Enerzijds bouwen we meer woningen maar anderzijds willen we dat mensen langer thuis kunnen blijven, dat de continuïteit van de zorg wordt behouden en betaalbaar blijft. Die twee samen stellen ons voor een geweldige uitdaging om de doelen in deze woonzorgvisie te gaan realiseren op kern niveau in West Betuwe. Dit in samenhang en samenwerking met de gemeenten in regio Rivierenland. Inwoners hebben hun hart in de kern en willen hier graag hun leven lang blijven wonen.

Het is daarom belangrijk dat er voldoende passende woningen en toegankelijke voorzieningen zijn. Op landelijk niveau is er ook een grote kentering gaande in de zorg. Het Integrale Zorgakkoord (IZA), het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) zijn bestuurlijke programma’s die zorg voor de komende decades vorm moeten geven. Minder in instituties, meer in eigen huis. Meer voorkomen, minder behandelen. Het ziekenhuis wordt dus al snel thuis, dichtbij het dorpshuis van waaruit zorg op maat geleverd kan worden. Dan moet dat het huis wel geschikt zijn, of dat dorpshuis. Dan moeten mensen niet langer vanuit hun spreekkamer maar veelmeer op locatie kunnen werken. Daar is heel wat voor nodig. Ook dat staat in deze woonzorgvisie. Om inzicht te geven hoe wij de zorg gaan vorm geven en wat we daar voor nodig hebben, op korte termijn en op lange termijn. Het is veelomvattend, betreft immers al onze inwoners, nu en later. Daarom richten wij ons eerst op de meest kwetsbaren, omdat daar al op korte termijn omgevingen voor nodig zijn die hen helpen. Maar daar blijft het niet bij, we kijken uiteraard vooruit. Per kern, en werken aan het mogelijk maken van zorg voor de toekomst die past. Door alle partijen, voor alle partijen, met alle partijen en de inwoners van West Betuwe voorop.

Samenwerking tussen inwoners(organisaties), zorgorganisaties, welzijnspartijen, woningcorporaties en gemeente is essentieel om onze inwoners met een bepaalde mate van zorg of begeleiding nu en in de toekomst te kunnen blijven ondersteunen. Deze woonzorgvisie legt hiervoor een basis. Het geeft de beleidsrichting aan en de prioriteiten (thema’s) waar we de komende jaren aan werken. Deze woonzorgvisie is daarmee een aanvulling op de woonvisie 2020-2030 en sluit aan bij de speerpunten uit het Coalitieakkoord 2022-2026, zoals het behouden van voorzieningen en het investeren in sociale kracht, ontmoeting, leefbaarheid en mobiliteit.

3 | WOONZORGVISIE

Burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe de secretaris, de burgemeester,

Philip Bosman

Servaas Stoop

4 | WOONZORGVISIE

Inleiding Achtergrond Het is goed wonen in de gemeente West Betuwe en dat willen we zo houden. Door onder andere de krapte op de woningmarkt en uitdagingen in de zorgsector staat dit steeds meer onder druk. Steeds meer mensen hebben moeite om een goede betaalbare woning te vinden. Tegelijkertijd verandert de woonvraag. Het aantal ouderenhuishoudens (65+ jaar) in West Betuwe groeit van 6.720 (32%) in 2023 naar 9.700 (40%) in 2040. Deze ouderen zullen steeds langer zelfstandig wonen. Naast ouderen moeten ook andere mensen (weer) zelfstandig wonen en hun weg vinden op de woningmarkt. Denk bijvoorbeeld aan mensen met psychosociale problematiek (o.a. GGZ) of een beperking (verstandelijk of lichamelijk). Om deze mensen een fijn thuis te bieden is meer nodig dan alleen een dak boven het hoofd. Een fijn thuis gaat ook over de beschikbaarheid van de juiste zorg, de aanwezigheid van voorzieningen, sociale binding en ontmoeting. In de eerste helft van 2023 is een woonzorganalyse uitgevoerd. Deze analyse geeft inzicht in de verwachte vraag en huisvestingsopgave voor ouderen, mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking, uitstromers beschermd wonen (BW), opvangvoorzieningen (MO) en jeugdzorg met verblijf. Het onderzoek laat zien dat het met de huidige woningvoorraad (nog) niet mogelijk is om de opgave langer en weer zelfstandig wonen op te vangen.

Momenteel wonen bijvoorbeeld vier op de tien 85-plussers in een niet-geschikte woning. Er ligt een (nieuwbouw)opgave waarbij geclusterde woningen moeten worden gerealiseerd waarin mensen zelfstandig kunnen wonen met enige vorm van ondersteuning. Met het oog op de tekorten aan capaciteit is de huidige manier waarop we het zorglandschap hebben ingericht niet langer houdbaar richting de toekomst. Wijkverpleging is een uitdaging in een plattelandsgemeente als West Betuwe. We zullen meer een beroep moeten doen op ons zelf en op elkaar. De 26 kernen hebben ieder hun eigen kenmerken en karakter, maar sociale samenhang is een algemene deler. Dit is terug te zien aan de vele dorpshuizen, vrijwilligers, een sterke welzijnsorganisatie en initiatieven zoals AutoMobiel. Samenwerking tussen inwoners(organisaties), zorgorganisaties, welzijnspartijen, woningcorporaties en gemeente is essentieel om onze inwoners met een bepaalde mate van zorg of begeleiding nu en in de toekomst te kunnen blijven ondersteunen. Deze woonzorgvisie legt hiervoor een basis. Het geeft de beleidsrichting aan en de prioriteiten (thema’s) waar we de komende jaren aan werken.

Deze woonzorgvisie is daarmee een aanvulling op de woonvisie 2020-2030 en sluit aan bij de speerpunten uit het Coalitieakkoord 2022-2026, zoals het behouden van voorzieningen en het investeren in sociale kracht, ontmoeting, leefbaarheid en mobiliteit. Kerngericht werken De gemeente West Betuwe werkt al bijna 5 jaar kerngericht. Dit betekent dat we ons samen met de inwoners van de kernen, dorpen en stadjes inzetten voor de leefbaarheid, vitaliteit en sociale cohesie in de leefomgeving. Uitgangspunt is de kracht van de kernen. De gemeente organiseert haar dienstverlening nabij en op maat, zodat de identiteit van de kernen

5 | WOONZORGVISIE

behouden blijft. Elkaar ontmoeten en participatie van inwoners houden de kern sterk. Een plek waar iedereen kan meedoen. Inwoners hebben hun hart in de kern en willen hier graag hun leven lang blijven wonen. Het is daarom belangrijk dat er voldoende passende woningen en toegankelijke voorzieningen zijn. Ook de zorg voor elkaar en het samen redzaam zijn, zijn daarvoor randvoorwaarden. Elkaar kennen, respecteren, begrijpen en vertrouwen zijn belangrijke waarden voor een vitale samenleving. Dit bepaalt de sociale veerkracht. De kracht van de kernen is in handen van de inwoners, de gemeente heeft hierin een faciliterende, ondersteunende rol. Visie De woordwolk hieronder laat in grootte van tekst zien wat de visie inhoudt, volgens leden van de adviesraad sociaal domein, zorgaanbieders, zorgkantoor, zorgverzekeraar, welzijnsorganisaties en woningcorporaties in West Betuwe: ‘’Een gezond en toekomstbestendig West Betuwe, doordat partners (domein overstijgend) samenwerken en inwoners zorg hebben voor elkaar. We doen het samen.” Afbeelding 1: Woordwolk betrokken partners West Betuwe (Bijeenkomst 25-10-2023)

Wie komen in de woonzorgvisie aan bod? De focus in deze woonzorgvisie ligt op ouderen en op aandachtsgroepen die zorg of ondersteuning nodig hebben, zoals mensen met psychosociale problematiek (GGZ) of mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking. Het adviesbureau Companen heeft recent voor de gemeente West Betuwe onderzoek gedaan naar de huisvestingsvraag van deze groepen. Dit onderzoek is een belangrijke bouwsteen voor deze woonzorgvisie. De volgende groepen komen in de woonzorgvisie aan bod:

6 | WOONZORGVISIE

• Ouderen (65+) • Mensen met een lichamelijke beperking, verstandelijke beperking of psychische kwetsbaarheid • Mensen die uitstromen vanuit een instelling (beschermd wonen, jeugdzorg, maatschappelijke opvang) Naast de hierboven genoemde groepen zijn door het Rijk ook mantelzorgers en mantelzorgontvangers, statushouders, arbeidsmigranten, woonwagenbewoners en studenten als ‘aandachtsgroep’ benoemd (Nationaal Programma Een Thuis voor iedereen). Voor deze groepen geldt dat er een specifieke en/of urgente woonbehoefte is die moeilijk in te vullen is, maar deze is niet direct gekoppeld aan een zorgbehoefte. Daarnaast lopen er aparte (beleids)sporen en afspraken over de huisvesting van deze groepen. Daarom laten wij deze aandachtsgroepen in de woonzorgvisie buiten beschouwing. Mantelzorgers Een nadrukkelijke opdracht aan de gemeenten in het kader van het Gezond Aktief Leven Akkoord (GALA) is het versterken van de inzet van de sociale basis en de algemene voorzieningen als passende laagdrempelige maatschappelijke ondersteuning. Als eerste stap dienen gemeenten uiterlijk in 2024 een beleidsvisie op de sociale basis te maken, met aandacht voor kerngerichte uitvoering. Hierin komen in ieder geval de volgende thema’s aan de orde: sociale samenhang of samenlevingsopbouw en mantelzorg. Ook nu zetten we ons in voor mantelzorgers. Zo kennen we een pré-mantelzorgbeleid.

Op basis hiervan zijn er met ingang van 6 oktober 2021 mogelijkheden voor prémantelzorgwoningen. Voorafgaand aan de intensieve mantelzorgrelatie kan er ook al sprake zijn van een (minder intensieve) zorgrelatie of toekomstige zorgrelatie, de zogenaamde prémantelzorg. Een pré-mantelzorgwoning mag bewoond worden door maximaal één huishouden. Dit huishouden mag bestaan uit maximaal twee personen, van wie minstens één persoon ouder is dan de pensioengerechtigde leeftijd. Daarnaast ontvangt de welzijnsorganisatie een structurele subsidie om invulling te geven aan mantelzorgondersteuning. Dit doen zij o.a. door de inzet van een mantelzorgconsulent. Statushouders Statushouders vormen geen aparte doelgroep in de woonzorgvisie van de gemeente, omdat ze geen specifieke zorg nodig hebben. De taakstelling is onverminderd hoog. We hebben met de corporaties prestatieafspraken gemaakt over het aandeel huurwoningen dat aan statushouders wordt toegewezen. Daarnaast zetten we als gemeente in op tussenvoorzieningen en andere tijdelijke oplossingen om statushouders te huisvesten voordat zij een reguliere woning hebben. Er wordt op dit moment via een pilot onderzocht of er een ondersteuningsvraag ligt bij deze doelgroep in relatie tot wonen. Woonwagenbewoners In de gemeente West Betuwe zijn zeven woonwagenlocaties met in totaal 36 standplaatsen voor woonwagens.

Naast de zeven woonwagenlocaties is er in de kern Rumpt een locatie waar 16 permanente standplaatsen en 16 semipermanente standplaatsen voor kermisexploitanten zijn ingericht. Dit terrein is particulier eigendom.

7 | WOONZORGVISIE

De gemeente heeft een externe organisatie (Beflex) opdracht verleend om in 2024 gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid op te stellen. Daarbij wordt ook gekeken naar mogelijkheden om het aantal standplaatsen uit te breiden. Uit een regionaal behoefteonderzoek is namelijk gebleken dat er een kleine uitbreidingsbehoefte is in West Betuwe. Arbeidsmigranten In de gemeente West Betuwe werken veel arbeidsmigranten, vooral afkomstig uit Midden- en Oost-Europa. Precieze cijfers zijn er niet, maar geschat wordt dat er ongeveer 2.500 mensen het jaar rond in West Betuwe werken. In het pluk- en oogstseizoen komen hier naar schatting ongeveer 2.000 extra mensen bij. De meeste arbeidsmigranten wonen niet in West Betuwe. Om tegemoet te komen aan de grote vraag naar huisvesting is in 2021 het Beleidsplan huisvesting arbeidsmigranten vastgesteld. Hierin is vastgelegd onder welke voorwaarden kleinschalige huisvesting voor arbeidsmigranten gerealiseerd kan worden. Daarnaast is de mogelijkheid opgenomen om twee grootschalige locaties in de gemeente te realiseren. Hiervoor zijn in 2022 aanvullende kaders vastgesteld. In het beleidsplan wordt ook ingegaan op registratie, toezicht en handhaving. Belangrijk onderdeel van het beleidsplan is het sociale perspectief. In juni 2023 is het convenant ‘Huisvesting internationale werknemer Regio Rivierenland’ ondertekend.

Dit convenant is een samenwerkingsovereenkomst tussen de acht gemeenten van regio Rivierenland, uitzendorganisaties en huisvestingspartijen. In het convenant staan verschillende afspraken en kwaliteitseisen waaraan voldaan moet worden. Het doel is om ‘een bodem in de markt’ te leggen waaraan minimaal voldaan moet worden en daarmee een gelijk speelveld te creëren. In het convenant staan afspraken over de volgende onderwerpen: • De wijze waarop inschrijving georganiseerd wordt; • De kwaliteit van nieuwe huisvestingsinitiatieven in de regio; • De kwaliteit van de wijze waarop het beheer van nieuwe huisvestingsinitiatieven georganiseerd wordt; • De wijze waarop werkloosheid onder internationale werknemers voorkomen en opgelost wordt; • De wijze waarop er invulling wordt gegeven aan de beschikbare verblijfplaatsen in relatie tot het aantal internationale werknemers dat in de regio werkzaam is; • De wijze waarop de zelfredzaamheid van internationale werknemers in de regio wordt bevorderd. Studenten Omdat de vraag naar studentenhuisvesting zeer beperkt is, heeft de gemeente hier geen specifiek beleid voor ontwikkeld.

8 | WOONZORGVISIE

Relatie met Rijksbeleid Wonen, welzijn, zorg en huisvesting voor aandachtsgroepen heeft ook op rijksniveau veel aandacht. Dit komt terug in de volgende nationale programma’s: • Wonen, ondersteuning en zorg voor ouderen (WOZO), ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) • Wonen en zorg voor ouderen, ministeries van VWS en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) • Een thuis voor iedereen, ministeries van BZK, VWS, Justitie en Veiligheid (JenV), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) Vooral het laatste programma legt de focus op voldoende betaalbare woningen voor alle aandachtsgroepen, met een evenwichtige verdeling over gemeenten en met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding. Vijf andere gemeenten in regio Rivierenland brengen de opgaven voor de woonzorgdoelgroepen in beeld via dezelfde methodiek als de woonzorganalyse voor onze gemeente. Daarnaast loopt er een provinciale woonzorganalyse. Door deze onderzoeken komt er zicht op waar de regionale opgave ligt. In het wetsvoorstel Versterking regie op de volkshuisvesting worden de maatregelen en doelen uit het programma Een thuis voor iedereen opgenomen. Zo worden gemeenten onder meer verplicht om in de huisvestingsverordening een urgentieregeling op te nemen voor een aantal verplichte urgentiecategorieën.

Ook moeten gemeenten vanaf 2026 verplicht een woonzorgvisie opnemen in hun volkshuisvestingsprogramma en bij het opstellen van lokale prestatieafspraken - naast woningcorporaties en huurdersorganisaties - ook relevante zorgpartijen betrekken. De inwerkingtreding van de wet is voorzien in 2024. Proces woonzorgvisie Voor het opstellen van dit visiedocument zijn twee bijeenkomsten georganiseerd: • Een inloopbijeenkomst voor inwoners (september 2023) Inwoners konden aangeven hoe zij denken over wonen, welzijn en zorg in onze gemeente. Zij hebben aangegeven hoe zij denken over vragen als: Aan wat voor woningen hebben ouderen en kwetsbare mensen behoefte? Hoe stimuleren we ontmoeting tussen inwoners? Welke voorzieningen zijn essentieel? De input en aandachtspunten die benoemd werden tijdens de inloopbijeenkomst zijn meegenomen bij het opstellen van dit document. • Een themabijeenkomst (oktober 2023) Tijdens de themabijeenkomst zijn met stakeholders de relevante thema’s en opgaven besproken die centraal moeten staan in de visie. Daarnaast is voor elk thema de ambitie besproken: waar willen we aan werken de komende jaren? Deze thema’s, opgaven en ambities vormen het vertrekpunt voor dit document. De vier thema’s zijn: 1: Voldoende en passend woonaanbod 2: Toekomstbestendige ondersteuning 3: Geschikte woonomgeving 4: Netwerksamenleving

9 | WOONZORGVISIE

Op de volgende pagina’s volgt eerst een samenvatting van de huisvestingsopgaven vanuit de woonzorganalyse. Daarna werken we per thema de ambitie uit en beschrijven we welke opgaven we met prioriteit oppakken om deze ambitie te bereiken.

10 | WOONZORGVISIE

Huisvestingsvraag in beeld Ouderen en mensen met een lichamelijke beperking De groep ouderen (65+) in de gemeente West Betuwe zal in de komende jaren sterk groeien: in 2023 zijn er circa 6.720 65-plushuishoudens, in 2040 zal dit aantal zijn opgelopen tot zo’n 9.700. Binnen de groep ouderen onderscheiden we de volgende categorieën: • Ouderen zonder zorgvraag • Ouderen met en lichte zorgvraag (Wmo of Zvw) • Ouderen met een intensieve psychogeriatrische of somatische zorgvraag (Wlz) Ouderen zonder of met een lichte zorgvraag wonen meestal in een (aangepaste) reguliere woning of geclusterde woonvorm. Ouderen die een beroep doen op Wlz-zorg hebben permanent zorg in de nabijheid nodig. De meeste van deze mensen wonen in een woonzorgcentrum, een deel in een geclusterde woonvorm en een deel in een reguliere woning. Om een inschatting te kunnen maken van het deel van de ouderen dat behoefte heeft aan een bijzondere woonvorm zoals geclusterd wonen voor ouderen, is met het ‘vitaliteitstredenmodel’ een prognose gemaakt van het toekomstige zorggebruik van ouderen. De prognose van de behoefte aan verschillende woonvormen is hiervan afgeleid. Naast de demografische doorrekening van de huidige zorgvraag (ook wel basisprognose die beleidsvrij is) is voor ouderen een trendprognose uitgewerkt.

Deze prognose houdt er rekening mee dat intensieve zorg voor ouderen vaker buiten het woonzorgcentrum wordt geboden (via het Volledig Pakket Thuis). Gezien het personeelstekort in de zorg, zal geclusterd wonen waarschijnlijk de voorkeur hebben. Daarnaast gaan we er in de trendprognose van uit dat meer ouderen ervoor zullen kiezen om in een vorm van geclusterd wonen te gaan wonen vóórdat ze een zorgvraag ontwikkelen. Huisvestingsopgave ouderen Geclusterd wonen Woonzorgcentrum

Tot 2040 625 tot 1.505 55 tot 205

*Bandbreedte o.b.v. basisprognose en trendprognose

Geclusterd wonen De vergrijzing zorgt in beide scenario’s voor een stijgende vraag naar geclusterd wonen voor ouderen. Hiermee bedoelen we een cluster van zelfstandige woningen waar mensen ook zonder zorgindicatie mogen wonen. De verschijningsvorm is divers: van traditionele seniorencomplexen of aanleunwoningen tot hofjeswoningen. In 2040 zal er een tekort zijn van zo’n 625 tot 1.505 geclusterde woningen voor ouderen. De grootste kwantitatieve opgave bestaat in de koopsector. In de basisprognose loopt het tekort op naar 855 woningen, in de trendprognose naar 1.415 woningen. In de vrije huursector

11 | WOONZORGVISIE

ontstaat een tekort van 55 woningen (basisprognose) tot 130 woningen (trendprognose). In de sociale huursector ligt vooral een kwalitatieve opgave: met het wisselen der generaties zal er behoefte zijn aan het transformeren van traditioneel geclusterd aanbod naar meer moderne concepten. Woonzorgcentrum De vergrijzing zorgt ook voor een groeiende vraag naar plekken in een woonzorgcentrum. Hiermee bedoelen we een woonvorm die bedoeld is voor mensen met een indicatie vanuit de Wet Langdurige Zorg (Wlz); de zorg kan hier intramuraal of extramuraal worden geleverd. We voorzien echter – als gevolg van rijksbeleid – geen stijging in het aanbod van het aantal intramurale plekken in woonzorgcentra. De stijging van het aantal ouderen met een Wlzindicatie zal dus opgevangen moeten worden in zowel woonzorgcentra waar mensen extramuraal wonen en zorg inkopen, als in geclusterde woonvormen. Ouderen met een psychogeriatrische zorgvraag doen vaker een beroep op een woonzorgcentrum dan ouderen met een somatische zorgvraag. In het basisscenario loopt het tekort aan woonzorgcentrum plekken op tot 205 plekken in 2040; in het trendscenario loopt het tekort op tot 55 plekken. Geschikte woningen We verwachten een toenemende vraag naar geschikte woningen, voor zowel ouderen als jongere mensen met een mobiliteitsbeperking. De huidige vraag naar reguliere geschikte woningen bedraagt 815 woningen.

In 2040 zal deze behoefte oplopen tot 1.280 woningen. Een klein deel van de bestaande woningvoorraad is geschikt (18%). Ruim een derde van de totale woningvoorraad is geschikt te maken. De meeste kansen voor aanpassing liggen in de koopvoorraad. Het overige deel (46%) is niet of alleen tegen hoge kosten geschikt te maken. Vier op de tien (38%) 85-plussers wonen in een niet-geschikte woning. Hier ligt de opgave om doorstroming naar een geschikte woning te bevorderen. Mensen met een verstandelijke beperking In West Betuwe wonen in januari 2023 360 mensen met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke beperking. Een groot deel woont “geclusterd” in een zorginstelling. Zorgaanbieders verwachten dat er richting 2040 een (lichte) ontwikkeling naar ambulantisering zal plaatsvinden, waardoor de relatieve vraag naar “gespikkeld wonen” zal toenemen. Dit zijn wooneenheden waar mensen zelfstandig wonen, in de nabijheid van een woonvorm of zorgpunt waarvandaan zorg en begeleiding kan worden geboden. Zorgaanbieders geven aan dat een deel van de doelgroep de Wlz-indicatie thuis (bijvoorbeeld bij de ouders) verzilvert door middel van een Persoonsgebonden Budget. Dit is niet in alle gevallen een wenselijke situatie; zeker als ouders op leeftijd raken, wordt de zorg voor een gehandicapt kind vaak zwaar.

Huisvestingsopgave mensen met een verstandelijke beperking Geclusterd wonen Gespikkeld wonen

Tot 2040 150 40

Tot 2040 zijn er voor mensen met een verstandelijke beperking ongeveer 150 geclusterde en 40 gespikkelde woningen extra nodig.

12 | WOONZORGVISIE

Mensen met (ernstige) psychische problematiek Mensen met een psychische kwetsbaarheid wonen steeds vaker zelfstandig in de wijk. Een deel woont in woonvormen binnen Beschermd Wonen. In januari 2023 hadden zo’n 55 mensen in West Betuwe een indicatie voor Beschermd Wonen: 10 Wmo Thuis, 5 Wmo Verblijf en 40 vanuit de Wlz (GGZ-W). Naast de demografische doorrekening (basisprognose) is voor mensen die een beroep doen op Beschermd Wonen een trendscenario uitgewerkt. Hierin gaan we er vanuit dat de ombouw van BW Wmo Verblijf naar BW Wmo Thuis – die al in volle gang is in West Betuwe – verder doorzet. Tegelijkertijd zien we de ontwikkeling waarbij wordt ingezet op een spreiding van het BW-aanbod over de regio die meer in lijn ligt met het inwonertal. Aangezien West Betuwe relatief weinig aanbod aan intramurale plekken voor Beschermd Wonen heeft vergeleken met het regionaal gemiddelde, zorgt dit voor een stijging van de vraag naar beschermde woonplekken. Huisvestingsopgave mensen met een psychische kwetsbaarheid Intramurale plekken Beschermd Wonen

Tot 2040 20 tot 65

Voor mensen met psychosociale problematiek is er momenteel een tekort van ongeveer 20 plekken intramuraal aanbod. Wanneer we uitgaan van demografische ontwikkelingen (basisprognose) blijft dit tekort ongeveer gelijk richting 2040. Wanneer maximaal wordt ingezet op regionale spreiding (trendprognose) zijn 65 extra Beschermd Wonen plekken nodig in de gemeente. Uitstroom richting de reguliere woningmarkt Een verblijf in Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en jeugdzorg is in principe tijdelijk; elk jaar stromen er dan ook mensen uit deze voorzieningen uit richting de woningmarkt. Hoe groot de jaarlijkse vraag naar uitstroomwoningen zal zijn, is moeilijk te voorspellen. Dit is immers afhankelijk van veel factoren waaronder het effect van de inzet op preventie (wie niet instroomt in een voorziening, hoeft ook niet uit te stromen) en de ontwikkeling van de gemiddelde verblijfsduur van mensen die in een instelling verblijven. Onderstaande tabel toont de verwachte jaarlijkse vraag naar zelfstandige woonruimte voor de uitstromers uit instellingen. Doelgroep Uitstroom Beschermd Wonen Uitstroom Jeugdzorg met verblijf Uitstroom Maatschappelijke opvang Totaal

Behoefte aan zelfstandige woonruimte 2 tot 10 5 tot 6 5 tot 10 12 tot 26

* Bandbreedte uitstroom BW op basis van basisprognose en trendprognose.

Op basis van de huidige situatie zijn ongeveer 12 reguliere woningen of kamers per jaar nodig voor uitstromers. Wanneer wordt ingezet op maximale regionale spreiding van Beschermd Wonen, loopt dit op tot zo’n 26 reguliere woningen of kamers. Uitstromers hebben behoefte aan betaalbare zelfstandige woonruimte (huurprijs tot 400 euro à 500 euro) waar ze al dan niet begeleiding kunnen ontvangen.

13 | WOONZORGVISIE

In 2022 kwamen er in West Betuwe 110 betaalbare sociale huurwoningen (tot de eerste aftoppingsgrens van € 647) beschikbaar voor een nieuwe huurder. Bij een gelijkblijvend aantal mutaties betekent dat, dat 11 tot 24% van de vrijkomende corporatiewoningen nodig zouden zijn om de verschillende uitstromers aan woonruimte te helpen.

14 | WOONZORGVISIE

Thema 1: Voldoende en passend woonaanbod Ambitie We zetten in op voldoende en aantrekkelijk geclusterd woningaanbod voor verschillende (doel)groepen en in diverse prijsklassen. We kijken daarbij naar mogelijkheden in nieuwbouw, maar ook expliciet naar de mogelijkheden in de bestaande voorraad.

Opgave 1: Diverse geclusterde woonconcepten toevoegen in verschillende prijsklassen De meeste ouderen wonen in hun eigen woning en hebben de wens dat ook in de toekomst te blijven doen. Maar als geheel zelfstandig wonen niet meer lukt kan een geclusterde woning uitkomst bieden. Ook uit voorzorg, vanwege een behoefte aan sociaal contact of comfort kunnen ouderen kiezen voor geclusterd wonen. In een geclusterde woonvorm wonen mensen zelfstandig maar toch samen. Met gedeelde voorzieningen als een huiskamer en ontmoetingsruimte, liefst in het complex of anders op korte afstand in de buurt. Een geclusterde woonvorm kan eenzaamheid tegengaan en een grotere zelfredzaamheid bevorderen. De stap naar zwaardere zorg kan hierdoor worden uitgesteld of worden voorkomen. Het huidige kabinetsbeleid is er op gericht dat er (bijna) geen verpleeghuisplekken meer bijkomen, waardoor meer ouderen met een zorgvraag in de toekomst in geclusterde woonconcepten wonen. Partijen werken samen om nieuwe geclusterde woningen toe te voegen, bij voorkeur op locaties met belangrijke voorzieningen in de buurt (zoals ontmoetingsruimte, zorgsteunpunt en supermarkt). Dit kan zowel via nieuwbouw als het transformeren van bestaande woningen of panden naar geclusterde woningen.

Voor het geclusterde aanbod is, gelet op de omvang en diversiteit van ouderen, een mix van eigendomsvormen (koop, sociale huur en particuliere huur) en woonvormen nodig: van seniorencomplexen tot hofjes. De opgave aan wonen met een zorg- of ondersteuningsvraag is groter dan alleen de behoefte van ouderen. Ook mensen met een beperking (verstandelijk en lichamelijk) of psychosociale problematiek (GGZ) kunnen, willen en moeten zelfstandiger gaan wonen. Bij geclusterde woonvormen denken we daarom breder dan alleen aan de groep ouderen. Er kan een mix gemaakt worden met jongeren of uitstromers uit instellingen. Er ontstaat dan een gecombineerde woonvorm van mensen met en zonder zorgvraag, zogenoemde woonleefconcepten. Door de ontwikkeling van woonleefconcepten waarin een divers pallet aan bewoners met verschillende achtergronden terecht kan en community building (ook wel samenlevingsopbouw) expliciet wordt bevorderd, zorgen we voor voldoende draagkracht in de wijk. In het uitvoeringsprogramma onderzoeken we welke gebieden de meeste potentie hebben om woonleefconcepten te realiseren.

15 | WOONZORGVISIE

Opgave 2: Faciliteren initiatieven De gemeente stimuleert kleinschalige wooninitiatieven van inwoners. Dit gaat om zowel collectieve als individuele initiatieven. Zoals Collectief Particulier Ondernemerschap (CPO) als initiatieven van woonleefconcepten. Zulke initiatieven kunnen helpen bij het op gang brengen van doorstroom voor sommige groepen. Als inwoners zelf de eigenaar zijn van het initiatief, is de verhuisgeneigdheid immers groter. Het zet inwoners meer in hun kracht en vermindert de afhankelijkheid van de gemeente. Ook initiatieven van ouders stimuleren we, zodat kwetsbare mensen zoveel als mogelijk huisvesting met zorg op maat kunnen ontvangen en kunnen meedoen in de maatschappij. Daarnaast gaat het om individuele initiatieven, zoals het plaatsen van een (pré-)mantelzorgwoning of woningsplitsing. Vanuit deze woonzorgvisie volgt een afwegingskader om nieuwe woonzorginitiatieven te kunnen beoordelen. We hebben bij de inloopbijeenkomst voor inwoners gemerkt dat sommige bestaande regelingen onvoldoende bekend zijn in de samenleving, zoals regelingen rond (pré)mantelzorgwoningen en woningsplitsing. Enerzijds gaan we de communicatie verbeteren over nu reeds bestaande maatregelen en instrumenten. Anderzijds gaat de gemeente initiatieven beter faciliteren. Dit doen we door te zorgen voor één aanspreekpunt bij de gemeente.

Hier kunnen inwoners met een initiatief terecht en wordt helder aangegeven wat zij kunnen verwachten van de gemeente.

Opgave 3: Doorstroming van ouderen stimuleren Een deel van de ouderen in West Betuwe woont in een koop- of huurwoning die niet geschikt is om te blijven wonen bij een stijgende zorgbehoefte. De gemeente wil ouderen daarom stimuleren om te verhuizen naar een geschiktere woning. Met name in Acquoy, Asperen, Enspijk, Tricht en Buurmalsen woont meer dan de helft van de ouderen in een niet-geschikte woning (52% tot 68%) die ook niet met een relatief kleine aanpassing geschikt te maken is. Hier zullen we met name ouderen moeten stimuleren om te verhuizen naar een levensloopgeschikte woning. Dit kan bijvoorbeeld door de inzet van verhuiscoaches, seniorenverhuisservice, doorstroomprojecten bij woningcorporaties, het zorgen voor huurgewenning of rondleidingen in complexen. Door ouderen een concreet project te laten zien, krijgen ze een beter beeld wat er mogelijk is, waardoor ze eerder geneigd zijn om te verhuizen. We gaan onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om doorstroming te bevorderen. Het is van belang om tijdig te beginnen met bewustwording en mensen te laten wennen aan het idee om te verhuizen. Kinderen van ouderen kunnen hier een rol in nemen door de mogelijkheden van verhuizing bespreekbaar te maken. Maar ook een Praktijkondersteuner Huisartsen Ouderen (POH-O), casemanager, wijkverpleegkundige of dementieconsulent kunnen hier een rol in hebben.

Wanneer ouderen doorstromen naar een geschikte woning, zorgt dit tegelijkertijd voor het vrijspelen van woningen voor bijvoorbeeld starters of gezinnen.

16 | WOONZORGVISIE

Thema 2: Toekomstbestendige ondersteuning Ambitie Zorg en ondersteuning wordt voor een groot deel ‘thuis’ geleverd. We maken het mogelijk dat ouderen en kwetsbare inwoners op een prettige manier langer en weer zelfstandig thuis kunnen wonen. Dit doen we door te zorgen voor voldoende ambulante begeleiding in de thuissituatie. We zetten in op mantelzorg- en huisartsondersteuning. Ook leggen we het accent niet op ‘ziekte’, maar op mensen zelf: wat kán wel. Daarmee bevorderen we de eigen regie en veerkracht van onze inwoners.

Opgave 1: Inzet op positieve gezondheid Wanneer iemand een ondersteunings- of zorgvraag heeft, gaat vaak de meeste aandacht uit naar de klachten en hoe we die kunnen oplossen. Positieve gezondheid gaat uit van een andere benadering. Het accent ligt niet op ‘ziekte’, maar op mensen zelf: op hun veerkracht en op wat hun leven betekenisvol maakt. We zetten meer in op deze positieve gezondheidsbenadering: ‘wat kan wél’. Daarbij gaat de aandacht uit naar onder meer mentaal welbevinden, zingeving, en sociaal en maatschappelijk ‘meedoen’. Met deze bredere benadering dragen we bij aan het vermogen van mensen om zo veel mogelijk eigen regie te voeren over hun leven. Leggen we hierbij de link met wonen dan is een voorwaarde dat men in een geschikte of geschikt te maken woning woont. Daarmee doen we ook een beroep op de mensen zelf: wat heb je nodig om wel in de woning te kunnen blijven wonen en wat kun je daar zelf in doen. De positieve gezondheidsbenadering vraagt een andere manier van denken bij zowel inwoners als organisaties. De gemeente stimuleert dit gedachtengoed vanuit een aanjagersrol. De gemeente werkt al samen met een aantal huisartsen om positieve gezondheid onder de aandacht te brengen. Ook bij Welzijn West Betuwe staat positieve gezondheid centraal.

Opgave 2: Ondersteunen mantelzorgers en vrijwilligers Het aantal “oudere ouderen” gaat sterk toenemen en dat is precies de groep met een ondersteunings- of zorgvraag. Door een tekort aan zorgpersoneel zullen mantelzorgers en vrijwilligers (zoals buren) een steeds grotere rol gaan spelen in de zorg en ondersteuning. Door het sociale netwerk van een zorgvrager in beeld te brengen – en indien nodig te versterken – kunnen mantelzorgtaken over meerdere mensen worden verdeeld. Zo houden mantelzorgers het langer vol.

17 | WOONZORGVISIE

Veel mantelzorgers worden onbewust mantelzorger, bijvoorbeeld wanneer iemands partner of ouders een zorgvraag heeft. Veel mantelzorgers trekken te laat aan de bel om ondersteuning of zij voelen zich schuldig als ze de zorg moeten overdragen aan een ander. Daarom is het essentieel om te blijven investeren in ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers. Het gaat daarbij onder meer om hen te ontzorgen van administratieve lasten en regeldruk. Maar ook om het bieden van mogelijkheden om ervaringen met elkaar te delen en informatie uit te wisselen. Door contact met lotgenoten zullen mantelzorgers zich meer bewust zijn van het feit dat ze er niet alleen voor staan. Bij Welzijn West Betuwe zijn er gedurende het jaar verschillende gespreksgroepen en themabijeenkomsten specifiek voor mantelzorgers. Ook kan gedacht worden aan het creëren van laagdrempelige ontmoetingsplekken voor bijvoorbeeld mensen met dementie en hun mantelzorgers1. Opgave 3: Voldoende ambulante begeleiding in de thuissituatie Het aantal kwetsbare mensen dat zelfstandig woont met ambulante begeleiding – zoals uitstromers uit instellingen – zal toenemen. We zorgen voor voldoende aanbod aan ambulante begeleiding voor kwetsbare mensen die dat nodig hebben. Zij wonen bij voorkeur verspreid in kernen en wijken om te zorgen voor een prettige balans tussen dragende en vragende inwoners.

Naast het vervullen van de zorg- of ondersteuningsrol is het in de begeleiding van belang om aandacht te hebben voor het vinden van werk of dagbesteding, het leggen van contacten in de buurt en het op orde brengen van de financiën. De gemeente heeft in 2022/2023, samen met de andere gemeenten in regio Rivierenland, een aanbestedingsprocedure zorginkoop Wmo/Jeugdwet doorlopen. Deze aanbesteding heeft er toe geleid dat we circa 190 overeenkomsten hebben met professionele zorgaanbieders die onder andere individuele begeleiding op grond van de Wmo en de Jeugdwet en dagbesteding Wmo bieden. Meer informatie hierover is te vinden op https://www.sociaaldomeinrivierenland.nl.

Opgave 4: Beschikbaarheid van medische zorg Richting de toekomst woont een groter deel van de ouderen met een zware zorgvraag (Wlzzorg2) in hun eigen woning in plaats van in een woonzorgcentrum. Hierdoor wordt een extra beroep gedaan op huisartsen, omdat deze thuiswonende ouderen blijven vallen onder de huisartsenzorg in plaats van een specialist ouderengeneeskunde. Wij zien niet alleen een toenemende druk op de huisartsen, maar in het brede veld van zorgaanbod: wijkverpleging, specialisten ouderengeneeskunde of behandelteams. Daarom onderzoeken de gemeente en zorgpartners hoe de zorg voor ouderen efficiënt en toekomstbestendig ingericht kan worden. Dit sluit aan bij het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het GALA: het toewerken naar passende zorg en ondersteuning op de juiste plek en met nadruk op gezondheid en sociale basis.

1 Zie bijvoorbeeld Landelijk Platform Odensehuizen: https://www.odensehuizen.nl/ 2 Wlz = Wet langdurige zorg

18 | WOONZORGVISIE

Daar waar mogelijk zullen we gebruik maken van technologie. De inzet van technologie is een waardevol instrument dat kan bijdragen aan zelfstandig wonen. Het kan mensen helpen om de eigen regie te behouden. Bij de inzet van technologie kan gedacht worden aan valdetectie, elektronische toegang tot een woning, automatische medicijndispensers, beeldbellen en thuismonitoring.

19 | WOONZORGVISIE

Thema 3: Geschikte woonomgeving Ambitie We zorgen dat onze kernen en wijken zo optimaal mogelijk zijn ingericht op ontmoeting, toegankelijkheid en goede mobiliteit. Voorzieningen zijn toegankelijk en beschikbaar. Zo kunnen inwoners met en zonder zorgvraag fijn wonen in onze gemeente. Iedereen kan meedoen.

Opgave 1: Stimuleren van ontmoeting Met de ontwikkeling dat mensen langer en (weer) zelfstandig wonen, zullen mensen de mogelijkheid moeten hebben om elkaar te ontmoeten. We zorgen er voor dat in elke kern en wijk de mogelijkheid tot ontmoeting er is in de openbare ruimte en/of ontmoetingsruimten: want naar elkaar omkijken, faciliteer je door elkaar te ontmoeten. Het inkomen van inwoners kan een rol spelen bij het al dan niet deel kunnen nemen aan activiteiten of het kunnen bereiken van ontmoetingsruimten. We houden hier rekening mee. Groen- en speelvoorzieningen spelen een belangrijke rol als het gaat om ontmoeting tussen jong en oud in de openbare ruimte. Bij de ontwikkeling van nieuwe woningen in uitbreidingslocaties denken we aan de voorkant al na over het faciliteren van ontmoeting. Zoals een gemengde woonwijk met verschillende (doel)groepen of projectontwikkelaars meegeven om bij de ontwikkeling van een complex ook een ontmoetingsruimte toe te voegen. Daarnaast onderzoeken we hoe we bestaande ontmoetingsruimten (multifunctionele accommodaties, dorpshuizen, woonzorginstelling) kunnen versterken. En, afhankelijk van de lokale behoefte, of we ontmoetingsruimten in bestaande gebouwen kunnen toevoegen. Bijvoorbeeld wanneer er ongebruikte ruimtes in gebouwen zijn of veel ouderen in een complex wonen.

Opgave 2: Mobiliteit Voor kwetsbare mensen is het van belang dat voorzieningen, zoals huisarts en supermarkt, in de nabije omgeving zijn of bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. Companen heeft een interactieve kaart ontwikkeld waarop relevante voorzieningen, openbaar vervoer haltes en woonzorglocaties te zien zijn. Deze is te raadplegen via: www.companen.nl/arcgis/woonzorganalysewestbetuwe. Niet alle kwetsbare mensen die zelfstandig wonen zullen dichtbij de belangrijkste voorzieningen wonen. Als het gaat om mobiliteit is niet iedere kern goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Het aanbod van openbaar vervoer is beperkt in de kleinere kernen en het buitengebied. Mensen zullen dan een groter beroep moeten doen op elkaar. We stimuleren kleine initiatieven, zodat men onderling vervoer regelt als dat nodig is. Bijvoorbeeld door

20 | WOONZORGVISIE

gebruik te maken van buren, deelauto’s of initiatieven zoals AutoMobiel. Op die manier kunnen kwetsbare mensen (blijven) wonen in hun eigen kern. Opgave 3: Inrichting openbare ruimte: toegankelijk en veilig Een goed ingerichte leefomgeving is groen, toegankelijk en veilig. Zo’n omgeving stimuleert de gezondheid van mensen. Vooral mensen met een mobiliteitsbeperking lopen vaak tegen problemen aan in hun woonomgeving. Het gaat hierbij om ouderen die slecht ter been zijn, maar ook om jongere inwoners met een rolstoel of rollator. De groep mensen met een mobiliteitsbeperking groeit de komende jaren sterk, terwijl de openbare ruimte hier nog niet voldoende op is ingericht. De gemeente gaat actief inzetten op het verbeteren van de toegankelijkheid voor deze mensen. Denk bijvoorbeeld aan verbreding van stoepen, verlichting, rustplekken, herkenningspunten en het aanwijzen van bepaalde looproutes voor mensen met dementie. Ook inwoners zelf kunnen hun steentje bijdragen aan een toegankelijke en veilige leefomgeving, bijvoorbeeld door hun tuin te onderhouden en te zorgen dat stoepen begaanbaar zijn.

21 | WOONZORGVISIE

Thema 4: Netwerksamenleving Ambitie De opgaven op het gebied van wonen, welzijn en zorg moeten samen opgepakt worden door de gemeente, zorgpartijen, zorgkantoor, welzijnsorganisaties, woningcorporaties en inwoners(organisaties). Dit vraagt wederzijds vertrouwen, zodat partijen open en transparant met elkaar durven te communiceren over hun mogelijkheden en ambities. Wij zetten inwoners zo veel mogelijk zelf aan het roer voor hun behoefte aan wonen, welzijn en zorg, en faciliteren dat door een goede netwerksamenleving.

Opgave 1: Netwerksamenleving ketenpartners Het woonzorglandschap is complex. Verschillende wetten en bijbehorende financieringsstromen (Wet maatschappelijke ondersteuning, Zorgverzekeringswet, Wet langdurige zorg en de Jeugdwet) met daarnaast verschillende uitvoeringsorganisaties (woningcorporaties, zorginstellingen, welzijnsorganisaties en de gemeente), maken het niet makkelijker voor inwoners. Tegelijkertijd vragen we van inwoners dat zij steeds zelfredzamer zijn, om zorg te kunnen blijven garanderen voor mensen met een (toekomstige) zorg- of ondersteuningsvraag. Van inwoners wordt gevraagd om tijdig over hun (zorg)toekomst na te denken en zelf actief stappen te ondernemen zodat zij mee kunnen blijven doen in de samenleving. Niet alleen professionals zijn verantwoordelijk om het gesprek over woonmogelijkheden, zorgmogelijkheden, en verwachtingsmanagement te voeren. Ook de bredere samenleving (kinderen, mantelzorgers) heeft hierin een rol. We moeten elkaar erop voorbereiden wat er op ons afkomt en hier tijdig op anticiperen. Het opstellen van de woonzorgvisie is een goede eerste stap om te komen tot een goede netwerksamenleving. Om daadwerkelijk tot uitvoering te komen is een meer gestructureerde programmatische aanpak nodig tussen de gemeente, zorgpartijen, zorgkantoor, welzijnsorganisaties, woningcorporaties en (inwoners)organisaties.

Hoe gaan we bijvoorbeeld de zorginfrastructuur gezamenlijk inrichten, een gebiedsgerichte opgave vaststellen of budgetten ontschotten? De gemeente kan gaat hier als verbindende partij een belangrijke rol spelen. Bijvoorbeeld door een lokale alliantie te sluiten met ketenpartners om zo het gezamenlijk belang, en daarmee het draagvlak om de uitwerking van de woonzorgvisie samen op te pakken, te bekrachtigen. Maar ook door het stimuleren van de totstandkoming van zorggemeenschappen, waarin mensen in wijken en buurten elkaar helpen en ondersteunen. Te denken valt aan bewonersinitiatieven voor dagopvang, vervoer, boodschappen en klussendiensten. Opgave 2: Samenwerking op preventie en vroegsignalering Door in te zetten op preventie/vroegsignalering voorkomen we dat mensen problemen krijgen. En zorgen we ervoor dat mensen met een verhoogd risico op een zorg- of ondersteuningsvraag deze vraag zo lang mogelijk uit kunnen stellen. De brede samenleving profiteert hier van. Alle professionals en niet-professionals die bij mensen achter de voordeur

22 | WOONZORGVISIE

komen, hebben een belangrijke signaalfunctie. Zij zijn de ogen en oren van de wijk om (vroegtijdig) signalen op te pikken en mogelijke problemen te voorkomen. Daarom informeren we (niet-)professionals waar op te letten en bij wie ze terechtkunnen om hun zorgen door te geven. De inzet op preventie is niet altijd vanzelfsprekend. Preventieve maatregelen vragen vaak om een investering aan de voorkant, waardoor in de toekomst bespaard kan worden op kosten die niet gemaakt hoeven te worden. We onderzoeken de mogelijkheden om in te zetten op preventie/vroegsignalering (zoals training medewerkers in het voorveld, consultatiebureau voor ouderen; ontschotten van budgetten).

Opgave 3: Eén aanspreekpunt: onderlinge communicatie en informatie delen met inwoners Uit de inloopbijeenkomst voor inwoners en themabijeenkomst met stakeholders bleek dat er behoefte is aan één aanspreekpunt dat dient als informatiekanaal voor inwoners. Sommige bestaande regelingen zijn onvoldoende bekend bij de inwoners, zoals regelingen rond (pré)mantelzorgwoningen. Via één aanspreekpunt kunnen bestaande regelingen beter gecommuniceerd worden, maar ook initiatieven ondersteund worden. Waarbij duidelijk aan wordt gegeven wat inwoners kunnen verwachten van de gemeente.

23 | WOONZORGVISIE

Het vervolg Deze visie op wonen, zorg en welzijn geeft aan wat ‘wij’ als gemeente en ketenpartners willen doen. Voor de uitwerking van de ambities is co-creatie de sleutel tot succes. Geen van de partijen kan de ambities zelfstandig behalen, we hebben elkaar nodig. Uitvoeringsprogramma Vanuit onze regierol zoeken we nog meer de samenwerking met ketenpartners om activiteiten en investeringen op elkaar af te stemmen. Op basis van deze woonzorgvisie stellen we een uitvoeringsprogramma op samen met de betrokken partners. In het uitvoeringsprogramma leggen we vast welke acties we uitvoeren, wanneer we dit doen, wie hiervoor primair verantwoordelijk is en welke partijen hierbij ondersteunend zijn. Samenwerking gedijt bij vertrouwen - en vertrouwen groeit met successen. Daarom zetten we in het uitvoeringsprogramma, naast activiteiten die op de langere termijn bijdragen aan de ambities van de visie, ook in op haalbare acties die op korte termijn resultaat opleveren. Het uitvoeringsprogramma wordt gemaakt nadat deze woonzorgvisie door de gemeenteraad is vastgesteld. Afwegingskader Vanuit deze woonzorgvisie volgt een afwegingskader om nieuwe woonzorginitiatieven te kunnen beoordelen. We willen nieuwe initiatieven stimuleren en faciliteren, maar ook een goede afweging maken: voor wie, wat en waar? We streven naar de juiste woningen voor de juiste doelgroep op de juiste plek.

Bij de afweging zal onder andere gekeken worden of het initiatief voldoende aansluit bij de (lokale) behoefte, of de kern en locatie geschikt zijn voor de doelgroep en of de zorg die geleverd wordt ook toekomstbestendig is. Dit afwegingskader gaat onderdeel uitmaken van deze woonzorgvisie.

24 | WOONZORGVISIE

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/669/documents/15039